E.46b D23.290694 bijlage 2 bij 202300945 bijlage 2 bij 202300945
Tekst van het document
Technische bijlagen GGO Gebiedsgerichte opkomsttijden
Samen voor een voorspelbare brandweerzorg
Inhoudsopgave Bijlage: Samenvatting systematiek gebiedsgerichte opkomsttijden Bijlage: Uitgangspunten repressieve brandweerzorg Bijlage: Bezettingssterkte van posten en inzettype Bijlage: Spreiding van het materieel Bijlage: Visualisatie operationele prestaties Bijlage: Weergave van de specialisaties Bijlage: Structuur grootschalig brandweeroptreden (GBO)
Bijlage: Samenvatting systematiek gebiedsgerichte opkomsttijden De landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen beoogt een landelijk uniforme werkwijze voor de brandweer. De systematiek is vastgelegd in een handreiking. Door dit toe te passen, kan de brandweer met het dekkingsplan meer recht doen aan de huidige praktijk. Dat doet zij door niet alleen inzicht te geven in de factor snelheid, maar ook in factoren als capaciteit, paraatheid en werkdruk. De handreiking biedt ook rekenvoorschriften waardoor regionale dekkingsplannen vergelijkbaar worden. Beoordelingskader De landelijk uniforme systematiek bevat ook het Beoordelingskader Gebiedsgerichte Opkomsttijden. Samen bieden zij een betrouwbaar instrument dat de brandweer inzicht geeft in prognose en realisatie van de repressieve dekking, inclusief de motivatie van afwijkingen en flankerend beleid. Het kader wordt toegepast bij de beoordeling van de dekking. Hierin ligt de nadruk op de opkomsttijd van de eerste basisbrandweereenheid. Toelichting op de systematiek In de nieuwe methodiek wordt gewerkt met opkomsttijden per gebied. Als referentie voor een gebied is gekozen voor CBS-buurten. Deze zijn gelijk aan de indeling van wijken en buurten zoals we die kennen uit het CBS. Dit vereenvoudigt de vergelijkbaarheid met andere datasets en informatiebronnen.
Een gebied kan worden ingedeeld in één van de drie te onderscheiden categorieën. Daarbij bepaalt het overheersende karakter in dat gebied de
categorisering. Dit wil simpelweg zeggen dat het type bebouwing dat het meest voorkomt de categorie bepaald. Afhankelijk van de samenstelling van een dergelijk gebied volgt een indeling. Wanneer een gebied dun is bevolkt en veel open ruimte dan is er veelal sprake van categorie 3. Indien er sprake is van binnenstedelijk gebied met veel objecten met verminderd zelfredzamen, is er sprake van categorie 1. En de reguliere woonwijk wordt tenslotte ingedeeld in categorie 2. Hier ligt een landelijk uniforme rekenkundig algoritme aan ten grondslag waarmee de categorie wordt bepaald. Figuur 1 – Fictieve weergave van gebiedsindeling
Brandweer Zeeland gebruikt het rekenprogramma CARE (CArtografische REkenmodule) voor de berekeningen die de basis vormen van het dekkingsplan. Op basis van het gebouwbestand, de infrastructuur en de theoretische rijsnelheden worden Kazerne Volgorde Tabellen gemaakt. Per object wordt berekend welk voertuig het snelst ter plaatse kan zijn. Hierdoor worden prognoses gemaakt over de opkomsttijden. Om het systeem te kunnen laten rekenen, kiest de regio uitgangspunten, die vaak gebaseerd zijn op praktijkmetingen. De prognoses blijven echter theoretische van aard. Met de praktijkcijfers zullen deze in de toekomst steeds verder worden verfijnd.
Opkomsttijd De opkomsttijd van de brandweer bestaat uit verschillende onderdelen. De opkomsttijd gaat in op het moment dat een incident wordt gemeld. Op dat moment komt de melding binnen op de meldkamer. De meldkamer verzameld informatie en gaat zo snel mogelijk over tot alarmering. De tijd die nodig is tussen aanname van de melding en het alarmeren is de meldkamertijd. Na alarmering vindt het pageralarm bij het personeel plaats. Een groot deel van het brandweerpersoneel bestaat uit vrijwilligers. Deze komen van huis, werk of een andere locatie en verplaatsen zich naar de brandweerkazerne. De tijd die hiervoor nodig is, is de uitruktijd. Op brandweerposten waar uitruk plaatsvindt met beroepsbezetting is de uitruktijd vele malen korter. Na de uitrukfase begeeft de brandweer zich naar het incidentadres. Dit is de rijtijd van de brandweer. De opkomsttijd van de brandweer bestaat dus vanaf het moment dat de melding binnen komt op de meldkamer uit:
Opkomsttijden en bandbreedte Gezien de variaties die zich in de praktijk altijd voordoen, denk aan weersen verkeersomstandigheden, is het verstandig om niet één tijdsgetal per risicocategorie te noemen, maar te kiezen voor een bandbreedte. Per categorie is er een bandbreedte voor de opkomsttijd. Bij categorie 1 is het streven om binnen 7 minuten ter plaatse te zijn. Met een bandbreedte van 3 minuten is een opkomsttijd tot 10 minuten nog voldoende. Voor categorie 2 is de streefwaarde 10 minuten met een bandbreedte tot een opkomsttijd van 13 minuten. Voor categorie 3 gebieden geldt een opkomsttijd met een waarde van 15 tot 18 minuten. Specifieke objecten met een hoger risico die zich in een gebiedscategorie 2 of 3 bevinden worden beoordeeld op basis van de streefwaarde en bandbreedte behorende bij categorie 1. Gebied
Bandbreedte streefwaarde
Categoerie 1
-
Meldkamertijd Uitruktijd Rijtijd
0
1
2
3
4
5
6
Goed
7
8
9
10
11
12
13
Voldoende
14
15
16
17
18
19
>20
minuten
17
18
19
>20
minuten
17
18
19
>20
minuten
Onvoldoende
streefwaarde Categoerie 2 0
1
2
3
4
5
6
Goed
7
8
9
10
11
12
13
Voldoende
14
15
16
Onvoldoende streefwaarde
Categoerie 3 0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
Goed
Figuur 2 – Schematische weergave van de opkomsttijd
Figuur 3 – De gebiedscategorieën met streefwaarde en bandbreedte
14
15
16
Voldoende
Onvoldoende
Beoordeling De systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden kenmerkt zich door het bepalen van de opkomtijd per gebied. Om tot een prognose van de opkomsttijd te komen worden van alle objecten in een gebied de verwachte opkomsttijd berekend.
Figuur 5 – Fictief voorbeeld gebiedsgerichte opkomsttijd van Een categorie-2 buurt.
Figuur 4 – Fictieve weergave van een buurt met prognose van opkomsttijden per object.
Gebied
De individuele opkomtijden worden vervolgens in volgorde van tijd gezet. Het middelste getal is de mediaan. De mediaan van de opkomsttijd wordt per buurt berekend en die bepaalt de beoordeling van de desbetreffende buurt. De beoordeling wordt gedaan aan de hand van het beoordelingskader met daarin de waardering goed, voldoende en onvoldoende. Dit wordt gethematiseerd weergegeven op een kaart. Aan de beoordeling van een gebied wordt een kleur gehangen. De kleuren zijn groen, blauw en rood. Daarbij staat groen voor goed, blauw voor voldoende en rood is signalering voor een gebied wat aanvullende aandacht vraagt.
Bandbreedte streefwaarde
Categoerie 1 0
1
2
3
4
5
6
Goed
7
8
9
10
11
12
Voldoende
13
14
15
16
17
18
19
>20
minuten
17
18
19
>20
minuten
17
18
19
>20
minuten
Onvoldoende
streefwaarde Categoerie 2 0
1
2
3
4
5
6
Goed
7
8
9
10
11
12
Voldoende
13
14
15
16
Onvoldoende streefwaarde
Categoerie 3 0
1
2
3
4
5
6
7
8
Goed
9
10
11
12
13
14
15
16
Voldoende
Onvoldoende
Bijlage: Uitgangspunten repressieve basis brandweerzorg De repressieve brandweerzorg is georganiseerd rond de tankautospuit: de basis-eenheid. Deze basis-eenheid is uitgerust met mensen en middelen om uitvoering te geven aan de taken van de brandweer. Wanneer nodig kan de basis-eenheid bijgestaan worden met ondersteunende of specialistische eenheden: Ondersteunende eenheden: • Redvoertuigen • Hulpverleningsvoertuigen • Watertank-wagens Specialistische eenheden: • Waterongevallen bestrijding • Verkenningseenheden • Gevaarlijk stoffen eenheden • Hoogte Reddingsteam (Rope Rescue Team) • Natuurbrandbestrijdings eenheden • Tunnelbrandbestrijding • Informatie en Coördinatie • Logistiek • Maritime Incident Respons Group (MIRG)
1
Landelijk kader Uitruk op Maat
Basis-eenheid Operationele brandweerzorg begint bij de basis-eenheid. De basiseenheid is een tankautospuit met een bezetting van 6 personen en bestaat uit: • een bevelvoerder; • een chauffeur, tevens voertuigbediener; • twee ploegen van twee manschappen. De eenheid is belast met: • brandbestrijding en redding; • technische hulpverlening; • basishandelingen bij de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen; • ondersteuning bij waterongevallen. TS-flex (variabele voertuigbezetting) De afgelopen jaren is de beschikbaarheid van vrijwilligers met name overdag afgenomen. Dit noodzaakt tot het kijken naar andere manier van uitrukken en variabele voertuigbezetting biedt daarin een uitkomt.1 Met variabele voertuigbezetting is het mogelijk om veilig uit te rukken met een bezetting van minder personen dan de standaard bezetting. Bij een tekort aan beschikbare manschappen kan daarmee toch snel en adequaat gereageerd worden bij een melding. Een TS-flex bestaat uit een tankautospuit met: • een bevelvoerder; • een chauffeur; • minimaal twee manschappen.
Voor maatgevende scenario’s (brand gebouw) worden in dergelijke situaties standaard twee eenheden gealarmeerd. Deze vormen samengesteld een basis-eenheid. De ambitie blijft om tijdens alle uren van de week over voldoende vrijwilligers te beschikken voor een bezetting van een basis-eenheid. Waar dat niet lukt kan bij een tekort van één of twee manschappen met een TS-flex toch altijd uitgerukt worden. Vrijwilligheid Van oudsher bestaat de brandweer uit vrijwilligers en ook voor de toekomst is vrijwilligheid het uitgangspunt. Een vrijwilliger bij de brandweer is volledig opgeleid tot manschap en kan daarmee uitvoering geven van alle taken die horen bij een basis-eenheid. Tevens kan de vrijwilliger een opleiding volgens tot chauffeur of bevelvoerder. Een brandweervrijwilliger is dus een volwaardig gekwalificeerd lid van de brandweer. Vrijwillig bemenste posten kennen geen continue bezetting. Zij zijn thuis, op het werk of actief met hun vrije tijdsbesteding. Met een pager worden zij gealarmeerd waarna ze, indien mogelijk, opkomen naar de kazerne om het voertuig te bezetten. Van de vrijwilliger wordt verwacht dat hij opkomt naar de brandweerpost, maar er is geen opkomstverplichting.
Bezetting van de brandweerposten Omdat gewerkt wordt met een vrije instroom wordt als vuistregels een gemiddelde factor van 300% voldoende geacht om de bezetting binnen de kaders van vrijwilligheid ook te kunnen garanderen. Voor de cruciale functies van bevelvoerder en chauffeur is een 400% dekking gewenst, voor manschappen is dit 250%. Het uitgangspunt voor de bezetting van een vrijwilligerspost met één TS bestaat dan uit achttien personen.
Bezetting 1 bevelvoerder 1 chauffeur 4 manschappen 6 Totaal
Garantiefactor 400 % 400 % 250 % 300%
Aantal 4 4 10 18
In het geval een post een ondersteunende of specialisme uitvoert wordt hiervoor de poststerkte opgehoogd. In de meeste gevallen worden deze aanvullende taken uitgevoerd door dezelfde postleden die ook de uitrukken met de tankautospuit verzorgen. Hiervoor wordt dus uit dezelfde ‘pool’ geput. Om gelijktijdigheid van de uitvoering van taken te kunnen garanderen is het nodig het aantal postleden op te hogen danwel de extra taak vanaf een andere post te laten opkomen. Per post kan hierbij maatwerk toegepast worden. Beroepsbezetting Bij een beroepsbezetting is er wel sprake van bezetting van de brandweerpost. Zij verrichten werkzaamheden van de brandweer op de post en bemensen het voertuig zodra deze gealarmeerd wordt. Dit verbetert de garantie en verkort aanzienlijk de uitruktijd. Zeeland kent enkel een dag-bezetting waarbij medewerkers uit de vakafdelingen tijdens kantoortijden hun werk op de kazerne uitvoeren en het voertuig bemensen bij alarmering. Piket-regeling Voor de operationele Leiding & Coördinatie houden functionarissen zich buiten de reguliere werktijden 24/7 beschikbaar. Zij voorzien in de eerste behoefte aan operationele leiding binnen de basis brandweerzorg, grootschalig optreden en multidisciplinaire opschaling.
Paraatheid Paraatheid is de mate waarin de brandweer voldoende gekwalificeerd personeel en materieel beschikbaar heeft om tijdig naar een incident te kunnen uitrukken. Niet of onvoldoende beschikbaarheid kan worden veroorzaakt doordat er sprake is van onvoldoende opkomst van vrijwillig personeel, gelijktijdigheid van incidenten of uitval van voertuigen door onderhoud of storing. Voor de factor paraatheid bestaat geen norm of een voorgestelde wijze van uitwerking. Om hier toch invulling aan de geven is gekeken naar de historische uitrukdata. Met deze data wordt inzicht gekregen hoe vaak een eenheid na alarmering met voldoende personele bezetting als basiseenheid kon uitrukken. Vervolgens is dit verwerkt in een gemiddelde beschikbaarheid. Zo ontstaat op basis van beschikbare data een prognose in hoeveel procent van de alarmeringen een eenheid met vrijwillige bezetting kan uitrukken.
De grafiek geeft met de rode lijn aan hoeveel procent van de uitrukken na een bepaald aantal minuten met een volledige bezetting heeft plaatsgevonden. We zien dat een eenheid in 70%-80% van de alarmeringen als basis-eenheid met een volledige bezetting kan uitrukken. De blauwe lijn geeft de uitruktijd aan en laat zien dat de meeste uitrukken op 5 minuten na alarmering plaatsvinden. De beschikbaarheid van een eenheid kan toenemen indien er wordt uitgerukt als TS-flex. Het op deze wijze verhogen van de beschikbaarheid is niet voor elk gebied een uitkomst omdat de opkomsttijd van de tweede eenheid eenvoudigweg te hoog kan zijn om aan de streefwaarde van de opkomsttijd te voldoen. Daarbij moet opgemerkt worden dat de burger veelal beter geholpen kan worden met het ter plaatse hebben van een TSflex dan rekenen met een vertraagde opkomsttijd ten behoeve van een basis-eenheid. Maatwerk per gebied is hierbij dus noodzakelijk.
Omdat vrijwilligers geen opkomstverplichting hebben is paraatheid een moeilijk voorspelbare factor. Er bestaat geen norm of een voorgestelde wijze uitwerking. Daarom zijn er een aantal maatregelen om met de onzekerheid van opkomst om te kunnen gaan:
Historische beschikbaarheid
Pagers met terugkoppeling De gealarmeerde vrijwilliger kan via de pager zijn opkomst aangeven. De meldkamer weet daarmee binnen een minuut of er voldoende personeel beschikbaar is. Zo niet, dan wordt de volgende kazerne gealarmeerd. Samen gestelde eenheid (Uitruk op maat) Bij posten waarvan bekend is dat de opkomst laag kan zijn worden standaard een tweede eenheid gealarmeerd. Deze kunnen op de incidentlocatie samengevoegd worden. Dit volgens de landelijke kaders Uitruk op Maat. Restdekking Indien een eenheid reeds is ingezet en er een tweede incident plaatsvindt wordt automatisch de volgende nabij gelegen kazerne gealarmeerd. Bij langdurig of grootschalig optreden wordt in restdekking voorzien door paraat stelling van een post.
Figuur 6 – Gemiddelde uitruktijd van een basis-eenheid
werkdruk Werkdruk is de alarmeringsfrequentie van de brandweer. Dit wordt bepaald op basis van het jaarlijkse aantal incidenten waar een eenheid voor wordt gealarmeerd. Het aantal alarmeringen is één van de factoren die management en bestuur inzicht geeft in de haalbaarheid en kosteneffectiviteit van de huidige wijze waarop de repressieve organisatie is ingericht.
Grafiek 2. – Het percentage meldingen per classificatie
Grafiek 1 – Het historisch aantal meldingen in de regio Zeeland
4000 3500 3000 Grafiek 3 – Het aantal brandmeldingen verdeeld per classificatie Brand.
2500 2000 1500 1000 500 0 2018
2019
2020 Totaal
Prio1
2021 Prio2
2022
Zeeuws-Vlaanderen
Bevelanden
Walcheren
Tholen
Schouwen-Duiveland
19 Koewacht 19 Terneuzen Koegorsstraat 19 Axel 19 Sluiskil 19 Westdorpe 19 Zaamslag 19 Terneuzen Zuidlandstraat 19 Hulst 19 Kloosterzande 19 Vogelwaarde
19 Aardenburg 19 Breskens 19 Cadzand 19 IJzendijke 19 Oostburg 19 Sluis 19 Biervliet 19 Hoek 19 Sas Van Gent
19 Colijnsplaat 19 Kamperland 19 Kortgene 19 Goes Oranjeweg 19 Goes Troelstralaan 19 Wolphaartsdijk 19 Baarland 19 Borssele 19 Heinkenszand 19 Nieuwdorp 19 Ovezande 19 's-Gravenpolder 19 Kapelle 19 Wemeldinge 19 Krabbendijke 19 Kruiningen 19 Rilland 19 Yerseke
19 Domburg 19 Koudekerke 19 Oostkapelle 19 Serooskerke 19 Veere 19 Westkapelle 19 Zoutelande 19 Arnemuiden 19 Middelburg Rooseveltlaan 19 Middelburg Stromenweg 19 Middelburg Torenweg 19 Vlissingen Olympiaweg 19 Oost-Souburg
19 Sint-Annaland 19 Sint-Maartensdijk 19 Sint-Philipsland 19 Stavenisse 19 Tholen
19 Brouwershaven 19 Bruinisse 19 Burgh-Haamstede 19 Dreischor 19 Kerkwerve 19 Oosterland 19 Renesse 19 Scharendijke 19 Zierikzee
Post
15 20 19 16 19 15 37 33 20 22
18 19 11 15 27 22 13 19 18
9 18 10 26 17 12 15 13 17 16 15 15 19 12 17 20 15 17
16 16 20 16 14 14 19 23 15 19 21 33 18
19 18 15 15 21
15 16 21 11 12 17 15 18 31
Leden
Basis Samengesteld Samengesteld Samengesteld Samengesteld Samengesteld Samengesteld Basis Samengesteld Samengesteld
Samengesteld Samengesteld Samengesteld Samengesteld Basis Samengesteld Samengesteld Basis Samengesteld
Samengesteld Samengesteld Samengesteld Basis Samengesteld Samengesteld Samengesteld Basis Samengesteld Basis Samengesteld Basis Samengesteld Basis Basis Basis Samengesteld Basis
Samengesteld Samengesteld Samengesteld Samengesteld Samengesteld Samengesteld Samengesteld Basis Samengesteld Basis Samengesteld Basis Samengesteld
Basis Samengesteld Samengesteld Basis Basis
Samengesteld Basis Basis Samengesteld Samengesteld Samengesteld Samengesteld Samengesteld Basis
Binnen kantoortijden
Basis nvt Basis Basis Basis Basis Basis Basis Basis Basis
Basis Basis Samengesteld Basis Basis Basis Basis Basis Basis
Samengesteld Basis Samengesteld Basis Basis Basis Basis Basis Basis Basis Basis Basis Basis Basis Basis Basis Samengesteld Basis
Basis Basis Basis Basis Basis Basis Basis Basis Basis Samengesteld Basis Basis Basis
Basis Basis Basis Basis Basis
Basis Basis Basis Samengesteld Samengesteld Basis Samengesteld Samengesteld Basis
Buiten kantoortijden
Bijlage: Bezettingssterkte van posten en inzettype (d.d. dec 2022) Gebied
Zeeuws-Vlaanderen
Kamperland Kortgene/ Colijnsplaat Nieuwdorp Borssele Wolphaartsdijk Heinkenszand Ovezande Goes-Troelstralaan Goes- Oranjeweg ‘s Gravenpolder Baarland Kapelle Wemeldinge Yerseke Kruiningen Krabbendijke Rilland
Domburg Koudekerke Oostkapelle Serooskerke Veere Westkapelle Zoutelande Stromenweg Rooseveltlaan Arnemuiden Torenweg Souburg Olympiaweg
St. Philipsland St. Annaland Stavenisse St. Maartendsijk Tholen
Haamstede Renesse Scharendijke Brouwershaven Kerkwerve Zierikzee Dreischor Oosterland Bruinisse 1
1
1
1
1
1
1
1
1 1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1 1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
GP
1
1
1 1
NBB
1 1
MIRG
1
1
Tunnelbrand
1
ICB
RTH
1
1
Logistiek
Specialistische brandweerzorg
1
1
VEB
Tankautospuit Redvoertuig Hulpverleningsvoertuig Watertank wagen Waterongevallen (duikteams) Schuimblusvoertuig Verkenningseenheden brandweer Gaspakteam Natuurbrandbestrijding (Betreft combinatie met TS basiszorg) Maritime Incident Response Team Informatie en Coordinatie Grootschalig optreden Reddingsteam op hoogte
1
SB
TS RV HV WTW WO SB VEB GP NBB MIRG ICB RTH
1
Vaartuig
Post Kieldracht levert brandweerzorg obv Grensoverschrijdende samenwerking (GROS)
1
WTW
***
1
1
HV
1
RV
Basis brandweerzorg
1 1 1 1 1 1 1 1 1
1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1
1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 2
1 1 1 1 1
1 1 1 1 1 1 1 1 1
TS
1 1 1 1 1 1 1 1 1 2 1
WO
Bijlage: Spreiding van het materieel
Schouwen-Duiveland
Cadzand Sluis Aardenburg Oostburg Breskens IJzendijke Biervliet Hoek Sas van Gent
Tholen
Terneuzen-Zuidland Terneuzen-Koegors Sluiskil Westdorpe Zaamslag Axel Kloosterzande Vogelwaarde Koewacht Hulst Kieldrecht ***
Walcheren Zeeuws-Vlaanderen West
Bevelanden Zeeuws-Vlaanderen Oost
Bijlage: Visualisatie operationele prestatie In deze bijlage zijn ondersteunende visualisaties opgenomen van de opkomstprestatie in de regio. De grafieken en geografische weergaven geven een beeld van de prestatie van de brandweer gebaseerd op het kazerne netwerk.
Dag-situatie Figuur 6 - Opkomsttijden van de eerste tankautospuit in de dag-situatie. De lichtste kleur geeft de kortste opkomsttijd weer en de donkerste kleur de hoogste.
Het percentage van de locaties in de regio dat binnen een bepaalde tijd wordt bereikt kan ook worden weergegeven in een S-curve. In een staafdiagram is verder gespecificeerd in welke tijdvakken de locaties bereikt worden.
Figuur 7 - Opkomsttijden van drie tankautospuiten. De lichte kleur geeft het kortste tijdbestek weer en de donkerste kleur het hoogste.
Figuur 8 – De opkomst van het aantal tankautospuiten in 15 min. De lichte kleur geeft het hoogste aantal weer en de donkerste kleur het minste.
De opkomst van drie tankautospuiten kan ook uitgezet worden in een grafiek. Onderstaande grafiek laat het percentage van de locaties in de regio zien waarin de opkomst van de 1e, 2e, en 3e eenheid binnen een bepaalde tijd wordt bereikt.
Avond-nacht-weekend situatie Figuur 9 - Opkomsttijden van de eerste tankautospuit in de avond-nachtweekend situatie. De lichtste kleur geeft de kortste opkomsttijd weer en de donkerste kleur de hoogste.
Het percentage van de locaties in de regio dat binnen een bepaalde tijd wordt bereikt kan ook worden weergegeven in een S-curve. In een staafdiagram is verder gespecificeerd in welke tijdvakken de locaties bereikt worden.
Figuur 10 - Opkomsttijden van drie tankautospuiten. De lichte kleur geeft het kortste tijdbestek weer en de donkerste kleur het hoogste.
Figuur 11 – De opkomst van het aantal tankautospuiten in 15 min. De lichte kleur geeft het hoogste aantal weer en de donkerste kleur het minste.
De opkomst van drie tankautospuiten kan ook uitgezet worden in een grafiek. Onderstaande grafiek laat het percentage van de locaties in de regio zien waarin de opkomst van de 1e, 2e, en 3e eenheid binnen een bepaalde tijd wordt bereikt.
Beoordeling van de dekking Zeeland kent een fijnmazig kazerne netwerk van 64 kazernes. Bij een gemiddelde uitruktijd van 5 tot 6 minuten voor een basis-eenheid geeft dit een positief beeld over de dekking van brandweerzorg.
Omdat vrijwilligers geen opkomstverplichting hebben is paraatheid een moeilijk voorspelbare factor. Er bestaat geen norm of een voorgestelde wijze van uitwerking. Wel weten we dat, met name tijdens kantoortijden, de beschikbaarheid van vrijwilligers al langere tijd onder druk staat.
In de gemeente Hulst zou volgens de beoordelingssystematiek de dekking in de omgeving van Nieuw-Namen onvoldoende zijn. Hier wordt de dekking echter verzorgd door een brandweerpost in Kieldrecht (België). Op Noord-Beveland is er sprake van een gezamenlijke opkomst vanuit de posten Kortgene en Colijnsplaat. Op een verzamelpunt worden deze ploegen samengevoegd. Hierdoor is de opkomst mogelijk iets vertraagd.
Daarom willen we binnen de methodiek van GGO ook een indicatie kunnen geven van de mate van beschikbaarheid. Hiervoor kijken we naar de prognose van de opkomstsnelheid, beschikbaarheid van vrijwillig personeel en de uitruk met samengestelde eenheden. Hiervan maken we een inschatting wat dit betekent voor de dekking van de eerste basiseenheid. Op deze manier signaleren we een aantal gebieden die voor de dag-situatie nader beschouwd moeten worden om minimaal het huidige niveau te kunnen behouden of waar flankerend beleid ontwikkeld moet worden. Opgemerkt moet worden dat de beschikbaarheid dynamisch is en afhankelijk van verloop van vrijwillig personeel.
Goed: Voldoende: Onvoldoende:
Goed: Voldoende: Kwetsbaar:
Dekking kan binnen streefwaarde behaald worden Dekking kan binnen de bandbreedte behaald worden Dekking vraagt om een nadere beschouwing
Naar verwachting een goede beschikbaarheid. Naar verwachting voldoende beschikbaarheid. Nadere beschouwing nodig om huidige niveau te behouden.
Bijlage: Weergave van de specialisaties. Inleiding De brandweerzorg is in eerste instantie gebaseerd op de tankautospuit als basiseenheid. Deze basiseenheid is ingericht om in beginsel de hulp te verlenen die nodig is. Het kan echter zijn dat er behoefte is aan specifieke ondersteuning aan de basiseenheid of dat er specifieke risico’s zijn die specialistische kennis, materieel of werkwijze vragen. Hiervoor beschikt brandweer Zeeland over een aantal specialisme. Redvoertuigen Het redvoertuig wordt ingezet voor een aantal zeer verschillende taken, te weten: de redding van mens en dier vanaf hoogte, ter ondersteuning bij de blussing (wanneer een blusinzet van bovenaf nodig is), ter ondersteuning van het veilig werken op hoogte (zoals bijvoorbeeld bij schoorsteenbranden en stormschade), ter ondersteuning van de ambulancedienst (afhijsen van patiënten die horizontaal moeten worden vervoerd of die niet via de normale wijze uit een pand kunnen worden gebracht), als vluchtweg van het eigen personeel en allerlei andere werkzaamheden die hoogte vergen. Dit risico geldt met name bij oudere gebouwen, omdat daarbij in het verleden brandpreventie op een ander niveau georganiseerd was. Deze gebouwen, waarbij sprake is van beperkte vluchtwegen en slechte brandwerendheid, worden vooral nog aangetroffen in stedelijke gebieden met oude wijken.
De redvoertuigen zijn gepositioneerd op de posten: Zierikzee, Vlissingen, Middelburg, Goes, Oostburg, Terneuzen, Hulst
Hulpverleningsvoertuigen Een hulpverleningsvoertuig is een ondersteunend voertuig aan de tankautospuit bij technische hulpverlening, de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen en bij waterongevallen. Voor zwaardere en complexere incidenten met onder andere vrachtwagens, bussen, spoorwegincidenten en waterongevallen, is de HV een adequaat ondersteunend voertuig. De hulpverleningsvoertuigen zijn gepositioneerd: Zierikzee, Sint-Annaland, Middelburg, Goes, Kruiningen, Krabbendijke, Hoek en Hulst.
Watertank-wagen Een watertank-wagen wordt gebruikt om te voorzien in een eerste extra hoeveelheid bluswater. Dit ter aanvulling op het brandkranennet. In diverse gebieden in het brandkranennet niet toereikend om in voldoende mate te voorzien in primair bluswater. Aanvullend op de primaire bluswatervoorziening beschikt brandweer Zeeland ook over
voorzieningen voor grootschalig watertransport. De watertank-wagen kan voorzien in de overbrugging bij de opbouw van dit systeem. Tevens vervult de watertank-wagen een rol bij de bluswatervoorziening bij natuurbrandbestrijding. De watertank-wagens zijn gepositioneerd op de posten: Haamstede, Sint-Annaland, Serooskerke, Souburg, Goes, Oostburg, Terneuzen.
Waterongevallenbestrijding Waterongevallenbestrijding is te definiëren als alle werkzaamheden die de brandweer verricht om te water geraakte personen en/of dieren te redden. Waterongevallenbestrijding wordt op een drietal manieren uitgevoerd:
Natuurbrandbestrijding Het risico op onbeheersbare natuurbranden is sterk afhankelijk van het seizoen, de vegetatie en de weersomstandigheden. Het inzetvoorstel is daarom variabel, extra toezicht kan worden ingesteld en helikopters van defensie kunnen worden geconsigneerd.
•
Bij een melding van een natuurbrand wordt er, afhankelijk van het uitbreidingsrisico uitgerukt met 1 of 4 eenheden die het snelst ter plaatse kunnen zijn. Bij de opzet voor natuurbrandbestrijding is uitgegaan van: • Inzet ten behoeve van een beginnende natuurbrand met name rondom de Kop van Schouwen (Schouwen-Duiveland) en de Manteling (Veere). • Samenwerking met andere VR’s: -Zuid-6: Handcrew-team -VROG: Landelijk adviseur -natuurbrandbestrijding
•
•
Door een grijpredding vanaf de waterkant, uit te voeren wanneer de situatie dat toelaat; Door een oppervlakteredding, wanneer personen en/of dieren zich nog aan de oppervlakte of net daaronder bevinden, maar niet meer vanuit de waterkant of vanaf het ijs kunnen worden gered; Door het inzetten van brandweerduikers, wanneer personen en/of dieren zich onder water bevinden en niet meer kunnen worden gered door middel van oppervlakteredding.
Brandweer Zeeland beschikt over vier duikteams inclusief een vaartuig. Deze zijn gepositioneerd op de posten: Tholen, Goes, Middelburg-Stromenweg en Teneuzen. Daarnaast kent Veiligheidsregio Zeeland twee vaartuigen voor de uitvoering van SAR-taken op het oostelijk deel van de Oosterschelde en het Schelde-Rijnkanaal. Deze vaartuigen verbonden aan de posten Stavenisse en Tholen
Daarnaast zijn er afspraken met defensie en kan er bijstand worden gevraagd van andere regio’s in Nederland. Brandweer Zeeland beschikt over vier 4x4 aangedreven voertuigen met bluskanon om rijdend te kunnen blussen. Dit zijn combi-voertuigen die ook voor reguliere brandweerzorg worden ingezet. De voertuigen zijn geplaatst op de posten: Burgh Haamstede, Renesse, Oostkapelle, Vlissingen
Incidentbestrijding gevaarlijke stoffen Bij een incident met gevaarlijke stoffen wordt naast de standaard brandweereenheden, in bijzondere situaties, een Gevaarlijke stoffen eenheid (GSE) ingezet voor het bestrijden van het chemisch incident. Zij kunnen onder bescherming van gaspakken ingezet worden. Onder gevaarlijke stoffen verstaan we chemische, biologische en radiologische/nucleaire risico's. Een incident met gevaarlijke stoffen kan dus gaan van een incident bij chemische industrie, een uitbraak van een gevaarlijk virus tot aan transportongevallen. In deze gevallen kan de inzet van een gaspakkenteam (GSE) nodig zijn omdat de basisuitrusting van een brandweerman onvoldoende bescherming biedt of omdat daar specifieke kennis of vaardigheden voor nodig zijn. Gaspakdragers zijn opgeleid en getraind om volgens bepaalde procedures en met specifiek materiaal in actie te komen. De posten Sas van Gent en Middelburg hebben beiden GSE die afzonderlijk of in het geval van een complex incident samen uitrukken. Daarnaast kan er een Basis Ontsmettingseenheid (BOE) worden ingezet ten behoeve van ontsmetting van slachtoffers of eigen personeel.
Verkenningseenheden Brandweer Zeeland beschikt over elf verkenningseenheden (VEB). Zij kunnen metingen verrichten bij incidenten waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen. Ook waarnemingen en monstername hoort tot hun taken. Het kan bijvoorbeeld gaan om een rookwolk bij een grote brand. De VEB brengen met metingen en waarnemingen in kaart, waar de rookwolk op leefniveau komt en geven deze info door aan een Coördinator Verkenningseenheden of Adviseur Gevaarlijke Stoffen. De brandweer bepaalt hoe de wolk zich verplaatst en stemt met de overige hulporganisaties af, welke maatregelen nodig zijn om het gevaar te voorkomen of te beperken. De VEB kan ook ingezet worden voor: • het schouwen en herkennen bij gebouwschade vanwege een incident zoals een explosie, aardbeving of stormschade. • waarnemen bij rampen en crisis. Dit kan gaan van een natuurbrand, hoog water of nutsuitval.
MIRG MIRG staat voor “Maritime Incident Response Groups”. Dit bestaat uit internationaal gespecialiseerde teams die incidenten aan boord van schepen vakkundig kunnen bestrijden. De MIRG-team werken in Europees verband en bestaan uit teams uit Nederland, Belgie, Frankrijk en GrootBrittannië. Door snel en doelgericht ingrijpen van deze teams, bij brand of incidenten met gevaarlijke stoffen, kunnen slachtoffers en evacuaties op open zee worden voorkomen en wordt milieuvervuiling zo veel mogelijk tegengegaan. Wanneer het incident onder controle is, kan een schip naar een veilige haven worden begeleid. De hinder voor het overige scheepvaartverkeer wordt zo zoveel mogelijk beperkt. Elk land levert een eigen MIRG-team. Alle landenteams samen vormen één MIRG-EU. Zij kunnen elkaar in geval van langdurige incidenten aflossen. Elk partnerland werkt normaal volgens zijn eigen nationale brandweerprotocollen, met zijn eigen materieel en kent zijn eigen opleidingseisen. In dit internationale verband is het noodzakelijk dat de teams op elkaar kunnen aansluiten. Dat betekent dat ze op dezelfde manier een incident bestrijden, werken met uitwisselbare materialen, dezelfde opleiding hebben en het zelfde jargon gebruiken.
Tunnelbrandbestrijding De Westerscheldetunnel en Sluiskiltunnel zijn belangrijke verkeersaders voor Zeeland. De incidentbestrijding bij deze tunnels kent een andere dynamiek dan reguliere incidenten. Aan beide zijde van de Westerscheldetunnel is in Borssele en Terneuzen een team dat specialistisch is opgeleid en getraind in de bestrijding van tunnelincidenten Rope Rescue Team (RRT) Het Rope Rescue Team komt in actie bij lastige reddings- of bergingssituaties op hoogte, diepte of moeilijk bereikbare plaatsen zoals hoogspanningsmasten, windturbines, kerktorens, sluizencomplexen, kelders, tanks en silo's op industriële terreinen. Dit team komt ter plaatse wanneer normale toegang niet mogelijk is of die onbereikbaar is voor een redvoertuig. Zoals de naam het al zegt, werkt het Rope Rescue Team met allerlei soorten touwsystemen om bij het incident te komen en als het nodig is slachtoffers te vervoeren. Er bestaan vier RRT’s in Nederland, waarvan één team het gebied Zeeland en een deel van Middenen West-Brabant (tot aan Breda) voor haar rekening neemt. RRT Zeeland heeft Terneuzen als uitvalsbasis en is sinds 2008 operationeel.
ICB In geval van grootschalig brandweeroptreden is een goede coördinatie en informatievoorziening van belang. Op post Arnemuiden is een ICB (Informatie en Coordinatie Brandweer) gehuisvest dat in deze taak voorzien. Het ICB wordt gealarmeerd bij een groot incident en bestaat uit drie personen die de (Hoofd) Officier van dienst ondersteunen in hun coördinerende taak. Het ICB creëert tevens een samenvatting van het incident en deelt dit met het Regionaal Crisis Centrum (RCC). Het ICB stelt bij het grootschalig optreden de brandweer in staat om tijdig geverifieerde monodisciplinaire informatie te delen met de leidinggevenden in het incidentgebied als met het Regionaal Crisis Centrum ten behoeve van de multidisciplinaire coördinatie. Logistiek Op de posten Krabbendijke en Sluiskil zijn logistieke eenheden gehuisvest. Deze eenheden verzorgen bij langdurige en grootschalige inzetten voor de logistieke verzorging van het personeel. First Responder Brandweer De First Responder Brandweer (FRB) bestaat uit een brandweereenheid van 2-4 personen welke wordt gealarmeerd om levens reddende handelingen te verrichten in een situatie waarbij dit noodzakelijk is. Taken welke hieronder worden geschaard zijn: basale reanimatie, mond-opmond beademing i.c.m. massage, bedienen van AED en gebruik van zuurstof.
Bijlage: Structuur grootschalig brandweeroptreden (GBO)
Algemeen commandant brandweer (Tevens lid ROT)
Sectie Brandweerzorg (HBE)
Taakcommandant brandweer HOvD (Tevens lid CoPI)
Prestatie-eis
Optie: Compagniescommandant (HOvD)
Pel 1200 Meetplan Organisatie (MPL)
AGS
Optie: Compagniescommandant (HOvD)
Optie: Compagniescommandant (HOvD)
Pel 100 Basis Brand OvD
Pel 200 Basis Brand OvD
Pel 300 Basis Brand OvD
Pel 400 Basis Brand OvD
Pel 500 GWV
Pel 600 GWV
Pel 700 THV
OvD
OvD
Eenheden BV
Eenheden BV
Eenheden BV
Eenheden BV
Eenheden BV
Eenheden BV
Per basis-peloton: 200m vuurfront 200m inzetdiepte Max. 4 enkelvoudige beknellingen Redding in vuilwerkpak met back-up
2x 4000 L/min (max 1500m)
Pel 900 Logistiek
Pel 1100 IBGS
OvD
Pel 800 Specialistische blussing OvD
OvD, PC-LOG
OvD
Pel 1300 Grootschalige ontsmetting OvD
Eenheden BV
Eenheden BV
Eenheden BV
Eenheden BV
Eenheden BV
Aanvulling op basispeloton. 4 meer dan gemiddelde beknelling
Afdekken plas 1500m2
Op basis van behoefte