A.47 D23.288174 Informerende memo v Informerende memo verkorting saneringstermijn schuldhulpverlening
Tekst van het document
MEMO Van Datum
Marleen van der Maas 11 juni 2023
Onderwerp
Verkorting termijn schuldhulpverleningstrajecten
Afdeling Aan
WIZ MT, MO, Poho, Dagelijks bestuur
Met deze memo informeren wij u over de verkorting van de termijn voor schuldhulpverleningstrajecten op basis van de Wsnp (Wet schuldsanering natuurlijke personen) en de Msnp (Minnelijke schuldsanering natuurlijke personen).
Wijziging Wsnp Door wijziging van de Faillissementswet wijzigt de Wsnp op de volgende punten:
1. 𝗗𝗲 𝘀𝘁𝗮𝗻𝗱𝗮𝗮𝗿𝗱 𝗹𝗼𝗼𝗽𝘁𝗶𝗷𝗱 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝗪𝘀𝗻𝗽 𝘄𝗼𝗿𝗱𝘁 𝘃𝗲𝗿𝗸𝗼𝗿𝘁 𝗻𝗮𝗮𝗿 𝟭,𝟱 𝗷𝗮𝗮𝗿 Op dit moment duurt de Wsnp in de basis 3 jaar. Dit wordt gehalveerd. Wel zijn er situaties waarin de rechter-commissaris alsnog de mogelijkheid krijgt om de Wsnp langer te laten duren.
2. 𝗧𝗲𝗿𝗺𝗶𝗷𝗻 𝗴𝗼𝗲𝗱𝗲 𝘁𝗿𝗼𝘂𝘄 𝘃𝗮𝗻 𝟱 𝗻𝗮𝗮𝗿 𝟯 𝗷𝗮𝗮𝗿 Bij toelating tot de Wsnp toetst de rechter of iemand “te goeder trouw” is geweest. Daarvoor kijkt de rechter nu tot 5 jaar terug. Deze wetswijziging verkort de termijn naar 3 jaar.
3. 𝗗𝗲 𝘁𝗶𝗲𝗻𝗷𝗮𝗮𝗿𝘀𝘁𝗲𝗿𝗺𝗶𝗷𝗻 𝘄𝗼𝗿𝗱𝘁 𝘃𝗼𝗹𝗹𝗲𝗱𝗶𝗴 𝗴𝗲𝘀𝗰𝗵𝗿𝗮𝗽𝘁 Hiermee krijgen ook cliënten die al eerder in de Wsnp hebben gezeten, een tweede kans. Op dit moment mag iemand na een Wsnp 10 jaar lang niet opnieuw in de Wsnp.
4. 𝗗𝗲 𝗪𝘀𝗻𝗽-𝘁𝗲𝗿𝗺𝗶𝗷𝗻 𝗯𝗲𝗴𝗶𝗻𝘁 𝘁𝗲 𝗹𝗼𝗽𝗲𝗻 𝘃𝗮𝗻𝗮𝗳 𝗲𝗲𝗿𝘀𝘁𝗲 𝗱𝗮𝗴 𝗮𝗳𝗹𝗼𝘀𝘀𝗶𝗻𝗴 𝗶𝗻 𝗠𝘀𝗻𝗽 Als de cliënt voorafgaand aan de Wsnp al aflossingen gedaan heeft in het kader van de minnelijke schuldregeling, dan zal de Wsnp-termijn gaan lopen vanaf het moment van die eerste aflossing. Dat is anders dan nu: op dit moment start de Wsnp op de datum van uitspraak door de rechter.
5. 𝗠𝗲𝗲𝗿 𝗱𝘂𝗶𝗱𝗲𝗹𝗶𝗷𝗸𝗵𝗲𝗶𝗱 𝗼𝘃𝗲𝗿 𝗱𝗶𝗿𝗲𝗰𝘁 𝗪𝘀𝗻𝗽-𝘃𝗲𝗿𝘇𝗼𝗲𝗸 Als er redenen zijn waarom een Msnp niet kan lukken, hoeft er niet meer eerst een voorstel aan de schuldeisers gedaan te worden. Er kan dan direct een Wsnp-verzoek ingediend worden. Bijvoorbeeld als een van de schuldeisers vooraf al heeft laten weten niet in te stemmen met een schuldregeling. Of als het door dakloosheid of een echtscheiding niet mogelijk is om binnen afzienbare tijd een volledig beeld te krijgen van alle schulden. De wijziging van de Wsnp gaat in per 1 juli 2023. De reden voor deze wijzigingen is dat men verwacht dat het de drempel verlaagt om hulp te vragen, hierdoor meer mensen met problematische schulden geholpen kunnen worden en daardoor het aantal mensen met problematische schulden afneemt. De definitie van ‘problematische schulden’ verandert vooralsnog niet: hier is sprake van als iemand de totale schulden niet binnen 36 maanden kan aflossen.
Wijziging Msnp De minnelijke schuldregeling is een voortraject van het wettelijke traject. De Msnp is niet wettelijk vastgelegd, maar is een afspraak tussen schuldeisers en schuldhulpverleners. De NVVK is de brancheorganisatie voor schuldhulpverleners. GR de Bevelanden is lid van de NVVK en voert schuldhulpverlening uit op basis van de uitgangspunten en kwaliteitsnormen van de NVVK.
Datum
Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.
Onderwerp
Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.
Pagina 2
De NVVK concludeert in overleg met o.a. het ministerie SZW en de VNG dat de duur van de Msnptrajecten gelijk moet zijn aan de duur van de Wsnp-trajecten: om te borgen dat de Msnp en de Wsnp op elkaar aansluiten en elkaar aanvullen in plaats van elkaar te verdringen, is het noodzakelijk dat de aflostermijn van de Msnp ook wordt gewijzigd naar 18 maanden. Deze wijziging gaat ook in per 1 juli 2023. Als NVVK-lid volgen wij dit uitgangspunt en zullen wij vanaf 1 juli 2023 voor de Msnptrajecten 18 maanden hanteren. Omdat het niet wettelijk is vastgelegd, blijft het altijd mogelijk om van deze looptijd in individuele gevallen af te wijken. Na 12 maanden voert de VNG een evaluatie uit van de verkorting van de Msnp-trajecten. Er komt geen overgangsrecht voor lopende Wsnp-trajecten. Er is nog geen uitsluitsel gegeven of er een overgangsrecht komt voor Msnp-trajecten.
Wat zijn de gevolgen? -
-
-
-
-
De termijn van 18 maanden geldt ook voor de saneringskredieten die wij via de Kredietbank West-Brabant in kunnen zetten. De Kredietbank en het Waarborgfonds saneringskredieten hebben hun werkwijze hier op aangepast. Het met de Kredietbank afgesloten contract behoeft geen aanpassing. Het kader voor het inzetten van saneringskredieten zoals vastgesteld door het Dagelijks bestuur wijzigt, zie bijlage 1. Dit gewijzigde beleidskader nemen wij op in de nieuwe Beleidsregels Schulddienstverlening die komend najaar aan het Dagelijks bestuur worden aangeboden ter vaststelling. Vooruitlopend daarop werken wij per 1 juli 2023 volgens het nieuwe landelijke uitgangspunt met de verkorte termijn. Omdat de wijzigingen in zeer korte tijd zijn doorgevoerd, lukt het niet om de beleidsregels vóór 1 juli aan te passen en vast te laten stellen door het Dagelijks bestuur. Voor zelfstandig ondernemers die in aanmerking komen voor schuldhulpverlening op grond van de Wgs geldt ook de verkorte termijn van 18 maanden vanaf 1 juli 2023. Schuldhulpverleners moeten meer inzetten op begeleiding en nazorg van cliënten gericht op financiële zelfredzaamheid. Wij ontwikkelen momenteel een handreiking om deze taak in te vullen. Door het verlagen van de drempel om hulp bij schulden te vragen, kan het aantal aanvragen bij schuldhulpverlening toe gaan nemen.
Afhankelijk van de omvang van die toename kan dit gevolgen hebben voor de uitvoeringslasten. De toename is op voorhand niet te voorspellen. De VNG gaat een analyse maken van de gevolgen voor de uitvoeringslasten en risico’s van deze wijziging. Schuldeisers ontvangen door de wijziging minder aflossing van de openstaande schuld. De grotere landelijke schuldeisers zijn hiermee akkoord gegaan. Zij zien er een voordeel in dat begeleiding tijdens het schuldtraject leidt tot beter betalende klanten. In de meeste gevallen gaat het bovendien om mensen met een laag inkomen en daardoor weinig afloscapaciteit. Schuldeisers ontvangen daarom vaak maar een fractie van de openstaande schuld en een halvering daarvan leidt voor deze schuldeisers niet tot problemen. Voor kleinere schuldeisers kan dit anders zijn. Risico is daarom dat deze niet akkoord gaan met het voorgestelde aflosbedrag. Dit vergt van de schuldhulpverlener een bepaalde aanpak om ook deze schuldeisers mee te krijgen in het aanbod voor 18 maanden. We informeren de inwoners, gemeenten en collega’s via de website en social media. De wijzigingen verwerken wij in het Werkproces Schulddienstverlening van januari 2019.
Datum
Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.
Onderwerp
Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.
Pagina 3
Bijlage 1 Afwegingskader Saneringskredieten De NVVK pleit gezien de vele voordelen voor het beleid waar in principe altijd saneringskredieten worden ingezet, tenzij er zwaarwegende argumenten zijn om dat niet te doen. Omdat ook wij veel voordelen zien in de toepassing van saneringskredieten én omdat de huidige economische situatie en de succesvolle inzet van vroegsignalering momenteel leidt tot een toename van het aantal aanvragen voor schuldhulpverlening, stellen wij voor om het afwegingskader zo breed mogelijk vast te stellen: 1. Een saneringskrediet kan worden verstrekt als aannemelijk is dat de afloscapaciteit voor de komende anderhalf jaar stabiel blijft. 2. Een saneringskrediet wordt niet ingezet wanneer de verwachting is dat de inkomsten substantieel zullen stijgen en dit leidt tot een substantiële stijging van de uitkering voor de schuldeisers. 3. Een saneringskrediet kan worden geweigerd als er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt het saneringskrediet niet (volledig) terugbetaalt.
Gegronde reden kunnen zijn, en/of: Als de aanvrager een actieve verslaving heeft; Als de aanvrager zich op het moment van eerste melding bij GR de Bevelanden de afgelopen twee jaar schuldig heeft gemaakt aan crimineel gedrag; Als de aanvrager een ernstige psychiatrische of mentale beperking heeft; Als de aanvrager weigert mee te werken aan het inzetten van beschermingsbewind, budgetbeheer of andere professionele financiële ondersteuning in het geval de schuldhulpverlener dit noodzakelijk acht voor het traject; Als een eerder verstrekt krediet niet volledig is terugbetaald. 4. Het saneringskrediet bedraagt standaard de maandelijkse afloscapaciteit x 18 maanden, maar hiervan kan in individuele gevallen worden afgeweken.