B.22d Reactie DB zienswijzen deelnemers RUD Zeeland 3e begr. wijz. 2024 pva Robuuste RUD - na feedback MT (4) geanonimiseerd
Tekst van het document
ZEE
AN DN
Ingediende zienswijzen deelnemers RUD Zeeland 3e begrotingswijziging 2024 en PvA Robuuste RUD Zeeland Inclusief reactie van RUD Zeeland Zaaknummer: 344 Portefeuillehouder MT Interim directeur
Terneuzen, 9 september 2024 Opsteller: DB
Op 25 maart 2024 heeft het algemeen bestuur van RUD Zeeland ingestemd om het plan van aanpak Robuuste RUD en de 3e begrotingswijziging 2024 voor zienswijze voor te leggen aan de gemeenteraden en Provinciale Staten Dit document bevat alle ingekomen zienswijzen van de 13 Zeeuwse gemeenten en de Provinciale Staten van RUD Zeeland
Samenvatting ingediende zienswijzen Alle deelnemers hebben een zienswijze ingediend over de 3° begrotingswijziging 2024. De volgende 6 gemeenteraden en Provinciale Staten hebben een positieve zienswijze ingediend, al dan niet met voorwaarden -
Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Schouwen Duiveland, Veere, Vlissingen en Provincie Zeeland (7 stemmen)
De volgende 7 gemeenten hebben geen positieve zienswijze ingediend over de 3° begrotingswijziging 2024, waarbij er onderscheid te maken is in 3 groepen 1
Borsele en Tholen: Nee, het Rijk is aan zet en moet hier middelen voor ter beschikking stellen
Hulst, Terneuzen en Sluis: Alleen akkoord met budget voor de basis op orde. Goes en Reimerswaal: Maximaal €£16,5 miljoen, waarbij de gemeente Goes aangeeft, 16,5 min. per ijkdatum 1 april 2026 en vervolgens doorgroeien naar het uiteindelijke voorstel mits de financiën hiervoor toereikend zijn
Algemene reactie op ingediende zienswijzen Volgens de GR is er een 2/3° meerderheid nodig in het AB om in te stemmen met een begrotingswijziging. Op basis van bovenstaande verdeling is er geen 2/3° meerderheid voor de 3° begrotingswijziging 2024. (13 stemmen voor ; 7 stemmen tegen) 1
Budget 3° begrotingswijziging 2024 a Alleen Basis op orde en /of maximale omzet 16,5 miljoen
Het dagelijks bestuur van RUD Zeeland neemt kennis van de zienswijze van de drie gemeenten Hulst Sluis en Terneuzen om akkoord gaan met de maatregelen en kosten van de onderdelen met betrekking tot de “basis op orde”. Dat is een eerste belangrijke stap voor RUD Zeeland richting 1 Kosten voor de Basis op orde: €2.747.000. De totale begroting komt dan uit op €15,3 mln. op basis van prijspeil en begroting 2023 Het totale plan van aanpak bedraagt €5.782.600. De totale begroting komt dan uit op €18,35 min. op basis van prijspeil en begroting 2023
robuust worden. De totale begroting op basis van prijspeil 2023 komt dan uit op €15,3 min. Zie ook voetnoot 1 op blz. 1. Alleen de maatregelen met betrekking tot de “basis op orde” zijn helaas niet voldoende om RUD Zeeland robuust te maken, volgens de criteria vanuit het Interbestuurlijk programma Versterking VTH-stelsel (IBP VTH).
b. £€16,5 miljoen is niet toereikend Het perspectief voor 2026 uit het plan van aanpak “Samen naar een Robuuste RUD” en de 3e begrotingswijziging 2024 komt op een omzet boven de in KPI 1 voorgeschreven minimumomzet van € 16,5 miljoen. De gemeenten Goes en Reimerswaal geven aan dat zij alleen kunnen instemmen met een maximum begroting van 16,5 miljoen. Het dagelijks bestuur van RUD Zeeland neemt kennis van de zienswijze van deze gemeenten om deels in te stemmen met het plan van aanpak en de bijbehorende begrotingswijziging.
Wil RUD Zeeland voldoen aan alle robuustheidscriteria, dan is € 16,5 miljoen niet toereikend. Om te voldoen is € 16,5 miljoen het minimum én 114 fte (VTH-medewerkers) én 80% in vaste dienst. Inclusief voldoende opleidingsbudget en budget voor innovatie. Om de basis op orde te krijgen én alle maatschappelijke opgaven in Zeeland aan te kunnen is extra capaciteit nodig. Met de voorgestelde maatregelen in dit plan van aanpak komen we gezamenlijk tot een robuuste RUD Zeeland en kan RUD Zeeland in de toekomst ook robuust blijven. Vandaar dat het plan van aanpak op een begroting van €18,3 mln. uitkomt en benodigd is.
Het ministerie heeft aan RUD Zeeland laten weten dat zij alle robuustheidscriteria opnemen in een AmvB. Het wordt daarmee een ministeriële verplichting om aan alle KPI's te voldoen. Voor RUD Zeeland betekent dit dat de basis op orde moet komen, maar dat ook de implementatie van de overige KPI's vereist is.
2. Monitoring Meerdere gemeenteraden en Provinciale Staten geven in hun zienswijze aan dat zij op de hoogte gehouden willen worden van de voortgang van het plan van aanpak en de voortgang willen monitoren. In het plan van aanpak is vermeld dat RUD Zeeland in de voortgangsrapportages een aparte paragraaf opneemt voor het plan van aanpak en het robuuster worden van de RUD. Per KPI brengt RUD Zeeland in beeld wat de voortgang is.
3. Alternatieve mogelijkheden — plan B / fusie In het deelnemersoverleg én in het algemeen bestuur is in 2023 de wens uitgesproken om te gaan voor een robuuste Zeeuwse omgevingsdienst. Uit de zienswijzen van Provinciale Staten en de gemeenteraden blijkt dit draagvlak er ook bij een groot deel van de volksvertegenwoordiging te zijn. Wel geven meerdere gemeenten in hun zienswijzen aan dat alternatieven voor het plan van aanpak niet of nauwelijks onderzocht zijn.
Zoals enkele gemeenten ook aangeven in hun zienswijzen zijn voor- en nadelen van een fusie door SPPS/TwynstraGudde onderzocht. Hieruit blijkt dat een fusie op korte termijn in ieder geval niet kostenbesparend werkt. In dit onderzoek is gekeken naar alle 6 de KPI's/robuustheidscriteria die
landelijk zijn opgesteld. Fusie is met name nadelig voor de congruentie met het werkgebied (KPI 6). In het onderzoek komt dit naar voren in zorgen over verlies van (bestuurlijke) nabijheid, lokale kennis en bestuurlijke sensitiviteit. In de vergadering van het algemeen bestuur van 8 april heeft de interim directeur van RUD Zeeland toegezegd dat hij contact opneemt met omliggende omgevingsdiensten over fusie en/of nauwere samenwerking. Begin april 2024 heeft de interim directeur contact opgenomen met de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB), Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ), en DCMR. Een kort verslag van deze gesprekken is in de bijlage bij deze reactie te vinden.
4. Stelselverantwoordelijkheid Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Het DB constateert dat een aantal gemeenten aandacht vraagt voor de stelselverantwoordelijkheid van het ministerie van lenW en voor het feit dat er voldoende middelen ter beschikking moeten worden gesteld om de milieutaken adequaat uit te voeren. Robuust worden is echter een urgente zaak voor RUD Zeeland en langer wachten kan juist zorgen voor een grotere achterstand en het minder snel bereiken van een schoon, gezond en veilig Zeeland. De landelijke robuustheidscriteria zijn opgesteld in het landelijke IBP-VTH, waar het Rijk, VNG, IPO en OmgevingsdienstNL in deelnemen. De criteria zijn daar bestuurlijk vastgesteld. De eigenaren zijn verantwoordelijk voor voldoende financiën voor de eigen omgevingsdienst. ? Hiermee staan momenteel de deelnemers aan de lat voor dit plan van aanpak om RUD Zeeland robuust te maken voor uiterlijk 1 april 2026. Zie ook het antwoord onder 16. “16,5 min. is niet toereikend.”
5. Risico haalbaarheid Enkele gemeenten geven aan dat zij zorgen hebben over de haalbaarheid van het opgestelde plan van aanpak, waaronder zorgen over het aantrekken van nieuw personeel.
In de afgelopen periode zijn de ervaringen bij het invullen van openstaande vacatures positief. Dit biedt perspectief voor de aankomende periode. Het werven en inwerken van nieuw personeel zal veel vergen van de organisatie. Daarom is er een ingroeimodel opgesteld, waarmee in de periode 2024- 2027 gefaseerd toe gewerkt wordt naar een robuuste organisatie. Daarnaast gaat RUD Zeeland een implementatieplan opstellen. Hiervoor is al een gespecialiseerd adviesbureau benaderd. In dit implementatieplan is specifieke aandacht voor de inrichting een aansturing van de organisatie.
2 |BP-VTH, Rapportage financieringssystematiek omgevingsdiensten vastgesteld 20-6-2024 in BO, blz. 23.
Ingediende zienswijzen deelnemers RUD Zeeland
Gemeente Borsele Zienswijze:
Een negatieve zienswijze
Tussen het Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) zijn afspraken gemaakt dat voor de uitbreiding van taken, extra geld beschikbaar moet worden gesteld. Zolang het Rijk geen extra middelen ter beschikking stelt, stemmen we niet in met deze verhoging. Via het Overleg Zeeuwse Overheden zijn we een lobbytraject gestart voor extra rijksmiddelen.
Reactie:
Robuust worden is een urgente zaak voor RUD Zeeland en langer wachten kan juist zorgen voor een grotere achterstand en het minder snel bereiken van een schoon, gezond en veilig Zeeland. Zie ook de algemene reactie onder 1a. en 1b.
Gemeente Goes Instemmen met het voorgenomen plan van aanpak robuuste RUD voor wat betreft de inhoud. Niet instemmen met de 3e begrotingswijziging 2024 van de RUD en hiertoe een zienswijze in te dienen waarin we aanbevelen om in 2026 te voldoen aan datgeen minimaal verplicht is en de jaren daarna toegroeien naar het uiteindelijke voorstel, mits de financiële middelen hiervoor toereikend zijn.
Reactie:
Er kan niet gewacht worden met het robuust maken van omgevingsdiensten. Verdere achterstand of vertraging maakt een schoon, veilig en gezond Zeeland minder bereikbaar. Zie ook antwoord 1. Onder de algemene reactie.
Gemeente Hulst Zienswijze samen met Terneuzen en Sluis: Maatregelen basis op orde Wij herkennen dat de bekostigingssystematiek van de RUD Zeeland ertoe heeft geleid dat er onvoldoende geïnvesteerd kon worden in de primaire taken voor VTH (Vergunningverlening, toezicht en handhaving), innovatie en strategische bedrijfsvoering. Wij gaan dan ook akkoord met de maatregelen in het plan van aanpak om de basis op orde te brengen en dat wij als deelnemers deze kosten moeten dragen. Inbreng plustaken Niet alle deelnemers hebben hun plustaken bij de RUD Zeeland ondergebracht. Door deze gemeentelijke keuzes wordt de opgave voor de RUD Zeeland groter. Het vergroten van deze opgave leidt er tevens toe dat de overige deelnemers een grotere bijdrage moeten bijdragen om in de robuustheid te voorzien. Wij zijn van mening dat de verantwoordelijkheid om de RUD Zeeland robuust te maken van alle deelnemers een gelijke inspanning verwacht. Wij verwachten dat de deelnemers die nog geen of niet alle plustaken hebben overgedragen, dit alsnog zullen doen.
Overige maatregelen om te kunnen voldoen aan de KPI's
Het plan van aanpak heeft een enorme financiële impact voor de deelnemers. Met het oog op 2026, beter bekend als 'het ravijnjaar’, zijn er onvoldoende middelen beschikbaar om het plan van aanpak te kunnen financieren. Wanneer ingestemd wordt met het Plan van aanpak is het risico daarnaast dat er geen sluitende gemeentelijke begroting gemaakt kan worden. De opgaven vanuit het Rijk eisen meer dan de eigen kwaliteitscriteria. Daarin zijn wij van mening dat het Rijk financieel moet bijdragen om aan het totaal van de gestelde criteria te voldoen. Ook de VZG en de Provincie Zeeland zijn van mening dat het Rijk extra financiële middelen beschikbaar moet stellen om te komen tot een robuuste omgevingsdienst Zeeland. Hiervoor sturen zij een gezamenlijk brief aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat als stelselverantwoordelijke. Onderbouwing plan van aanpak
Het aantal fte's is voornamelijk gebaseerd op het rapport "Rapport robuuste milieutaken Zeeland", dat in opdracht van de provincie Zeeland door TwynstraGudde is opgesteld én ervaringscijfers. Er is te weinig voorbereidingstijd geweest om deze getallen concreet te onderbouwen. Bij verdere uitwerking en implementatie zullen deze alsnog tegen het licht gehouden moeten worden. Het aantal Fte's is in een aantal gevallen afhankelijk van het ambitieniveau. Dit zal gezamenlijk bepaald moeten worden. Het werken met een meerjarenplanning zou volgens het rapport moeten leiden tot een aanpassing van de financieringssystematiek. Het aandeel individueel jaarplan zou hiermee mogelijk iets kleiner worden. Omdat dit buiten de scope van het plan van aanpak viel, is hier niet verder op ingegaan. Het kan echter wel van invloed zijn op de hoogte van de begroting. Haalbaarheid plan van aanpak De maatregelen in het plan van aanpak hebben naast de financiële impact ook een grote organisatorische impact. Wij zien risico's in de uitvoerbaarheid als het gaat om de werving van de benodigde formatie en het behalen van de gewenste kwaliteit. Een mogelijk alternatief is verdergaande samenwerking of fusie. Wij realiseren ons dat in het algemeen bestuur de wens is uitgesproken om een Zeeuwse omgevingsdienst te behouden.
Ook zijn wij bekend met het onderzoek van SPPS Consultants waarin een globale beschouwing is gegeven op fusie als kostenbesparende maatregel. In dit rapport is echter niet ingegaan op wat de gevolgen van verdergaande samenwerking of fusie zijn voor de kwaliteit van de omgevingsdienst. Wanneer er geen definitief plan van aanpak aan de staatssecretaris kan worden aangeboden en de RUD daardoor niet in staat is om tijdig (1 april 2026) te voldoen aan de robuustheidscriteria voor omgevingsdiensten kan de staatssecretaris ingrijpen. Wat die consequenties zijn is niet duidelijk. Een plan B of mogelijke consequentie is verdergaande samenwerking of fusie met een andere omgevingsdienst. Wij spreken de staatssecretaris als stelselverantwoordelijke aan om (ook) op voorhand duidelijke kaders te bieden, mocht een verdergaande samenwerking of fusie (plan B) aan de orde zijn.
Na een mogelijk (gedwongen) verdergaande samenwerking of fusie vragen wij ons af in hoeverre het haalbaar en verantwoord is om de omgevingsdienst nog langer decentraal aan te sturen. Het is daarom van belang dit vooraf te onderzoeken. Op basis van de stukken die nu voorliggen, kunnen wij die afweging niet maken.
Op basis van voorgenoemde argumenten kunnen wij niet instemmen met het voorgenomen plan van aanpak en bijbehorende 3° begrotingswijziging. Wij verzoeken u onze zienswijze te betrekken bij de besluitvorming in het algemeen bestuur op 9 september a.s. Een afschrift van deze brief hebben wij verzonden aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, mevrouw Drs. V.L.W.A. Heijnen. Reactie:
De maatregelen en kosten van de onderdelen met betrekking tot de “basis op orde” vormen een eerste belangrijke stap voor RUD Zeeland richting robuust worden. Robuust worden is alleen niet mogelijk met alleen de maatregelen met betrekking tot “basis op orde” en robuust worden is juist een urgente zaak voor RUD Zeeland. Langer hiermee wachten, kan juist zorgen voor een grotere achterstand en het minder snel bereiken van een schoon, gezond en veilig Zeeland. Zie voor een verdere reactie hierop de algemene reactie onder 1. 2. 3, 4, en 5.
Voor de onderbouwing van de fte's uit het plan van aanpak geldt dat het rapport van TwynstraGudde hier als basis voor dient, maar ook cijfers uit de begroting en jaarplannen van RUD Zeeland. Het is van belang om te benadrukken dat de fte's die benoemd zijn in het plan van aanpak wel een onderbouwing en uitwerking kennen. Dit geldt zowel voor energietaken, plastic korrels en deels voor ketentoezicht. Bij de nadere uitwerking werken we dit gezamenlijk met de deelnemers uit. Inbreng van plustaken draagt bij aan de robuustheid van RUD Zeeland. Uiteindelijk is de inbreng van plustaken door alle deelnemers echter aan de bevoegde gezagen.
Gemeente Kapelle Zienswijz
Bij de 3° begrotingswijziging 2024 de volgende zienswijze in te dienen. De gemeenteraad van Kapelle stemt in met het plan van aanpak en de kosten die hiermee gemoeid zijn voor 2024. Wij willen de uitvoering van het plan van aanpak voortdurend monitoren en in hoeverre het beoogde effect van het plan zichtbaar en haalbaar is. Hiermee behoudt de gemeenteraad zich het recht voor bij elke begrotingswijziging de financiering van het plan van aanpak te heroverwegen. Reactie:
Voor de monitoring neemt RUD Zeeland vanaf 2024 in het jaarverslag en in de tussentijdse rapportages een paragraaf op. Zie ook antwoord 2 “monitoring” onder de algemene reactie. Op die manier wordt de voortgang van het plan van aanpak voortdurend geëvalueerd en gemonitord.
Gemeente Middelburg Zienswijz
Positieve zienswijze, met daarbij de volgende voorwaarden: 1. Dat er succescriteria worden bepaald en er een evaluatieplan wordt opgesteld voor de uitvoering van het plan van aanpak 2. de nota uitvoering energietaken wordt nagestuurd aan de deelnemers 3. een samenwerking/fusie verder wordt onderzocht met DCMR en Goeree-Overflakkee en indien gewenst leidt tot een aanvulling op of een gewijzigd plan van aanpak en 4. de conclusie van plan B beter wordt onderbouwd met de genomen acties en resultaten Reactie:
1. Op 1 april 2026 dient RUD Zeeland te voldoen aan de Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI's) en de daarbij opgestelde randvoorwaarden die door het IBP zijn opgesteld. Deze KPI's en opgestelde randvoorwaarden zijn daarmee de succescriteria voor een robuuste RUD Zeeland. RUD Zeeland neemt voor de monitoring vanaf 2024 in het jaarverslag een paragraaf op. Op die manier wordt de voortgang van het plan van aanpak voortdurend geëvalueerd en gemonitord. Zie ook antwoord 2 onder de algemene reactie.
2. De nota uitvoering energietaken is niet vastgesteld door het DB of AB van RUD Zeeland. Het stuk heeft daarmee geen officiële status en zal daarom op dit moment niet worden nagestuurd aan de deelnemers. De eerdere conceptversie van de nota is bovendien inmiddels verouderd.
3. Voor alternatieven in de vorm van een plan B of fusie, zie antwoord 3. onder de algemene reactie. Het toevoegen van het werkgebied van Goeree-Overflakkee aan RUD Zeeland leidt in de praktijk tot extra bestuurlijke druk en is niet mogelijk vanwege wettelijke eisen aan het werkgebied van omgevingsdiensten (paragraaf 18.3.3 omgevingswet, artikel 18.21). Het werkgebied komt dan niet meer overeen met de grenzen van de Provincie en van de veiligheidsregio. DCMR heeft daarbij aangegeven dit niet wenselijk te vinden. Goeree-Overflakkee behoort nu tot het werkgebied van de DCMR.
4. Zie antwoord hierboven en zie antwoord 3. Onder de algemene reactie.
Gemeente Noord-Beveland Zienswijze:
Positieve zienswijze
De raad vraagt aandacht voor de meerjarige financiële impact van het Plan van Aanpak Robuuste RUD, die verwerkt is in de 3e begrotingswijziging 2024 die gelijktijdig met de primitieve begroting 2025 aan de gemeenten voor zienswijze is aangeboden. De impact ervan op de totale gemeentelijke bijdragen is fors (2024: € 1,2 mln — 2025: € 4,0 mln - 2026: € 5,5 min - 2027: € 5,8 mln) en is niet in de primitieve begroting 2025 verwerkt. Reactie:
Er kan, ook volgens het IBP VTH, niet gewacht worden met het robuust maken van omgevingsdiensten. Verdere achterstand of vertraging maakt een schoon, veilig en gezond Zeeland minder bereikbaar.
De 3° begrotingswijziging is inderdaad nog niet verwerkt in de primitieve begroting voor 2025, omdat de besluitvormingsprocedure voor de 3° begrotingswijziging op het moment van opstellen nog niet afgerond was. Op 9 september 2024 neemt het algemeen bestuur een besluit over het plan van aanpak. Dan zijn de gevolgen voor de begroting van 2025 inzichtelijk en komt er een begrotingswijziging voor 2025. Deze wijziging is daarnaast niet opgenomen in de primitieve begroting voor 2025, omdat de primitieve begroting beleidsarm moet zijn.
Gemeente Reimerswaal Zienswijze
Wij begrijpen dat de landelijke overheid regels stelt met betrekking tot de omgevingsdiensten in Nederland en dat ook de RUD-Zeeland aan deze eisen zal moeten gaan voldoen. Aan de andere kant zijn wij ontevreden over de dienstverlening van de RUD-Zeeland. U neemt in uw plannen capaciteit op, waarmee u ‘de basis op orde’ brengt. Wij vinden dat we dit een kans moeten geven, maar dan dient er naar onze mening (ook) nadrukkelijk een verbetering in de dienstverlening te worden doorgevoerd. Om de ontwikkeling te volgen willen wij evaluatiemomenten inlassen. Aan de hand van de evaluaties dienen conclusies te worden getrokken of de ingeslagen weg met een robuuste RUDZeeland een juiste is, waarbij ook de dienstverlening in ogenschouw wordt genomen. Verder vinden wij het te gemakkelijk om nu uit te breiden naar een begroting van ruim € 18,3 miljoen in 2027 (o.b.v. prijspeil 2023), mede omdat er extra taken of nadere eisen (innovatief, data gedreven, etc.) aan de omgevingsdienst worden gesteld zonder dat daarvoor voldoende extra financiële middelen vanuit het rijk worden toegekend. Het kan niet zo zijn dat financiële middelen worden toegekend op basis van inwoneraantallen, terwijl Zeeland één van de hoogst scorende regio’s is wat milieuveiligheid betreft. Wij zijn daarom alles overwegend een voorstander om in te zetten op de minimale begrotingseisen van £€ 16,5 miljoen (prijspeil 2023).
Daarbij moet bedacht worden dat voor alle taakvelden ramingen zijn gemaakt op basis van benodigde fte's. Wij willen dat per genoemd taakveld in overleg met de deelnemers wordt bekeken wat de daadwerkelijk benodigde personele capaciteit is op basis van bijvoorbeeld het ambitieniveau van de deelnemers, rekening houdend met een begrotingsmaximum van € 16,5 miljoen (prijspeil 2023). Reactie:
RUD Zeeland neemt voor de monitoring vanaf 2024 in het jaarverslag een paragraaf op. Zie ook antwoord 2. “monitoring” onder de algemene reactie. De dienstverlening zal onder andere met de maatregelen met betrekking tot de “basis op orde” verbeterd worden. De interim-directeur van RUD Zeeland is van plan hierover in gesprek te gaan met het Algemeen Bestuur om de dienstverlening te verbeteren. Het gesprek hierover wordt gepland. Bij het opstellen van het implementatieplan voor een Robuuste RUD worden de deelnemers ook meegenomen.
Er kan niet gewacht worden met het robuust maken van omgevingsdiensten. Verdere achterstand of vertraging maakt een schoon, veilig en gezond Zeeland minder bereikbaar. Zie ook antwoord 1. Onder de algemene reactie.
Gemeente Schouwen-Duiveland Zienswijz
Een positieve zienswijze te geven op het plan van aanpak Robuuste RUD Zeeland en de 3e begrotingswijziging 2024 RUD Zeeland, maar daarbij wel aan te tekenen dat de raad elke 6 maanden een tussenbericht van de RUD wenst te ontvangen inzake de voortgang van het plan van aanpak en de RUD vraagt bij toekomstige ontwikkelingen en uitdagingen oog te houden voor alternatieve wijzen om zonder (extra) stijging van de deelnemersbijdrage te kunnen voldoen aan de Robuustheidcriteria. Reactie:
RUD Zeeland neemt voor de monitoring vanaf 2024 in het jaarverslag een paragraaf op. Zie ook antwoord 2. Monitoring onder de algemene reactie.
Gemeente Sluis Zienswijze ingediend samen met gemeente Terneuzen en gemeente Hulst, zie antwoord onder kopje gemeente Hulst en onder de algemene reactie(s).
Gemeente Tholen Zienswijze
We stemmen niet in met de derde begrotingswijziging, omdat deze vooruitloopt op invoering van een robuuste RUD inclusief het doorvoeren van financiële consequenties voor de deelnemers. We hebben kennisgenomen van de wettelijke verplichting om als gemeente aan te sluiten bij een robuuste omgevingsdienst. Wij zijn van mening, dat een dergelijke ontwikkeling met verreikende inhoudelijke en financiële consequenties op een volwaardige manier door raden en staten behandeld moet worden. Bovendien zijn we van mening, dat er in lijn met de aanbiedingsbrief die de RUD aan de Minister verstuurd heeft, voldoende structurele financiële ondersteuning vanuit het Rijk dient te worden geboden. Of zoals het geformuleerd wordt in het rapport van de commissie Van Aartsen 'Om de leefomgeving; Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur! (pagina 46): In het rapport van de commissie Van Aartsen 'Om de leefomgeving; Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur! wordt het Rijk dringend geadviseerd bij te dragen aan de financiering van omgevingsdiensten. “Voor het vergroten van de robuustheid van de omgevingsdiensten vindt de commissie daarom dat de bewindspersoon een landelijke norm voor de financiering moet ontwikkelen, op basis van het aantal en de complexiteit van de inrichtingen dat de omgevingsdienst bedient.
De commissie realiseert zich dat dit een beperking in de vrijheid van budget van lokale en regionale overheid betekent, en daarmee een ingreep is in de gegroeide financiële verhoudingen tussen overheden. Toch is het noodzakelijk om toezicht en handhaving effectief te laten zijn en meer milieuschade in de toekomst te voorkomen. Omdat dit ook een nationaal belang is, moet het Rijk bijdragen aan de financiering van de omgevingsdiensten.” Reactie:
Robuust worden is een urgente zaak voor RUD Zeeland en langer wachten kan juist zorgen voor een grotere achterstand en het minder snel bereiken van een schoon, gezond en veilig Zeeland. Zie ook antwoord 1 en 4 onder de algemene reactie.
Gemeente Terneuzen Zienswijze samen met gemeente Sluis en gemeente Hulst, zie antwoord onder kopje gemeente Hulst en onder de algemene reactie.
Gemeente Veere Zienswijz
De gemeenteraad van Veere dringt aan op het opstellen van goede monitoringscriteria en het inbouwen van vaste evaluatiemomenten om het proces te kunnen volgen en desgewenst bij te stellen, alsmede om gelijktijdig met de implementatie van het genoemde Plan van Aanpak een grondige verkenning te doen naar alternatieve mogelijkheden om te waarborgen dat de Zeeuwse RUD-taken op een zo hoogwaardig mogelijke wijze uitgevoerd worden tegen een zo redelijk mogelijke kostprijs.
Reactie:
Op 1 april 2026 dient RUD Zeeland te voldoen aan de Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI's) en de daarbij opgestelde randvoorwaarden die door het BP zijn opgesteld. Deze KPI's en opgestelde randvoorwaarden zijn daarmee de succescriteria voor een robuuste RUD Zeeland. RUD Zeeland neemt voor de monitoring vanaf 2024 in het jaarverslag een paragraaf op.
Zie ook antwoord 2 “Monitoring” onder de algemene reactie voor uw opmerkingen over het opstellen van goede monitoringscriteria en het inbouwen van vaste evaluatiemomenten. Voor de alternatieve mogelijkheden, zie antwoord 3 van de algemene reactie.
Gemeente Vlissingen Zienswijz Op 27 juni jl. heeft de raad van de gemeente Vlissingen het volgende besluit genomen: in te stemmen — vooruitlopend op de uitkomsten van de zienswijzeprocedure — met de 3e begrotingswijziging 2024 RUD Zeeland, daarover bij RUD Zeeland een zienswijze in te dienen, en in te stemmen — vooruitlopend op de uitkomsten van de zienswijzeprocedure — met het
direct starten van de (structurele) werving van de functies/fte’s voor het jaar 2024 volgens het ingroeimodel. Dit besluit is onder voorbehoud van goedkeuring door de Artikel 12 inspecteur en instemming van de provincie Zeeland als toezichthouder. Er is geen Plan B en evenmin zijn er alternatieven onderzocht. Vanuit RUD Zeeland wordt de provinciegrens benadrukt, waardoor GGD Zeeland, VRZ en RUD Zeeland hetzelfde werkgebied hebben. Ook het Vlissingse college ziet het belang van de congruentie van werkgebied tussen deze organisaties. Voor de Zeeuwse deelnemers is eveneens belangrijk dat budget van buiten Zeeland wordt ingebracht door samenwerking — geen fusie — met DCMR Milieudienst Rijnmond en de uitvoering van taken op Schouwen-Duiveland.
In de brief van het ministerie van I&W van 16 november 2023 schreef de staatssecretaris:
“nogmaals nadrukkelijk vragen om (..) het gesprek te voeren met de omliggende omgevingsdiensten over een optimale schaalgrootte — mogelijk te bereiken door fusie of opsplitsing." Eind maart heeft het algemeen bestuur van RUD Zeeland in de begeleidende brief bij het voorgenomen Plan van Aanpak echter bij het ministerie aangegeven “[te hebben] besloten om nog niet in gesprek te gaan met een andere omgevingsdienst.” Het Vlissingse college ziet graag dat een vorm van samenwerking met DCMR Milieudienst Rijnmond echt wordt onderzocht.
Heeft het algemeen bestuur inmiddels vanuit het ministerie reactie ontvangen op het contraire standpunt? Voorafgaand aan de vergaderingen van de besturen na de zomer, wordt het college van B&W van de gemeente Vlissingen daarover graag geïnformeerd. Tenslotte spreekt het college van B&W van de gemeente Vlissingen haar zorg uit over de financiering van de structurele groei van de omgevingsdienst. De structurele groei — intussen wordt zelfs
10
nagedacht over de groei naar een jaaromzet van 22 miljoen — betekent financieel nogal wat voor de gemeente Vlissingen. Het college van B&W van de gemeente Vlissingen geeft het algemeen bestuur van RUD Zeeland in overweging er bij het ministerie van I&W op aan te dringen op het punt van omzetgrootte voor sommige omgevingsdiensten een uitzondering te maken. Uit het rapport van 5 oktober 2023 ‘Omgevingsdiensten in beeld 2023’ blijkt dat RUD Zeeland geen gek figuur slaat in de vergelijking met andere omgevingsdiensten die groter zijn of zelfs robuust heten. Het ministerie van I&W kan bevraagd worden over de onderbouwing van het omzetscriterium als grote omgevingsdiensten minder blijken te presteren dan kleinere, zoals RUD Zeeland. Reactie:
Zie voor het antwoord over intensievere samenwerking met DCMR (en andere organisaties) de beantwoording onder 3. Alternatieven onder de algemene reactie. Zie ook de reactie op de zienswijze van de gemeente Middelburg over taken op Goeree-Overflakkee (in uw reactie noemt u Schouwen-Duiveland, maar het DB gaat ervan uit dat u Goeree-Overflakkee bedoelt, gezien Schouwen-Duiveland reeds deelnemer van RUD Zeeland is). Op 19 december heeft RUD Zeeland een brief ontvangen van de staatssecretaris van lenW met daarin de beoordeling van de zelftoets robuuste omgevingsdienst. Daarin gaat de staatssecretaris onder andere in op de vraag van RUD Zeeland, die RUD Zeeland in de begeleidende brief bij het toetsingscriteria verzonden heeft, of het een vereiste is om aan alle 6 de kpi's te voldoen, of dat het ook volstaat om op 5 kpi's zeer goed te scoren. De staatssecretaris liet daarop desgevraagd weten dat er aan alle kpi’s moet worden voldaan.* Dus zowel congruentie van het werkgebied (KPI 6), als een minimale omzet van €16,5 mln. (KPI 1) én de overige KPI's.
Op 3 juli heeft het Ministerie van lenW een nieuwe brief verstuurd als reactie op het plan van aanpak van RUD Zeeland. Zowel in deze brief, als haar brief van 19 december doet de staatssecretaris een algemene oproep aan alle omgevingsdiensten om het gesprek met omliggende omgevingsdiensten aan te gaan over fusie. Hierbij merkt het dagelijks bestuur op dat dit met name gericht is op provincies met meerdere omgevingsdiensten. Fusie is voor RUD Zeeland ook een mogelijkheid, maar niet de optie waarvoor het algemeen bestuur in 2023 heeft gekozen. Het college van B&W van Vlissingen heeft gevraagd om, nog voor de vergaderingen van de besturen na de zomer, geïnformeerd te worden over de eventuele reactie van het ministerie op het “contraire standpunt.” Het DB informeert het college van B&W van de gemeente Vlissingen middels deze reactie vóór het algemeen bestuur van 9 september.
Het DB neemt kennis van de oproep van het college van B&W om bij het Ministerie van lenW aan te dringen op uitzondering van de robuustheidscriteria. Het AB heeft deze vraag eerder gesteld aan het ministerie en heeft daarop bovengenoemd antwoord ontvangen.
3 Begeleidende brief aan Ministerie lenW bij toetsingskader robuustheid, 4 okt. 2023 + Brief Ministerie lenW, beoordeling van de zelftoets robuuste omgevingsdienst, 19-12-2024. 11
Provincie Zeeland Zienswijze:
Er moet hoge prioriteit worden gegeven aan het opstellen van het implementatieplan en de versterking van de financiële functie. Wij bevelen RUD Zeeland aan om het budget voor innovatie structureel (ook nadat RUD Zeeland eventueel robuust is verklaard) in te zetten voor ontwikkeling van de organisatie en behoud van kennis binnen de organisatie. Hiermee investeert de RUD in de medewerkers of tools en besteedt het budget niet aan inhuur. Wij achten het van groot belang dat de RUD aandacht blijft houden voor versterken van het weerstandsvermogen en de solvabiliteit. Wij verzoeken RUD Zeeland met klem om bij ‘Programma's en projecten’ financiële ruimte op te nemen voor het project Plastic Korrels (zoals genoemd in het rapport Vervolg verkenning samenwerking milieutaken). Gezien de maatschappelijke ontwikkelingen en opgaven vinden Provinciale Staten dat kennis en kunde van groot belang zijn om meer effect gericht te werken en te rapporteren. Zo kan RUD Zeeland inzichtelijker maken hoe zij bijdraagt aan een schone, gezonde en veilige leefomgeving. Wij bevelen RUD Zeeland daarom aan dit mee te nemen bij de monitoring en implementatie van het plan van aanpak. Als volksvertegenwoordigers wensen wij samen met de gemeenteraden goed aangesloten te blijven bij de voortgang van de uitvoering van dit Plan van Aanpak (proactieve communicatie vanuit RUD Zeeland).
De dienstverlening van RUD Zeeland dient aan te sluiten bij de behoeften van burgers. Om dit mogelijk te maken moeten behoeften van inwoners in kaart worden gebracht. Provinciale Staten achten het van belang dat alle deelnemers hun milieu gerelateerde (plus)taken onderbrengen bij RUD Zeeland. Dit draagt bij aan een robuuste RUD Zeeland en eenduidige uitvoering van het milieubeleid binnen de gehele provincie. Hiermee wordt invulling gegeven aan een regionaal programma, het zorgt voor een level playing field en minder administratieve lasten voor RUD Zeeland. Wij vragen RUD Zeeland hier in 2024 en 2025 op in te zetten en over de voortgang te rapporteren met als doel om in 2027 deze uniformiteit te bereiken. Wij dringen er bij RUD Zeeland op aan om de administratieve druk bij de werknemers weg te nemen en te stoppen met de P maal Q”-methode. Wij verzoeken RUD Zeeland inzichtelijk te maken wat de uitvoering van het Plan van Aanpak concreet zal gaan betekenen voor de organisatie: hoe gaat de aansturing eruit zien en wat gaat er (ter verbetering) veranderen in de organisatie? Wij benadrukken de noodzaak ’om personele capaciteit vrij te maken om uitvoering te geven aan het strategische personeelsbeleid.
Provinciale Staten vragen tot slot uw aandacht voor de aan RUD Zeeland gedane aanbevelingen in het Rekenkamer rapport over cyberveiligheid (2023), welke van groot belang zijn wanneer het Plan van Aanpak tot uitvoering wordt gebracht. Reactie:
Zodra het plan van aanpak na 9 september definitief is, start RUD Zeeland met de implementatie. Er is al een uitvraag gedaan bij externe bureaus voor het invullen van het maken van het implementatieplan en het implementeren ervan. Met betrekking tot de versterking van de financiële functie is er inmiddels een financieel medewerker aangenomen en is de nieuwe concern controller gestart op 1 augustus jl. In het 12
plan van aanpak is bovendien rekening gehouden met het versterken van de financiële functie. Met het structureel inzetten van het budget voor innovatie (ook nadat RUD Zeeland eventueel robuust is verklaard) voor ontwikkeling van de organisatie en behoud van kennis binnen de organisatie, kan RUD Zeeland ook in de toekomst robuust blijven. Het hiervoor kunnen inzetten is alleen wel afhankelijk van het definitief worden van het plan van aanpak op 9 september. Het DB neemt kennis van de oproep aandacht te blijven houden voor versterken van het weerstandsvermogen en de solvabiliteit. Het kunnen opnemen van financiële ruimte voor het project Plastic Korrels, is mede afhankelijk van besluiten van de deelnemers en de financiële ruimte die zij daarvoor geven. Bij de monitoring wordt de voortgang inzichtelijk gemaakt. Zie ook 2. Monitoring onder de algemene reactie. Zie ook 2. Monitoring onder de algemene reactie. RUD Zeeland zal inzetten op proactieve communicatie richting de volksvertegenwoordigende organen van de deelnemers, zodat zij zo goed mogelijk aangesloten blijven bij de voortgang van de uitvoering van dit Plan van Aanpak.
Het DB neemt kennis van de oproep aan RUD Zeeland om de dienstverlening zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de behoeften van burgers. Het overdragen van milieu gerelateerde (plus)taken door de deelnemers aan RUD Zeeland, draagt bij aan een robuuste RUD Zeeland en eenduidige uitvoering van het milieubeleid binnen de gehele provincie. Hiermee wordt inderdaad invulling gegeven aan een regionaal programma, het zorgt voor een level playing field en minder administratieve lasten voor RUD Zeeland.
Het afstappen van PxQ zal inderdaad de administratieve druk bij onze organisatie maar ook bij die van de deelnemers verlagen. Het is aan de deelnemers om te besluiten over de te hanteren financieringssystematiek van RUD Zeeland. RUD Zeeland zal met het implementatieplan en door middel van de monitoring zoveel mogelijk inzichtelijk maken wat de uitvoering van het Plan van Aanpak concreet zal gaan betekenen voor de organisatie. Bij veranderingen voor de organisatie is het ook verplicht om deze voor te leggen aan de OR, op die manier wordt gewaarborgd dat de impact voor de organisatie inzichtelijk wordt gemaakt en wordt afgewogen. Zie ook 5. Haalbaarheid en risico’s onder de algemene reactie. Strategische personeelsadvisering is onderdeel van PIOFACH, dit wordt momenteel niet door RUD Zeeland in eigen beheer uitgevoerd. RUD Zeeland kijkt naar mogelijkheden om dit in eigen beheer uit te voeren. De aanbevelingen uit het Rekenkamer rapport over cyberveiligheid (2023) en het in uitvoering brengen daarvan hebben in hoge mate de aandacht van het DB. Zo is er direct na bekendmaking van de resultaten en aandachtspunten uit het onderzoek een bewustwordingscampagne onder het personeel uitgezet. De functionaris gegevensbescherming en de CISO (Chief information Security officer) blijven dit onder de aandacht brengen van het personeel.
13
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen Er zijn geen gegevens geanonimiseerd in dit document.
Wet
Artikel
Beschrijving
Pagina('s)