CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

B.3 D24.297864 Integraal Rapport Bevelandse Integraal Rapport Bevelandse Gemeenten 2023 - versie 1.0

Raadsvergadering 26 maart 2024, gemeente KapelleBij agendapunt: Vaststellen Lijst Ingekomen Stukken 26 maart 2024 (LIS) en overzicht toezeggingen en moties (ter kennisname)31.506 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

EVALUATIE MINIMABELEID BEVELANDSE GEMEENTEN

GR de Bevelanden

Versie 1.0

Evaluatie Minimabeleid 2023 Bevelandse gemeenten Onderzoek naar de omvang en samenstelling van de doelgroepen voor het gemeentelijk minimabeleid, het effect van het landelijk en lokale beleid op de inkomens, het huidige beleid en haar uitvoering, de ervaringen van ketenpartners en interne medewerkers en een behoeftepeiling van minimahuishoudens in de Bevelandse gemeenten.

Cofon Colofon Opdrachtgever Gemeente Gemeentenaam Goes als penvoerder namens GR de Bevelanden en de gemeente Reimerswaal, Borsele, Kapelle en Noord-Beveland Datum November 2021 Datum Mei 2023 Auteurs Michelle Ellens Auteurs Reimer Vonk Michelle Ellens Jitske Kooistra - van der Wijk Grafische Anieta Boerondersteuning Senne Trip Marijke Bos KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie publicatie isis een eenuitgave uitgavevan vanKWIZ KWIZ. B.V.Het Hetovernemen overnemenvan van cijfers cijfers en/ en /ofof teksten teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en en//of ofopenbaar openbaargemaakt gemaaktworden wordenininwelke welkevorm vormdan danook ookzonder zonder voorafgaande toestemming van KWIZ B.V.

GR De Bevelanden

Versie 1.0

Inhoudsopgave Inhoudsopgave .............................................................................................................................. 1 Inleiding ......................................................................................................................................... 2 Samenvatting en conclusie ........................................................................................................... 5 1. Minimahuishoudens in de Bevelandse gemeenten................................................................. 17 2. Huidig beleid ............................................................................................................................ 24 3. Onderzoeksmethodiek inkomens effectrapportage ................................................................ 31 4. De inkomenseffecten ............................................................................................................... 36 5. Gebruik inkomensondersteunende voorzieningen .................................................................. 48 6. Uitvoering van het beleid ......................................................................................................... 55 7. Ervaring inwoners minimaregelingen ...................................................................................... 59 8.

Scenarioanalyse ...................................................................................................................... 63 Bijlage 1. Overzicht minimaregelingen ........................................................................................ 73 Bijlage 2. Opbouw totaal inkomen 100 tot 130% Wsm ............................................................... 76 Bijlage 3. Financieel maandoverzicht .......................................................................................... 78 Bijlage 4. Onderzoeksmethodiek Armoede Index ....................................................................... 84

1

GR De Bevelanden

Versie 1.0

Inleiding Gemeenten hebben de zorgplicht om de leefsituatie en het toekomstperspectief van kwetsbare burgers die in armoede verkeren, te verbeteren. Daarnaast hebben zij de taak en het belang om prikkels te geven aan burgers om zoveel mogelijk zelfstandig in hun levensonderhoud te voorzien. In de Bevelandse gemeenten is het minimabeleid een relevant thema en een constant aandachtspunt. De Bevelandse gemeenten willen het huidige minimabeleid en het aanbod aan minimaregelingen evalueren. KWIZ voert daarom een evaluatie uit aan de hand van een beleidsanalyse, een schatting van de minimapopulatie, inkomens effectrapportage, gesprekken met interne medewerkers en ketenpartners en een behoeftepeiling onder de doelgroep. In dit integrale rapport zijn alle deelonderzoeken weergegeven. Dit onderzoek dient inzicht te geven in: • De omvang en kenmerken van de doelgroepen voor armoede; • De effecten van het beleid op de doelgroepen en de inkomens; • Hoe de doelgroep het beleid beoordeelt; • Wat de ketenpartners en interne medewerkers van het beleid en de uitvoering ervan vinden; • Welke bouwstenen de bovengenoemde aspecten opleveren bij het formuleren van het nieuwe beleid. Beleidsanalyse Voor de beleidsanalyse is er gebruik gemaakt van het beleidsplan ‘Leven zonder (geld)zorgen’.

Dit is het beleidsplan dat de vijf Bevelandse gemeenten in samenwerking met GR de Bevelanden voor 2021 tot 2024 hebben opgesteld. De kaders en doelstellingen van de GR de Bevelanden op het minimabeleid zijn in de beleidsanalyse in beeld gebracht. Aanvullend staan de uitvoeringsplannen van de gemeenten Goes, Borsele en Kapelle kort weergegeven. Opzet van de Armoede Index De Armoede Index is een door KWIZ ontwikkeld analysemodel. Deze index wordt samengesteld op basis van een combinatie van gemeentelijke gebruiksgegevens, geëxtrapoleerde CBSgegevens en kengetallen op basis van ervaringscijfers bij andere gemeenten. Met als resultaat een schatting van het aantal minimahuishoudens dat tot de doelgroep van het minimabeleid behoort. Dit zijn de minimahuishoudens op 1 januari 2023 met een inkomen tot maximaal 130 procent Wsm1 en een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet. Daarnaast wordt het gebruik van de regelingen in 2022 weergegeven, op basis van aantallen die door de gemeente zijn aangeleverd. Vergelijkingen met andere gemeenten die worden gedaan zijn gebaseerd op ervaringscijfers van KWIZ. Voor deze doelgroep berekenen wij voor 2023 (het huidige jaar) het effect van het landelijke en lokale beleid door. Dit doen we door middel van de Inkomens effectrapportage.

Opzet van de Inkomens effectrapportage Voor zes verschillende huishoudtypen met zeven verschillende inkomens (tot en met 130 procent Wsm en een langdurig minimuminkomen) ten opzichte van het Wettelijk sociaal minimum worden het landelijke en lokale beleid berekend. Met behulp van landelijke inkomensnormen, landelijke toeslagen en informatie over gemeentelijke regelingen is per huishoudtype het inkomen bepaald. Voor de vaste uitgaven is uitgegaan van cijfers en normen van het Nibud 2. Voor de andere uitgaven is waar mogelijk gebruikgemaakt van lokale tarieven (zoals huur en waterschapsbelasting, zie paragraaf 3.4 tot en met 3.7). Tenslotte worden de gemeentelijke

1 Dit betekent dat de doelgroep wordt geschat met een inkomensniveau van 100, 110, 120 en 130 procent

Wsm (niet alleen op 130 procent Wsm). 2 Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) is een onafhankelijke stichting die informeert en adviseert over financiën van huishoudens.

2

GR De Bevelanden

Versie 1.0

regelingen omgezet in een maandbedrag. Op die manier ontstaat per huishoudtype een overzicht van de inkomsten en uitgaven per maand. Energietoeslag In 2023 kunnen huishoudens opnieuw aanspraak maken op een tegemoetkoming in de energiekosten. Deze regeling wordt in de huidige rapportage meegenomen, aangezien deze toeslag een substantiële invloed heeft op het budget van de inwoners. De compensatie is van belang om een realistisch inzicht in de huidige situatie te geven. Deze regeling wordt later in het rapport verder toegelicht. Onderzoeksmethode gesprekken met ketenpartners en interne medewerkers De ketenpartners, ook wel minimapartners genoemd, spelen een belangrijke rol in de uitvoering van de inkomensondersteunende regelingen. Ze staan namelijk in nauw contact met de doelgroep. Ook de ervaringen van interne medewerkers die betrokken zijn bij de uitvoering en het beleid zijn relevant. Daarom worden de visies van interne medewerkers en ketenpartners op (de uitvoering van) het beleid meegenomen in dit onderzoek. Er hebben twee groepsgesprekken plaatsgevonden in december 2022 met ketenpartners en januari 2023 met interne medewerkers om de ervaringen in beeld te krijgen. Beide gesprekken hebben online plaatsgevonden. De input uit de groepsgesprekken is verwerkt in dit onderzoek.

Onderzoeksmethode behoeftepeiling minimadoelgroep De doelgroep bestaat 1.595 in de Bevelandse gemeenten die in het afgelopen jaar (2022) een bijstandsuitkering hadden en/of gebruik hebben gemaakt van een of meerdere minimaregelingen. De volledige doelgroep is aangeschreven. De vragenlijst is verstuurd in februari 2023 en was zowel op papier als online in te vullen. In de vragenlijst staan de volgende thema’s centraal: • Kennis en gebruik van de regelingen; • Beoordeling van de informatievoorziening; • Financiële situatie; • Energie(kosten); • Zorgkosten; • Adviezen en opmerkingen van de respondenten Respons In totaal hebben 316 respondenten de enquête ingevuld (269 op papier en 47 online). Dat brengt de respons op 20 procent. De respons is voldoende om uitspraken te doen over de volledige doelgroep met een betrouwbaarheid van 95 procent3. De volledige weergave en analyse van de resultaten is opgeleverd als aparte rapportage van de behoeftepeiling. Hiervoor verwijzen wij u graag naar het rapport ‘Behoeftepeiling Minimabeleid 2023 – Bevelandse gemeenten’, opgeleverd in maart 2023. Voor een uitgebreide weergave van de resultaten, diagrammen en analyse verwijzen wij u graag naar die rapportage. Leeswijzer Na de samenvatting wordt in het eerste hoofdstuk de doelgroep voor het minimabeleid in kaart gebracht.

Door middel van een schatting (Armoede Index) wordt de omvang van de doelgroep weergegeven en wordt er een aantal kenmerken beschreven. Nadat de doelgroep bekend is, wordt in het tweede hoofdstuk het minimabeleid geanalyseerd. Dit geeft een beeld van het beleid voor de doelgroep die in het eerste hoofdstuk is beschreven. Om inwoners met een minimuminkomen te ondersteunen heeft de gemeente een aantal inkomensondersteunende regelingen. Deze regelingen worden in hoofdstuk 3 beschreven. Daarna wordt er in hoofdstuk 4 gekeken naar het effect van deze regelingen op de financiële (maand)overzichten van verschillende huishoudtypes op verschillende inkomensgrenzen. In hoofdstuk 5 geven we per regeling weer door hoeveel huishoudens de regeling gebruikt wordt en wat daarmee het bereik 3 Om betrouwbare uitspraken te kunnen doen met een betrouwbaarheidsniveau van 95 procent moet de

respons bestaan uit minstens 310 respondenten.

3

GR De Bevelanden

Versie 1.0

per regeling is. In hoofdstuk 6 volgt een analyse van de mening en ervaringen van de ketenpartners en de interne medewerkers over het minimabeleid. In hoofdstuk 7 worden tot slot de mening en ervaringen van de inwoners die tot de doelgroep behoren weergegeven. In bijlage 1 staat een overzicht met de minimaregelingen in de Bevelandse gemeenten inclusief voorwaarden en bedragen, daarbij is weergegeven welke regelingen uit de Bevelandse gemeenten niet zijn meegenomen in de rapportage en een overzicht waarin per regeling wordt weergegeven welke gemeente de regeling aanbiedt. In bijlage 2 staat per huishoudtype de opbouw van het totale inkomen bij een inkomensniveau tussen de 100 en 130 procent Wsm. Bijlage 3 geeft het financieel maandoverzicht per huishoudtype weer. In bijlage 4 is de onderzoeksmethodiek van de Armoede Index beschreven.

4

GR De Bevelanden

Versie 1.0

Samenvatting en conclusie S.1. Bevindingen S1.1. Aantal minimahuishoudens In onderstaande tabel staat weergegeven hoeveel huishoudens naar schatting een inkomen tot 130 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm) hebben, uitgesplitst naar de betreffende gemeente. De peildatum betreft 1 januari 2023. Gemiddeld heeft circa 8 à 9 procent van alle huishoudens in gemeenten met minder dan 50.000 inwoners een inkomen tot 130 procent Wsm. Het aandeel minimahuishoudens in de gemeenten Goes en Reimerswaal ligt hoger dan landelijk gemiddeld in vergelijkbare gemeenten. Tabel S1.1.1. Minima naar inkomensverdeling (cumulatief) per gemeente Gemeente Goes

Borsele

Kapelle

Reimerswaal

NoordBeveland

Inkomen Tot 100% Wsm Tot 130% Wsm

Aantal 1.110 2.1964

Aandeel 6,1% 12,0%

Overig Totaal

16.080 18.276

88,0% 100%

Tot 100% Wsm Tot 130% Wsm

445 898

4,5% 9,3%

Overig Totaal

8.750 9.648

90,7% 100%

Tot 100% Wsm Tot 130% Wsm

229 464

4,2% 8,6%

Overig Totaal

4.945 5.409

91,4% 100%

Tot 100% Wsm Tot 130% Wsm

462 1.028

5,0% 11,1%

Overig Totaal

8.223 9.251

88,9% 100%

Tot 100% Wsm Tot 130% Wsm

205 361

5,5% 9,6%

Overig Totaal

3.391 3.752

90,4% 100%

Kenmerken doelgroep minimabeleid Van de huishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm heeft 17 tot 31 procent een uitkering vanuit de Participatiewet (gekeken naar de vijf Bevelandse gemeenten). Daarnaast heeft 19 tot 36 procent AOW en krijgt 33 tot 54 procent een andersoortig inkomen, bijvoorbeeld uit de WW of een baan. De verdeling van inkomensbronnen verschilt per Bevelandse gemeente.

4 Het gaat hier om het totale geschatte aantal huishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm. Deze

huishoudens hebben een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet. De gemeente Goes had 2.700 huishoudens als prognose voor de energietoeslag. Dit aantal ligt dus hoger dan het totale geschatte aantal omdat bij de energietoeslag geen rekening is gehouden met vermogensgrenzen.

5

GR De Bevelanden

Versie 1.0

Naar huishoudtype vormt ongeveer de helft van de Bevelandse minimahuishoudens een alleenstaand huishouden. Verder bestaat een vijfde uit meerpersoonshuishoudens zonder kinderen en een vijfde uit meerpersoonshuishoudens met kinderen. Een tiende van de minimahuishoudens vormt een eenoudergezin.

S1.2. Minimabeleid Het huidige beleidsplan ‘Leven zonder (geld)zorgen 2021-2024’ is opgesteld door de afdeling Werk, Inkomen en Zorg (WIZ) van de Gemeenschappelijke Regeling de Bevelanden en de gemeenten Goes, Borsele, Kapelle, Reimerswaal en Noord-Beveland. De gemeenten willen in eerste instantie zoveel mogelijk voorkómen dat mensen financiële problemen krijgen en in een armoedesituatie terechtkomen. Wanneer (financiële) problematiek niet kan worden opgelost, wordt gestreefd naar verzachting om de nadelige gevolgen van armoede zoveel mogelijk te beperken. De gemeenten hebben vier beleidskaders opgesteld voor hun handelen: 1) De aanpak van armoede en schulden is een gezamenlijke verantwoordelijkheid 2) Vroegtijdig en preventief 3) Een toegankelijke, efficiënte en effectieve hulp- en dienstverlening 4) Kinderen hebben prioriteit bij armoedebestrijding. Om de beleidskaders in de praktijk toe te passen hebben de gemeenten Goes, Borsele en Kapelle een lokaal uitvoeringsplan opgesteld.

S1.3. Bereik van de minimaregelingen Om ervoor te zorgen dat inwoners met een laag inkomen kunnen participeren in de samenleving bieden de gemeenten een aantal minimaregelingen aan. Het aanbod aan regelingen is deels geharmoniseerd, maar er bestaan ook verschillen (zie bijlage 1). Onderstaand wordt het bereik van de gemeentelijke regelingen weergegeven. Voor verschillende regelingen kan niet de volledige doelgroep worden geschat omdat de regelingen specifieke voorwaarden hanteren. Dit geldt voor de tegemoetkoming voor chronisch zieken en de studietoeslag. Tabel S1.3.2. Bereik inkomensondersteunende regelingen Categorie

Goes

Regelingen voor volwassenen Kwijtschelding gemeentelijke 70% belastingen Bijzondere 75% bijstand Individuele 53% inkomenstoeslag Collectieve 30% zorgverzekering Declaratiefonds 34% volwassenen Regelingen voor kinderen Stichting Leergeld 53% Jeugdfonds Sport 42% & Cultuur Declaratiefonds 17% kinderen

Borsele

Kapelle

Reimerswaal

NoordBeveland

Landelijk

45%

72%

Gebruik onbekend

27%

70 – 75%

48%

46%

48%

44%

20 – 25%

36%

37%

33%

40%

40 – 45%

15%

17%

15%

18%

35 – 40%

18%

17%

16%

22%

35 – 40%

23%

53%

30%

35 – 40%

18%

29%

22%

22% Gebruik onbekend

8%

12%

8%

48%

45 – 50%

6

20 – 25%

GR De Bevelanden

Versie 1.0

S1.4. Bevindingen inkomenseffecten Financieel effect Het bedrag dat minima vanuit het Rijk aan toeslagen kunnen ontvangen is veel hoger dan het bedrag dat ze aan gemeentelijke regelingen kunnen ontvangen. Financieel gezien is de invloed van de gemeente dan ook kleiner dan de invloed van het Rijk. Het bedrag aan landelijke toeslagen neemt voor de meeste huishoudens geleidelijk af bij een hoger inkomen. Ditzelfde gaat op voor de gemeentelijke regelingen. De gemeentelijke regelingen zorgen ervoor dat huishoudens (meer) ruimte overhouden voor het doen van vrije bestedingen. Dit komt met name voor paren (met en zonder kinderen) ten goede. Zij hebben zonder de gemeentelijke regelingen niet altijd voldoende budget voor vrije bestedingen en zouden daardoor niet volledig sociaal kunnen participeren. Het bedrag dat wordt overgehouden verschilt aanzienlijk per huishoudtype en inkomensniveau. Alleenstaanden zijn gemiddeld minder afhankelijk van de gemeentelijke bijdragen om sociaal te participeren dan paren. Alle huishoudens hebben bij verschillende inkomens voldoende budget voor vrije bestedingen, mede dankzij de gemeentelijke bijdragen. Vooral alleenstaande ouders met kinderen krijgen een ruimer budget door de bijdragen van het Rijk en de gemeente. Het vrije besteedbare budget wordt bijna altijd groter bij een hoger inkomen. Er zijn echter uitzonderingen.

Zo krijgen huishoudtypes met kinderen te maken met teruggang in het vrij besteedbare budget wanneer het inkomen van 120 naar 130 procent Wsm stijgt. Daarnaast is het belangrijk om te noemen dat binnen het huidige rapport de aanname is gedaan dat huishoudens die aanspraak kunnen maken op regelingen5, ook daadwerkelijk gebruik maken van deze regelingen. Echter is de ervaring dat huishoudens in de praktijk niet of gedeeltelijk gebruik maken van de regelingen waar ze recht op hebben. Daarom zal het vrij besteedbaar budget bij deze huishoudens in werkelijkheid waarschijnlijk vaak lager uitvallen. Werken loont voor sommige huishoudens meer dan voor andere Werken loont in de meeste gevallen: wanneer huishoudens in de Bevelandse gemeenten vanuit de bijstand gaan werken tegen een loon gelijk aan 110, 120 of 130 procent Wsm, gaan zij er in totaal inkomen altijd op vooruit ten opzichte van de bijstandssituatie (mits zij gebruikmaken van alle toeslagen en regelingen). Deze vooruitgang is echter niet evenredig met de vooruitgang in loon. Landelijke toeslagen lopen terug en het recht op gemeentelijke regelingen vervalt. Het totaal inkomen bestaat uit het netto-inkomen (inclusief vakantietoeslag), landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen. Huishoudens zonder kinderen gaan er bij ieder hoger inkomensniveau relatief gezien het meest op vooruit.

Vooral alleenstaanden zonder kinderen merken dat ze bij ieder hoger loon, een hoger totaal inkomen hebben (tot 130 procent Wsm). De vooruitgang bij huishoudens met kinderen is relatief minder groot. Daarbij krijgen huishoudens met kinderen te maken met een daling in het totale inkomen bij een inkomen van 130 procent Wsm, ten opzichte van het totale inkomen bij een inkomen van 120 procent Wsm. Dit is het moment dat het recht op de meeste gemeentelijke regelingen vervallen. Daarnaast krijgen paren met kinderen te maken met afnames aan toeslagen van het Rijk bij een inkomens hoger dan 110 procent Wsm.

5 Rekening houdende met het feit dat voor verschillende regelingen verschillende inkomensgrenzen gelden.

Het gaat hier om de regelingen waar huishoudens aanspraak op kunnen maken omdat ze er recht op hebben.

7

GR De Bevelanden

Versie 1.0

Figuur S1.4.1. Inkomensvooruitgang t.o.v. 100% Wsm bij werkaanvaarding 110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

4% Alleenstaande

10% 15% 4%

Paar zonder kinderen

8% 9% 2%

Alleenstaande ouder

7% 6% 3%

Paar met kinderen

6% 3%

Energiekosten De energietoeslag is in 2023 door het Rijk opnieuw ter beschikking gesteld om huishoudens met een laag inkomen te compenseren in de energiekosten. De energietoeslag bedraagt € 1.300 euro per huishouden per jaar voor 2023. In dit rapport is de energietoeslag doorgerekend voor alle huishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm. Daarbij is in deze inkomenseffect rapportage zichtbaar geworden dat huishoudens door het prijsplafond een aanzienlijke korting krijgen op hun energierekening. Dit komt doordat huishoudens volledig of gedeeltelijk het maximumtarief van € 0,40 voor elektriciteit hoeven te betalen. Voor gas betalen de huishoudens uit deze rapportage ook alleen het maximumtarief van € 1,45. Uit de berekeningen en maandbegrotingen blijkt de compensatie van € 108 euro per maand uit de energietoeslag een aanzienlijke impact heeft op het vrij besteedbare budget van de inwoners. Dit bedrag hoeft niet (volledig) ingezet te worden voor de energiekosten, vanwege de verlaging van de energiekosten door het ingestelde prijsplafond. Het vrij besteedbare budget van de inwoners wordt door de energietoeslag en het prijsplafond ruimer.

S1.5. Uitvoering van het beleid Aanbod van regelingen Ketenpartners en interne medewerkers vinden het aanbod aan minimaregelingen uitgebreid, waardoor vele doelgroepen worden ondersteund. Voor zowel participatie, als zorgkosten als kinderen wordt ondersteuning geboden vanuit de gemeentelijke regelingen. Er worden verschillende dubbelingen en aanvullende behoeften waargenomen die in de conclusie verder worden toegelicht. Het aanbod aan minimaregelingen is deels geharmoniseerd, maar er bestaan ook verschillen in zowel het aanbod en de hoogte van de vergoedingen. Ketenpartners benoemen hun behoefte aan een volledige harmonisatie binnen GR de Bevelanden. De belangrijkste reden hiervoor is eenduidigheid richting de inwoners. Hoewel er verschillende obstakels zijn voor verdere harmonisering (verschillen in politieke kleur en focus van de afzonderlijke gemeenten) streven ook de interne medewerkers naar verdere harmonisatie van de gemeentelijke regelingen. Toegankelijkheid & informatievoorziening Het uitgebreide aanbod aan gemeentelijke minimaregelingen vraagt om een duidelijk overzicht van de mogelijkheden. Daarnaast zijn in de Bevelandse gemeenten verschillende organisaties actief die financiële ondersteuning bieden wat meerdere aanvraagloketten tot gevolg heeft. In de 8

GR De Bevelanden

Versie 1.0

groepsgesprekken komt naar voren dat dit niet altijd voldoende gebruiksvriendelijk is voor inwoners; de ondersteuningsmogelijkheden en bijbehorende aanvraagprocedures zijn niet altijd bekend. De huidige informatievoorziening is niet voor alle doelgroepen laagdrempelig genoeg. De interne medewerkers werken aan toegankelijke formulieren en informatie op taalniveau B1. Samenwerking Ketenpartners waarderen de periodieke uitwisseling met elkaar in het Platform Armoede & Schulden en onderlinge samenwerking. In de samenwerking met de Bevelandse gemeenten zien zij enkele verbeterpunten. Zo zijn de ervaringen van ketenpartners wisselend door het wel of niet hebben van een subsidierelatie met de gemeente; de partners die geen subsidierelatie met de gemeenten hebben, missen soms de gemeentelijke betrokkenheid en ondersteuning in hun werkzaamheden.

S1.6. Ervaring doelgroep minimabeleid Kennis en gebruik regelingen De bekendheid en het gebruik van de minimaregelingen verschilt per regeling. De energietoeslag, collectieve zorgverzekering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen zijn de meest bekende regelingen. De meerderheid van de respondenten gebruikt de regelingen om maandelijks hun (algemene) rekeningen te betalen. De meest genoemde reden voor nietgebruik van regelingen is onwetendheid; de regelingen zijn niet altijd voldoende bekend. Er worden regelingen gemist voor kleding en reiskosten. Kindregelingen Huishoudens in de Bevelandse gemeenten kunnen gebruik maken van verschillende regelingen voor kinderen: Declaratiefonds, Jeugdfonds Sport & Cultuur en Stichting Leergeld. Het Declaratiefonds wordt het meest gebruikt. De regelingen worden vooral ingezet om het lidmaatschap van een sportvereniging te betalen, maar ouders hebben alsnog vaak te weinig budget voor voldoende kleding of schoenen. Informatievoorziening De meest gebruikte informatiekanalen om informatie over de regelingen te verzamelen zijn het internet en via een medewerker van de gemeente of GR de Bevelanden. Bijna een derde weet niet waar hij moet zijn voor de minimaregelingen. Financiële situatie Zes op de tien respondenten kunnen niet iedere maand rondkomen.

Een kleine groep kan financieel niet rondkomen (14 procent) en de helft soms wel en soms niet (46 procent). Wanneer respondenten niet rond kunnen komen, dan hebben ze het meest moeite met het betalen van de basisbehoeften als (gezond) eten en wonen. Tips en adviezen • Informatie en communicatie over de minimaregelingen: respondenten zouden graag meer en duidelijkere informatie ontvangen over de minimaregelingen, ze geven hiervoor concrete ideeën. • Maatwerk in de tegemoetkomingen: er zijn respondenten die aangeven dat ze vergoedingen missen of dat er niet voldoende vergoeding wordt vergeven. • Aanvragen van de regelingen: respondenten benoemen dat het moeilijk is om een regeling aan te vragen of dat ze hierbij hulp (nodig) hebben. Er worden verder ideeën genoemd om het proces eenvoudiger te maken. • Tevreden over de minimaregelingen: inwoners uiten hun tevredenheid over de tegemoetkomingen en ondersteuning. • Zorg: respondenten delen hun ervaringen over de hoogte van de kosten voor (tandarts)zorg en zorgverzekeringen.

9

GR De Bevelanden

Versie 1.0

S1.7. Scenarioanalyse De onderzoeksresultaten geven aanleiding tot het doorrekenen van drie beleidsscenario’s: 1) Verruiming van de inkomensgrens voor de kindregelingen tot 130 procent Wsm Huishoudens met kinderen kunnen gebruik maken van het Jeugdfonds Sport en Cultuur, Stichting Leergeld, het Declaratiefonds (vergoeding voor kinderen) en Stichting Jarige Job. In de huidige situatie is een teruggang van het vrij besteedbaar budget te zien. Wanneer de inkomensgrens wordt verruimd van 120 naar 130 procent Wsm vervalt de teruggang in vrij besteedbaar budget voor huishoudens met kinderen: hun vrij besteedbaar budget neemt toe. Daarnaast zorgt de verruiming van de inkomensgrens op de kindregelingen voor een inkomensvooruitgang ten opzichte van de bijstand. Bij alleenstaande ouders stijgt dit van 6 procent naar 10 procent. Bij tweeoudergezinnen stijgt dit van 3 procent naar 7 procent 6. 2) Update energiekosten en het weglaten van de energietoeslag Om inzicht te krijgen in de situatie van huishoudens zonder de energietoeslag (€ 1.300 per huishouden) is een scenario doorgerekend waar de energietoeslag is weggelaten. Wanneer er geen energietoeslag aan de huishoudens wordt uitgekeerd en de huidige energieprijzen worden meegenomen, valt op dat alle huishoudtypes bij elk inkomen voldoende, maar minder vrij besteedbaar budget overhouden dan in de huidige situatie.

Voor alleenstaanden is dit verschil het grootst. Het wegvallen van de energietoeslag heeft voor alleenstaanden namelijk een (veel) groter effect dan de daling van de energieprijzen. 3) Overlap en dubbelingen in minimabeleid in kaart brengen In de analyse zijn drie domeinen in kaart gebracht waar een dubbeling dan wel overlap van regelingen in het minimabeleid speelt: • De participatieregelingen voor volwassenen: inwoners kunnen gebruikmaken voor de ondersteuning van sport- en cultuurkosten gebruikmaken van het declaratiefonds en het Volwassenfonds Sport & Cultuur (gemeenten Borsele en Kapelle). • De participatieregelingen voor kinderen: voor de financiële ondersteuning voor sport, cultuur en sociale activiteiten kunnen kinderen gebruikmaken van het declaratiefonds, Stichting Leergeld en Jeugdfonds Sport & Cultuur. Er is geen duidelijk onderscheid zichtbaar tussen de vergoedingen. • Zorgkosten: hier speelt een inhoudelijke dubbeling omdat zowel de collectieve zorgverzekering (aanbod: alleen een uitgebreid pakket) en de tegemoetkoming voor chronisch zieken bedoeld is voor minima met een grote zorgvraag. Voor minima met weinig zorgvraag is echter een leemte te zien. In het scenario (hoofdstuk 8) zijn voorstellen gedaan voor het voorkomen van deze overlap tussen de regelingen om het beleid te vereenvoudigen voor de doelgroep.

S.2. Conclusie & aanbevelingen Op basis van de onderzoeksresultaten zien we een aantal relevante conclusies. In onderstaande paragrafen worden deze per thema uiteengezet met bijbehorende aanbevelingen.

S.2.1 Beleid • Doorontwikkeling van de harmonisatie De gemeenten Goes, Borsele, Kapelle, Reimerswaal en Noord-Beveland zijn in 2015 gestart met hun samenwerking middels GR de Bevelanden. Sindsdien werken zij integraal. Ondanks de integrale inzet van de Bevelandse gemeenten, is er niet een volledig geharmoniseerd minimabeleid. Verschillende factoren spelen een rol in het niet volledig harmoniseren van het 6

In dit onderzoek is niet duidelijk geworden wat de verruiming van de inkomensgrenzen van de kindregelingen betekent voor het vrij besteedbare budget en de inkomensvooruitgang van huishouden met inkomens hoger dan 130 procent Wsm. Het is aannemelijk dat er met de verruiming van de inkomensgrens voor kindregelingen, bij hogere inkomens een terugval in het vrij besteedbare budget of een inkomensachteruitgang plaatsvindt. De verruiming van de inkomensgrens betekent namelijk dat er in één keer meerdere gemeentelijke regelingen wegvallen bij inkomens boven 130 procent Wsm. Het is de vraag of de inkomensstijging dit voldoende compenseert.

10

GR De Bevelanden

Versie 1.0

beleid tot nu toe. Zo worden de speerpunten per Bevelandse gemeente opgesteld aan de hand van de politieke kleur van de desbetreffende gemeente. Ook verschillen de gemeente sterk in mate van stedelijkheid/landelijkheid en liggen zij in een uitgestrekt gebied. De gemeenten verschillen ook in visie. Zo is de ene gemeente meer gericht op lokaal beleid en een andere heeft een regionale focus op harmonisatie. Verder valt op dat niet alle gemeenten een lokaal uitvoeringsplan hebben opgesteld, terwijl dit wel door alle gemeenten is overeengekomen in het beleidskader. Dat de gemeenten Goes, Borsele en Kapelle in tegenstelling tot de gemeenten Reimerswaal en Noord-Beveland een lokaal plan hebben opgesteld strookt niet volledig met een geharmoniseerde aanpak in de bestrijding van armoede. Ondanks politieke verschillen streven zowel ketenpartners als interne medewerkers naar verdere harmonisaties, met name om de eenduidigheid richting inwoners te bevorderen. Aanbeveling Onderzoek of verdere harmonisatie haalbaar is, ook in het politieke gesprek. Bijvoorbeeld door minimaal de gemeentelijke regelingen en inkomensgrenzen op elkaar af te stemmen.

• Visie op doelgroepen De gemeenten hebben een duidelijke visie voor het sociaal domein. Deze visie is uitgewerkt in het beleidsplan ‘Leven zonder (geld)zorgen 2021-2024’. De gemeenten willen in eerste instantie zoveel mogelijk voorkómen dat mensen financiële problemen krijgen en in een armoedesituatie terechtkomen. In het huidige armoede- en schuldenbeleid zien we dat de visie op kinderarmoede duidelijk omschreven is: kinderen mogen niet de dupe worden van opgroeien in een gezin met een laag inkomen. Hoewel de gemeente ook voor andere (kwetsbare) doelgroepen nadelige gevolgen van armoede heeft geïdentificeerd, is hiervoor geen visie ontwikkeld. Om armoede effectief en duurzaam aan te pakken is een langetermijnvisie noodzakelijk. Aanbeveling Ontwikkel visie voor de kwetsbare doelgroepen op verschillende levensdomeinen. Bijvoorbeeld minima met een zorgvraag, langdurige minima en AOW-gerechtigde minima zodat deze inwoners worden aangemoedigd door regelingen en andersoortige ondersteuning om mee te doen in de samenleving. Een langetermijnperspectief is hierbij noodzakelijk.

S2.2 Aanbod minimaregelingen • Uitgebreid aanbod Het aanbod aan minimaregelingen is uitgebreid in de Bevelandse gemeenten. Verschillende doelgroepen worden ondersteund in hun financiële situatie zoals langdurige minima (individuele inkomenstoeslag) en minima met een zorgvraag (collectieve zorgverzekering en tegemoetkoming chronisch zieken). Ook op het gebied van participatie worden zowel volwassenen als kinderen ondersteund met het Declaratiefonds, het Jeugdfonds en het Volwassenfonds (Borsele en Kapelle). De brede ondersteuning op verschillende levensdomeinen bevordert minima zoveel mogelijk om te participeren in de samenleving. Dat is cruciaal om eventuele negatieve gevolgen van armoede te reduceren. Het (uitgebreide) aanbod aan minimaregelingen is van belang voor de inwoners; zij ontvangen het positief. Uit de onderzoeksresultaten is de noodzaak hiervan ook duidelijk geworden, in het bijzonder voor ouderparen met kinderen. Zij zijn tot een inkomen van 120 procent Wsm afhankelijk van de gemeentelijke bijdragen om voldoende budget voor sociale participatie te hebben.

11

GR De Bevelanden

Versie 1.0

Aanbeveling Blijf de minimadoelgroep breed ondersteunen op verschillende levensdomeinen.

• Harmonisatie Harmonisatie binnen de GR is op beleidsmatig gebied een thema (zoals eerder beschreven), maar speelt ook in het aanbod van minimaregelingen. Het aanbod aan minimaregelingen heeft vele overeenkomsten met elkaar. Het aanbod is echter niet volledig hetzelfde. Een aantal verschillen zijn bijvoorbeeld: o De gemeentelijke belastingen hebben verschillende bedragen en de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen verschilt daardoor per gemeente; o De bijdrage van het Declaratiefonds verschilt per gemeente. Noord-Beveland biedt binnen het Declaratiefonds ook een vergoeding voor fietsen en computers, terwijl de overige gemeenten losse fiets-, computer- en reiskostenvergoedingen verstrekken; o Het Volwassenfonds Sport & Cultuur is alleen actief in de gemeenten Borsele en Kapelle. In deze gemeenten hebben volwassenen dus meer mogelijkheden om te participeren; o Het Jeugdfonds Sport & Cultuur is actief in Goes, Borsele, Kapelle en Reimerswaal maar niet in Noord-Beveland; o De gemeenten bieden een collectieve zorgverzekering aan en een tegemoetkoming voor chronisch zieken, maar Noord-Beveland heeft daar nog een ‘regeling zorgkosten’ ter dekking van het eigen risico aan toegevoegd die in de overige gemeenten niet beschikbaar is.

De verschillen in het aanbod van minimaregelingen hindert de hulpverlening die ketenpartners aanbieden; van de vrijwilligers vergt het uitzoekwerk om telkens per gemeente de regelgeving duidelijk te krijgen. Zij pleiten voor harmonisatie van het aanbod, met name als het gaat om het Declaratiefonds. Aanbeveling Harmoniseer de gemeentelijke regelingen en bijbehorende inkomensgrenzen. Daarbij kan eenduidigheid over de kindregelingen worden vergroot door één toegangsloket te organiseren voor de kinderregelingen via bijvoorbeeld Stichting Leergeld of door een gedeelde intermediair aan te stellen. • Overlap in het aanbod Verschillen in regelingen tussen de Bevelandse gemeenten en de introductie van nieuwe regelingen (Volwassenfonds sport en cultuur) doet de vraag rijzen of er overlap tussen regelingen bestaat. Inhoudelijk bestaat overlap op drie fronten7: o Zorgkosten Voor zorgkosten wordt een collectieve zorgverzekering, tegemoetkoming voor chronisch zieken en een ‘regeling zorgkosten’ (alleen in Noord-Beveland) aangeboden. Binnen de collectieve zorgverzekering is slechts één pakketkeuze mogelijk; een relatief uitgebreid pakket voor minima met een hoge zorgvraag. In dat perspectief ondersteunen de collectieve zorgverzekering en tegemoetkoming voor chronisch zieken dezelfde groep: minima met een hoge zorgvraag.

Echter, om te beoordelen of hier daadwerkelijk sprake is van overlap in de praktijk (en niet alleen inhoudelijk) moet onderzocht worden of dezelfde inwoners gebruikmaken van beide regelingen.

7 De overlap in het aanbod omtrent zorgkosten en participatie wordt verder beschreven en toegelicht in het

derde beleidsscenario (hoofdstuk 8).

12

GR De Bevelanden

o

o

Versie 1.0

Participatie van volwassenen Op het gebied van participatie is in Borsele en Kapelle het Volwassenfonds Sport & Cultuur geïntroduceerd als aanvulling op het Declaratiefonds. Middels deze regelingen is er in alle gemeenten vergoeding beschikbaar voor een lidmaatschap (sport, cultuur), maatschappelijke activiteiten (bioscoop e.d.) en reis- of fietskosten. Sportkosten kunnen dus via beide regelingen vergoed worden (inhoudelijke dubbeling). Het Volwassenfonds stelt echter meer budget beschikbaar voor sport. Bovendien kunnen de kosten voor sport nu bij het Volwassenfonds gedeclareerd worden en kan het Declaratiefonds worden ingezet voor maatschappelijke en sociale activiteiten of uitjes. Participatie van kinderen Kinderen kunnen aanspraak maken op financiële ondersteuning voor sport en cultuur vanuit drie verschillende regelingen: het Jeugdfonds Sport & Cultuur, Stichting Leergeld en het declaratiefonds. Het advies is om hier een thematische verdeling toe te passen waarbij iedere partij aparte kosten vergoedt. Sport en cultuur kan dan worden vergoed door het Jeugdfonds. Stichting Leergeld kan zich toeleggen op het vergoeden van onderwijskosten en vanuit het declaratiefonds kunnen meer incidentele uitgaven (bioscoopbezoek o.i.d.) worden vergoed.

Om het aanbod verder te vereenvoudigen is aan te bevelen om een gedeelde intermediair aan te stellen of één van de regelingen voorliggend te laten zijn voor de andere ondersteuning.

Aanbeveling Onderzoek of dezelfde groep inwoners gebruikmaken van de verschillende regelingen voor zorgkosten en of dit aanbod vereenvoudigd kan worden. Bijvoorbeeld door de aanvullende ziektekostenregeling (Noord-Beveland) af te schaffen en in de gemeentelijke bijdrage te verrekenen.

Aanbeveling Bied het Volwassenfonds Sport & Cultuur ook in Goes, Reimerswaal en Noord-Beveland aan en stel de vergoeding voor sport niet meer beschikbaar in het Declaratiefonds. Op die manier worden sportkosten en maatschappelijke kosten op verschillende plekken vergoed.

Aanbeveling Maak een thematische onderverdeling voor de kosten die het Jeugdfonds Sport & Cultuur, Stichting Leergeld en het declaratiefonds voor kinderen vergoeden. Stel een gedeelde intermediair aan om het proces te vereenvoudigen.

• Aanvullende behoeften Ketenpartners en inwoners hebben aanvullende behoeften uitgesproken voor de gemeentelijke ondersteuning. Hieronder worden deze beschreven. o Collectieve zorgverzekering Het huidige pakket (bestaande uit basisverzekering 'Zorg-op-maatpolis' en de aanvullende verzekering 'Extra uitgebreid') via CZ sluit met name aan bij de minima met een hoog zorggebruik, zoals chronisch zieken. De verzekering is minder interessant voor minima met minder/weinig zorgvraag; deze groep wordt nu vrijwel niet ondersteund in hun zorgkosten. Aangezien de zorgvraag sterk verschilt per persoon zijn twee opties mogelijk: 1) een minder omvangrijk pakket aanbieden naast het huidige uitgebreide pakket 2) inwoners ondersteunen in de keuze voor een passende verzekering. o Noodfonds 13

GR De Bevelanden

o

o

Versie 1.0

Een noodfonds zou wenselijk zijn om inwoners te ondersteunen bij noodzakelijke, incidentele uitgaven die niet door andere regelingen worden vergoed. Vervoer De Bevelandse gemeenten zijn omgeven door water, het gebied is uitgestrekt en het netwerk van openbaar vervoer is relatief beperkt. Vervoer is daarom een uitdaging voor veel minima. Voor schoolgaande kinderen wordt hiervoor vergoeding aangeboden, maar voor volwassenen niet. Kledingbank en Speelgoedbank De Kledingbank is actief in Reimerswaal, maar ook minima uit de andere gemeenten zouden dit initiatief graag willen bezoeken. Een rijdende Kledingbank of extra vestigingen zouden volgens inwoners en ketenpartners wenselijk zijn.

Aanbeveling De gemeenten willen preventief en vroegtijdig handelen bij geldzorgen. Overweeg daarom om minima te ondersteunen in hun kosten voor zorg(verzekeringen), vervoer, kleding en incidentele uitgaven.

S2.3 Samenwerking • Intergemeentelijke samenwerking Bij de evaluatie van de vorige beleidsperiode is aangegeven dat de samenwerking binnen de afdeling WIZ soms een knelpunt is binnen teams. Zo komt het voor dat teams binnen de afdeling verschillende doelen willen bereiken met cliënten. Afstemming en samenwerking om een gezamenlijk doel te bereiken, is als verbeterpunt genoemd en meegenomen in het huidige beleidsplan. De uitvoering van het minimabeleid (de bijzondere bijstand en het Declaratiefonds) is overgedragen aan GR de Bevelanden. Alleen gemeente Noord-Beveland voert zelf nog het Declaratiefonds uit. Doordat de uitvoering van het minimabeleid voornamelijk bij de GR ligt, hebben beleidsadviseurs, beleidsmedewerkers en kwaliteitsadviseurs van de verschillende gemeenten minder zicht op de uitvoering. De gemeenten spreken daarbij hun zorgen uit over de krappe beleidscapaciteit bij GR de Bevelanden, vanwege vertrek van ervaren medewerkers. De capaciteitskrapte binnen de GR kan als gevolg hebben dat de gestelde beleidsplannen lastig te behalen zijn en dat het lastig is om te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. Medewerkers geven aan dat het hebben van een wisselend aanbod aan minimaregelingen, de samenwerking tussen de gemeenten op het sociaal domein bemoeilijkt.

Medewerkers merken onderling dat er verwarring is over de regelingen en dat de verschillen niet duidelijk inzichtelijk zijn. De sociale kaart is in GR de Bevelanden bovendien geen gemeengoed. Aanbeveling Intensifieer duidelijke afstemming over welke beleidsvraagstukken de GR dan wel de afzonderlijke gemeenten oppakken. Geef binnen het beleidsproces kaders voor wie de verantwoordelijkheid draagt voor welk gedeelte van het proces. Onderzoek verdere mogelijkheden tot harmonisatie en samenwerking om de eenduidigheid voor medewerkers én inwoners te bevorderen. • Samenwerking tussen gemeenten en externe ketenpartners GR de Bevelanden beschrijft de samenwerking met ketenpartners als prettig. Er vindt periodiek overleg plaatst met de partners binnen het Platform Armoede en Schulden. De uitwisseling wordt door de verschillende maatschappelijke organisaties gewaardeerd.

14

GR De Bevelanden

Versie 1.0

Samenwerkingspartners beleven de samenwerking met GR de Bevelanden verschillend. Sommige partners ervaren de samenwerking met de gemeente als goed. Een klein aantal partners beschrijft de samenwerking als minder positief, met name omdat zij de ondersteuning en betrokkenheid vanuit de gemeenten missen in hun werkzaamheden. Partners spelen een belangrijke rol in de vroegsignalering. Een goede samenwerking tussen de Bevelandse gemeenten en de partners is essentieel in het vroegtijdig helpen van inwoners met (kans op) armoede of schulden. Daarom is verdere inzet op de samenwerking van belang.

Aanbeveling Investeer in de samenwerking met externe ketenpartners, in het bijzonder de ketenpartners waarmee geen subsidierelatie bestaat. De maatschappelijke organisaties spelen een cruciale rol in het vroegtijdig en preventief handelen.

Laagdrempeligheid & toegankelijkheid GR de Bevelanden streeft naar het inzetten op een toegankelijke, efficiënte en effectieve hulpen dienstverlening. De onderzoeksresultaten laten een aantal conclusies zien: • Naamsbekendheid ‘GR de Bevelanden’ GR de Bevelanden heeft te maken met naamsonbekendheid. Het is niet voor alle inwoners duidelijk waar ‘GR de Bevelanden’ voor staat en wat het inhoudt. Het is een overweging waard om voor een meer toegankelijke naam te kiezen zoals ‘Sociaal Loket de Bevelanden’. • Website De GR heeft een eigen website, maar ook op de websites van de afzonderlijke gemeenten wordt soms weergegeven welke minimaregelingen beschikbaar zijn. Niet alle regelingen zijn echter terug te vinden. Dit gaat bijvoorbeeld over de ‘regeling zorgkosten’ in Noord-Beveland, die niet op website staat en het Volwassenenfonds Sport en Cultuur die niet op de website van de GR staan, maar wel op de eigen sites van de gemeenten. Ook over de kindregelingen bestaat soms onduidelijkheid; zo worden het ‘Kindpakket’ en ‘Declaratiefonds’ als losse regelingen weergegeven terwijl het Kindpakket een onderdeel van het Declaratiefonds is. • Digitaal loket In het beleidskader staat beschreven dat GR de Bevelanden werkt met één digitaal loket voor de kindregelingen, zodat de regelingen eenvoudig vindbaar en aan te vragen zijn.

In de praktijk blijkt dat dit er via dit digitale loket geen regelingen zijn aan te vragen. • Sociale kaart Om de informatievoorziening te bevorderen is een overzicht van de maatschappelijke organisaties/ketenpartners cruciaal. • Toegang Het is voor inwoners niet altijd duidelijk waar ze moeten zijn met hun hulpvraag. Dit geldt zowel voor de regelingen voor volwassenen als voor de kindregelingen. • Taalniveau De huidige informatievoorziening is niet voor alle doelgroepen laagdrempelig genoeg. Toegankelijke aanvraagformulieren en informatie zijn belangrijk, juist voor inwoners die beperkte taalvaardigheden of beperkte digitale vaardigheden hebben. Ook het aanbieden van informatie in verschillende talen wordt wenselijk gevonden door ketenpartners.

15

GR De Bevelanden

Versie 1.0

Aanbeveling Stel een overzicht op van de beschikbare regelingen en ondersteuning van externe organisaties. Neem als gemeente een regisserende rol en zorg voor regelmatige updates en verspreiding van deze sociale kaart. Stem af welke informatie op welke websites wordt weergegeven om verwarring en incompleetheid te voorkomen. Voor alle communicatie-uitingen geldt: B1-niveau en pictogrammen of filmpjes spreken tot de verbeelding.

Sturing en monitoring Cijfers van het gebruik van de regelingen zijn inzichtelijk per gemeente. In de gesprekken met interne medewerkers is naar voren gekomen dat de behoefte er is om deze cijfers vaker te ontvangen, bijvoorbeeld eens per kwartaal. Deze worden bovendien niet periodiek geëvalueerd. De gebruikscijfers dienen dan ook als sturingsinformatie voor de beleidskaders. Hier liggen kansen om meer data gestuurd en vanuit de lokale behoefte te werken. Vanuit de maatschappelijke organisaties/ketenpartners ontvangt de gemeente verantwoordingscijfers van de organisaties met wie zij een subsidierelatie onderhouden. De overige partijen rapporteren niet naar de gemeenten terug.

Aanbeveling Geef de gebruikscijfers van de regelingen een grotere rol in de monitoring van de beleidsdoelstellingen.

16

GR De Bevelanden

Versie 1.0

1. Minimahuishoudens in de Bevelandse gemeenten In dit hoofdstuk beschrijven we de omvang en samenstelling van de groepen huishoudens met inkomens tot 130 procent van het Wettelijke sociale minimum (Wsm) in de Bevelandse gemeenten. Dit is de doelgroep die centraal staat in dit onderzoek 8. Het aantal minimahuishoudens schatten we aan de hand van de Armoede Index 9. De Armoede Index wordt samengesteld op basis van een combinatie van gemeentelijke gebruiksgegevens, geëxtrapoleerde CBS-gegevens en kengetallen op basis van ervaringscijfers bij andere gemeenten. Met als resultaat een schatting van het aantal minimahuishoudens dat tot de doelgroep van het minimabeleid hoort.

1.1. Alle huishoudens In Goes wonen 38.950 personen, verdeeld over 18.267 huishoudens, waarmee de gemiddelde huishoudgrootte op 2,13 personen komt. Dat is nagenoeg in lijn met het landelijke gemiddelde (2,17 personen per huishouden). Van de 38.950 personen in Goes, zijn er 7.034 (18 procent) jonger dan 18 jaar en 8.891 (23 procent) personen ouder dan 66 jaar. In Borsele wonen 22.847 personen, verdeeld over 9.648 huishoudens, waarmee de gemiddelde huishoudgrootte op 2,37 personen komt. Dat is iets meer dan het landelijke gemiddelde (2,17 personen per huishouden). Van de 22.847 personen in Borsele, zijn er 4.610 (20 procent) jonger dan 18 jaar en 4.600 (20 procent) personen ouder dan 66 jaar. In Kapelle wonen 13.020 personen, verdeeld over 5.409 huishoudens, waarmee de gemiddelde huishoudgrootte op 2,41 personen komt. Dat is meer dan het landelijke gemiddelde (2,17 personen per huishouden). Van de 13.020 personen in Kapelle, zijn er 2.790 (21 procent) jonger dan 18 jaar en 2.655 (20 procent) personen ouder dan 66 jaar. In Reimerswaal wonen 22.920 personen, verdeeld over 9.251 huishoudens, waarmee de gemiddelde huishoudgrootte op 2,48 personen komt. Dat is meer dan het landelijke gemiddelde (2,17 personen per huishouden). Van de 22.920 personen in Reimerswaal, zijn er 5.550 (24 procent) jonger dan 18 jaar en 3.802 (17 procent) personen ouder dan 66 jaar.

In Noord-Beveland wonen 7.668 personen, verdeeld over 3.752 huishoudens, waarmee de gemiddelde huishoudgrootte op 2,04 personen komt. Dat is minder dan het landelijke gemiddelde (2,17 personen per huishouden). Van de 7.668 personen in Noord-Beveland, zijn er 1.156 (15 procent) jonger dan 18 jaar en 2.085 (27 procent) personen ouder dan 66 jaar. De huishoudsamenstelling in de Bevelandse gemeenten wijkt deels af van het landelijke beeld. Het aandeel huishoudens met alleenstaanden ligt in de Bevelandse gemeenten over het algemeen gelijk aan of lager dan het landelijk gemiddelde. Verder is het aandeel meerpersoonshuishoudens met en zonder kinderen in de Bevelandse gemeenten in de meeste gevallen hoger dan het landelijke aandeel. Onderstaand geven we de belangrijkste kenmerken van de bevolkingspopulatie in 2023 in de Bevelandse gemeenten weer. Tabel 1.1.1 Aantal huishoudens en inwoners Bevelandse gemeenten Categorie Aantal huishoudens Aantal personen Gemiddelde huishoudgrootte

18.267 38.950

9.648 22.847

5.409 13.020

9.251 22.920

NoordBeveland 3.752 7.668

2,13

2,37

2,41

2,48

2,04

Goes

Borsele

Kapelle

Reimerswaal

8 De omvang van de doelgroepen tot 150 procent Wsm wordt tevens weergegeven. 9 In bijlage 4 staat de onderzoeksmethodiek van de Armoede Index beschreven.

17

GR De Bevelanden

Versie 1.0

Tabel 1.1.2 Huishoudens naar type per Bevelandse gemeente Gemeente

Huishoudtype

Aantal

Aandeel

Goes

Alleenstaand Alleenstaande ouder Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal

7.161 1.225 5.671 4.210 18.267

39% 7% 31% 23% 100%

Aandeel landelijk 39% 7% 29% 25% 100%

Borsele

Alleenstaand Alleenstaande ouder Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal

2.935 526 3.330 2.857 9.648

30% 5% 35% 30% 100%

39% 7% 29% 25% 100%

Kapelle

Alleenstaand Alleenstaande ouder Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal

1.506 322 1.883 1.698 5.409

28% 6% 35% 31% 100%

39% 7% 29% 25% 100%

Reimerswaal

Alleenstaand Alleenstaande ouder Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal

2.979 478 2.756 3.038 9.251

32% 5% 30% 33% 100%

39% 7% 29% 25% 100%

NoordBeveland

Alleenstaand Alleenstaande ouder Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal

1.408 185 1.407 752 3.752

38% 5% 38% 20% 100%

39% 7% 29% 25% 100%

1.2. Minimahuishoudens Van alle huishoudens in de Bevelandse gemeenten moeten (naar schatting) variërend per gemeente tussen de 4,2 en 6,1 procent rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau. Het gemiddelde percentage huishoudens met een dergelijk inkomen ligt landelijk tussen de 5 en 6 procent. Wisselend per gemeente heeft 5,2 tot 7,5 procent van alle huishoudens een inkomen tot 110 procent Wsm. Naar schatting heeft 7,0 tot 9,1 procent van de huishoudens een inkomen tot 120 procent Wsm. Het gemiddelde aandeel minimahuishoudens in andere (vergelijkbare) gemeenten is 8 à 9 procent. 8,6 tot 12,0 procent van alle huishoudens heeft een inkomen tot 130 procent Wsm. De volgende tabel bevat een overzicht van de actuele aantallen en aandelen huishoudens per gemeente uit GR de Bevelanden dat een inkomen heeft tot maximaal 130 procent van het Wettelijk sociale minimum voor het betreffende huishoudtype.

18

GR De Bevelanden

Versie 1.0

Tabel 1.2.1 Huishoudens naar inkomen per Bevelandse gemeente Gemeente Goes

Borsele

Inkomen Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm

Aantal 1.110 1.363 1.666 2.196

Aandeel 6,1% 7,5% 9,1% 12,0%

Overig Totaal

16.080 18.276

88,0% 100%

445 538 709 898

4,5% 5,6% 7,3% 9,3%

8.750 9.648

90,7% 100%

229 280 381 464

4,2% 5,2% 7,0% 8,6%

Overig Totaal

4.945 5.409

91,4% 100%

Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm

462 617 839 1.028

5,0% 6,7% 9,1% 11,1%

Overig Totaal

8.223 9.251

88,9% 100%

205 257 300 361

5,5% 6,8% 8,0% 9,6%

3.391 3.752

90,4% 100%

Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm Overig Totaal

Kapelle

Reimerswaal

NoordBeveland

Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm

Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm Overig Totaal

Verdeling naar kenmerken Om de cijfers van de Bevelandse gemeenten in context te plaatsen, zijn eerst een aantal landelijk gemiddelde cijfers geschetst. De cijfers van de afzonderlijke Bevelandse gemeenten zijn vergeleken met de gemiddelde cijfers die we terugzien in andere vergelijkbare gemeenten. Er is gekeken naar gemeenten met een inwonerstal tot 50.000, aangezien de afzonderlijke Bevelandse gemeenten allemaal passen in deze categorie. Ter illustratie, in andere gemeenten zien we gemiddeld dat 40 à 45 procent van de minimahuishoudens een uitkering vanuit de Participatiewet ontvangt, 20 à 25 procent heeft een AOW-uitkering en 35 à 40 procent een overig inkomen. Een overig inkomen kan bijvoorbeeld WW-uitkering zijn of inkomen uit arbeid. Verder zien we in andere vergelijkbare gemeenten dat het gemiddeld aantal alleenstaanden tussen de 50 en 55 procent ligt bij minimahuishoudens. Het aandeel minimahuishoudens met thuiswonende kinderen is bij anderen gemeenten 25 à 30 procent. Het aandeel meerpersoonshuishoudens zonder kinderen komt logischerwijs op ongeveer 20 procent. 19

GR De Bevelanden

Versie 1.0

Goes De doelgroep voor de regelingen met een inkomensgrens van 130 procent Wsm bestaat voor 31 procent uit huishoudens die een uitkering ontvangen vanuit de Participatiewet en voor 36 procent uit huishoudens met een AOW-uitkering. Een derde heeft een overig inkomen. De gemeente Goes heeft relatief minder huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet en meer huishoudens met een AOW-uitkering in vergelijking met andere gemeenten met een inwonersaantal tot 50.000. Van alle minimahuishoudens is het grootste deel (55 procent) alleenstaand. In totaal heeft 27 procent van de minimahuishoudens thuiswonende kinderen. Dit komt overeen met het aandeel wat we zien in vergelijkbare gemeenten. Tabel 1.2.2 Inkomensbron en huishoudtype minima, inkomen tot 100% en 130% Wsm Categorie

100% Wsm Aantal

130% Wsm

Aandeel

Aantal

Aandeel

Inkomensbron Participatiewet AOW inkomen Ander inkomen • WW/ WAO/ WAJONG • ZZP • Werk uit arbeid Totaal

690 196 224 108 69 46 1.110

62% 18% 20% 10% 6% 4% 100%

690 784 722 339 77 307 2.196

31% 36% 33% 15% 4% 14% 100%

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal

623 119 202 165 1.110

56% 11% 18% 15% 100%

1.210 270 391 325 2.196

55% 12% 18% 15% 100%

Borsele De doelgroep voor de regelingen met een inkomensgrens van 130 procent Wsm bestaat voor een vijfde uit huishoudens die een uitkering ontvangen vanuit de Participatiewet en voor een derde uit huishoudens met een AOW-uitkering. Bijna de helft van de minimapopulatie heeft een overig inkomen. De gemeente Borsele heeft relatief minder huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet en meer huishoudens met een overig inkomen in vergelijking met andere gemeenten. Van alle minimahuishoudens is het grootste deel (55 procent) alleenstaand. In totaal heeft ruim een kwart (27 procent) van de minimahuishoudens thuiswonende kinderen. Dit komt overeen met het aandeel wat we zien in vergelijkbare gemeenten.

20

GR De Bevelanden

Versie 1.0

Tabel 1.2.3 Inkomensbron en huishoudtype minima, inkomen tot 100% en 130% Wsm Categorie

100% Wsm Aantal

130% Wsm

Aandeel

Aantal

Aandeel

Inkomensbron Participatiewet AOW inkomen Ander inkomen • WW/ WAO/ WAJONG • ZZP • Werk uit arbeid Totaal

180 127 138 80 23 35 445

40% 29% 31% 18% 5% 8% 100%

180 292 426 233 88 105 898

20% 33% 47% 26% 10% 11% 100%

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal

229 46 82 89 445

51% 10% 18% 20% 100%

493 97 163 146 898

55% 11% 18% 16% 100%

Kapelle De doelgroep voor de regelingen met een inkomensgrens van 130 procent Wsm bestaat voor 17 procent uit huishoudens die een uitkering ontvangen vanuit de Participatiewet en voor 19 procent uit huishoudens met een AOW-uitkering. Ruim de helft (54 procent) heeft een overig inkomen. De gemeente Kapelle heeft relatief aanzienlijk minder huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet, ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. Het aandeel huishoudens met een inkomen uit een andere bron is relatief groter in vergelijking met andere gemeenten. Van alle minimahuishoudens is het grootste deel (53 procent) alleenstaand. In totaal heeft 29 procent van de minimahuishoudens thuiswonende kinderen. Dit komt overeen met het aandeel wat we zien in vergelijkbare gemeenten. Tabel 1.2.4 Inkomensbron en huishoudtype minima, inkomen tot 100% en 130% Wsm Categorie

100% Wsm Aantal

130% Wsm

Aandeel

Aantal

Aandeel

Inkomensbron Participatiewet AOW inkomen Ander inkomen • WW/ WAO/ WAJONG • ZZP • Werk uit arbeid Totaal

80 54 96 43 28 25 229

35% 23% 42% 19% 12% 11% 100%

80 134 249 119 57 73 464

17% 19% 54% 26% 12% 16% 100%

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal

114 26 44 46 229

50% 11% 19% 20% 100%

245 49 86 83 464

53% 11% 19% 18% 100%

Reimerswaal De doelgroep voor de regelingen met een inkomensgrens van 130 procent Wsm bestaat voor 18 procent uit huishoudens die een uitkering ontvangen vanuit de Participatiewet en voor 32 procent uit huishoudens met een AOW-uitkering. De helft heeft een overig inkomen. De gemeente Reimerswaal heeft aanzienlijk minder huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet en 21

GR De Bevelanden

Versie 1.0

meer huishoudens met een AOW-uitkering en huishoudens met andere inkomens in vergelijking met andere gemeenten. Van alle minimahuishoudens is het grootste deel (56 procent) alleenstaand. In totaal heeft 28 procent van de minimahuishoudens thuiswonende kinderen. Dit komt overeen met het aandeel wat we zien in vergelijkbare gemeenten. Tabel 1.2.5 Inkomensbron en huishoudtype minima, inkomen tot 100% en 130% Wsm Categorie

100% Wsm

130% Wsm

Aantal

Aandeel

Aantal

Aandeel

Inkomensbron Participatiewet AOW inkomen Ander inkomen • WW/ WAO/ WAJONG • ZZP • Werk uit arbeid Totaal

190 113 159 68 30 61 462

41% 24% 35% 15% 6% 13% 100%

190 325 514 244 104 166 1.028

18% 32% 50% 24% 10% 16% 100%

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal

250 49 71 92 462

54% 11% 15% 20% 100%

572 108 164 185 1.028

56% 10% 16% 18% 100%

Noord-Beveland De doelgroep voor de regelingen met een inkomensgrens van 130 procent Wsm bestaat voor 23 procent uit huishoudens die een uitkering ontvangen vanuit de Participatiewet en voor 31 procent uit huishoudens met een AOW-uitkering. 46 procent heeft een overig inkomen. De gemeente Noord-Beveland heeft relatief minder huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet en meer huishoudens met een AOW-uitkering huishoudens met andere inkomens in vergelijking met andere gemeenten. Van alle minimahuishoudens is het grootste deel (54 procent) alleenstaand. In totaal heeft 25 procent van de minimahuishoudens thuiswonende kinderen. Dit komt overeen met het aandeel wat we zien in vergelijkbare gemeenten. Tabel 1.2.6 Inkomensbron en huishoudtype minima, inkomen tot 100% en 130% Wsm Categorie

100% Wsm

130% Wsm

Aantal

Aandeel

Aantal

Aandeel

Inkomensbron Participatiewet AOW inkomen Ander inkomen • WW/ WAO/ WAJONG • ZZP • Werk uit arbeid Totaal

90 51 64 34 13 17 205

44% 25% 31% 17% 6% 8% 100%

90 99 172 91 35 46 361

25% 27% 48% 25% 10% 13% 100%

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal

111 26 39 29 205

54% 13% 19% 14% 100%

195 40 76 50 361

54% 11% 21% 14% 100%

22

GR De Bevelanden

Versie 1.0

1.3. Kinderen Van kinderen tot 18 jaar in de Bevelandse gemeenten groeien er naar schatting, afhankelijk van de gemeente, tussen de 9,5 en 13,4 procent op in een huishouden met een inkomen tot 130 procent van het voor dat huishouden geldende Wettelijk sociaal minimum. Dit aandeel ligt, afhankelijk van de gemeente, in verschillende mate in lijn met het gemiddelde in vergelijkbare gemeenten: in andere gemeente van vergelijkbare grootte vormen minimakinderen gemiddeld zo’n 8 procent van alle kinderen. Tabel 1.3.1 Aantal kinderen naar inkomen, cumulatief (schatting) per gemeente Gemeente Goes

Borsele

Kapelle

Reimerswaal

NoordBeveland

Kinderen Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm

Aantal

Aandeel 472 582 717 941

6,7% 8,3% 10,2% 13,4%

Overige inkomens Alle kinderen

6.093 7.034

86,6% 100%

Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13930506/1