B.38b De Betho in ontwikkeling definitief
Tekst van het document
Bouwsteen doelgroep Zoals eerder beschreven in de analyse van de doelgroep is de potentiële doelgroep voor De Betho zeer breed. In de interviews en brainstormsessies horen we vaak het onderscheid tussen de doelgroep met arbeidsmogelijkheden en die zonder. De scheidingslijn tussen deze doelgroepen is niet altijd duidelijk, en het bewegen van inwoners tussen de diverse regelingen niet altijd flexibel. De vraag is in welke mate De Betho voor de doelgroepen ingezet kan worden. We onderscheiden 2 doelgroepen:
Doelgroep met weinig tot geen mogelijkheden tot werk. Het doel is ‘arbeidsmatig meedoen’ (participeren). Er zijn weinig tot geen mogelijkheden tot werk, ook niet met loonkostensubsidie. Deze groep is te vinden binnen de Wmo (arbeidsmatige dagbesteding) en bij het UWV (oud WSW / Wajong).
Doelgroep met mogelijkheden voor werk (met loonkostensubsidie, terugvaloptie, detachering)
Deze doelgroep is in beeld bij de WSP’s (Tholen en GR de Bevelanden), het RBL en het UWV.
Bouwsteen dienstverlening De dienstverlening voor de verschillende doelgroepen bestaat uit meerdere functionaliteiten. Op basis van gedeelde visie en thema’s komen we tot de onderstaande, door te ontwikkelen, diensten: 35
1.
Diagnostiek
Dit gaat om het in beeld brengen van wat iemand kan (0-meting) en waar de ontwikkelmogelijkheden liggen op het gebied van basisvaardigheden en sector. De ontwikkelmogelijkheden liggen hier op het gebied van:
verbreden naar extern (bij werkgevers);
verdieping (naast basisvaardigheden ook vakvaardigheden en motivatie);
Diagnostiek methodisch professionaliseren zodat het als objectief instrument ingezet kan worden (bv. loonwaardemetingen).
In samenwerking met zorgaanbieders werk gerelateerde diagnostiek inzetten voor de doelgroep arbeidsmatige dagbesteding.
2. Ontwikkeling Het bieden van trajectbegeleiding naar betaald werk. Dit is gericht op opleiding, aanleren basisvaardigheden en oefenen in de praktijk (in diverse sectoren en op locatie). Deze dienstverlening kan ontwikkeld worden naar het aanleren van vakvaardigheden via werklijnen of arrangementen in samenwerking met werkgevers (bv. installatietechniek, horeca en zorg). Door de complexiteit van de doelgroep zullen deze trajecten gecombineerd moeten worden met persoonlijke ontwikkeling zoals taal, mentale weerbaarheid en een doorlopende lijn voor kwetsbare jongeren. Voor de doelgroep participatie kan De Betho een rol pakken in de ontwikkeling van arbeidsmatige dagbesteding naar beschut werk. De stap tussen arbeidsmatige dagbesteding en (beschut) werk is groot (en visa versa). De ontwikkeling en begeleiding in dit proces kan als dienst worden aangeboden aan gemeenten, maar ook aan zorgaanbieders en werkgevers. Een voorbeeld hiervan is de pilot Simpel Switchen27. Een andere optie is om werken te verbinden aan welzijn. Werken voorkomt eenzaamheid, geeft zingeving, etc. Dit sluit aan op de ‘gezondheidsbevordering’ die voor veel gemeenten op dit moment erg actueel is. De Betho zou aan kunnen sluiten op de GALA middelen (‘werken op recept’). 3.
Begeleiding De begeleiding van werknemers en werkgevers kan ingericht worden als product dat niet alleen intern, maar ook extern ingezet kan worden. Hierbij is de behoefte aan een product dat op- en afgeschaald wordt (vangnetfunctie). Bijkomend voordeel is dat het bijdraagt aan relatiebeheer met werkgevers. Begeleiding voor de doelgroep participatie beperkt zich tot de arbeidsmatige dagbesteding. De 27
Hoe maken we Simpel Switchen mogelijk? | Divosa
36
Betho creëert een veilige en beschermde omgeving, maar levert geen zorg. Dit kan eventueel wel ingezet worden in samenwerking met zorgaanbieders. Een eerste optie zou een samenwerking kunnen zijn op mentale ondersteuning.
4. Verloning Het in dienst nemen van een doelgroep die moeilijk met Loon Kosten Subsidie (LKS) aan de slag kan. Dit kan alleen in combinatie met het genereren van inkomsten d.m.v.:
detacheren bij werkgever;
gesubsidieerde basisbanen.
Deze optie is vooral geschikt voor de doelgroep die nog niet met loonkostensubsidie aan het werk kan. De verwachting is dat deze doelgroep daarmee ook bijdraagt aan een goede mix voor De Betho en ook omzet kan genereren. Rand voorwaardelijk is een verloningsvorm met een acceptabel risico.
5. Werkgeversbenadering Het opzetten van een meer gecoördineerde benadering, in samenwerking met de arbeidsmarktregio, GR de Bevelanden en Tholen. Het delen van leads, maar ook positioneren als vraagbaak voor bestaande plaatsingen. Vooral de combinatie van werkgeversbenadering en ‘begeleiding’ van werkgevers in het omgaan met de doelgroep biedt kansen om het netwerk te versterken. Bovenstaande diensten (1 t/m 5) vinden niet alleen op locatie bij De Betho plaats, maar ook op locatie bij aangesloten gemeenten, werkgevers. Vooral voor de gemeente Tholen is het ontwikkelen van deze dienstverlening op locatie zeer relevant. Een meer interne ontwikkeling is De Betho als verzamelplaats. 6. Verzamelplaats De locatie van De Betho kan een vindplaats zijn voor werkgevers, welzijnsorganisaties en inwoners. Het gebouw kan ingezet worden voor bijeenkomsten, vergaderingen en sommige organisaties hebben er ook hun standplaats. Denk aan welzijn, budgetbeheer, maatschappelijk werk, RBL, CJG, GR de Bevelanden;
37
In de ontwikkelmatrix in bijlage 5 wordt een overzicht gegeven van alle mogelijkheden. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen de huidige situatie en de gewenste situatie. Het ontwikkelscenario is voor een groot deel in lijn met de besluitvorming van 2015. Er is bewust gekozen voor een ‘matrix’ waarbij alle opties in kaart gebracht worden naar doelgroep. Met de werkgroep hebben we een stap gezet in het uitwerken van de concrete mogelijkheden, dit vraagt echter meer aandacht en tijd. Er moeten werkafspraken gemaakt worden, met de bijbehorende uitvoering en borging. De capaciteit om dit te organiseren is op dit moment niet aanwezig bij De Betho. De huidige ontwikkelingen worden in gang gezet door het leidinggevend kader. Omdat dit niet hun hoofdtaak kent dit niet het gewenste resultaat. Daarnaast is de gewenste ontwikkeling naar een meer externe dienstverlening niet uit te voeren met medewerkers die een leidinggevende interne taak hebben. Dit scenario vraagt daarom een investering die hieronder verder wordt uitgewerkt.
Investeringen Het ontwikkelen van de dienstverlening vraagt investeringen op het gebied van personeel. Onderstaand overzicht geeft een eerste indicatie van de investeringen (eenmalig en structureel), maar kan natuurlijk bij daadwerkelijke implementatie afwijken. We gaan hierbij uit van 200 trajecten / personen per jaar (de oorspronkelijke afspraak uit 2015). Ontwikkelcapaciteit Om ontwikkeling mogelijk te maken is er capaciteit (in uren en kennis en kunde) benodigd voor het door ontwikkelen van de BTO-dienstverlening in algemene zin. De twee eerder genoemde randvoorwaarden samenwerken en imago zijn de kritische succesfactoren. Dit vraagt extra inzet die op dit moment niet beschikbaar is. Om deze reden adviseren wij te investeren in een projectleider / productontwikkelaar die enerzijds extern kandidaten, projecten en middelen organiseert en anderzijds intern afstemt over de (on)mogelijkheden. Door dit als aparte functie te organiseren krijgt de ontwikkeling de aandacht die het nodig heeft, kan er meer naar buiten georganiseerd worden en draagt het bij aan de professionalisering. Kosten: 1 fte coördinator ontwikkeling / productontwikkelaar, € 94.350
38
Diagnostiek & methodiek Het inschatten van de mogelijkheden van een kandidaat is een taak die De Betho van oudsher kent. Door ervaring weten de medewerkers hier een goede inschatting van te maken. Dit is met de komst van de Participatiewet niet veranderd. Wat wel veranderd, is de vraag om dit te standaardiseren voor meerdere doelgroepen. Er zijn meerdere methodieken die zorgen voor het spreken van dezelfde taal als we het hebben over de mogelijkheden en loonwaarde van een kandidaat. De Betho werkt met de methode ‘werkstap’. Op dit moment wordt onderzocht hoe er meer gebruik gemaakt kan worden van deze applicatie (verbreding en verdieping). De kosten: Per kandidaat € 15 per maand. Uitgaande van 200 trajecten per jaar, opstartkosten (€ 5.000) en training (€ 25.000) komt dit neer op € 66.000 per jaar. Relatiebeheer, begeleiding en ontwikkeling Voor het begeleiden en ontwikkelen van kandidaten naar een werkgever is capaciteit nodig die de tijd en de ruimte heeft om ‘naar buiten’ te gaan. Trajectbegeleiders / jobcoaches die medewerker en werkgever begeleiden voor, tijdens en na plaatsing. Dit is één van de belangrijkste functionaliteiten die in meerdere onderzoeken terugkomt. Deze functionaliteit draagt gelijktijdig bij aan het relatiebeheer met werkgevers en de lokale infrastructuur per gemeente.
Dit betekent dus ook dat deze medewerkers op locaties buiten De Betho kunnen werken (bv. Tholen). Voor de doelgroep participatie wordt er steeds vaker begeleiding gevraagd op alle levensgebieden (lifecoach). Om de kosten in te kunnen schatten voor deze capaciteit moeten we een aanname maken voor de hoogte van de ‘caseload’. Dit is het aantal kandidaten dat onder de verantwoordelijkheid van de trajectbegeleider / jobcoach valt. Hiervoor gebruiken we het Berenschot rapport van april 2021, waarin zij een analyse hebben gemaakt van de ondersteuningsbehoefte van de doelgroep28. Er wordt onderscheid gemaakt in meerdere doelgroepen, hierbij rekenen wij met de gewenste caseload van 70 gerelateerd aan de doelgroep ‘maatschappelijke ondersteuning’. Kosten: Rekening houdend met 200 trajecten vraagt dit een investering van 2,85 fte. Kosten 2,85 fte schaal 8/9 ter hoogte van € 239.500
28
Verkenning ondersteuning en dienstverlening aan langdurig bijstandsgerechtigden, 2021, Berenschot
39
Gebouw Om het gebouw multifunctioneel in te zetten, zal er geïnvesteerd moeten worden in horecavoorzieningen en aangepaste werkplekken. Deze investeringen zijn qua omvang niet in beeld en worden als pm meegenomen in het overzicht. Een inschatting van investeringen, uitgaande van 200 trajecten per jaar, komt in totaal neer op: Jaarlijks Ontwikkelcapaciteit (1 fte)
€ 94.350
Diagnostiek en methodiek
€ 66.000
Trajectbegeleiding / jobcoaching (2,85 fte)
€ 239.500
Gebouw Totaal
Eenmalig
PM € 399.850
Tabel 4: Inschatting investeringen per jaar, De Betho
De investering van € 399.850 kan gedekt worden uit de geraamde terugbetaling aan de gemeenten ter hoogte van € 500.000.
Deelconclusie Het ontwikkelen van De Betho naar ontwikkelbedrijf gericht op het ondersteunen van een grotere doelgroep heeft, op basis van de gedeelde visie, inhoudelijk de voorkeur en sluit aan bij de landelijke ontwikkelingen. Door het in stand houden van de BTO-bijdrage is het ook financieel het meest gunstige scenario. Een belangrijke kanttekening is dat er in alle scenario’s sprake is van een afbouw van het eigen vermogen. De Betho kan financieel versterkt worden door: 1.
Het genereren van andere inkomsten;
De doorontwikkelde dienstverlening biedt ook kansen voor ‘anders gefinancierde doelgroepen’. Denk hierbij aan het bieden van dienstverlening aan het UWV of werkgevers die willen investeren in maatschappelijk en sociaal ondernemen. 2. De Betho als ‘werkexpertisecentrum’ voor een mix van doelgroepen Naast subsidies, genereert De Betho omzet door de doelgroep in te zetten bij werkgevers. De mate waarin deelnemers of werknemers omzet genereren draagt bij aan het bedrijfseconomische resultaat van De Betho. Door van productie- naar ontwikkelbedrijf te gaan is het aannemelijk dat deze omzet verder zal afnemen (ontwikkeling heeft prioriteit boven productie). Een gezonde mix van doelgroepen die baat hebben bij de dienstverlening van De Betho helpt bij een duurzaam en toekomstgericht perspectief. Tot slot is het uitgangspunt van dit scenario om de bestaande infrastructuur in te zetten voor een bredere doelgroep en taken. Dit betekent dat De Betho naast omzet ook maatschappelijke effecten genereert. 40
Scenario 3: Herbezinning op de totale infrastructuur In dit scenario omarmen we het advies vanuit het Berenschot rapport, en meer recent van de Minister uit de kamerbrief van 21 december. De lijn die wordt geadviseerd is dat gemeenten een meer bewuste keuzes moeten maken voor de totale infrastructuur Participatiewet. Zij maken een pleidooi voor een regionale meerjarenvisie op de totale ondersteuningsinfrastructuur aan de hand van de SER-functionaliteiten. Voor 2024 is er door de minister 63,9 miljoen vrijgemaakt en in de kamerbrief wordt gesproken over een ‘verplicht transformatieplan’. De landelijke lijn wordt omarmd door de betrokken partijen in dit proces. Door de nieuwe ordening is er behoefte aan duidelijkheid en regie. Het aanpassen van taken en rollen van de gemeenschappelijke regelingen valt buiten deze opdracht, maar de noodzaak om de totale infrastructuur onder de loep te nemen komt steeds prominenter naar voren. Vooral de werking van twee GR’en die beiden een rol hebben in de infrastructuur, met een overlap aan taken, draagt op dit moment niet bij aan een klantgericht proces. Binnen dit scenario ligt ook de kans om meer aansluiting te zoeken bij de Zeeuwse Arbeidsmarktregio.
Deze organisatie ondersteunt de Zeeuws brede afstemming en kent meerdere gesubsidieerde projecten / initiatieven waar de aansluiting met de sociaal ontwikkelbedrijven versterkt kan worden, zoals anders kijken naar werk (inclusieve arbeidsanalyses), coördinatie verlengde nazorg (VSO/PRO) en herkennen laaggeletterdheid. In dit derde scenario wordt daarom een doorkijk gegeven voor de transformatie van de totale infrastructuur (zoals omschreven in variant 2 in de kamerbrief van 21 december). Dit doen we aan de hand van de onderstaande fases.
Fase 1: afbakening en aanscherping doelstelling Het advies van Berenschot is het investeren in een uitvoeringsvisie op de totale infrastructuur. Dit gaat niet alleen over inhoudelijke doelen, maar ook over rollen en taken van diverse organisaties. Waar wordt dit georganiseerd en welke taken en middelen horen hierbij? In de kamerbrief van 21 december spreekt de minister over een ‘gebrek aan een gemeentelijke toekomstvisie’. In het Berenschot rapport wordt duidelijk dat ongeveer 60% van de sociaal ontwikkelbedrijven aangeeft geen duidelijk takenpakket te hebben en 46% mist een helder toekomstperspectief. Operationele afspraken worden vaak niet nagekomen en de samenwerking is niet optimaal. Daarnaast ervaren gemeenten en bedrijven soms een gebrek aan kaders vanuit het Rijk.
41
Er ligt een kans voor gemeenten om deze regie te pakken en de tijdelijke middelen in te zetten voor de doorontwikkeling van de totale infrastructuur. Dit vraagt beleidsregie en capaciteit aan de kant van de gemeenten die niet in alle gemeenten aanwezig is. Een eerste stap in deze richting is het formuleren van een gezamenlijk einddoel. Dit einddoel dient als houvast tijdens het proces, waarin de taken en rollen nader gedefinieerd worden. Gezien de verschillende belangen van de betrokken organisaties vraagt deze fase een zorgvuldige voorbereiding en regie.
Fase 2: uitwerking (gemeenschappelijke) beeld van de uitvoering Een tweede stap is het organiseren van een transparant gesprek over de diverse rollen en taken. Hierbij gaat het er niet om ‘hoe goed’ een organisatie taken uitvoert, maar waar e.a. logisch georganiseerd is of moet worden vanuit het perspectief van de klant. Dit vraagt een verdieping gericht op functies, formatie, diensten en taken. Het analyseren van de toekomstige financiën hoort ook bij dit proces. Tot slot moeten er keuzes worden gemaakt in de schaalgrootte: wat wordt lokaal (per gemeente), regionaal (samenwerkingsverband Beveland en Tholen) en provinciaal (Arbeidsmarktregio Zeeland) georganiseerd?
Fase 3: bepalen van de te ondernemen stappen Zodra het beeld van de uitvoering is opgesteld, kan er worden gestart met het concretiseren van de stappen die gezet moeten worden om er te komen. In deze fase wordt de omvang van de transformatie meer concreet. Wat vraagt dit van de betrokken organisaties, de organisatievorm en de omvang? Dit wordt vertaald in een besluitvormingstraject.
Fase 4: procesbegeleiding en uitvoering Zodra de besluitvorming rond is kan worden gestart met de daadwerkelijke transformatie. Na besluitvorming start de verandering en het implementeren. Dit vraagt regie / procesbegeleiding vanuit de gemeenten. Dit laatste scenario schetst een beeld van de mogelijke transformatie, maar is geen uitgewerkt proces of scenario. De afweging voor scenario 1 of 2 speelt op korte termijn. Het scenario 3 is de start van een lange termijnvisie vanuit een breder perspectief. Echter, op grond van de trendanalyse in dit rapport en de landelijke ontwikkelingen, is het aan te bevelen het oriënterende gesprek rond dit vraagstuk te voeren en dit proces op te starten.
42
_Conclusie en advies In het proces komt duidelijk naar voren dat de behoefte aan ontwikkeling intern en extern wordt gedragen. Er is gereflecteerd op de periode sinds de invoering van de Participatiewet, waarbij één conclusie bovenaan staat: De Betho is op dit moment een financieel gezond bedrijf gericht op de traditionele invulling van een werkbedrijf. Dit wordt gekoesterd omdat zij een noodzakelijke schakel binnen de infrastructuur van de Participatiewet is. Daarnaast is de traditionele tak van het bedrijf sterk (SW-doelgroep). Alle betrokken partijen willen deze kennis en kunde in stand houden, maar er is behoefte aan innovatie en communicatie. Om dit te realiseren is er een gedeelde visie over het door ontwikkelen van De Betho naar ‘sociaal ontwikkelbedrijf’ voor een bredere doelgroep. Dit kan alleen als er wordt geïnvesteerd in de ‘ontwikkelcapaciteit’ en ‘professionalisering’ van de dienstverlening.
Deze hoofdconclusie werd bij de start van het proces, tijdens de brainstormsessie, al in beeld gebracht. ‘De Betho als een oude werkladder: In de basis sterk, maar moet wel opgeknapt worden’. Om de richting van de doorontwikkeling te bepalen is een uitgebreide analyse gemaakt van de behoefte van de omgeving en doelgroep. Hier komen twee grote factoren naar voren die verandering noodzakelijk maken: 1.
De vraag van de doelgroep wordt complexer en de aanpak van de gemeenten steeds meer integraal. Gemeenten zijn niet meer alleen verantwoordelijk voor inkomen, maar dragen steeds meer uitvoerende taken op andere leefgebieden (Wmo, Jeugd en gezondheid). Zij zijn op zoek naar partners die meebewegen in dit vraagstuk. Aan de andere kant vraagt de inwoner dit ook en is hij/zij vaak op zoek naar ondersteuning op meerdere leefgebieden.
2. De financiering van De Betho staat onder druk door het teruglopen van doelgroepen en omzet. Vooral de taakstelling en financiering van de beschutte werkplekken is onzeker. De Betho kan dit op middellange termijn
43 van 56
(10 jaar) opvangen met eigen middelen. Maar op lange termijn vraagt dit een andere manier van financieren vanuit de gemeente. Het ontwikkelscenario vraagt investeringen in personele capaciteit om de dienstverlening verder te ontwikkelen. Er is de afgelopen jaren gestuurd op kostenefficiency en het stabiliseren van de omzet, waardoor er weinig tot geen personeel is met tijd en ruimte voor verruimen en professionaliseren van de dienstverlening. Innovatie en samenwerking zijn belangrijke randvoorwaarden voor de ontwikkeling. We zien verandering en het aanpassen aan de vraag van de doelgroep als constante, waardoor deze investeringen een structureel karakter hebben. Lange termijn De Betho is één van de uitvoerende organisaties binnen de huidige infrastructuur. Het beeld vanuit landelijke onderzoeken wordt lokaal bevestigd. We zien een versnippering van functionaliteiten, vooral op het gebied van begeleiding en ondersteuning. Juist deze functionaliteit wordt benoemd als essentieel voor het behalen van duurzame uitstroom. Bij De Betho zien we dit terug in een teruggang van het aantal BTO-trajecten en projecten. Het is aan de gemeente om een visie te vormen op de uitvoering van de functionaliteiten binnen de totale infrastructuur. Dit is geen onderdeel van de opdracht, maar de behoefte aan regie wordt duidelijk naar voren gebracht.
Daarom is er een 3e scenario ‘geschetst’ dat een eerste beeld geeft van een mogelijk transformatieproces voor de regionale infrastructuur in relatie tot de arbeidsmarktregio.
Advies Direct na de start van het proces is er door de betrokken kernpartners (De Betho, gemeenten en GR de Bevelanden) geïnvesteerd in de samenwerking d.m.v. een werkgroep. In dit proces hebben we stap voor stap een beeld gevormd van de toekomstige mogelijkheden, maar ook gereflecteerd op knelpunten en de werkwijze in het verleden. Hierdoor hebben alle partijen inzicht in elkaars werk en organisatie gekregen en kwam er een transparante dialoog op gang over de mogelijkheden, maar ook discussiepunten. Dit vormt de basis voor het eerste advies: Behoud De Betho als preferente partij en investeer in samenwerking door het faciliteren van de tijd, ontmoeting en dialoog. Dit geldt in alle gevallen, ongeacht scenariokeuze en/of andere toekomstige ontwikkelingen
44 van 56
Dit advies wordt omarmd door de werkgroep. De Betho als preferente partij betekent dat werkzoekenden bij voorkeur bij De Betho aangemeld worden. Dit is afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden en het maatwerk wat De Betho kan bieden. Om dit te blijven ontwikkelen en elkaar te ontmoeten heeft de werkgroep afgesproken een structureel overleg te blijven organiseren. Een uitdaging is de tijd en de focus te behouden om zo tot concretisering te komen. Op dit moment is deze ruimte er onvoldoende in verhouding tot de noodzaak om tot operationalisering te komen. Er is tijd en aandacht nodig voor het opstellen van gezamenlijke werkafspraken, projectplannen en uiteindelijke borging en monitoring. Dit vraagt regie vanuit de gemeente en capaciteit vanuit De Betho. Daarnaast vraagt de doelgroep om een meer integrale en intensievere aanpak. Dit wordt door meerdere landelijke rapportages bevestigd, met als resultaat het voornemen van de minister om de transformatie van de sociaal ontwikkelbedrijven te verplichten en te stimuleren via een infrastructurele toeslag. Welke middelen er exact beschikbaar komen is nog onbekend, maar met de veelheid aan rapportages (Berenschot, Significant APE en SZW) is het reëel dat deze opdracht uiteindelijk bij de gemeente terecht komt. In combinatie met de steeds krapper wordende financiën van De Betho vraagt dit om een keuze van het bestuur.
Kies voor ontwikkeling op korte termijn (scenario 2), gericht op een bredere doelgroep (werk en participatie) en professionalisering van de reeds beschikbare dienstverlening (diagnose, ontwikkeling, begeleiding, verloning, werkgeversbenadering en het gebouw als verzamelplaats) met als doel een groter bereik van de doelgroep met de al aanwezige infrastructuur (kennis, kunde, netwerk en gebouw). Zorg hierbij voor een externe focus in een samenwerking met de Arbeidsmarktregio, de WSP’s, het UWV, collega SObedrijven en het RBL. Bovenstaande richting komt overeen met de keuzes die in 2015 zijn gemaakt. Er zijn meerdere redenen te benoemen waarom het niet is gelukt deze te concretiseren. Eén belangrijke reden is dat De Betho zich de afgelopen jaren heeft gericht op kostenefficiency en beschut werk. Daardoor was er minder focus op het investeren in de ontwikkeling van de dienstverlening. Een tweede reden is de dominantie van de decentralisaties en de noodzakelijke interventies van gemeentes om in controle te komen op andere gebieden binnen het sociaal domein (Wmo en Jeugd). Het is aannemelijk dat een groot deel van de beleidscapaciteit op deze meer urgente vraagstukken is ingezet. De regie vanuit de gemeente ontbreekt
45 van 56
hierdoor. Dit komt overeen met het landelijke beeld. Het verder ontwikkelen vraagt dus regie, tijd en investeringen aan de kant van De Betho. Faciliteer het operationaliseren van de ontwikkeling, de externe focus en het professionaliseren van de dienstverlening bij de Betho. Doe dit door te investeren in methodiek en personele capaciteit op het gebied van productontwikkeling en trajectbegeleiding. Dek de kosten (€ 399.850 per jaar) uit de jaarlijkse terugbetaling naar de gemeenten en maak inzichtelijk welke tegenprestatie de gemeente hiervoor terug ontvangt (overzicht beschikbare diensten, aantal trajecten, etc.). Leg dit vast in een jaarlijkse (dienstverlenings)overeenkomst, waarin trajectprijzen en subsidies vastgesteld worden. De investeringen en bijbehorende tegenprestaties moeten geborgd worden in de begroting van 2025 en de meerjarenraming 2025-2029. Op dit moment is de begroting niet opgesteld naar programma’s en taakvelden. De Betho is voornemens om de financiële resultaten per doelgroep beter inzichtelijk te maken (o.a. WSW, NBW, Re-integratie ). De doorontwikkeling van De Betho volgens scenario 2 vraagt investeringen en inzet, maar levert resultaten op financieel en maatschappelijk gebied. Dit vraagt een actieve monitoring vanuit De Betho en regie vanuit de gemeenten.
Pak als gemeenten meer regie en monitor de inhoudelijke en financiële resultaten door: - de begroting en meerjarenraming in te richten naar programma’s en taakvelden met onderliggende werkafspraken (evt. vastgesteld in een DVO); -
de begeleidingsgroep van GR De Betho te versterken. Faciliteer deze groep met tijd, training en een duidelijke opdracht. Geef hen positie in het besluitvormingsproces naar het AB. Dit kan bijvoorbeeld door hen een rol te geven in de agendavorming en behandeling van voorstellen.
-
hou de bestaande werkgroep met vertegenwoordiging van de gemeenten, GR de Bevelanden en De Betho in stand en geef hen de opdracht de gekozen ontwikkelrichting te operationaliseren.
Het regievraagstuk vanuit de gemeente wordt in meerdere adviezen genoemd en door het Ministerie omarmd. Het regisseren van de uitvoeringsvisie op de infrastructuur zien we als taak van de gemeente. Hierbij ligt er op dit moment een kans om met de aangekondigde tijdelijke middelen vanuit het Rijk te onderzoeken hoe de functionaliteiten van de infrastructuur zich sub regionaal tot elkaar verhouden en bijdragen aan de doelstellingen van de Participatiewet.
46 van 56
Regio-overstijgend kan de aansluiting bij de Arbeidsmarktregio Zeeland worden verbeterd. Dit zorgt voor kennisoverdracht en samenwerking, maar ook voor een mogelijke tijdelijke financiële impuls voor projecten. Het verbeteren van de aansluiting is ook benoemd in een rapport geïnitieerd door de Zeeuwse Werkkamer, naar de dienstverlening binnen Zeeland29. De conclusie is dat de dienstverlening in Zeeland vooral nog sub regionaal is georganiseerd, met de aanbeveling om dit te versterken. Start het gesprek op bestuurlijk en ambtelijk niveau om te komen tot een gefaseerde planvorming naar transformatie zoals geformuleerd in het Berenschot rapport en de daaropvolgende kamerbrief van 21 december. Kies voor een integrale aanpak vanuit het klantproces en investeer in een duidelijke rol- en taakverdeling tussen de uitvoeringspartners. Verstrek deze opdracht minimaal op het niveau van de 6 colleges en eventueel gemeenteraden. Versterk de verbinding met de Zeeuwse Arbeidsmarktregio en neem deze mee in de transformatieopgave.
Tot slot Het resultaat van dit rapport ligt volgens ons op meerdere gebieden: 1.
Een duidelijke ontwikkelrichting voor de Betho in combinatie met de benodigde investeringen om dit ook daadwerkelijk te operationaliseren;
2. Een advies om het gesprek te starten over de bredere transformatieopgave op het niveau van de infrastructuur Bevelanden en Tholen in aansluiting met de Arbeidsmarktregio; 3. Een proces, waarin samenwerking en het uitwisselen van beelden, centraal heeft gestaan. Het laatste punt is volgens ons een noodzakelijke voedingsbodem om verder te komen. We hopen dat deze gecreëerde verbinding ook na de start van het proces standhoudt en gefaciliteerd kan worden door de betrokken partijen. We bedanken de werkgroepleden voor hun inzet en openheid tijdens de bijeenkomsten. We bedanken het bestuur voor het vertrouwen en het meedenken tijdens de tussentijdse terugkoppelingen. Tot slot danken we natuurlijk onze opdrachtgevers, directie van De Betho en het bestuur (DB & AB) voor het vertrouwen.
29
Eindrapportage ‘onderzoek dienstverlening arbeidsmarktregio Zeeland’, PM3, Juli 2023
47 van 56
Bijlage 1 Begrippenlijst:
Sociale infrastructuur; Een sociale infrastructuur is het geheel van voorzieningen die bijdragen aan de doelstelling om inwoners aan het werk te krijgen en te behouden. Dit ‘vangnet’ is een samenhangend geheel van instrumenten, faciliteiten en voorzieningen (functionaliteiten) die voorkomen dat de doelgroep niet aan het werk komt of blijft.
Arbeidsmarktregio Zeeland; Eén van de 35 arbeidsmarktregio’s waarin gemeenten en UWV werken aan een evenwichtige Zeeuwse arbeidsmarkt, waarbij het team Arbeidsmarktregio Zeeland leidinggeeft aan Zeeuws brede arbeidsmarktprojecten, onderhoudt de contacten met het Rijk, verzorgt brochures, nieuwsbrieven, presentaties, en faciliteert de Zeeuwse Werkkamer, het VZG-overleg Sociale Zaken en andere permanente of tijdelijke overlegvormen.
Doelgroep; De groep mensen die extra ondersteuning nodig hebben om volwaardig deel te kunnen nemen aan de samenleving en de arbeidsmarkt, en voor wie de Participatiewet specifieke regels en voorzieningen biedt. De doelgroep van de Participatiewet omvat verschillende categorieën personen: mensen met arbeidsvermogen, personen met een bijstandsuitkering, beschut werk en jongeren.
Duurzame uitstroom; Er wordt zoveel mogelijk gestreefd naar vaste werkplekken met ruimte voor ontwikkeling.
Werkgebied; Het geografische gebied waarbinnen de gemeente haar verantwoordelijkheden op het gebied van werk en participatie van burgers met een afstand tot de arbeidsmarkt uitvoert en coördineert.
Nazorg; De ondersteuning en begeleiding die wordt geboden aan mensen nadat ze werk hebben gevonden, gericht op het duurzaam behouden van de arbeidspositie en het voorkomen van terugval in werkloosheid.
48 van 56
Bijlage 2 Lijst deelnemers Werkgroep 1.
Anita van Gellekom
-
De Betho
2. Caroline Bin
-
Gemeente Goes
3. Cobi Gorree
-
De Betho
4. Constant Weterings
-
Gemeente Tholen
5. Evelien de Schipper
-
AddVision Consultancy
6. Farah Wagenaar
-
Gemeente Goes
7. Marcel Flikweert
-
GR de Bevelanden
8. Marleen Cornelese
-
AddVision Consultancy
9. Rianne Schreijenberg
-
Gemeente Borsele
10. Yvon Boonman
-
GR de Bevelanden
GR de Bevelanden
-
Klantmanager
2. GR de Bevelanden
-
Beleidsmedewerker
3. GR de Bevelanden
-
Klantmanager
4. Gemeente Tholen
-
Klantmanager
5. Gemeente Tholen
-
Werkadviseur
6. UWV
-
Arbeidsdeskundige
7. UWV
-
Verantwoordelijke dienstverlening
8. RBL Oosterschelderegio
-
Adviseur Passend Onderwijs
9. Zuidhoek
-
Directeur
10. WVS-Groep
-
Directeur
–
Wethouder gemeente Reimerswaal
2. Andre van der Reest
–
Wethouder gemeente Goes
3. Anita van Gellekom
–
De Betho
4. Caroline Bin
–
Gemeente Goes
5. Cindy de Jonge
–
Gemeente Kapelle
6. Cobi Gorree
–
De Betho
7. Constant Weterings
–
Gemeente Tholen
8. Corniel van Leeuwen
–
Wethouder gemeente Tholen
9. Eugenie Heuvink
–
GR de Bevelanden
10. Evelien de Schipper
–
AddVision Consultancy
11. Hava Coskun
–
Gemeente Tholen
Interviews 1.
Brainstormsessie 1.
Ad Meeuwsen
49 van 56
12. Joël Kieboom
–
De Betho
13. Marcel Flikweert
–
GR de Bevelanden
14. Marga van de Plasse 15. Marleen Cornelese
– –
Wethouder gemeente Borsele AddVision Consultancy
16. Marleen Wisse
–
GR de Bevelanden
17. Patrick de Broekert
–
GR de Bevelanden
18. Rianne Schreijenberg
–
Gemeente Borsele
19. Riëlle Muller
–
GR de Bevelanden
20. Tamara de Ruijter
–
Gemeente Tholen
21. Yvon Boonman
–
GR de Bevelanden
50 van 56
Bijlage 3 Overzicht instrumentaria Hieronder wordt een overzicht gegeven van de verschillende re-integratie instrumentaria die ingezet worden bij GR de Bevelanden, Gemeente Tholen en UWV.
GR de Bevelanden Bij GR de Bevelanden zijn er twee soorten verdelingen, waaronder één naar trede volgens de participatieladder (figuur 6). Binnen deze trede zijn er verschillende instrumentaria beschikbaar. Hieronder wordt een overzicht gegeven van het aantal personen, per trede, per instrumentarium:
Vormen van ondersteuning voor de groep trede 1 tot en met onderkant trede 2 (participatiebestand*):
Dagbesteding op grond van Wmo
Zorg op grond van Wmo, zoals hulp bij huishouden
BGT
SMWO
Leger des Heils
Emergis-GGZ
Memphys
Psychologen (bijvoorbeeld HSK en Psyg)
Buitenkans
Deelname aan vrijwilligerswerk
51 van 56
Deelname aan de Ruilwinkel
Verwijzing naar hulpverlening en maatschappelijk werk
*Voor trede 1 (i.e. zorgklanten) wordt niks ingezet. Onderkant trede 2 gaat over reguliere dagbesteding. Het aanbod hiervoor is groot genoeg om iedereen een passende dagbestedingsplek te bieden.
Vormen van ondersteuning voor de groep bovenkant trede 2 tot en met 6 (reintegratiebestand):
WSP (voor klanten die naar regulier werk kunnen)
Wijkbedrijf Goes-Zuid
BTO / De Betho
Dagbestedingsplaatsen en arbeidsmatige dagbesteding (zoals De Opstap)
Diverse soorten stage-/vrijwilligerswerk
Diverse soorten van scholing en opleiding
Jobcoaches
Loonwaardebepaling en loonkostensubsidie
Vluchtelingenwerk (statushouders)
Stagekansplaatsen, werkervaringsplaatsen en proefplaatsingen
Wmo voor hulpvragen
RBL voor jongeren zonder startkwalificatie
Leerwerkloket voor de doelgroep die wil studeren en al een startkwalificatie hebben
Stichting SAP
SAV
UWV
SMWO (Ruilwinkel)
Gors
Topzorg
NextMove
DWZ
VAPP
Leger des Heils
Kringloopwarenhuis Nobel
Kostenvergoeding (zoals reiskosten en kosten eigen bijdrage kinderopvang)
52 van 56
Gemeente Tholen Trede
Aantal personen
Trede 1
84
Trede 2
88
Trede 3
41
Trede 4
17
Trede 5
27
Trede 6
10
Re-integratie instrumenten die ingezet worden:
Jobcoaches
Loonkostensubsidie voor mensen met een doelgroepindicatie (LKS nieuwe stijl, hoogte bepaald met loonwaardebepaling) en zonder indicatie (LKS oude stijl, vast bedrag gedurende 6 maanden)
Beschut werk
BTO trajecten
Taaltrainingen
Scholing
Werkervaringsplekken
UWV Het UWV werkt met een inkoopkader Re-integratiediensten. Dit is verdeeld in 4 percelen: 1.
Modulaire re-integratiediensten, waaronder: a. Participatie interventie; b. Bevorderen maatschappelijke deelname; c. Begeleiding bij scholing.
2. Werkfit maken, voor klanten die nog niet kunnen werken; 3. Naar werk, voor het plaatsen van klanten; 4. Praktijkassessment, voor het inschatten van mogelijkheden. Het werkfit maken wordt op dit moment bij partijen ingekocht zoals
WLB Zeeland
R3
Staatvandienst Goes
Naast dit inkoopkader heeft het UWV nog een apart kader voor Innovatie Reintegratiedienstverlening.
53 van 56
Bijlage 4 Toelichting besluit 2015
54 van 56
Bijlage 5 Ontwikkelmatrix Diagnostiek
Ontwikkeling
Begeleiding
Verloning
Werkgeversbenadering
Verzamelplaats
HUIDIG BEELD Aanwezige basis
Op dit moment zijn er twee
Op dit moment is de
Op dit moment is er geen
De werkgeversbenadering richt zich
Het gebouw is in het
werknemersvaardigheden
ontwikkeltrajecten:
begeleiding gepositioneerd
sprake van verloning naast
op dit moment op het genereren
verleden ook al ingezet als
worden in kaart gebracht
1)
10 weken
bij de hiërarchisch
de WSW en BW
van omzet voor productie, groen,
werkplek voor andere
(afspraken nakomen,
(samenwerken,
leidinggevenden. Er is 1 fte
dienstverbanden.
schoonmaak en detacheringen.
partijen, zoals de WSP’s. Op
opdrachten voltooien, , taal,
werkplek opruimen,
detacheringsconsulent
Voor detacheringen is 1 fte
dit moment wordt hier geen
hygiëne, werkritme en
terug na pauze, fouten
verantwoordelijk voor de
beschikbaar (zie ook begeleiding).
gebruik van gemaakt.
motivatie).
herkennen)
externe plaatsingen en het
Relatiebeheer en acquisitie voor
Ontwikkeltraject 2 = 6
begeleid werken.
opdrachten ligt op dit moment bij
Looptijd is 6 – 8 weken. Resultaat is een advies voor ontwikkeling kandidaat.
2)
maanden – 1 jaar
de manager bedrijfsvoering.
(verdieping werkzaamheden) Daarnaast wordt er taalondersteuning aangeboden op maandagochtend door vrijwilligers. Een participatie lab (samenwerking onderwijs) is in ontwikkeling.
TE ONTWIKKELEN richting WERK Diagnostiek
Het bieden van
Begeleiding inrichten als
Het in dienst nemen van
In samenwerking met WSP en UWV
Vergaderfaciliteiten en
1)
Verbreden naar extern (bij werkgevers);
trajectbegeleiding naar betaald werk. Dit is gericht
product, in- en extern in te zetten en voor werknemers
een doelgroep die moeilijk met LKS aan de slag kan.
een actieve werkgeversbenadering ontwikkelen voor externe
spreekkamers beschikbaar maken voor
2)
Verdieping (naast
op opleiding, aanleren
en werkgevers. De
Dit kan alleen in
plaatsingen (groep en individueel).
maatschappelijke partners
basisvaardigheden ook
basisvaardigheden en
begeleiding kan op- en
combinatie met het
Op te zetten in combinatie met
en werkgevers met als doel
vakvaardigheden en motivatie).
oefenen in de praktijk (in diverse sectoren en op
afgeschaald worden. Bijkomend voordeel is dat
genereren van inkomsten d.m.v.:
begeleiding werkgevers.
samenwerking. Commercieel gezien zou je
Diagnostiek methodisch
locatie).
het bijdraagt aan
1)
professionaliseren zodat
Het aanleren van
relatiebeheer met
het als objectief instrument ingezet kan
vakvaardigheden via werklijnen of arrangementen
werkgevers en als vangnet kan dienen voor de
worden (bv.
in samenwerking met
werknemers.
gebouw en de ruimte
loonwaardemetingen).
werkgevers
Op dit moment is het tarief
geschikt voor het
(installatietechniek, horeca en zorg).
voor jobcoaching gemaximaliseerd op 3 uur
organiseren van evenementen.
3)
2)
Detacheren bij
vergaderfaciliteiten in
werkgever;
combinatie met horeca aan
Gesubsidieerde basisbanen.
kunnen bieden aan werkgevers. Tot slot is het
in de week max 3 maanden (verordening gemeente).
55 van 56
Dit voor kansrijke sectoren verder professionaliseren tot erkend leerbedrijf Ontwikkeltrajecten gecombineerd met persoonlijke ontwikkeling zoals taal, mentale weerbaarheid en jongeren (doorlopende lijn kwetsbare jongeren).
TE ONTWIKKELEN richting PARTICIPATIE In samenwerking met
Kenmerkend aan deze
Begeleiding voor de
Eventueel van toepassing
Alleen van toepassing in relatie tot
Het ‘in huis’ hebben van
zorgaanbieders werk
doelgroep is dat zij geen of
doelgroep participatie
bij gesubsidieerde
het beschikbaar maken van
maatschappelijke of zorg
gerelateerde diagnostiek
bijna geen perspectief op
beperkt zich tot de
basisbanen.
‘dagbesteding’.
gerelateerde partners kan
inzetten voor de doelgroep
arbeid hebben. In het kader
arbeidsmatige
voor deze doelgroep een
arbeidsmatige dagbesteding.
van ontwikkeling is de stap
dagbesteding. De Betho
voordeel zijn. Daarnaast kan
tussen Wmo arbeidsmatige
creëert een veilige en
gesignaleerde problematiek
dagbesteding en (beschut)
beschermde omgeving,
direct opgepakt worden en
werk nog best groot (en visa
maar levert geen zorg. Dit
draagt op deze manier bij
versa). De ontwikkeling en
kan eventueel wel ingezet
aan preventie.
begeleiding in dit proces
worden in samenwerking
kan als dienst worden aan
met zorgaanbieders. Een
geboden aan gemeente,
eerste optie zou een
maar ook aan
samenwerking kunnen zijn
zorgaanbieders en
op mentale ondersteuning.
werkgevers. Zie link: Hoe maken we Simpel Switchen mogelijk? | Divosa Een andere optie is om werken te verbinden aan welzijn. Werken voorkomt eenzaamheid, geeft zingeving, etc. Dit sluit aan op de ‘gezondheidsbevordering’ die voor veel gemeenten op dit moment erg actueel zijn. De Betho zou aan kunnen sluiten op de GALA middelen (werken op recept)
56 van 56