B.4. D22.278517 0000 0000
Tekst van het document
VeiligheidsRegio Zeeland Aan de colleges van burgemeester en wethouders van de Zeeuwse gemeenten
Onderwerp: doorkijk in de ontwikkelingen 2023 en 2024 van Veiligheidsregio Zeeland
o Crisisbeheersing en Rampenbestrijding « Brandweerzorg » Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR)
Datum:
21/12/2022
Geacht College, Hierbij ontvangt u onze beleidsmatige en financiële doorkijk voor de járen 2023 en 2024, waarbij wij u op de hoogte brengen welke (beleids)ontwikkelingen invloed hebben op de opgave en begroting van VRZ. Ons Algemeen Bestuur heeft op 16 december 2022 kennisgenomen van de ontwikkelingen en gevraagd deze toe te sturen aan de gemeenteraden. De gevolgen van deze ontwikkelingen vinden hun effect in de eerste begrotingswijziging 2023 en de begroting 2024. Het Algemeen Bestuur van VRZ zal de concept-begrotingswijzing 2023 en de concept begroting 2024 behandelen in haar vergadering van 13 april 2023. Vervolgens stellen wij de gemeenteraden in de gelegenheid om een zienswijze te geven op beide documenten, overeenkomstig de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Verzenddatum:
22 DEC 2022 Inlichtingen:
Bestuursondersteuning E-mail: bestuursondersteuning@ vrzeeland.nl Ons kenmerk:
VRZ/202201476 Uw kenmerk:
Blad:
Wij verzoeken u deze doorkijk ter informatie door te geleiden naar uw gemeenteraad.
1 van 5 Aantal bijlagen:
Toelichting
Net als andere organisaties hebben wij te maken met de effecten van ontwikkelingen zoals de oorlog in Oekraïne en schaarste op de arbeidsmarkt. De financiële gevolgen hiervan voor de begroting zijn groot. De prijzen voor energie, brandstof en andere zaken stijgen harder dan de berekende compensatie zoals die in de VZG-richtlijnen is opgenomen. Ook verwachten we voor 2023 en 2024 een sterkte stijging van de loonkosten. De huidige cao loopt eind 2022 af, de onderhandelingen zijn gaande. De systematiek van looncompensatie op basis van de VZG-richtlijn dekt, gelet op zowel de inzet van de bonden als de werkgever, de stijging van onze personeelslasten niet voldoende af. De ruimte in onze algemene reserve is niet afdoende om deze tekorten voor 2023 en 2024 zelf te kunnen opvangen. Dat maakt dat we wij u vooruitlopend op de Ie begrotingswijziging 2023 en de programmabegroting 2024 meenemen in de consequenties.
Adres:
Postbus 8016 4330 EA Middelburg Segeerssingel 10 4337 LG Middelburg info(5)vrzeeland.nl Internet:
www.vrzeeland.nl Bank:
IBAN: NL06BNGH0285027956 BIC: BNGHNL2G t.n.v. Veiligheidsregio Zeeland
Tevens nemen wij u in deze brief mee in de extra inspanningen die wij noodzakelijk vinden om het huidige niveau van dienstverlening te behouden. Tot slot informeren wij u over het proces rond de le begrotingswijziging 2023 en de begroting 2024. 1. Beleidsintensivering crisisbeheersing
De afgelopen járen is de samenleving geconfronteerd met meer crises dan voorheen: Covid-19 pandemie, effecten van de oorlog in Oekraïne, de klimaatcrisis en de woningcrisis. De verwachting is dat dit de komende járen zeker niet minder wordt en een grotere behoefte ontstaat aan coördinatie van maatregelen waarbij veiligheidsregio's als uitvoeringsinstantie wordt ingezet. Het werk in de veiligheidsregio's wordt daarmee omvangrijker en complexer. De komende járen werken we, in lijn met de Contourennota, toe naar één goed functionerend landelijk dekkend stelsel van crisisbeheersing om de grote verscheidenheid aan types incidenten en crises te beheersen, waar ook grensoverschrijdende samenwerking onderdeel van is. In ons meerjarenbeleidsplan 2022-2025 is deze ontwikkelrichting op hoofdlijnen beschreven. De toegezegde verhoging van de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR) vanuit het Rijk geeft ruimte om hier invulling aan te geven. Deze middelen zijn bestemd voor de verdere dóórontwikkeling van crisisbeheersing en ook de daarmee gepaard gaande opgave op het gebied van informatie-gestuurd werken en informatieveiligheid. De besteding van deze middelen is aan deze voorwaarden gebonden, waarbij dit niet mag leiden tot een verlaging van de gemeentelijk bijdragen voor dit doel.
De uitwerking van de ontwikkellijnen ter versterking van crisisbeheersing en het daarbij behorende bestedingsvoorstel wordt in de loop van 2023 aan het AB aangeboden ter besluitvorming 2. Instandhouding Brandweerzorg
In 2022 zijn wij gestart met het programma Brandweerzorg 2030. Het nieuwe dekkingsplan, gebaseerd op gebiedsgerichte opkomsttijden, vormt de basis voor verdere besluiten over de kwaliteit en inrichting van brandweerzorg. Het Algemeen Bestuur zal in de eerste helft van 2023 besluiten over het nieuwe dekkingsplan. Ook in 2024 is het beleid gericht op het in stand houden van de brandweerzorg, gebaseerd op vrijwilligheid, met een ondersteuning overdag vanuit vier werklocaties. De kritieke paden voor de instandhouding van dit model worden gevormd door de beschikbaarheid van vrijwilligers, opleidingsmogelijkheden, dagdienstbeschikbaarheid, materieel en huisvesting. Opleiden vrijwilligers Uitgangspunt is dat vrijwilligheid de basis van de repressieve brandweerzorg vormt, zowel voor de basisbrandweerzorg als bij opschaling bij grotere incidenten. Zowel de beschikbaarheid van de vrijwilligers als de tijd dat een brandweervrouw/man verbonden blijft aan de organisatie is gedaald. Het feit dat dit model onder de druk staat vraagt heroriëntatie op de wijze waarop de huidige brandweerzorg is ingericht. Dit is de kern van het programma brandweer 2030. Voor nu zijn werving en opleiding van vrijwilligers een kritieke succesfactor bij het in stand houden van het huidige model op basis van vrijwilligheid.
Op basis van een analyse van in- en uitstroom is de verwachting dat in 2024 en de daaropvolgende járen behoefte is aan 2 extra manschapopleidingen structureel, een stijging van 50 Vo t.o.v. 2022, mogelijk oplopend naar tijdelijk 4 extra manschapopleidingen in 2027. Daarnaast zijn extra opleidingen nodig voor bevelvoerder en specialismen om ook deze brandweerfuncties in stand te houden. De verhoogde opleidingsbehoefte voor instandhouding vraagt een structurele verhoging van ons opleidingsbudget. De kosten voor de verhoging van de opleidingscapaciteit worden geraamd op C 550.000 per jaar.
Voorzien in Operationele Leiding: opleiden brandweerofficieren In toenemende mate is het structureel werven en opleiden van officieren voor de operationele leiding van de brandweer een uitdaging. Het gaat hierbij onder andere om de functionarissen Officier van Dienst en Hoofd Officier van Dienst. Ook voor specialistische functies, zoals Adviseur Gevaarlijke Stoffen is de spoeling dun. Door vergrijzing en verloop is de komende járen structureel extra inspanning nodig om deze functies duurzaam te borgen. De voltijdsopleiding tot brandweerofficier is een belangrijk middel om dit te realiseren. We gaan gemiddeld 1 persoon per jaar werven voor deze voltijdsopleiding om deze medewerker na de opleiding in te laten instromen op een formatieplaats binnen onze organisatie. Bij de resultaatbestemming 2021 was hiervoor een incidentele reservering opgenomen, nu blijkt dat deze inspanning structureel nodig is. De kosten hiervoor zijn geraamd op circa C 180.000 per jaar, structureel. In verband met de start van dit traject medio 2024 is voor 2024 een bedrag van C 90.000 geraamd. 3. Loon- en prijsontwikkelingen 2023 en 2024
Voor de indexatie en nacalculatie van de loon-en prijsstijgingen heeft de VZG in de richtlijn procesafspraken vastgelegd, geldend voor alle gemeenschappelijke regelingen. Gelet op alle loon-en prijsontwikkelingen, inclusief onze reservepositie, voorzien wij dat wij gaan afwijken van de afgegeven loon-en prijscompensatie, zoals in de VZG-richtlijn is afgesproken. VZG-richtlijn 2023 en 2024 Voor de compensatie van de loon- en prijsontwikkeling in 2023 via de gemeentelijke bijdrage is in de begroting van 2023 de VZG-richtlijn van 2,796 gehanteerd. De richtlijn is gebaseerd op de prognose van het percentage overheidsconsumptie beloning werknemers van 3,196 en de prognose van het percentage overheidsconsumptie materieel van 1,996 (septembercirculaire 2021 Gemeentefonds). Voor de compensatie van de loon- en prijsontwikkeling in 2024 via de gemeentelijke bijdrage zal de VZG-richtlijn 2024 worden gehanteerd van 3,8396. De richtlijn is gebaseerd op de prognose van het percentage overheidsconsumptie beloning werknemers van 2,896 en de prognose van het percentage overheidsconsumptie materieel van 5,996 (septembercirculaire 2022 Gemeentefonds). Wijzigingen t.o.v. VZG-richtlijn voor 2023 en 2024 De huidige CAO heeft een looptijd tot eind 2022. Op dit moment vinden onderhandelingen plaats over een nieuwe cao.
De verwachting is dat de loonstijging gelijke tred houdt met de ontwikkelingen in andere sectoren. De bijstelling in de begroting 2023 en 2024 is nog gebaseerd op een loonstijging van respectievelijk 3,196 en 2,896. Zodra de werkelijke loonkostenontwikkeling in 2023 duidelijk is, zal een correctie plaats moeten vinden om de instandhouding van de dienstverlening te garanderen. Ook is een correctie voor de inflatie nodig om de instandhouding van de dienstverlening te garanderen. Beide correcties moeten worden opgenomen in de Ie begrotingswijziging 2023 en de begroting 2024. In onderstaand overzicht zijn indicatieve cijfers opgenomen. Op grond van de door de VZG vastgestelde werkwijze, komt deze loon- en prijsontwikkeling ten laste van de algemene reserve. In het perspectief van de VZG-richtlijn zal nacalculatie voor het eerst in 2026 plaats kunnen vinden. Tot dat moment zou het tekort opgevangen moeten worden vanuit de algemene reserve. Echter, de geprognotiseerde onttrekking aan de algemene reserve leidt ertoe dat medio 2023 naar verwachting de bodem van de algemene reserve wordt bereikt. Verder zou elke crisisorganisatie een algemene reserve moeten hebben om risico's, die optreden gedurende het jaar, op te kunnen vangen. Maatstaf voor de omvang van de algemene reserve is het weerstandsvermogen, gebaseerd op de voorziene risico's.
Voor VRZ ligt het minimum tussen C900.000 en Cl.200.000, afhankelijk van de keuze van een matig of een voldoende
weerstandsvermogen.1 Op basis van het Provinciaal Toezichtkader is een negatieve stand van een algemene reserve in meerjarenperspectief niet toegestaan. In het onderstaand financieel overzicht is het aanvullen van de algemene reserve niet opgenomen. Verwachte ontwikkeling gemeentelijke Bijdrage
Vastgestelde bijdrage Begroting 2023
30.489.516
Bijdrage bevolkingszorg
229.000
Totaal vastgestelde bijdrage 2023
30.718.516
Autonome ontwikkelingen 2023 Ontwikkeling lonen en prijzen boven de VZG-richtlijn 2023 (indicatief)
Verwachte hogere stijging loonkosten
(+S96)
Verwachte hogere stijging prijzen
1+896)
Prognose bijdrage stijging 2023 (indicatief)
1.000.000 1.000.000 2.000.000
( Via Ie begrotingswijziging Begroting 2023 en begroting 2024) Prognose bijdrage 2023 (Indicatief)
32.718.516
Prognose Bijdrage 2024
Ontwikkeling lonen en prijzen op basis van VZG-richtlijn 2024 Beleidsintensivering crisisbeheersing
1.176.519 0
Instandhouden brandweerzorg
640.000
Prognose bijdrage stijging 2024
1.816.519
Prognose bijdrage 2024 (indicatief)
34,535.035
Meerjarig investeringsplan In de begroting 2023 (paragraaf weerstandsvermogen en risicomanagement) is het risico opgenomen voor prijsstijgingen. Door de prijsstijgingen van onder andere energie, grondstoffen, halfgeleiders, chips, chassis en andere halffabricaten, is het inmiddels onvermijdelijk geworden dat de geraamde investeringsbudgetten niet meer toereikend zijn voor de vervangingsopgave. In het investeringsplan bij de le begrotingswijziging 2023 en in de begroting 2024 zal rekening worden gehouden met een prijsstijging van respectievelijk 1596 en 2096 om te komen tot een meer reëel vervangingsplan. De kapitaalmarktrente loopt momenteel op. De Europese Centrale Bank heeft in korte tijd een aantal renteverhogingen doorgevoerd. De rekenrente voor de financieringsbehoefte is momenteel 296. De 10-jaars marktrente komt hier inmiddels bovenuit, waardoor bijstelling van de rekenrente noodzakelijk wordt. Vooralsnog wordt deze ontwikkeling gesteld op een renteniveau van 496.
1 In de begroting 2023 (paragraaf weerstandsvermogen en risicomanagement) is voor een bedrag van C 1.208.500 aan risico's voorzien. Op basis van de stand van de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit kan de ratio weerstandsvermogen worden bepaald. Voor de beoordeling van deze ratio is door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit van Twente is een waarderingstabel opgesteld. Een kwalificatie van minimaal "matig" tot "voldoende" zou betekenen dat de algemene reserve voor 2023 minimaal tussen C 916.800 en de C 1.158.500 zou moeten bedragen.
Voor 2024 blijven de kapitaallasten door temporisering binnen het vervangingsplan nog binnen het structurele begrotingsniveau. Op termijn lopen de kapitaallasten naar verwachting op van structureel circa C 5,5 mln. (zie begroting 2023) naar circa C 7 miljoen. De al langer bekende, oplopende lijn hangt vooral samen met de gefaseerde vervanging van de tankautospuiten (levering le tranche voorzien in 2025). 4. Vervolgproces
De gepresenteerde doorkijk op de ontwikkelingen is in de ambtelijke adviescommissies (BAO en ACF) voor de vergadering van het Algemeen Bestuur op hoofdlijnen besproken. Op basis van bovenstaande uitgangspunten zullen wij de begroting 2024 en de le begrotingswijziging 2023 voorbereiden. Daarbij zullen wij vanzelfsprekend met de ambtelijke adviescommissies de uitwerking verder bespreken en hun adviezen meenemen in de voorstellen aan het Algemeen Bestuur. Na behandeling in het Algemeen Bestuur in april 2023 start de zienswijzeprocedure, waarbij de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld worden hun zienswijze te geven. Net als voorgaande járen is VRZ bereid een nadere toelichting te geven over de ontwikkelingen. Nadere informatie volgt bij de aanbieding van de begroting. Conform gewijzigde wetgeving Wet gemeenschappelijke regelingen wordt de begroting voor 15 september vastgesteld.
Het dagelijks bestuur van Veiligheidsregio Zeeland, namens dezen, directeur/commandant brandweer,
E. van der Reijden