E.26a context en eerdere besluitvorming tbv toelichting raads en statenleden 27032025
Tekst van het document
Bijlage: context en eerdere besluitvorming: Het ontstaan van de Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland: De 29 omgevingsdiensten (ook wel RUD’s genoemd) zijn vanaf 2012 in Nederland opgericht om de kwaliteit en uniformiteit van milieutoezicht en -handhaving te verbeteren. Voorheen waren gemeenten en provincies hier afzonderlijk verantwoordelijk voor, wat leidde tot verschillen in uitvoering en handhaving tussen regio’s. Dit kon leiden tot ongelijke milieubescherming en een inefficiënte aanpak van complexe milieuproblemen. Zij ondersteunen gemeenten en provincies bij vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) op het gebied van milieu en (niet overal) bouwen. Dit zorgt voor gespecialiseerde kennis en een meer eenduidige handhaving, bijvoorbeeld bij industriële bedrijven die milieuregels moeten naleven. Daarnaast spelen de omgevingsdiensten een cruciale rol bij het waarborgen van een gezonde en veilige leefomgeving, het terugdringen van milieuschade en het ondersteunen van de energietransitie. In Zeeland is de RUD gestart in 2014. Met de komst van de Omgevingswet in 2024, die regelgeving vereenvoudigt en integraal werken bevordert, blijven omgevingsdiensten essentieel om overheden te ondersteunen bij complexe ruimtelijke en milieuvraagstukken. Hun expertise helpt gemeenten om beleid effectief uit te voeren en risico’s beter te beheersen.
Een onderzoekscommissie onder leiding van Jozias van Aartsen concludeerde in het rapport Om de leefomgeving dat het slecht gesteld is met het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). “Het ontbreekt de omgevingsdiensten aan kennis en doorzettingsmacht. Het rijk voert geen overkoepelende regie. Doordat het stelsel niet functioneert zoals bedoeld, ontstaat vermijdbare schade”. Naar aanleiding van dit harde oordeel is het Interbestuurlijk programma verbetering VTH-stelsel (IBP-VTH) gestart waarin 6 robuustheidscriteria zijn vastgesteld die ervoor zorgen dat omgevingsdiensten genoeg capaciteit en kwaliteit hebben om complexe taken goed uit te voeren. Er zijn in totaal 6 criteria, die de ondergrens markeren waaraan een omgevingsdienst moet voldoen. Deze criteria helpen omgevingsdiensten beter om te gaan met zwaardere milieutaken en zorgen voor een uniforme standaard in werkkracht. Een belangrijk criterium is een minimale werkcapaciteit van 114 fte voor de uitvoering van het regionale programma dat wordt overeengekomen met de opdrachtgever(s), corresponderend met een minimale omzet van € 16,5 miljoen (prijspeil 2023). De overige criteria zijn: • • • • •
werken volgens de kwaliteitscriteria voor VTH inzetten op innovatie met daarbij een innovatieagenda en bijpassend budget een financiële buffer hebben informatie gestuurd werken aansluiten bij de identiteit van hun werkgebied
Het op orde hebben van huisvesting en bedrijfsvoering (PIOFACH) valt buiten de scope van het IBPVTH en is aan de regio’s zelf om dit goed in te regelen.
Van RUD- Zeeland naar robuuste Omgevingsdienst Zeeland: Met het bestuurlijke accorderen van het plan “naar een Robuuste RUD-Zeeland” is ook voor de provincie Zeeland de ambitie uitgesproken om de Regionale Uitvoeringsdienst door te ontwikkelen naar een volwaardige Omgevingsdienst Zeeland. In de praktijk worden deze termen vaak door elkaar gebruikt, maar er is een klein verschil in betekenis. De term RUD werd oorspronkelijk gebruikt bij de oprichting van de 29 diensten in 2012. Het verwijst naar de regionale samenwerkingsverbanden waarin gemeenten en provincies hun milieutaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) onderbrachten. De naam benadrukt het uitvoerende karakter van deze organisaties.
De term omgevingsdienst is breder en sluit beter aan bij de taken die deze organisaties tegenwoordig uitvoeren. Naast milieutaken kunnen sommige omgevingsdiensten ook verantwoordelijk zijn voor bouwtoezicht, bodembeleid, geluidshinder en advisering over ruimtelijke plannen. Met de komst van de Omgevingswet is deze bredere rol nog relevanter geworden. Daarom gebruiken de meeste RUD’s nu de naam omgevingsdienst. Het plan “naar een robuuste RUD-Zeeland” richt zich op het ontwikkelen van de landelijke robuustheidscriteria en laat bedrijfsvoering en huisvesting daarmee buiten beschouwing. Eerdere relevante (AB) besluiten: -2014: oprichting RUD Zeeland. De huidige dienstverlening op de bedrijfsvoeringstaken van de RUD is gestoeld op een 10 jarig contract met de gemeente Terneuzen. Ook de huisvesting van de RUD wordt verzorgd door de gemeente Terneuzen. Bij de oprichting van de RUD Zeeland in 2014 is gekozen voor een minimum variant voor de dienstverlening op de bedrijfsvoeringstaken en de huisvesting. -1 juli 2024 besluit AB: Naar aanleiding van verkenning naar de samenwerkingsmogelijkheden op het gebied van o.a. bedrijfsvoering tussen GGD, VRZ en RUD Zeeland is besloten om de RUD nu nog niet mee te nemen in deze ontwikkeling vanwege de grote opgave die er voor de RUD Zeeland zelf ligt.
De optie om in de toekomst alsnog aan te sluiten bij deze ontwikkeling op huisvesting en bedrijfsvoering wordt nadrukkelijk open gehouden. Aan de provincie Zeeland wordt gevraagd om huisvesting en PIOFAC door Provincie Zeeland in een voorstel uit te werken -9 september 2024: besluit AB om de RUD Zeeland door te willen ontwikkelen naar een robuuste RUD/Omgevingsdienst die voldoet aan de robuustheidscriteria gesteld in het interbestuurlijk programma versterking stelsel Vergunningen Toezicht en Handhaving (IBP-VTH). Zeeland wil een eigen Omgevingsdienst behouden. Om dit te realiseren het plan ‘Samen naar een robuuste RUD Zeeland” inhoudelijk geaccordeerd maar is niet ingestemd met het volledig ter beschikking stellen van de benodigde 18,4 miljoen euro (prijspeil 2023) om dit plan te kunnen realiseren. Gekozen werd voor een ‘ingroeimodel’ wat voorziet in een toename van de benodigde middelen in de jaren 2025, 2026 en 2027 naar de benodigde 19,8 miljoen (prijspeil 2025). Samen met Rijnconsult is eind 2024 gestart met uitvoering van dit plan. -9 december 2024: In de vergadering van het AB op 9 december 2024 is het aanbod (ondersteuning bedrijfsvoering) van de provincie Zeeland gedeeld en is nog een keer nadrukkelijk gevraagd of er wellicht andere deelnemers bereid waren de PIOFACH taken te verzorgen. Hierop zijn geen reacties gekomen. Wel is in die vergadering aangegeven dat evt.
andere huisvestingsmogelijkheden ook onderzocht zouden moeten worden en werd door de bestuurlijk vertegenwoordiger van de gemeente Terneuzen ingebracht dat er wellicht ruimte was om de dienstverlening door de gemeente Terneuzen wel te verlengen. Hierbij werd ook melding gemaakt dat het waterschapkantoor in Terneuzen ook een goede optie zou kunnen zijn voor de huisvesting van de RUD Zeeland. Er is geen besluit genomen. Het AB gaf opdracht om de ingebrachte variant nader te onderzoeken. -27 januari 2025: In de vergadering van het AB is voor de huisvesting de keuze voorgelegd tussen de panden Buitenruststraat Middelburg en het kantoor van het waterschap in Terneuzen. Ambtelijk was duidelijk geworden dat het verlengen van het huisvestingscontract bij de gemeente Terneuzen niet mogelijk is. Voor de ondersteuning op de bedrijfsvoering was de provincie Zeeland nog steeds de enige partij die deze taak op zich wilde nemen. De vergadering van 27 januari heeft geen besluit genomen maar heeft een aantal verduidelijkingsvragen gesteld. -24 maart 2025: Het AB gaat akkoord met het aangaan van een huurovereenkomst voor de periode van 5 jaar voor het pand Buitenruststraat 6 in Middelburg en het aangaan van een dienstverleningsovereenkomst voor de ondersteuning van de bedrijfsvoering (PIOFAC) door de Provincie voor de periode van 5 jaar.
Ook is besloten de optie om gezamenlijke huisvesting en bedrijfsvoering met de VRZ en GGD nadrukkelijk open te houden als duurzame mogelijkheid voor de toekomst.
Financiële gevolgen:De financiële gevolgen van het besluit zijn structureel € 1.836.720 over 2026, €1.776.460 over 2027 en € 1.840.960 vanaf 2028 te verwerken in de ontwerpbegroting 2026.
*1: De jaarschijf 2025 is opgenomen in de tabel om de incidentele kosten inzichtelijk te maken over het jaar 2025. *2: Als de huisvesting niet in Middelburg komt, worden de structurele kosten hoger doordat de fysieke ondersteuning veel meer tijd in beslag neemt. De provincie geeft aan dat afhankelijk van de locatie rekening gehouden moet worden met een bedrag van € 100.000 dat kan oplopen tot € 500.000 per jaar. *3: Deze 1e begrotingswijziging 2025 ligt reeds voor zienswijze voor. De uiteindelijke vaststelling is van invloed op het wel of niet beschikbaar komen van deze dekkingsmiddelen. Als deze middelen volgens de 1e begrotingswijziging 2025 niet beschikbaar worden gesteld dan vervalt deze aanvullende dekking. *4: Deze aanvullende dekking voor dienstverlening en huisvesting is gebaseerd op het beschikbaar stellen van de aanvullende middelen zoals opgenomen in het ingroeimodel behorende bij het plan van aanpak Robuuste RUD. Als deze aanvullende middelen volgens het ingroeimodel behorende bij het plan van aanpak Robuuste RUD niet beschikbaar worden gesteld dan vervalt deze aanvullende dekking.
Uitgewerkt per deelnemer: