CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

E.32 BBV Ontwerpbrief GS Begrotingscirculaire 2026 (ondertekend)

Raadsvergadering 27 mei 2025, gemeente KapelleBij agendapunt: Vaststellen Lijst Ingekomen Stukken (LIS) en overzicht toezeggingen en moties 27 mei 20254.195 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gedeputeerde Staten

Abdij 6 4331BK Middelburg Postbus 6001 4330 LA Middelburg +31 118631011 IBAN NL08 BNGH 0285010557

Aan de gemeenteraden in Zeeland en in afschrift aan de colleges van B&W

Onderwerp

Begrotingscirculaire 2026

Zaaknummer

650333

Behandeld door

S.L. Schot +31 6 55484498

Verzonden

Middelburg, 8 april 2025

Geachte raad, Ieder jaar krijgt u van ons uitgangspunten voor de komende begroting (begrotingscirculaire). Hiermee informeren wij u over actuele onderwerpen en geven we u duidelijkheid over de manier waarop wij de komende begroting en meerjarenraming beoordelen. De informatie in deze circulaire is belangrijk voor het opstellen en het vaststellen van de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029. De gemeenteraad heeft de verantwoordelijkheid om de gemeente financieel gezond te houden. De financieel toezichthouder is er om gemeenten en gemeenschappelijke regelingen te helpen met het behouden van die gezonde financiële huishouding. De basis voor het financieel toezicht ligt in artikel 203 van de gemeentewet. Naast de gemeentewet gebruiken wij ook het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK 2020) en het Besluit begroting en verantwoording (BBV) als kaders voor het toezicht. Op basis van de Gemeentewet moeten gemeenten een begroting opstellen die structureel en reëel in evenwicht is. Dit betekent: • Dat structurele lasten gedekt worden met structurele baten. Jaarlijks terugkerende taken moeten met de jaarlijks terugkerende opbrengsten kunnen worden bekostigd. • Dat de lasten en baten reëel geraamd worden.

Concreet houdt dit in dat er een goede inschatting wordt gemaakt van hoeveel taken zullen kosten, hoeveel opbrengsten er binnen zullen komen en hoeveel eventueel bespaard kan worden met het nemen van maatregelen. Ook zijn er momenteel veel ontwikkelingen die de gemeentefinanciën en het financieel toezicht daarop raken. Als financieel toezichthouder houden wij ons aan de geldende wet- en regelgeving en lopen we niet vooruit op eventuele ontwikkelingen met betrekking tot het financieel toezicht. Dit betekent dat Gedeputeerde Staten de begroting 2026 zullen beoordelen op het wettelijk criterium van structureel en reëel evenwicht. We hebben begrip voor de financiële problematiek van gemeenten en vinden dat het Rijk moet zorgen voor een goede balans tussen taken en middelen voor gemeenten, zoals bedoeld in de Financiële Verhoudingswet. Dat moet de oplossing zijn voor de financiële problemen van gemeenten en niet een aanpassing van het financieel toezicht. Dat wil zeggen dat wij eraan vasthouden dat de begroting 2026 of de meerjarenraming, uiterlijk in 2029, structureel en reëel moet sluiten.

Na onze beoordeling van jullie begroting krijgt iedere gemeente voor 1 januari 2026 van ons een brief over de toezichtvorm. Repressief (regulier) toezicht is standaard. Dit geldt als de begroting voldoet aan de eisen. Preventief (verscherpt) toezicht is uitzondering. Dat geldt als de begroting en meerjarenraming niet structureel en reëel in evenwicht zijn. Heeft u vragen over deze circulaire? Of over de vertaling hiervan in de begroting? Neem dan gerust contact op met de ambtelijke contactpersoon voor uw gemeente. Actualiteiten Terugloop algemene uitkering 2026 Gemeenten ontvangen vanaf 2026 structureel minder geld uit het gemeentefonds van de Rijksoverheid, de belangrijkste inkomstenbron van gemeenten. Dit heeft te maken met de overgang van de oude naar de nieuwe financieringssystematiek van het gemeentefonds. De verwachting is dat deze overgang leidt tot een terugloop van € 2,3 miljard aan inkomsten voor gemeenten. Hierdoor komt uw begroting meer onder druk te staan. Gemeenten en het Rijk zijn in gesprek, maar het is nog niet duidelijk of er extra middelen beschikbaar komen. We vragen u om tijdig maatregelen te nemen voor het presenteren van een structureel sluitende begroting. Dit kan bijvoorbeeld door te bezuinigen, belastingen te verhogen of een combinatie van beide.

Herijking gemeentefonds Vanaf 1 januari 2023 is het verdeelmodel van het gemeentefonds herzien, met als doel een stabiel verdeelmodel dat zoveel mogelijk aansluit bij de kosten van de gemeenten. Een ‘ingroeipad’ zorgt ervoor dat de gevolgen van de herziening beperkt blijven. Daarvoor krijgen nadeelgemeenten een suppletie-uitkering, die de hoogte van de herverdeeleffecten beperkt. De bedragen voor 2026 en verder voor de suppletie-uitkering zijn afhankelijk van verdere besluitvorming. In afwachting hiervan heeft het Rijk besloten voor 2026 uit te gaan van de stand 2025 en dus de suppletie-uitkering door te trekken. Tot 2027 blijven de financiële gevolgen hierdoor beperkt tot maximaal € 37,50 per inwoner. Dat geldt voor alle gemeenten. Daarbij maakt het niet uit of uw gemeente voordeel of nadeel heeft van het nieuwe verdeelmodel. Voor sommige gemeenten is het voor- of nadeel van de herverdeling groter dan € 37,50 per inwoner. Verwacht u een groter voordeel door de herverdeling dan € 37,50? Dan kunt u hier nog geen rekening mee houden. Verwacht u een groter nadeel dan € 37,50? Dan kunt u hier uit voorzichtigheidsoverwegingen rekening mee houden in uw raming.De minister heeft in een brief aan de Tweede Kamer aangekondigd dat er vanaf 2027 een nieuwe stap zal worden gemaakt in het ingroeipad.

De aanpassingen in het model per 1 januari 2027 worden uiterlijk in het voorjaar van 2026 met de Kamer gedeeld. Eigen bijdrage WMO Het kabinet is van plan om voor een aantal voorzieningen binnen de Wmo 2015, namelijk de voorzieningen waar nu het abonnementstarief voor geldt, een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren. Het Rijk verwacht dat de invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage de druk op het gebruik van Wmo-voorzieningen verlaagt. Daardoor zou de Wmo voor gemeenten langer betaalbaar blijven. Vorig jaar informeerden we u dat de ingangsdatum van deze bijdrage was verschoven naar 1 januari 2026. Het kabinet heeft aangekondigd de ingangsdatum verder te verschuiven naar 1 januari 2027. Indien u de verwachte inkomsten vanaf 2027 raamt, dient u de hoogte van de opbrengsten goed te kunnen onderbouwen. Bij de Voorjaarsnota wordt meer bekend over de wijze waarop de vertraging in invoering doorwerkt op het gemeentefonds.

Behoort bij brief met zaaknummer: 650333

2

Extra middelen jeugdzorg In de zomer van 2024 stuurden wij u informatie over onze landelijke richtlijn voor het opnemen van de jeugdmiddelen in de begroting 2025. Deze richtlijn zullen wij actualiseren in het geval het Rijk bij de meicirculaire 2025 niet met een nieuwe oplossing komt. Op die manier weet u waar u aan toe bent bij het opstellen van de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029. Wij zullen u hierover tijdig informeren. In de septembercirculaire 2024 bent u geïnformeerd over het definitief schrappen van de extra besparingen op de jeugdzorg. Het gaat om € 500 miljoen in 2026 en € 511 miljoen vanaf 2027. Deze middelen worden toegevoegd aan het gemeentefonds. Echter, de geplande bezuiniging van € 1 miljard op de jeugdzorg via de Hervormingsagenda Jeugd blijft vooralsnog overeind. Daarnaast mogen gemeenten in de jaarschijven 2026, 2027 en 2028 aanvullende middelen, zoals die in de Hervormingsagenda Jeugd zijn afgesproken, als structurele en reële raming in de meerjarenbegroting meenemen. Concreet gaat het om respectievelijk € 284 miljoen, € 211 miljoen en € 250 miljoen. Voor 2029 is nog niet bekend of en hoe aanvullende middelen in de begroting opgenomen kunnen worden. Wanneer hier meer over bekend is zullen we u informeren.

Eind januari 2025 heeft de deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd het rapport ‘Groeipijn’ gepubliceerd, waarbij onderzoek is gedaan naar de hervormingsplannen en de betaalbaarheid van de jeugdzorg. In het rapport zijn een aantal aanbevelingen gedaan, waarbij de commissie oproept om financiële afspraken tussen het Rijk en de gemeenten te herijken. In maart 2025 vindt het overhedenoverleg plaats waar de resultaten van het rapport ‘Groeipijn’ en de financiering van de jeugdzorg worden besproken. De verwachting is dat de financiële uitkomsten van dit overleg in de meicirculaire 2025 verwerkt worden. Klimaat- en energiebeleid Gemeenten spelen een belangrijke rol in de uitvoering van de klimaat- en energieplannen. Het kabinet ondersteunt gemeenten hierbij met geld uit de CDOKE-regeling voor de jaren 2023 tot en met 2025. Met dit geld kunnen gemeenten extra personeel aantrekken. Gemeenten kunnen meer kennis opdoen en experts inhuren. Gemeenten moeten ervanuit kunnen gaan dat ze dit geld elk jaar krijgen. Anders kunnen ze geen langdurige verplichtingen aangaan. De Raad van het Openbaar Bestuur (ROB) heeft in maart 2024 een advies gegeven over het vervolg van deze middelen. Hierin benadrukt de ROB dat het van belang is dat gemeenten voor langere tijd zeker zijn van middelen. Er wordt gewerkt aan een nieuwe regeling voor na 2025. Het Rijk heeft hier al budget voor gereserveerd.

In de brief ministerie van Economische Zaken en Klimaat leest u hier meer over. Omdat de verwachting is dat de middelen ook na 2025 beschikbaar worden gesteld, is het toegestaan om de middelen alvast op te nemen in de begroting 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2029. Daarbij is het belangrijk dat zowel de baten als de aan de middelen verbonden lasten opgenomen worden. Voor 2024 en 2025 waren ook extra middelen beschikbaar op basis van planfinanciering. Voor zover bekend worden deze middelen niet gecontinueerd na 2025. Specifieke uitkering opvang Oekraïners Voor sommige taken ontvangen gemeenten een specifieke uitkering (SPUK). De kosten verantwoorden gemeenten via de SISA bijlage op basis waarvan afrekening plaatsvindt. Vanwege deze afrekening kunnen gemeenten de baten en lasten budgettair neutraal in de begroting ramen. Zolang gemeenten zowel de baten als de lasten als incidenteel (of beide structureel) ramen heeft dit geen effect op het structureel saldo. De afgelopen jaren mochten gemeenten echter eventuele overschotten voor het opvangen van Oekraïense vluchtelingen houden. Wij zijn van mening dat het hier om een tijdelijke taak gaat. Dit betekent dat de overschotten incidenteel naar aard zijn en dat wanneer een gemeente een overschot raamt zij de baten en lasten moet opnemen in het overzicht van incidentele baten en lasten.

Behoort bij brief met zaaknummer: 650333

3

Besluit, begroting en verantwoording (BBV) Grondexploitaties Eind 2023 heeft de commissie BBV een nieuwe notitie grondbeleid in begroting en jaarstukken uitgebracht. De notitie is aangepast om beter aan te sluiten op de omgevingswet en de fiscale regelgeving. Het is verplicht om de nieuwe notitie vanaf begrotingsjaar 2025 toe te passen. Toepassing in de jaarrekening 2024 is mogelijk, maar niet verplicht. Twee wijzigingen die invloed kunnen hebben op de financiën van uw gemeente zijn: • De omslagrente moet toegerekend worden aan de grondexploitaties. Eerder werd hier een aparte rente over berekend vanwege de fiscale wetgeving. • Er mag geen winst meer worden genomen van een grondexploitatie die nog tien jaar of langer loopt. De winst wordt genomen op basis van de voortgang in de gemaakte kosten en opgehaalde opbrengsten. Een doel van de notitie grondbeleid is om eenduidigheid te creëren tussen gemeenten in de berekening en verslaglegging van de grondexploitaties. Grondbeleid en grondexploitaties zijn erg technisch van aard. Door grondexploitaties op vergelijkbare wijze te rapporteren en te berekenen kunnen de grondexploitaties van gemeenten vergeleken worden en kan de voortgang van een project in de tijd goed gevolgd worden. Volg dus de verslaggevingsregels van het BBV bij het opstellen van de paragraaf grondbeleid en bij het toelichten van de balans.

De bijlage van de BBV-notitie grondbeleid geeft hulpmiddelen en voorbeelden voor de presentatie van de grondexploitaties. We adviseren u om deze voorbeelden en hulpmiddelen te gebruiken bij het opstellen van uw paragraaf grondbeleid in jaarrekening en begroting. Naast de toelichting op de balans en de paragraaf grondbeleid komen de grondexploitaties ook terug op het overzicht van incidentele baten en lasten. De verrekening van het grondexploitatieresultaat met de balans dient terug te komen op dit overzicht. Doordat de balansmutaties en het resultaat elkaar opheffen heeft dit geen invloed op het structureel resultaat. Ook het nemen van winst of verlies dient op het overzicht van incidentele baten en lasten terug te komen. Door winst en/of verlies op te nemen op het overzicht van incidentele baten en lasten wordt voorkomen dat deze het structureel resultaat beïnvloeden. Actualisaties BBV notities Door de commissie BBV zijn in 2024 de volgende noties geactualiseerd: • In de Kadernota rechtmatigheid 2024 zijn de Q&A vragen tot november 2023 verwerkt en zijn de richtlijnen rond het opnemen van misbruik bij toegepast M&O beleid verscherpt. • De notitie structurele en incidentele baten en lasten is geactualiseerd aan de hand van de notitie incidenteel/structureel van het BOFv. Voor meer informatie over de inhoudelijke wijzigingen verwijzen we u naar de website van de commissie BBV.

Specifieke aandachtspunten Bezuinigingen In aanloop naar 2026 hebben veel gemeenten te maken met bezuinigingsoperaties en takendiscussies. Daarom is het zinvol om specifiek in te gaan op deze onderdelen bij de toelichting op de financiële positie in de begroting en de meerjarenraming. Het is belangrijk dat bezuinigingen, stelposten, ombuigingen, taakstellingen en/ of verwerving van extra inkomsten (vanaf nu bezuinigingen genoemd) zowel benoemd als concreet toegelicht worden. Het concreet toelichten van de wijze waarop de voorgenomen bezuinigingen voor de komende jaren zijn vertaald in de begroting biedt inzicht in de begrotingspositie. De concrete toelichting is noodzakelijke informatie voor de gemeenteraad en de toezichthouder in de beoordeling van de realiteit van de bezuinigingen en de algehele begrotingspositie.

Behoort bij brief met zaaknummer: 650333

4

Bezuinigingen die onvoldoende hard (specifiek) zijn onderbouwd, of waarbij onvoldoende duidelijk kan worden gemaakt dat deze tijdig te realiseren zijn, worden door de toezichthouder bijgesteld op het structurele saldo. Net als voor alle ramingen in de begroting, geldt ook voor bezuinigingen dat deze reëel geraamd dienen te worden. Om de financiële stabiliteit van de gemeente te waarborgen is het noodzakelijk dat de voorgenomen bezuinigingen volledig gerealiseerd worden. Wij adviseren u, indien van toepassing, een integraal beeld van de opgenomen bezuinigingsmaatregelen te presenteren in een aparte paragraaf of bijlage. In deze paragraaf of bijlage kunt u in één oogopslag de opgenomen bezuinigingen zien die verspreid in de begroting op programmaniveau zijn opgenomen. Daarnaast kunt u hier de voortgang van eerder door u vastgestelde bezuinigingsmaatregelen toelichten. Met een aparte paragraaf wordt u in staat gesteld het overzicht op maatregelen te behouden en bezuinigingen effectief te monitoren. Bezuinigingen bij verbonden partijen De begroting van een Gemeenschappelijke Regeling (GR), zoals deze door het Algemeen Bestuur is vastgesteld, is voor het toezicht leidend. Dit betekent dat u geen taakstellingen voor de GR mag opnemen in uw begroting of meerjarenraming als het Algemeen Bestuur hier (nog) geen besluit over heeft genomen.

Circulaires gemeentefonds Het Rijk informeert gemeenten meerdere keren per jaar over de uitkering uit het gemeentefonds via circulaires. Maak helder bij het opstellen van de begroting welke circulaire (mei- óf septembercirculaire) als uitgangspunt wordt genomen en wissel niet tussen het gebruik van de twee. Wanneer voor een circulaire wordt gekozen dient deze volledig verwerkt te worden. Ook dient u te indexeren volgens de economische raming van het CPB (CEP), zoals opgenomen in de door u gehanteerde circulaire. Het is niet mogelijk om de effecten van een circulaire deels te verwerken. Uit voorzichtigheid kan er gekozen worden om lagere opbrengsten te ramen dan die in de gehanteerde circulaire. Daarbij is het ook van belang om aan te geven of u in het meerjarenperspectief constante of lopende prijzen hanteert. Begrotingssaldo en SRE Het inzicht in de structurele begrotingspositie van uw gemeente blijft een belangrijk aandachtspunt. In het kader van transparantie is het belangrijk dat het structurele begrotingssaldo onderdeel uitmaakt van het raadsvoorstel, de aanbiedingsbrief of de inleiding van de begroting. Het structureel begrotingssaldo dient voor zowel het betreffende begrotingsjaar als voor de meerjarenraming, inzichtelijk gepresenteerd te worden. Daarbij presenteert u de lasten en baten apart.

Wij adviseren u het structureel begrotingssaldo op deze wijze in het raadsvoorstel en in de inleiding van de begroting op te nemen: Structureel begrotingssaldo (bedragen x €1000) Lasten exclusief mutaties reserves

2026

2027

2028

2029

-450

-575

-600

-750

Baten exclusief mutaties reserves

500

550

600

650

Geraamd saldo van baten en lasten

50

-25

0

-100

Toevoegingen reserves

-200

-200

-400

-200

Onttrekkingen reserves

300

225

300

300

Geraamd resultaat

150

0

-100

0

Incidentele lasten incl. incidentele toevoegingen reserves

-200

-200

-300

-200

Incidentele baten incl. incidentele onttrekkingen reserves

150

200

50

350

Structureel begrotingssaldo

200

0

150

-150

Behoort bij brief met zaaknummer: 650333

5

Naast het structureel en reëel evenwicht (SRE) dient de begroting ook formeel in evenwicht te zijn (conform GTK 2020 paragraaf 7.11 Vaststellingsbesluit begroting). Dit houdt in dat alle lasten gedekt zijn door baten. In uw begroting kunt u een tekort tonen op een of meerdere jaren. Indien uw gemeente een begrotingstekort heeft (maar wel een positief structureel en reëel evenwicht), dient in het raadsbesluit te worden opgenomen hoe het tekort in het begrotingsjaar wordt gedekt, bijvoorbeeld met een onttrekking aan de algemene reserve. Hiermee besluit de gemeenteraad expliciet over een tekort in de voorliggende begroting en de bijhorende dekking. Incidentele baten en lasten Het BBV stelt dat alle baten en lasten in principe structureel van aard zijn. Incidentele baten en lasten zijn hier de uitzondering op. Incidentele baten en lasten zijn tijdelijk, maar hebben wel invloed op het saldo. Het saldo zonder incidentele baten en lasten heet het structureel begrotingssaldo. Dit structureel saldo geeft een beter beeld of een gemeente in staat is haar jaarlijkse lasten met jaarlijkse baten te dekken. Doordat de incidentele baten en lasten invloed hebben op het structureel saldo zijn deze zeer relevant voor het financieel toezicht en voor de raad in haar kaderstellende rol. Daarom is het belangrijk dat de incidentele baten en lasten correct aangemerkt worden en goed worden toegelicht.

Bij het specificeren van incidentele baten en lasten is het van belang om dit consequent te doen. Ook bent u, conform de stellige uitspraak van de Commissie BBV, verplicht een toelichting bij de incidentele baten en lasten op te nemen in uw begroting. Deze toelichting kan kort en bondig zijn. Belangrijk is dat op basis van de toelichting duidelijk is waarom bepaalde posten als incidenteel worden aangemerkt. De aard, einddatum en materialiteit zijn hier belangrijk bij. Of een post als incidenteel kan worden aangemerkt ligt vaak aan de specifieke situatie. Mocht u vragen hebben over specifieke incidentele baten of lasten neem dan gerust contact op met uw ambtelijk contactpersoon. Structurele reserve inzet in het BBV Het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen (BOFv) heeft in 2023 de notitie incidenteel/structureel vastgesteld. In deze notitie staan afspraken en verduidelijkingen over het onderwerp incidenteel/structureel, waaronder afspraken waardoor er meer mogelijkheden zijn om de reserves structureel in te zetten. Deze notitie van het BOFv is eind 2024 ook verwerkt in de notitie structurele incidentele baten en lasten van de commissie BBV. Het Vakberaad gemeentefinanciën werkt op het moment aan richtlijnen voor toepassing van deze nieuwe regelingen, op basis van casuïstiek. We informeren u hier later dit jaar verder over.

Bij de structurele inzet van reserves adviseren we u om deze vooraf af te stemmen met de toezichthouder. Geef bij alle reservemutaties duidelijk aan of deze incidenteel of structureel zijn. Bij een structurele inzet is het belangrijk om een duidelijke toelichting te geven waarin wordt onderbouwd dat aan de voorwaarden voor inzet wordt voldaan. Wanneer de toezichthouder oordeelt dat niet aan de voorwaarden voor een structurele reserve inzet wordt voldaan wordt de reserve inzet als incidenteel beschouwd en als zodanig behandeld in de beoordeling van uw gemeente. Structurele mutaties van reserves dienen apart inzichtelijk te worden gemaakt in uw begroting. Neem alle structurele reservemutaties dus op in het verplichte overzicht van structurele reservemutaties. Ook alle incidentele reservemutaties dient u inzichtelijk te maken door deze op te nemen in het overzicht van incidentele baten en lasten. Aansluiting reserves Bij de beoordeling van de begrotingen merkten wij op dat de presentatie van mutaties van reserves op verschillende overzichten in uw begroting niet altijd aansluiten. Wanneer deze overzichten niet aansluiten kan dit indiceren dat mutaties in de reserves niet juist in de exploitatie zijn verwerkt, wat kan leiden tot een bijstelling van het (structureel) saldo. Het totaal van (de mutaties van) de reserves dient aan te sluiten met: • •

Het totaal van de reserves, zoals gepresenteerd in de staat van reserves; De toevoegingen en onttrekkingen aan reserves, zoals gepresenteerd in de staat van reserves;

Behoort bij brief met zaaknummer: 650333

6

•

De som van de incidentele mutaties van de reserves en de structurele mutatie van de reserves, zoals gepresenteerd op het overzicht van incidentele baten en lasten en het overzicht van structurele reservemutaties.

Wij vragen u bij het opstellen van de begroting te controleren of deze overzichten op elkaar aansluiten. BTW- Compensatiefonds Met ingang van het begrotingsjaar 2019 is de wijze van verwerking van de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) in de raming van de algemene uitkering in de circulaires gewijzigd. Dat was voor het ministerie van BZK de aanleiding om in afstemming met de VNG en de provinciale toezichthouders een advies op te stellen over de wijze waarop de ruimte onder het plafond van het BCF door gemeenten kan worden opgenomen als verwachte baat. Gezien de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van de ruimte onder het BCF-plafond mag u maximaal de meest recente gerealiseerde ruimte onder het plafond ramen in uw begroting. Deze gerealiseerde ruimte wordt bekendgemaakt in de meicirculaire. Voor de raming in de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 wordt dus de definitieve afrekening van de ruimte onder het BCF-plafond gebruikt van het jaar 2024. In de huidige onzekere tijden waarbij gemeenten kampen met meerjarige tekorten is het reëel dat gemeenten in hun begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 rekening houden met (een deel van) de beschikbare ruimte onder het plafond van het btw-compensatiefonds. Door hier gebruik van te maken, kan het nemen van pijnlijke bezuinigingsmaatregelen (deels) worden beperkt.

Kapitaallasten De afgelopen jaren zien we in veel gemeentelijke jaarrekeningen dat onderuitputting van kapitaallasten wordt gerapporteerd. Dit wordt veroorzaakt doordat de geplande investeringen niet tijdig kunnen worden gerealiseerd. Als toezichthouder adviseren we om in de begroting zeer kritisch te kijken naar de investeringsplanning en de bijhorende ambities. In de huidige marktomstandigheden waarbij krapte van personeel aan de orde van de dag is, dient wel te worden overwogen welke (grote) projecten in het begrotingsjaar weg kunnen worden gezet. En gebaseerd op ervaringen van de afgelopen jaren, de projecten te spreiden over de komende jaren. Investeringen waar de gemeenteraad over heeft besloten dienen volledig verwerkt te zijn in de begroting en meerjarenraming. Van de hieruit voortvloeiende kapitaallasten dienen zowel rente- als de afschrijvingslasten meerjarig te worden geraamd. Onderhoud Kapitaalgoederen Weergave in de begroting Om vast te stellen of in de begroting en meerjarenraming sprake is van reële ramingen, vormt de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen voor de toezichthouder een essentieel onderdeel van de begroting en de jaarstukken.

Onder andere aan de hand van deze paragraaf toetst de toezichthouder of de beleidsnota’s en beheerplannen recent zijn, of aan de eisen van de wet- en regelgeving en het door de raad vastgestelde beleid wordt voldaan en of de financiële effecten ervan volledig zijn verwerkt in de begroting. De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen bevat de belangrijkste informatie over de kapitaalgoederen voor tenminste: wegen (civiele kunstwerken), riolering, water, groen en gebouwen. In deze paragraaf dient inzicht gegeven te worden in de aanwezige en geldende beheerplannen. Daarbij dient minimaal de volgende informatie te worden weergegeven: • • •

Lopende beheerplannen Datum van vaststelling van het beheerplan en de looptijd Financiële vertaling in de begroting

Behoort bij brief met zaaknummer: 650333

7

•

Of er sprake is van achterstallig onderhoud

Een recent beheerplan is maximaal vijf jaar oud ten opzichte van het verslagleggingsjaar. Bij de begroting 2026 mag een beheerplan zo uiterlijk in 2021 zijn vastgesteld. Deze vijf jaar moet worden gehanteerd als richttermijn waar gemotiveerd van kan worden afgeweken. Een gemotiveerde afwijking houdt in dat deze motivatie is geautoriseerd door de gemeenteraad en verantwoord is in de paragraaf ‘Onderhoud kapitaalgoederen’. Dividenden deelnemingen Dividend ZEH De Zeeuwse gemeenten ontvangen de komende jaren dividenden vanuit de Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH). In het ondernemingsplan geeft ZEH een inschatting van de te verwachten dividenduitkeringen. Zoals in het ondernemersplan ZEH 2025 is aangekondigd zijn de dividenduitkeringen naar beneden bijgesteld. De komende jaren gaat het om de volgende uitkeringen: - 2025 € 110 miljoen - 2026 € 175 miljoen - 2027 € 155 miljoen In de aandeelhoudersvergadering gedurende het jaar maakt ZEH het definitieve dividend bekend. Gezien alle onzekerheden bij toekomstige uitkeringen is het verstandig om dividend zorgvuldig in te zetten zodat deze leiden tot structurele opbrengsten. Eventueel kan tot een maximum van 75% van uw aandeel van € 100 miljoen dividenduitkering als structureel dekkingsmiddel in de begroting worden opgenomen. Daartegenover staat een risico dat afgedekt dient te worden in de risicoparagraaf.

Het is van belang dat de totale risico’s minimaal gedekt worden door de weerstandscapaciteit. Let op: de dividenden van ZEH zijn eindig en lopen vooralsnog tot eind 2033. Wij vragen u om aan te geven hoe u stapsgewijs de structurele inzet van het dividend richting 2033 naar 0 terugbrengt. Jaarlijks beoordelen we aan de hand van het ondernemersplan ZEH of bijstelling van de structurele inzet van het dividend noodzakelijk is. Dividend GBE Aqua B.V. Tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders Evides d.d. 29 november 2024 is de dividendprognose bekend gemaakt. Deze is iets naar beneden bijgesteld, van € 12,5 miljoen naar gemiddeld € 12 miljoen voor alle aandeelhouders. Deze prognose blijft stabiel op € 12 miljoen per jaar voor de zichtperiode tot en met 2029. Daarmee continueren wij ons advies om het meerjarige structurele dividend te ramen op maximaal € 6 miljoen voor alle Zeeuwse aandeelhouders. Jaarlijks beoordelen we aan de hand van de nieuwste prognoses of hiervan afgeweken moet worden. Met vriendelijke groet, Gedeputeerde Staten van Zeeland,

H.M. de Jonge Voorzitter

drs. M.C.J. Franken Secretaris-algemeen directeur Noem in uw contact met ons steeds het zaaknummer. Dit staat bovenaan deze brief.

Behoort bij brief met zaaknummer: 650333

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15550890/1