B.4 Q&A Samenwerking GGD en VRZ, versie januari 2026
Tekst van het document
Q&A – Webinars samenwerking GGD & Veiligheidsregio Zeeland Onderstaand overzicht bevat de belangrijkste vragen die tijdens de webinars in november 2025 en januari 2026 zijn gesteld, met daarbij heldere en samengevatte antwoorden. Deze Q&A is bedoeld voor bredere verspreiding en naslag. Tijdens de webinars is een video getoond met een toelichting op het traject van de samenwerking en gezamenlijke huisvesting van GGD en VR Zeeland. In het bijzonder is in deze video aandacht voor de ontwerp-gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland. De video is terug te kijken via deze link. 1. Wat verandert voor medewerkers van de GGD en VRZ, wanneer de twee gemeenschappelijke regelingen één regeling worden? Voor medewerkers van de beide organisaties heeft deze route de minste impact. Door de wijziging van de GR VRZ blijven de medewerkers en vrijwilligers van VRZ als ook alle materialen in deze organisatie. Voor de medewerkers van de GGD betekent dit een overgang naar een nieuwe werkgever, de GR GGD en VR Zeeland. Deze route is minder impactvol dan het aanpassen van de GR GGD of het oprichten van een geheel nieuwe gemeenschappelijke regeling. In dat geval zouden van zowel VRZ als de GGD alle medewerkers, vrijwilligers en materialen over moeten naar de nieuwe GR.
Dat is vele malen impactvoller en bovendien meer dan twee keer zoveel werk en voor veel meer mensen een vorm van onzekerheid, die als niet wenselijk wordt beschouwd. 2. Wat betekent de samenwerking voor het bestuur en de governance? Er komt één gemeenschappelijke regeling met één algemeen bestuur (AB), één dagelijks bestuur (DB) en twee bestuurscommissies: de Bestuurscommissie Veiligheid (met de 13 Zeeuwse burgemeesters) en de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid (met 13 wethouders publieke gezondheid). Het algemeen bestuur heeft een beperkte, wettelijk vastgelegde rol (zoals het vaststellen van begroting en jaarrekening). Inhoudelijke besluiten worden genomen in de bestuurscommissies. 3. Is met twee bestuurscommissies én een AB, geen sprake van ‘dubbel toezicht’? Nee. De bestuurscommissies nemen zelfstandig inhoudelijke besluiten binnen hun eigen domein. Deze besluiten hoeven niet opnieuw door het algemeen bestuur te worden goedgekeurd. Het algemeen bestuur besluit alleen over onderwerpen die wettelijk zijn voorbehouden aan het AB, zoals het vaststellen van de begroting en de jaarrekening (zie artikel 8, lid 5 ontwerpregeling GGD en VR Zeeland). 4. Waarom blijft een algemeen bestuur nodig? Een algemeen bestuur is wettelijk verplicht op grond van de Wet veiligheidsregio’s en de Wet publieke gezondheid. Hiervan kan niet worden afgeweken.
5. Hoe blijft de gemeenteraad grip houden op de nieuwe organisatie? De positie van gemeenteraden blijft ongewijzigd en wordt op onderdelen zelfs versterkt. Raden behouden al hun kaderstellende en controlerende bevoegdheden, zoals: • Zienswijzen indienen • Begrotingsrecht • Vragen, moties en amendementen • Toestemming geven bij wijzigingen van de GR Daarnaast zijn er extra instrumenten vanuit de Wet gemeenschappelijke regelingen, zoals evaluaties, rekenkameronderzoeken en (eventueel) een gezamenlijke raadsadviescommissie. 6. Waarom is er (nog) geen gezamenlijke raadsadviescommissie? Een gezamenlijke raadsadviescommissie is wettelijk mogelijk, maar kan alleen worden ingesteld als alle 13 gemeenteraden hiermee instemmen. In het VZG-model is een raadsadviescommissie niet opgenomen. VRZ kent al jaren een raadsklankbordgroep, wat een goed alternatief is. Bekeken wordt of deze uitgebreid kan worden met de GGD. Na de raadsverkiezingen wordt bekeken hoe dit ingericht kan worden. 7. Hoe ziet de begroting van de nieuwe organisatie eruit? Er komt één begroting voor de gezamenlijke organisatie. Binnen deze begroting wordt gewerkt met aparte programma’s voor het domein Publieke gezondheid en het domein Veiligheid. Zo blijft inzichtelijk welk onderdeel welke middelen gebruikt. 8.
Waarom staat de bijdrageregeling (verdeelsleutel) niet in de gemeenschappelijke regeling? De kostenverdeelsleutels zijn niet in de GR opgenomen, maar worden opgenomen in een aparte (nog op te stellen) bijdrageregeling. Door de bijdrageregeling apart op te nemen, kent een eventuele aanpassing een kortere doorlooptijd. Om de positie van gemeenteraden te borgen is gekozen voor een verzwaarde procedure: gemeenteraden moeten altijd een zienswijze geven bij wijzigingen en het algemeen bestuur moet de aangepaste regeling met een 2/3 meerderheid vaststellen. Het uitgangspunt bij het opstellen van de bijdrageregeling is dat er geen herverdeeleffecten tussen de gemeenten plaatsvinden. Dit betekent dat de bijdragen gebaseerd zijn op de huidige verdeling van de gemeentelijke bijdragen bij de GGD en de VRZ. 9. Waar mogelijk wordt het VZG-model gevolgd voor de GR. Wat zijn de verschillen en waarom? Het VZG-model is gebruikt als leidraad en is zoveel als mogelijk gevolgd. Op een paar punten wijkt de regeling af van het VZG-model, als gevolg van bovenliggende wetgeving uit de Wet veiligheidsregio's en de Wet Publieke Gezondheid. De voornaamste punten die afwijken zijn: • De stem van de voorzitter in het algemeen bestuur. De Wet veiligheidsregio's schrijft voor (artikel 11, lid 5 Wet veiligheidsregio's) dat indien de stemmen staken, de stem van de voorzitter geeft de doorslag.
•
Verschil in benoeming van de directeur Publieke Gezondheid enerzijds en de Directeur Veiligheidsregio anderzijds. De directeur Veiligheidsregio wordt conform artikel 18 van de ontwerp-GR benoemd, geschorst en ontslagen door het Dagelijks Bestuur. In de Wet veiligheidsregio’s zijn geen afwijkende benoemingsprocedures opgenomen, daarom volgen we hierin de Wet gemeenschappelijke regelingen en het VZG-model. Voor de DPG is het benoemingsproces beschreven in de Wet publieke gezondheid. Conform de Wet publieke gezondheid benoemt, schorst en ontslaat het AB van de GGD de DPG in overeenstemming met het AB van de Veiligheidsregio. Omdat het AB van GR GGD en VR Zeeland zowel het AB van GGD Zeeland als van VR Zeeland betreft is het volgende opgenomen (lid 2, artikel 19): “Het Algemeen Bestuur benoemt, schorst en ontslaat de Directeur Publieke Gezondheid, na voorafgaande instemming van de Bestuurscommissie Publieke Gezondheid en de Bestuurscommissie Veiligheid.”
10. Welke cao(’s) gaan gelden voor medewerkers? De keuze voor de cao wordt momenteel uitgewerkt. Er worden verschillende scenario’s doorgerekend. Dit leidt tot een voorstel dat wordt voorgelegd aan het bestuur. Op dit moment is nog geen definitieve keuze gemaakt. 11. Hoe ziet de tijdslijn van het hele traject eruit? In 2025 heeft voorgenomen besluitvorming plaatsgevonden over één gemeenschappelijke regeling, de samenvoeging van de bedrijfsvoering en gezamenlijke huisvesting in Goes-West. In 2026 volgt de verdere uitwerking en besluitvorming in de besturen van GGD en VRZ op deze drie bestuurlijke opdrachten. De beoogde ingangsdatum van de gemeenschappelijke regeling is 1 januari 2027. De gevraagde plannen voor de gezamenlijke bedrijfsvoering worden in september 2026 voorgelegd aan de besturen van GGD en VRZ. Een definitief ontwerp voor de gezamenlijke huisvesting met kostencalculatie wordt geagendeerd voor de besturen van GGD en VRZ in december 2026. 12. Hoe zit het met huisvesting en bereikbaarheid (openbaar vervoer)? Bereikbaarheid is nadrukkelijk onderdeel van het huisvestingstraject. Hierover voeren wij gesprekken met de gemeente Goes. De locatie is bereikbaar met het openbaar vervoer. Ook wordt gekeken naar voldoende parkeerplekken en fietsvoorzieningen (voor van en naar het station). Concrete plannen volgen in een later stadium. 13.
Is er al een organogram van de nieuwe organisatie? De inrichting gaat uit van één organisatie, één dagelijks bestuur, twee bestuurscommissies en één algemeen bestuur. Hoe de organisatie er verder uit komt te zien, wordt nog uitgewerkt. 14. Hoe zijn medewerkers en medezeggenschap betrokken? Medewerkers worden actief meegenomen. Beide ondernemingsraden zijn betrokken en er is een gezamenlijke bijzondere ondernemingsraad ingericht met vertegenwoordigers van GGD en VRZ.
15. Wat is gedaan met de zienswijzen van gemeenteraden? Alle zienswijzen zijn gebundeld in een zienswijzennota, met per gemeente een reactie. Belangrijke aandachtspunten waren onder andere betrokkenheid van medewerkers, zorgvuldigheid van het proces, de relatie met andere organisaties zoals de RUD. De zienswijzennota is gedeeld met de gemeenten en vormt input voor de verdere uitwerking. 16. Kunnen bestuurders straks tegenover elkaar komen te staan? Bestuurders kunnen het inhoudelijk oneens zijn, maar daarvoor is een duidelijke procedure ingericht om verschillen zorgvuldig te bespreken en op te lossen. Daarnaast vindt besluitvorming en stemming in het AB en de Bestuurscommissies plaats bij meerderheid van stemmen, tenzij voor een bijzonder onderwerp daarvoor in de GR een uitzondering is gemaakt.