B15 Jaarstukken 2021 incl accountantsverklaring RUD
Tekst van het document
1
Inhoudsopgave VOORWOORD........................................................................................................................................................................ 3 1
SAMENVATTING ............................................................................................................................................................ 5
2021 IN HET KORT ................................................................................................................................................................. 8 2
3
4
PROGRAMMA’S ........................................................................................................................................................... 10 2.1
PROGRAMMA MILIEU..................................................................................................................................... 11
2.2
PROGRAMMALIJN VERGUNNINGVERLENING ................................................................................................. 12
2.3
PROGRAMMALIJN TOEZICHT EN HANDHAVING ............................................................................................. 18
OVERZICHTEN ............................................................................................................................................................. 26 3.1
OVERHEAD...................................................................................................................................................... 26
3.2
ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN ................................................................................................................... 26
3.3
ONVOORZIEN.................................................................................................................................................. 26
PARAGRAFEN .............................................................................................................................................................. 27 4.1
BEDRIJFSVOERING .......................................................................................................................................... 28
4.2
FINANCIERING ................................................................................................................................................ 33
4.3
WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ......................................................................................... 34
5
VERANTWOORDING BEGROTINGSRECHTMATIGHEID................................................................................................. 37
6
JAARREKENING 2021 ................................................................................................................................................... 39 6.1
BALANS ........................................................................................................................................................... 40
6.2
OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN ............................................................................................................... 45
6.3
ANALYSE REKENINGRESULTAAT ..................................................................................................................... 46
6.4
WET NORMERING TOPINKOMENS (WNT) ...................................................................................................... 48
6.5
TOELICHTING BATEN EN LASTEN PER PROGRAMMA ..................................................................................... 50
6.6
OVERZICHT INCIDENTELE LASTEN EN BATEN ................................................................................................. 52
7
CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT ............................................................................ 53
8
BIJLAGEN JAARREKENING 2021................................................................................................................................... 54 8.1
Informatie paragraaf verbonden partijen deelnemers ................................................................................... 54
8.2
Lasten en baten per taakveld ......................................................................................................................... 55
2
VOORWOORD Het resultaat van de jaarrekening 2021 is € 889.000 positief. Op zich is het positief dat er geld over blijft. Tegelijkertijd is dit wel een fors bedrag wat verschillende oorzaken heeft. Daar ga ik zo dieper op in. Eerst wil ik hier kwijt dat er vermoedelijk geen jaarrekening of jaarverslag van 2021 is die niet het woord corona kent. De pandemie heeft natuurlijk ook gevolgen voor de RUD. Het positieve resultaat heeft er zelfs mee te maken. Deze jaarrekening laat zien dat er door corona minder reis- en (groeps)opleidingskosten zijn gemaakt. Maar dankzij het grote aanpassingsvermogen van de werknemers heeft de RUD gewoon zijn werk kunnen doen. Vanaf deze plaats wil ik we daar opnieuw mijn waardering voor uitspreken. De sociale kant van werken op kantoor werd wel degelijk gemist. Tegelijkertijd beseffen we dat het thuiswerken definitief zijn plek heeft ingenomen. Maar er is meer In opdracht van de deelnemers is gestuurd op productiviteit. Die lag in 2021 gemiddeld hoger dan in de eerste en tweede bestuursrapportage werd verwacht. Het landelijke uitstel van de invoering van de Omgevingswet speelde hier een rol in. Het afgelopen jaar bereidde de RUD zich zo goed mogelijk voor op de komst ervan. In 2022 wordt hier verder aan gewerkt. De invoering van RX-mission is op dit moment nog onduidelijk. Er is een kans dat dit doorgeschoven wordt naar begin volgend jaar.
We zagen daarnaast dat verschillende vacatures ongewild later zijn ingevuld door de krappe arbeidsmarkt. Met name deze componenten zorgden voor fors lagere lasten op verschillende projecten. Deze zijn, als gevolg daarvan, niet of niet volledig uitgevoerd. Dit verklaart tegelijkertijd het grootste deel van het overschot. Openheid en zichtbaarheid Een toenemende aandacht voor toezicht, veiligheid en milieu is zicht- en voelbaar. De discussie over milieueffecten groeit. De online dienstverlening en proactieve informatieverstrekking is verbeterd door de investering in een nieuwe website. Toegankelijkheid, nieuwe standaarden en technieken zorgden ervoor dat onze processen en informatieverstrekking beter bij de vraag van bewoners en ondernemers aansluit. Inzet op integrale aanpak Als uitvoeringsdienst hebben we iedere dag te maken met de effecten van (Rijks)beleid en wet- en regelgeving. We staan bekend om de klassieke VTH-taken: vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dat doen we goed. Verbetering is mogelijk door de komende jaren verder in te zetten op de integrale aanpak van die taken. Met vriendelijke groet, Adrie van der Maas Voorzitter Dagelijks Bestuur
3
JAARVERSLAG 2021
4
1 SAMENVATTING In dit hoofdstuk vindt u een samenvatting van onze prestaties. Algemeen Het hele jaar 2021 hebben we te maken gehad met de corona pandemie. Met wisselende maatregelen vanuit de Rijksoverheid hebben we onze taken voortvarend opgepakt. Het digitaal overleggen en werken vanuit huis heeft goed gewerkt, met de kanttekening dat velen het menselijke contact van tijd tot tijd gemist hebben. Fysiek samen werken kent een extra dynamiek, die met digitaal samen werken gemist wordt. Er zijn veel productieve uren gerealiseerd. Een laag ziekteverzuim, fors lagere besteding generieke uren en de toename van het aantal verlofuren zijn hier onder andere debet aan. Vergunningverlening Het thuis afhandelen van vergunningaanvragen en meldingen is ook in 2021 een feit geweest. De ervaring van thuiswerken is dat efficiënter kan worden gewerkt dan in de kantoortuin. Contact met collega's en bedrijven wordt echter wel gemist. Efficiënter werken, substantieel minder verlof en redelijk succesvolle inhuur hebben tot een hoger aantal productieve uren geleid.
Om zoveel mogelijk te voorkomen dat bedrijven vanwege onze personele onderbezetting last ondervinden voor hun bedrijfseconomische ontwikkeling, ligt net als vorig jaar de focus op: het voorkomen dat milieuneutrale veranderingsvergunningen van rechtswege van kracht worden; het begeleiden van nieuwe bedrijfsinitiatieven of het ondersteunen van deelnemers bij bedrijfsontwikkelingen. Dit kan resulteren in langere doorlooptijden van m.n. de revisie- of veranderingsvergunningen. In 2021 analyseerden opnieuw het vergunningplichtige industriële bedrijvenbestand met als doel een beeld te krijgen van de bedrijven waarvan de onderliggende oprichtings-/revisievergunning dateert van vóór 2010. Dit laatste is met het oog op het voorgenomen VTH-beleid waarbij vergunningen niet ouder mogen zijn dan 10 jaar, tenzij uit een actualiseringstoets blijkt dat de voorschriften nog redelijk actueel zijn. Per 31 december 2021 zijn er 138 inrichtingen met een vergunning van tien jaar of ouder. In maart 2022 stemde het algemeen bestuur in met het voorstel voor toetsing en actualisering van vergunningen. Toezicht en handhaving Om natuurlijk verloop binnen de afdeling op te vangen zijn in de loop van 2021 drie nieuwe inspecteurs in dienst gekomen. De nieuwe inspecteurs volgden een intensief opleidingstraject en zij voldoen nu aan de landelijk gestelde eisen in de kwaliteitscriteria VTH 2.2.
Ondanks de corona-crisis voerden we de controlebezoeken zoveel mogelijk fysiek uit, ook tijdens de perioden van lockdown. Daar waar fysieke controles niet mogelijk waren, voerden we administratieve en zelfcontroles uit. We geven invulling aan risicogericht toezicht en zetten de beschikbare capaciteit daar in waar het nodig of wenselijk is. Het aantal hercontroles is hoger dan voorzien in de kentallen P*Q. Ook de inzet op (voornemen) last onder dwangsom, is aanzienlijk hoger. We geven prioriteit aan een strakke opvolging van hercontroles en (voornemens) last onder dwangsom. Waar mogelijk geven we gehoor aan ad hoc vragen vanuit de deelnemers. Dit gaat echter ten koste van andere werkzaamheden. De boa-capaciteit is de laatste jaren flink uitgebreid. We zijn daardoor beter in staat om uitvoering te geven aan strafrechtelijke opvolging. In 2021 verbeterden we onder meer de kwaliteit van de dossiervorming. Door de uitbreiding van het aantal boa’s kunnen we ook voldoen aan verzoeken van onze deelnemers om deel te nemen aan integrale acties in het kader van ondermijning. Realisatie jaarplannen 2021 De jaarplannen van de deelnemers bevatten de raming van de te leveren producten voor de betreffende deelnemer. Dit jaarplan bevat planbare productvarianten, zoals periodieke controles en actualisatievergunningen. Ook bevat dit jaarplan
5
niet planbare productvarianten zoals klachten en omgevingsvergunningen. In 2021 leverden we tegen de verwachting in 100% van de geraamde uren In hoofdstuk 2 van dit jaarverslag informeren we u over geleverde prestaties over de vergunningverlening, toezicht en handhaving. Via de deelnemersrapportages informeren we de deelnemers over de aan hun geleverde producten. Financieel resultaat 2021 Het resultaat bedraagt € 889.000 positief en hiervoor zijn drie belangrijke oorzaken Meer productieve uren 2021 is het eerste jaar dat we op werkelijke uren afrekenen. In opdracht van onze deelnemers is er gestuurd op productiviteit. Gemiddeld is de productiviteit 5 % hoger dan begroot in de 2e bestuursrapportage en 10% hoger dan de 1e bestuursrapportage. De hogere productiviteit konden we realiseren doordat diverse geplande projecten werden uitgesteld of minder tijd vergden. Denk aan de invoering van de Omgevingswet, invoering nieuw zaaksysteem RX-mission en door het uitvallen van groepsgewijze opleidingen a.g.v. Corona. Deze hogere productiviteit verklaart ongeveer de helft van het verschil tussen begroting en jaarrekening. Krappe arbeidsmarkt Daarnaast konden we in 2021 de ontstane vacatures die als gevolg van krapte op de arbeidsmarkt maar moeizaam invullen, dat kostte meer tijd dan voorzien. Dit had gevolgen voor de uitvoering van diverse projecten.
Als gevolg van de vacature hoofd staf konden in 2021 diverse projecten, waarvoor lasten waren voorzien, niet of niet volledig worden uitgevoerd. Dat laatste leidt tot minder projectkosten en ook meer personele inzet op productieve uren i.p.v. generieke uren. Deze vacatures en gevolgen hiervan verklaren ongeveer een derde van het verschil tussen begroting en jaarrekening. Corona Ook maakten we als gevolg van corona (thuiswerken) minder reisbewegingen en daarmee ook minder reiskosten. Ook konden minder groepsgewijze cursussen dan voorzien worden georganiseerd. Met ook weer als gevolg minder opleidingsuren en meer productieve uren. Deze corona-gerelateerde ontwikkelingen verklaren ongeveer 10 % van het verschil tussen begroting en jaarrekening.
Oorzaak resultaat 2021 2%
12% 33%
Hogere productiviteit Corona gerelateerd
53%
Krappe arbeidsmarkt Overig
Voor een uitgebreide analyse van het resultaat verwijzen we u naar hoofdstuk 6.
6
Reserves Onze reservepositie bedraagt circa € 1.104.000 ofwel 9% van het begrotingstotaal. Dit is nog onvoldoende om onze financiële risico’s te kunnen opvangen. Hiervoor hebben we een reserve nodig van circa € 1,8 mln. In de nota “Afspraken samenwerken met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland” staat dat reservevorming uit batige saldi beperkt zijn toegestaan. De richtlijn is 5% van alle baten van de deelnemers. Voor ons komt dat overeen met een algemene reserve van € 0,6 mln. Wij vinden dat deze richtlijn te weinig aandacht besteedt aan de specifieke risico’s die er bij een gemeenschappelijke regeling aan de orde kunnen zijn. In onze ogen is er meer maatwerk noodzakelijk en om die reden wijken we af van de voorgeschreven richtlijn van 5%; zie ook onze paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Als risico’s hoog zijn is een hogere algemene reserve nodig als risico’s laag zijn kan volstaan worden met een lagere algemene reserve. 2021 is het eerste jaar dat we onze werkzaamheden op werkelijke ureninzet verrekenen met onze deelnemers. Op basis van de opgedane ervaringen actualiseren we in 2022 onze risico’s en het benodigde weerstandsvermogen.
7
2021 IN HET KORT
Mens Verzuim
Aantal medewerkers
Medewerkers Tevredenheidsonderzoek
4,5%
88
6,6
6,9
83
(2018: 6,4)
(2017: 6,7)
Inspecties (grijs) 1
Vergunningen
Meldingen activiteitenbesluit
Milieuklachten
117%
94%
118%
204%
(raming 2021: 4.001)
(raming 2021: 229)
(raming 2021: 546)
(raming 2021: 899)
55%
64%
206%
Stakeholders
2020
7,4%
Werk
2020
110%
Middelen Uitgaven*
Inkomsten*
Restant onvoorzien
Personeel van derden
95%
104%
€ 59.000
€ 1.088.000
(begroot 2021: 11,4 mln.)
(begroot 2021: 11.1 mln.)
(begroot 2021: € 148.000)
(begroot 2021: € 1.189.000)
101%
€ 12.000
€ 1.415.000
2020
97%
*exclusief materiële budgetten en ten opzichte van de bijgestelde begroting
1
Alle inspecties binnen productgroep TH01 (periodieke controles, aspectcontroles, hercontroles, etc).
8
Financiën x € 1 mln
Inkomsten
Uitgaven
2021 -12,4
11,5
2020 11,1
-11,5
2019 -12,9
12,4
Lasten: per programma
Lasten: per kostensoort
x € 1mln
8,7
9,1
8,0
7,6
3,7
x € 1mln
3,5
3,3 2,1
2020 Milieu
2021
Overhead
2,2
1,2
0,2
2019
2019
Openstaande vacatures
Vergunningen
2021
Periodieke inspecties
159
4,5
146
1.246
1.302
2019
2020
1.557
136
1,0 2020
Organisatiekosten
7,4
5,0
2019
2021
Taken Verzuim
6,3
0,7
2020
Personele kosten Materieel budget
Reserves
2,2 0,6
Personeel
10,8
8,6
8,3
2019
2020
2021
2019
2020
2021
2021
9
2 PROGRAMMA’S PROGRAMMA MILIEU
11
PROGRAMMALIJN VERGUNNINGVERLENING PROGRAMMALIJN TOEZICHT EN HANDHAVING OVERZICHT BATEN EN LASTEN PROGRAMMA MILIEU
12 18 24
10
2.1
PROGRAMMA MILIEU
In de onderstaande alinea’s lichten we in algemene zin de uitvoering van onze primaire taken toe. De realisatie is gebaseerd op de uitvoering van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021. In de deelnemersrapportages rapporteren we de uitvoering van de taken specifiek per deelnemer. Grafiek 1 Productieve uren 2021
Realisatie versus raming productieve uren 106%
(in %)
101% 96%
RE
TH
Overig
realisatie TH RE Overig
: Toezicht en handhaving : Regulering (vergunningen en meldingen) : Bezwaar, beroep, adviesverzoeken, projecten, informatie-ontsluiting
Ureninzet per deelnemer
Deelnemer Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen Zeeland Waterschap Scheldestromen Eindtotaal
Raming uren 5.035 5.738 5.034 2.349 2.138 2.501 4.259 6.133 6.591 9.196 2.960 2.025 3.151 33.949 387 91.448
Werkelijk Uren 5.687 5.294 4.735 2.120 1.895 2.365 4.222 6.288 6.083 11.432 3.230 2.380 4.258 32.786 21 92.799
% gerealiseerde uren 113% 92% 94% 90% 89% 95% 99% 103% 92% 124% 109% 118% 135% 97% 5% 101%
Dit geplande realisatie is gedurende het jaar bijgesteld van 90% naar 95% en is uiteindelijk uitgekomen op 101%. Een hogere realisatie in uren heeft als effect dat opbrengsten voor de RUD aanzienlijk hoger zijn dan verwacht. Beleidsmatige thema’s Onderwerpen die de aandacht hebben gehad in 2021 binnen het programma milieu zijn o.a.: • VTH-beleid: - Deelname en inzet aan de diverse werkgroepen om tot Zeeuws breed gedragen beleid te komen - Landelijke kwaliteitscriteria 2.2.: bezien of de organisatie voldoet aan de kwaliteitscriteria, inclusief het door een extern bureau per medewerker beoordelen welke competenties aanwezig zijn - Ondermijning: in opdracht van het AB en in samenspraak met de AOV-ers en deelnemers (bestuurders) een plan-van-aanpak om ondermijning te positioneren binnen RUD Zeeland uitgewerkt 11
• • • • • •
2.2
- Start LHS- implementatie - Meerjarenplan afdeling Toezicht en handhaving. Omgevingswet: voorbereiden op komst Omgevingswet door onder andere geven van training, nagaan consequenties omzetting van inrichting naar MBA, deelname aan SpoZ-werkgroep. Doorontwikkeling risicogericht en informatie gestuurd werken: onder meer via branchegerichte aanpak. Zeer Zorgwekkende Stoffen ( ZZS ) en Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (wet Bibob) Wet elektronische publicatie (WEP) Grensoverschrijdende m.e.r. (Helsinki Espoo)
PROGRAMMALIJN VERGUNNINGVERLENING
Wat wilden we bereiken? De doelstelling van programmalijn Vergunningverlening is om tot een eenduidige uitvoering van de taken in de regio te komen. Dit houdt in: Een gelijkwaardige en evenwichtige beoordeling van vergunningaanvragen, meldingen en ontheffingen. Dit leidt tot kwalitatief goede vergunningen en toestemmingen en een voor bedrijven ‘level playing field’. • •
Adviesverzoeken zijn van goede kwaliteit en behandelen we tijdig. Plustaken, waaronder het afgeven van bodembeschikkingen en behandelen van meldingen Besluit bodemkwaliteit, voeren we op een efficiënte en effectieve wijze uit.
Wat hebben we bereikt? Adviesverzoeken zijn van goede kwaliteit en worden tijdig behandeld Dat adviesverzoeken zijn van goede kwaliteit zijn tijdig afgehandeld. Dit maken wij op uit de reacties van de deelnemers; zelden verzoeken zij een nadere onderbouwing en adviezen nemen ze een-op-een over. Het aantal verzoeken om adviezen m.b.t. ruimtelijke ordening groeit. Plustaken voeren we op een efficiënte en effectieve wijze uit Plustaken voerden we in zijn algemeenheid op een efficiënte en effectieve wijze uit, in goed overleg met de betrokken deelnemer; deze lichten we verderop in dit document nader toe. Positief is dat de deelnemers de RUD steeds meer betrekken bij de implementatie van de Omgevingswet. Wat hebben we gedaan? Corona Het afhandelen van vergunningaanvragen en meldingen ging ook dit jaar bijna ongewijzigd door. Werken thuis in plaats van in de kantoortuin heeft voor vele medewerkers grote voordelen en er kan dan ook efficiënter worden gewerkt. Daarentegen wordt het klankborden met collega's en het bezoeken van bedrijven ernstig gemist. Het overall-beeld voor de meest relevante vergunningprocedures is als volgt: Een gelijkwaardige en evenwichtige beoordeling van vergunningaanvragen, meldingen en ontheffingen Vergunningen voor bedrijven zijn van goede tot zeer goede kwaliteit.
Dit blijkt uit het feit dat er van de dertien bezwaaren beroepsprocedures uit 2021, het bevoegde gezag (vertegenwoordigd door RUD Zeeland), in zes procedures in het gelijk is gesteld. Eén bezwaar was niet-ontvankelijk. De overige zes procedures zijn ingetrokken. Door een eenduidige en kwalitatief goede wijze van vergunningverlening en het beoordelen van meldingen ontstaat er voor bedrijven steeds meer een ‘level playing field’. Dit ontwikkelt zich verder door het actualiseren van vergunningen. Vergunningen en meldingen De personele capaciteit om vergunningen en meldingen af te handelen is niet voldoende om alle inkomende vergunningen onmiddellijk op te pakken en binnen de wettelijke termijn af te handelen. In april 2021 is een nieuwe collega aangenomen (functie vergunningverlener A) maar de opleiding en begeleiding van de medewerker kost tijd waardoor achterstanden niet meteen zijn weggewerkt. Daarnaast zijn medio april en eind december twee collega’s met pensioen gegaan waarvoor op dit moment nog geen vervanging is. Daarom worden net 12
zoals voorgaande jaren ook dit jaar externe deskundigen ingeschakeld voor ondersteuning op het gebied van vergunningverlening en meldingen. Wij hebben wel bemerkt in het afgelopen jaar dat de afstemming tussen de externe deskundigen en de RUD aandacht vraagt, dat zal ook voor de komende periode zijn. Met één adviesbureau is de samenwerking verbroken omdat afspraken onvoldoende of niet werden nagekomen. De voorkeur bestaat om vergunningprocedures binnen de eigen organisatie op te pakken en de uitbesteding daarvan minimaal te laten zijn. Samenvattend is de werkvoorraad voor het team vergunningverlening op dit moment fors door pensionering van twee collega’s, de op- en begeleiding van (nieuwe) collega’s. De werkdruk wordt gereguleerd door aanvragen in de werkvoorraad te houden totdat er bij een medewerker ruimte is ontstaan in het werkpakket. Dit zal in 2022 niet anders zijn. Om zoveel mogelijk te voorkomen dat bedrijven vanwege onze personele onderbezetting last ondervinden voor hun bedrijfseconomische ontwikkeling, ligt net als vorig jaar de focus op: het voorkomen dat milieuneutrale veranderingsvergunningen van rechtswege van kracht worden; het begeleiden van nieuwe bedrijfsinitiatieven of het ondersteunen van deelnemers bij bedrijfsontwikkelingen. Dit kan resulteren in langere doorlooptijden van m.n. de revisie- of veranderingsvergunningen.
Aandachtspunten over lopende vergunningprocedures worden onder andere vermeld in de deelnemersrapportages. Vanuit de deelnemersrapportages wordt het volgende meegegeven. - Gemeente Vlissingen heeft om haar moverende redenen het mandaat voor vergunningverlening van een bedrijf ingetrokken. Op dit moment zijn voor het betreffende bedrijf 7 procedures in behandeling die vanwege het intrekken van het mandaat, niet verder kunnen worden afgehandeld. De verwachting is dat begin 2022 duidelijkheid wordt geboden over de verdere afhandeling van de aanvragen. - Op verzoek van gemeente Reimerswaal hebben wij om hen moverende redenen een vergunningaanvraag m.b.t. de realisatie van een windpark met voorrang opgepakt. De door de gemeente gehanteerde aanpak heeft een forse inzet verlangd. Naar aanleiding van een uitspraak van de rechtbank heeft de gemeente de voorschriften en inhoudelijke overwegingen van het milieudeel van de vergunning opgesteld waarover aan ons advies is gevraagd. Deze handelswijze staat op gespannen voet met hoofdstuk 7, paragraaf 7.1, van het Besluit omgevingsrecht. Deze paragraaf gaat over de basistaken van een Omgevingsdienst. Het beslissen op een aanvraag omgevingsvergunning, onderdeel milieu, is aangemerkt als een basistaak. Nader overleg heeft plaatsgevonden met de gemeente en in goede samenspraak met de gemeente is de verdere procedure afgehandeld.
De onderstaande grafiek geeft de geleverde vergunningen en meldingen ten opzichte van de afspraken (raming) weer. Grafiek 2 Omgevingsvergunningen en meldingen activiteiten besluit
Aantallen producten 100%
62
90% 80%
127
70%
546 229
60% 50%
645
40% 30%
146
20% 10% 0%
RE01 realisatie
onder handen werk / werkvoorraad
RE02 raming
13
Tabel 1 KPI’s Vergunningverlening
Omschrijving
KPI
Realisatie KPI t/m 31-12-2021
Termijnen vergunningen
90% van de omgevingsvergunningen verlenen we binnen de wettelijke termijn.
56%
Termijnen meldingen
90% van de meldingen Activiteitenbesluit handelen we binnen zeven dagen en gemiddeld binnen 4,75 uur af
28%
Kwaliteit producten
80% van de rechtszaken wint de RUD. Het kennisniveau is op orde.
100%
Vergunningen van rechtswege toegekend
0% van de vergunningen wordt van rechtswege toegekend.
1% (één vergunning)
*circa 28% van de meldingen handelen we binnen zeven dagen en 4,75 uur af. In veel gevallen moeten we aanvullende informatie (bijvoorbeeld akoestisch rapport) opvragen.
Afhandeling vergunningprocedures In 2021 hebben wij 146 vergunningaanvragen (alle RE01-varainten) in behandeling afgehandeld. In 2020 handelden we 159 vergunningen af. We rapporteren aan elke deelnemer over een aantal vergunningenproducten binnen de RE01varianten, die door de RUD zijn gecoördineerd, of de aanvragen zijn afgehandeld binnen de wettelijke beslistermijn. In de analyse staan geen procedures die een deelnemer zelf coördineert en geen procedures die de deelnemer, om onbekende redenen, niet doorzette. Tabel 2 Analyse: toetsing afgehandelde procedures in relatie tot wettelijke termijnen.
Uitsluitend van onderstaande productvarianten (RE01.1, RE01.2, RE01.3, RE01.4 en RE01.10).
Productvariant
RE01.1 Oprichtingsvergunning(1) RE01.2 Revisievergunning(1) RE01.3 Veranderingsvergunning(1) RE01.4 Milieuneutrale veranderingsvergunning(2) RE01.10 Omgevingsvergunning beperkte milieutoets(2) Eindtotaal
aantal procedures
buiten wettelijke termijn 3 5 10 1
regie bij deelnemer
3 9 14 34
binnen wettelijke termijn 0 1 4 30
13 73
6 41
5 24
2 8
0 3 0 3
(1) Wettelijke termijn is 26 weken (2) Wettelijke termijn is 8 weken
Bovenstaande tabel laat zien dat wij 56% 2 van de procedures binnen de wettelijke termijn afhandelden. Wanneer een bedrijf van mening is dat de afhandeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning te lang duurt, heeft het bedrijf de mogelijkheid om de deelnemer c.q. de RUD in gebreke te stellen. Mogelijk moet de RUD of de deelnemer een vergoeding betalen aan het bedrijf. Om te voorkomen dat bedrijven de deelnemer of de RUD in gebreke stellen is o.a. ingezet op een duidelijke communicatie richting bedrijven over de afhandeling van de vergunningaanvraag. In het afgelopen jaar zijn wij niet in gebreke gesteld. Overigens wordt opgemerkt dat de afhandelingstermijn voor vergunningtrajecten door de complexiteit en afstemmingen al kritisch is ten opzichte van de wettelijke termijn. Wij blijven ons inzetten op organisatorische en 2
41 stuks binnen de termijn gedeeld door 73 ontvangen aanvragen
14
technische veranderingen waarin wij mogelijkheden zien om binnen de daarvoor geldende termijnen de procedures af te ronden. Hierbij is externe ondersteuning noodzakelijk. De wens is echter specifieke milieukennis in eigen huis aanwezig te hebben door uitbreiding van de interne organisatie. We verstrekken via de deelnemersrapportage de betreffende deelnemer meer informatie over afhandelingstermijnen en risico’s. Ingetrokken aanvragen of buiten behandeling gelaten In ons zaakgerichtsysteem registreren we vergunningprocedures apart die ondernemers intrekken of waarvan wij de procedure buiten behandeling laten (RE01.11). Het buiten behandeling laten van een procedure gebeurt als een ondernemer, na een verzoek om aanvulling, niet of onvoldoende gegevens aanlevert om een aanvraag te beoordelen of wanneer de aanvraag niet voldoet aan de wettelijk voorgeschreven indieningsvereisten. Wij maken gebruik van deze wettelijke mogelijkheid om langdurige (juridische) procedures te voorkomen. Van rechtswege verleende vergunningen Van de afgehandelde vergunningprocedures (RE01.4) handelden we een vergunning niet binnen de termijn af waardoor sprake was van een van rechtswege verleende vergunning. We informeerden hierover de betrokken deelnemer.
Actualiteit van het vergunningenbestand We hanteren een methode om vergunningen te toetsen op actualiteit van vergunningplichtige industriële inrichtingen. Een actuele vergunning biedt een goede bescherming voor het milieu en anderzijds is het zo, dat een actuele vergunning een bedrijf meer houvast biedt bij eventuele bedrijfseconomische ontwikkelingen omdat zij niet geconfronteerd worden met eventuele aanpassingen in de bedrijfsvoering omdat vanuit regelgeving maatregelen noodzakelijk zijn. In de analyse (juli 2019) pasten we een risicogerichte benadering toe bij vergunningplichtige industriële bedrijven. Die analyse is gebaseerd op twee milieuaspecten van alle bedrijfsactiviteiten: • Landelijk Afvalbeheerplan: analyse van het voorschriftenpakket of deze verwijzen naar sectorplannen en/of een acceptatie- en verwerkingsbeleid (AO/AO-IC). • Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS): analyse van het voorschriftenpakket met het doel te bepalen of vergunningen verwijzen naar een verouderde PGS-richtlijn/veiligheidsrichtlijnen. Ook houden we rekening met de ouderdom van de onderliggende oprichtings-/revisievergunning. In de jaarrekening 2020 meldden we het voornemen om het vergunningplichtige industriële bedrijvenbestand in 2021 opnieuw te analyseren om een beeld te krijgen van de actualiteit van de risicovolle activiteiten bij de betreffende bedrijven.
Daarmee krijgen we tegelijkertijd een beeld van de bedrijven waarvan de onderliggende oprichtings/revisievergunning dateert van vóór 2010. Dit laatste is met het oog op het voorgenomen VTH-beleid waarbij vergunningen niet ouder mogen zijn dan 10 jaar, tenzij uit een actualiseringstoets blijkt dat de voorschriften nog redelijk actueel zijn. Er is een memo over dit onderwerp in augustus 2021 toegezonden aan het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur heeft ingestemd met de aan hen voorgelegde memo. 7 maart 2022 stemde het algemeen bestuur in met de memo en het bijbehorende voorstel voor de begrotingswijzing 2022. Per 31 december 2021 zijn er 138 inrichtingen met een vergunning van tien jaar of ouder. Ontwikkelingen Gevraagde adviezen We nemen een positieve trend waar over het aantal vragen om advies door de deelnemers, waaronder ruimtelijke ordeningsvraagtukken. Veel van deze vragen gaan over de invloed van geluid door ontwikkelingen en initiatieven in gemeenten. Ook vragen over de inpasbaarheid van initiatieven, zoals windmolens, bereiken ons steeds vaker. Onze expertise op het gebied van externe veiligheid was al diverse keren van toegevoegde waarde bij gemeentelijke vraagstukken. Bodemenergiesystemen Voor verschillende gemeenten handelen wij de aanvragen af die betrekking hebben op het realiseren van een gesloten bodemenergiesysteem.
In dat kader kan worden beoordeeld of het energiesystemen een ongewenste invloed heeft op andere bodemenergiesysteem of van een ondoelmatig gebruik van bodemenergie. Een door ons goedgekeurd bodemenergiesysteem wordt geregistreerd in het Landelijke Grondwater Register. Verder is één gevraagde vergunning van rechtswege verleend. Dit heeft niet geleid tot additionele risico’s voor de aanvrager of het betreffende bevoegd gezag. De oorzaak van de termijnoverschrijding was gelegen in onvoldoende interne afstemming.
15
Zeer Zorgwekkende Stoffen Alle bedrijven (die vallen onder het bevoegd gezag van provincie Zeeland) ontvingen een uitvraag om informatie aan te leveren met betrekking tot het gebruik van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Ons doel was om per 1 januari 2021 inzicht te hebben in de emissies van de bedrijven waar provincie bevoegd gezag voor is. Echter, ook bedrijven waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is, gebruiken ZZS stoffen. We schatten in dat via gangbare vergunningprocedures deze bedrijven worden geïnformeerd over ZZS en de mogelijke verplichtingen die daaruit voortvloeien. In het kader van de ZZS uitvraag schreven we alle 49 bedrijven aan waar provincie bevoegd gezag voor is. Hiervan reageerden vier bedrijven niet, ondanks een herhaald verzoek. Intern kijken we welke vervolgstappen we moeten nemen, met als laatste stap inzet van de handhaving. Bij één bedrijf leidde de inventarisatie tot het aanpassen van de vergunning. Bij 36 bedrijven gaat het om een afvalverwerkend bedrijf. Hiervan: - leverde circa de helft van de bedrijven een overzicht aan; - hiervan gaf circa een kwart van de bedrijven een kwantitatieve opsomming op basis van de afvalstromen per sectorplan met eventuele relevante ZZS (Bron: SGS-Intron Rapportnr. : A108010/R20190414a, d.d. 18-12-2019), en - de overige 25% gaf aan zich aan te sluiten bij het landelijk beleid.
Het landelijk beleid is vastgelegd in: “Handelingsperspectief Zorgstoffen voor Afvalverwerkers en hun vergunningverleners” opgesteld (14 mei 2020) en “Handreiking verzoek om informatie over ZZS-afvalbedrijven” tot stand gekomen (3 september 2020). Deze afvalverwerkende bedrijven dienen in 2021 een eerste overzicht te overleggen zoals aangegeven in het landelijk beleid. De verkregen informatie betrekken wij bij vergunningverlening en de taken voor toezicht en handhaving. De verdere aanpak voor ZZS is landelijk gezien in ontwikkeling waarbij het voornemen is om reductie te bewerkstelligen in het kader van ZZS. Wij volgen deze ontwikkelingen en indien nodig stemmen wij de verdere aanpak met betreffende stakeholders af. Warme overdracht (bodem) Gestart is met het digitaliseren van alle bodem dossiers. In februari is gestart is met het invoeren van deze dossiers in het bodeminformatiesysteem Nazca. De verwachting is dat in de loop van februari- maart 2022 alle bodem-dossiers zijn opgenomen in Nazca. Extra aandacht is er voor de dossiers waarop mogelijk een (nieuwe) beschikking genomen moet worden. Dit betreft bijvoorbeeld reeds gesaneerde locaties waarop een monitoringsverplichting rust. Momenteel is nog steeds niet bekend hoe het overgangsrecht voor bodem onder de Omgevingswet eruitziet.
Waarschijnlijk blijft de provincie voor een aanzienlijk deel van de bodemsaneringslocaties het bevoegde gezag. Informatieplicht energiebesparing Op basis van de Informatieplicht energiebesparing moeten bedrijven melden of, en zo ja, welke energiebesparende maatregelen zij genomen hebben. Met een subsidie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat is primair ingezet op het laten melden van alle melding-plichtige bedrijven. Een deel van de bedrijven is steekproefsgewijs fysiek gecontroleerd om na te gaan of zij daadwerkelijk de energiebesparende maatregelen hebben doorgevoerd. In opdracht van gemeente Veere en Vlissingen zijn extra bedrijven gecontroleerd. De volgende tabel geeft de kentallen weer van de in 2021 uitgevoerde activiteiten. Werkzaamheden VUE2 voor Zeeuwse gemeenten In 2021 uitgevoerde werkzaamheden (uitsluitend VUE2) Administratieve Vooraankondiging Last onder dwangsom Algemen uren Meldingen Werkzaamheden controles indienen last onder dwangsom voor niet indienen Informatieplicht beoordeeld Informatieplicht voor niet indienen (B2) Borsele 26 10 5 66 Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen Totaal
70 40 20 0 9 38 70 70 72
4 419
20 8 4
2 10 20 20 22
116
11 4 4 1 1 4 14 13 10 4 2 0 73
116 62 38 32 32 64 116 124 128 38 22 36 874
12
10 26 48
Fysieke controles Fysieke controles eenvoudige bedrijven complexe bedrijven 2 2 2 1 5 1 2 2 1 2 3 4 0 27
1 2 1 0 2 1 1 2 1 2 2 1 2 18
Cursief: Deze werkzaamheden zijn rechtstreeks uitgevoerd voor en in afstemming met gemeente Veere en Vlissingen hebben aanvullende werkzaamheden vastgelegd in de DVO 2021, deze zijn niet in deze tabel meegenomen.
16
Vuurwerk Ondanks het tweede jaar op rij van een tijdelijk verbod op de verkoop en afsteken van categorie F2 vuurwerk door particulieren, voerden we in de tweede helft van december controles uit bij de vuurwerkverkooppunten. De controles op voorzieningenniveau waren toen al afgerond. De vuurwerkcoördinator informeerde daarover vooraf gemeenten, politie, Veiligheidsregio en de vuurwerk-detaillisten. De reguliere controles tijdens de verkoopdagen werden weer maatwerk controles. Dit waren zowel fysieke als administratieve controles. 5-jaarlijkse toets UPD/PvE Het uitgangspuntendocument voor het brandbeveiligingssysteem van vuurwerkopslagplaatsen toetsen we elke vijf jaar aan de actuele stand van de techniek. Eind 2020/begin 2021 vond er een beoordeling plaats bij een verkooppunt. We namen de eindcontrole op basis van de 5-jaarlijkse toets mee met de reguliere voorcontrole. In 2021 is één bedrijf gestopt met de opslag/verkoop van consumentenvuurwerk. Luchtvaart In 2021 verrichtten we diverse werkzaamheden in het kader van luchtvaart (Wet luchtvaart). Hiertoe behoren onder meer het verlenen van ontheffingen voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik (TUG-ontheffingen), procedures voor het vaststellen van luchthavenregelingen en luchthavenbesluiten en adviseren over het TUG-beleid.
Onder reguliere werkzaamheden vallen onder meer advisering voor de Interprovinciale Contactgroep Luchthavens en het beantwoorden van ad hoc vragen over Luchtvaart en TUG-ontheffingen. In afstemming met de provincie legden we bij de uitvoering van de werkzaamheden de prioriteit bij luchthaven Midden-Zeeland. Voor dit vliegveld lopen onder meer procedures voor de uitbreiding van het aantal helikopterbewegingen en de voorgenomen baanrotatie. Naast luchthaven Midden-Zeeland lopen er voor meerdere luchthavens binnen Zeeland procedures voor het vaststellen van een luchthavenregeling of luchthavenbesluit. Externe veiligheid De bijdrage die we via het provinciefonds ontvingen voor Impuls Externe veiligheid vervalt per 1-1-2021. Deze bijdrage zetten we in voor zowel provinciale als gemeentelijke taken. Een deel van de bijdrage verschoof naar het gemeentefonds. De bijdrage is zowel bestemd voor de uitvoering van taken door RUD Zeeland als door de Veiligheidsregio Zeeland. We bereidden een voorstel inclusief begrotingswijziging voor de invulling van de uitvoering van de taken voor externe veiligheid per 1 januari 2021; dit voorstel is door het algemeen bestuur 6 december 2021 vastgesteld. PFAS In het voorjaar 2021 werd enerzijds bekend dat er hoge PFAS-concentraties in de Westerschelde voorkwamen en anderzijds werd er meer bekend over de toxiciteit van stoffen uit deze stofgroep.
Vanuit België was er aandacht voor lozingen van 3M. In de verdragen van Helsinki en Espoo is aangegeven dat lid staten elkaar moeten informeren over grensoverschrijdende effecten van (onder andere) industrie. Deze taak is door de provincie bij ons belegd. De inrichting daarvan is echter risicogericht vormgegeven vanwege beperkte toegekende middelen. Risicogericht betekent dat wij onze beoordeling beperken tot de thema’s lucht en externe veiligheid. Wij ontvangen grote hoeveelheden adviesverzoeken vanuit diverse overheidsinstanties in België. Deze zijn zeer omvangrijk en zeer lastig te doorgronden. In 2018 heeft de provincie Antwerpen een vergunning verleend aan 3M in Zwijndrecht. We zijn voor deze vergunning conform het Verdrag van Helsinki op de hoogte gebracht en om advies gevraagd. We hebben daar niet inhoudelijk op gereageerd. De termen PFAS, PFOA en PFOS kwamen niet in de vergunning voor. In de vergunning wordt alleen melding gemaakt van een historische bodemverontreiniging met PFAS. Er zijn ook geen voorschriften m.b.t. PFAS-verbindingen in de vergunning opgenomen. Rond de zomer rees de vraag of ook PFAS wordt geloosd door Zeeuwse bedrijven. In samenspraak met provincie Zeeland is een tiental bedrijven met indirecte lozingen geselecteerd waar mogelijk PFAS in het afvalwater voorkomt. Deze afvalwaterstromen zijn bemonsterd en geanalyseerd op PFAS.
De resultaten van dit eerste oriënterend onderzoek zijn aan de provincie gepresenteerd. Naar aanleiding van de resultaten van het oriënterende onderzoek is aanvullend onderzoek gestart inclusief uitbreiding van de bemonsteringen bij andere bedrijven en locaties. Dit onderzoek loopt nog.
17
De RUD brengt in overleg met de provincie in beeld hoe de in het kader van de Verdragen van Helsinki en Espoo verkregen informatie effectiever beoordeeld kan worden en met Rijkswaterstaat wordt overleg gevoerd hoe zij haar verantwoordelijkheden ten aanzien van Vlaamse vergunningen met invloed op de waterkwaliteit van de rijkswateren invult. BRIKS Op 9 juli 2020 is in het bestuurlijk overleg over BRIKS-taken voor provinciale bedrijven tussen provincie Zeeland en de Zeeuwse gemeenten een principeakkoord genomen over de werkwijze vanaf 1 januari 2021. Onderdeel van het principeakkoord is dat er een evaluatie zou plaatsvinden van de samenwerking. De eindevaluatie zou tegelijk zijn met het in werking treden van de Omgevingswet. Met het uitstellen van deze Wet is ook de eindevaluatie opgeschort. Er is besloten om een tussenrapportage op te stellen over hetgeen dat in het afgelopen jaar heeft gespeeld. Uitgangspunt voor het principeakkoord is dat gemeenten, in opdracht van de omgevingsdiensten, de advisering voor alle provinciale BRIKS-taken verzorgen. RUD Zeeland coördineert deze taken vanuit het wettelijk uitgangspunt dat de provincie het bevoegd gezag is wat betreft BRIKS-taken voor provinciale bedrijven en dat de provincie de BRIKSbesluitvorming heeft gemandateerd aan de omgevingsdiensten.
Om de provinciale BRIKS-taken te kunnen en mogen uitvoeren moet worden voldaan aan de kwaliteitscriteria VTH2.2. Daarom is er een samenwerkingsovereenkomst opgesteld tussen iedere gemeente. Daarmee is de specifieke kennis geborgd die nodig is voor de werkzaamheden ten behoeve van de BRIKS-taken. Op verzoek van provincie Zeeland is vanaf 1 januari 2021 reeds gestart met de implementatie van de werkwijze en wordt het proces afgestemd met de gemeenten, de provincie en de DCMR Milieudienst Rijnmond. Minimaal 4 keer per jaar is ingeregeld dat een regionaal BRIKS-overleg plaatsvindt. Aan dit overleg nemen deel: gemeente Vlissingen namens de regio Walcheren-Schouwen-Duiveland gemeente Borsele en Reimerswaal namens de SORBET-gemeenten gemeente Terneuzen namens de gemeenten in Zeeuws-Vlaanderen omgevingsdiensten RUD Zeeland en DCMR Milieudienst Rijnmond. Doel van dit regionaal BRIKS-overleg is om inzichten in de VTH-uitvoeringstaken te delen en te bekijken waar oplossingen mogelijk zijn om de uitvoering te optimaliseren. In het afgelopen jaar is met name ervaring opgedaan met vergunningverleningsprocessen. Dit is op zich logisch omdat vergunningverleningsprocessen eerst moeten worden doorlopen alvorens toezicht of handhaving wordt uitgevoerd.
Zeker in het begin moesten gemeenten wennen aan het beeld dat RUD Zeeland de regie voert, het vergoedingensysteem en de bevoegdheid van de provincie voor de legesheffing bij vergunningverlenende taken. Door individuele gesprekken met de verschillende gemeenten bij de in behandeling zijnde zaken is getracht om de werksystematiek aan te geven en te verduidelijken. Voor vergunningverlening is het proces inmiddels goed ingeregeld. De werkprocessen voor Toezicht en Handhaving dienen nog te worden geoptimaliseerd. Door een intensieve samenwerking tussen de DCMR en RUD Zeeland sluiten de werkprocessen goed op elkaar aan. Dit neemt echter niet weg dat er verbeterpunten zijn gesignaleerd waaraan gewerkt dient te worden.
2.3
PROGRAMMALIJN TOEZICHT EN HANDHAVING
Wat wilden we bereiken? De doelstelling van programmalijn Toezicht en Handhaving van RUD Zeeland is om tot een kwalitatief goede en eenduidige uitvoering van de overgedragen milieutaken toezicht en handhaving in Zeeland te komen. Dit doen we door: • Adequaat toezicht uitvoeren of handhavend optreden tegenover bedrijven en burgers die zich niet houden aan de wet- en regelgeving. • Vakinhoudelijke kennisontwikkeling. Wat hebben we bereikt?
18
Adequaat toezicht uitvoeren of handhavend optreden Door in te zetten op het uitvoeren van hercontroles, bereikten we dat bedrijven die in eerste instantie niet aan de milieuregels voldeden, dit alsnog zijn gaan doen. Bij bedrijven die ook na een hercontrole nog steeds niet bleken te voldoen, zetten we vervolgstappen door het opleggen van een Voornemen Last onder Dwangsom (VLoD). De meeste bedrijven voldeden daarna wel aan de gestelde eisen. In een enkel geval legden we een definitieve Last onder Dwangsom (LoD) op. Door uitbreiding van de vaste bezetting zijn wij steeds beter in staat om ad hoc actie te ondernemen en, zo nodig, op te treden. Naast de periodieke controles en hercontroles verrichten we ook op tal van andere terreinen toezichtswerkzaamheden; denk aan asbest, bodem, groene wetten en zwemwater/baden. Geleverde uren Onderstaande grafiek geeft een selectie van de geleverde uren per product weer ten opzichte van de afspraken (raming). Grafiek 3 Ureninzet Inspecties, klachten en handhaving
Ureninzet inspecties, klachten en handhaving 4.322 (178%)
3.971 (162%)
31.140 (102%) 30.410
Inspecties
2.428
Klachten realisatie
2.456
Handhaving raming
Door op brancheniveau gericht en specifiek op onderdeelsniveau te controleren, hebben wij onze controles kunnen uitvoeren. Dit doen we door meer informatie gestuurd en risico gericht te werken. Echter de grote aantallen klachten en handhavingszaken staat de doorontwikkeling in de weg. Een goed doordachte opbouw van de raming, op basis van de resultaten van voorgaande jaren, kan vraag en aanbod meer in balans brengen. Vakinhoudelijke kennisontwikkeling De medewerkers ontwikkelen hun vakinhoudelijke kennis door deel te nemen aan toolboxmeetings en kennisoverdracht tijdens overleggen of onderling op de werkvloer. Ondanks corona konden we in 2021 een aantal toolboxmeetings en opleidingen digitaal geven.
Wat hebben we gedaan? Corona Ondanks corona voerden we controlebezoeken, binnen de regels van het RIVM, zoveel mogelijk fysiek uit, ook tijdens de perioden van lockdown. Uitzondering daarbij is de horeca, die gesloten was tijdens de lockdown perioden.
Personele ontwikkeling Afgelopen jaren is bewust gekozen een deel van de capaciteit vanuit de flexibele schil om te zetten in vaste bezetting. Dit heeft geleid tot een aanzienlijke groei van het aantal inspecteurs binnen RUD Zeeland. Om natuurlijk verloop op te
19
vangen zijn in 2021 diverse inspecteurs intern doorgeschoven en is een 3-tal nieuwe inspecteurs aangenomen om opengevallen plekken op te vullen. Helaas zijn er geen ervaren mensen in de markt beschikbaar en moeten nieuwe mensen worden opgeleid en intern begeleid. Dit gaat ten koste van de productiviteit. Inmiddels voldoen alle nieuwe mensen aan de kwaliteitscriteria 2.2. In de flexibele schil werken we zoveel mogelijk met dezelfde mensen om inwerken en extra begeleiding zoveel mogelijk te voorkomen. Geleverde producten Toezicht en handhaving Onderstaande grafiek geeft een selectie van de geleverde producten weer ten opzichte van de afspraken (raming). De weergegeven werkelijke uitvoering en de geraamde producten betreft de optelsom van de geleverde producten en gemaakte afspraken met individuele deelnemers. Grafiek 4 Toezicht en handhaving levering aantallen producten
Toezicht Binnen afdeling TH wordt steeds meer invulling gegeven aan het risicogericht werken: de inzet daar plegen waar het nodig of wenselijk is. Dat betekent dat prioriteit gegeven wordt aan het uitvoeren van hercontroles en eventuele vervolgacties. Ook die vervolgacties (voornemen Last onder Dwangsom en uiteindelijk een definitieve Last onder Dwangsom) leiden weer tot extra hercontroles. Ook andersoortige controles, zoals de administratieve controles in kader van energie, leiden tot veel hercontroles. In 2022 zullen de kengetallen in P*Q opnieuw geëvalueerd ten einde een goede balans te krijgen. Daarnaast wordt zoveel mogelijk gehoor gegeven aan ad hoc vragen vanuit de deelnemers om zaken op te pakken. Dit alles gaat uiteindelijk ten koste van de tijd die nodig is voor het uitvoeren van aantallen gevraagde periodieke controles. Om meer invulling te geven aan risicogericht en informatie gestuurd toezicht, werken we meer branchegericht en projectmatig. Dit heeft als voordeel dat de inspecteurs zich kunnen specialiseren in die branche door zich een tijd lang met een specifieke branche bezig te houden. Hierdoor kunnen de controles op zich efficiënter uitgevoerd worden. Bovendien halen wij op deze wijze veel informatie binnen die op termijn weer nuttig is voor informatie-gestuurd werken. In 2021 is branchegericht werken ingezet bij de akkerbouw, horeca en garagebedrijven.
Bij de autodemontagebedrijven is projectmatig gewerkt. Het komend jaar gaan we hiermee verder en zullen bij meerdere branches projecten opgestart worden om zo efficiënter toezicht te kunnen houden en informatie te verzamelen. In de akkerbouw is gebruik gemaakt van zelfcontrole-lijsten. Op die manier wordt een eerste selectie gemaakt van bedrijven waar we alsnog fysieke controles wilden uitvoeren. In een aantal gevallen heeft dit tot de ongewenste situatie geleid dat de ondernemer zich verbaal 20
afreageert op de inspecteur. Bij garagebedrijven en de horeca wordt gewerkt met een verkorte checklijst met de meest milieu-relevante aspecten, waardoor de fysieke controles minder tijd vergen. De resultaten vanuit het project autodemontage is gepresenteerd in zowel het deelnemersoverleg als het algemeen bestuur. Omdat we vanaf 2021 niet primair op aantallen sturen, maar vooral op gerealiseerde uren en daarmee euro’s, zijn er tussen de deelnemers onderling wel wat verschillen ontstaan op de aantallen gerealiseerde controles. Zeker als in een gemeente een bedrijf zit waar veel overtredingen geconstateerd worden, dan vergt dit bedrijf veel tijd wat ten koste gaat van controles bij andere bedrijven. In de verschillende deelnemersrapportages wordt hier nader op ingegaan. Toezicht op energiebesparing Ook in 2021 heeft een extern bureau de controle op de informatieplicht energiebesparing uitgevoerd. In het kader van ‘learning on the job’ was bij een aantal bedrijven een RUD-inspecteur bij de uitvoering van de controle aanwezig en hebben een 10-tal inspecteurs een verdiepingscursus op gebied van energiebesparing gevolgd. De administratieve handelingen voerde de RUD uit en dat trok een zware wissel op de capaciteit, omdat deze uren niet waren geraamd. Bij bedrijven die niet meldden, voerden we een hercontroles uit, en gingen enkele voornemens Last onder Dwangsom uit.
Verder controleerden we steekproefsgewijs op het uitvoeren van energiebesparende maatregelen. Voor 2022 wordt deze opzet opnieuw gevolgd, maar zal er ook worden gekeken hoe energiecontroles in de toekomst structureel geborgd kan worden. In 2022 komen we tevens met een voorstel hoe de RUD de deelnemers doelgericht kan ondersteunen in de doorontwikkeling van de energietransitie en het toezicht daarop. Klachten en meldingen Binnen RUD Zeeland is een piketdienst voor het aannemen en behandelen van klachten en meldingen. Ondanks de lockdown, waarbij een deel van het jaar de horeca gesloten was, zien we dat er meer klachten dan voorgaande jaren zijn binnengekomen. Dit komt doordat er bij een aantal deelnemers een klachtensituatie is waarbij een kleine groep klagers vrijwel dagelijks klagen over een specifiek bedrijf. Over deze situaties is overleg met de betreffende deelnemers omdat de achtergrond van de klachten op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling zitten. Daarnaast zijn er situaties waarbij een beperkt aantal klagers overlast ondervinden van een specifieke installatie bij een bedrijf. In die situaties wordt extra inzet gepleegd om de oorzaak van de overlast weg te nemen. Dat geldt ook voor meer vage klachten over brom- of pieptonen, waar wij proberen om de bron op te sporen en als dat kan te laten aanpassen.
Dit alles leidt ertoe dat het aannemen en vooral afhandelen van klachten meer tijd vergt dan geraamd. In de Kanaalzone is er in 2021 samen met de diverse betrokken partijen (gemeente Terneuzen, provincie Zeeland, Rijkswaterstaat, North Sea Port, DCMR en GGD) een onderzoek uitgevoerd naar de leefomstandigheden van de bewoners en naar manieren om die te verbeteren.
Grafiek 5 Milieuklachten
In 2021 registreerde RUD Zeeland 1.840 milieuklachten.
Aantal afgehandelde klachten 672
768
968 498
476
464 79
Geluid
Geur
60 Stof
2019
2020
315
416
370
38 Overig
2021
Handhaving In 2021 is door alle deelnemers het Zeeuw VTH-beleid vastgesteld. Hierin is onder meer de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) opgenomen. Als RUD volgen wij dit beleid. Om uiteindelijk inzicht te krijgen wat de implementatie van LHS betekent voor de RUD zowel op gebied van toepassing als op het gebied van capaciteit, zijn wij gestart met een oriëntatie/pilot. De start van LHS maakte het noodzakelijk dat alle medewerkers van afdeling TH (zowel 21
inspecteurs als juridisch medewerkers als beleidsmedewerkers) getraind in de toepassing van de LHS werden. Vanaf oktober 2021 wordt iedere overtreding aan de LHS getoetst en gepositioneerd in de interventiematrix die onderdeel is van de LHS. Gevolg is dat bij overtredingen die linksonder in de matrix terechtkomen geen hercontrole hoeft te worden uitgevoerd. Het gaat dan om kleine overtredingen zoals verkeerde waarschuwingstekens. Anderzijds is de verwachting dat er vaker naar het middel van strafrechtelijk optreden gepakt zal worden bij zwaardere overtredingen die rechtsboven in de matrix gepositioneerd worden. We zien nu al dat inspecteurs sneller om bijstand van een boa vragen. In 2022 zal deze oriëntatie middels een evaluatie afgerond worden. De RUD zal de bevindingen delen met de deelnemers waarna er besluitvorming kan plaatsvinden voor de definitieve implementatie van LHS.
Strafrechtelijk handhaven Binnen RUD Zeeland zijn een aantal inspecteurs ook boa, zowel in het grijze milieuspoor als voor de groene wetten. Het aantal ‘grijze-boa’s’ is de laatste jaren fors uitgebreid. In 2021 is vooral gewerkt aan de kwaliteitsslag om ervoor te zorgen dat de zaken die door de boa’s worden aangeleverd bij het Openbaar Ministerie (in ons geval het Functioneel Parket in Den Bosch), ook tot een vervolg daar leiden. Dit is vormgegeven door een verdere benutting van de mogelijkheden binnen het BOA-registratiesysteem (BRS). Het is mogelijk om via dit systeem een kwalitatief goed dossier te bouwen wat voorgelegd kan worden aan het FP. Bovendien voldoet het BRS aan de eisen die de Wet politiegegevens stelt en dus voldoen wij als organisatie ook aantoonbaar aan die wet en eisen. Ook wordt gewerkt aan een nauwere samenwerking met het FP om zo inhoudelijke feedback te krijgen op dossiers maar ook op afdoening van de door ons aangedragen zaken. Daarnaast nemen de boa’s, bij deelnemers die daarom verzoeken, deel aan integrale acties in kader van ondermijning.
22
Andere toezichtstaken
Bodem-TGG en Beaumix Het beoordelen van meldingen in het kader van het Besluit bodemkwaliteit en het houden van toezicht op toepassingen en gebruik van grond en bouwstoffen, is een basistaak die nu door alle deelnemers bij de RUD is ondergebracht. Deze producten zijn vraag gestuurd. In de rapportage per deelnemer wordt dit verder uitgewerkt. In 2021 is veel tijd besteed aan toepassingen van thermisch gereinigde grond (TGG) en gereinigde AEC-assen (Beaumix). TGG is in de media en de politiek een beladen onderwerp geworden, waarbij aan de RUD is gevraagd om de beschikbare kennis en expertise in te zetten. In eerste instantie ging dat om het achterhalen van locaties waar TGG is toegepast, later ging het veel meer om vragen rondom die toepassingen en de gevolgen. Bij een aantal bedrijven is TGG opgeslagen, waar vervolgens handhavend tegen is opgetreden. Over de tijdsinzet zijn aparte afspraken gemaakt met de diverse bevoegde deelnemers. Iets dergelijks gebeurde ook rondom de toepassing van Beaumix, waar ook door de betreffende deelnemer gevraagd is om de kennis en expertise vanuit de RUD in te zetten. Asbest Het asbestteam werkt, zoals uit de evaluatie in 2020 naar voren kwam, meer risicogericht en informatie-gestuurd.
Het aantal administratieve controles is daardoor lager, maar er is meer gecontroleerd bij saneringen, vooral die saneringen die worden uitgevoerd door minder bekende saneringsbedrijven. Dit alles heeft ertoe geleid dat in 2021 weer een aantal interessante zaken ontdekt en opgepakt zijn. Verder is de samenwerking met andere omgevingsdiensten in het Zuidelijk Keten Casus Overleg voortgezet. Op die manier worden kennis en ervaring met andere diensten in Zuid-Nederland gedeeld.
Groene wetten Het toezicht op de groene wetten, vooral de Wet natuurbescherming, is door de provincie als plustaak ondergebracht bij de RUD. Dit toezicht wordt samen met partners als Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en stichting Het Zeeuws Landschap, uitgevoerd. Daartoe is een convenant afgesloten wat de medewerkers van de verschillende organisaties in staat stelt om in elkaars gebieden te kunnen opereren. Omdat iedere organisatie over beperkte capaciteit beschikt wordt veel samen gewerkt in natuurgebieden en in specifieke projecten. Daartoe wordt jaarlijks een Handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) opgesteld waarin per project is aangegeven wie de leidende rol heeft en welke partners erin deelnemen. Verder worden het toenemend aantal klachten en meldingen met betrekking tot de Wet natuurbescherming opgepakt en afgehandeld. Ook zijn een aantal verzoeken tot handhaven op grond van de Wet natuurbescherming binnengekomen en behandeld. Een deel van die verzoeken hadden betrekking op installaties die al dan niet met een vergunning in het kader van de PAS in werking zijn. Vergunningen in het kader van PAS die verleend zijn aan bedrijven worden gecontroleerd tijdens de milieucontroles die bij die bedrijven worden uitgevoerd.
Zwembaden/zwemwater Ook het toezicht op de Wet hygiëne en veiligheid badplaatsen en zwemgelegenheden (Whvbz) is door de provincie als plustaak ondergebracht bij de RUD. Jaarlijks worden de zwembaden en de aangewezen zwemplaatsen gecontroleerd op de geldende eisen. Bij de zwembaden gaat het dan om de kwaliteit van het water in en veiligheidsvoorzieningen rondom de bassins. Bij de zwemplaatsen wordt een algemene controle uitgevoerd op aanwezigheid van voorzieningen en omstandigheden rondom de zwemplaats. Een jaarlijks terugkerend fenomeen is de aanwezigheid van Japanse kruiskwallen in het Veerse Meer, die bij zwemmers tot jeuk leiden. Als de kruiskwallen weer gesignaleerd worden, meestal rond mei/juni, worden op diverse plaatsen negatieve zwemadviezen kenbaar gemaakt door het plaatsen van waarschuwingsborden. Verder houdt de RUD de site www.zwemwater.nl actueel voor de Zeeuwse badplaatsen en stranden. Vuurwerk De RUD heeft tot taak om voor de gemeenten toezicht te houden op de verkooppunten voor consumentenvuurwerk en voor de provincie houden wij toezicht bij de grote vuurwerkevenementen. Ondanks het feit dat voor het tweede jaar op rij geen consumentenvuurwerk verkocht mocht worden, is er wel toezicht geweest op de verkooppunten. Zoals eerder aangegeven zijn de controles in het kader van actualisatie van de PvE’s uitgevoerd.
Er zijn als gevolg van de lockdown slechts een beperkt aantal vuurwerkevenementen geweest waarbij toezicht is uitgeoefend. 23
Ontwikkelingen Per 1 januari 2022 stopt de ondersteuning van de door de inspecteurs gebruikte tool Mohis, waarmee tijdens de controles de bevindingen worden vastgelegd. Dat betekent dat er voor de eerste helft van 2022 gewerkt zal worden met een andere tool, namelijk Digitale checklisten. Voor de inspecteurs betekent dit een omschakeling en leren werken met de nieuwe tool. Verder zal naar verwachting in de loop van 2022 worden overgeschakeld op een nieuw zaaksysteem, RXMission. Ook dit zal een tijd van gewenning vergen. Het is nu nog niet duidelijk of er dan weer een nieuwe tool komt voor de inspecteurs of dat we verder gaan met Digitale Checklisten. Naar verwachting zal per 1 januari 2023 de Omgevingswet in werking treden. De exacte impact hiervan is nog niet te overzien omdat we overstappen van het begrip inrichting naar milieubelastende activiteiten. Tabel 3 KPI’s Toezicht en handhaving
Omschrijving
KPI
Realisatie Toelichting t/m 31-12-2021
Uitvoering geplande periodieke controles
99% van het aantal geplande periodieke controles voeren we uit.
78%
We voerden in 2021 – mede door corona – meer administratieve en zelfcontroles uit. Daarnaast besteedden we meer uren aan niet geplande/ ad hoc zaken. Dit gaat ten koste van de uitvoering van periodieke controles.