B.4a D24.300671 13022024 De Betho in ontwikkeling defini 13022024 De Betho in ontwikkeling definitief
Tekst van het document
_De Betho in ontwikkeling Rapportage over de toekomstmogelijkheden van de Betho
Datum
12 februari 2024
Auteur
Evelien de Schipper en Marleen Cornelese
1
_Inhoudsopgave _Inhoudsopgave ..........................................................................................................................................................2 _Inleiding & voorwoord .......................................................................................................................................... 3 De opdracht ............................................................................................................................................................... 3 Proces ............................................................................................................................................................................. 5 _Huidige situatie.......................................................................................................................................................... 6 De Betho in beeld ................................................................................................................................................... 6 De Betho in cijfers ....................................................................................................................................................7 De omgeving ............................................................................................................................................................
13 _Landelijke ontwikkelingen ................................................................................................................................25 _Gedeelde visie..........................................................................................................................................................29 _Toekomstmogelijkheden..................................................................................................................................33 Scenario 1: Referentiescenario ................................................................................................................... 34 Scenario 2: Ontwikkelscenario ................................................................................................................... 35 Scenario 3: Herbezinning op de totale infrastructuur ................................................................. 41 _Conclusie en advies............................................................................................................................................ 43 Bijlage 1 Begrippenlijst:.......................................................................................................................................... 48 Bijlage 2 Lijst deelnemers ...................................................................................................................................
49 Bijlage 3 Overzicht instrumentaria ................................................................................................................ 51 Bijlage 4 Toelichting besluit 2015 .................................................................................................................. 54 Bijlage 5 Ontwikkelmatrix.................................................................................................................................... 55
2
_Inleiding & voorwoord De Betho is al bijna 70 jaar een begrip in Zeeland voor werknemers die niet zonder begeleiding of aanpassingen aan het werk kunnen. Voor de gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal en Tholen voeren zij de Wet sociale werkvoorziening uit. Met de invoering van de Participatiewet in 2015 is er een nieuwe ‘ordening’ ontstaan voor inwoners die op zoek zijn naar werk. De werking van de nieuwe wet en bijbehorende regelingen per doelgroep, is sinds 2019 op verschillende manieren onderzocht. Een terugkerend beeld is dat de ondersteuningsbehoefte voor medewerkers en werkgevers onverminderd groot is. De vraag die de zes gemeenten, binnen deze context, aan elkaar stellen is: ‘Welke toekomstmogelijkheden zijn er voor De Betho in deze nieuwe ordening?’ Om antwoord te geven op deze vraag, is een proces gestart met bestuurders, beleidsmakers, managers, klantmanagers en jobcoaches van de 6 gemeenten en GR de Bevelanden. Door middel van meerdere werksessies, verdiepende analyses en verschillende interviews zijn de uitdagingen en mogelijkheden in kaart gebracht. Het resultaat is een besluitvormend document met handvatten voor De Betho en de gemeenten.
De opdracht Het vertrekpunt van deze rapportage is de bestuursopdracht, zoals deze is besloten in het AB begin 2023 Het AB besluit: in aansluiting op de uitkomsten van het genoemde Berenschot onderzoek en de daarin voorgestelde scenario’s voorstellen te formuleren voor de toekomst van De Betho binnen de arbeidsmarktregio Zeeland. a. In samenwerking met de arbeidsmarktregio Zeeland en de gemeenten die deel uitmaken van GR De Betho (en waar nodig UWV) een gedegen analyse uitvoeren naar de verschillende doelgroepen. b. In beeld brengen welke partijen, naast De Betho, re-integratietrajecten uitvoeren in opdracht van de zes gemeenten en GR De Bevelanden, zodat een volledig beeld van de re-integratie mogelijkheden in dit deel van de arbeidsmarktregio Zeeland ontstaat. c. Meerjarige financiële analyse van GR De Betho op basis van voortzetting van het huidige beleid. d. Scenario’s voor de toekomst van De Betho inclusief een onderbouwd advies voor een voorkeurscenario met daarbij een onderbouwing van de 3
financiële en beleidsmatige consequenties voor de deelnemende gemeenten en de gevolgen voor de doelgroepen arbeidsbeperkten. e. Een plan van aanpak voor implementatie van het voorkeurscenario met acties op korte en middellange termijn. In overleg met de opdrachtgever is de opdracht opgesplitst in drie onderdelen: 1) Analyse: gericht op het in beeld brengen van de huidige situatie d.m.v. een beeldvorming van De Betho en haar omgeving; 2) Samenwerken: door middel van een werkgroep met interne en externe vertegenwoordiging is er gewerkt aan wederzijds inzicht, een gedeelde visie, maar ook transparantie over diverse discussiepunten. Uniek in dit proces was het gezamenlijk optrekken van twee gemeenschappelijke regelingen met ieder een belang in de uitkomst; 3) Rapporteren: aan de hand van tussentijdse overzichten en tekstvoorstellen zijn de scenario’s en adviezen nader uitgewerkt. Om tot een conclusie te komen hebben we aan de start van het proces een gezamenlijke hoofdvraag opgesteld: “Welke mogelijke toekomstscenario’s zijn er mogelijk voor De Betho, rekening houdend met het huidige beleid en de huidige GR structuur?” Om antwoord te kunnen geven op deze vraag is een aantal deelvragen geformuleerd:
Deel 1 1.
Wat is de huidige situatie?
2. Hoe verhoudt de huidige situatie (beleid en uitvoering) zich tot de landelijke ontwikkelingen (o.a. het Berenschot rapport (2023) en de adviezen die worden gegeven voor de doorontwikkeling van de sociaal ontwikkelbedrijven)? 3. Welke gedeelde visie is er op de totale infrastructuur van de Participatiewet (mensen die zich niet kunnen redden binnen de arbeidsmarktregio Zeeland)?
Deel 2 4. Welke scenario’s zijn er mogelijk binnen de huidige GR structuur en kaders van de raad (2015)? Welke kansen, risico’s en consequenties (financieel, doelgroep, infrastructuur, vervolgproces) horen bij de verschillende scenario’s? 4
De vier deelvragen worden in de volgende hoofdstukken uitgewerkt met een advies.
Proces Gedurende het onderzoek is er gewerkt met een werkgroep met vertegenwoordiging van De Betho, GR de Bevelanden en de gemeenten Goes, Tholen en Borsele. Naast deze werkgroep zijn er interviews gehouden met:
UWV;
De Zuidhoek;
WVS-Groep;
Arbeidsmarktregio Zeeland;
RBL;
Klantmanagers, werkgeversadviseurs & jobcoaches van GR de Bevelanden;
Klantmanagers en werkgeversadviseurs van de gemeente Tholen;
Gemeenten niet vertegenwoordigd in de werkgroep: Kapelle, Reimerswaal & Noord-Beveland;
Financieel adviseurs gemeente Goes, Kapelle en Reimerswaal.
De basis van dit rapport is in de werkgroep ontstaan aan de hand van tussentijdse analyses en verkennende gesprekken. Tussentijdse analyses en conclusies zijn in de tussentijdse verbindingsbijeenkomsten gedeeld. Het proces is bepalend geweest voor de conclusies in dit rapport en wordt weergegeven aan de hand van onderstaand schema (figuur 1).
Figuur 1: Grafische weergave proces
5
Huidige situatie
_
In dit hoofdstuk volgt een uitgebreide analyse van de huidige situatie. Er is een inhoudelijke analyse gemaakt door middel van interviews, verbindingsbijeenkomsten, werkgroepen en een brede brainstormsessie. De cijfermatige analyse is opgesteld op basis van landelijke cijfers en de beschikbare gegevens in de jaarrekeningen en begroting van De Betho.
De Betho in beeld Tijdens de brede brainstormsessie van 16 oktober zijn de eerste beelden van De Betho opgehaald aan de hand van een ‘moodboard’ (afbeelding 1) en dialoog. Het eerste beeld dat naar voren komt is De Betho als veilige plek, beschut en comfortabel. Dit werd in beeld gebracht in de vorm van een comfortabele stoel. ‘Een Zeeuws begrip, en vooral een comfortabele en beschermende omgeving, waar veilig en met elkaar wordt gebouwd aan de toekomst. Waar iedereen welkom is, wordt geaccepteerd en in zijn of haar kracht wordt gezet.’ Aan de andere kant werd ook de wens naar ontwikkeling in beeld gebracht. De Betho als ‘oude gerenoveerde werkladder’: de ladder is in de basis sterk, maar kan wel geoptimaliseerd worden. In de interviews hebben we verdiepende
Afbeelding 1: De Betho in beeld, brainstormsessie
gesprekken gevoerd. Ook hieruit blijkt dat De Betho als solide partner een belangrijke rol vervult voor een doelgroep die alleen met ondersteuning en aanpassingen aan het werk kan. Hierbij wordt een goed passend traject steeds belangrijker. Het huidige instrumentarium binnen De Betho voldoet niet altijd meer aan de vraag en de behoefte van de klant. Complicerende factor bij de gemeente Tholen is de afstand t.o.v. de lokale ontwikkelingen.
6
De belangrijkste factoren waarom mensen niet via De Betho participeren zijn:
Communicatie en samenwerking met partijen:
Een belangrijk punt uit de gesprekken is, de verslechterde communicatie en samenwerking tussen partijen. Vanuit beide kanten is er weinig aandacht besteed aan het optimaliseren van de samenwerking. Hierdoor zijn cliënten tussen wal en schip geraakt, komen er minder cliënten richting De Betho om te participeren naar werk en zijn er andere re-integratie instrumenten ingezet.
Instrumentarium sluit niet altijd aan:
Door de veranderende problematiek onder de brede doelgroep, is er behoefte aan vernieuwing. Vernieuwing in werksoorten, begeleiding en doorlooptijd van trajecten. Klantmanagers van zowel GR de Bevelanden als Tholen geven aan dat de doelgroep gekenmerkt wordt door multi-problematiek en het instrumentarium van de Betho niet altijd aansluit. Vooral in de doelgroep ‘jongeren’ (<27 jaar) worden veel psychische klachten ervaren, wat veel begeleiding en tijd vraagt.
De Betho in cijfers De financiële analyse bestaat uit een trendanalyse, gebaseerd op:
de jaarverslagen vanaf 2015
de begroting 2024
de meerjarenraming 2023-2028.
We richten ons op de trend tot nu toe vanaf het moment van de invoering Participatiewet en de doorrekening naar de toekomst.
Huidige begroting In de begroting is een aantal componenten opgenomen, waaronder de beleidsbegroting 2023/2024, financiële begroting 2023/2024 en de meerjarenbegroting 2023-2028. Het resultaat per programma onderdeel is niet inzichtelijk, omdat de opbrengen en kosten niet gespecificeerd zijn naar programma- en of taak. Opvallend is de wijze waarop de terugbetaling aan de gemeente wordt gepresenteerd. De terugbetaling heeft een negatief effect op het totaalresultaat (programma’s en overhead), maar wordt gecompenseerd door de jaarlijkse vrijval uit de bestemmingsreserves van circa € 9,4 miljoen. Dit betekent dat de bestemmingsreserves in 2047 uitgeput zullen zijn. Daarnaast worden de terug stortingen naar de gemeenten begroot in de meerjarenraming vanaf 2025 ter hoogte van € 500.000.
7
Realisatie De belangrijkste inkomstenbron voor De Betho is subsidie voor de doelgroepen. Dit wordt aangevuld met omzet uit productie, detacheringen, groen en schoonmaak. Met de afbouw van de SW-doelgroep daalt de subsidie, maar ook de daarbij behorende omzet. Een analyse op de netto omzet (gebaseerd op de jaarrekeningen) laat zien dat deze omzet de afgelopen jaren vrij stabiel is gebleven. De verwachting is dat dit mede een gevolg is van de ingevoerde prijsstijgingen. Dit is echter niet inzichtelijk o.g.v. de beschikbare cijfers. Tot 2017 was er nog sprake van een stijging van de omzet, vanaf 2018 daalt de omzet licht met een gemiddeld percentage van 2% per jaar (zie figuur 2).
Trend netto omzet per werksoort n.a.v. jaarrekeningen € 2.500.000 € 2.000.000 € 1.500.000 € 1.000.000 € 500.000 €2015
2016
detacheringen
2017
groenbedrijf
2018
2019
schoonmaak
2020
2021
2022
verpakken en montage
Figuur 2: Trend netto omzet
De daling van 2% netto omzet per jaar is opgenomen in de meerjarenraming. Uit de Cedris sectorinformatie zien we dat de opbrengst per medewerker bij de Betho hoger is dan het landelijke beeld1.
Doelgroep Voor de doelgroep SW en Beschut werk is een verdiepende analyse gemaakt op de trend tot nu toe en de ‘aannames’ in de huidige meerjarenraming t/m 2028. SW-doelgroep Om de afname van de SW-doelgroep in beeld te brengen hebben we gebruik gemaakt van de daadwerkelijke afbouw van het aantal medewerkers op basis van pensioenleeftijd. Deze aantallen kunnen alsnog fluctueren als gevolg van verhuizen of overlijden, maar geven een vrij betrouwbaar beeld van de toekomstige ontwikkeling.
1
Individuele rapportage Cedris sectorinformatie 2022
8
De afname op basis van leeftijdsopbouw kent een daling van 5% t/m 2050, zie figuur 3. Dit is iets lager dan het landelijke gemiddelde van 6%2.
Afbouw aantal SW medewerkers o.b.v. leeftijd 400 350 300 250 200 150 100 50 2050
2049
2048
2047
2045
2046
2043
2044
2041
2042
2039
2040
2038
2037
2036
2035
2034
2033
2031
2032
2029
2030
2027
2028
2025
2026
2024
2023
0
Afbouw mw Figuur 3: afbouw SW doelgroep naar leeftijd
In absolute aantallen komt dit neer op een daling van 11 medewerkers/ 9 SE plekken per jaar. Beschut werk Kenmerkend voor deze regio, is het positieve verloop van het aantal beschutte werkplekken: er zijn vanaf 2019 meer beschutte werkplekken gerealiseerd dan de taakstelling, zie figuur 4.
Taakstelling vs. werkelijk (tot 2023) 100 80 60 40
Taakstelling Beschut werk werkelijk
20 0
Figuur 4: aantal gerealiseerde beschutte werkplekken vs. de taakstelling.
2
Cedris sectorinformatie 2022
9
De gemeenten werken vanaf 2019 gemiddeld 17% boven taakstelling met het grootste verschil in 2023. In dit jaar zijn er 20 extra beschutte werkplekken gerealiseerd (31% boven taakstelling). Vergoeding Voor de vergoeding per beschutte werkplek baseren we ons op de afspraken die in 2017 zijn gemaakt tussen de gemeenten en De Betho3 (meer recente afspraken over de vergoeding per beschutte werkplekken ontbreken). Onderdeel van deze afspraken is een vaste vergoeding ter hoogte van € 25.500 per gerealiseerde beschutte werkplek. Berenschot geeft in hun analyse van 20214 een duidelijk beeld van de hogere begeleidingskosten voor gemeenten (€ 11.000 voor de doelgroep beschut). Dit wordt nog eens bevestigd door het onderzoek van Significant APE, waarin zij het tekort op de beschutte werkplekken verklaren door het ‘subsidietekort’ (netto toegevoegde waarde is ontoereikend) en het tekort aan vergoeding voor begeleiding5. Dit betekent dus dat de huidige afspraken (€ 7.086 voor begeleiding) uit 2017 niet toereikend zijn voor de kosten Beschut Werk. Voor de gemeenten is in 2017 een financieel risico beschreven voor het boven taakstelling werken als gevolg van de verdeelsystematiek van het Werkdeel. Deze verdeelsystematiek is gebaseerd op de Wajong- en SW-instroomcijfers uit 20122014) en sluit niet meer aan op de zichtbare behoefte aan beschut werk6. Dit risico wordt kleiner o.g.v.
de huidige plannen7 van het ministerie om beschut werk verder te bevorderen. De verminderde loonwaarde en dus lagere omzet per deelnemer blijft wel een risico. Tot slot is het boven taakstelling werken nog niet in iedere reintegratieverordening opgenomen. De vergoeding voor de SW-plekken is op dit moment € 31.818 stijgend naar € 34.847 in 20248. Deze stijging is, ter compensatie van de loon- en prijsontwikkelingen en de snellere daling van de doelgroep, bevestigd in de meicirculaire van 2023. Het is niet duidelijk of dit kostendekkend is voor de SWdoelgroep bij De Betho.
3
Notitie beschut werk, GR de Bevelanden, 2017
4
Analyse in opdracht van de VNG ‘Beschikbare en benodigde financiële middelen voor de participatiewet’,
Berenschot, 2021 5
De kosten en uitvoering van beschut werkplekken in Nederland, Significant APE, in opdracht van SZW, 2023
6
Kamerbrief Sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk, 6 juli 2023
7
Kamerbrief infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven, ministerie SZW, 21 december 2023
8
Begroting De Betho, 2024
10
Ontwikkelingen op Rijksniveau Als gevolg van de diverse evaluaties en rapportages heeft het ministerie een aantal compensaties ingevoerd (septembercirculaire 2023) en aangekondigd (meicirculaire 2024): 1.
Compensatie loon- en prijsstijgingen
In de meicirculaire van 2023 is al een eerste compensatie verstrekt voor loon- en prijsstijgingen. In juni vorig jaar verscheen het Berenschot rapport, met daaropvolgend twee kamerbrieven van 6 juli9 en 21 december10. In deze kamerbrievenen erkent de minister de cruciale rol van de sociale ontwikkelbedrijven. 2. Stimulering beschut werk Het ministerie zegt extra middelen toe in het kader van een breder pakket aan maatregelen om beschut werk te stimuleren. Het bedrag per plek wordt structureel verhoogd met € 2.157. Daarbij wordt ook een herziening van de verdeling aangekondigd (naar realisatie) en een infrastructurele opslag. Dit wordt onderdeel van de meicirculaire 2024. 3. Impuls sociale infrastructuur Tot slot wordt een impuls voor de sociale infrastructuur aangekondigd. In de kamerbrief kondigt de minister voor 2024 een bedrag van € 63,9 miljoen aan. Indien dit verdeeld wordt naar inwoneraantal, betekent dit een eenmalige impuls van € 335.000 voor de regio Beveland en Tholen.
9 10
Kamerbrief ministerie SZW ‘Sociaal ontwikkelbedrijven en Beschut Werk’ 6 juli 2023 (file (overheid.nl)) Kamerbrief ministerie SZW ‘Infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven’ 21 december 2023 (file (overheid.nl))
11
Deelconclusie De Betho kent een lagere afbouw van de SW-doelgroep en een hogere opbouw van de doelgroep Beschut werk t.o.v. de landelijke cijfers. In de begroting 2024 van De Betho wordt aangeven dat de ontwikkeling van de doelgroep gebaseerd is op 50% (1 beschutte werkplek t.o.v. 2 SW-werkplekken). Deze aanname is een voortzetting van de trend tot nu toe. Met de nieuwe plannen van het Ministerie in de hand lijkt deze trend te passen bij de toekomstige ontwikkeling van de sociaal ontwikkelbedrijven. De vergoeding per beschutte werkplek blijft een financieel risico voor de gemeente en de additionele plekken moeten nog geborgd worden in de verordeningen (Tholen uitgezonderd). Een onzekere factor blijft de ontwikkeling van de omzet t.o.v. van de ontwikkeling van de doelgroep. Hoewel de subsidie de belangrijkste inkomstenbron is, is het bedrijfseconomisch resultaat afhankelijk van de juiste mix aan doelgroepen zodat er voldoende omzet gegenereerd kan worden. Uit de hierboven beschreven ontwikkelingen kunnen we concluderen dat het Rijk, op basis van het Berenschot rapport en de verkenning van het Ministerie, tijdelijk, maar ook structureel investeert in transformeren van de infrastructuur en het bevorderen van beschutte werkplekken. Voor de gemeenten en De Betho betekent dit een kans om de infrastructuur toekomstgericht te organiseren en te positioneren.
Hierbij passen meer transparante afspraken over vergoedingen, subsidies en tegenprestaties. Dit komt terug in de conclusies en het advies.
12
De omgeving Voor de omgevingsanalyse zijn verschillende partijen zoals beleidsadviseurs, klantmanagers van de gemeente Tholen, GR de Bevelanden, UWV en andere SWbedrijven gesproken (zie bijlage 2). In de gesprekken is voornamelijk gevraagd naar de kenmerken van de doelgroep, de behoefte en de wijze waarop De Betho hier in de toekomst invulling aan kan geven. Deze kwalitatieve analyse wordt aangevuld met een overzicht van de diverse doelgroepen en bijbehorende aantallen (indien beschikbaar). Voordat we ingaan op de doelgroepen gaan we kort in op het klantproces. Aan de start van dit proces staan voor het grootste deel de WSP’s/Sociale diensten van de gemeenten. GR de Bevelanden en WSP Tholen hebben als uitvoerder van de Participatiewet een regisserende rol op klantniveau. Zij zijn betrokken bij het grootste deel van de doelgroepen. Alleen voor de doelgroep die niet onder de Participatiewet valt ligt deze rol bij het UWV. Een overzicht van de doelgroepen en partners is weergegeven in figuur 5.
Figuur 5: Overzicht partners en doelgroepen
13
Doelgroepanalyse Bij de invoering van de Participatiewet was de verwachting dat een aanzienlijk deel van de nieuwe doelgroep bij reguliere werkgevers aan de slag zou kunnen. Uit meerdere landelijke beleidsevaluaties blijkt echter dat het niet lukt om alle mensen uit de nieuwe doelgroepen aan het werk te krijgen. Daarnaast signaleren we een tegenstelling die ook in het rapport Berenschot11 wordt bevestigd: de doelgroep krimpt door de huidige arbeidsmarkt en economie, maar de doelgroep groeit als gevolg van meer complexe problematiek. Simpel gezegd kunnen onze inwoners relatief makkelijk aan het werk komen, maar groeit de groep met mensen die extra ondersteuning nodig heeft. Ook Divosa geeft in haar jaarrapportage12 aan dat het aantal mensen langdurig in de bijstand blijft groeien (63% in 2023 t.o.v. 44% in 2013). Daarnaast zien we landelijk een licht stijgende trend van het aantal werkzoekenden van 0,7%, t.o.v. een stijging in Zeeland van 1,5% t.o.v. van vorig jaar. Voor de samenwerkende gemeenten op Beveland en Tholen zien we een stijging van 2,7% t.o.v. vorig jaar. Zie figuur 6 voor een overzicht van deze regio13.
Figuur 6: Aantal ‘Geregistreerd Werkzoekende UWV’ per arbeidsmarktregio
Interviews Uit de interviews blijkt dat de ‘nieuwe’ doelgroep een breder instrumentarium en meer methoden nodig heeft. Het landelijke beeld van een groeiende doelgroep met een grotere ondersteuningsbehoefte wordt in onze interviews bevestigd.
11
Rapport ‘infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven’, Berenschot, juni 2023
12
Divosa benchmark Werk & Inkomen, jaarrapportage 2022
13
Dashboard UWV, geregistreerde werkzoekenden, augustus 2023
14
De doelgroep in cijfers Voor de analyse van de doelgroepen richten we ons op de brede doelgroep die behoefte heeft aan een vorm van begeleiding: Uitkeringsgerechtigden P-wet (bijstand) Van oudsher ligt de taak bij de gemeenten voor het re-integreren van de doelgroep met een uitkering (voorheen Wet Werk en Bijstand (WWB)). Deze doelgroep laat een grotere ondersteuningsbehoefte zien. Zie hiervoor de sectorinformatie van Cedris, waarin aangegeven wordt dat trajecten intensiever zijn en een langere doorlooptijd kennen14. Uit onze interviews blijkt dat de partijen die verantwoordelijk zijn voor de re-integratie op, zoek zijn naar meer maatwerk (in werksoort, maar ook in mate van begeleiding). In tabel 1 worden de cijfers per trede in de zes gemeenten genoemd. Opvallend, maar passend bij het landelijke beeld, zijn de hogere aantallen in trede 1 en 2 (onderste treden participatieladder). Trede
1
2
3
4
5
Gemeente
Totaal
Borsele
193
48
79
30
13
23
Goes
735
222
299
89
35
90
Kapelle
86
22
41
10
2
11
Noord-Beveland
96
24
44
8
7
13
Reimerswaal
210
46
100
26
14
24
Tholen
267
84
88
41
17
27
6
13
10
Tabel 1: Aantal geregistreerde personen per trede participatieladder in de zes gemeenten
Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) en nieuw beschut Met de invoering van de Participatiewet is de instroom WSW gestopt en wordt de groep steeds kleiner. In het vorige hoofdstuk is een uitgebreide analyse opgenomen. De daling van het aantal SW-plekken loopt iets minder hard dan landelijk. Een verklaring hiervoor is het relatief ‘jonge’ personeelsbestand van De Betho. Zoals in de trendanalyse is weergegeven, verloopt de instroom van de doelgroep ‘nieuw beschut’ boven verwachting en boven taakstelling. Het gaat om mensen die door hun lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking een dusdanige mate van begeleiding en aanpassing van de werkplek nodig hebben, dat van een reguliere werkgever niet mag worden verwacht dat hij/zij deze mensen in dienst neemt.
14
Cedris sectorinformatie 2022
15
WIA, WW en Wajong De dienstverlening van het UWV is georganiseerd rond meerdere doelgroepen die met ondersteuning geheel of gedeeltelijk kunnen werken:
Wajong: voor mensen die voor hun 18e een beperking hebben of krijgen;
Werkloosheidsuitkering (WW);
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA): arbeidsongeschikt na ziekte (meer dan 35% arbeidsongeschikt);
Uit het dashboard GWU (Geregistreerde Werkzoekenden met Uitkering) blijkt dat het aantal Wajong uitkeringen afneemt conform landelijk beleid. De regio Beveland en Tholen kent in totaal 259 geregistreerd werkzoekenden met een Wajong uitkering. De WIA doelgroep neemt daarentegen toe naar 727. De WW doelgroep kent een sterk fluctuerend beeld en neemt af naar 449. Doelgroepenregister De Participatiewet heeft het begrip ‘doelgroep banenafspraak’ geïntroduceerd. Deze doelgroep omvat mensen met een arbeidsbeperking die in staat zijn om te werken, maar niet zelfstandig het wettelijk minimumloon te verdienen. Deze groep is uitermate divers en breed. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het bieden van begeleiding en ondersteuning. In onze interviews komt naar voren dat ook deze doelgroep niet makkelijk aan het werk kan. Zo stonden er in Q2 van 2023 in totaal 4.355 personen in het doelgroepenregister voor de Zeeuwse arbeidsmarkt 15. Er zijn 727 personen geregistreerd bij GR de Bevelanden (zie tabel 2). Belangrijke kanttekening bij deze cijfers is de handmatige registratie waardoor de cijfers misschien niet het juiste totaalaantal weergeven. Gemeente
#WBA met
#WBA zonder uitkering of dienstverlening
uitkering Goes
121
221
Borsele
31
113
Kapelle
11
44
Reimerswaal
30
109
Noord-Beveland
9
38
Tholen
52
Niet bekend
Tabel 2: Aantal personen Wet Banenafspraak
15
Banenafspraak ‘arbeidsmartkregio Zeeland’ -
https://www.werk.nl/arbeidsmarktinformatie/dashboards/banenafspraak
16
Nuggers De groep niet-uitkeringsgerechtigden (Nuggers) is groter geworden. Nederland en telt naar schatting 1,5 miljoen nuggers16. De lokale cijfers hiervoor zijn niet in beeld. Ze worden ook wel vaak de ‘vergeten groep’ genoemd, omdat ze om verschillende redenen niet actief zijn op de arbeidsmarkt en niet altijd in beeld zijn bij het UWV of gemeenten. Statushouders & inburgeraars Statushouders kunnen in aanmerking komen voor ondersteuning op basis van de Participatiewet. Ook het uitgangspunt van de wet Inburgering is: “werk is de snelste route naar participatie en integratie”. In 2022 werden er 29.635 verblijfsvergunningen verleend, wat er 4.930 meer waren dan het jaar ervoor. In Zeeland werden er in 2022 629 statushouders geplaatst, met in de zes gemeenten totaal 212 statushouders17. Het merendeel van deze mensen heeft een Syrische achtergrond. Uit de gesprekken is gebleken dat steeds meer statushouders hun plek vinden binnen De Betho. Jongeren Veel jongeren met een arbeidsbeperking komen in aanmerking voor een uitkering via het UWV of gemeente, maar er zijn ook jongeren die niet-uitkeringsgerechtigd zijn (Nuggers). Deze groep is zeer divers en door het wegvallen van de WSW niet altijd in beeld. Daarnaast is er nog de doelgroep ‘kwetsbare jongeren’, zogenoemde JIKP’ers (jongeren in kwetsbare positie).
JIKP-ers zijn jongeren die naar verwachting moeite zullen hebben om zelfstandig werk te vinden en te behouden. In de meeste gevallen is MBO 1-2 het hoogste haalbare opleidingsniveau. Het uitstroomperspectief is dan werk en/of zorg. Veel van hen zijn geregistreerd in het doelgroepenregister of komen daarvoor in aanmerking. De afgelopen schooljaren zijn circa 75 jongeren (18-23 jaar) voortijdig uitgevallen tijdens hun MBO 1-2 opleiding met het kenmerk JIKP.
‘Zet de deur naar een baan voor een ‘nugger’ open, https://www.vno-ncw.nl/column/zet-de-deur-naar-eenbaan-voor-nugger-open 17 Opvang in Zeeland, https://opvanginzeeland.nl/ 16
17
Het aantal jongeren wat in beeld is bij het RBL Oosterschelderegio, wordt weergegeven in tabel 3 (let op! Het gaat hierbij om jongeren uit de hele Oosterschelderegio (Schouwen-Duiveland/ Tholen en de Bevelandse gemeenten).
Schooljaar
Aantal VSV (waarvan JIKP)*
Aantal JIKP**
2021-2022
671 (76)
434
2022-2023
555 (75)
485
Tabel 3: Aantal Voortijdig Schoolverlaters (VSV) en Jongeren in Kwetsbare Posities (JIKP) over schooljaar 20212023, RBL Oosterschelderegio *jongeren in de leeftijd van 18-23 jaar zonder startkwalificatie die voortijdig hun schoolloopbaan beëindigen **Jongeren in kwetsbare posities vanwege hun lage vooropleidingsniveau of speciale onderwijsbehoefte, die momenteel een MBO 1-2 volgen met een verhoogd risico op VSV en ondersteuningsvragen m.b.t. arbeidsparticipatie
Net zoals landelijk, zijn ook in de Oosterschelderegio het aantal voortijdig schoolverlaters flink gestegen. In het schooljaar 2018-2019 waren dit nog 202 VSV’ers18, wat betekent dat er een stijging is van 1,74% ten opzichte van 2022-2023. Binnen de totale VSV doelgroep (naast de JIKP) zijn er meer jongeren die hulp nodig hebben bij het zoeken en behouden van werk (geen cijfers bekend).
Analyse re-integratie instrumentarium Onder het re-integratie instrumentarium vallen de verschillende soorten ‘diensten’ die de WSP’s en UWV hebben voor de kortste route naar werk. In bijlage 3 is een overzicht gegeven van de verschillende trajecten die ingezet worden door GR de Bevelanden, de gemeente Tholen en het UWV. Hierbij is het in alle gevallen zo dat zij ook zelf ook ondersteuning bieden en regie hebben in het klantproces. De mogelijkheden voor ondersteuning Van de klant worden voor de gemeenten vastgelegd in de re-integratieverordening en voor het UWV in het inkoopkader reintegratiedienstverlening. Voor Tholen is de verordening recent opnieuw vastgesteld (november 2023), voor de overige gemeenten is de nieuwe verordening recent aangeboden aan de gemeenten en treedt naar verwachting 1 april in werking.
18
Ontwikkeling voortijdig schoolverlaters (VSV), https://www.aandeslaginzeeland.nl
18
De voorzieningen die in de verordening van Tholen genoemd worden zijn:
Werkervaringsplaats;
Detacheringsbaan;
Scholing;
Participatieplaats;
Participatievoorziening beschut werk;
Ondersteuning bij leer-werktraject;
Persoonlijke ondersteuning;
Opstapsubsidie (loonkostensubsidie);
Proefplaats;
De beschikbaarheid van de voorzieningen zegt niets over welke partij de voorziening uiteindelijk levert. In bijlage 3 is een overzicht gegeven van de betrokken partijen. In dit rapport wordt het beschikbare re-integratie instrumentarium in beeld gebracht aan de hand van de functionaliteiten, gebaseerd op het onderzoek van de Sociaal Economische Raad (SER) en herbevestigd in het Berenschot rapport. De functionaliteiten geven een weergave van wat er minimaal nodig is voor een adequate infrastructuur in de arbeidsmarktregio’s, die de kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt binnen de Participatiewet zo goed mogelijk ondersteunt19. De SER benoemt hiervoor 6 functionaliteiten binnen de Participatiewet (zie afbeelding 2 voor een grafische weergave)20: 1.
Werkgevers adviseren en helpen bij aanpassing van werkprocessen op maat;
2. Bieden van een voorziening voor beschut werk; 3. Bieden van goede matching en begeleiding: het in kaart brengen van vraag en aanbod met de daarbij behorende competenties, alsmede inzet jobcoaches en banenmakelaars; 4. Ontwikkelen van werknemersvaardigheden: startklaar maken van mensen; 5. Inspelen op en samenwerken met lokale en regionale werkgeversnetwerken; 6. Bieden van detacheringsfaciliteiten naar reguliere werkgevers.
19
Bijlage 1 brief SZW aan SER 29 maart 2016, uit de verkenning ‘sociale infrastructuur kwetsbare groepen binnen
de Participatiewet’ 2016 20
Verkenning ‘sociale infrastructuur kwetsbare groepen binnen de Participatiewet’, SER, 2016
19
Het rapport Berenschot voegt hier, naar aanleiding van het onderzoek naar de infrastructuur van de sociaal ontwikkelbedrijven, twee functionaliteiten aan toe21: 7. Het vinden, herkennen en diagnosticeren van kandidaten (A); 8. Dienstverlening aan mensen zonder indicatie beschut, die (nog) niet bij reguliere werkgevers aan de slag kunnen. Het inrichten van deze functionaliteiten is een verantwoordelijkheid van gemeenten en kent verschillende vormen.
Afbeelding 2: SER-Functionaliteiten, rapport Berenschot 2023
Om de omgevingsanalyse compleet te maken hebben we het re-integratie instrumentarium langs de lijn van het Berenschot schema in beeld gebracht. Daarnaast wordt in bijlage 3 een volledig overzicht gegeven van de verschillende re-integratie instrumentaria die worden ingezet bij GR de Bevelanden, Gemeente Tholen en UWV.
21
Rapport ‘infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven’, Berenschot, juni 2023
20
Functionaliteit A: Vinden, herkennen en diagnosticeren van kandidaten waaronder poortwachter Het vinden en herkennen van de doelgroep wordt in de door ons gehouden interviews aangegeven als een belangrijke taak. Het ‘vinden’ van de doelgroep is door de komst van de Participatiewet minder vanzelfsprekend omdat niet iedereen binnen de Participatiewet een uitkering heeft (Nuggers). Voor het vinden van de doelgroep is een aanmelding voor een uitkering of doelgroep banenafspraak benodigd. Voor dit laatste ligt het initiatief bij de werkzoekende zelf. Het RBL geeft aan dat dit bij de jongeren een probleem kan zijn, omdat de ouders dit initiatief moeten nemen. Voorheen hadden de VSO/PRO scholen hier een grotere rol in. Geconcludeerd kan worden dat de doelgroep te vinden is bij GR de Bevelanden (traditionele groep met een uitkering), het UWV (registratie banenafspraak, WIA) en het RBL (JIKP en VSV). De ‘diagnose’ is op meerdere plekken georganiseerd. Zo heeft het UWVarbeidsdeskundigen in dienst en start GR de Bevelanden altijd met een diagnose. Van oudsher voert De Betho een werkgerichte diagnose uit. Door de huidige multiproblematiek, is er behoefte aan een bredere diagnose. Deze functionaliteit wordt door de geïnterviewden aangegeven als een kans voor De Betho.
Functionaliteit B: Ontwikkelen werknemersvaardigheden: startklaar maken van mensen Deze functie is bedoeld voor het startklaar maken van mensen, bijvoorbeeld met training, leerwerkplekken, taal- en vakopleidingen. De functie laat een zeer versnipperd beeld zien. Zoals eerder geconcludeerd is de behoefte groeiend en daarmee het aanbod ook (zie overzicht bijlage 3). Het wijkbedrijf Goes-Zuid is een voorbeeld van een sociaal ondernemer (Incluzio) die inspeelt op de behoefte om inwoners met opleiding en training te ontwikkelen naar een duurzame plek. Daarnaast zie je dat de verbinding met arbeidsmatige dagbesteding steeds groter wordt. Zo biedt het Gors ook beschutte werkplekken aan. Andere voorbeelden zijn Demontage Werkplaats Zeeland en het KOG center. Vanuit de arbeidsmarktregio’s wordt er gestreefd naar meer samenwerking op Zeeuws niveau. Door middel van financiële ondersteuning, maar ook door kennisuitwisseling. In dit kader zien we dat de regionale RBL’s een steeds grotere rol krijgen in het ondersteunen van de doelgroep kwetsbare jongeren. Om jongeren een goede ondersteuning te bieden van school naar werk, is het wetsvoorstel ‘Van school naar duurzaam werk’ in voorbereiding van de Ministeries van OCW en SZW (planning medio 2025). Het doel is om jongeren met een afstand tot de 21
arbeidsmarkt de juiste begeleiding en ondersteuning te geven, zodat zij uiteindelijk economisch zelfstandig kunnen zijn. De huidige Regionale Meld- en Coördinatiefunctie (RMC) wordt uitgebreid naar jongeren van 23 tot 27 jaar zonder startkwalificatie. Daarnaast krijgen scholen, met name voor mbo-niveau 1 en niveau 2 een taak voor extra loopbaanbegeleiding tijdens de opleiding en tot een jaar na diplomering. De samenwerking tussen onderwijsinstellingen, RMC-functie en de dienst Werk en Inkomen van de gemeente wordt versterkt (uitvoering van de Participatiewet)22. Dit betekent dat De Betho één van de vele aanbieders is op het gebied van arbeidsontwikkeling. Bij De Betho is hiervoor het BTO-traject ingericht. Het traject start altijd intern bij De Betho en kent een doorlooptijd van 10 weken tot een jaar. Het traject is op dit moment gericht op de werksoorten die beschikbaar zijn bij De Betho. Ook hier zien de geïnterviewden kansen voor ontwikkeling. De Betho heeft geen exclusiviteit, maar wel een lumpsumafspraak met een vast aantal ingekochte trajecten. Tot slot wordt in het rapport Berenschot aangegeven dat er behoefte is aan meer langdurige, doorlopende, ontwikkelgerichte begeleiding. De behoefte aan begeleiding van werknemer en werkgever wordt in meerdere rapportages en in onze interviews aangegeven als belangrijk instrument.
De functie jobcoaching wordt op dit moment ingekocht bij private partners, de vraag is of dit aanbod passend en toereikend is. Functionaliteiten C, D en E: Matching, werkgeversbenadering en uitstroom naar regulier werk De werkgeversbenadering, het matchen en het plaatsen naar werk zijn drie sterk met elkaar verweven functionaliteiten die hoofdzakelijk geborgd zijn bij de WSP’s en het UWV. Met het matchen wordt de plaatsing op de werkplek bedoeld. In het verlengde hiervan ligt de werkgeversbenadering. Door Berenschot wordt de behoefte aan een meer aanbod gerichte werkgeversbenadering (passende werkplek realiseren bij de werkgever) benadrukt, in plaats van een vraaggerichte werkgeversbenadering (kandidaat leveren vanuit een bestaande vacature). Team Arbeidsmarktregio Zeeland heeft een belangrijke rol bij het initiëren en faciliteren van projecten die bijdragen aan uitstroom naar regulier werk. Er worden verschillende projecten aangeboord om gezamenlijk te streven naar een evenwichtige Zeeuwse arbeidsmarkt.
22
‘Jouw toekomst begint met een goede start’, Jaarverslag RBL Oosterschelderegio 2022-2023,
22
Ook De Betho heeft een rol in het benaderen van werkgevers. Door de contacten met 165 werkgevers hebben zij de mogelijkheid deelnemers te plaatsen op duurzame plekken. De Betho heeft van oudsher de ervaring in het aanpassen van de werkzaamheden aan de kandidaat (jobcarving). Functionaliteiten F en G: loonkostensubsidie, begeleiding en overige dienstverlening aan mensen zonder indicatie beschut nog niet in dienst bij reguliere werkgevers. Als inwoners niet volledig regulier aan de slag kunnen, hebben de gemeenten en het UWV diverse re-integratiemogelijkheden. Een belangrijk instrument is loonkostensubsidie in combinatie met begeleiding. Begeleiding wordt in meerdere rapporten, waaronder ook het rapport Berenschot, aangegeven als belangrijke succesfactor bij het voorkomen van uitval. Dit wordt ook aangegeven in onze interviews, werkgroepen en de brainstormsessie. Uit deze gesprekken komt de behoefte aan begeleiding, maar ook de behoefte aan aanbod wat is afgestemd vanuit het klantproces. Zo kan men bij terugval in de WW na arbeid denken om de begeleiding vanuit de gemeente eerder in te zetten. Dit draagt tevens bij aan het in beeld houden van de doelgroep (vangnetfunctie). Indien werken met loonkostensubsidie (nog) niet mogelijk is, ontstaat de behoefte aan detachering naar werkgevers.
Deze mogelijkheid is niet geborgd in de Participatiewet, maar komt wederom in de landelijke rapportages en onze eigen interviews naar voren. Deze mogelijkheid is drempelverlagend voor werkgevers, en biedt daardoor meer kansen voor de doelgroep. Functionaliteiten H en I: WSW en Beschut werk Deze functie wordt van oudsher bij De Betho georganiseerd. Voor de nieuwe doelgroep beschut werk is de gemeente niet verplicht om deze bij De Betho te organiseren. Op dit moment is er alleen in uitzonderingsgevallen sprake van plaatsing bij andere organisaties. Er ontstaan enkele sociaal ondernemers en zorgaanbieders die beschut werk aanbieden.
Deelconclusie Na het analyseren van de doelgroepen en het re-integratie instrumentarium zien we een versnipperd beeld aan beide kanten. Voor de doelgroep jongeren / Nuggers is er een risico uit beeld te raken. Het versnipperde aanbod voor de doelgroep komt vooral naar voren op het gebied van ontwikkeling en begeleiding. Er ontstaan veel andersoortige trajecten en aanbieders, waardoor het eigen SWbedrijf onder druk komt te staan (zie bijlage 3 overzicht re-integratieactiviteiten). Hierbij onderschrijven we het advies vanuit Berenschot: werk aan een toekomstbestendig uitvoeringsbeleid en het daarbij behorende 23
organisatievraagstuk. Dit organisatievraagstuk gaat over de wijze waarop en waar de functionaliteiten binnen de Participatiewet worden georganiseerd. Daarnaast is het raadzaam om de samenwerking tussen de kernpartners (WSP’s, RBL, UWV en De Betho) te versterken. Hierbij hoeft de dienstverlening van De Betho zich niet te beperken tot de traditionele doelgroep. Voor de regio Beveland en Tholen is de potentiële doelgroep die ondersteuning kan gebruiken (op papier) vanuit de infrastructuur van De Betho ongeveer 5000 werkzoekenden.
24
_Landelijke ontwikkelingen In 2019 is de Participatiewet voor het eerst geëvalueerd door het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) in opdracht van het ministerie van SZW. De conclusie is dat er verbeteringen nodig zijn: de kans op werk voor de diverse doelgroepen is niet gestegen en het instrumentarium naar werkgevers wordt onvoldoende benut. De werkgevers zijn vooral op zoek naar ondersteuning en begeleiding en de vraag is of het huidige instrumentarium dit biedt23. Het SCP ziet kansen in het stijgende aantal beschutte werkplekken, aanpak jonggehandicapte Nuggers en de banenafspraak.
De eerste evaluaties Participatiewet Meer recent (2022) is er door SZW een beleidsanalyse uitgevoerd om tot verbetering van de Participatiewet te komen, met vertrouwen, vereenvoudiging en menselijke maat (coalitieakkoord) als basisprincipes. Zij adviseert aanpassingen op korte en lange termijn op het gebied van een voorspelbaar bestaansminimum, doelmatige complementariteit, breder perspectief op participatie, stimuleren uitstroom, effectieve en reële verplichtingen, een gedifferentieerd handhavingsinstrumentarium en integrale dienstverlening24. Deze conclusies zijn ondertussen onderdeel van een aantal wetswijzigingen zoals ‘Breed Offensief’, aanpak meervoudige problematiek Sociaal Domein (WAMS) en projecten zoals o.a. Simpel Switchen. Dit landelijke beeld wordt bevestigd in onze interviews (zie ook hoofdstuk ‘huidige situatie). Door de multi-problematiek, is meer geduld en flexibiliteit geboden bij de ondersteuning en eventuele toeleiding naar werk. Naast toeleiding naar werk, is sociale activering vaak een belangrijke eerste stap.
Onderzoek naar de positie van de ontwikkelbedrijven In 2023 heeft Berenschot in opdracht van het ministerie van SZW, de VNG en Cedris onderzoek gedaan naar de rol van de sociale ontwikkelbedrijven binnen de infrastructuur van de Participatiewet. De rapportage geeft inzicht in de samenstelling, voor- en nadelen van de verschillende vormen van ontwikkelbedrijven. Daaruit vloeien 3 scenario’s op Rijksniveau voor een toekomstig stelsel binnen de Participatiewet. Het Berenschot rapport ‘Onderzoek infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven’ (2023) schetst de noodzaak van een 23
Samenvatting Eindevaluatie van de Participatiewet, SCP, 2019
24
Participatiewet in balans, uitkomsten beleidsanalyse, SZW, 2022
25
belangrijke transitie en adviseert gemeenten meer regie te pakken en een meerjarenvisie op te stellen voor de ‘ondersteuningsinfrastructuur’25. De vraag is hoe de lokale infrastructuur zich verhoudt tot conclusies van het Berenschot rapport. Kijkend naar de huidige structuur van organisaties rondom De Betho, is te zien dat gemeente Tholen de gehele arbeidstoeleiding intern heeft georganiseerd. De overige vijf gemeenten hebben hun interne taken vanuit een gemeenschappelijke regeling overgedragen aan GR de Bevelanden. Een opvallend punt is dat GR de Bevelanden naast de uitvoeringstaak ook een adviesfunctie heeft naar de colleges over De Betho. Hoewel er een adviesfunctie belegd is bij GR de Bevelanden, blijft de eindverantwoordelijkheid en de regie over de infrastructuur een taak van de gemeente. Lokaal zien we dat de regisserende capaciteit bij de gemeente minimaal aanwezig is. In het proces van deze rapportage zijn er 2 gemeenten die geen beleidscapaciteit op het gebied van de Participatiewet, één gemeente beperkt. Er hebben 3 gemeenten deelgenomen aan de werkgroep. De vraag is of de gemeenten hun regiefunctie, die wordt versterkt in de kamerbrief van 21 december, kunnen uitvoeren zonder extra capaciteit.
Voorgenomen besluitvorming De conclusies uit het Berenschot rapport zijn eind 2023 vertaald door SZW in een verkennend rapport26 met 3 varianten om de basisinfrastructuur te optimaliseren:
Variant 1 (lichte variant): het beschikbaar stellen van handreikingen, meer inzicht door gemeenten in budgetten en financiële stromen, inzicht in prestaties door benchmarking en maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de inzet van beschut werk wordt gestimuleerd.
Variant 2 (gemiddelde variant): alle maatregelen uit de eerste variant, aangevuld met verplichte transformatieplannen, transformatiebudget voor uitvoering, een infrastructurele toeslag en de beschikbaarheid van ondersteuning voor de implementatie van de lokale/regionale toekomstperspectieven.
Variant 3 (zware variant): variant 2 en voegt enkele aspecten toe. Zo is de infrastructurele opslag beschikbaar voor de gehele doelgroep die een beroep doet op de basisinfrastructuur. Tot slot wordt in de Participatiewet een verplichting opgenomen voor gemeenten om periodiek een plan te maken voor basisvoorzieningen voor mensen die niet regulier aan het werk kunnen
25
Onderzoek infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven, Berenschot, juni 2023
26
Verkenning ‘uitvoeringsperpectieven voor een duurzame sociale infrastructuur’, Ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid, december 2023
26
komen (aanvullende wettelijke plicht). Bovendien wordt de (lokale) sturing op basisvoorzieningen verder ondersteund/versterkt. Daarnaast komt er een wettelijke verankering van een landelijk dekkende beschikbaarheid van arbeidsmarktfunctionaliteiten om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk te helpen. In de kamerbrief van 21 december spreekt de minister haar voorkeur uit voor variant 2. Dit betekent lokaal dat er een verplichting komt om aan de slag te gaan met een transformatieplan. We gaan hier verder op in bij hoofdstuk 4 scenario 3.
Deelconclusie In 2015 hebben de colleges en in de gemeente Tholen de gemeenteraad lokale afspraken gemaakt over de rol van De Betho en een ontwikkelscenario vastgesteld (zie bijlage 4). Het resultaat is een aanbod van 3 soorten ontwikkeltrajecten: 1.
Diagnose (6 tot 8 weken): daarin worden de aspecten op tijd komen, verlof opnemen, afspraken tijdig doorgeven, hygiëne, taal en motivatie behandeld
2. Ontwikkelfase 1 (10 weken): daarin wordt bekeken of iemand zelfstandig terug aan het werk gaat na de pauze, zijn werkplek opruimt, samenwerkt, fouten herkent etc. 3. Ontwikkelfase 2 (half jaar tot een jaar): verdieping in de werkzaamheden: orders klaarzetten, afsluiten etc. De deelnemers komen allemaal uit de gemeentelijke doelgroep, waarbij we een verschuiving zien naar statushouders en inburgeraars. Met het schrijven van deze rapportage worden de eerste stappen naar verdere ontwikkeling gezet. Zo wordt er in 2024 een participatie lab en ‘jobcenter’ gestart en wordt er onderzoek gedaan naar een ‘hospitality’ leerlijn. De ontwikkeling op het gebied van samenwerking met zorgaanbieders en de gezamenlijke werkgeversbenadering is nog niet van de grond gekomen. In relatie tot het Berenschot rapport kan De Betho gekenmerkt worden als ‘partieel sociaal ontwikkelbedrijf’. Kenmerkend voor een partieel sociaal ontwikkelbedrijf is volgens Berenschot dat de sociale dienst aan de kop van het proces staat, waarbij het sociaal ontwikkelbedrijf wordt ingezet om mensen te plaatsen als het niet via het WSP is gelukt. Berenschot geeft aan dat dit in de praktijk een ‘weerbarstig proces is met een ingewikkelde taakverdeling’. Een ‘soepele en gelijkmatige stroom’ van doorverwijzing wordt gemist.
27
Dit beeld zien we terug bij De Betho. Het aantal BTO-trajecten kent een dalende trend (figuur 7) en de doelgroep bestaat vooral uit statushouders en inburgeraars (figuur 8).
Figuur7: Cijfers ontwikkeltrajecten
VERDELING HUIDIG AANTAL TRAJECTEN (43) Met behoud van uitkering
Z-route
Statushouders
overig
16%
14% 12%
58%
Figuur 8: Verdeling huidig aantal trajecten
Samenvattend zien we op vrijwel alle vlakken een regionale trend en situatie die gelijk is aan het landelijke beeld. We zien veel ontwikkelkansen op korte termijn en de behoefte aan regie op de lange termijn. Deze regie is nodig om samenwerking te bevorderen en duidelijkheid te geven over rollen en taken.
28
_Gedeelde visie In de voorgaande hoofdstukken hebben we een analyse gemaakt van de huidige situatie. In het proces hebben we door middel van een brede brainstormsessie en werkgroepen beelden en verwachtingen met elkaar uitgewisseld. Hieruit komt een gedeelde visie op hoofdlijnen die de basis vormt voor de toekomstige ontwikkeling van De Betho. Op 16 oktober (Back to the future; De Betho in 2028!) hebben we geïnvesteerd in een brede brainstorm over de toekomstmogelijkheden. Behalve de inhoudelijke uitkomsten is dit ook de start geweest van een meer intensieve samenwerking van gemeenten, WSP’s en De Betho. In twee groepen is er gebrainstormd over de toekomst van De Betho over vijf jaar, in 2028. Iedereen mocht open, groots, zonder beperkingen of voorwaarden, creatief denken. Mogelijke vraagstukken hierbij waren:
Welke rol, positie en doel zien jullie De Betho in 2028 vervullen?
Welke behoefte heeft de doelgroep in 2028 en welke rol kan De Betho hierin vervullen?
Uitwerking bouwstenen Met de input van de brainstormsessie als basis zijn we aan de slag gegaan in de werkgroep. We hebben uitgediept welke richtingen we zien, maar ook hoe we dit kunnen concretiseren. De opgehaalde onderwerpen zijn onder te verdelen in randvoorwaarden en bouwstenen. De belangrijkste randvoorwaarden voor een succesvolle toekomst zijn: Innoveren De wereld staat niet stil, de doelgroep wordt complexer en overheidsfinanciën zijn onzeker. Een belangrijke succesfactor die door iedereen wordt benoemd is het blijvend innoveren op basis van de behoeftes van de klant (en dus van de WSP’s). Dit betekent dat De Betho continu in ontwikkeling moet zijn, dit vraagt ondernemerschap en investeringen. Samenwerking Een belangrijke gemeenschappelijke deler is de bereidheid om samen te werken. Dit betekent ook investeren in elkaar, luisteren en inzicht hebben in de belangen van de ander. De samenwerking kent meerdere niveaus:
Kern: Hierbij wordt de samenwerking binnen de infrastructuur van de participatiewet bedoeld. Met de gemeenten, WSP’s, UWV en De Betho als 29
belangrijkste kernpartners in het klantproces. Tijdens de sessie zijn hier concrete ideeën ontstaan, zoals: kennis en kunde van De Betho inzetten voor jobcoaching en een gedeeld volgsysteem.
Lokaal: er is behoefte aan meer verbinding met lokale initiatieven. Door de vele taken van de gemeenten in het sociale domein is het belangrijk aansluiting te zoeken bij een integrale sociale basis (GALA & Jeugdwet) die iedere gemeente lokaal organiseert.
Breed: de samenwerking is van oudsher gericht op werkgevers, maar met de groei aan complexe problematiek wordt het belangrijk om partners op te zoeken op het gebied van welzijn, vrijwilligerswerk en zorg. Ook collega ontwikkelbedrijven worden in deze context steeds belangrijker (delen van kennis en aanpak). Dit wordt nog eens versterkt door het intensiveren van de arbeidsmarktregio’s
Imago Een 3e belangrijke randvoorwaarde is het imago van De Betho. Het imago van de beschermde werkplek voor een specifieke doelgroep wil men verlaten. De gedeelde visie richt zich op een verzamelplaats van werk, binnen en buiten de muren van De Betho en gericht op ontwikkeling. De Betho daar wil je bij horen! Een laagdrempelige voorziening die perspectief biedt. Dit vraagt een meer actieve marketing. Naast de randvoorwaarden is er ook een aantal inhoudelijke ontwikkelingen benoemd. Werkgeversbenadering: connectie bedrijfsleven De Betho heeft goede relaties met werkgevers. De visie is om dit te versterken, waarbij De Betho meer naar buiten gaat. Dit betekent niet alleen naar buiten met de werkzoekende naar werkgevers, maar ook kennis en kunde delen m.b.t. het omgaan met de doelgroep. Daarnaast komt hier ook weer de lokale verbinding met het bedrijfsleven terug. Opleiden en Ontwikkelen Voor het opleiden en ontwikkelen voert één woord de boventoon: MAATWERK. Iedereen is op zoek naar een passend aanbod bij de klant, qua vakgebied, looptijd en uren. Denken vanuit de klant en minder vanuit een proces of systeem. In de gesprekken werd ook duidelijk dat, hoewel iedereen maatwerk als ontwikkelrichting ziet, er wel verschillende interpretaties bij horen.
Waar de één denkt aan maatwerk op vakgebied (andere sectoren zoals horeca), denkt de ander aan maatwerk op werkplek (rustige omgeving) en weer een ander aan een looptijd en intensiteit (beperkt aantal dagdelen i.p.v. 36-40 uur).
30
Doelgroep Lokaal herkennen we het landelijke beeld van een meer complexe doelgroep en daaraan gerelateerde vraag. Uitstroom naar werk is het hoogste doel, maar gemeenten willen ook investeren in ‘meedoen’ als middel voor het oplossen van andere welzijn gerelateerde problemen. Korte lijnen met zorgorganisaties en welzijn zijn noodzakelijk. Meer begeleiding en begeleiding op maat naar werknemer en werkgever wordt hier genoemd als belangrijkste factor. Tot slot zie je hier ook de behoefte aan innovatie weer terugkomen: De Betho die meebeweegt met de veranderende doelgroep. Gebouw Het gebouw is ingericht als verzamelplek van externe partijen en klanten. Er is een grote centrale ruimte, vergaderzalen en spreekruimtes. Deze worden op dit moment niet benut. De gedeelde visie ligt op het opnieuw ‘vullen’ van het gebouw met samenwerkingspartners. In 2028 is De Betho als ‘werkexpertisecentrum’ een bedrijfsverzamelgebouw/verzamelplek van allerlei verschillende werksoorten, opleidingsmogelijkheden: “Het bruist er van de energie en creatieve mensen die allemaal bezig zijn om het beste uit de cliënt te halen”. Natuurlijk zijn er ook rustige lokalen/beschutte werkplekken voor mensen die daar behoefte aan hebben. Lokaal Aansluiting bij de lokale infrastructuur en ambities komt op meerdere plekken terug.
Meer praktisch gezien ligt hier de visie dat De Betho ook buiten de muren van het gebouw haar dienstverlening kan inzetten. Het ontwikkelen van dienstverlening in de gemeenten (bv. begeleiding in samenwerking met werkgevers in Tholen) is een mogelijkheid. Hierbij zien we De Betho als netwerkpartner en niet meer als een fysieke werkplek. Daarnaast kunnen zij ook een maatschappelijke rol pakken in het organiseren van participatieplaatsen / basisbanen waar mensen tijdelijk kunnen werken en tegelijk een bijdrage leveren aan de samenleving.
31
Gedeelde visie Concluderend zien we een breed gedragen visie op transformatie die gericht is op:
Ontwikkelen van productiebedrijf naar ontwikkelbedrijf;
Van werkgever naar verbinder, ondersteuner en facilitator;
Van kostenreductie naar investeren in ontwikkeling dienstverlening
Hoewel er een gedeelde visie is op de ontwikkeling, zien we in de gesprekken dat rolonduidelijkheid een grote rol speelt. Dit is ook al beschreven in het overzicht van het re-integratie instrumentarium (deelvraag 1). De behoefte om duidelijkheid te verkrijgen hoe de GR’en zich tot elkaar verhouden is groot en we zien dat verschillende functionaliteiten in beide GR’en uitgevoerd worden. Een tweede punt is de dienstverlening naar doelgroepen die niet (direct) aan het werk kunnen, zoals deelnemers aan de arbeidsmatige dagbesteding. Voor deze groep is er behoefte aan een meer sociaal maatschappelijke rol gericht op meedoen in de samenleving. De Betho ziet een rol voor zichzelf, maar wil haar eigen DNA (gericht op werk) ook vast blijven houden. Een gezamenlijke conclusie is dat het één het ander niet uitsluit en dat het belangrijk is te onderzoeken waar de ‘ondergrens’ ligt voor De Betho. Het geven van ‘zorg’ op de werkvloer is in ieder geval één ondergrens voor De Betho. Daarnaast zal er verder nagedacht moeten worden over het samenvoegen van deelnemers die loonvormende arbeid verrichten en deelnemers die arbeidsmatige dagbesteding invullen. Dit onderdeel kan uitgewerkt worden in een eerste pilot / projectplan.
32
_Toekomstmogelijkheden In dit 2e deel van het rapport geven we met de opgehaalde beelden, cijfers en visie een overzicht van de toekomstmogelijkheden. Deze mogelijkheden zijn ingegeven door het lokale proces, maar ook door de landelijke ontwikkelingen. Daarnaast zien we een ontwikkelingen op korte en lange termijn. Een totaaloverzicht wordt weergegeven in figuur 10:
Figuur 10: Totaaloverzicht mogelijke ontwikkelingen
De mogelijkheden op korte termijn zijn verzameld in één scenario: het ontwikkelscenario (2). Dit scenario wordt afgezet t.o.v. een referentiescenario (1) zonder ontwikkeling. Tot slot wordt er een scenario beschreven met een bredere herziening van de totale infrastructuur op lange termijn(3).
33
Scenario 1: Referentiescenario Hoe ziet de toekomst van De Betho eruit zonder extra investeringen, ontwikkeling en veranderingen in de organisatie? De Betho richt in dit scenario haar dienstverlening alleen op de SW-doelgroep en beschut werk. Dit heeft als consequentie dat de aanmeldingen voor de BTO-trajecten zullen teruglopen naar 0 en er ook geen nieuwe doelgroepen binnen zullen komen. In het Berenschot onderzoek wordt dit bedrijf omschreven als ‘de traditionele werkplaats’. Deze bedrijven verrichten naast de WSW en beschut werk geen of zeer beperkt andere re-integratietaken. Dit toekomstscenario heeft zijn weerslag op de dienstverlening naar de werknemers, maar ook naar de afnemers van de diensten. Deze dienstverlening zal op andere plekken ingekocht moeten worden door de gemeenten. Een enkele gemeente geeft aan dit nu al als knelpunt te zien. Daarnaast zal de kennis en kunde op het gebied van begeleiding voor de doelgroep afnemen. Ook deze dienstverlening zal dan elders ingekocht moeten worden bij commerciële aanbieders of zorgaanbieders. Financieel In de financiële analyse is al geconcludeerd dat bij gelijkblijvende omstandigheden (omzet, bijdrage gemeente) er nog uit bestemmingsreserves geput kan worden tot circa 2047.
Echter, het is te verwachten dat de gemeenten, in dit geval vanaf 2025, de BTO-bijdrage ter hoogte van € 595.000 stop zullen zetten of alleen zullen betalen naar gerealiseerde trajecten (bijdrage ter hoogte € 269.000 i.p.v. € 595.000).
Deelconclusie In dit scenario wordt De Betho verder afgebouwd naar een bedrijf gericht op de SW-doelgroep en beschut werk. Het stopzetten van de BTO-bijdrage heeft een grote financiële impact waardoor er binnen 10-15 jaar een financieel onhoudbare situatie ontstaat.
34
Scenario 2: Ontwikkelscenario Het ontwikkelscenario is opgebouwd uit de brede brainstromsessie en de verdere verdieping in de werkgroep. De opgehaalde thema’s zijn vertaald in twee bouwstenen die als basis dienen voor vernieuwing, verbetering en professionaliteit. De bouwstenen zijn opgebouwd uit de gedeelde visie zoals verwoord door de deelnemers. Een uitdaging is het verder concretiseren van deze diensten. Hiervoor wordt een voorstel voor capaciteit en investeringen gedaan. De bouwstenen die opgesteld zijn n.a.v. de diverse brainstorm- en werkgroep sessies:
Bouwsteen doelgroep
Bouwsteen diensten.
Uitgangspunt binnen dit scenario is dat De Betho door een mix van doelgroepen de dienstverlening kan versterken op thema’s die naar voren zijn gekomen tijdens de brainstormsessies.