CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

D.10 ROB-nieuwsbrief-2024-1

Raadsvergadering 28 mei 2024, gemeente KapelleBij agendapunt: Vaststellen Lijst Ingekomen Stukken 28 mei 2024 (LIS) en overzicht toezeggingen en moties (ter kennisname)5.611 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Dit jaar is gestart met veranderende politieke verhoudingen, veel nieuwe volksvertegenwoordigers en met een openbaar bestuur waarvoor op nationaal niveau een politiek akkoord moet worden gesloten. De grote en complexe vraagstukken van ons land vragen om een visie voor de langere termijn en een krachtig samenspel tussen mensen en organisaties. Heldere doelen met randvoorwaarden en een goede werking van het openbaar bestuur zijn daarvoor cruciaal. Als onafhankelijk adviesorgaan van regering en parlement draagt de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) hier graag aan bij. In deze nieuwsbrief vertellen wij u hier graag meer over.

Inhoud Nieuwe raadsleden ....................................................................................................................................................... 2 Nationale ondersteuning nodig voor decentraal klimaat- en energiebeleid.......................................................... 3 Start bij formatie met gezag herwinnen..................................................................................................................... 5

Raamwerk financiële verhoudingen ........................................................................................................................... 7 De financiële verhoudingen met Caribisch Nederland.............................................................................................. 9 Terugblik: Samen leven met de democratische rechtsorde als fundament ......................................................... 11 Modernisering van de financiële verhoudingen is urgent ...................................................................................... 14

Terugblik: Dag van de Financiële Verhoudingen 2024 ............................................................................................ 16 Voorzitter Han Polman bij Eerste Kamer over bestuurlijke en financiële verhoudingen.................................... 18 Raadslid Peter Verheij bij Rondetafel Economische vooruitzichten en begrotingsbeleid Tweede Kamer ....... 19

Samenwerking tussen Rijk en gemeenten ...............................................................................................................20 Colofon......................................................................................................................................................................... 21

1

Nieuwe raadsleden De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) verwelkomde twee nieuwe raadsleden. De Ministerraad heeft een nieuw lid benoemd en daarnaast heeft de ROB zelf een tijdelijk raadslid benoemd.

BENO EMINGEN De nieuwe raadsleden zijn: Salima Belhaj, oud-Tweede Kamerlid en voormalig voorzitter parlementaire enquête dienstverlening, -handhaving en fraudebestrijding bij overheidsdiensten en raadslid/fractievoorzitter gemeenteraad Rotterdam.

Arno Visser (tijdelijk raadslid), voorzitter van Bouwend Nederland. Voormalig president van de Algemene Rekenkamer, wethouder Financiën Almere en Tweede Kamerlid.

De Raad voor het Openbaar Bestuur is zeer verheugd met de komst van deze nieuwe raadsleden. We kijken uit naar de samenwerking!

2

Nationale ondersteuning nodig voor decentraal klimaat - en energiebeleid De Rijksoverheid dient beter zicht te krijgen op de voortgang van de uitvoering van de belangrijkste taken op het klimaat- en energiebeleid van gemeenten, provincies en waterschappen – de decentrale overheden. Ook moeten er instrumenten komen waarmee het Rijk op de uitvoering kan bijsturen. Om vaart te kunnen maken met het klimaat- en energiebeleid hebben decentrale overheden tijdig meerjarige financiële zekerheid nodig. Dat concludeert de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) in zijn advies Koersen op klimaatneutraal. Aansturing en bekostiging van het decentrale klimaat- en energiebeleid.

Gemeenten, provincies en waterschappen voeren een groot deel van het klimaat- en energiebeleid uit. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het maken van plannen om woningen te verduurzamen of het plaatsen van windmolenparken en zonneweides. Elke decentrale overheid bepaalt grotendeels zelf wat zij doet, en in welk tempo. Het doel van het klimaatbeleid is wel dat de gezamenlijke inspanningen van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden, optellen tot 55% CO2 -reductie in 2030, ten opzichte van 1990. En uiteindelijk tot klimaatneutraliteit in 2050. DE VRIJBLIJVENDHEID VO O RBIJ Op dit moment is er voor sommige belangrijke taken nog weinig inzicht over hoe ver gemeenten, provincies en waterschappen zijn met hun plannen en de uitvoering daarvan. Niet alle decentrale overheden verzamelen dezelfde soort data, en de data wordt ook niet centraal verzameld. Zo is onduidelijk op welk doel gemeenten, provincies en waterschappen op schema zitten, en welke doelen achterblijven. Het ontbreekt de Rijksoverheid daarbij op vrijwel alle doelen aan een ‘stok achter de deur’: ze kan niet ingrijpen als de inspanningen van gemeenten, provincies en waterschappen achterblijven op een bepaalde taak.

De ROB adviseert daarom dat Rijksoverheid en decentrale overheden afspraken maken over een samenhangend interbestuurlijk instrumentarium om het decentrale klimaat- en energiebeleid te ondersteunen én te sturen. Dit vraagt op de eerste plaats om nationale ondersteuningsstructuren, en daarnaast om bestuurlijke gesprekken over de voortgang op bepaalde taken, en – wanneer de voortgang achterblijft – de mogelijkheid tot het geven van aanwijzingen door de minister aan een gemeente, provincie of waterschap. RESERVEER MIDDELEN VO O R CO NCRETE PLA NNEN De nadruk op meer sturing is mede ingeven door het grote maatschappelijke belang en de omvang van de geraamde uitvoeringskosten voor decentrale overheden. Mede als gevolg van het aangescherpte klimaatbeleid lopen deze op tot ruim 1 miljard euro per jaar euro in 2030. Dat blijkt 3

uit het onderzoek dat adviesbureaus Andersson Elffers Felix en Improven in opdracht van de ROB hebben uitgevoerd. De ROB adviseert de middelen die gemeenten en provincies krijgen voor de uitvoering van klimaaten energiebeleid aan te vullen op basis van dit onderzoek. Ook adviseert de ROB om een deel van de benodigde middelen beschikbaar te stellen op basis van concrete plannen, zodat de beschikbare middelen terechtkomen bij gemeenten en provincies die extra vaart kunnen en willen maken. SNEL ZEKERHEID NO DIG O VER MIDDELEN Niet alleen is het van belang dat decentrale overheden voldoende middelen ontvangen om deze kosten te kunnen dekken, ook hebben gemeenten en provincies zekerheid nodig over wanneer zij welk bedrag ontvangen. Anders kunnen zij moeilijk grote investeringen doen die lang op de begroting drukken of het benodigde personeel (vast) in dienst nemen. O O K GELD NO DIG VO O R INVESTERINGEN De kosten voor investeringen, zoals het aanleggen van warmtenetten, blijken nog erg onzeker. De ROB adviseert nader onderzoek te doen naar de omvang hiervan. Wel moet het Rijk al zoveel mogelijk een begin maken met het uitkeren van een gedeelte van dit geld, zodat taken waarvoor investeringen nodig zijn niet stil komen te liggen.

TO ELICHTING A A N MINISTER JETTEN Op donderdag 18 april gaf de ROB een toelichting aan minister Rob Jetten van Klimaat en Energie over het advies. Terugtredend ROB-raadslid Peter Wilms - die nauw betrokken was bij de totstandkoming van het advies - schoof aan bij het Bestuurlijk overleg Klimaat en Energie, waar o.a. ook de Unie van Waterschappen, de VNG, het Interprovinciaal Overleg en Netbeheer Nederland aanwezig waren.

4

Start bij formatie met gezag herwinnen Voorzitter Han Polman en secretaris directeur Iris Sluiter blijven het benadrukken: herstel van het gezag van de overheid is noodzakelijk om vooruitgang te boeken op thema’s zoals migratie, klimaat en bestaanszekerheid. Investeren in de bekwaamheid, betrouwbaarheid en betrokkenheid van de overheid is nu cruciaal. Het is een centraal thema voor de komende jaren, en voor een nieuw kabinet. Zij schrijven dat in hun advies aan de informateurs.

In november bracht de ROB het signalement uit Het regeerakkoord als startdocument. Daarin stelt de ROB voor te werken met een regeerakkoord als startdocument. Alleen hoofdlijnen, waarbij verdere invulling en uitvoering vorm krijgen met medeoverheden en de samenleving. Dat is de goede basis voor een overheid die betrokken, bekwaam en betrouwbaar omgaat met haar burgers. Zo kan de overheid haar gezag herwinnen. RESPO NSIEVE O VERHEID Hoe ziet zo’n akkoord er dan uit? Polman: ‘Het stelt op de grote opgaven inhoudelijk prioriteiten met waarden en doelen voor de lange termijn. Het bevat alleen randvoorwaarden voor vormgeving en kleur, en hoe die doelen te behalen. Deze opzet past bij besturing op de lange termijn en geeft ruimte om het (gehele) parlement en de samenleving te betrekken. Een prachtige basis voor een responsieve overheid.’ Coalitiefracties zijn dus alleen gebonden aan het regeerakkoord en daarmee aan een strategische koers en doelen van de opgaven; niet aan de invulling en uitvoering daarvan. Dit geeft de gehele Tweede Kamer, dus ook de coalitiefracties, ruimte om de regering daarop kritisch te bevragen en waar nodig bij te sturen. Dat draagt bij aan de kwaliteit van het politieke debat en doet recht aan de wetgevende en controlerende functie van de Tweede Kamer. REGERINGSPRO GRA MMA Sluiter: ‘Bij het regeerakkoord hoort een regeringsprogramma.

Daarin regelt het kabinet een toelichting op de aanpak en op de portefeuilleverdeling vanuit de opgaven. Dat komt de slagkracht van het kabinet ten goede, het vergemakkelijkt de verantwoording naar het parlement en het sluit aan op de gewenste bestuurscultuur. Geen dichtgeregelde plannen en verkokerde uitvoering meer.’ Informateur Kim Putters heeft zijn advies voor een deel op deze aanpak gebaseerd; hij noemt het signalement ook in zijn eindverslag. Wat de ROB betreft is ons advies van toepassing bij de vorming van een kabinet nu en voor de toekomst, van welke politieke samenstelling ook.

5

TO NE A T THE TO P Het centraal stellen van de opgaven biedt kansen voor een nieuwe bestuurscultuur en werken als één overheid. Al vele jaren wordt overkoepelend samengewerkt in bijvoorbeeld interdepartementale task forces en programma’s. Toch blijft voor de uiteindelijke zeggenschap en besluitvorming de afbakening per ministerie daar wel in stand. De aandacht gaat daardoor eerst naar de ‘eigen’ afdeling, directie en minister. Ook het parlement werkt zo in commissies naar de departementale indeling. Resultaat: een systeem dat niet aansluit op de maatschappelijke opgaven en vraagstukken van het openbaar bestuur en daarmee ook niet op de vragen en behoeften van burgers en bedrijven. Polman: ‘Denk bijvoorbeeld aan een rijksdienst die het kabinet ondersteunt vanuit één team. Met dit team verandert de tone at the top. Hierin werken de topambtenaren (de secretarissengeneraal) gezamenlijk voor de maatschappelijke opgaven van het kabinet en niet voor een ‘eigen’ minister. Dit vereist geen reorganisatie of departementale herindeling, maar een andere manier van werken.’

6

Raamwerk financiële verhoudingen Echte voortgang in de maatschappelijke problemen zoals klimaat, wonen en asielopvang is alleen mogelijk als het raamwerk voor de financiële verhoudingen op korte termijn grondig wordt vernieuwd. Dat schrijft de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) aan minister Hugo de Jonge van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het advies ‘Een raamwerk voor toekomstbestendige financiële verhoudingen’. Dit advies is een actualisering en aanscherping van het advies RustReinheid-Regelmaat uit 2021.

HET GA A T O M MEER DA N GELD A LLEEN De problemen gaan verder dan geld alleen. Taken, verantwoordelijkheden en financiering sluiten steeds minder goed op elkaar aan. Politieke besluiten worden gepresenteerd als technische keuzes, maar blijken in de praktijk anders uit te pakken. Dit leidt tot een geleidelijke uitputting van de vrije financiële speelruimte van gemeenten en provincies, want de kosten stijgen sneller dan de inkomsten vanuit het Rijk. FUNDA MENTELE KEUZES PER TA A KGEBIED De ROB adviseert om eerst fundamenteel te kiezen: moeten decentrale overheden autonoom, als automaat of iets daartussenin opereren? Bekijk dat per beleidsterrein. Pas vervolgens de financiële verhouding per taak of beleidsterrein op die keuze aan. Als decentrale overheden veel beleidsvrijheid hebben, moeten ze meer financiële risico’s dragen. Maar bij medebewind, met veel invloed van het Rijk, moet het Rijk beslissen welke taken nodig zijn en hiervoor een passende vergoeding bieden. INDEXA TIE MET BBP LO ST DE DISBA LA NS NIET O P Het Rijk heeft ervoor gekozen om gemeente- en provinciefonds te indexeren met het bbp, omdat dit voorspelbaarder is. Maar de disbalans is hiermee niet automatisch opgelost. De kosten van decentrale overheden kunnen zich immers anders ontwikkelen dan het bbp.

Als ze geen sturingsmogelijkheden krijgen, kan dit nog steeds leiden tot financiële claims en aanhoudende bestuurlijke onrust. Daarom zijn waarborgen nodig om taken, financiering en verantwoordelijkheden in balans te brengen, ook bij indexatie met het bbp. BRENG DE BEKO STIGING VA N MEDEBEWIND O P O RDE Bij gebonden medebewindstaken is het cruciaal om een balans te vinden tussen voldoende financiële middelen vanuit het Rijk, en sturingsmogelijkheden en eigen financiële verantwoordelijkheid decentrale overheden. De nieuwe medebewindsuitkering, voorgesteld door de 7

ROB, met duidelijke bestuurlijke afspraken over indexering, monitoring en risicodeling, kan hierbij helpen. Voor andere gevallen zijn de huidige uitkeringsvormen voldoende. Voor de zomer zal de ROB een fundamenteel advies over de bekostiging van medebewindstaken uitbrengen. UITBREIDING VA N HET DECENTRAA L BELA STINGGEBIED WERKT NIET BIJ DE HUIDIGE DISBA LA NS Uitbreiding van het decentrale belastinggebied kan pas als deze fundamentele keuzes zijn gemaakt over de rol van decentrale overheden, en taken, verantwoordelijkheden en financiën in disbalans zijn. Anders dreigt afwenteling van financiële problematiek naar de lokale belastingbetaler. Dat laat onverlet dat de ROB vindt dat een democratisch gekozen bestuur belastingen moet kunnen heffen voor de bekostiging van eigen autonome keuzes.

8

De financiële verhoudingen met Caribisch Nederland De herziening van de bestuurlijke en financiële verhoudingen met Caribisch Nederland vraagt om meer dan een paar technische aanpassingen. De voorgestelde aanpassingen in de huidige bekostiging van de Caribische eilandelijke taken en middelen past in een patroon van het bieden van oplossingen binnen een systeem dat fundamentele tekortkomingen kent. Dit concludeert de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) in zijn ‘Briefadvies Onderzoek eilandelijke taken en middelen Caribisch Nederland’ naar aanleiding van het onderzoek dat bureau IdeeVersa in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft uitgevoerd.

BEVO RDEREN EIGEN VERA NTWO O RDELIJKHEID De huidige wijze van bekostiging en toezicht beletten de besturen van de eilanden om een afgewogen financieel beleid te voeren. De sterke nadruk op toezicht, controle, administratie en verantwoording is niet alleen onnodig belastend maar werkt ook niet bevorderlijk voor het ontwikkelen van de eigen verantwoordelijkheid. RECHT DO EN A A N BIJZO NDERE PO SITIE EILA NDEN De typering van de openbare lichamen als bijzondere gemeenten lokt een vergelijking met de Nederlandse gemeenten uit maar doet onvoldoende recht aan de grote diversiteit tussen drie betrokken eilanden onderling, de schaal, de geografische ligging, de wezenlijk andere taken en de culturele achtergrond. HUIDIGE SYSTEEM KENT FUNDA MENTELE TEKO RTKO MINGEN Voor het op orde brengen van de bekostiging is het belangrijk een goed en gedragen beeld te hebben van de taken en het ambitieniveau per eilandelijke taak. Het onderliggende rapport dat bureau IdeeVersa in opdracht van het ministerie heeft uitgevoerd biedt daarvoor een goede basis, maar gaat voorbij aan het feit dat de huidige beschikbare middelen het kwaliteitsniveau van de uitvoering voor een belangrijk deel bepalen. Mogelijke achterstanden en het beoogde en wenselijk geachte kwaliteitsniveau blijven zo buiten beeld.

DRA STISCHE WIJZIGING HUIDIGE BEKO STIGING De ROB pleit er verder voor om de vrije uitkering voor de eilanden structureel te verhogen. Dit kan door het aantal en omvang van de bijzondere uitkeringen drastisch te beperken. Daarnaast dient er een toereikende en transparante systematiek voor en loon- prijsbijstellingen voorafgaand aan het begrotingsjaar te komen. Ook dient bij de vrije uitkering rekening te worden gehouden met de 9

onderhoudslasten van investeringen. Tot slot moet bij de dynamiek van de kosten worden meegenomen bij de ontwikkeling van de vrije uitkering. EENDUIDIGE BESTUURLIJKE EN FINA NCIËLE A FSTEMMING De ROB pleit ten slotte voor een sterkere coördinerende en regisserende rol van BZK in de afstemming tussen de departementen en de openbare lichamen. Dit vraagt om een niet vrijblijvend handelingskader dat houvast biedt bij de vormgeving van de bestuurlijke en financiële uitgangspunten tussen de ministeries en de openbare lichamen. Het terugdringen van het aantal bijzondere uitkeringen en de verantwoordingslasten dient daarin een speerpunt te zijn.

10

Terugblik: Samen leven met de democratische rechtsorde als fundament Op donderdag 18 januari jl. vond in de Glazen Zaal in Den Haag de lunchbijeenkomst met als thema ‘Samen leven met de democratische rechtsorde als fundament’ van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) plaats.

Na het welkomstwoord door Han Polman (ROB-voorzitter en Commissaris van de Koning in Zeeland) deelden Herman Tjeenk Willink (Minister van Staat) en Huri Sahin (burgemeester van de gemeente Rijswijk en ROB-raadslid) hun perspectief vanuit verschillende generaties, achtergrond en ervaring. Onder leiding van Yasmin Ait Abderrahman gingen zij met de aanwezigen in gesprek. SA MENLEVEN MET DE DEMO CRA TISCHE RECHTSO RDE A LS FUNDA MENT Het eerste deel van de bijeenkomst had als thema ‘Samenleven met de democratische rechtsorde als fundament’. Herman Tjeenk Willink legt uit wat we met de democratische rechtsorde bedoelen: de spelregels tussen overheid en burger, en burgers onderling: gemeenschappelijke waarden zoals redelijkheid, billijkheid, grondrechten. We zien dat het moeite kost dit te concretiseren en dat heeft te maken met ‘cognitieve tekorten’. De democratische rechtsorde is dat wat ons nog bindt, nu veel andere gemeenschappelijke zaken zijn weggevallen. Deze is de laatste twee decennia echter uitgehold door teveel op de markt te leunen; de overheid is haar eigen fundament verloren. In de markt staat efficiëntie voorop; natuurlijk zijn er wel morele overwegingen, maar die zijn secundair. Bij de overheid zijn de waarden van democratie en rechtsstaat primair, en is efficiëntie een randvoorwaarde in plaats van een primair doel, zoals in de markt.

Huri Sahin geeft aan dat de Raad voor het Openbaar Bestuur eerder in het advies Gezag herwinnen het cognitief tekort constateerde: de overheid heeft aan bekwaamheid, betrokkenheid en betrouwbaarheid ingeleverd. Daarom is het gezag – vrijwillig aanvaarde macht – van de overheid aan het afnemen. In haar functie als burgemeester ziet zij dat door de toegenomen complexiteit aan wetgeving soms ook hele specifieke kennis nodig is. Wanneer bij maatschappelijke onrust escalatie op de loer ligt, geeft de democratische rechtsorde bescherming en begrenzing, en een kader om als burgemeester haar werk te kunnen doen. Herman Tjeenk Willink geeft aan dat gemeenschappelijke verantwoordelijkheid zowel voor de overheid als voor burgers een probleem is. Bij een systeem waarbij iedereen verantwoordelijk is, is niemand aanspreekbaar. Het zou helpen iedereen zijn eigen functie kent en vervolgens kijkt hoe die beter uit te oefenen. Waarbij de functie van volksvertegenwoordiger anders is dan de functie van bestuurder. Dus de vraag voor iedereen is: wat doet u er zelf aan?

11

HET FUNCTIO NEREN VA N DE O VERHEID EN DE RO L VA N DE PUBLIEKE A MBTSDRA GER Vervolgens verlegt Yasmin de focus naar het huidige functioneren van de overheid en de rol van de publieke ambtsdrager. Huri vertelt hoe zij als burgemeester van Rijswijk hiernaar kijkt. Zij heeft veel respect voor mensen die in deze tijd kiezen voor de publieke zaak. Een zorg daarbij is wel het grote verloop. Om een goede politicus te zijn moet je ook fouten kunnen maken om weer van te leren. Momenteel ligt het vergrootglas enorm op uitglijders en details, waardoor de echte problemen onderbelicht blijven en niet worden opgelost. Dat komt de democratie niet ten goede. Er zou veel meer moeten worden gekeken naar politieke verantwoording. Herman Tjeenk Willink licht toe dat het kenmerk van macht in de democratische rechtsorde is dat die macht gespreid is. Het probleem is dat verantwoordelijkheid wordt gekoppeld aan schuld, terwijl het gaat over risicoaansprakelijkheid. Door de focus daarbij te beperken tot één persoon kom je nooit achter de structurele oorzaken van problemen, en dus komen er nooit structurele verbeteringen. Daarnaast is de overheid geen eenheid en geen hiërarchische organisatie, kenmerk van de overheid is verscheidenheid en wederzijdse afhankelijkheid. Daarom is het zo belangrijk dat je niet alleen eigen functie goed kent maar ook die van de ander.

DE VERHO UD ING TUSSEN O VERHEID EN BURGER Tot slot benoemt Yasmin de relatie tussen overheid en burger. Werkt de democratie niet juist goed: burgers hebben hun stem immers duidelijk laten horen? Herman Tjeenk Willink geeft aan dat bij diverse verkiezingen tot uiting kwam dat er onvrede is, maar dat het systeem daar vervolgens niets mee doet. Achter het gezegde dat ‘de overheid niet luistert’ zitten verschillende problemen: het doenvermogen van de burger, het systematisch niet oplossen van structurele problemen, geen oog hebben voor uitvoerbaarheid en uitvoering, en het probleem dat niet altijd duidelijk is wat onder ‘burger’ wordt verstaan. Hij maakt onderscheid tussen vier rollen waarin de burger zich verhoudt tot de overheid: 1. De burger als vertegenwoordiger van de democratie. Gezien eerdere hervormingen en de vele rapporten hierover is het niet realistisch dat op dit vlak verbeteringen zullen optreden. 2. De burger als deelnemer in de civil society. De (maatschappelijke) democratie kan worden versterkt als de overheid juist burgerinitiatieven stimuleert, ruimte geeft en ondersteunt. 3. De burger die recht heeft op rechtsbescherming, en door rechtsstatelijke normen beschermd wordt tegen andere burgers maar ook tegen de overheid. 4. De burger die beschermd wordt door de overheid, door klassieke en sociale grondrechten.

Op elk van deze vier verschijningsvormen is de positie van de burger de afgelopen 30 jaar verslechtert. Met name op het gebied van bescherming door de overheid is een hoop te doen, want waarom zou je als burger een overheid vertrouwen in regio’s waar deze niet meer zichtbaar is? Huri Sahin geeft aan dat gemeenten in 2015 zware taken erbij gekregen, maar niet de benodigde middelen. Zo komt het sociale vangnet van grondrechten ook onder druk te staan.

12

Tjeenk Willink stelt dat de politiek beter moet luisteren naar signalen uit de ambtenarij en uitvoering. De compensatie van de toeslagenaffaire wordt de volgende affaire, omdat er heel veel signalen uit de ambtenarij worden genegeerd, wat heeft geleid tot een onuitvoerbare opgave die miljarden kost. A FSLUITING Han Polman sluit de bijeenkomst af. Hij stelt dat voor politiek, ambtenaren en overheden het eigen gedrag - hoe we onze rol pakken en onze verantwoordelijkheden invulling geven - ook het beeld wat burgers van ons hebben bepaalt. Als persoon dragen we ons ambt, niet andersom. Hij roept op elkaar sterker te maken door elkaar aan te spreken op de invulling van onze rol. Hartelijk dank aan Huri Sahin en Herman Tjeenk Willink voor hun kennis en inzichten die zij hebben willen delen op een inspirerende bijeenkomst. De middag leverde veel gespreksstof op; de komende tijd gaat de ROB hier verder mee aan de slag. TERUGKIJKEN? Hieronder kunt u de gehele bijeenkomst terugzien.

13

Modernisering van de financiële verhoudingen is urgent Peter Wilms is sinds 2019 tijdelijk raadslid bij de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB). Eerder was hij al adviserend lid van de voorloper van de ROB; de Raad voor de Financiële Verhoudingen. Zijn expertise is interbestuurlijke en financiële verhoudingen. In april neemt hij afscheid van de ROB.

Wilms: ‘Het lidmaatschap van de ROB heb ik als een grote verrijking ervaren. De combinatie van vraagstukken binnen het openbaar bestuur, zeker in combinatie met het brede gezelschap van andere raadsleden dat de totale reikwijdte van het openbaar bestuur bestrijkt. De gecombineerde kennis en expertise binnen de Raad is groot. Ook de samenwerking met andere adviesraden heeft een duidelijke meerwaarde.’ ELKE REGIO TELT Zo bracht de ROB vorig jaar samen met de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) het advies Elke regio telt! uit. Hieruit bleek dat de regionale verschillen in brede welvaart in Nederland groot zijn en toenemen. Wilms: ‘Het beleid van het kabinet moet zich richten op het tegengaan en voorkomen van onwenselijke verschillen, het compenseren van achterstanden alleen is onvoldoende. Er moet in Nederland worden geïnvesteerd in regionale ontwikkeling op de lange termijn.’ ‘De media-aandacht voor dit advies was ongekend. En dat bleef nog lang doorlopen. Er waren veel aanvragen voor toelichtingen en lezingen in het hele land. Wanneer het verzoek specifiek interbestuurlijke en financiële verhoudingen betrof heb ik dat namens de ROB op mij genomen.

Daarbij merk je dat de regio’s zelf al aan de slag zijn met de aanbevelingen uit ons advies.’ DA G VA N DE FINA NCIËLE VERHO UDINGEN Dit jaar organiseert de ROB voor de zevende keer de Dag van de Financiële Verhoudingen. Ook daar was Peter Wilms altijd bij betrokken. Wilms: ‘De Dag van de Financiële Verhoudingen is altijd een heel interessante dag met treffende thema’s. Dit jaar is het thema Een financieel fundament voor lokaal sociaal beleid: over (on)zekerheid in de bekostiging van bestaanszekerheid, zie Dag van de Financiële Verhoudingen. We zien dat de belangstelling elk jaar groot is, evenals de behoefte om na afloop met elkaar over het betreffende thema door te praten. Ieder jaar wordt de dag op een andere locatie in Nederland gehouden. Zo zijn we de afgelopen jaren in Zwolle en Den Bosch geweest; dit jaar vindt de dag plaats in Arnhem. Dat is ook belangrijk, dat we voorkomen om in die Haagse koker te blijven zitten. Het is een bijzondere bijeenkomst en dat moeten we blijven koesteren.’

14

VO O RUITKIJKEN NA A R HET PRO VINCIEFO NDS De komende tijd gaat de ROB zich onder andere buigen over het Provinciefonds. Wilms: ‘Mooi dat de ROB over deze complexe materie gaat adviseren. Het is bijna onbegonnen werk om aan alle provincies gezamenlijk te vragen een voorstel te doen. Hiervoor is – net als bij het Gemeentefonds enkele jaren terug – een kritische overkoepelende blik nodig. De ROB kijkt verder dan empirische modellen; we letten erop dat fondsbeheerders het ook moeten kunnen uitleggen. Het gaat om een politiek gevoelig dossier, maar de ROB is geen scheidsrechter. En elke provincie is anders, bijvoorbeeld al als je kijkt naar zaken als openbaar vervoer of cultuur. Dus we hebben daarbij ook aandacht voor de leefwereld.’ MO DERNISERING FINA NCIËLE VERHO UDING: DE PRA KTIJK VA N LA NGZA MERHA ND A A NSTA LTEN MA KEN In april 2024 neemt Peter Wilms afscheid. Een korte terugblik op de jaren dat hij verbonden was aan de ROB: ‘Er zijn veel vraagstukken waarvan de ROB vindt dat er actie op moet worden ondernomen. Zo is modernisering van de financiële verhoudingen urgent, alleen gaan veranderingen vaak ontzettend traag. Het gevoel van urgentie is soms te beperkt, en dat houdt weer andere thema’s op. Uiteindelijk brengt dat dan veel meer kosten met zich mee dan wanneer je doorpakt. Ik hoop dat daar meer beweging in komt.’

15

Terugblik: Dag van de Financiële Verhoudingen 2024 Op donderdag 18 april jl. vond voor de zevende keer de Dag van de Financiële Verhoudingen van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) plaats. Vanuit Hotel Haarhuis in Arnhem organiseerde de ROB een afwisselend programma met diverse sprekers. Zij reflecteerden op het belang van een financieel fundament voor lokaal sociaal beleid – over (on)zekerheid in de bekostiging van bestaanszekerheid. Naast een flinke opkomst in Arnhem werd het evenement ook in groten getale via de livestream gevolgd.

PRO GRA MMA Tijdens de bijeenkomst reflecteerden verschillende sprekers op de essays en gingen met elkaar en de zaal in gesprek. Het eerste deel draaide om de vraag: Wat is er mogelijk aan lokale oplossingen? Mark Lauriks (wethouder Bestaanszekerheid en Leefbare Wijken, Arnhem), Stans Goudsmit (kinderombudsvrouw Rotterdam-Rijnmond) en Esmé Wiegman (directeur Valente) gingen hierover in gesprek. Stans benoemde dat – naast geld – ‘wachten’ funest is voor bestaanszekerheid. Esmé pleitte ervoor dat kwetsbare mensen die uit de opvang komen, hun ‘gemeentelijke rugzakje’ zoals een schuldenregeling naar de nieuwe woongemeente mee moeten kunnen nemen. Mark vertelde over de vereenvoudigingsoperatie. De sprekers concludeerden dat er een ‘verbod op afschuiven’ zou moeten komen: samenaarschap i.p.v. eigenaarschap. Het tweede deel na de pauze draaide om de vraag: Wat is er landelijk nodig om de lokale oplossingen mogelijk te maken? Michel Visser (Ministerie van BZK, directeur Bestuur Financiën en Regio’s), Renske Leijten (oud-lid Tweede Kamer) en Peter Heijkoop (VNG-voorzitter commissie Participatie, Schuldhulpverlening en Integratie) bogen zich s over dit vraagstuk. Peter vindt dat gemeenten er zouden moeten zijn voor de gevallen die buiten de boot vallen, maar dat de basis door het Rijk geborgd moet zijn.

Renske vond dat een discussie over grensgevallen juist voorkómen moet worden; de vraag is: wat willen we met de rol van gemeenten? Michel vindt dat door Rijk en gemeenten samen gedefinieerd moet worden wat de bedoeling is; nu zijn geld en inhoud gescheiden gesprekken. Peter Wilms (uittredend raadslid ROB) bracht ten slotte de lijnen van deze boeiende middag samen. Hij wees op de parallellen tussen de verhoudingen Rijk-gemeenten en overheid-burger. De ROB zal in zijn advisering de eerste aanzetten voor ideeën over ‘samenaarschap’, ‘stelselsamenwerking’ en het bijeen brengen van leef- en systeemwereld proberen handen en voeten te geven. 16

Wij danken de sprekers van harte voor hun interessante bijdragen op deze dag. TERUGKIJKEN? Hieronder kunt u de gehele bijeenkomst terugkijken. ESSA YBUNDEL Een aantal experts liet in een essay hun licht schijnen op diverse financiële vraagstukken rond het centrale thema. Deze essays zijn samengebracht in de essaybundel Een financieel fundament voor lokaal sociaal beleid. Binnenkort wordt aan deze pdf nog een laatste essay van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) toegevoegd. Daarna wordt de publicatie gedrukt. Wilt u kosteloos een gedrukt exemplaar ontvangen, mail dan uw adresgegevens naar info@raadopenbaarbestuur.nl o.v.v. ‘Essaybundel’.

17

Voorzitter Han Polman bij Eerste Kamer over bestuurlijke en financiële verhoudingen Op woensdag 16 april sprak voorzitter Han Polman van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) bij de deskundigenbijeenkomst in de Eerste Kamer over bestuurlijke en financiële verhoudingen tussen Rijk en decentrale overheden.

Een van zijn hoofdboodschappen was dat het nodig is dat overheden per maatschappelijk vraagstuk vooraf vaststellen wat zij van elkaar nodig hebben. Het is niet zwart-wit: óf volledige beleidsvrijheid via het Provincie- of Gemeentefonds, óf een specifieke uitkering. Er is een tusseninstrument nodig waarin je vooraf met elkaar afspreekt welke beïnvloeding nodig is van het Rijk, welke doelen stellen we vooraf, welke informatie is nodig en welke minimale beleidsvrijheid is op lokaal en regionaal niveau nodig om het maatschappelijke doel te bereiken. De bijdrage van Han Polman is gebaseerd op een aantal eerder verschenen ROB-adviezen. Het gaat dan vooral om het advies Rust-Reinheid-Regelmaat en het advies Raamwerk voor toekomstbestendige financiële verhoudingen. TERUGKIJKEN? Kijk hier de Deskundigenbijeenkomst bestuurlijke en financiële verhoudingen tussen Rijk en decentrale overheden, 16 april 2024 Commissie Binnenlandse Zaken van de Eerste Kamer terug. PO SITIO N PA PER In de position paper van de ROB voor deze deskundigenbijeenkomst vat de ROB de discussie over de financiële verhoudingen in een aantal kernpunten kort samen. Waaronder het belang van spelregels. In de verhouding tussen Rijk en decentrale overheden staat het belang van eenduidige spelregels voorop: Rust-Reinheid-Regelmaat.

Zonder die regels verworden de bestuurlijke en financiële verhoudingen tot machtsverhoudingen, waardoor gemeenten en provincies hun rol niet kunnen waarmaken. Strijd tussen overheden tast daarbij het gezag van de overheid als geheel aan. Naar de position paper.

18

Raadslid Peter Verheij bij Rondetafel Economische vooruitzichten en begrotingsbeleid Tweede Kamer Op dinsdag 26 maart schoof Raadslid Peter Verheij van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) aan bij het Rondetafelgesprek over Economische vooruitzichten en het begrotingsbeleid dat werd georganiseerd door de Vaste Kamercommissie voor Financiën.

De ROB stelde in voor dit rondetafelgesprek een position paper op: Economische vooruitzichten en het begrotingsbeleid; voorbij het Stop and Go beleid. Hierin richt de ROB zich op de vraag hoe het begrotingsbeleid van de Rijksoverheid van invloed is op de financiële verhouding tussen Rijk en decentrale overheden, en op de financiële positie van decentrale overheden. LA NGE TERMIJNPERSPECTIEF Decentrale overheden zijn verantwoordelijk voor het realiseren van de ambities van het Rijk en de zorg voor publieke voorzieningen. Een voorspelbare en consistente begroting is geen doel op zich, maar een middel om maatschappelijke problemen en crises verantwoord het hoofd te bieden. Zowel het Rijk als de decentrale overheden zijn gebaat bij Rust-Reinheid-Regelmaat in het begrotingsbeleid. De grote maatschappelijke uitdagingen vragen om scherpe keuzes. Het Rijksbegrotingsbeleid dient daarbij gebaseerd te zijn op een langetermijnperspectief. Het huidige stop and go beleid werkt ondoelmatigheid in de hand; ook en vooral bij decentrale overheden die in overgrote mate afhankelijk zijn van de uitgavenontwikkeling van het Rijk. Het advies om van de Studiegroep begrotingsruimte om tijdens de kabinetsperiode trendmatig begrotingsbeleid te voeren heeft dan ook de instemming van de ROB. Als de koppeling aan het bbp blijft, dan ligt een aparte indexering van de zorgkosten in de reden.

MEER WEGEN NA A R RO ME Het begrotingsproces zou zich moeten concentreren op een besluitvormingsmoment voorafgaand aan het begrotingsjaar en zou decentrale overheden zo veel mogelijk moeten vrijwaren van incidentele toevoegingen gedurende het begrotingsjaar. Het doel van meerjarige financiële zekerheid voor grote langdurige opgaven kan op verschillende wijzen worden bewerkstelligd. Aan het instellen van fondsen dienen eenduidige voorwaarden te worden gesteld, die ervoor zorgdragen dat de middelen beschikbaar worden gesteld op basis van uitgewerkte plannen die passen binnen de doelstelling. Naar de position paper.

19

Samenwerking tussen Rijk en gemeenten Op basis van een advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) is er met de Harvard Case methode een opleiding ontwikkeld bij de Algemene Bestuursdienst (ABD), gericht op systematisch leren van de praktijk. Deze methode is een vorm van discussion-based learning voor het diagnosticeren van problemen en het verkennen van diverse handelingsopties.

Het ROB-advies dat voor deze opleiding is gebruikt betreft Rol nemen, ruimte geven. Het advies gaat over de interbestuurlijke samenwerking tussen het Rijk en decentrale overheden, met aandacht voor de rol van het Rijk daarin. De ROB stelde dat de grote opgaven van deze tijd – klimaat, wonen, economie, werk – steeds vaker door meer dan één overheidslaag worden opgepakt. Het lukt het Rijk vooralsnog niet om daarbij gelijkwaardig samen te werken met provincies, gemeenten en waterschappen. Onduidelijke verwachtingen over en weer, schotten tussen departementen en weinig kennis bij het Rijk van wat er echt speelt in de regio, zijn daar de belangrijkste oorzaken voor. Voor een betere samenwerking tussen Rijk en regio’s dient het kabinet voor elke grote regionale opgave één minister verantwoordelijk te maken. Ook ontwikkelde de ROB een model voor gelijkwaardig partnerschap. Dat model kan helpen om goede afspraken te maken tussen overheden bij het opstarten van een samenwerking. De opleiding wordt dit voorjaar opnieuw aangeboden. VERDER LEZEN Lees hierover ook het artikel Harvard Case-leerinterventies, ‘Verplaats je in de schoenen van een ander, leer van elkaars ervaring’ in het ABD-blad van april 2024. Hierin o.a. een bijdragen van Iris Sluiter, secretaris-directeur van de ROB, over de toepassing in de praktijk. Download artikel: Harvard Case-leerinterventies

20

Colofon Over de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) is een onafhankelijk adviesorgaan van de regering en het parlement. De ROB adviseert – gevraagd of op eigen initiatief – over de inrichting en het functioneren van het openbaar bestuur en de beleidsmatige aspecten van financiële verhoudingen tussen Rijk, gemeenten en provincies. Extra aandacht gaat uit naar de beginselen van democratie en rechtsstaat. Zie ook het Jaarplan 2024 en Jaarplan 2023 van de ROB. Contact Voor meer informatie en aan- of afmeldingen voor de nieuwsbrief kunt u contact opnemen met de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) via info@raadopenbaarbestuur.nl. Ontwerp & realisatie Textcetera, Den Haag

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14162798/1