Beantwoording vragen raadsvergadering 22 februari 2022
Tekst van het document
VRAGEN RAADSVERGADERING 25 JANUARI 2022 8. Instemming fusie twee basisscholen in Wemeldinge 1. Kan er voor de beeldvorming inzicht gegeven worden in de leerlingenaantallen per groep/leerjaar per school (actueel en/of prognoses)?
D66
1. In de bijlage vindt u een rapport met daarin de leerlingenprognoses voor OBS Wemeldinge en CBS de Hoeksteen.
9. Vaststellen bodemkwaliteitskaart dijkversterking Hansweert 1. Ik begrijp dat de humane risico’s wel als acceptabel worden ingeschat, maar dat vooral de ecologische risico’s problematisch kunnen zijn. Op pagina 40 staat bijvoorbeeld beschreven dat de PFOS een “ongunstig ecologisch effect” hebben, en in de pagina’s daarvoor wordt ook gesproken over normen waarbij 5 tot 50% van de organismen in de grond negatieve gevolgen ondervindt. Op welk ecologisch risiconiveau zitten we nu bij de dijk (HC5, HC50, daartussenin?) en wat zijn dan de gevolgen voor de natuur? Stel 50% van de organismen ondervindt negatieve gevolgen, heeft dit dan bijvoorbeeld gevolgen voor de vogelstand, of voor de fauna op de dijken, of voor de landbouw, of …?
D66
1. Het RIVM heeft in de afgelopen jaren verschillende risicogrenzen bepaald. Voor de ecologische risicogrenzen van PFAS is vooral doorvergiftiging (ophoping via de voedselketen) van belang. In de tabellen op pagina 40 zijn de ecologische risicogrenzen inclusief doorvergiftiging beduidend lager dan die van de directe ecotoxiciteit. In onderstaande tabel staan de gemiddelde gehalten in de bovengrond van de zone ‘PFAS Dijk langs Westerschelde en aangrenzende landbodem’ en de ecologische risicogrenzen (inclusief doorvergiftiging) zoals bepaald door het RIVM: Gemiddeld gehalte PFOS
9,9 µg/kgds PFOA 3,1 µg/kgds
HC5 (incl. doorvergiftiging) 3 µg/kgds
Middenniveau (incl. doorvergiftiging) 18 µg/kgds
HC50 (incl. doorvergiftiging) 106 µg/kgds
7 µg/kgds
89 µg/kgds
1100 µg/kgds
De term HC staat voor ‘Hazardous concentration’ en is een referentiewaarden. Voor PFOS ligt het gemiddelde gehalte tussen HC5 het het Middenniveau. Het middenniveau is een waarde tussen HC5 en HC50, maar niet gekoppeld aan een exact percentage soorten organismen dat negatieve gevolgen ondervindt. Volgens het NOBO-rapport uit 2008 (lit. 33 in de bodemkwaliteitskaart) ligt het 1
middenniveau in het algemeen in de buurt van HC20. Het ecologisch risiconiveau bij de dijk langs de Westerschelde zit dus ergens tussen HC5 en HC20, maar dit valt niet lineair te extrapoleren tot een exacte waarde. Voor PFOA zijn de gemiddelde gehalten lager dan HC5. Alle meetwaarden binnen het gebied zijn ruimschoots lager dan HC50. Overigens zijn in het overgrote deel van de gemeente Kapelle de PFAS-gehalten in de landbodem vergelijkbaar met de gehalten die (afgezien van de verontreiniging in een groot gebied rond Dordrecht) overal in Nederland aanwezig zijn. Regenwormen (en andere bodemorganismen) in de dijk zouden last kunnen hebben van de PFAS, maar hoeveel is lastig te kwantificeren. Vogels hebben in het algemeen een groter leefgebied en vogels die wormen eten halen die niet alleen uit de dijk. Voor het effect op de vogelstand is dus de aanwezigheid van PFAS in een groter leefmilieu van belang en niet enkel de gehalten in de dijk. Er zijn ons geen onderzoeken bekend die specifiek ingaan op eventuele effecten van de aanwezigheid van PFAS in het milieu (land en water) op de vogelstand. Gevolgen van PFAS voor de landbouw zijn niet 1:1 gekoppeld aan ecologische risicogrenzen. De eventuele invloed van PFAS verschilt per type landbouw / gewas.
Het RIVM heeft in 2019 in opdracht van Hoogheemraadschap Rijnland onderzoek uitgevoerd naar risicogrenzen voor het toepassen van PFAShoudende grond en bagger voor akkerbouw en veeteelt (RIVM Briefrapport 2019-0068). In voornoemd rapport is nog geen rekening gehouden met de EFSA-opinie. 10. Vaststelling beeldkwaliteitsplan Westelijke Kanaalweg, Wemeldinge 1. Welke afwijkingen in de welstandscriteria zijn er ten opzichte van het bestemmingsplan ‘Kom Wemeldinge’?
VVD
1. Het plan voldoet aan de voorwaarden die verbonden zijn aan de wijzigingsbevoegdheid van het bestemmingsplan. Die voorwaarde gaan over stedenbouwkundige aspecten, zoals het aantal en type woningen, de situering en de goot- en bouwhoogte. Het bestemmingsplan ‘Kom Wemeldinge’ en de wijzigingsbevoegdheid bevatten geen beeldkwaliteitsplan. Deze worden per bouwplan opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan is bedoeld voor het architectonische ontwerp en geeft de commissie ruimtelijke kwaliteit de kaders waarbinnen ze het bouwplan moeten beoordelen. Volgende de Nota Ruimtelijke Kwaliteit is het gebied aangewezen als een gebied met een ‘bijzonder’ beoordelingsniveau. Hier wordt een hoge kwaliteit nagestreefd. 2. Het gebruik van half-verharding op de parkeervoorziening is wenselijk voor de aankleding van de openbare ruimte en klimaatadaptatie. In deze tijd waarin
SGP
2
klimaatadaptatie steeds meer noodzakelijk wordt, waarom is hier gekozen voor wenselijk in plaats van voorschrift? Op basis van deze omschrijving kan de hele parkeervoorziening niet waterdoorlatend verhard worden. Dit lijkt mij niet gewenst. 2. Voor gebruik van half-verharding werd voor ‘wenselijk’ gekozen omdat op dat moment nog niet bekend was of over dit parkeerterrein zware vervoersmiddelen zouden rijden, zoals een vuilniswagen. De afvalvoorziening wordt waarschijnlijk elders gerealiseerd en daarom speelt dit niet langer een rol. De tekst zal als volgt worden aangepast: ‘’Het gebruik van half-verharding op de parkeervoorziening is voorgeschreven voor de aankleding van de openbare ruimte en klimaatadaptatie.’’ 3. Een toegang tot een parkeervoorziening dient in gebakken materiaal uitgevoerd te worden. Wat is hiervan de toegevoegde waarde? Moeten dit persé gebakken klinkers zijn en mag dit niet anders? Bijvoorbeeld natuursteen of grint? 3. Gebakken materiaal heeft een hoogwaardige uitstraling, past bij het dorpse karakter en sluit goed aan op de openbare ruimte. We willen op deze manier voorkomen dat materiaal met een lagere kwaliteit (zoals beton) wordt gebruikt. Een hogere kwaliteit is bespreekbaar zolang dit passend is. 4. Voortuinen niet meer dan 60% verharden. Ik ga ervanuit dat bedoeld wordt geen waterdoorlatende verharding.
Is een voortuin in z’n geheel verhard met waterdoorlatende grint niet toegestaan? Zonder nadere duiding leidt dit tot verwarring. Achtertuinen mogen wel in zijn geheel verhard worden met niet waterdoorlatende verharding? 4. Voortuinen mogen niet meer dan 60% verhard worden. Hierbij gaat het inderdaad om verharding die geen water door kan laten. Grint waarbij het water alsnog de grond in kan zakken is wel toegestaan. De tekst zal hierop als volgt worden aangepast: ‘’Voortuinen niet meer dan 60% verharden, materialen die het water doorlaten (zoals grint en half-verharding) tellen niet mee als zijnde verharding. Een beeldkwaliteitsplan kan alleen criteria bevatten voor de (openbare) buitenruimte en de bebouwing. Het opnemen van criteria voor bijvoorbeeld klimaatadaptatie en vergroening buitenom de openbare ruimte is binnen de huidige wetgeving niet mogelijk. Aangezien de achtertuinen van de rest van de ruimte worden afgeschermd hebben deze geen invloed op de uitstraling van de buitenruimte. Voortuinen die zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte kunnen in dit geval deze uitstraling wel beïnvloeden en daarom is besloten hier wel criteria voor op te nemen in het beeldkwaliteitsplan. De regel dat maximaal 60% mag worden verhard is bedoeld als positieve maatregel voor klimaatadaptatie. 5.
Onder haag wordt ook verstaan een open rasterwerk met groenblijvende klimplanten, gemetselde penanten met rastervulling of muur passend bij de architectuur. O.i. laat dit alles toe. Waarom dan nog opgenomen? En hoe ga je dit handhaven? 3
5. De criteria moeten ervoor zorgen dat de erfafscheidingen die grenzen aan een openbare ruimte van hoogwaardige materialen worden gemaakt, die passen bij de rest van de bebouwing of met beplanting bedekt worden in het geval van rasterwerken. De criteria sluiten het gebruik van materialen van mindere (beeld)kwaliteit uit. Het gaat hier niet om erfafscheidingen tussen tuinen onderling, alleen die aan een openbare ruimte grenzen. Hier worden ook afspraken over gemaakt met de ontwikkelaar van het project en vastgelegd in de anterieure overeenkomst. 16. Vaststellen Lijst Ingekomen Stukken (LIS) 22 februari 2022 30. Brief zonnepanelen Dorpsstraat Wemeldinge, 6 februari 2022.
D66
1. Is er een antwoord gegeven op de brief en zo ja, welke? Op basis van welke richtlijn mogen er geen zonnepanelen in het zicht in de dorpsstraat gelegd worden? Heeft de raad hier iets over te zeggen en zo ja, op welke manier? 1. Buitenom de ontvangstbevestiging is nog geen inhoudelijk antwoord gegeven op de brief. Een beantwoording vanuit het College van B&W wordt voorbereid. Op 18 september 2012 heeft de gemeenteraad de Notitie randvoorwaarden bij toepassing van zonnecollectoren op monumenten en in beschermde stads- en dorpsgezichten vastgesteld. In de Nota ruimtelijke kwaliteit (door de gemeenteraad vastgesteld in 2016), wordt verwezen naar deze randvoorwaarden. Deze notitie is opgesteld om het onder voorwaarden mogelijk te maken zonnepanelen te plaatsen op beschermde monumenten en panden binnen het Rijksbeschermde dorpsgezicht van Wemeldinge. Kortweg mogen zonnepanelen geplaats worden als deze niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte (Het beschermde dorpsgezicht). Praktisch kunnen de gebouwen in het beschermde dorpsgezicht zonder monumentenstatus aan de zuidzijde van de straat zonnepanelen op hun achterdak aanbrengen. De woningen aan de noordzijde hebben de mogelijkheid zonnepanelen te plaatsen op bijgebouwen in de achtertuin. Hiervoor zijn in de afgelopen jaren voor een aantal locaties omgevingsvergunningen verleend.
Met de komst van de Omgevingswet wordt het beleidskader van rechtswege onderdeel van het omgevingsplan. Voor dit omgevingsplan geldt op termijn een verplichte herziening. Bij deze herziening kan een integrale heroverweging plaatsvinden van beleidsuitgangspunten. Dit is een besluit van de gemeenteraad. Het College benadrukt dat voor een beleidswijziging een zorgvuldige afweging gemaakt moet worden die recht doet aan de belangen van de bewoners en de cultuurhistorische waarde en beleving van het gebied. Bij een nieuwe afweging is ook aandacht nodig voor de rol en de bevoegdheid van de gemeente bij dit onderwerp. Meer gemeenten met beschermde stads- en dorpsgezichten hebben met dit vraagstuk te maken. Het delen van kennis en ervaringen op dit 4
gebied, zien wij ook als een meerwaarde om te komen tot een nieuwe afweging. 17. Vaststellen fractievergoeding 2021 en uitbetaling fractievergoeding 2022 1. In het stuk staat niet vermeld dat er een toets uitgevoerd is, door wie en of er wel/geen onregelmatigheden geconstateerd zijn. Voor de raad is dat cruciale informatie, voordat we akkoord kunnen geven op het raadsbesluit.
VVD
1. De griffie controleert voor welke doeleinden de fractieondersteuning is ingezet en of dit past binnen de richtlijnen zoals bedoeld in art. 7 van de verordening. Er zijn geen onregelmatigheden geconstateerd.
5