CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

E.13a Reflectieverslag rondetafelgesprek GI-functie in Zeeland

Raadsvergadering 12 juli 2022, gemeente KapelleBij agendapunt: Vaststellen Lijst Ingekomen Stukken 12 juli 20221.537 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reflectieverslag Rondetafelgesprek GI-functie in Zeeland Aanleiding In de periode voorjaar 2020 tot en met zomer 2021 is de GI-functie in Zeeland verder onder druk komen te staan, in het bijzonder door de situatie rond GI Intervence. In het voorjaar van 2020 nemen de gemeenten, na een aantal jaren van zorgen, het initiatief tot een scenario-onderzoek. In de daaropvolgende periode is er veel gebeurd, wat uiteindelijk heeft geleid tot een bestuurlijke overname van Intervence door JB West. Op initiatief van de Zeeuwse gemeenten en het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft op 20 april 2022 een rondetafelgesprek plaatsgevonden met de kernpartijen in het proces rond de GI-functie in Zeeland. Doel van het rondetafelgesprek was om met elkaar, vanuit de verschillende perspectieven, te reflecteren op het proces en te leren voor de toekomst. Disclaimer: We spreken in dit reflectieverslag over ‘de partijen’ rond de GI-functie in Zeeland. Tijdens het rondetafelgesprek waren vertegenwoordigers vanuit vier perspectieven (gemeenten, GI-instellingen, toezichthouders, ministerie) op de bestuurlijke besluitvorming aanwezig. De reflecties en lessen komen voort uit het rondetafelgesprek. Tegelijkertijd waren enkele kernpartijen niet in de gelegenheid aanwezig te zijn.

In de voorbereidende gesprekken op het rondetafelgesprek zijn wel meer partijen gesproken (waaronder Intervence, jeugdbeschermers, rechtbank, de Raad voor de Kinderbescherming, Leger des Heils en William Schrikker Stichting). Uiteraard zijn er nog andere perspectieven te onderscheiden, zoals personeel en cliënten, maar deze zijn in het rondetafelgesprek buiten beschouwing gelaten omdat zij geen directe verantwoordelijkheid droegen voor de bestuurlijke besluitvorming. Rondetafelgesprek

20 april 2022

Aanwezigen

Albert Vader (gemeente Vlissingen), Astrid Rotering (JB West), Eric Bezem (ministerie van Justitie en Veiligheid), Gertjan Postma (Jeugdautoriteit), Helonne Blomberg (Inspectie Gezondheid en Jeugd), Jack Werkman (gemeente Sluis), Joost de Goffau (gemeente Goes), René Ruissen (gemeente Hulst), Margreet van Heest (programmamanager Jeugd Zeeuwse gemeenten, ondersteuning en geen actieve deelname aan reflectie) Afmeldingen van: Corina Schenk (Briedis), Sira Kamermans (Intervence), Vincent Schouten (procesbegeleider), André Pont (ministerie van Justitie en Veiligheid, ondersteuning en geen actieve deelname aan reflectie)

Verslag opgesteld door

Jitske van Popering, Mike Duijn, Iris Casteren van Cattenburch (GovernEUR/Erasmus Universiteit Rotterdam)

Terugblik op het proces De partijen hebben samen teruggeblikt op het proces rond de GI-functie in Zeeland. Bij de start van het rondetafelgesprek hebben de onderzoekers, op basis van de voorbereidende gesprekken, gesteld dat in het proces de focus steeds meer is komen te liggen op de formele randvoorwaarden voor goede hulp voor kind en gezin. Vanuit goede intenties en veel inspanningen is het hoofddoel gaandeweg en onbedoeld door de vingers geglipt, omdat de partijen zich steeds meer terugtrokken op hun formele taken en bevoegdheden. Het nieuwe stelsel, waarin de partijen nog zoekende zijn naar de juiste rolopvatting en een werkbaar samenspel, heeft dit mede in de hand gewerkt. Deze observatie van de onderzoekers heeft als startpunt gediend voor de reflectie van de partijen op het proces.

|1|

Met de kennis van nu hebben de partijen gereflecteerd op hun rol in dit samenspel, en in het bijzonder rond drie cruciale punten: 1) het besluit om het contract met GI Intervence niet te verlengen, 2) het oppakken van gezamenlijke verantwoordelijkheid en 3) de regie over het besluitvormings- en samenwerkingsproces. We spreken expliciet over ‘met de kennis van nu’; het was een complex en intens proces waar stappen die achteraf logisch waren geweest, op dat moment niet werden gezien of niet mogelijk waren. Ten eerste het besluit van de gemeenten om het contract met Intervence niet te verlengen en overdracht aan drie GI’s voor te gaan bereiden. Voorafgaand aan dit besluit lagen drie scenario’s op tafel, deze waren echter afzonderlijk onderzocht waardoor een deel van de beslisinformatie niet beschikbaar noch goed vergelijkbaar was. De urgentie voor het scenario-onderzoek, namelijk de grote financiële zorgen van de gemeenten over de bedrijfsvoering van GI Intervence, was niet bij alle partijen bekend. Bij het nemen van het besluit door de gemeenten was (nog) geen gedegen en gedragen plan opgesteld voor de GI-functie in Zeeland. Met de kennis van nu was een plan, gedragen door het hele krachtenveld, van belang geweest om een besluit te nemen over het contract met Intervence. Ten tweede ontbrak in het proces gedeelde verantwoordelijkheid.

Gedeelde verantwoordelijkheid in de betekenis dat iedere partij eigen verantwoordelijkheden heeft, die samenkomen in het gedeelde doel van goede jeugdbescherming. De gemeenten waren formeel aan zet. Dit vroeg veel van de bestuurscommissie en inkooporganisatie, waarbij zij ook te maken hadden met een afnemende politieke bereidheid vanuit sommige gemeenteraden om de grote financiële tekorten blijvend bij te passen. Deze mechanismen werden onvoldoende (h)erkend door de andere partijen aan tafel. Zij kwamen de gemeenten niet concreet te hulp: de Zeeuwse GI’s waren als collectief niet sterk genoeg voor het juiste gesprek over een gedragen plan. De toezichthouders speelden een reactieve rol en gaven inbreng vanaf het moment dat er een concept-plan beschikbaar was. De toezichthouders hebben informatie over de GI's maar mogen dit niet altijd of in elke fase van het toezichtproces actief delen in verband met juridische en wettelijke vereisten. Het ministerie was wel vroegtijdig betrokken maar zag vooral een rol in het waarborgen van de continuïteit van de jeugdbescherming door het faciliteren van gesprekken en het waarborgen van een fall-back optie. In de dynamiek tussen partijen speelde ook de coronacrisis mee, waardoor onlineoverleg veel contactmomenten mogelijk maakte, maar weinig informeel contact mogelijk was.

Door de opstelling van de partijen in het krachtenveld – vooral ingegeven door formele taken en bevoegdheden – kwam een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor goede hulp voor kind en gezin nauwelijks van de grond. En zo bleef de druk om tot oplossingen te komen vooral bij de gemeenten liggen. Ten derde was er te weinig sprake van consistente en gedeelde verantwoordelijkheid voor regie op het besluitvormings- en samenwerkingsproces, met name in de periode direct na het besluit. Er ontstond veel onrust bij alle partijen en professionals die betrokken waren bij de GI-functie in Zeeland. De media speelden hierin een belangrijke rol, door de ‘strijd’ tussen de partijen verder uit te vergroten. De onrust versterkte het onderlinge aanvallen en verdedigen tussen partijen. Pogingen om tot onderling gesprek vanuit gezamenlijke verantwoordelijkheid te komen, strandden door de posities die waren ingenomen. Deze onrust had negatieve gevolgen voor kinderen, gezinnen en de professionals in de Zeeuwse jeugdbescherming. Een situatie die wat betreft de partijen nooit meer mag ontstaan.

De beraadslagingen in het eerste deel van het rondetafelgesprek wekten bij de onderzoekers de indruk dat de partijen allen te maken hebben gehad met een sterk gefragmenteerd speelveld; er is fragmentatie van informatievoorziening, bevoegdheden en middelen die benodigd zijn om samen te werken aan goede hulp voor kind en gezin. Doordat bevoegdheden, middelen en informatie versnipperd |2|

waren over een keten van partijen, werd het voor partijen vanzelfsprekend of noodzakelijk om meer vanuit hun eigen organisatiebelangen te handelen, in plaats vanuit de gezamenlijke doelstellingen. Daarmee werd het allengs moeilijker om gezamenlijk tot pragmatische oplossingen te komen, vanuit de idee ‘als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan’. Vooruitblik Als partijen rond de GI-functie in Zeeland hebben we in het rondetafelgesprek, enkele lessen getrokken. Hierbij staat de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor ‘de bedoeling’, namelijk goede hulp voor kind en gezin, centraal. In de samenwerking van alle partijen rond de GI-functie in Zeeland willen wij:  In gesprek blijven over de inhoud: we gaan regelmatig samen in gesprek over de Zeeuwse situatie, waarbij we kansen en risico’s (‘early warning’) met elkaar delen. We spreken op korte termijn af met wie en hoe dit gesprek plaatsvindt.  Kwetsbaarheidsanalyse: we willen een analyse opstellen over het Zeeuwse zorglandschap, zodat mogelijke kwetsbaarheden tijdig in beeld komen en we gezamenlijk kunnen anticiperen.  Crisisteam: wanneer een crisissituatie ontstaat, richten we tijdig een crisisteam met organisatiekracht én relevante expertise in. Als gemeenten willen wij, wanneer er zorgelijke signalen zijn, het hele krachtenveld vanaf het begin betrekken bij het samenwerken aan oplossingen.

We willen ons als opdrachtgever verder professionaliseren, waarbij de 13 gemeenten als één opdrachtgever aanspreekbaar zijn. Bijvoorbeeld het hanteren van identieke, gezamenlijk opgestelde en bestuurlijk geaccordeerde protocollen, kan daarbij helpen. Als Zeeuwse GI’s willen wij in deze samenwerking het gesprek aangaan. We willen de situatie binnen onze instellingen en in de zorgketen, inclusief zorgen of problemen, transparant en tijdig met elkaar delen. Als ministerie willen wij in deze samenwerking bij de start van een (crisis)proces duidelijkheid geven over onze rol. We willen organisatiekracht bijschakelen in geval van crisis. Bijvoorbeeld door tijdelijk een deskundige medewerker aan de regio ter beschikking te stellen om de gemeenten concreet ter zijde te staan. Als toezichthouders willen wij in deze samenwerking verkennen hoe we vanuit onze formele rol informatie en signalen tijdig kunnen delen, daarbij vragen we ons af welke (toezicht-)informatie we wanneer mogen delen en onder welke voorwaarden. We kijken bij geval van crisis welke ondersteuning en expertise we vanuit nationaal niveau (o.a. OZJ, ministerie, VNG) kunnen mobiliseren. Houd gezamenlijk de bedoeling voor ogen en geef, aan elkaar steeds duidelijk aan met welke grenzen en randvoorwaarden je te maken hebt.

Dit vormt de opmaat om in een (crisis)situatie op een gezamenlijke en creatieve manier na te gaan hoe een pragmatische (tijdelijke) oplossing te ontwikkelen is, waardoor de goede hulp voor kind en gezin gewaarborgd blijft.

|3|

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11641583/1