B.16 Discussienota Woon(zorg)visie de Bevelanden oktober 2023 na raadsbijeenkomst
Tekst van het document
Discussienota Woon(zorg)visie de Bevelanden oktober 2023 Op woensdagavond 27 september heeft de regionale raadsbijeenkomst plaatsgevonden in Theater de Mythe in Goes. Hierbij hebben we de aanwezige raadsleden stellingen voorgelegd op basis van de discussienota. In deze aangepaste nota hebben we de stellingen en de reacties van de raadsleden toegevoegd per thema. Naast de raadsleden waren er ook wethouders en enkele marktpartijen aanwezig.
Inleiding De vijf Bevelandse gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland en Reimerswaal stellen dit jaar een nieuwe regionale woon(zorg)visie op. Sinds de huidige regionale woonvisie van 2019, zijn zowel de nationale beleidscontext, de situatie op de woningmarkt, als de woonbehoeftes van onze inwoners veranderd. De nieuwe visie moet naast een gedegen analyse een breed gedragen ambitie en toetsingskader bevatten voor verschillende thema’s: -
Nieuwbouw (Ouderen)zorg Aandachtsgroepen Bestaande bouw & toekomstbestendigheid Betaalbaarheid
Stand van zaken op de woningmarkt Tijdens de beleidsperiode van de huidige woonvisie (2019-2023) is de situatie op de woningmarkt sterk veranderd. Steeds meer inwoners hebben moeite om woonruimte te vinden. Daarnaast wonen steeds meer inwoners in een woning die niet goed past bij hun woonbehoefte. Naast economische- en financiële omstandigheden heeft dit onder meer te maken met demografische ontwikkelingen.
Bevolkingsgroei door migratie Regio de Bevelanden is de afgelopen jaren qua bevolking sterk gegroeid tot bijna 107.000 inwoners in januari 2023. De verwachting is dat die groei zich de komende jaren doorzet. We zien wel veranderingen in die groei. Sinds 2021 is er sprake van een hoger aantal sterftegevallen dan geboortes in onze regio. We hebben dus te maken met een negatieve natuurlijke aanwas. De motor achter de bevolkingsgroei is dan ook migratie; uit zowel binnenland als buitenland vestigen zich hier meer mensen, dan dat er vertrekken.
Figuur 1: Ontwikkeling bevolking regio De Bevelanden, 2015-2022
Bovengemiddelde vergrijzing De vergrijzing van de bevolking en de toename van 65+-ers gaat in Zeeland sneller dan het gemiddelde van Nederland. In de Bevelanden verschuift het zwaartepunt van de bevolking ook naar 65+ huishoudens. De groei zit dan met name in de groep met 80+-ers. Hierdoor groeit de behoefte aan voor senioren geschikte woningen.
Goede resultaten in de nieuwbouwopgave Als uitwerking van de vorige Bevelandse Woonvisie zijn in 2019 nieuwe woningmarktafspraken gemaakt voor de periode 2020-2030. Na 3 jaar (2020, 2021 en 2022) is ruim een derde van deze afspraken gerealiseerd: De voorraad is gegroeid met bijna 1200 woningen, ondanks een forse sloop van 620 woningen. De afgelopen jaren zijn gemiddeld bijna 550 nieuwbouwwoningen per jaar opgeleverd. Door deze nieuwbouw en de overige toevoegingen, minus de sloop, is de woningvoorraad in de periode 2020 tot en met 2022 met bijna 1200 woningen toegenomen. De woningvoorraad op de Bevelanden bestaat op 1 januari 2023 uit 48.714 woningen. Hiervan is het grootste deel koop: zo’n 70%. De overige 30% woningen zijn huurwoningen, voornamelijk in bezit van woningcorporaties (CBS, 2023).
Figuur 2: Ontwikkeling woningvoorraad regio De Bevelanden, 2020-2023 De krapte op de Bevelandse woningmarkt valt vergeleken met andere Nederlandse regio’s mee. Maar toch hebben we ook hier te maken met een druk op de woningmarkt. Later in deze discussienota gaan we in op de vraag van verschillende aandachtsgroepen.
Landelijke, provinciale en gemeentelijke beleidscontext Nationale Woon- en Bouwagenda In 2022 is de Nationale Woon- en Bouwagenda in Nederland geïntroduceerd. Deze agenda bevat drie hoofddoelen: de bouw van 900.000 woningen tot 2030, betere betaalbaarheid door een goede aansluiting tussen woonlasten en inkomens, en het hebben van voldoende woningen voor bepaalde aandachtsgroepen in de samenleving.
Zeeuwse Woondeal Als uitwerking van de Nationale Woon- en Bouwagenda is in maart 2023 de Zeeuwse Woondeal ondertekend. In deze woonafspraken hebben het Rijk, Provincie Zeeland en de Zeeuwse gemeenten afspraken vastgelegd over de ontwikkeling van de woningvoorraad tot 2030. Hierbij is vertrokken vanuit het idee dat elke gemeente zijn ‘fair share’ van de opgave op zich neemt, met specifieke doelstellingen per thema. Voor het thema betaalbaarheid wordt er bijvoorbeeld naar gestreefd dat twee-derde van de nieuwe woningen betaalbaar is. Voor de regio Zeeland komt dat neer op ongeveer 10.000 betaalbare huur en koopwoningen in 2030. Voor het thema van de woningbouw voor ouderen, gaat de Woondeal uit van het realiseren van 6.800 nul-treden woningen en 1.600 geclusterde woonvormen.
Wet versterking regie op de volkshuisvesting Eén van de juridische instrumenten voor de uitvoering van de Nationale Woon- en Bouwagenda is de in voorbereiding zijnde ‘Wet versterking regie op de volkshuisvesting’. Het doel van deze wet is overheden meer regie te geven om de woningnood aan te pakken met wettelijke instrumenten.
Woon(zorg)visie In woon(zorg)visie staan de plannen voor de komende 5 jaar. In de woon(zorg)visie, moet naast de thema’s betaalbaarheid en aandachtsgroepen, een grotere nadruk komen te liggen op de uitdagingen op het gebied van wonen en zorg. Het in kaart brengen van deze uitdagingen is een uitwerking van landelijke programma’s uit de Nationale Woon- en Bouwagenda als een ‘Een thuis voor iedereen’ (waarin de aandachtsgroepen zijn benoemd) en ‘Wonen en zorg voor ouderen’. Daarom is de term ‘woon(zorg)visie’ geïntroduceerd, als opvolger van de ‘woonvisie’. Vanaf 2026 wordt de woon(zorg)visie onderdeel van het verplichte Volkshuisvestingsprogramma dat onderdeel uitmaakt van de beleidscyclus onder de Omgevingswet die vanaf 1 januari 2024 in werking zal treden. Met deze nieuwe wet worden een aantal bestaande wetten ook gewijzigd, zoals de Woningwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), waardoor er nu in het Wmo-beleidsplan een verbinding wordt gelegd met het volkshuisvestingsprogramma.
Regionale & gemeentelijke beleidscontext In 2021 hebben de vijf Bevelandse gemeenten in het kader van de regionale samenwerking gezamenlijk de actielijn ‘Beweging op de Bevelandse woningmarkt’ opgezet. Deze actielijn is vooral gericht concrete maatregelen om de slaagkansen van jongeren en starters te vergroten, meer geschikte woon(zorg)voorzieningen voor senioren te bieden en de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad te stimuleren. Een concreet voorbeeldproject is de realisatie van 450 flexibele wooneenheden voor jongeren, starters, statushouders en andere spoedzoekers. Daarnaast wordt binnen de actielijn ingezet op versnelling van de woningbouw. De nieuwe woon(zorg)visie biedt eveneens een basis voor de raamovereenkomst met de woningbouwcorporatie. In de coalitieakkoorden (soms ‘raadsagenda’s’ of ‘raadscontourennota’ genoemd) hebben de vijf Bevelandse gemeenten de volgende punten op het gebied van wonen opgenomen. - De gemeente Goes spreekt binnen haar coalitieprogramma en raadsagenda de behoefte uit voor van het waarmaken van minimaal één nieuwe uitbreidingswijk, passende woningen voor iedereen te bouwen, versnellen van woningbouw en het stimuleren van alternatieve woonvormen (tiny houses etc.). Ook wil Goes samen met Beveland wonen kijken naar sociale huur.
- Borsele spreekt in haar Bestuursprogramma 2022-2026, van het realiseren van een behoeftepeiling, zelfbewoningsplicht en gedifferentieerd grondbeleid. Als senioren kunnen doorstromen naar een op maat gesneden (huur)woning waar ook zorg wordt geboden, dan ontstaat er voor de andere groepen ruimte.
-
-
-
In Reimerswaal spreekt men vooral van aandacht voor seniorenwoningen, aangevuld met ruime gezinswoningen, daarnaast kleinschalige projecten voor starters. Kapelle ziet graag voor nieuwbouwplannen aandacht voor sociale huur, middenhuur, levensloopbestendige woningen en woningen voor gezinnen/starters/alleenstaanden. Verder aandacht voor doorstroming voor ouderen en de huisvesting van statushouders, aandacht voor het creëren van onderwijshuisvesting en het weren van investeerders met winst als doel. Noord-Beveland wil ten slotte graag woonmogelijkheden in alle kernen behouden en voor alle doelgroepen mogelijk maken. Ook wil de gemeente experimenteren met nieuwe woonvormen en een verduurzamingslag maken in de bestaande woningvoorraad.
Participatietraject woon(zorg)visie Een
De woon(zorg)visie wordt een integraal document, waarbij een breed scala aan actoren wordt betrokken en geconsulteerd. We streven naar breed gedragen ambities binnen onze regio. Zowel onder de partijen die we betrekken bij de thema’s als onder onze inwoners. We kijken hierbij ook naar projecten die zich afspelen op Zeeuws niveau, zoals bijvoorbeeld het Burgerberaad Zorg Zeeland georganiseerd door de Zorgcoalitie, en het Jongerenparlement over wonen van de provincie Zeeland van november 2022. We zijn al begonnen met het organiseren van de eerste stakeholderbijeenkomsten. Zo is er bijvoorbeeld eind juni een eerste Bevelands ‘bestuurlijk regieoverleg woonzorgopgave senioren’ geweest. Hierbij hebben we samen met de bestuurders van respectievelijk Beveland Wonen, het CZ Zorgkantoor en een vertegenwoordiging van de Bevelandse zorginstellingen voor ouderen een eerste aanzet gedaan voor het stellen van ambities over de woonzorgopgave voor senioren. Hiernaast zijn er in juli al stakeholderbijeenkomsten met Beveland Wonen, de Huurdersvereniging en met de koepel van ontwikkelaars, bouwers en makelaars gepland. Ook hebben we tussen de collega’s Sociaal domein en Wonen een structureel overleg ingepland, waarin we de uitwerking van het onderdeel wonen en zorg en de ontwikkelingen rond wonen en zorg met elkaar bespreken.
Thema 1: Nieuwbouw Zoals hierboven vermeld, is de afgelopen drie jaar de woningvoorraad op de Bevelanden netto met bijna 1.200 woningen toegenomen. Met de ondertekening van de Woondeal hebben we onze groeiambitie voor de komende jaren vastgelegd. In deze Woondeal staan de doelstellingen op het gebied van woningbouw voor de periode tot en met 2030 voor de provincie Zeeland. Voor de regio de Bevelanden is een realisatie van 5.500 woningen tot 2030 afgesproken, waarmee ruimschoots aan de woningbehoefte wordt voldaan. In de afspraken ligt ook vast dat een derde van de nieuwbouwplannen moet bestaan uit betaalbare koopwoningen en middenhuurwoningen. Daarnaast moet het aandeel sociale huur toegroeien naar 30% van de totale woningvoorraad. Bij het laatste thema ‘betaalbaarheid’ van deze discussienota wordt dieper ingegaan op dit onderwerp.
Figuur 3 : Overzicht bijdrage De Bevelanden aan Zeeuwse Woondeal Onderdeel van de Woondeal is ook de ontwikkeling van flexwonen. Met onze Bevelandse actielijn spelen we hierop in, met een gefaseerd programma voor de realisatie van 450 flexwoningen in de komende vijf jaar (2023-2028), verspreid over de regio voor de doelgroepen starters, spoedzoekers en statushouders. Voor de eerste fase van 200 woningen is de planontwikkeling in volle gang. Gemeente Borsele Borsele Borsele Goes Kapelle Kapelle Reimerswaal Reimerswaal Reimerswaal Noord-Beveland Noord-Beveland N.t.b.
Locatie Colenshoek III, 's-Heer Abtskerke Tolhoek II, Oudelande Schuitweg 's-GVP Stationspark Biezelinge Wemeldinge Krabbendijke - Kruisbessestraat Hansweert - Tramper II Rilland Kamperland - Nieuwstraat Kortgene - Galgendijk Totaal
Figuur 4: Overzicht project flexwonen, eerste fase 2023-2024
Aantal woningen 8-10 10 13 48 27 24 13 8 5-10 6 15 16-23 200
Vragen binnen dit thema: • • • • • •
Hoe zorgen wij als gemeente ervoor dat we voldoende betaalbare woningen bouwen? Hoe vertalen wij de regionale opgave van 30% sociale huur naar de individuele gemeenten en daarbinnen naar de projecten? Hoe komen we tot een vergroting van het aantal middenhuurwoningen? Blijven we inzetten op flexwonen, na de eerste fase? Welke woningmarktinstrumenten zetten wij in en welke afspraken maken wij met ontwikkelaars van nieuwbouwprojecten? Hoe gaan wij om met wooninitiatieven vanuit de samenleving?
Stellingen binnen dit thema: 1) “Met de betaalbaarheidsdoelstelling in de Woondeal, is de tijd van winstgevende woningbouwplannen voorbij” 2) “Nieuwbouw moet zorgen voor doorstroming zodat starters kansen krijgen in de bestaande voorraad”
Reacties tijdens raadsbijeenkomst Stelling 1: Een aantal raadsleden waren het met de eerste stelling eens, anderen vonden wel dat iedereen een stukje winst moet inleveren. Zo kunnen gemeenten wat inleveren door goedkopere bouwgrond aan te bieden; een ander raadslid vond echter dat maatschappelijke gelden niet moeten worden ingezet voor woningbouwbeleid. Een corporatie hoeft in principe geen winst te behalen; quitte spelen is voldoende. Voor bouw / marktpartijen moet woningbouw winstgevend blijven anders gaat er niet geïnvesteerd worden. Bouwpartijen zullen samen met ons, de gemeente, moeten kijken wat haalbaar is. Verdergaande samenwerking binnen de regio is hiervoor belangrijk, kennis en voorbeelden delen, om tot goede en betaalbare nieuwbouw te komen. Een aanwezige marktpartij gaf aan dat risicobeperking kan ontstaan als de rol van de woningbouwcorporatie wordt vergroot in het middenhuursegment. Deze rol van de corporaties heeft de wetgever de afgelopen jaren weggedrukt, maar komt langzaam maar zeker weer terug. Het middenhuursegment wordt met een nieuwe wet teruggebracht naar de gereguleerde huursector. Stelling 2: De raadsleden waren het eens met sturen op doorstroming. En dan met name in het ouderensegment, dus in de laatste woon carrière stap.
Maar er werd bij gezegd dat dat alleen maar werkt als de jongeren in staat zijn gesteld om de stap vanuit huis te maken naar de woningen die deze ouderen achterlaten. Dat gat is nu nog te groot, dus daar moet ook bijgebouwd worden. Oude woningen in de bestaande voorraad worden in de huidige markt bij verkoop soms overboden en zijn daardoor voor veel starters niet interessant/bereikbaar; opgekocht door de verkeerde doelgroep (investeerders) waardoor deze woningen alsnog niet bij de starter terecht komt. Stel woningen beschikbaar aan starters, en heb aandacht voor het middensegment. Een aanwezige marktpartij is het eens met de stelling, maar er moet wel voldoende worden bijgebouwd zodat de starter aan de onderkant van de markt bediend kan worden. Soms worden woningen nog gekocht door de verkeerde doelgroep. Voor ontwikkelaars kan men het risico verlagen, laat de corporatie ook keuzes in de prioritering maken; welk aspect voor de verhuisketen is van belang.
Thema 2: (Ouderen)zorg De uitdagingen binnen de vijf gemeenten op het gebied van wonen en zorg zijn de laatste jaren steeds duidelijker geworden. Zo is er door vergrijzing een steeds grotere groep huishoudens boven de 75+. Dit heeft als gevolg dat de indicaties voor zwaardere zorg (Wet langdurige zorg (Wlz) gefinancierd) ook zullen toenemen (gegevens uit het onderzoek naar de woonzorgopgave van Zorg in Balans, 2023). Gemeente
Aantal Verwachte groei ouderen leeftijdsgroep boven 75+ in 75+ tot 2040 2022 Noord-Beveland 1.000 +65% Goes 4.500 +55% Borsele 2.100 +76% Kapelle 1.400 +75% Reimerswaal 1.900 +60% Figuur 5: Groei aantal huishoudens en verwachte groei leeftijdsgroep 75+ Als gevolg van rijksbeleid verschuift het zwaartepunt van het verlenen van zware zorg steeds meer van het verpleeghuis naar de thuissituatie. De intramurale verpleeghuiscapaciteit in Zeeland wordt de komende jaren niet verder uitgebreid of zelfs afgebouwd. De vraag naar verpleeghuiszorg groeit echter. En dat vraagt om nieuwe vormen van wonen met zorg. De vraag is hoe we dit ruimtelijk willen faciliteren (spreiding of concentratie), wat dit vraagt van de omgeving en hoe we komen tot sluitende afspraken met zorginstellingen en het Zorgkantoor. Net als bij de huisvesting van andere aandachtsgroepen, vraagt dit naast voldoende geschikte woningen, een faciliterende woonomgeving, voldoende professionele zorg, voldoende aanbod van vrijwilligers en mantelzorgers, het versterken van eigen kracht en mogelijkheden, aandacht voor maatschappelijke ondersteuning en welzijnsdiensten, om uiteindelijk volwaardig onderdeel te kunnen zijn van de maatschappij. Mensen kunnen ervoor kiezen om te verhuizen naar een geschikte woning op het moment dat er een zorgvraag optreedt.
Maar ze kunnen er ook voor kiezen om (in een vroeg stadium) hun eigen woning aan te passen. In beide gevallen vraagt deze anticiperende houding naar begeleiding. Er is in de provincie Zeeland sprake van een relatief hoog eigenwoningbezit. Een groot deel van de regionale opgave ligt dan ook besloten in het ondersteunen en stimuleren van mensen om hun eigen woning levensloopbestendig te maken.
Vragen binnen dit thema: • • • • •
Hoe komen we tot een gewenste uitbreiding van de verpleeghuiscapaciteit? Hoe stimuleren en begeleiden we woningeigenaren om in de woning te investeren voor het langer zelfstandig blijven wonen, in een zo vroeg mogelijk stadium ? Zetten we in op geclusterd wonen, in combinatie met andere doelgroepen? En zo ja, stellen we eisen aan de locatie? Of voorzieningen? Wat gaan wij als gemeenten doen om goede woonzorginitiatieven te stimuleren en faciliteren? Hoe gaan wij om met woon(zorg)initiatieven vanuit de samenleving?
Stellingen binnen dit thema: 3) “Zwaarste zorg kan alleen geclusterd geleverd worden in de kernen met voorzieningen (dragende kernen)” 4) “Alle nieuwbouwwoningen dienen (ongeacht typologie) levensloopbestendig te zijn (Iedere woning beschikt over een voor eenieder toegankelijke bouwlaag waarop de elementaire ruimten aanwezig zijn, bredere deurposten e.d.)”
Reacties tijdens raadsbijeenkomst Stelling 3: Een aantal aanwezigen raadsleden geeft aan het niet realistisch te vinden om in iedere kern zorg aan te bieden. Ze vinden het daarom qua kosten logisch dat er typen zorg geclusterd gaan worden, met de zwaarste zorg echt geclusterd in kernen. Maar de vraag is of iedereen die verhuizing kan betalen. Jong en oud laten samenwonen in clusters (hofjes van gemixte leeftijd) is volgens een aanwezige zorgpartij een goede oplossing. Jongeren financieel verleiden om bij ouderen/ouders te laten wonen (in de buurt). Een aanwezige wethouder refereert aan zorgsysteem dat erg succesvol is in Singapore; ouders en kinderen (familieleden) bij elkaar laten wonen. Weliswaar niet in dezelfde woning, maar in elkaars omgeving. Zodat zij zorg kunnen dragen voor elkaar. Praktijk in Singapore laat ook zien dat men bereid is voor elkaar te zorgen (meer generatie woningen). Verleiden met financiële middelen om te verhuizen. Opgemerkt wordt dat deze oplossing niet geschikt is voor de zwaarste zorg en daardoor niet geschikt is voor de discussie omtrent de voorliggende stelling. Is gemeente bereidt om te investeren in zachte zorg (welzijn/preventieve gezondheid), ook als financiële opbrengsten elders liggen? De meeste raadsleden reageerden hierop instemmend. Er zijn natuurlijk subsidies vanuit de overheid, die we benutten kunnen.
Werkgever moet sowieso mantelzorg meer financieel ondersteunen. Alle raadsleden vinden dat er geïnvesteerd moet worden in de zorg, ook al brengt dat financiële consequenties met zich mee. Stelling 4: De raadsleden zijn van mening dat niet alle nieuwbouwwoningen levensloopbestendig gebouwd moeten worden, dat kost te veel (m2’s, grondprijs). Differentiatie in woningtype is nodig. Er wordt te veel gedacht in eengezinswoningen, er moet meer gekeken worden naar een tussenvorm. Denk meer in vrij indeelbare woningen, aan te passen op de specifieke behoefte. Hoe verhoudt zich de Woonkeur basis met levensloopbestendigheid? Een aanwezige marktpartij merkt op dat woning die voldoen aan de woonkeur basis waarbij de woon-, slaapkamer en badkamer op de begane grond zijn gerealiseerd hard nodig zijn. De woningen kunnen volgens de marktpartij bijdragen aan de doorstroming.
Thema 3: Huisvesting aandachtsgroepen Binnen het Rijksprogramma ‘een thuis voor iedereen’, zijn verschillende aandachtsgroepen geformuleerd: • Uitstroom uit instellingen: mensen die rolstoelafhankelijk zijn of een lichamelijke, verstandelijke, zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid hebben; • Jeugdzorg; • Mensen die dak- en thuisloos dreigen te worden; • Statushouders; • Sekswerkers die willen stoppen en in een andere omgeving willen wonen; • Remigranten-gezinnen met de Nederlandse nationaliteit die na terugkeer naar Nederland dakloos zijn; • Mantelzorgers; • Studenten; • Arbeidsmigranten; • Woonwagenbewoners Voor al deze groepen moet er op de Bevelanden worden gekeken of er behoefte is de woonsituatie te verbeteren. Naast voldoende geschikte woningen vraagt dit een faciliterende woonomgeving, voldoende professionele zorg, voldoende aanbod van vrijwilligers en mantelzorgers, het versterken van eigen kracht en mogelijkheden, aandacht voor maatschappelijke ondersteuning en welzijnsdiensten, om uiteindelijk volwaardig onderdeel te kunnen zijn van de maatschappij. Sinds mei 2020 heeft De Bevelanden regionale afspraken over de huisvesting van arbeidsmigranten. Aan de basis hiervan lag een kwantitatieve en kwalitatieve analyse van de woonbehoefte van arbeidsmigranten in de Bevelanden in 2019 en de verwachte ontwikkeling hiervan in de komende 10 jaar.
Er komen naar verwachting 1000 arbeidsmigranten bij tot en met 2028, de uitbreiding van de hiervoor benodigde huisvesting is in de afspraken via een verdeelsleutel over de vijf gemeenten verdeeld. Onder de aandachtsgroep uitstroom uit instellingen vallen mensen die al dan niet definitief uitstromen uit een intramurale situatie. Dit kunnen bijvoorbeeld mensen uit de Maatschappelijke Opvang zijn, maar ook mensen die woonden in een voorziening voor Beschermd Wonen, uitstroom uit de Geestelijke Gezondheidszorg of uit Jeugdzorg. Er wordt momenteel onderzoek gedaan naar Beschermd wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang in Zeeland om een beeld te krijgen van de omvang van deze groepen. - Ten aanzien van statushouders is de invulling per gemeente geregeld via de huidige wettelijke taakstelling statushouders. - Met Stichting Woonwagenbeheer zal een visie worden geformuleerd op de situatie voor woonwagenbewoners. - Een analyse van de woningbehoeftes van stoppende sekswerkers op de Bevelanden is nog niet gemaakt. Voor dak- en thuislozen bestaat er op landelijk niveau wel een Nationaal Actieplan Dakloosheid.
Vragen binnen dit thema: • Wat is de rol van de gemeente en hoe ver moet die gaan voor het langer • • •
• •
thuis wonen en het organiseren van zwaardere zorg? Willen we dat zorgorganisaties in alle dorpen/kernen nieuwe locaties kunnen openen? Hoe vertalen wij de regionale huisvestingsopgave aandachtsgroepen naar de individuele gemeenten en daarbinnen naar de projecten? Zetten we in op geclusterd wonen in combinatie met meerdere doelgroepen? En zo ja, stellen we eisen aan de locatie? Of voorzieningen? Hoe gaan wij als gemeenten zorgen dat we klaar zijn voor de grote opgave die het komende decennium op ons af komt? In welke mate werken wij voor de huisvestingsopgave van de aandachtsgroepen samen binnen de Oosterschelderegio?
Stellingen binnen dit thema: “Iedere gemeente neemt naar rato (gebaseerd op het aantal inwoners) haar aandeel in de huisvesting van aandachtsgroepen” 6) “We houden vast aan het uitgangspunt in het huidige beleidskader voor het huisvesting arbeidsmigranten, dat we arbeidsmigranten huisvesten in de regio ongeacht waar ze werkzaam zijn” 5)
Reacties tijdens raadsbijeenkomst Stelling 5: De raadsleden vinden dat er niet op aantallen gestuurd moet worden (dus niet naar rato per kern of gemeente) maar kijk naar de aandachtsgroepen zelf en wat zij nodig hebben. Per groep moet gekeken wat nodig is om daarbij de krachten van een gemeente benutten (waar is een gemeente goed in is). Oftewel: inspelen op de lokale situatie. Moet iemand juist dichtbij openbaar vervoer en voorzieningen wonen of hoeft dat niet persé? Is er draagvlak en let op de leefbaarheid van een wijk of kern. In de desbetreffende kern moeten voldoende sociale huurwoningen aanwezig zijn, om stigmatisering van de bewoners te voorkomen. In sommige kernen met een laag aandeel sociale huur worden deze veelal bewoond door mensen met ‘een rugzakje’, wat iets doet met het beeld dat mensen hebben van sociale huur. De 5 Bevelandse gemeenten moeten “de lasten” gezamenlijk dragen. Hoe ver gaat deze gezamenlijke verantwoordelijkheid? We moeten elkaar kunnen aanspreken op onze afspraken en dus solidair met elkaar zijn. Ook als het voor het gevoel andermans opgave betreft. Voor sommige kernen die aangeven vanuit de eigen inwoners geen behoefte te hebben aan sociale huur, kan toch een bijdrage verwacht worden voor een specifieke doelgroep. Bijvoorbeeld een woongroep voor gehandicapten, uitstroom uit een instelling of iets dergelijks.
Dat zij op die manier toch extra bouwen en daarmee groeien naar 30%, zonder het risico te lopen op leegstand. Stelling 6: Er is geen inhoudelijke discussie op gang gekomen omtrent deze stelling
Thema 4: Bestaande bouw & toekomstbestendigheid Zoals aangegeven bestaat het grootste deel van de Bevelandse woningvoorraad uit koopwoningen. In 2022 was de gemiddelde WOZ-waarde van koopwoningen op de Bevelanden 297.000 euro (CBS, 2023). De duurste huizen staan in de gemeente Goes, waar een gemiddelde koopwoning in 2022 321.000 euro kostte. Deze som is de afgelopen jaren snel gegroeid: in 2014 was de gemiddelde koopwoning in Goes nog ongeveer 250.000 euro waard. Van deze koopwoningen is ongeveer de helft gebouwd voor 1970, wat zijn weerslag vindt in de verduurzamingsopgave voor deze huizen. Zo zijn 40% van de energielabels van deze woningen lager dan energielabel D. Net als bij levensloopbestendigheid, ligt een groot deel van de verduurzamingsopgave dan ook in het nemen van maatregelen die de woning naar een hoger label kunnen brengen. Ook zijn er relatief veel kleine sociale huurappartementen in de kwetsbare voorraad. Kwetsbaarheid is in dat geval gebaseerd op woning- (energielabel, WOZ-waarde) en omgevingskenmerken (voorzieningen, veiligheid). Voor kwetsbare woningen is de kans op waardedaling / leegstand het grootst wanneer er geen aanpassingen worden gedaan. Landelijk zijn er Duurzaamheidsdoelstellingen onder het Klimaatakkoord – Gebouwde Omgeving, met een Rijksprogramma Verduurzaming gebouwde omgeving.
De landelijke doelstellingen zijn verder uitgewerkt in de Transitie Visie Warmte per gemeente en natuurlijk in het Zeeuws Energie Akkoord. Concreet worden de oplossingen echter pas in de Wijk Uitvoering Plannen, waar de beschikbare alternatieven voor een verwarming op 100% gas, in beeld zijn. Duidelijk is dat met alleen isoleren de doelstellingen voor de gebouwde omgeving (in 2045 energieneutraal) niet gehaald kunnen worden.
Vragen binnen dit thema: •
Hoe ver gaat de taak voor de gemeenten in het verduurzamen en toekomstbestendig maken van particuliere woningen?
Stellingen binnen dit thema: 7) “Verduurzaming van de koopwoning is de verantwoordelijkheid van de eigenaar” 8) “De Bevelandse gemeenten hebben een belangrijke rol in het uit de markt halen van woningen die niet toekomstbestendig zijn” 9) “Dwang sluiten we niet uit als een middel als mensen niet de woning toekomstbestendig willen maken”
Reacties tijdens raadsbijeenkomst Stelling 7: Raadsleden willen graag weten waarom het aantal woningen met een laag energielabel relatief hoog is in de regio (in verhouding tot de rest van Nederland). Tevens willen de raadsleden weten wie/welk groep (ouderen, jongeren, mensen met een laag, midden of hoog inkomen, e.d.) in een woning woont met een laag energielabel. Primair ligt de verantwoordelijkheid voor verduurzaming volgens de raadsleden bij de eigenaar. Secondair kan de gemeente faciliteren door bijvoorbeeld financiële middelen en kennis beschikbaar te stellen. Probleem is wel dat leningen alleen zijn voor mensen die het kunnen betalen en die durven te lenen. Gemeente zou meer kunnen inzetten op de promotie van verduurzaming. Subsidies en andere middelen komen vaak terecht bij personen met een grotere beurs en misschien niet bij de mensen die het meest gebaat zijn met een subsidie voor verduurzaming. Gemeente zou in situaties waarbij de mensen de verduurzaming niet kunnen betalen meer de regierol op zich kunnen nemen: de verantwoordelijkheid voor verduurzaming wordt dan omgedraaid. Stelling 8 & 9: De raadsleden zijn geen voorstander van dwang: gemeenten moeten de woningen niet met dwang uit de voorraad halen.
Thema 5: Betaalbaarheid Zoals aangegeven in de inleiding komen er vanuit de Wet versterking regie volkshuisvesting, verschillende kwalitatieve eisen aan betaalbaarheid op ons af. Van de totale nieuwbouw tot 2030, moet ongeveer een derde betaalbare koop en middenhuur zijn, dat wil zeggen koopwoningen tot € 355.000 en middenhuurwoningen met een huurprijs tussen € 850 € 1.000. En een derde van het woningbouwprogramma moet binnen de sociale sector worden gerealiseerd. In het programma ‘Een thuis voor iedereen’ is daarnaast opgenomen dat er in 2030 gemiddeld 30% sociale huurwoningen per gemeente zou moet zijn. De omvang van de sociale huurwoningvoorraad is binnen de Bevelanden een belangrijk aandachtspunt. In de Bevelanden waren in totaal ongeveer 10.500 huurwoningen in bezit van de corporatie Beveland Wonen, waarvan het grootste deel sociale huurwoningen is.
De Bevelanden
Nederland
9%
14%
23% 29%
57%
68%
Koop
Corporatiehuur
Overige huur
Koop
Corporatiehuur
Overige huur
Figuur 6: Woningen naar eigendom, regio De Bevelanden en Nederland 2022 In de vorige woonvisie van de Bevelanden is de wens uitgesproken om het niveau van de sociale huurwoning voorraad van 2017 in principe aan te houden. Tussen 2016 en 2020 is de voorraad aan sociale huurwoningen van Beveland Wonen echter met ongeveer 100 woningen gedaald. Er is samen met de corporatie Beveland Wonen een format gemaakt voor rapportage van de slaagkansen van de primaire en de secundaire doelgroep. Hieruit is gebleken dat de slaagkansen de afgelopen periode zijn gedaald, maar dat de gemiddelde zoekduur nog wel korter is dan 2 jaar. Uit de evaluatie van de vorige Bevelandse woonvisie bleek eveneens, dat er ten aanzien van betaalbaarheid een groeiend tekort is ontstaan van middeldure huurwoningen, voor mensen die niet kunnen kopen, maar te veel verdienen voor een sociale huurwoning. Het aanbod middeldure huur was in 2019 tussen de 5 en 7 %.
Vragen binnen dit thema: • •
Welke taak hebben de gemeenten in het toekomstbestendig maken van particuliere woningen? Hoe komen we tot een vergroting van het aantal middenhuurwoningen?
Stellingen binnen dit thema: 10) “Het rijksbeleid is duidelijk. Ieder gemeente zorgt voor een toekomstige woningvoorraad met 30% sociale huurwoningen in 2030. Ook in de Bevelanden passen we dit toe”
Reacties tijdens raadsbijeenkomst Stelling 10: Veel raadsleden zijn het eens met de stelling. Er moet een koppeling worden gemaakt met de huisvesting van aandachtsgroepen; te weinig sociale huur mag geen excuus zijn om geen of minder aandachtsgroepen te huisvesten. Een raadslid geeft aan dat onze Bevelandse wooncultuur misschien wel te veel gericht is op koopwoningen; waarom zou huren niet weer aantrekkelijker kunnen worden, voor bijvoorbeeld starters? Veel raadsleden vinden dat we per project moeten inzetten op 30% sociale huur. Gemeenten die minder hebben moeten meer bijbouwen, zodat er in ieder geval toegegroeid wordt naar die 30%. In ieder geval geen woonwijken meer zonder sociale huurwoningen. Dit moet worden vastgelegd in een resultaatverplichting. Een inspanningsverplichting is te vrijblijvend. Een ander raadslid is minder enthousiast over het toevoegen van sociale woningen aan de voorraad. De lage huurprijzen brengen in sommigen gemeenten ook problemen met zich mee (bijvoorbeeld de verhuizingen van personen uit de randstad, die in de laagste inkomensgroepen vallen, geen binding hebben met de regio en er een eigen leefstijl met bijbehorende problematiek op na houden). Er moet naar de lokale context worden gekeken. In woningbouwplannen moeten verschillende woonvormen en doelgroepen worden gemengd om de leefbaarheid te kunnen garanderen.
Verder wordt er ingegaan op het feit dat er verdunning plaatsvindt op de woningmarkt, er zijn steeds meer 1-persoons huishoudens. Er worden te veel grote woningen gebouwd. Raadsleden benoemen dat er wellicht diverser kan worden gebouwd qua typologiën en omvang van de woningen, ook voor kleine en 1-persoons huishoudens. De corporatie heeft twijfels bij 30% sociale huur in alle kernen. Zij vinden dat er gekeken moet worden naar de draagkracht en lokaal maatwerk. De corporatie geeft aan dat er gekeken kan worden naar de demografische ontwikkelingen op de langere termijn, om te voorkomen dat er wordt gebouwd voor leegstand. Wat gebeurt er na de vergrijzingsgolf? Zij zien daarom meer heil in flexwoningen (tijdelijke huurwoningen). Scheefhuurders moeten worden verleid om te verhuizen. Raadslid doet de suggestie om permanente sociale huurwoningen bij te bouwen met het oog om deze later te verkopen (niet met de reden om verouderd bezit af te stoten, maar om doelgroepen op weg te helpen). Een marktpartij heeft het slotwoord; de urgentie moet worden benadrukt. Er moet gebouwd worden. Oproep om van praten naar actie over te gaan.