CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

A.35 Septembercirculaire gemeentefonds 2022

Raadsvergadering 18 oktober 2022, gemeente KapelleBij agendapunt: Vaststellen Lijst Ingekomen Stukken 18 oktober 202220.789 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

1.378 958

1.378 958

Totaal

5.973.003

4.261.298

4.204.433

4.131.391

4.053.204

IU Participatie IU Beschermd wonen IU Voogdij/18+ Maatschappelijke opvang Vrouwenopvang Inkomstenderving gemeenten 2020 (Covid-19) Invoeringskosten Omgevingswet Uitvoeringskosten klimaatakkoord Armoedebestrijding kinderen IU Inburgering Brede Impuls Combinatiefuncties/buurtsportcoaches Brede aanpak dak- en thuisloosheid Vergunningverlening, toezicht en handhaving Maatschappelijke begeleiding Crisisdienstverlening (Covid-19) Gemeenteraadsverkiezingen Voorschoolse voorziening peuters Gezond in de Stad Wet kwaliteitsborging bouw Jeugd Dichterbij dan je denkt Versterking arbeidsmarktregio's Beeldende kunst en vormgeving Extra capaciteit BOA's Versterking dienstverlening gemeenten: personen met verward gedrag IU Raadsledenvergoeding kleine gemeenten Leerlingenvervoer Oekraine Regionale Energie Strategieën (RES) Bodembescherming Veiligheidshuizen Aanpak laaggeletterdheid Jeugdhulp aan kinderen in een AZC Versterking dienstverlening gemeenten: systeemleren BRP: centralisering inschrijving vergunninghouders Aanpak lerarentekort G4 Uitstapprogramma prostituees Knelpunten verdeelproblematiek Versterking omgevingsveiligheidsdiensten

Einde lening inburgerinsplichtig (ELIP)

*Alle bedragen betreffen decentralisatie-uitkeringen (DU) tenzij in de tabel vermeld dat het een integratie-uitkering (IU) betreft.

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

Vindplaats

september 2022, § 3.2-1 mei 2022, § 3.2-4 mei 2022, § 3.2-1 december 2021, § 3.2-2 mei 2022, § 3.2-10 mei 2022, § 3.2-6 september 2022, § 3.2-2 mei 2022, § 3.2-7 85.000 mei 2020, § 3.3.8 mei 2022, § 3.2-2 december 2019, § 3.2-2 mei 2022, § 3.2-8 46.700 mei 2017, § 4.2 september 2022, § 3.2-10 mei 2022, § 3.2-9 december 2021, § 3.2-4 30.000 september 2022, § 3.2-4 september 2022, § 3.2-12 september 2022, § 3.2-3 21.700 juni 2012, § 6.9 september 2022, § 3.2-7 13.951 mei 2021, § 3.2-18 13.500 september 2015, § 4.2-1 13.000 mei 2022, § 3.2-11 10.000 december 2021, § 3.2-6 0 mei 2022, § 3.2-5 september 2022, § 3.2-8 mei 2022, § 3.2-12 mei 2022, § 3.2-13 7.699 juni 2012, § 6.11 september 2019, § 3.2-7 5.100 december 2019, § 3.3.1 mei 2022, § 3.2-10 4.731 mei 2020, § 3.3.7 mei 2022, § 3.2-15 6.000 september 2022, § 3.2-6 4.332 mei 2022, § 3.2-28 september 2020, § 3.2-15 mei 2022, § 3.2-16 mei 2022, § 3.2-17 mei 2022, § 3.2-18 mei 2022, § 3.2-19 september 2022, § 3.2-9 mei 2022, § 3.2-20 mei 2021, §3.2-15 mei 2022, § 3.2-22 mei 2022, § 3.2-23 mei 2022, § 3.2-24 mei 2022, § 3.2-25 september 2022, § 3.2-14 september 2022, § 3.2-13 september 2022, § 3.2-5 september 2022, § 3.2-11

3.984.502

24

Toelichting IU Participatie: SW bedrijven (covid-19) Eerder heeft het kabinet de gemeenten, in 2020 en 2021, een bijdrage verstrekt voor het opvangen van de exploitatietekorten van de Sociale Werkbedrijven als gevolg van de coronapandemie. Het kabinet stelt voor ditzelfde doel aanvullend € 10 miljoen beschikbaar voor de periode van 1 januari tot 1 april 2022. Het bedrag is toegevoegd aan de integratie-uitkering Participatie, via een verhoging van de Rijksbijdrage Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw). De aangepaste verdeling over de gemeenten voor de integratie-uitkering Participatie is gepubliceerd in de gemeentefondsrubriek op internet. Invoeringskosten Omgevingswet In paragraaf 3.3.5 van de meicirculaire 2022 is reeds aangekondigd dat het Rijk in totaal € 150 miljoen bijdraagt aan de transitiekosten die gemeenten hebben gemaakt in aanloop naar de invoering van de Omgevingswet. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten opnieuw in kaart worden gebracht. De verdeling van deze decentralisatieuitkering vindt plaats via de verdeelsleutel 60% inwonertal, 25% landoppervlak en 15% vast bedrag. Deze € 150 miljoen is in deze circulaire verwerkt. Bijlage 3.2-2 bevat het per gemeente te ontvangen bedrag. De middelen zijn beleids- en bestedingsvrij. Over de middelen voor de jaren 2023 tot en met 2025 volgt meer informatie in een latere circulaire.

Wet kwaliteitsborging bouw De wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) treedt naar verwachting vanaf 1 januari 2023 gefaseerd in werking. Er wordt gestart met de eenvoudigere bouwprojecten, daarna volgen eventueel de meer complexere projecten. De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Onder deze wet zullen kwaliteitsborgers zorgdragen voor het voldoen aan de bouwtechnische regels. Deze taken vervallen hiermee bij gemeenten die overigens wel het bevoegd gezag blijven houden. Tegelijkertijd wijzigen bepaalde wettelijke taken en krijgen gemeenten er extra wettelijke taken bij, zoals registratie en beoordeling van de Wkb-meldingen. Hieronder vallen onder andere bouwmeldingen, gereed meldingen en informatieverstrekking van de start en einde van bouwwerkzaamheden. Zoals aangekondigd in paragraaf 3.3.6 van de meicirculaire 2022 ontvangen gemeenten, voor de noodzakelijke voorbereidingen die de gemeenten nog moeten treffen tot de inwerkingtreding van de Wkb in 2022 een bijdrage van € 25 miljoen in aanvulling op de 10 miljoen die eerder in 2021 is verstrekt. Daarnaast ontvangen de gemeenten na inwerkingtreding een jaarlijkse bijdrage (tot en met 2026) van € 10 miljoen voor het uitvoeren van de Wkb-taken. Zoals aangekondigd zijn de middelen in deze circulaire verwerkt.

Bijlage 3.2-3 bevat de te ontvangen bedragen per gemeente.

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

25

Voorschoolse voorziening peuters (covid-19) Gemeenten ontvangen van het Rijk middelen om een bepaalde groep ouders die kosten heeft gemaakt voor kinderopvang tijdens de derde sluiting van de opvang in verband met COVID-19 te vergoeden. De buitenschoolse opvang was gesloten van 21 december 2021 tot 10 januari 2022. Het betreft een vergoeding aan/voor ouders die in deze periode een eigen bijdrage hebben betaald voor een gemeentelijke regeling rondom kinderopvang (sociaal-medische indicatie (SMI)). Voor de periode van 21 december 2021 tot 10 januari 2022 wordt de decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters in verband hiermee met € 0,2 miljoen opgehoogd. Voor de eerste en tweede sluiting van de kinderopvang i.v.m. COVID-19 is eerder ook al deze decentralisatieuitkering opgehoogd. De verdeling van het toegevoegde bedrag vindt plaats naar rato van het aandeel van iedere gemeente in de decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters voor het jaar 2022. Bijlage 3.2-4 van deze circulaire bevat de verdeling van de aanvullende bedragen voor 2022 per gemeente. Samenwerkingskader Scherpenzeel Op 7 oktober 2021 besloot de minister van BZK het herindelingsadvies van de Provinciale Staten van Gelderland, voor de samenvoeging van de gemeenten Barneveld en Scherpenzeel niet om te zetten in een wetsvoorstel. Het herindelingsproces werd hiermee beëindigd.

Gelijktijdig met dit besluit heeft de minister van BZK aangegeven dat de complexiteit van de maatschappelijke opgaven en de positie van de gemeente Scherpenzeel het desalniettemin noodzakelijk maken om ter versterking van de bestuurskracht intensiever samen te werken met gemeenten in deze regio. Om initiatieven om tot een samenwerkingsstrategie te komen te ondersteunen ontvangt de gemeente Scherpenzeel een bijdrage van € 77.558. Uitstapprogramma’s prostituees Het kabinet stelt sinds 1 januari 2021 geld beschikbaar voor een landelijk dekkend netwerk van uitstapprogramma’s om mensen die de prostitutie willen verlaten te ondersteunen. Met de uitkering ontvangen de aangewezen gemeenten middelen voor het ontwikkelen en uitvoeren van regionale uitstapprogramma’s voor prostituees. Een uitstapprogramma is een programma waarbinnen begeleiding van prostituees plaatsvindt bij het vinden van werk of overige dagbesteding buiten de prostitutie. De programma’s hebben nadrukkelijk als doel om de stap naar ander werk dan prostitutie te vergemakkelijken en daarin ondersteuning te bieden. In de september circulaire 2020 (paragraaf 3.2-18) zijn er middelen toegevoegd voor de uitstapprogramma’s voor prostituees. In het Coalitieakkoord Rutte IV is aangekondigd dat vanaf 2023 sprake is van een uitbreiding en verbreding van de uitstapprogramma´s.

Hiervoor is vanaf 2023 structureel 3 miljoen extra beschikbaar gesteld. Daardoor is vanaf 2023 jaarlijks € 6 miljoen beschikbaar voor de programma’s. De verdeling van de aanvullende gelden staat opgenomen in bijlage 3.2-6 van deze circulaire. Deze

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

26

zal net als in 2022 plaatsvinden aan de hand van het inwoneraantal van de desbetreffende DUUPregio (decentralisatie-uitkering voor uitstapprogramma’s voor prostituees). Dichterbij dan je denkt Het actieplan ‘Dichterbij dan je denkt’ van het ministerie van SZW beoogt om op korte termijn de krappe arbeidsmarkt te benutten om mensen die nu langs de kant staan naar (parttime) werk of een leerwerkplek te begeleiden. Het ministerie van SZW wil ook arbeidsmarktregio’s in staat stellen om bij te dragen aan het actieplan. Doelstelling van de decentralisatie-uitkering is om de match tussen werkgevers en werkzoekenden uit het onbenut arbeidspotentieel te intensiveren. De decentralisatie-uitkering wordt verstrekt aan de centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s, waarbij elke centrumgemeente een gelijk bedrag ontvangt. Het totale bedrag bedraagt € 17,5 miljoen in 2022, daarvan wordt € 16,7 miljoen uitgekeerd via het gemeentefonds en is € 0,8 miljoen afgedragen aan het BCF. De verdeling is opgenomen in bijlage 3.2-7 Leerlingenvervoer Oekraïne Uit de Oekraïne komen mensen naar Nederland, waaronder veel kinderen en jongeren onder de 18 jaar. We zien dat scholen en gemeenten enorme inspanningen leveren om deze leerlingen onderwijs te bieden, waaronder in sommige gevallen ook het vervoer naar school.

Gemeenten hebben de regie en verantwoordelijkheid voor het leerlingenvervoer aan Oekraïense leerlingen. De decentralisatie-uitkering Leerlingenvervoer Oekraïense leerlingen is een tegemoetkoming aan gemeenten voor de kosten die zij voor dit hebben gemaakt. Het Kabinet heeft hiervoor een bedrag van € 9,2 miljoen beschikbaar gesteld. De decentralisatie-uitkering ziet toe op de periode vanaf 1 maart 2022 tot aan de zomervakantie op 16 juli 2022. De bedragen die worden toegekend aan een gemeente zijn gebaseerd op het aantal geregistreerde kinderen uit de Oekraïne, met peildatum 6 mei 2022. In de uitkering wordt onderscheid gemaakt tussen leerlingen in het Voortgezet Onderwijs (VO) en leerlingen in het Primair Onderwijs (PO). De verdeling van deze middelen is opgenomen in bijlage 3.2-8 van deze circulaire. LHBTI beleid regenboogsteden Regenboogsteden zetten zich in voor de gezamenlijke doelstelling de veiligheid, weerbaarheid en sociale acceptatie van LHBTI (lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen, transgenderpersonen en intersekse personen) verder te bevorderen. In totaal ontvangen 54 gemeenten een bijdragen voor de samenhangende aanpak van de Regenboogsteden voor lokaal LHBTI-beleid voor de periode 2019 tot en met 2022.

Als onderdeel van het Programma Regenboogsteden is er naar aanleiding van de motie Bergkamp een speciaal traject binnen Regenboogsteden dat zich richt op veiligheid in wijken voor LHBTI personen. Hier wordt gewerkt aan de veiligheid van alle bewoners in de context van de directe leefomgeving: de wijk, met expliciete aandacht voor LHBTI personen. Voor de gemeenten Lelystad, Rotterdam en Almere wordt de bijdrage Regenboogsteden hiervoor in 2022 met € 10.000 opgehoogd. Een overzicht met de totaalbedragen per gemeente voor 2022 is opgenomen in bijlage 3.2-9.

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

27

Maatschappelijke begeleiding Conform artikel 18 van de Wet inburgering 2013 voorziet het college in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Gemeenten ontvangen voor de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden in 2022 in totaal € 3,5 miljoen (14.763 personen * € 2.370). De middelen worden verstrekt op basis van: - Het aantal inburgeringsplichtigen (inclusief hervestigde vluchtelingen) dat, rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd 13 en het aantal inburgeringsplichtigen (inclusief hervestigde vluchtelingen) dat rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, verleend onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid, voor verblijf bij: 1. een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, 2. een houder van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, of 3. een houder van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen die is verleend met een aantekening inzake internationale bescherming als bedoeld in artikel 45c, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

- De personen die in de periode vanaf 1 oktober 2017 inburgeringsplichtig zijn geworden en in de periode vanaf 1 oktober 2017 tot en met 31 januari 2022 staan ingeschreven in de basisregistratie personen in de gemeente waar zij op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet 2014 zijn gehuisvest en voor wie nog niet eerder middelen zijn verstrekt ten behoeve van de maatschappelijke begeleiding in het kader van de meicirculaire 2018, 2019 en 2020, de decembercirculaire 2020 (hervestigde vluchtelingen) en de meicirculaire 2021. - Asielmigranten en hun gezinsleden meegenomen waarvan de inburgeringsplicht is ingegaan vóór 1 oktober 2017 en die in de periode vanaf 1 oktober 2017 tot en met 31 januari 2022 zijn gehuisvest en voor wie nog niet eerder middelen zijn verstrekt ten behoeve van de maatschappelijke begeleiding in het kader van de meicirculaire 2018, 2019 en 2020, de decembercirculaire 2020 (hervestigde vluchtelingen) en de meicirculaire 2021. In de bijlage 3.2-10 van deze circulaire zijn het betreffende aantal personen op peildatum 31 januari 2022 en de uit te keren middelen per gemeente opgenomen. Voor nadere informatie en vragen over de selectie van personen ten behoeve van de bijdrage voor maatschappelijke begeleiding wordt verwezen naar de website zakelijk van DUO.

14 Lokale aanpak verdere integratie op de arbeidsmarkt De gemeente Almere ontvangt een bijdrage van € 27.000 voor een onderzoek naar het verbeteren van de participatiegraad van buiten-Europese vrouwen in Nederland om hun achterstand op de arbeidsmarkt te verkleinen. Om de vrouwen beter te ondersteunen is de gemeente Almere in 2022 een pilot gestart waarin vrouwen met een buiten-Europese achtergrond een aangepast

13 14

als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 ‘Maatschappelijke begeleiding’, DUO.nl

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

28

participatietraject volgen, met als doel om deelnemers een (of meerdere) trede(s) te laten stijgen op de participatieladder. Middels de vrijwillige deling van onderzoeksresultaten kunnen voorstellen of lessen die de pilot kunnen verbeteren direct worden ingezet om ervoor te zorgen dat de pilot voor de deelnemers zo succesvol mogelijk ingezet kan worden. Gezond in de stad Programma kansrijke start In het kader van het actieprogramma Kansrijke Start van 12 september 2018 zijn eerder middelen via decentralisatie-uitkering Gezond in de stad aan het gemeentefonds toegevoegd voor gemeenten die zich eerder hebben aangemeld om een lokale coalitie te vormen rondom de eerste 1000 dagen van kinderen. In het Coalitieakkoord is aangegeven dat Kansrijke Start in alle gemeenten van Nederland wordt ingezet. Daartoe ontvangen ook de gemeenten die zich nog niet eerder hebben aangemeld in 2022 middelen om een lokale coalitie te vormen rondom de eerste 1000 dagen van kinderen. Bij deze septembercirculaire worden voor de betreffende gemeenten deze middelen aan de decentralisatie-uitkering Gezond in de stad toegevoegd. Het gaat hierbij om een aanvullend bedrag van € 0,6 miljoen. De aanvullende bedragen voor de betreffende gemeenten zijn opgenomen in bijlage 3.2-12 van deze circulaire.

Informele scholing De gemeente Eindhoven ontvangt een bijdrage voor een project dat zij ontwikkelt op het gebied van informele scholing. De gemeente in kwestie zet in op brede kennisontwikkeling over informele scholing in haar regio en versteviging van het lokale aanbod. In aanvulling op de reeds verstrekte middelen (zie paragraaf 3.2-27 van de meicirculaire gemeentefonds 2022) ontvangt de gemeente Eindhoven een bijdrage van € 43.000 vanuit deze decentralisatie-uitkering. Online weerbaarheid Er bestaan al langere tijd zorgen in de samenleving over gedragingen die op gespannen voet staan met onze democratische rechtsorde. Het betreft gedragingen die weliswaar vaak binnen de grenzen van de wet vallen, maar die op termijn zouden kunnen leiden tot een ondermijning van onze democratische rechtsorde. Steeds vaker wordt dit gedrag vertoond en gevoed in een online omgeving. Het ministerie van SZW stelt in 2022 eenmalig geld ter beschikking via een decentralisatie uitkering, om gemeenten die zich inzetten voor online weerbaarheid financieel te ondersteunen. In aanvulling op de reeds verstrekte middelen (zie paragraaf 3.2-26 van de meicirculaire gemeentefonds 2022) ontvangt de gemeente Utrecht een bijdrage van € 50.000 vanuit deze decentralisatie-uitkering.

3.3

Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen

Deze paragraaf licht de wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen toe die niet gepaard gaan met een wijziging in het macrobudget van de betreffende uitkering. Daarnaast bevat de paragraaf overige mededelingen die betrekking hebben op de decentralisatie- en integratie-

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

29

uitkeringen. 3.3.1

Verlengde Pleegzorg AMV’s

Het ministerie van BZK, het ministerie van JenV en de VNG hebben gezamenlijk wegingscriteria opgesteld voor de verdeling van de incidentele middelen ten behoeve van de verlengde opvang en begeleiding van alleenstaande minderjarige vluchtelingen. Hiervoor is een totaalbedrag van € 10 miljoen beschikbaar (zie paragraaf 3.2-5 van de decembercirculaire 2021). De middelen worden verdeeld over de gemeenten naar rato van het aantal alleenstaande minderjarige vluchtelingen, die in 2022 achttien jaar (zijn) (ge)worden zowel in de Opvanggezinnen als in de Kleinschalige Opvang, per gemeente. Bijlage 3.3.1 bevat de verdeling van de decentralisatie-uitkering over de gemeenten. 3.3.2

Vrouwenopvang

Op verzoek van de VNG, na consultering van de betrokken wethouders van de centrumgemeenten vrouwenopvang, wordt in 2022 nog een bedrag van € 477.000 uitgenomen uit de decentralisatieuitkering Vrouwenopvang. Budgettaire verwerking vindt plaats in de Tweede suppletoire begroting 2022 van het gemeentefonds. Deze uitname zal daarom verwerkt worden in de decembercirculaire. Het betreft een voortzetting van de uitname in 2021 van € 273.175, aangevuld met een bedrag van €203.301. Het genoemde bedrag wordt overgeboekt naar de begroting van het ministerie van VWS. Het bedrag wordt gebruikt voor het ophogen van de specifieke uitkering Specialistische functies aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling in 2022 voor een drietal onderdelen: •

Hulp aan slachtoffers eergerelateerd geweld seksuele uitbuiting

•

Het Landelijk Centrum Seksueel Geweld

•

Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang en Achterlating

Wat betreft de verdeling zijn voor het jaar 2021, 2022 en 2023 en verder ten opzichte van de meicirculaire 2022 de aantallen eenheden van de maatstaven van het objectieve verdeelmodel geactualiseerd. De verdeling over de gemeenten voor de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang is gepubliceerd in de gemeentefondsrubriek op internet. 3.3.3

Faciliteitenbesluit opvangcentra

Gemeenten waarin een opvangcentrum is gevestigd ontvangen jaarlijks een uitkering op grond van het Faciliteitenbesluit opvangcentra van het ministerie van JenV. Bij de berekening van de uitkering wordt het aantal door asielzoekers permanent te bezetten capaciteitsplaatsen verminderd met het aantal op 1 januari van het uitkeringsjaar in de BRP ingeschreven bewoners van het opvangcentrum. De uitkering dient ter compensatie van gelden voor personen die nog niet staan ingeschreven in de BRP en die dus niet mee tellen in de aantallen bezette plaatsen waarvoor middelen worden verstrekt via de algemene uitkering. De gemeenten die het betreft hebben via het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) reeds een aankondiging ontvangen van de te ontvangen uitkering in 2022. Budgettaire verwerking vindt plaats in de Tweede suppletoire begroting 2022 van het gemeentefonds. Deze uitname zal verwerkt

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

30

worden in de decembercirculaire. 3.3.4

Beschermd wonen

In paragraaf 3.2.5 van de meicirculaire 2022 is reeds aangekondigd dat de invoering van het woonplaatsbeginsel en het nieuwe objectieve verdeelmodel beschermd wonen (BW), eerder voorzien voor 1 januari 2023, is uitgesteld. Meer informatie over de invoering van het woonplaatsbeginsel en het nieuwe objectieve verdeelmodel beschermd wonen volgt in de meicirculaire 2023. De gemeente Bergen op Zoom ontvangt in 2023 net als in de periode 2018 tot en met 2022 een aanvullende bijdrage van € 4,24 miljoen (zie voor meer informatie paragraaf 3.3.2 van de decembercirculaire 2018 en paragraaf 3.2.2 van de meicirculaire 2021). De verdeling over de gemeenten voor de integratie-uitkering Beschermd wonen is gepubliceerd in de gemeentefondsrubriek op internet. 3.3.5

Voorne aan Zee

De gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne fuseren per 1 januari 2023. Voor de nieuwe gemeente Voorne aan Zee is een vergelijking gemaakt op basis van uitkeringsjaar 2022 tussen het huidige en het nieuwe verdeelmodel (zie ook meicirculaire 2022 paragraaf 2.5.2). Het ingroeipad voor de nieuw te vormen gemeente Voorne aan Zee bedraagt per inwoner - € 7,50 in 2023, - € 22,50 in 2024 en - € 24,63 in 2025. De gemeente Voorne aan Zee ontvangt in het eerste jaar een suppletie-uitkering van in totaal € 1.244.209 en in 2024 van in totaal € 154.444. 3.3.6 Maatschappelijke opvang De omvang van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang wijzigt niet. De verdeling van deze decentralisatie-uitkering over 2021 is ten opzichte van de meicirculaire 2022 gewijzigd als gevolg van de aanpassing van de basisgegevens voor de aantallen minderheden. Zie paragraaf 2.4. Met ingang van 2022 is de verdeling van maatschappelijke opvang ten opzichte van de meicirculaire 2022 veranderd als gevolg van het gebruik van actuelere basisgegevens voor de maatstafaantallen. De verdeling over de gemeenten is opgenomen in bijlage 3.3.6. De achterliggende berekeningswijze treft u aan in de gemeentefondsrubriek op internet.

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

31

4

Overige mededelingen

4.1

Inleiding

Dit hoofdstuk bevat diverse mededelingen over de gemeentefinanciën. Paragraaf 4.2 bevat mededelingen over het gemeentefonds die zowel betrekking hebben op de algemene uitkering als op de integratie- en decentralisatie-uitkeringen. Vervolgd wordt met mededelingen op het terrein van de gemeentefinanciën.

4.2

Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen

Gemeentefondstotalen Tabel 4.2.1 bevat een overzicht van de gemeentefondstotalen 2022-2027. In de tabel zijn de bedragen uit de hoofdstukken 2 en 3 bij elkaar gebracht. Tabel 4.2.1 Gemeentefondstotalen 2022-2027 (in duizenden euro's) 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Algemene uitkering DU/IU

33.521.294 5.973.003

34.792.762 4.261.298

35.819.299 4.204.433

37.735.614 4.131.391

36.921.954 4.053.204

36.998.156 3.984.502

Totaal

39.494.297

39.054.060

40.023.732

41.867.005

40.975.158

40.982.658

Bevoorschotting De bedragen 2022 uit de tabel zullen worden verwerkt in de bevoorschotting vanaf 4 oktober 2022. Op 4 oktober zullen ook eventuele verrekeningen plaatsvinden als er voor 2022 te veel of juist te weinig voorschot is verstrekt. Verrekeningen over het uitkeringsjaar 2021 worden ook in oktober uitgevoerd. De voorschotbetalingen op de algemene uitkering over 2023 zullen in beginsel gebaseerd worden op de uitkeringsfactor en de bedragen per eenheid die in deze circulaire zijn vermeld. Daarnaast worden de meeste basisgegevens overgenomen van het jaar 2022. Gemeenten worden over de voorschotbetalingen geïnformeerd via de maandelijkse specificatieoverzichten. Voor de volledigheid: aan de berekening van de voorschotten kunnen geen rechten worden ontleend voor de definitieve vaststelling van de uitkeringen. Nominale ontwikkelingen De algemene uitkering is via het accres afhankelijk van de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven (accresrelevante uitgaven; ARU) waarin rekening is gehouden met loon- en prijsontwikkelingen. Daarmee is de algemene uitkering in de meerjarenraming uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwel in lopende prijzen. De decentralisatie-uitkeringen kennen geen correctie voor loon- en prijsontwikkelingen en betreffen nominale bedragen.

De integratie-uitkeringen worden wel ieder jaar opnieuw geïndexeerd volgens de voor dat jaar van toepassing zijnde loon- en prijsontwikkeling (constante prijzen). Het is van belang dat gemeenten in hun ramingen rekening houden met de loon- en

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

32

prijsontwikkelingen. Om gemeenten, die niet beschikken over eigen loon- en prijsindexen, te faciliteren bij het omgaan met loon- en prijsontwikkelingen is tabel 4.2.2 opgenomen. De tabel bevat een aantal loon- en prijsindicatoren die het CPB onderscheidt voor de overheidssector. De cijfers zijn ontleend aan de meest recente publicaties van het CPB. Voor nadere informatie verwijzen wij naar de regelmatig bijgestelde prognoses op de website van het CPB (CPB), met name de rubriek Macro Economische Verkenning (MEV 2023).

Tabel 4.2.2 Prijsindexen CPB* MEV 2023 en CEP 2022*** mutaties per jaar in %

2022

2023

2024

2025

2026

2027**

Prijs bruto binnenlands product (pbbp)

3,4

4,9

2,5

2,5

2,2

2,2

Prijs nationale bestedingen (pnb)

3,8

4,9

2,5

2,5

2,1

2,1

Nationale consumentenprijsindex (cpi)

5,2

2,6

2,4

2,5

2,0

2,0

Loonvoet sector overheid Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)

4,3

3,3

4,2

4,1

3,9

3,9

4,8

2,8

3,9

3,8

3,6

3,6

4,1

5,9

2,4

2,4

1,9

1,9

* toelichting/ verduidelijking bij de kerngegevens is te vinden op: https://www.cpb.nl/artikel/toelichting-bij-kerngegevenstabel ** 2023 is op basis van de MEV 2023, 2022 en 2024 - 2026 is op basis van de CEP 2022 *** cijfers 2026 zijn doorgetrokken naar 2027

4.3

Klimaat en Energie

Medeoverheden krijgen naar aanleiding van het Klimaatakkoord en het Coalitieakkoord veel nieuwe taken op het terrein van de sectoren gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, landbouw en elektriciteit. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft advies uitgebracht genaamd “Van Parijs naar Praktijk” uitgebracht met daarin de geschatte uitvoeringsmiddelen die medeoverheden nodig hebben voor de periode 2022-2030 voor de uitvoering van het Klimaatakkoord 15. In de meicirculaire is reeds bekend gemaakt dat vanaf 2023 tot en met 2030 gemeenten en provincies, aanvullend op de reeds eerder toegekende middelen, extra uitvoeringsmiddelen voor klimaat- en energiebeleid krijgen zodat zij hun uitvoeringskracht kunnen voorzetten en intensiveren. Om de uitvoering van het bestaande klimaatbeleid in 2022 te kunnen voortzetten is van de toekomstige uitvoeringsmiddelen in de meicirculaire reeds € 74,331 miljoen naar 2022 verschoven. Dat brengt de totale decentralisatie-uitkering voor 2022 op € 112,591 miljoen (exclusief een reservering van het BCF van € 1,740). De verdeling is in de meicirculaire gecommuniceerd (zie paragraaf 3.2-7). Over de resterende middelen die in het Coalitieakkoord zijn gereserveerd voor de uitvoeringskosten van medeoverheden voor het klimaatakkoord en aanvullend klimaatbeleid vinden nog gesprekken plaats tussen onder andere de VNG, het IPO en het Rijk.

In 2024 wordt er een herijking uitgevoerd

15

‘Van Pariis naar Praktijk’, Raadopenbaarbestuur.nl

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

33

ten aanzien van de benodigde en beschikbare uitvoeringsmiddelen.

4.4

Individuele referentiewaarden EMU-saldo gemeenten 2023

In het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen van 23 maart jl. is afgesproken de regeling vaststelling gelijkwaardige inspanning decentrale overheden inzake het EMU-saldo die liep tot en met 2022, met één jaar te verlengen tot en met 2023. Dat betekent dezelfde EMU-norm van -0,4 procent van het bruto binnenlands product (BBP) bij eenzelfde onderverdeling naar overheidslaag. Momenteel ligt deze aangepaste regeling middels een zogenaamde voorhangprocedure in de Tweede Kamer om deze voorgenomen verlenging goed te keuren. 16 Onder voorbehoud van de goedkeuring zal deze regeling in werking treden met ingang van 1 januari 2023. In het najaar van 2022 wordt een eerste overleg over de EMU-saldonorm voor de drie jaren na 2023 ingepland. In de tot en met 2023 te verlengen regeling wordt het collectieve aandeel van de decentrale overheden in het EMU-saldo bepaald alsmede de uitsplitsing daarvan per bestuurslaag. 17 Om provincies en gemeenten tijdig een beeld te geven wat dit voor hen betekent, publiceert het ministerie van BZK in lijn met de Wet Hof individuele EMU-referentiewaarden. De referentiewaarden voor gemeenten zijn in bijlage 4.4 opgenomen 18 en tot stand gekomen door het totaalbedrag uit de tabel hieronder op basis van de begrotingstotalen over de gemeenten te verdelen.

Tabel 4.4.1: macronorm per bestuurslaag Gemeenten Verdeling macronorm 2023 (in % BBP) Verdeling macronorm 2023 (x € 1000) Geraamde BBP 2023 (x € 1000)= 993.830.000

Provincies

0,27

0,08

2.683.341

795.064

Waterschappen 0,05

Totaal 0,40

496.915 3.975.320

Een individuele EMU-referentiewaarde is geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat een provincie of gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft. De Wet Hof bepaalt dat de individuele referentiewaarde voor het EMU-saldo van de individuele overheden naast het eigen aandeel ook het aandeel in openbare lichamen betreft. Het aandeel in openbare lichamen is het deel van het EMUsaldo van de gemeenschappelijke regelingen dat aan de betreffende deelnemende individuele decentrale overheid wordt toegerekend. Een deel van het EMU-saldo van de gemeenschappelijke regelingen maakt dus onderdeel uit van het EMU-saldo van de deelnemende decentrale overheden.

4.5

Website gemeentefinanciën: www.findo.nl

De gegevens in de online database met informatie over de financiën van decentrale overheden (www.findo.nl) worden op regelmatige basis geactualiseerd. Wat betreft de informatie

‘Concept regeling EMU-norm 2023 decentrale overheden’, Overheid.nl ‘Regeling van de Staatssecretaris van Financiën van 31 januari 2019, houdende de vaststelling van de gelijkwaardige inspanning van de decentrale overheden inzake het EMU-saldo’, Overheid.nl 18 Deze berekening is gebaseerd op een voorlopige voorspelling van het BBP 2023 uit de Macro Economische Verkenning (MEV) en op de begrotingstotalen 2022 van gemeenten en provincies. 16 17

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

34

over de uitkeringen uit het gemeentefonds bevat de database de stand meicirculaire 2022. De gegevens uit deze circulaire zullen zo spoedig mogelijk worden verwerkt, zodat u de meest actuele stand kunt raadplegen. De Iv3-data, zoals die door gemeenten en provincies zijn aangeleverd bij het CBS, en informatie over de financiële kengetallen zijn bijgewerkt tot en met de jaarrekeningen van 2021 en de begroting van 2022. De originele begrotingen en jaarstukken van gemeenten en provincies tot en met 2019 (jaarrekeningen) en 2021 (begrotingen) zijn aan de website toegevoegd. In het najaar worden de originele jaarrekeningen over 2020 toegevoegd. Door deze informatie en openbare documenten op één plaats beschikbaar te stellen, wil het ministerie van BZK bijdragen aan de transparantie en openbaarheid van de financiën van decentrale overheden.

4.6

Jaarlijkse weging decentralisatie- en integratie-uitkeringen

In artikel 13, lid 5, van de Financiële-verhoudingswet wordt bepaald dat jaarlijks, in overleg met de ministers die het aangaat, wordt bezien of een decentralisatie- en/of integratie-uitkering kan worden overgeheveld naar de algemene uitkering. In de meicirculaire 2022 zijn diverse (onderdelen van) integratie-uitkeringen overgeheveld nar de algemene uitkering. Deze overheveling hing samen met de invoering van het nieuwe verdeelmodel van de algemene uitkering per 1 januari 2023. Er resteren nog enkele integratie-uitkeringen. Binnen de IU Voogdij 18+ resteren nog de onderdelen voor ‘PC Gesloten jeugdzorg’ en ‘Academische component Kinder- en Jeugdpsychiatrie’ en de reservering voor de compensatieregeling. In overleg met het ministerie van VWS zal gekeken worden hoe hiermee in de toekomst wordt omgegaan. De invoering van het woonplaatsbeginsel en het nieuwe objectieve verdeelmodel beschermd wonen (BW), eerder voorzien voor 1 januari 2023, is uitgesteld (zie paragraaf 3.3.4 van deze circulaire). Van de IU participatie blijven de onderdelen WSW en Nieuw begeleiding beschut werk vooralsnog bestaan. In overleg met het ministerie van SZW zal gekeken worden hoe hiermee in de toekomst wordt omgegaan. Voor de decentralisatie-uitkeringen is in tabel 3.2.2 te zien dat de meeste niet structureel zijn.

Omzetting naar integratie-uitkering of algemene uitkering is voor die uitkeringen dan ook niet aan de orde. Voor de overige (structurele) decentralisatie-uitkeringen geldt dat deze niet aan alle gemeenten worden uitgekeerd en/of nu nog niet kunnen worden verdeeld via de maatstaven van de algemene uitkering. Van de nog niet eerder in een begroting opgenomen decentralisatie-uitkeringen wordt bij ontwerpbegroting 2024 bezien of ze kunnen worden omgezet naar een integratie-uitkering of algemene uitkering.

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

35

Bijlagen

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

36

Bijlage 1.4 Onderzoeksagenda herijking verdeling gemeentefonds

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

37

Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2022 en 2023 Tabel 1 Verdeeltabel 2022 (bedragen in euro's in basis) maatstaven en uitkeringsfactor

b.p.e. 2022 stand mei 2022

wijzigingen volgens deze circulaire

deze circulaire

onroerendezaakbelasting waarde woningen eigenaren onroerendezaakbelasting waarde niet-woningen gebruikers onroerendezaakbelasting waarde niet-woningen eigenaren

-0,083763% -0,131452% -0,163111%

-

-0,083763% -0,131452% -0,163111%

inwoners kernen met 500 of meer adressen ozb-waarde van de niet-woningen gedeeld door 1.000.000

162,12 60274,83 380,05 874,26 100,95 26,49 201,79 132,44 33,62 30,96 852,17 2157,79 1957,15 87,11 327,61 325,13 1034,10 70,10 90,82 46,12 31,35 230,78 370,50 2312,25 220,56 249,86 41,11

0,41 95,75 0,25 11,24 4,54 -

162,53 60274,83 380,05 874,26 100,95 26,49 201,79 132,44 33,62 30,96 947,92 2157,79 1957,15 87,11 327,86 325,13 1034,10 81,34 90,82 46,12 35,89 230,78 370,50 2312,25 220,56 249,86 41,11

inwoners jongeren jonger dan 18 jaar inwoners ouderen 65 jaar en ouder inwoners ouderen 75 t/m 84 jaar wadden, t/m 2500 inwoners wadden, van 2501 t/m 7500 inwoners wadden, vanaf 7501 inwoners huishoudens met laag inkomen lage inkomens met drempel bijstandsontvangers loonkostensubsidie uitkeringsontvangers minderheden minderheden met drempel eenouderhuishoudens eenpersoonshuishoudens huishoudens klantenpotentieel lokaal klantenpotentieel regionaal leerlingen (V)SO leerlingen VO achterstandsleerlingen met drempel extra groei leerlingen VO extra groei jongeren land (voortzetting op de volgende bladzijde)

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

b.p.e. 2022

38

Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2022 en 2023 (vervolg) Tabel 1 Verdeeltabel 2022 (bedragen in euro's in basis) maatstaven en uitkeringsfactor land *bodemfactor gemeente binnenwater buitenwater oppervlakte bebouwing oppervlakte bebouwing woonkernen oppervlakte bebouwing buitengebied oppervlakte bebouwing woonkernen * bodemfactor woonkernen oppervlakte bebouwing buitengebied*bodemfactor buitengebied woonruimten woonruimten * bodemfactor woonkernen opp. historische kernen, <40 ha opp. historische kernen, 40-64 ha opp. historische kernen, >64 ha historische waterwegen bewoonde oorden bewoonde oorden met historische kernen investeringsbudget stedelijke vernieuwing (a) investeringsbudget stedelijke vernieuwing (b) omgevingsadressendichtheid (oad) omgevingsadressendichtheid met drempel oeverlengte * bodemfactor gemeente (oeverlengte+2*veen/kleiveengebied)*bf.gemeente*dh.factor meerkernigheid meerkernigheid * bodemfactor buitengebied bedrijven vast bedrag voor iedere gemeente vast bedrag voor Amsterdam vast bedrag voor Rotterdam vast bedrag voor Den Haag vast bedrag voor Utrecht vast bedrag Waddengemeenten

b.p.e. 2022 stand mei 2022 , 26,89 38,04 22,97 588,37 2.284,96 1.921,87 3.089,49 1.525,03 57,21 50,79 3.200,28 6.928,07 15.081,92 15,58 31,48 85,74 6.087.306,96 3.736.019,31 61,56 23,72 11,72 5,82 9.113,30 14.878,30 75,76 297.526,27 104.966.340,63 64.491.778,38 51.477.625,01 30.708.535,84 150.164,11

wijzigingen volgens deze circulaire

b.p.e. 2022 deze circulaire

1,69 -

26,89 38,04 22,97 588,37 2.284,96 1.921,87 3.089,49 1.525,03 57,21 50,79 3.200,28 6.928,07 15.081,92 15,58 31,48 85,74 6.087.306,96 3.736.019,31 63,25 23,72 11,72 5,82 9.113,30 14.878,30 75,76 297.526,27 104.966.340,63 64.491.778,38 51.477.625,01 30.708.535,84 150.164,11

1 Voor Baarle-Nassau twee maal het vaste bedrag. (voortzetting op de volgende bladzijde)

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

39

Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2022 en 2023 (vervolg) Tabel 1 Verdeeltabel 2022 (bedragen in euro's in basis) maatstaven en uitkeringsfactor

b.p.e. 2022 stand mei 2022

jeugdigen in gezinnen met armoederisico basisonderwijsleerlingen met leerlingengewicht 0.3 basisonderwijsleerlingen met leerlingengewicht 1.2 gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (particuliere hh) gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (hh met kinderen) ouders met langdurig psychisch medicijngebruik eenouderhuishoudens met 2 of meer kinderen bijstandshuishoudens met minderjarige kinderen eenouderhuishoudens die bijstand ontvangen uitkeringsontvangers minus bijstandsontvangers wajongeren medicijngebruik met drempel re-integratie klassiek inwoners jonger dan 65 jaar inwoners ouderen 65 t/m 74 jaar inwoners ouderen 85 jaar en ouder eenpersoonshuishoudens 65 t/m 74 jaar eenpersoonshuishoudens 75 t/m 84 jaar eenpersoonshuishoudens 85 jaar en ouder huishoudens met laag inkomen 65 t/m 74 jaar huishoudens met laag inkomen 75 t/m 84 jaar huishoudens met laag inkomen 85 jaar en ouder gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 65 t/m 74 jaar gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 75 t/m 84 jaar gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 85 jaar en ouder bedden uitkeringsfactor

321,07 -2.135,98 -3.351,98 -163,66 -640,34 4.724,49 1.671,97 861,94 2.282,88 1.351,42 866,30 378,69 367.155,38 4,25 0,19 0,19 16,50 65,89 115,38 129,39 517,19 903,82 118,18 472,79 827,35 0,86 1,813

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

wijzigingen volgens deze circulaire 0,010

b.p.e. 2022 deze circulaire 321,07 -2.135,98 -3.351,98 -163,66 -640,34 4.724,49 1.671,97 861,94 2.282,88 1.351,42 866,30 378,69 367.155,38 4,25 0,19 0,19 16,50 65,89 115,38 129,39 517,19 903,82 118,18 472,79 827,35 0,86 1,823

40

Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2022 en 2023 (vervolg)

Tabel 2 Mutaties verdeeltabel 2023 (bedragen in euro's in basis) ten opzichte van stand 2022 voorjaarsnota maatstaven totaal

bijstandsontvangers

-14,72

Sociale Participati basisvoore zieningen

-

-14,72

Wmo

Jeugd

-

-

Bestuur algemene en mutaties ondersteu ning

Overige ontwikkelin ontwikkeling g UB

-

doelgroepenregister gemeentel

-2,98

-

-2,98

-

-

-

éénpersoonshuishoudens

-0,75

-

-

-0,75

-

-

huishoudens met een laag inko

-6,10

-

-1,01

-2,37

-2,72

-

inwoners

1,51

1,84

-

-

-

-0,33

inwoners 75+ met drempel

-6,01

-

-

-6,01

-

-

jongeren

-0,32

-

-

-

-0,32

-

kernen

-107,04

-

-

-107,04

-

-

laag opleidingsniveau met drem

-1,20

-

-

-1,20

-

-

loonkostensubsidie

-14,72

-

-14,72

-

-

-

migratieachtergrond

0,46

0,46

-

-

-

-

regionale centrumfunctie

-0,28

-

-

-0,23

-0,05

-

omgevingsadressendichtheid

0,03

-

-

-

0,03

-

uitkeringsfactor

0,022

0,013

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

0,008

0,001

41

Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2022 en 2023 (vervolg) Tabel 3 Verdeeltabel 2023 (bedragen in euro's in basis) maatstaven en

b.p.e. 2023

wijzigingen

b.p.e. 2023

uitkeringsfactor

stand

volgens

stand

mei 2022

deze circulaire

september 2022

bedrijven bewoonde oorden 1930 historische woningen in bewoonde oorden 1930 bijstandsontvangers doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep éénpersoonshuishoudens extra groei jongeren extra groei leerlingen voortgezet onderwijs grote woonkernen huishoudens met een laag inkomen met drempel inwoners inwoners 75+ met drempel inwoners waddengemeenten (<2500 inwoners) inwoners waddengemeenten (>7500 inwoners) inwoners waddengemeenten (2500 tot 7500 inwoners) jongeren kernen laag opleidingsniveau met drempel

134,78 42,27 79,48

-

134,78 42,27 79,48

5.051,46 1.021,82 167,29 766,20 628,55 75.166,66 3.785,66 374,61 1.335,40 269,09 47,34 209,89 566,71 114.688,34 265,57

-14,72 -2,98 -0,75 -6,10 1,51 -6,01 -0,32 -107,04 -1,20

5.036,74 1.018,84 166,54 766,20 628,55 75.166,66 3.779,56 376,12 1.329,39 269,09 47,34 209,89 566,39 114.581,30 264,37

leerlingen (voortgezet) speciaal onderwijs leerlingen voortgezet onderwijs loonkostensubsidie migratieachtergrond landelijke centrumfunctie lokale centrumfunctie regionale centrumfunctie

528,66 384,90 5.051,46 385,98 45,41 10,86 155,64

-14,72 0,46 -0,28

528,66 384,90 5.036,74 386,44 45,41 10,86 155,36

oeverlengte * bodemfactor gemeente * dichtheidsfactor oeverlengte*bodemfactor gemeente omgevingsadressendichtheid onderwijsachterstand ∗ oppervlak bebouwing buitengebied oppervlak bebouwing buitengebied bodemfactor buitengebied

13,42 31,40 86,16 150,84 7.894,15 2.935,95

0,03 -

13,42 31,40 86,19 150,84 7.894,15 2.935,95

(voortzetting op de volgende bladzijde)

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

42

Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2022 en 2023 (vervolg) Tabel 3 Verdeeltabel 2023 (bedragen in euro's in basis) maatstaven en uitkeringsfactor ∗ oppervlak bebouwing woonkern oppervlak bebouwing woonkern bodemfactor woonkern oppervlak binnenwater oppervlak buitenwater oppervlak historische kern < 40 ha oppervlak historische kern > 65 ha oppervlak historische kern 40 tot 65 ha oppervlak land * bodemfactor gemeente oppervlak land ozb niet-woningen eigenaren ozb niet-woningen gebruikers ozb woningen eigenaren vast bedrag vast bedrag Amsterdam verkiezingen Den Haag vast bedrag Rotterdam ∗ woonruimten woonruimten bodemfactor woonkern uitkeringsfactor

b.p.e. 2023 stand mei 2022

wijzigingen volgens deze circulaire

b.p.e. 2023 stand september 2022

6.753,77 10.743,51 126,10 39,89 33.745,44 33.745,44 33.745,44 25,72 39,00

-

6.753,77 10.743,51 126,10 39,89 33.745,44 33.745,44 33.745,44 25,72 39,00

-0,2796% -0,2127% -0,0857%

-

-0,2796% -0,2127% -0,0857%

977.596,56 74.175.269,15 707.103,84 27.064.336,61 11,81 52,99

-

977.596,56 74.175.269,15 707.103,84 27.064.336,61 11,81 52,99

1,285

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

0,022

1,307

43

Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2022 en 2023 (vervolg)

Tabel 4 Mutaties verdeeltabel 2022 (bedragen in euro's in basis) totaal

maatstaven

algemene

cluster

cluster

mutaties

Inkomen en participatie

cluster

ontwik-

overige

Samenkracht en

Bestuur en

keling UB

ontwikkelingen

burgerparticipatie

alg. ondersteuning

-0,006

0,000

inwoners

0,41

-

0,46

-0,05

lage inkomens met drempel

95,75

95,75

-

-

eenpersoonshuishoudens

11,24

11,24

-

-

minderheden

0,25

-

0,25

-

klantenpotentieel regionaal

4,54

4,54

-

-

omgevingsadressendichtheid (oad)

1,69

1,69

-

-

uitkeringsfactor

0,010

0,010

0,016

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

44

Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2022 en 2023 (vervolg) Bedragen per eenheid stand septembercirculaire 2022 uitkeringsjaar 2022 totaal

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

Eigen

Inkomen en

Samenkracht en

Jeugd

Maatsch.

Educatie

Volks-

Cultuur en

Infrastruc. en

Riolering

OOV

Bestuur en alg.

Overig

middelen

participatie

burgerparticipatie

gezondheid

ontsp.

gebiedsontw.

en reiniging

onroerendezaakbelasting waarde woningen eigenar

-0,083763%

-0,083763%

onroerendezaakbelasting waarde niet-woningen geb

-0,131452%

-0,131452%

onroerendezaakbelasting waarde niet-woningen eig

-0,163111%

-0,163111%

inwoners

ondersteuning

ondersteuning

162,53

-

7,67

3,99

-

34,02

1,04

0,79

51,81

16,32

-5,47

60.274,83

-

-

-

-

4.756,43

-

-

-

-

-

55.518,40

-

-

ozb-waarde van de niet-woningen gedeeld door 1.00

380,05

-

-

-

-

-

-

-

-

42,31

-

337,74

-

-

inwoners jongeren jonger dan 18 jaar

874,26

-

-

19,49

660,52

0,22

182,60

11,43

-

-

-

-

-

-

inwoners ouderen 65 jaar en ouder

100,95

-

-

1,95

-

98,56

-

0,44

-

-

-

-

-

-

kernen met 500 of meer adressen

0,39

51,97

-

inwoners ouderen 75 t/m 84 jaar

26,49

-

-

0,34

-

26,07

-

0,08

-

-

-

-

-

-

huishoudens met laag inkomen

30,96

-

-

2,91

9,58

1,58

-

0,65

-

16,24

-

-

-

-

lage inkomens met drempel

947,92

-

437,39

33,35

55,74

358,62

41,71

7,41

-

-

-

13,70

-

-

bijstandsontvangers

2.157,79

-

1.957,26

59,83

-

127,57

-

13,13

-

-

-

-

-

-

loonkostensubsidie

1.957,15

-

1.957,15

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

uitkeringsontvangers

87,11

-

-

8,44

-1,58

78,37

-

1,88

-

-

-

-

-

-

eenpersoonshuishoudens

81,34

-

51,34

-

-

30,00

-

-

-

-

-

-

-

-

minderheden

327,86

-

-

39,46

72,29

58,80

48,35

8,71

-

21,47

-

57,82

20,96

-

minderheden met drempel

325,13

-

-

-

-

-

217,61

-

-

-

-

65,25

42,27

-

1.034,10

-

-

48,14

887,65

87,60

-

10,71

-

-

-

-

-

-

huishoudens

90,82

-

-

2,01

-

17,55

-

0,45

70,81

-

-

-

-

-

klantenpotentieel lokaal

46,12

-

-

0,61

-

8,69

-

0,13

34,00

2,02

-

0,67

-

-

klantenpotentieel regionaal

35,89

-

20,75

1,47

0,54

5,21

0,07

0,31

8,80

-0,63

-

2,00

-2,63

-

leerlingen (V)SO

230,78

-

-

-

-

-

230,78

-

-

-

-

-

-

-

leerlingen VO

370,50

-

-

0,03

-

0,09

370,37

0,01

-

-

-

-

-

-

2.312,25

-

-

-

-

-

2.312,25

-

-

-

-

-

-

-

extra groei jongeren

249,86

-

-

-

-

-

249,86

-

-

-

-

-

-

-

extra groei leerlingen VO

220,56

-

-

-

-

-

220,56

-

-

-

-

-

-

-

land

41,11

-

-

0,35

-

1,13

8,59

0,08

-

28,12

-2,97

4,79

1,02

-

land *bodemfactor gemeente

26,89

-

-

-

-

-

-

-

-

25,58

1,31

-

-

-

binnenwater

38,04

-

-

0,34

-

1,08

8,56

0,08

-

27,98

-

-

-

-

buitenwater

22,97

-

-

-

-

-

-

-

-

15,28

-

7,69

-

-

2.284,96

-

-

-

-

-

-

-

-

2.284,96

-

-

-

-

eenouderhuishoudens

achterstandsleerlingen met drempel

oppervlakte bebouwing woonkernen

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

45

Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2022 en 2023 (vervolg) Bedragen per eenheid stand septembercirculaire 2022 uitkeringsjaar 2022 totaal

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

Eigen

Inkomen en

Samenkracht en

Jeugd

Maatsch.

Educatie

Volks-

Cultuur en

Infrastruc. en

Riolering

OOV

Bestuur en alg.

Overig

middelen

participatie

burgerparticipatie

gezondheid

ontsp.

gebiedsontw.

en reiniging

ondersteuning

ondersteuning

oppervlakte bebouwing buitengebied

1.921,87

-

-

-

-

-

-

-

-

1.921,87

-

-

-

-

oppervlakte bebouwing woonkernen * bodemfactor

3.089,49

-

-

-

-

-

-

-

-

3.089,49

-

-

-

-

oppervlakte bebouwing buitengebied*bodemfactor b

1.525,03

-

-

-

-

-

-

-

-

1.525,03

-

-

-

-

oppervlakte bebouwing

588,37

-

-

-

-

-

-

-

-

460,21

-

128,16

-

-

woonruimten

57,21

-26,74

-

-

-

-

-

-

-

55,81

-63,79

58,66

33,27

-

woonruimten * bodemfactor woonkernen

50,79

-

-

-

-

-

-

-

-

32,15

18,64

-

-

-

opp. historische kernen, <40 ha

3.200,28

-

-

-

-

-

-

-

331,45

2.868,83

-

-

-

-

opp. historische kernen, 40-64 ha

6.928,07

-

-

-

-

-

-

-

331,25

6.596,82

-

-

-

-

opp. historische kernen, >64 ha

15.081,92

-

-

-

-

-

-

-

331,57

14.750,35

-

-

-

-

historische waterwegen

15,58

-

-

-

-

-

-

-

-

15,58

-

-

-

-

bewoonde oorden

31,48

-

-

-

-

-

-

-

-

13,95

-

-

17,53

-

bewoonde oorden met historische kernen

85,74

-

-

-

-

-

-

-

85,74

-

-

-

-

-

investeringsbudget stedelijke vernieuwing (a)

6.087.306,96

-

-

-

-

-

-

-

-

6.087.306,96

-

-

-

-

investeringsbudget stedelijke vernieuwing (b)

3.736.019,31

-

-

-

-

-

-

-

-

3.736.019,31

-

-

-

-

omgevingsadressendichtheid (oad)

63,25

-

7,72

2,58

0,54

-2,85

2,86

0,56

-

39,05

3,02

13,24

-3,47

-

omgevingsadressendichtheid met drempel

23,72

-

-

-

-

-

-

-

-

19,08

-

4,64

-

-

oeverlengte * bodemfactor gemeente

11,72

-

-

-

-

-

-

-

-

7,25

4,47

-

-

-

(oeverlengte+2*veen/kleiveengebied)*bf.gemeente*d

5,82

-

-

-

-

-

-

-

-

3,60

2,22

-

-

-

meerkernigheid

9.113,30

-

-

352,07

-

1.114,72

4.422,19

80,88

-

-

-

3.143,44

-

-

meerkernigheid * bodemfactor buitengebied

14.878,30

-

-

-

-

-

-

-

-

14.878,30

-

-

-

-

75,76

-

-

-

-

-

-

-

-

63,52

-

5,70

6,54

-

-

85,87

4.480,81

9.083,83

-

598,41

-

26.323,27

-

-

bedrijven vast bedrag voor iedere gemeente

297.526,27

34.965,00

221.989,08

-

vast bedrag voor Utrecht

30.708.535,84

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

30.708.535,84

vast bedrag voor Den Haag

51.477.625,01

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

51.477.625,01

vast bedrag voor Rotterdam

64.491.778,38

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

64.491.778,38

vast bedrag voor Amsterdam

104.966.340,63

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

104.966.340,63

150.164,11

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

150.164,11

wadden, t/m 2500 inwoners

vast bedrag Waddengemeenten

201,79

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

201,79

wadden, van 2501 t/m 7500 inwoners

132,44

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

132,44

wadden, vanaf 7501 inwoners

33,62

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

33,62

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

46

Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2022 en 2023 (vervolg) Bedragen per eenheid stand septembercirculaire 2022 uitkeringsjaar 2022 totaal

jeugdigen in gezinnen met armoederisico

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

cluster

Eigen

Inkomen en

Samenkracht en

Jeugd

Maatsch.

Educatie

Volks-

Cultuur en

Infrastruc. en

Riolering

OOV

Bestuur en alg.

Overig

middelen

participatie

burgerparticipatie

gezondheid

ontsp.

gebiedsontw.

en reiniging

ondersteuning

ondersteuning

321,07

-

-

-

321,07

-

-

-

-

-

-

-

-

-

basisonderwijsleerlingen met leerlingengewicht 0.3

-2.135,98

-

-

-

-2.135,98

-

-

-

-

-

-

-

-

-

basisonderwijsleerlingen met leerlingengewicht 1.2

-3.351,98

-

-

-

-3.351,98

-

-

-

-

-

-

-

-

-

gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (particuliere

-163,66

-

-

-

-163,66

-

-

-

-

-

-

-

-

-

gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (hh met kin

-640,34

-

-

-

-640,34

-

-

-

-

-

-

-

-

-

ouders met langdurig psychisch medicijngebruik

4.724,49

-

-

-

4.724,49

-

-

-

-

-

-

-

-

-

eenouderhuishoudens met 2 of meer kinderen

1.671,97

-

-

-

1.671,97

-

-

-

-

-

-

-

-

-

bijstandshuishoudens met minderjarige kinderen

861,94

-

-

-

861,94

-

-

-

-

-

-

-

-

-

eenouderhuishoudens die bijstand ontvangen

2.282,88

-

-

-

2.282,88

-

-

-

-

-

-

-

-

-

uitkeringsontvangers minus bijstandsontvangers

1.351,42

-

-

-

1.154,91

196,51

-

-

-

-

-

-

-

-

wajongeren

866,30

-

-

-

-

866,30

-

-

-

-

-

-

-

-

medicijngebruik met drempel

378,69

-

-

-

-

378,69

-

-

-

-

-

-

-

-

367.155,38

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

inwoners jonger dan 65 jaar

4,25

-

-

-

-

4,25

-

-

-

-

-

-

-

-

inwoners ouderen 65 t/m 74 jaar

0,19

-

-

-

-

0,19

-

-

-

-

-

-

-

-

inwoners ouderen 85 jaar en ouder

0,19

-

-

-

-

0,19

-

-

-

-

-

-

-

-

eenpersoonshuishoudens 65 t/m 74 jaar

16,50

-

-

-

-

16,50

-

-

-

-

-

-

-

-

eenpersoonshuishoudens 75 t/m 84 jaar

65,89

-

-

-

-

65,89

-

-

-

-

-

-

-

-

eenpersoonshuishoudens 85 jaar en ouder

115,38

-

-

-

-

115,38

-

-

-

-

-

-

-

-

huishoudens met laag inkomen 65 t/m 74 jaar

129,39

-

-

-

-

129,39

-

-

-

-

-

-

-

-

huishoudens met laag inkomen 75 t/m 84 jaar

517,19

-

-

-

-

517,19

-

-

-

-

-

-

-

-

huishoudens met laag inkomen 85 jaar en ouder

903,82

-

-

-

-

903,82

-

-

-

-

-

-

-

-

gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 65 t/m 74 ja

118,18

-

-

-

-

118,18

-

-

-

-

-

-

-

-

gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 75 t/m 84 ja

472,79

-

-

-

-

472,79

-

-

-

-

-

-

-

-

gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 85 jaar en o

827,35

-

-

-

-

827,35

-

-

-

-

-

-

-

-

0,86

-

-

-

-

0,86

-

-

-

-

-

-

-

-

re-integratie klassiek

bedden

367.155,38

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

47

Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2022 en 2023 (vervolg) Bedragen per eenheid stand meicirculaire 2022 uitkeringsjaar 2023 totaal

Sociale basisvoorzieningen

Participatie

Wmo

Bestuur en Jeugd ondersteunin g

Orde en veiligheid

Onderwijs

Sport, Infrastructuur, cultuur en ruimte en recreatie milieu

Overig

Overige Eigen Middelen

OZB

bedrijven

134,78

-

-

-

-

-

84,44

-

-

50,34

-

-

-

bewoonde oorden 1930

42,27

-

-

-

-

-

-

-

-

42,27

-

-

-

79,48

-

bijstandsontvangers

historische woningen in bewoonde oorden 1930

5.036,74

-

5.036,74

doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep

1.018,84

-

1.018,84

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

166,54

-

-

166,54

-

-

-

-

-

-

-

-

-

éénpersoonshuishoudens

-

-

-

-

-

-

79,48

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

extra groei jongeren

766,20

-

-

-

-

-

-

766,20

-

-

-

-

-

extra groei leerlingen voortgezet onderwijs

628,55

-

-

-

-

-

-

628,55

-

-

-

-

-

grote woonkernen

75.166,66

-

-

-

huishoudens met een laag inkomen met drempel

3.779,56

-

346,09

524,59

376,12

130,81

-

-

1.329,39

-

-

1.329,39

inwoners inwoners 75+ met drempel

-

-

75.166,66

-

-

-

-

-

-

-

128,93

176,88

-

-

-

-

-

-

205,51

11,53

-

146,16

-

-

-117,89

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

2.603,07

inwoners waddengemeenten (<2500 inwoners)

269,09

-

-

-

-

-

-

-

-

-

269,09

-

-

inwoners waddengemeenten (>7500 inwoners)

47,34

-

-

-

-

-

-

-

-

-

47,34

-

-

inwoners waddengemeenten (2500 tot 7500 inwoners)

209,89

-

-

-

-

-

-

-

-

-

209,89

-

-

jongeren

566,39

-

-

-

306,04

-

-

260,35

-

-

-

-

-

kernen

114.581,30

laag opleidingsniveau met drempel

264,37

5.577,41

-

23.670,54

-

-

-

-

-

-

-

264,37

-

-

-

-

-

85.333,35 -

-

-

-

-

-

-

leerlingen (voortgezet) speciaal onderwijs

528,66

-

-

-

-

-

-

528,66

-

-

-

-

-

leerlingen voortgezet onderwijs

384,90

-

-

-

-

-

-

384,90

-

-

-

-

-

loonkostensubsidie

5.036,74

-

5.036,74

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

migratieachtergrond

386,44

151,85

-

-

-

-

150,18

84,41

-

-

-

-

-

landelijke centrumfunctie

45,41

-

-

-

-

-

-

-

45,41

-

-

-

-

lokale centrumfunctie

10,86

-

-

-

-

-

5,39

-

5,47

-

-

-

-

regionale centrumfunctie

155,36

29,07

-

49,99

45,70

-

-

-

30,60

-

-

-

-

oeverlengte * bodemfactor gemeente * dichtheidsfacto

13,42

-

-

-

-

-

-

-

-

13,42

-

-

-

oeverlengte*bodemfactor gemeente

31,40

-

-

-

-

-

-

-

-

31,40

-

-

-

omgevingsadressendichtheid

86,19

17,53

-

-

-26,25

3,65

18,26

-

-

73,00

-

-

-

onderwijsachterstand oppervlak bebouwing buitengebied oppervlak bebouwing buitengebied

bodemfactor buite

150,84

-

-

-

-

-

-

150,84

-

-

-

-

-

7.894,15

-

-

-

-

-

-

-

-

7.894,15

-

-

-

2.935,95

-

-

-

-

-

-

-

-

2.935,95

-

-

-

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

48

Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2022 en 2023 (vervolg) Bedragen per eenheid stand meicirculaire 2022 uitkeringsjaar 2023 totaal oppervlak bebouwing woonkern oppervlak bebouwing woonkern

bodemfactor woonke

oppervlak binnenwater oppervlak buitenwater oppervlak historische kern < 40 ha

Sociale basisvoorzieningen

Participatie

Wmo

Bestuur en Jeugd ondersteunin g

Orde en veiligheid

Onderwijs

Sport, Infrastructuur, cultuur en ruimte en recreatie milieu

Overige Eigen Middelen

Overig

OZB

6.753,77

-

-

-

-

-

-

-

-

6.753,77

-

-

10.743,51

-

-

-

-

-

-

-

-

10.743,51

-

-

-

126,10

-

-

-

-

-

-

-

-

126,10

-

-

-

39,89

-

-

-

-

-

-

-

33.745,44

-

-

-

-

-

-

-

18.619,46

-

39,89

-

-

-

15.125,98

-

-

-

oppervlak historische kern > 65 ha

33.745,44

-

-

-

-

-

-

-

18.619,46

15.125,98

-

-

-

oppervlak historische kern 40 tot 65 ha

33.745,44

-

-

-

-

-

-

-

18.619,46

15.125,98

-

-

-

oppervlak land * bodemfactor gemeente

25,72

-

-

-

-

-

-

-

-

25,72

-

-

-

oppervlak land

39,00

-

-

-

-

-

-

25,26

-

13,74

-

-

-

ozb niet-woningen eigenaren

-0,2796%

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-0,2796%

ozb niet-woningen gebruikers

-0,2127%

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-0,2127%

ozb woningen eigenaren

-0,0857%

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-0,0857%

-

49.821,63

977.596,56

-

-

-

-

vast bedrag Amsterdam

vast bedrag

74.175.269,15

-

-

-

-

verkiezingen Den Haag

707.103,84

-

-

-

-

vast bedrag Rotterdam ∗

27.064.336,61

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

11,81

-

-

-

-

82,83

56,12

-

-

-65,05

-

-

-62,09

52,99

-

-

-

-

-

-

-

-

52,99

-

-

-

woonruimten woonruimten

bodemfactor woonkern

527.833,90 707.103,84

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

399.941,03

74.175.269,15 27.064.336,61

49

-

-

-

-

Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2022–2027

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

50

Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2022-2027 (vervolg)

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

51

Bijlage 2.4.1 Aantallen per gemeente ophoging maatstaf woonruimten

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

52

Bijlage 2.4.1 Aantallen per gemeente ophoging maatstaf woonruimten (vervolg)

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

53

Bijlage 2.4.1 Aantallen per gemeente ophoging maatstaf woonruimten (vervolg)

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

54

Bijlage 2.4.1 Aantallen per gemeente ophoging maatstaf woonruimten (vervolg)

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

55

Bijlage 2.4.1 Aantallen per gemeente ophoging maatstaf woonruimten (vervolg)

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

56

Bijlage 2.4.1 Aantallen per gemeente ophoging maatstaf woonruimten (vervolg)

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

57

Bijlage 2.4.1 Aantallen per gemeente ophoging maatstaf woonruimten (vervolg)

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

58

Bijlage 2.4.1 Aantallen per gemeente ophoging maatstaf woonruimten (vervolg)

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

59

Bijlage 2.4.2 Aanvullende informatie uitkeringsfactor Het begrip uitkeringsfactor Op diverse plaatsen in deze circulaire wordt de term uitkeringsfactor genoemd, de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor. De berekening van de uitkeringsfactor is gebaseerd op twee grootheden. De eerste is globaal genomen de som van de algemene uitkering en de ozbmaatstaf. De tweede is de zogenaamde uitkeringsbasis. Dat bedrag wordt verkregen door van alle maatstaven de aantallen te vermenigvuldigen met het bijbehorende bedrag per eenheid (de uitkomst hiervan heet de - landelijke – uitkeringsbasis; er is ook een uitkeringsbasis voor elke gemeente: het product van de gemeentelijke aantallen en de bedragen per eenheid). Beide grootheden worden op elkaar gedeeld om uit te komen op de uitkeringsfactor. Afronding op drie decimalen is gebruikelijk. Bij definitieve vaststelling van de uitkeringsfactor wordt afgerond op vier decimalen. De uitkeringsfactor aan veranderingen onderhevig. Die ontstaan – meer bijzondere oorzaken als veranderingen in het verdeelstelsel buiten beschouwing latend - door twee oorzaken: 1. Mutaties in de algemene uitkering Sommige mutaties in de algemene uitkering worden over de gemeenten verdeeld naar rato van de gemeentelijke uitkeringsbasis. Dit gebeurt door de uitkeringsfactor te verhogen (bij een toevoeging) of te verlagen (bij een uitname).

Deze verdeelwijze illustreert ook het praktische nut van de uitkeringsfactor. Het alternatief om hetzelfde effect voor de verdeling te bereiken zou zijn om alle bedragen per eenheid met een gelijk percentage te verhogen of te verlagen. 2. Veranderingen in het aantal eenheden van de maatstaven Door de groei van bijvoorbeeld het aantal inwoners neemt de uitkeringsbasis toe. Door een verlaging van de uitkeringsfactor wordt ervoor gezorgd dat niet meer algemene uitkering wordt uitgekeerd dan beschikbaar is. Opnieuw geldt dat zonder uitkeringsfactor alle bedragen per eenheid zouden moeten worden verlaagd om hetzelfde effect te bereiken. Verlaging van het bedrag per inwoner zou even eenvoudig zijn als verlaging van de uitkeringsfactor, maar die verdeelwijze doet geen recht aan de beoogde dynamiek van de verdeling. Berekening uitkeringsfactoren in constante prijzen Om gemeenten die hun begroting in constante prijzen willen opstellen te faciliteren, is in de gemeentefondsrubriek op internet zoals gebruikelijk een rekenmodel in constante prijzen gepubliceerd. In dit rekenmodel is een hulpmiddel opgenomen waarin gemeenten hun eigen prijsindexen kunnen invullen en/of loon- en prijsindicatoren die het CPB onderscheidt. Op basis van de CEP of de MEV wordt, op de website van de Rijksoverheid een rekentool gepresenteerd om het rekenmodel om te zetten in constante prijzen.

Als service worden de ramingsgegevens van een aantal indicatoren van het CPB gepresenteerd. Na het invullen van de indexatiecijfers berekent het model automatisch de uitkering in het gemeentefonds in constante prijzen.

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

60

Bijlage 2.4.3 Volumina maatstaven 2022 – 2027 Tabel 1 bevat de volumina van de voornaamste maatstaven van het gemeentefonds. Deze vormen de grondslag voor de ramingen van de uitkeringsbasis en de uitkeringsfactoren van de jaren 2022 tot en met 2027.

Tabel 1

Volumina maatstaven 2022 - huidig model

Maatstaven

2022

onroerendezaakbelasting w oningen

2.027.635.600.000

inw oners

17.590.672

inw oners jongeren jonger dan 18 jaar

3.300.844

lage inkomens met drempel

1.642.133

omgevingsadressendichtheid (oad)

17.116.798

bijstandsontvangers

392.009

medicijngebruik met drempel

2.793.859

uitkeringsontvangers minus bijstandsontvangers

860.975

klantenpotentieel lokaal

17.590.660

huishoudens

8.401.130

minderheden

1.522.515

w oonruimten

8.305.261

w oonruimten * bodemfactor w oonkernen

9.163.149

eenouderhuishoudens

596.408

klantenpotentieel regionaal

17.590.690

ouders met langdurig psychisch medicijngebruik

129.772

inw oners ouderen 65 jaar en ouder

Tabel 2

3.525.453

Volumina maatstaven 2022-2027 (ramingen september 2022) nieuw model

maatstaven inw oners huishoudens met een laag inkomen met regionale centrumfunctie bijstandsontvangers (nieuw definitie) jongeren omgevingsadressendichtheid oppervlakte bebouw ing w oonkern WOZ w oningen eigenaar (maal 1000 euro) migratieachtergrond landelijke centrumfunctie inw oners 75+ met drempel oppervlak bebouw ing w oonkern éénpersoonshuishoudens w oonruimten bodemfactor w oonkern laag opleidingsniveau met drempel

2023

2024

2025

17.650.109 1.505.255 17.580.582 401.071 3.262.512 17.270.355 95.043 2.631.338.501 2.577.831 17.580.672 477.492 87.213 3.206.468 9.217.745 1.768.498

17.759.618 1.520.439 17.689.660 413.790 3.257.265 17.425.334 96.009 2.666.757.754 2.654.107 17.689.751 498.017 87.981 3.254.301 9.300.463 1.745.568

17.866.026 1.532.960 17.795.648 421.149 3.259.705 17.570.147 96.981 2.700.000.880 2.725.648 17.795.740 516.053 88.775 3.291.369 9.377.754 1.722.639

Septembercirculaire gemeentefonds 2022

61

Tabel 2 vervolg 2026

2027

17.969.974 1.544.922 17.899.187 431.208 3.268.975 17.727.903 98.052 2.795.616 17.899.279 532.508 89.542 3.327.862 9.461.953 1.699.709

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11921107/1