CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

E.17a D25.326141 Raadsinformatiebrief afronding proeftuin Toekomstsc 07.3 Eindverslag proeftuin Ieder1

Raadsvergadering 25 maart 2025, gemeente KapelleBij agendapunt: Vaststellen Lijst Ingekomen Stukken 25 maart 2025 (LIS) en overzicht toezeggingen en moties9.612 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Eindverslag Proeftuin Hulst, Zeeland

Maart 2024

Samen om het gezin Doen wat nodig is 31 maart 2024 DEFINITIEF

Context Landelijk Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming 0-100 De aanleiding voor het landelijk programma Toekomstscenario Kind- Gezinsbescherming (0100) is de constatering in diverse onderzoeken dat de manier waarop we de hulp en bescherming van kinderen en volwassenen in (mogelijk) onveilige thuissituaties nu hebben geregeld, knelt: • Er zijn veel organisaties die werken met een gezin die onvoldoende op elkaar aansluiten en aparte schakels vormen. Dit z.g. "estafettemodel" leidt tot deels overlappende onderzoeken en plannen. • Kinderen en gezinnen krijgen te vaak geen tijdige passende hulp. Het estafettemodel zorgt er ook voor dat kinderen en gezinnen vaak lang moeten wachten op bescherming en hulp. • Er is vaak onvoldoende samenhang in de aanpak van bescherming en hulp. • De achterliggende problematiek binnen het gezin (bv psychiatrische problematiek van de ouders, verslaving, schulden, complexe scheidingen en problemen met huisvesting) krijgt in het huidige stelsel nog te weinig aandacht. Als de problemen van een kind voortkomen uit of samenhangen met problemen van de ouders, dan zijn het de ouders die aan de slag moeten.

Het Toekomstscenario formuleert de maatschappelijke opgave als volgt: Het bieden van tijdige, passende en samenhangende hulp en bescherming aan kinderen en volwassenen die te maken hebben met een (acute of structurele) bedreiging van een gezonde en veilige thuissituatie, om deze bedreiging in een zo vroeg mogelijk stadium weg te nemen dan wel om te voorkomen dat de situatie blijft voortduren of verergert. Hierbij wordt samen met de betrokken kinderen en/of volwassenen een analyse gemaakt van wat er aan de hand is en wie wat nodig heeft. De benodigde hulp en ondersteuning wordt zoveel mogelijk op elkaar afgestemd.

en schetst op hoofdlijnen hoe de kind- en gezinsbescherming er over zo’n vijf tot tien jaar uit zou kunnen zien: • Om kinderen en volwassenen (0 – 100), gezinnen en huishoudens heen staat het lokaal (wijk)team dat hulp verleent. • Er is voor een gezin of huishouden één vast gezicht binnen het lokaal (wijk)team dat indien nodig samen optrekt met een professional uit een op te richten regionale veiligheidsorganisatie met als werknaam regionaal veiligheidsteam. • Het regionaal veiligheidsteam heeft (ten opzichte van het lokaal team aanvullende) expertise en bevoegdheden op het gebied van veiligheidsvraagstukken in gezinnen en huishoudens. In deze organisatie zijn functies van de GI’s, Veilig Thuis en de RvdK samengebracht, waarbij nog wordt gekeken of de nu beoogde functies passend zijn of juist anders moeten worden ingevuld dan wel aanvulling behoeven. • Professionals van lokale teams, regionale veiligheidsteams en specialistische aanbieders werken gezins-/systeemgericht en in gezamenlijkheid (integraal) aan het effectief en duurzaam borgen van veiligheid. Professionals worden gefaciliteerd om samen te werken en een lerende omgeving te vormen.

1

•

Dicht bij deze professionals en gezinnen staat een netwerk van specialisten met kennis van kinderen, volwassenen en specifieke uitingsvormen van geweld.

Hervormingsagenda jeugd 2023-2028 De visie van de Hervormingsagenda Jeugd gaat uit van een inclusieve samenleving waarin iedereen, ongeacht kwetsbaarheid of beperking, kan meedoen. Dat vraagt versterking van de directe leefomgeving en sociale basis, en een gerichte en doordachte aanpak op preventie. Sommige jeugdigen of hun ouders/opvoeders krijgen te maken met problemen die verder reiken dan vanuit het dagelijks netwerk opgelost kunnen worden. Voor hen is passende ondersteuning nodig. Daarvoor is in de wijk een laagdrempelig, kwalitatief goed, lokaal team beschikbaar. Voor kinderen met meervoudige en/of complexe problematiek die minder vaak voorkomt en in situaties waarin veiligheidsproblemen spelen, worden alle facetten van de hulpvraag in kaart gebracht (bijvoorbeeld met verklarende analyse) en is er snel passende hulp. Passende zorg houdt in: de juiste zorg op de juiste plek en op juiste moment door de juiste professional (‘matched care’). Jeugdhulp, zowel voor lichte als voor zware problematiek, sluit altijd aan bij de leefwereld van jeugdigen en de omgeving waarin zij zich bevinden. Juist waar de hulpvraag meervoudig en/of complex is, is een levensbrede aanpak nodig, vanuit wonen, volwassenenzorg, onderwijs, werk en inkomen of andere domeinen.

Leidraad Gefaseerd Werken aan Veiligheid voor lokale teams De VNG geeft in deze Leidraad invulling aan wat er van lokale teams wordt verwacht. Lokale (wijk)teams hebben een belangrijke rol in de effectieve aanpak van huiselijk geweld en kinder- mishandeling. Gemeenten kunnen deze lokale (wijk)teams vormgeven binnen de gemeentelijke organisatie zelf of door een gecontracteerde of gesubsidieerde organisatie. De lokale (wijk)teams hebben een rol in het beter signaleren en bespreekbaar maken van huiselijk geweld en kindermishandeling en in het bieden van en het inzetten van zorg- en/of hulpverlening om de risicofactoren van huiselijk geweld en kindermishandeling weg te nemen. De lokale (wijk)teams hebben ook een rol in het in gang zetten van zorg- en/of hulpverlening gericht op herstel van de gevolgen van het geweld. Dit doen de lokale (wijk)teams in samenwerking met andere partners en instanties. Daarnaast dragen zij zorg voor het zicht op veiligheid in die casussen die door Veilig Thuis worden overgedragen. Dit heeft als doel directe en stabiele veiligheid in gezinnen/huishoudens te creëren. De VNG adviseert voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling de visie ‘gefaseerd samenwerken aan veiligheid’ als leidraad te gebruiken. Deze is ook door de opdrachtgevers en partners van het programma Geweld hoort nergens thuis omarmd.

Het creëren en waarborgen van veiligheid krijgt hiermee een prominente plaats in de ondersteuning en hulp die door de lokale (wijk)teams aan een gezin/huishouden wordt geboden.

2

De visie ‘gefaseerd samenwerken aan veiligheid’ gaat uit van de volgende fases: - Eerst samenwerken voor veiligheid aan de hand van een veiligheidsplan. Doel: het geweld stopt onmiddellijk. - Dan samenwerken voor risicogestuurde zorg aan de hand van een hulpverleningsplan. Doel: de oorzaken van het geweld worden weggenomen of teruggedrongen. - En samenwerken voor traumageïnformeerde en herstelgerichte zorg aan de hand van een herstelplan. Doel: de negatieve gevolgen van het geweld worden hersteld of beperkt.

Regionaal Regiovisie Jeugdhulp Zeeland In de Regiovisie Jeugdhulp Zeeland hebben de Zeeuwse gemeenten een gezamenlijke koers (normaliseren, zo tijdelijk mogelijk en zo thuis nabij mogelijk) en 6 ontwikkeldoelen afgesproken om te komen tot het inrichten van een houdbaar jeugdhulpstelsel, waarin passende zorg en ondersteuning wordt geboden aan de meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen, in aansluiting op hun behoeften en mogelijkheden en met oog voor de betaalbaarheid. De kernwaarden zijn: -

Eigen regie Lokale kracht Passende hulp Kwaliteit Samenwerken

De ontwikkeldoelen zijn: -

Een sterke basis Sterke lokale teams Integraal en dekkend aanbod, efficiënt georganiseerd (Hoogcomplexe) zorg zo thuis nabij mogelijk Onderwijs en jeugdhulp verbonden Samen leren en doen wat werkt

In de proeftuin komen deze landelijk en regionale ambities en ontwikkelingen samen, waarbij het sterke lokale team met verbindingen naar het maatschappeliijk voorveld, de specialistische jeugdhulp en de veiligheidspartijen (VT, GI en Rvdk) centraal staat.

3

De proeftuinen in Zeeland Eind 2021 zijn zes proeftuinen in Nederland onder regie van het programma Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming van start gegaan. Zeeland is vanaf het begin aangesloten met de proeftuin ‘Vaart in Veiligheid’. In eerste instantie in Borsele, Terneuzen en Vlissingen, in 2022 in Tholen. Er is veel geleerd over wat werkt, maar ook over wat niet werkt. Er is steeds voortgebouwd op de inzichten die in eerdere fasen waren opgedaan. De gemeenten Borsele, Terneuzen, Vlissingen en Tholen hebben na de projecten de lokale ontwikkelingen voortgezet. Nadat de proeftuin in Tholen is gestopt, is op basis van geleerde lessen een nieuw projectplan ontwikkeld. Dit projectplan wordt sinds april 2023 beproefd in Hulst onder de naam Ieder1. Na het afronden van de proeftuin in Hulst in maart 2024, wil Zeeland als beproevende regio verder gaan om vorm te geven aan de doelen van de Hervormingsagenda en het Toekomstscenario. Geleerde lessen uit de proeftuin Vaart in Veiligheid De intentie van het projectplan Vaart in Veiligheid om te experimenteren met een "ideale situatie" bleek te ambitieus. De vrije opzet met professionals die in één team werken en hun eigen organisatiekaders loslaten, staat te ver af staat van wat mogelijk is in de huidige praktijk.

Het leidde er in de praktijk toe dat er onduidelijkheid ontstond over de rollen en de beschikbare ruimte binnen de huidige wettelijke kaders, zowel bij de professionals zelf als in de communicatie naar gezinnen en andere instanties. Hierdoor kon de expertise binnen het team niet ingezet worden op het juiste moment en op de meest effectieve manier. Het ‘vrij’ durven handelen via experimentele, betere werkwijzen die zich gaandeweg ontwikkelen, bleek een te grote stap. Met het team in Tholen is de proeftuin Vaart in Veiligheid geëvalueerd. De evaluatie heeft de onderstaande adviezen voor het vervolg opgeleverd:

Adviezen van het proeftuinteam Vaart in Veiligheid • Minder afstand tussen stuurgroep en uitvoerend team • Duidelijkheid over de visie, verwachtingen, rollen en wettelijke mogelijkheden • Zorg er eerst voor dat de randvoorwaarden op orde zijn • Zet eerst de nieuwe werkwijze op papier, om een verantwoord stappenplan toe te passen in de praktijk. Pas werken met gezinnen als de nieuwe werkwijze op hoofdlijnen is uitgewerkt • Eerst het team op orde. Pas werken met gezinnen als het team er 'staat'. Dat betekent elkaar en elkaars professionele achtergrond goed kennen • Een teamleider, gedragsdeskundige en jurist in het team zijn nodig om de nieuwe werkwijze vorm te geven en te begeleiden. • Teamleden moeten voor hun volledige uren inzetbaar zijn voor de proeftuin 4

• • • •

Een lokaal team (1e ring) als onderdeel van de gemeentelijke Toegang, en een veiligheidsteam (2e ring) dat vroegtijdig wordt ingeschakeld bij veiligheidsvraagstukken Een gezamenlijke visie van Lokaal team en Veiligheidsteam op bijvoorbeeld veiligheid, aanpak, definitie wat hulpverlening is. Volwassenen hulp/GGZ in proeftuin integreren: met het hele gezin naar de kern voor een blijvend resultaat Transparantie naar gezinnen: wie doet wat en waarom. Het gezin altijd en in elke stap betrekken.

Schematische weergave van het advies van Vaart in Veiligheid

Proeftuin Ieder1: 1 visie, 2 teams, 3 ontwikkellijnen De evaluatie van Vaart in Veiligheid heeft ertoe geleid om het projectplan fundamenteel aan te passen. Eén visie Het lokaal team en het veiligheidsteam werken vanuit dezelfde visie op veiligheid en methode en hulpverlening. Zij werken met hetzelfde plan en met dezelfde instrumenten. Twee teams De werkwijze die we in Ieder1 beproeven, bestaat uit het vormgeven en versterken van twee teams, die nauw met elkaar samenwerken in situaties waarin onveiligheid binnen een gezin is geconstateerd: • Een lokaal team dat hulp verleent en dat een intensieve samenwerking heeft met de gemeentelijke toegang, of deel uitmaakt van de gemeentelijke toegang; • Een veiligheidsteam, dat in de eerste (vrijwillige) fase alleen advies en ondersteuning biedt, op vraag en behoefte van het lokaal team mee op huisbezoek kan gaan, maar niet vanaf de start in een duo met de medewerker van het lokale team met het gezin werkt.

5

Drie ontwikkellijnen Lijn 1: Een sterk lokaal team In het Lokaal team wordt onderzocht hoe gezinnen sneller toegang tot de juiste hulp kunnen krijgen. Daarbij wordt vooral ingezet op toegankelijkheid van hulp, een brede blik over de domeinen heen, een vroege signalering van onveiligheid en een systemische verklarende analyse van de feiten, factoren en patronen. In deze opzet wordt ook de specialistische hulpverlening (die, zo nodig, wordt ingezet door het lokaal team), nadrukkelijk betrokken bij de proeftuin. Lijn 2: Integratie van functies in het Veiligheidsteam In het Veiligheidsteam ligt de nadruk op het ondersteunen en adviseren van het lokale team bij vroegsignalering, het voorkomen van dubbele onderzoeken en interventies, en het opbouwen van één dossier voor het gezin. Daarbij wordt onderzocht in hoeverre één medewerker van het veiligheidsteam alle kerntaken kan uitvoeren. Dit geldt voor de taken van alle betrokken organisaties, van advies en onderzoek tot het verzoeken om en uitvoeren van een eventuele maatregel. Lijn 3: Samenwerking tussen lokaal team en veiligheidsteam Het uitgangspunt van een vaste contactpersoon voor het gezin blijft overeind. De medewerker uit het lokaal team blijft bij het gezin. De medewerker van het veiligheidsteam sluit aan wanneer dat nodig is. Eigen regie van het gezin staat voorop.

Een vroege signalering van veiligheidsrisico's en een integrale analyse van de gezinssituatie helpt om te voorkomen dat zij de regie kwijtraken. Daarom is multidisciplinaire expertise op het gebied van veiligheid en GGZ-problematiek beschikbaar op het moment dat die nodig is, zodat de contactpersoon er niet alleen voor staat, maar dat de verantwoordelijkheid voor complexe vraagstukken samen gedragen wordt. Voor de proeftuin Zeeland zijn met het landelijk programma de onderstaande specifieke doelen afgesproken: • • • • • • •

Verbeteren systeemgericht werken Binnen het vrijwillig kader de ondersteuning optimaliseren Inrichten 1 vast aanspreekpunt voor gezinnen/kinderen Versterken integrale analyse Het verminderen van het aantal kinderen dat in het gedwongen kader terecht komt Het verkorten van de doorlooptijd in het gedwongen kader, met minder overdrachtsmomenten Toewerken naar 1 onderzoeksformat en daarbij de richtlijnen van het Actieplan Feitenonderzoek gebruiken, minder dubbelingen in onderzoek.

6

De proeftuin Ieder1 Het nieuwe projectplan is geaccordeerd in december 2022. De werkdruk en daarmee gepaard gaande capaciteitsproblemen bij met name de veiligheidsorganisaties leidden tot vertraging in het samenstellen van het proeftuinteam. Het leidde er ook toe dat het, in het geval van het veiligheidsteam, niet is gelukt om de aanbeveling om de teamleden voor hun volledige werktijd beschikbaar te stellen aan de proefuin, te realiseren. De proeftuin is van start gegaan op 1 april 2023 met een grote bijeenkomst. Er is in de eerste maanden gezocht naar de samenstelling van het veiligheidsteam. Om uiteenlopende redenen (niet thuisvoelen in een proeftuin, niet kunnen combineren met het reguliere werk, andere functie, ziekte) zijn een aantal mensen vertrokken. Pas na de zomer van 2023 is een min of meer definitieve bezetting tot stand gekomen. In april en mei is aandacht besteed aan teamvorming, opleiding in de Top-3 methodiek, het ontwikkelen van het werkproces en het regelen van de randvoorwaarden. Op 1 juni is gestart met het begeleiden van het eerste gezin.

Randvoorwaarden Managementgroep Om te voorkomen dat er afstand zou ontstaan tussen de medewerkers in de proeftuin en de verantwoordelijken in hun organisaties, is een managementgroep ingericht met de direct leidinggevenden van de teamleden. Er is gedurende het proces besloten dat deze managementgroep periodiek aansloot bij het proeftuinteam om vraagstukken gezamenlijk te bespreken. Inrichting Vanaf de start is het team ondersteund door een teambegeleider vanuit Hulst voor Elkaar, een gedragsdeskundige van Spring Jeugd, en een jurist en FG van Jeugdbescherming West. Documenten en communicatie • Er is een informatiefolder en een privacy-statement gemaakt die bij het eerste gesprek met het gezin worden besproken. • Bij definitieve aanmelding ontvangt het gezin een bevestigingsbrief van de aanmelding • Er is een toestemmingsverklaring voor gegevensdeling Klachtenprocedure Door Jeugdbescherming West is in het kader van het project Klacht als Waardewerk een klachtenregeling voor de proeftuin opgesteld. Door WSG is een voorstel voor een klantvriendelijke versie van de klachtenregeling geschreven. Registratie Voor de registratie van de informatie wordt gebruik gemaakt van de Suite4Regie van Hulst voor Elkaar. Het Top-3 veiligheidsplan wordt hieraan toegevoegd. Alleen de medewerkers van Hulst voor Elkaar hebben volledige toegang tot het systeem. De medewerkers die zijn 7

toegevoegd aan het lokale team hebben beperkte toegang en de medewerkers van het veiligheidsteam hebben geen toegang tot deze gegevens. Tijdens het beproeven bleek dit niet ideaal te zijn (zie Aandachtspunten). Procesbeschrijving Het werkproces van het lokaal team en het veiligheidsteam zijn beschreven. DPIA Met de IT-medewerker van Hulst voor Elkaar en de Functionaris Gegevensbescherming van Jeugdbescherming West is een DPIA opgesteld. Een aantal vragen wordt nog nader uitgezocht met de afdeling IT van de gemeente Hulst.

Opleiding en begeleiding 1. Eén visie: Teamvorming Onder begeleiding van de Veranderbrigade heeft het team in drie sessies gewerkt aan teamvorming. De eerste sessie had als thema het leren kennen van de verschillende rollen, vaardigheden en bevoegdheden van de deelnemende organisaties:

In de tweede sessie werd aandacht besteden aan het leren kennen van elkaar op persoonlijk niveau. In de derde sessie ging het over wat het werken in de proeftuin van iedereen vraagt op het gebied van competenties op het gebied van houding en gedrag: 8

2. Ervaringsdeskundige Er heeft tot nu toe één keer een intensief gesprek met het team en een evrvaringsdeskundige plaatsgevonden. Dit gesprek werd als zeer waardevol ervaren. Belangrijke lessen: -

professionele moed tonen, dus neem de ruimte om te beproeven het belang van aandacht voor het kind: één zin kan een leven veranderen het zijn vaak de ouders die hulp nodig hebben nazorg wordt als waardevol ervaren kleine positieve boodschappen zorgen voor perspectief bij kinderen (je bent iets waard) alles wat je doet is iets (ook als het niet goed genoeg voelt of het lijkt alsof je niets bereikt hebt)

Het verdient aanbeveling om te onderzoeken hoe ervaringsdeskundigheid structureel kan worden ingezet in Hulst, en te verkennen of dit breder kan in Zeeland. Het CZW Bureau heeft hier binnenkort gesprek over met Hersteltalent. 3. Eén taal: opleiding Top-3 Alle medewerkers van het lokaal team en het veiligheidsteam hebben in april en mei 2023 de driedaagse training Gefaseerd samenwerken aan veiligheid van Civil Care gevolgd. Vanaf juni is Civil Care een aantal keer digitaal aangesloten bij de casuïstiekbespreking van het proeftuinteam om vragen te beantwoorden, om te helpen bij het zetten van de juiste stappen en bij het maken van de Top-3 plannen. Toch bleken er nog vragen over het hoe en het wanneer inzetten van de Top-3 methodiek. 9

In het laatste kwartaal van de proeftuin is een medewerker van Civil Care nog vier keer aangesloten bij de bespreking van casusïstiek. Een aantal proeftuindeelnemers participeren in de regionale (Zeeuwse) intersectorale leergroep Top-3. Verklarende analyse Uit de ervaringen in andere proeftuinen blijkt dat de combinatie van de Top-3 methodiek (werken aan veiligheid) en een verklarende analyse (een brede analyse van de factoren die tot structurele risico's leiden) tot goede resultaten leidt. Samen met de gemeenten Borsele en Middelburg is de verklarende analyse nader onderzocht en is besloten om gezamenlijk deze opleiding in te kopen. Het proeftuinteam zal daarom ook worden opgeleid in de verklarende analyse. Vanwege de drukte bij het opleidinginstituut zal deze opleiding in september 2024 plaatsvinden.

10

Beproeven in de praktijk Werkwijze proeftuin Ieder1 Het lokaal team van Hulst voor Elkaar werkt in vijf gebiedsteams van 0-100 jaar, met meerdere expertises in het team (jongerenwerkers, welzijn, sport en bewegen, WMO en jeugdwet, maatschappelijkwerk). De gebiedsteams werken samen met onderwijs, kinderopvang, POH jeugd/huisarts, GGD, politie en vrijwilligers, zoals schuldhulp, formulierenbrigade, boodschappenbus. Voor de proeftuin Ieder1 is het lokaal team van Hulst voor Elkaar aangevuld met de expertise op het gebied van complexere (veiligheids)problematiek en volwassenproblematiek. Twee medewerkers van Spring Jeugdhulp (met de expertisese casusregie en IPT), en een sociaal psychiatrisch verpleegkunige (SPV) van Emergis zijn aan het lokaal team toegevoegd. Bovendien ondersteunt een gedragsdeskundige (van Spring) zowel het lokaal team als het veiligheidsteam. Het veiligheidsteam met medewerkers van Veilig Thuis, de drie gecertificeerde instellingen (Jeugdbescherming West, Willem Schrikker Stichting, Leger des Heils) en de Raad voor de Kinderbescherming, werkt nauw samen met het lokaal team. Aanmelding Vanaf 1 juni wordt er door Ieder1 gewerkt met gezinnen. Aanmelden kan gebeuren door een vraag van ouders of jeugdige, of een vraag van een andere instellling (met medeweten van het gezin).

Als er mogelijk sprake is van onveiligheid en er geen actieve systeemgerichte interventies in het gezin zijn, gaat Ieder1 aan de slag. Vaste contactpersoon en vraagverheldering met het gezin Als een casus in aanmerking komt voor de proeftuin vindt er een eerste vraagverheldering met het gezin plaats, door twee medewerkers van het lokale team (één persoon van HvE, één persoon vanuit de proeftuin). Het concept van de proeftuin wordt uitgelegd, middels een folder. De cliënt krijgt 1 week bedenktijd. Als de cliënt akkoord gaat, volgen nieuwe gesprekken om de vraag te verhelderen. Hierbij wordt ook de veiligheid besproken. (zie verder Veiligheid) Het kan ook voorkomen dat er een melding is gedaan bij Veilig Thuis. Op dit moment wordt de triage gedaan door het aanmeldteam van Veilig Thuis. Als er geen verder onderzoek nodig is, wordt Ieder1 ingeschakeld. De medewerker van het lokaal team en de medewerker van Veilig Thuis in het veiligheidsteam voeren dan gezamenlijk het gesprek met het gezin. (zie verder Veiligheid) Samen werken aan veiligheid De casuïstiek wordt wekelijks (anoniem) besproken door het lokale team en het veiligheidsteam samen. Als het veiligheidsteam actief bij een gezin betrokken is, wordt de anonimiteit opgeheven. In eerste instantie adviseren de medewerkers van Veilig Thuis en de GI's die in het veiligheidsteam zitten over eventuele veiligheidsvraagstukken.

Als er meer nodig is en het gezin toestemming geeft, gaan zij mee op huisbezoek om risicofactoren van HGKM in kaart 11

te brengen en te bespreken, en mee te denken over het bieden/inzetten van zorg- en/of hulpverlening. Door de korte lijnen tussen lokaal team en veiligheidsteam wordt er in een vroeg stadium gericht aan veiligheid gewerkt. Er wordt meer samen gewerkt waardoor er meer lijn in de aanpak zit. Deskundigheid kan worden ingevolgen wanneer dat nodig is. Er wordt door zowel het lokaal team als het veiligheidsteam gewerkt volgens de methode Gefaseerd werken aan veiligheid. Op het moment dat wordt geconstateerd dat er sprake is van directe onveiligheid, wordt de Top-3 ingevuld. Als er sprake is van blijvende onveiligheid wordt er door het lokaal team en veiligheidsteam gezamenlijk met het gezin gesproken. Er wordt niet overgedragen in een estafettemodel, maar er wordt gezamenlijk en gelijktijdig met het gezin gewerkt, waarbij ieder zijn eigen rol heeft. De contactpersoon van het lokale team blijft altijd betrokken bij het gezin. Anderen komen wanneer dat nodig is en gaan weer weg wanneer dat kan. Het veiligheidsteam treedt pas terug als de directe veiligheid langere tijd stabiel is. Dat betekent bijvoorbeeld dat de monitoring door Veilig Thuis bij een melding pas wordt afgesloten als de "rode fase" kan worden afgesloten. Als de directe of structurele veiligheid onvoldoende blijft, dient het lokaal team een verzoek tot onderzoek in bij de RvdK.

Veilig Thuis blijft betrokken tijdens een raadsonderzoek en houdt de regie op veiligheid totdat de GI betrokken is. Er is in twee gevallen geëxperimenteerd met het uitvoeren van een OTS in het veiligheidsteam van de proeftuin. Door de beperkte beschikbaarheid van de leden van het veiligheidsteam, bleek dit niet haalbaar en niet verantwoord voor de veiligheid van zowel cliënten als medewerkers. Als een maatregel wordt uitgesproken, wordt de maatregel daarom uitgevoerd door een van de GI's, maar blijft het lokaal team betrokken. De RvdK De RvdK kan vanwege zijn onafhankelijke positie, en lopende het onderzoek van de Adviescommissie rechtsbescherming en rechtstatelijkheid (van Dooyeweert), niet adviseren in individuele casussen. De medewerker van de RvdK in het veiligheidsteam heeft in de proeftuin wel geadviseerd en begeleid op procesniveau. Het uitgangspunt daarbij was minder dubbelingen in onderzoeken door vanaf de start dezelfde principes te hanteren. De advisering en begeleiding door de medewerker van de RvdK gaf de teamleden meer vertrouwen, er is feitelijker gerapporteerd en meer aandacht geweest voor de verschillende perspectieven. In een enkel geval is de medewerker van de RvdK meegegaan naar een gezin voor een "interventiegesprek" om te voorkomen dat er een maatregel nodig is.

12

Casuistiek Gezin

Vraag Moeder vraagt opvoedondersteuning voor moeilijk opvoedbare zoon Melding bij Veilig Thuis door hulpverlener: Veilig Thuis verwijst naar Hulst voor Elkaar

Ondersteuning Lokaal team

Gescheiden ouders, 2 dochters

Moeder meldt dat de begeleide bezoeken niet goed verlopen, m.n. de overdrachtmomenten en heeft zorgen over alcoholgebruik van vader

Lokaal team

Vader, moeder, zwanger van 1e kind

Politiemelding: huis is vervuild en wordt mogelijk gesloten vanwege drugsoverlast

Lokaal team

Gescheiden ouders, dochter

Meldingen Veilig Thuis vanwege alcoholgebruik moeder. RvdK heeft onderzoek gedaan en geconcludeerd dat hulpverlening kan worden voortgezet in vrijwillig kader

Lokaal team en veiligheidsteam; OTS

Vader moeder, 5 kinderen

2 recente meldingen bij Veilig Thuis van school en kinderopvang n.a.v. signalen dat kinderen geslagen worden

Lokaal team en veiligheidsteam

Gescheiden ouders, baby

Vader heeft geen contact meer met dochter; later melding Veilig Thuis ivm ruzie oma (vz) en moeder in een winkel

Lokaal team en veiligheidsteam

Vader, moeder, 3 kinderen

Melding bij Veilig Thuis vanwege escalatie tussen ouders in bijzijn van kinderen (schelden, gooien met spullen)

Lokaal team, Emergis, veiligheidsteam

Vader, moeder, 2 jonge kinderen

Politiemelding bij Veilig Thuis over huiselijk geweld waarbij jonge kinderen aanwezig waren

Lokaal team en veiligheidsteam

Vader, moeder, zoon, baby Vader, moeder, 2 jonge kinderen

Lokaal team en veiligheidsteam; verzoek OTS ligt bij RvdK

Hieronder worden de werkzame bestanddelen genoemd waarop kan worden voortgebouwd in de volgende fase, en aantal aandachtspunten dat moet worden opgelost. 13

Werkzame bestanddelen 1. Samen werken vanuit het perspectief van het gezin: Doen wat nodig is "Het succes zit hem erin dat ik me niet hoef te houden aan een vast aantal uren en me daardoor niet steeds druk hoef te maken dat ik bij de gemeente moet argumenteren om het aantal uren op te hogen." "Het gaat erom dat je er bent wanneer het nodig is. Soms duurt het lang voordat de veiligheid stabiel is. Soms is er een terugval en moet je meer uren leveren. Het gaat erom dat je flexibel kunt zijn." In de proeftuin hebben de medewerkers de gelegenheid gekregen om een andere aanpak van complexe gezinsproblematiek te beproeven, door aan te sluiten bij de behoefte die er in gezinnen is. Zij werden daarbij niet beperkt door beschikkingen voor geïndiceerde zorg. Gebleken is dat het helpt om in de eerste fase meer de tijd te nemen voor gezinnen en er te zijn wanneer dat nodig is. De casusregisseur heeft tot taak ervoor te zorgen dat gezinnen en hun netwerk zelf de noodzaak van hulp inzien en de hulp ook kunnen aanvaarden. Hiervoor is inzicht en vertrouwen nodig en dat kost tijd. Een top-3 maken is intensief en vraagt meerdere gesprekken. De casusregisseur bewaakt ook dat alle betrokkenen en hulpverleners dezelfde visie volgen. De netwerkgesprekken vragen veel voorbereiding, want iedereen moet goed begrijpen wat er van hen wordt verwacht.

Kortom, de nieuwe werkwijze vraagt in het begin meer tijd. De aanname is dat dit op termijn gaat leiden tot minder tijdsinvestering, tot minder recidive, tot minder gedwongen maatregelen en en tot minder druk op de gespecialiseerde zorg. Het beproeven in de proeftuin heeft te kort geduurd om hierover al definitieve uitspraken te kunnen doen, maar de eerste resultaten zijn hoopgevend. Meer tijd nemen in een gezin zodat ze krijgen wat nodig is, betekent minder gezinnen op de caseload. De ervaringen in de proeftuin tot nu toe wijzen in de richting van een caseload van 5 tot 10 gezinnen per medewerker, afhankelijk van de fase waarin de gezinnen in hun traject zitten. Casus A Man; vrouw die 4 maanden zwanger is Vraag: politiemelding dat het huis vervuild is en wordt gesloten vanwege drugsoverlast. Situatie: er is een grote hoeveelheid wiet in de woning aangetroffen. De vrouw is zwanger, chronisch ziek en heeft geen werk.

14

Er zijn grote zorgen over de situatie, m.n. als de baby geboren wordt. Het gezin heeft daarom ondersteuning nodig, maar kunnen op korte termijn alleen een woning vinden in België waardoor de hulpverlening stopgezet zou moeten worden. De casusregisseur heeft veel tijd besteed aan het ondersteunen van de vrouw. Er kwam veel op haar af en zij was onzeker wat te doen. De casusregisseur bleef naast haar staan en bracht structuur aan. In overleg is besloten dat het gezin, dat nu in België woont, nog ingeschreven bleef staan in Nederland. De casusregisseur is met haar meegegaan naar bijvoorbeeld de babywinkel om inkopen te doen, en naar de inkomensconsulent. De stuatie nu: alles is op orde voor de komst van de baby. De vrouw heeft een part-time baan. De man heeft een eigen bedrijf en twee mensen in dienst. Als de baby is geboren gaat de casusregisseur nog een keer langs en maakt met de ouders een borgingsplan. Lessen: Door de aandacht en ondersteuning is er rust en structuur gekomen en is het zelfvertrouwen gegroeid. Gezien de ernst van de signalen (drugs, geen woning, psychisch instabiel) is de kans groot dat de situatie met de oude werkwijze was verergerd en dat dit uiteindelijk had geleid tot een ondertoezichtstelling en mogelijke uithuisplaatsing van de baby.

2. Samen werken met jeugdhulpaanbieders: Een breed georiënteerd lokaal team "Ik ging twee keer per week langs als het weer even moeilijk ging. In de oude situatie van 'uurtje, factuurtje': zou ik veel eerder zeggen: deze taken liggen niet bij mij. Er waren zeker meldingen bij Veilig Thuis gekomen, en dan had je uiteindelijk toch een dure zorgaanbieder moeten inhuren" De kennis van de medewerkers van Spring en Emergis, en de gedragsdeskundige in het lokaal team is van grote meerwaarde gebleken. Ze vullen ontbrekende kennis aan en, omdat ze volledig inzetbaar zijn, is er altijd hulp beschikbaar wanneer die nodig is. Op termijn zal een deel van die kennis aanwezig moeten zijn in het lokaal team. Nu is het echter van belang om de samenwerking met Spring en Emergis voort te zetten. De wens is om deze "schil" of "pool" van zorgaanbieders dicht bij het lokale team in het komende jaar uit te breiden. Als er hulp nodig is die het lokaal team niet zelf kan bieden, is deze pool van medewerkers van verschillende organisaties met verschillende specialismen (veiligheid, LVB, GGZ, scheidingsproblematiek, interculturele problematiek, crisishulp, time-out en verblijf) beschikbaar die licht tot middelzware zorg en hulp kan bieden, en meteen ingezet kan worden, kort of langdurig zonder dat er steeds opnieuw geïndiceerd hoeft te worden.

15

3. Een vaste contactpersoon van het lokaal team "Toen het toch onvermijdelijk was dat er een ondertoezichtstelling kwam, heeft het meisje een brief aan de rechter geschreven waarin ze heeft gezegd dat ik (de medewerker uit het lokaal team) moest blijven. De boosheid van de ouders is gezakt en ik ben weer welkom. Ze zeiden dat ik wel de enige was die eerlijk en transparant was over de zorgen. De meerwaarde is dat je de cliënten niet het gevoel geeft dat je ze opgeeft door ze over de schutting te gooien." Een vaste contactpersoon die bij een gezin betrokken blijft en hen blijft ondersteunen, vergroot het vertrouwen. Er ontstaat vertrouwen in de hulpverlening, maar ook in het eigen vermogen om de eigen situatie te verbeteren. Het werken in de proeftuin is een zoektocht geweest voor het lokaal team, met name omdat de toegevoegde casusregisseurs van Spring niet dezelfde autorisaties voor het systeem hadden en daardoor niet alles zelf konden uitvoeren. Hierdoor moest steeds geschakeld worden met de medewerkers van Hulst voor Elkaar (zie Aandachtspunten). Tijdens de proeftuin was de basis van de werkwijze daarom vaak twee contactpersonen: een proceregisseur van HvE die toegang tot alle essentiële systemen had en een casusregisseur op de inhoud van het gezin van Spring. Per geval werd bekeken of de procesregisseur ook de casusregisseur kon zijn.

Soms deed de procesregisseur een stap terug naar de achtergrond. De casusregisseur was dan in de praktijk de eerste contactpersoon voor het gezin en stemde af met de tweede contactpersoon, de procesregisseur, in het wekelijkse casuistiekoverleg. In een aantal gevallen zijn veel personen in een gezin geweest, doordat er onduidelijkheid was over de verschillende rollen, doordat er wisselingen zijn geweest of teveel mensen betrokken werden. Dergelijke inzichten horen bij het beproeven. Niet iedereen kan alles, specialismen blijven. Daarom zijn meerdere gezichten in complexe casussen toch vaak onvermijdelijk, maar het wordt geen estafette. De vaste contactpersoon blijft bij het gezin betrokken. Er wordt expertise intern/of extern (tijdelijk) bijgehaald indien dit nodig is. Een extra persoon erbij halen is altijd een bewuste keuze, heeft een doel en een reden, en deze persoon gaat ook weer weg Van de begrippen "procesregisseur" en "casusregisseur" willen we afscheid nemen. Er is onduidelijkheid over wat nu precies het verschil is, en wat de definitie van beide is.

De stip op de horizon is dat er één regisseur - en een vaste vervanger, (voor zowel kinderen als volwassenen) - is: - die de intake doet en de vaste contactpersonen is, - die de veiligheidsgesprekken doet (eventueel samen met iemand van Veilig Thuis, waarbij de rollen soms praktisch verdeeld kunnen worden), - die hulpverlening (Jeugd en WMO) inzet als dat nodig is en coördineert, - die alle lijnen uitzet en zorgt dat iedereen goed samenwerkt volgens een gezamenlijk plan.

16

In het komende jaar kan gewerkt worden met (casus)regisseurs van Hulst voor Elkaar, aangevuld met een pool van casusregisseurs van andere organisaties (die dan wel toegang tot alle gegevens nodig hebben). Op basis van de verdere experimenten kan de beleidskeuze worden gemaakt of de gemeente de regie geheel zelf wil uitvoeren of deels wil inhuren.

4. Samen werken aan veiligheid: Korte lijnen "Iedereen is buiten zijn lijntjes gegaan en het kost meer uren, maar het heeft geleid tot inzicht en is veel zachter dan de route naar een maatregel of zelfs een machtiging uithuisplaatsing, waar het gezin nog niet aan toe was. Alles gebeurt daardoor nog steeds in het vrijwillig kader." Voor de medewerkers zelf zijn het de korte lijnen in de proeftuin naar hun collega's van andere organisaties die de grootste meerwaarde hebben. De proeftuin bood een omgeving waar gewerkt kon worden in een vast team dat elkaar goed leerde kennen en dat elkaar ondersteunt en adviseert. Het is nog niet duidelijk welke vorm een regionaal veiligheidsteam gaat krijgen, maar die vorm is uiteindelijk ondergeschikt. De winst van de proeftuin zit hem veel meer in het directe, wekelijkse contact, het samen optrekken in de ondersteuning van een gezin i.p.v. het overdragen, en het gezamenlijk bespreken van casuïstiek waardoor verschillende perspectieven aan bod komen en kennis wordt uitgewisseld. Die winst moet behouden blijven. Over onderstaande opbrengsten van de proeftuin moeten afspraken worden gemaakt met Veilig Thuis, de GI's en de Raad voor de Kinderbescherming voor het vervolg.

De samenwerking tussen het lokaal team en Veilig Thuis: - Structureel aansluiten bij de casuïstiekbespreking van het lokaal team, niet alleen op aanvraag - Niet een melding overdragen, maar bij meldingen samen naar het gezin - Samen een Top-3 plan opstellen - Overdracht na een onderzoek van VT gaat altijd met een Top-3 plan, waar het lokaal team mee verder kan. Het lokaal team wordt zoveel mogelijk meteen betrokken. - Veilig Thuis gaat pas weg als de directe veiligheid stabiel is. De monitoring gaat dus door tot de afspraken langere tijd (minimaal 3 maanden) worden nageleefd. - Tijdens een raadsonderzoek houdt Veilig Thuis de regie op veiligheid. De samenwerking tussen het lokaal team en de GI's: - Structureel aansluiten bij de casuïstiekbespreking van het lokaal team, niet alleen op aanvraag. - De adviesfunctie van de GI's wordt structureel ingezet in het lokaal team en wordt omgebouwd naar een ondersteuningsfunctie, waarbij medewerkers van de GI samen met de medewerkers van het lokaal team gezinnen ondersteunen in het vrijwillig kader.

17

-

In het geval van een maatregel voert de medewerker van de GI de casusregie, maar de contactpersoon van het lokaal team blijft betrokken, zodat zij het weer kan overnemen na het einde van de maatregel. Geen overdrachten!

De samenwerking met de Raad voor de Kinderbescherming: • Afspraken maken over onderzoek met als uitgangspunt: methodisch kwalitatief onderzoek dat overdraagbaar is aan RvdK. De RvdK hoeft, naast het spreken van het gezin en voeren van hoor/wederhoor gezin, dan alleen te toetsen op kwaliteitskader en juridische grondslag. Basisregels voor onderzoek zijn: o verschillende perspectieven komen aan bod o feiten en meningen worden gescheiden: feitelijk, concreet, kritisch op veiligheid o zorgvuldigheid en volledigheid: hoe zet je dat op schrift • Afspraken maken over samenwerking met partners (een "regionaal veiligheidsnetwerk") waarin de informatie die er is één doorgaande lijn volgt • "Interventiegesprekken": de RvdK gaat mee naar het gezin om te voorkomen dat er een maatregel komt • Doorontwikkelen JBT

Casus B Gezin: Vader, moeder, 5 kinderen Vraag: Twee meldingen bij Veilig Thuis van school en de kinderopvang omdat twee van de kinderen hebben gezegd thuis geslagen en hard vastgepakt te worden. Situatie: In de situatie thuis ontbreekt elke structuur. Er wordt geschreeuwd, geslagen en gevochten. Het huis is vervuild, de dochter heeft geen eigen slaapkamer omdat daar allemaal troep staat. De kinderen worden op school gepest omdat ze niet fris ruiken. Alle kinderen hebben eigen problematiek. Alle gezinsleden leiden onder de situatie. De moeder is bang dat haar kinderen uit huis geplaatst zullen worden. Aanpak: De casusregisseurs van Spring en de medewerker van Veilig Thuis uit het veiligheidsteam bespreken gezamenlijk de directe onveiligheid met het gezin. De Top-3 aanpakt geeft het gezin duidelijkheid. Er worden afspraken gemaakt om de directe onveiligheid te stoppen en daar worden termijnen aan gekoppeld. Tegelijk wordt hulp ingezet voor de ouders: huishoudelijke hulp en opvoedondersteuning. De jongste kinderen gaan naar de zorgboerderij. Het nu al inzetten van zorg is in het overleg met het proeftuinteam besproken, om te beoordelen of het inzetten van hulp in de eerste fase van de Top-3 methodiek terwijl de directe veiligheid nog niet verzekerd is, helpt om rust en ruimte te creëren.

Er is een Top-3 veiligheidsberaad georganiseerd met de ouders, de oudste dochter, hun netwerk, de hulpverleners en de scholen. Het beraad wordt voorgezeten door de betrokken VT-medewerker uit het veiligheidsteam. Aan de scholen werd gevraagd om hun eigen top-3 te maken, en ook de hulpverleners gaven hun standpunten. Omdat het een veilige omgeving was omdat dit vooraf met de ouders was besproken, durfden ook de scholen hun zorgen in 18

te brengen. De ouders waren vastbesloten om er met alle hulp die er was, een succes van te maken. Situatie nu: Eind januari heeft er 's avonds een escalatie plaatsgevonden met één van de kinderen die bleef schreeuwen en slaan. Op school en de zorgboerderij gaat het goed met hem, maar thuis wordt hij woedend. Op verzoek van de ouders is de volgende dag gezocht naar een pleeggezin waar hij tijdelijk kan verblijven. Er is een pleeggezin gevonden waar hij 4 weken kan blijven. Er is vervoer geregeld zodat hij naar dezelfde school kan blijven gaan. De ouders brengen hem zelf naar het pleeggezin nadat ze nog één keer met z'n allen pannenkoeken hebben gegeten. Ook voor zijn broertje ligt er een aanvraag voor een steungezin, en de dochter heeft aangegeven rust te willen en het huis uit te willen. Met haar zal dit verder worden besproken. Lessen: Er is veel tijd besteed aan gesprekken met ouders over de directe veiligheid, en aan het voorbereiden van het veiligheidsberaad, met name het voorbereiden van alle partijen op wat er van hen verwacht werd. Doordat alles gezamenlijk besproken kon worden in een open en veilige sfeer, is een samenwerking ontstaan waarin ieder zich verantwoordelijk voelt: Na de escalatie is de hulpverlener bijvoorbeeld gebleven tot alle kinderen naar bed waren. De scholen voeren gesprekken met de kinderen.

De ouders waren in het begin bang voor uithuisplaatsing van de kinderen. Doordat alle stappen samen met hen zijn gezet, is het hun eigen proces gebleven en zijn zij tot inzichten gekomen over hun eigen onmacht om in sommige gevallen voor veiligheid te kunnen zorgen. Alle partijen hebben samen gewerkt waarbij ieder zijn deel deed; er hebben geen overdrachten plaatsgevonden.

5. Samen werken in plaats van overdragen: Eén taal, één visie, één plan "De samenwerking met de hulpverlening en de scholen was uitstekend. Ieder nam zijn rol. Het succes is opgebouwd in het netwerkberaad De Top-3 heeft duidelijkheid gegeven: dit moet gebeuren binnen die termijn. Dat gaf de ouders het gevoel: we hebben hulpverlening, we gaan ervoor." Het werken met een methodiek waarin gesprekken over veiligheid (Top-3) vanaf het eerste contact plaatsvinden, helpt gezinnen om inzicht te krijgen in de situatie en aan de zaken waaraan direct gewerkt moet worden. In deze fase zijn er veel meer mogelijkheden tot verandering, omdat er nog minder weerstand is tegen hulpverlening en de dreiging van maatregelen veel minder wordt gevoeld. Dit effect kan verder versterkt worden door het lokaal team ook op te leiden in de verklarende analyse waardoor diepgaander inzicht ontstaat in de systemische factoren die de onveiligheid in stand houden. Samen werken vanuit één visie, met dezelfde methode en hetzelfde plan, helpt om elkaar te begrijpen en op één lijn te blijven. Het helpt om het vraagstuk van een gezin te zien als een gezamenlijke verantwoordelijkheid waarbij ieder zijn eigen rol heeft. 19

Door het proeftuinteam is een aanzet uitgewerkt voor een gezinsplan/onderzoeksformat: een vraagverheldering (in de toekomst uitgebreid met een verklarende analyse), en een tijdlijn, in het geval van onveiligheid een Top-3 veiligheidsplan, en in het geval van een VOTS, een oplegger voor de RvK. Als criterium is gesteld dat het plan, en dus de gesprekken met het gezin (en het onderzoek dat eventueel wordt uitgevoerd) moet voldoen aan de voorwaarden voor een onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming. (zie ook Aandachtspunten) In het vervolg moeten nog nader onderzocht worden, hoe kort en snel het onderzoek door de RvdK kan zijn als het plan aan de voorwaarden voldoet.

Aandachtspunten Werkdruk en beschikbaarheid De werkdruk in de jeugdzorg is hoog. Dit heeft niet alleen geleid tot een verlate start van de proeftuin in april, maar ook tot beperkte beschikbaarheid van het veiligheidsteam tijdens het beproeven. Dit legde soms een zware druk en verantwoordelijkheid bij medewerkers van het lokaal team, omdat collega's niet bereikt konden worden of niet beschikbaar waren om daadwerkelijk met de casus aan de slag te gaan. Voor de medewerkers van de GI's in het veiligheidsteam was het deelnemen aan de proeftuin naast het werk bij de eigen organisatie een ingewikkelde combinatie. De nadruk heeft gelegen op het adviseren, en in enkele gevallen ondersteunen, bij de begeleiding van gezinnen. Het uitvoeren van een maatregel binnen de proeftuin bleek in twee gevallen niet haalbaar vanwege de beperkte beschikbaarheid. Het heeft er toe geleid dat er uiteindelijk is gekozen om een OTS niet in de proeftuin uit te voeren, maar door de betrokken GI, wel in samenwerking met het lokaal team. Voor het vervolg in Hulst is het aan te bevelen om op korte termijn afspraken over de samenwerking met het lokaal team te maken met Veilig Thuis, de GI's en de Raad voor de Kinderbescherming, waardoor de kracht van de samenwerking en korte lijnen behouden blijft zonder dat er een vast veiligheidsteam wordt gevormd.

Registratie, systemen en gegevensdeling Het uitgangspunt is om zoveel mogelijk te werken met één plan: er is daarvoor een aanzet uitgewerkt: Door het proeftuinteam is een aanzet uitgewerkt voor een gezinsplan/onderzoeksformat: een vraagverheldering, in de toekomst uitgebreid met een verklarende analyse, en een tijdlijn, in het geval van onveiligheid een Top-3 veiligheidsplan, en in het geval van een VOTS, een oplegger voor de RvK. Dit uitgangspunt roept allerlei vragen op over privacy-bescherming en gegevensdeling, die landelijk nog onderzocht worden, waardoor het niet mogelijk is geweest om in de proeftuin echt met één plan te werken. In de proeftuin hebben de medewerkers van Spring en Emergis, die zijn toegevoegd aan het lokale team in Hulst, geen toegang tot alle relevante informatie van de gezinnen waarmee zij

20

werken. Daar moet nu omheen gewerkt worden. Informatie wordt bij verschillende organisaties opgeslagen. Spring Jeugd heeft aangeboden om hierover mee te denken. Ook met Veilig Thuis en de GI's moeten nadere afspraken gemaakt worden. Er is voor gekozen om casuïstiek in de gemeenschappelijke bespreking van het lokaal team en het veiligheidsteam anoniem te bespreken, zolang het veiligheidsteam niet actief bij een gezin betrokken is. Hier wordt een risico ervaren, omdat informatie die bij anderen, zoals bijvoorbeeld Veilig Thuis, bekend is, niet kan worden gedeeld. Werkruimte waar veiligheid en privacy kunnen worden gegarandeerd De nieuwe werkwijze stelt andere eisen aan het lokaal team en daarmee ook aan de huisvesting. Dit houdt o.a. in dat de medewerkers van het lokaal team in een vroeg stadium veiligheidsvraagstukken met gezinnen bespreken, en dat de medewerker van het lokaal team contactpersoon voor het gezin blijft gedurende het hele hulpverleningstraject, ook als er bijvoorbeeld sprake is van een maatregel. Dit betekent dat het lokaal team te maken krijgt met complexere, risicovollere casuistiek dan in het verleden. Dit vraagt om een veilige werkomgeving waar gesprekken met een hoger veiligheidsrisco kunnen plaatsvinden. Dat dit nodig is, is al gebleken uit een veiligheidsincident bij een gesprek dat plaatsvond in buurthuis de Binnendeur.

De huidige huisvesting van Hulst voor Elkaar voldoet i.v.m. veiligheid van medewerkers en cliënten, en de privacy van cliënten in een kleine gemeenschap, niet aan deze voorwaarden. Er is een tijdelijke oplossing voor de proeftuin gevonden door het huren van een ruimte in Den Dullaert, maar dit lost het probleem niet structureel op. Er is daarom behoefte aan huisvesting: • die goed bereikbaar is voor cliënten • met werkplekken voor zowel de medewerkers van het lokaal team als van het veiligheidsteam • met een vergaderruimte voor gezamenlijk overleg met het lokaal team en veiligheidsteam en voor het ontvangen van gezinnen en hun netwerk voor Top-3 Casusoverleg (netwerkgesprekken om tot een veiligheidsplan te komen) • met een spreekkamer, liefst met een alarmknop, voor gesprekken met een hoger veiligheidsrisico Beperkte casuïstiek In de proeftuin is ervoor gekozen om te beginnen met gezinnen met kinderen, omdat de deskundigheid in het team vooral bij jeugd ligt. Voor het vervolg zijn er de volgende aandachtspunten: - Verbreden naar volwassenzorg - Aansluiten bij de ontwikkelingen in de strafketen en het Zorg&Veiligheidshuis - Onderzoeken hoe ervaringsdeskundigheid structureel kan worden ingezet

21

Sanne en Esther: "Wij moeten aansluiten bij de cliënten, en niet andersom" In de praktijk Weblogbericht | 28-11-2023 | voor Jeugd & Gezin Op de Dag van de Praktijk op 3 juli jl. spraken we met Sanne Beumer, jeugdhulpprofessional namens Spring Jeugdhulp bij Hulst voor Elkaar, en met Esther van Veldhuizen, jeugdzorgwerker bij William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, over het Toekomstscenario.

Beeld: ©Bureau EMMA/Patrick van den Hurk Esther zit links, Sanne rechts. Sanne: “Ik zit namens Spring Jeugdhulp in het lokale team van Hulst voor Elkaar. Dat is de toeleiding richting specialistische zorg. Voor we hier in Zeeland in april met de proeftuin voor het Toekomstscenario zijn begonnen, deed Hulst voor Elkaar alleen laagdrempelige hulpverlening. Als er meer nodig was, dan werd de casus overgedragen. Nu zijn we als Spring aangesloten bij Hulst voor Elkaar en voeren we veel hulpverlening zelf uit. Dat is een loket minder en scheelt tijd. Alleen als het moet, schakelen we een andere zorgverlener in. De lijntjes met andere organisaties zijn kort. We komen eens per week samen met het Regionaal Veiligheids Team van de proeftuin. Daar bespreken we de aanpak en nemen we elkaar mee in wat we hebben uitgezet, zodat we van elkaar kunnen leren.” 22

Eén vaste contactpersoon Esther: “Ik zit namens William Schrikker in dat Regionale Veiligheids Team, dat bestaat uit alle gecertificeerde instellingen, de Raad voor de Kinderbescherming, Veilig Thuis en de GGZ. Voorheen gaf bijvoorbeeld Sanne aan dat vrijwillig kader niet toereikend was. De Raad deed dan onderzoek. Bleek daaruit dat een kindermaatregel passend was, dan verzocht de Raad de rechter daarom. Bij toewijzing ging de casus naar een gecertificeerde instelling, bijvoorbeeld William Schrikker, en verdween Sanne uit beeld. Nu komen we veel eerder bij elkaar en houden we zo’n casus door overleg, samenwerking en een vast team zo lang mogelijk in het vrijwillige kader. Er is namelijk vaak nog heel veel mogelijk voor je naar dwang gaat. Met die nieuwe werkwijze wil je bereiken dat er minder maatregelen hoeven te worden opgelegd. En ook bij dwang blijven we nu samenwerken.” Sanne: “We werken nog niet lang op deze manier, en zijn druk aan het beproeven hoe we in onze casussen met deze nieuwe aanpak te werk kunnen gaan. Het doel is om met één vaste contactpersoon te werken, of soms met twee. Dat is hoe ik heel graag wil werken. Die contactpersoon loopt gedurende het hele traject van een gezin mee, ook als het onverhoopt toch tot een maatregel komt.

Deze persoon blijft dus altijd naast het gezin staan, zodat belangrijke informatie niet verloren gaat en meteen beschikbaar is als een andere instantie bij de casus wordt betrokken. Dat is ook heel belangrijk om ervoor te zorgen dat zo’n gezin vertrouwen in de hulpverlening krijgt en houdt.”

Nieuwe manier van werken Esther: “Het is voor de gezinnen veel overzichtelijker. Ik voel vaak die frustratie wel als ze bij ons komen en wéér het hele verhaal moeten vertellen. Dat vind ik echt erg, want die mensen hebben hun verhaal dan eerder voor een raadsrapport of aan een casusregisseur ook al helemaal moeten uitleggen. De gang van zaken is vaak heel onduidelijk en dat geeft gezinnen het idee dat ze steeds opnieuw moeten bewijzen dat ze recht op hulp hebben. Vanuit de William Schrikker werken wij dan ook nog eens voor de doelgroep met een lichte verstandelijke beperking, en dan kan het nog moeilijker zijn. Daarom kijk ik erg uit naar deze nieuwe manier van werken. Want wij moeten aansluiten bij de wensen en belangen van de cliënten, en niet andersom.”

23

Hoe nu verder: Beproevende regio Zeeland De proeftuin Ieder1 is geëindigd op 31 maart 2024. De proeftuin heeft een basis gelegd voor een veelbelovende nieuwe werkwijze. Het lokaal team is versterkt. Samenwerken en doen wat nodig is, is steeds het uitgangspunt. Het lokaal team en het veiligheidsteam dragen een gezin niet over, maar werken samen met gezinnen. Er wordt systeemgericht gewerkt. Er wordt gewerkt vanuit één visie. Het experiment was klein en de tijd om te experimenteren was beperkt. De opbrengsten zijn nog pril en moeten verder worden doorontwikkeld. Nu stoppen betekent dat de opbrengsten verloren gaan. Daarom heeft de stuurgroep besloten om na maart 2024 in Zeeland als beproevende regio verder te gaan met de implementatie van het Toekomstscenario. De stuurgroep blijft bestaan om deze ontwikkeling verder te begeleiden. Het plan hiervoor wordt in het tweede kwartaal 2024 uitgewerkt.

Het gaat hierbij om: • Bijdragen aan de ontwikkeling van de sterke lokale teams en het realiseren van in elk geval structureel advies en consultatie in het lokale team door Veilig Thuis (VT) en Gecertificeerde Instellingen (GI) door een regionaal plan hiervoor te ontwikkelen en uit te voeren; methodisch, kwalitatieve werkwijze ontwikkelen om goed/snel aan te sluiten vanuit de RvdK (kennis & expertise en versnellen onderzoek) • Het delen van kennis met en tussen gemeenten om werkzame elementen binnen sterke lokale teams uit te wisselen en af te stemmen. In elk geval op het vlak van de structurele advies- en consultatiefunctie in de lokale teams door VT en GI. Hiervoor is extra inzet voorzien op bijvoorbeeld: training en begeleiding Top-3 methodiek, begeleiding teamvorming, training verklarende analyse. • Lokale initiatieven op het gebied van zorg en veiligheid die al lopen, verder te ontwikkelen en te verbinden aan de ervaringen in de proeftuin, het landelijke programma Toekomstscenario en het project domeinoverstijgend samenwerken op het gebied van zorg en veiligheid.

Tijdpad landelijk programma Toekomstscenario 2023-2024

beproeven in proeftuinen en regio’s

Nov 2023

advies commissie Rechtsbescherming en Rechtstatelijkheid

2024-2027

landelijke uitrol onderdelen Toekomstscenario die zonder wetswijziging mogelijk zijn

Voorjaar 2024

besluit voorkeursvariant Regionaal Veiligheidsteam

Eind 2024

uitgewerkte en onderbouwde voorkeursvariant RVT (incl. beeld wetgeving en transitie- en transformatiekosten)

2e helft 2025

politiek besluit RVT

2e helft 2027

afronding wetgevingstraject RVT

24

Eind 2027

start fase2: transitie en transformatie

2030

eind fase 2: nieuwe werkwijzen landelijk ingevoerd, aanpassingen in regelgeving afgerond en aanpassingen in stelsels en structuren uitgevoerd

Voortzetting van Ieder1 in Hulst Voor de voorgenomen regionale verbreding is het voortzetten van de ontwikkelingen in Hulst essentieel. De gemeente Hulst wil na het eindigen van de proeftuin het team Ieder1 bij Hulst voor Elkaar continueren. Ieder1 voert vanuit het lokale team de regie in gezinnen en huishoudens waar veiligheidsvraagstukken spelen. Het team kijkt met een brede blik naar de complexere (veiligheids)vraagstukken in gezinnen. Het team levert de contactpersoon die betrokken blijft bij het gezin, zelf hulp biedt waar mogelijk, en de regie voert, d.w.z. coördineert dat de juiste hulp wordt ingezet en dat alle ingezette hulp vanuit één visie en met één gezamenlijk doel samen werkt. De gemeente wil daarmee voortbouwen op de werkzame bestanddelen van de proeftuin: • Een vaste contactpersoon/regisseur vanuit het lokaal team die het hele traject betrokken blijft. • De tijd nemen vanaf de start om gezinnen te ondersteunen en te doen wat nodig is wanneer dat nodig is • Werken met één taal, één visie en één plan (Top-3 en verklarende analyse). • Korte lijnen naar collega's van veiligheidsorganisaties (Veilig Thuis, GI's en RvdK) en het gezamenlijk bespreken van casuïstiek waardoor verschillende perspectieven aan bod komen en kennis wordt uitgewisseld • Gezinnen worden niet overgedragen.

Deskundigheid van veiligheidsorganisaties wordt in overleg bijgeschaald in de ondersteuning van een gezin wanneer dat nodig is, en afgeschaald als dat kan. Dit vraagt om een investering in het blijvend versterken van het lokaal team door continuering van de inzet van Spring en Emergis, en om concrete afspraken met Veilig Thuis en de GI's over een andere invulling van de adviesfunctie, monitoring en ondersteuning in het vrijwillig kader door het inzetten van medewerkers voor het lokaal team in Hulst. De wensen t.a.v. de samenwerking met Veilig Thuis zijn: • Altijd werken volgens gefaseerd werken aan veiligheid (Top-3), zowel door het lokaal team als door Veilig Thuis • Niet overdragen maar "bijschalen": samen optrekken tot de directe veiligheid voldoende is • Veilig Thuis sluit structureel aan bij de casuïstiekbespreking van het lokaal team Ieder1 voor advies (eventueel anoniem bespreken) • Veilig Thuis voert samen met het lokaal team Ieder1 gesprekken met het gezin als er veiligheidsissues zijn 25

•

o bij de start o als het niet lukt om de veiligheidsafspraken te realiseren o als onveiligheid terugkeert Veilig Thuis blijft betrokken totdat de directe veiligheid voldoende is, dus ook tijdens een raadsonderzoek houdt Veilig Thuis de regie op veiligheid totdat GI betrokken is.

De samenwerking tussen het lokaal team en de GI's: • Structureel aansluiten bij de casuïstiekbespreking van het lokaal team, niet alleen op aanvraag. • De adviesfunctie van de GI's wordt structureel ingezet in het lokaal team en wordt omgebouwd naar een ondersteuningsfunctie, waarbij medewerkers van de GI samen met de medewerkers van het lokaal team gezinnen ondersteunen in het vrijwillig kader. • In het geval van een maatregel voert de medewerker van de GI de casusregie, maar de contactpersoon van het lokaal team blijft betrokken, zodat zij het weer kan overnemen na het einde van de maatregel. Geen overdrachten! De samenwerking met de Raad voor de Kinderbescherming: • Afspraken maken over onderzoek met als uitgangspunt: methodisch kwalitatief onderzoek dat overdraagbaar is aan RvdK. De RvdK hoeft dan alleen te toetsen op kwaliteitskader en juridische grondslag. Basisregels voor onderzoek zijn: o verschillende perspectieven komen aan bod o feiten en meningen worden gescheiden: feitelijk, concreet, kritisch op veiligheid o zorgvuldigheid en volledigheid: hoe zet je dat op schrift • Afspraken maken over samenwerking met partners (een "regionaal veiligheidsnetwerk") waarin de informatie die er is één doorgaande lijn volgt • "Interventiegesprekken": de RvdK gaat mee naar het gezin om te voorkomen dat er een maatregel komt • Doorontwikkelen JBT

Regionaal De stuurgroep van Ieder1 heeft op 28-2-2024 een aanzet gegeven met een aantal werkzame betsanddelen en aandachtspunten voor de verdere doorontwikkeling in de beproevende regio Zeeland. Samenwerking lokaal team en veiligheidspartners • In het vrijwillig kader is geen toezicht in juridische zin, maar door de aanwezigheid van de jeugdhulpverlener wel steeds zicht op het gezin. Escalatie kan worden voorkomen. Door vasthoudendheid vanuit het sterk lokaal team kan de volwassene die de hulpvraag intrekt, toch weer mee gaan werken. • Bij toewijzing van een OTS blijft het lokale team betrokken. • De adviesrol van de GI’s moet gewaarborgd worden. • Inrichting van een sterk lokaal team moet multidisciplinair van samenstelling zijn met voldoende menskracht. 26

• •

• •

Het helpt als gemeenten dezelfde uitgangspunten, werkwijzen en expertise hebben. Binnen het portefeuillehoudersoverleg Jeugd moet doorgepraat worden over de opgaven vanuit de Hervormingsagenda en het Toekomstscenario. Een gezamenlijke visie op het sterke lokale team ontwikkelen. Expertise en deskundigheid van de lokale teams ten aanzien van veiligheid verbeteren met behulp van TOP-3 methodiek Vaste medewerker VT en GI regelmatig aanwezig bij het lokale team. Het helpt om te beginnen met medewerkers die affiniteit hebben met meedenken in het vrijwillig kader.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15216156/1