D.3a Voorstel vaststellen VZGrichtlijnen 2025 - AB VZG 14 dec2023
Tekst van het document
Datum AB-overleg: Agendapunt: Onderwerp: Auteur: E-mailadres: Tel. nr.:
14 december 2023 5 Vaststellen VZG-richtlijnen 2025 Jeroen Wisse j.wisse@goes.nl 06 36 281 267
Ter vaststelling Het Algemeen Bestuur van de VZG besluit om: 1. De ”VZG-indexatierichtlijn”, de toegestane inflatiecorrectie voor de begroting 2025 van GR-en, vast te stellen op 3,9%; 2. De ”Reserverichtlijn” van 5% van alle baten blijvend onder de aandacht van de GR-en te houden. 3. Vanaf de Programmabegroting 2025 de GR-en de opdracht te geven een bijlage toe te voegen met de berekening van de deelnemersbijdragen met toepassing van de VZGrichtlijn. Voorstel: Richtlijnen voor het opstellen van de begroting 2025 van gemeenschappelijke regelingen Geacht bestuur, Hierbij doen wij u de richtlijnen toekomen voor het opstellen van de begroting 2025 van gemeenschappelijke regelingen. In dit voorstel is rekening gehouden met het rapport ”Afspraken over samenwerken met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland” van juli 2022 (verder: het rapport). Samenvattend stellen wij u in deze memo voor: 1. De ”VZG-indexatierichtlijn”, de toegestane inflatiecorrectie voor de begroting 2025 van GR-en, vast te stellen op 3,9%; 2. De ”Reserverichtlijn” van 5% van alle baten blijvend onder de aandacht van de GR-en te houden. 3. Vanaf de Programmabegroting 2025 de GR-en de opdracht te geven een bijlage toe te voegen met de berekening van de deelnemersbijdragen met toepassing van de VZGrichtlijn.
De nieuwe systematiek voor de “VZG-indexatierichtlijn” is van toepassing vanaf het jaar 2024. In de nieuwe systematiek wordt gebruik gemaakt van nacalculatie. De nacalculatie over de richtlijn 2025 vindt plaats in het jaar 2027 en wordt in de “VZG-indexatierichtlijn” van 2029 verwerkt.
1. VZG-indexatierichtlijn Richtlijn begroting 2025: Op basis van de Macro Economische Verkenning (MEV) 2024 bedraagt de toegestane inflatiecorrectie in de begroting 2025 van GR-en 3,9%. Uitgangspunt is dat deze richtlijn strikt wordt toegepast. Hogere lasten als gevolg van veranderingen in bestaand beleid moeten binnen de conceptbegroting worden opgevangen. Berekeningsmethodiek indexatie: De richtlijn is in overeenstemming met het rapport gebaseerd op de prognose van het percentage overheidsconsumptie beloning werknemers (4,9%) en de prognose van het percentage overheidsconsumptie materieel (2,0%) voor het jaar 2025, welke zijn gepubliceerd in de Macro Economische Verkenning (MEV) 2024. Op basis van deze prognoses wordt het samengestelde percentage vastgesteld op basis van 2/3 van de looncomponent en 1/3 van de prijscomponent. In het jaar 2027 vindt nacalalculatie van de richtlijn 2025 plaats op basis van de cijfers in de MEV 2028, die in september 2027 wordt gepubliceerd. De bijstelling wordt verwerkt in de vzg-richtlijn 2029. Verder beoordelen we jaarlijks in maart op basis van de cijfers in het Centraal Economisch Plan (CEP) of tussentijdse bijstelling van de VZG-richtlijn noodzakelijk is. Berekeningsmethodiek potentiële bezuiniging: Voor de berekeningssystematiek volgen we de aanbeveling uit het rapport.
Als de algemene uitkeringen van de Zeeuwse gemeenten gezamenlijk in enig jaar afneemt met meer dan 1% dan volgt een doorvertaling naar de gemeenschappelijke regelingen. Op deze wijze dragen de gemeenschappelijke regelingen op evenredige wijze bij aan het begrotingsevenwicht bij de deelnemende gemeenten in de gemeenschappelijke regeling. De berekening vindt plaats op basis van het accres over de jaren 2022 en 2023. Uit de berekening is gebleken dat de algemene uitkering in dit jaar een toename laat zien. Hierbij zijn de taakmutaties en ook de mutaties in de integratie- en decentralisatie-uitkeringen buiten beschouwing gelaten. Dit betekent dat een bezuiniging op dit moment niet aan de orde is. In de septembercirculaire 2023 is vanaf het jaar 2026 een forse daling van het accres voorzien, ook wel bekend als het ravijnjaar. De daling is ongeveer 5%. Bij een daling van meer dan 1% wordt een evenredige bijdrage van de gemeenschappelijke regelingen verwacht. Mocht deze situatie zich voordoen dan neemt het VZG-bestuur een besluit over de omvang van de bezuiniging. In totalitet bedraagt de indexatierichtlijn daarom 3,9% voor 2025.
2. Reserverichtlijn De norm voor reservevorming bedraagt 5% van alle baten van de desbetreffende gemeenschappelijke regeling. Deze norm dekt dan het totaal van alle vormen van reservevorming af. Negatieve exploitatiesaldi moeten in eerste instantie hieruit worden afgedekt. Als daarmee het totaal van de reserves is opgebruikt, komt het restant ten laste van de deelnemers. De enige uitzondering hierop is een reserve die dient als dekking voor al aanwezige afschrijvinglasten. Deze reserve valt buiten de berekening. Als de totale reservepositie op de balans per 31 december 2024 meer dan 5% van de baten bedraagt, moet het meerdere in maximaal 5 jaar worden uitgekeerd aan de deelnemers. Die 5 jaar geldt vanaf het eerste jaar dat de afbouw van de reserves is gestart. 3. Berekening bijdragen deelnemers met toegepaste VZG-richtlijn Vanaf de begroting 2025 wordt aan de GR’en verzocht om in de bijlage van de begroting een berekening van de deelnemersbijdrage met de toegepaste VZG-richtlijn op te nemen. Door het toevoegen van de berekening wordt inzicht gegeven in de toepassing van de VZG-richtlijn voor het begrotingsjaar. Het opnemen van de berekening zorgt er ook voor dat het inzicht behouden blijft voor latere jaren.
De berekening bevat ten minste de volgende onderdelen: Bijdragen deelnemers primaire begroting jaar t-1 Mutatie bijdragen deelnemers obv goedgekeurde begrotingswijzigingen (AB) Totaal bijdragen deelnemers waarover VZG-richtlijn wordt toegepast VZG-richtlijn begrotingsjaar Mutatie bijdrage deelnemers op basis van VZG-richtlijn (C x 1+ D) Bijdrage deelnemers begrotingsjaar t
=
A B (+ of -/-) ----------C D (%) E ------------F
De bijdrage van de deelnemers wordt bepaald aan de hand van de VZG-richtlijn indexering. Een eventuele afwijking moet door de GR worden toegelicht. Gemeenschappelijke regelingen waarbij sprake is van een significante afwijking van de verhouding tussen lonen en materieel kunnen een aanvulling vragen onder de voorwaarde dat dit ook nodig is.
Namens de Zeeuwse gemeenten Jacco Scheele, Frank Tillema en Jeroen Wisse Goes, 14 december 2023