A.28a D25.322342 Convenant S Convenant Samenwerking de Bevelanden (Bestuurlijk Platform de Bevelanden)
Tekst van het document
Samenwerking de Bevelanden Convenant
Versie: concept Datum: 13 december 2024
Convenant Samenwerking de Bevelanden ONDERGETEKENDEN: 1. De gemeente Borsele, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, handelend ter uitvoering van het besluit van burgemeester en wethouders d.d. …. ; 2. De gemeente Goes, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, handelend ter uitvoering van het besluit van burgemeester en wethouders d.d. ….; 3. De gemeente Kapelle, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, handelend ter uitvoering van het besluit van burgemeester en wethouders d.d. ….; 4. De gemeente Noord-Beveland, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, handelend ter uitvoering van het besluit van burgemeester en wethouders d.d. ….; 5. De gemeente Reimerswaal, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, handelend ter uitvoering van het besluit van burgemeester en wethouders d.d. ….;
Hierna gezamenlijk te noemen "Deelnemers",
OVERWEGENDE DAT: •
Zij op verschillende onderwerpen gemeenschappelijke belangen hebben en om die reden samenwerken in Samenwerking de Bevelanden;
•
De samenwerking van de deelnemers op diverse beleidsvelden sinds 2002 is geformaliseerd en verder is ontwikkeld en geprofessionaliseerd;
•
De deelnemers de samenwerking willen versterken door middel van voorliggend convenant, waaruit hun gezamenlijk belang op regionale opgaven, hun onderlinge verbondenheid en hun wederzijds commitment blijkt; 2
•
Het belang om op regionale schaal samen te werken is evident: de opgaven en ontwikkelingen waar deelnemers voor aan de lat staan én die (gemeente)grensoverschrijdend zijn nemen - in aantal, complexiteit en integraliteit - toe;
•
Vanuit Europa, het Rijk en de Provincie wordt de regio steeds meer als belangrijke speler gezien, zoals met de Green Deal, de RES, NOVEX en de regiodeals. Dit vraagt een organisatie die een volwaardige rol kan spelen tussen de verschillende bestuurslagen. En om een stevig bestuurlijk en ambtelijk samenspel, ook (of juist!) in de regio.
•
Een inhoudelijke regionale strategische uitvoeringsagenda (2022-2030), waarin alle deelnemers het regionale belang in samenhang met het lokale belang zien, dient als fundament onder de samenwerking. De samenwerking is wendbaar (de inhoudelijke agenda beweegt tijdig mee met wat de buitenwereld van de regio vraagt), krachtig (bestuurlijk commitment en heldere overleg- en besluitvormingsstructuur), slagvaardig (noodzakelijke ambtelijke denk- en uitvoeringskracht is regionaal belegd) én democratisch gelegitimeerd (gemeenteraden zijn in positie om hun kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rollen uit te oefenen).
•
De bestuurlijke en ambtelijke governance en samenwerkingsafspraken zijn door het Bestuurlijk Platform uitgewerkt in de vorm van de strategische uitvoeringsagenda, welke is bekrachtigd door de colleges. De uitvoeringsagenda en het convenant vormen samen de ‘afsprakenset’ voor alle deelnemers aan Samenwerking de Bevelanden in het bewerkstelligen van hun gezamenlijke regionale opgaven.
VERKLAREN HET VOLGENDE TE ZIJN OVEREENGEKOMEN:
HOOFDSTUK 1:
DE SAMENWERKING
Artikel 1: Begripsbepalingen In deze overeenkomst wordt verstaan onder: a. Convenant:
Deze overeenkomst, inclusief de bijlagen ‘Het vitale Hart van Zeeland 2021 – 2026’ en de Strategische Uitvoeringsagenda (2022-2030); 3
b. Samenwerking de
De samenwerking binnen de Bevelanden die in 2024
Bevelanden:
is doorontwikkeld tot Samenwerking de Bevelanden, wat geleid heeft tot hernieuwde samenwerkingsafspraken zoals vastgelegd in dit convenant;
c. Deelnemers:
De gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, NoordBeveland en Reimerswaal;
d. Bestuurlijk Platform:
Het bestuurlijk overleg, als bedoeld in artikel 5 van dit convenant;
e. Triple Helix Board
Advies- en klankbordgroep voor Samenwerking de Bevelanden die bestaat uit maatschappelijke (samenwerkings)partners zoals het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen.
Artikel 2:
Doel van de samenwerking
1. Deelnemers onderschrijven de inzet op het versterken van de brede welvaart op de Bevelanden en het bewerkstelligen en behouden van een vitale regio zoals uitgewerkt in de Strategische Uitvoeringsagenda 2022-2030 en zetten zich ervoor in om de uitvoering ter hand te nemen. 2. Deelnemers pakken gezamenlijk de bovenlokale maatschappelijke opgaven op, zoals verwoord in de visie op de regionale opgaven ‘Het vitale Hart van Zeeland 2021-2026’ (bijlage 1) en de Strategische Uitvoeringsagenda 2022-2030 (bijlage 2). 3. Deelnemers anticiperen gezamenlijk en proactief op wettelijke, politiek-bestuurlijke, ruimtelijke en/ of sociaaleconomische maatschappelijke ontwikkelingen, die vragen om een regionale visie en aanpak. 4. Deelnemers creëren een schaalomvang die passend is om een krachtige gesprekspartner te zijn richting ondernemers, zorg-, kennis- en onderwijsinstellingen en medeoverheden binnen Zeeland en op het niveau Rijk en Europa. 5. De bij dit convenant gevoegde bijlagen maken integraal deel uit van dit convenant: 4
a. Strategische uitvoeringsagenda 2022-2030; b. Regiovisie: Het vitale hart van Zeeland 2021-2026.
Artikel 3:
Uitgangspunten van de samenwerking
1. De deelnemers committeren zich aan de doelstellingen, als bedoeld aan artikel 1 van dit convenant. Ze verplichten zich actief in te zetten voor de samenwerking door inzet van bestuurders, medewerkers en middelen. Daarbij wordt het regionaal belang nagestreefd, met ook oog voor de lokale belangen. 2. De samenwerking en inspanningsverplichting van de deelnemers richt zich in elk geval op: a. het afstemmen van een regionale visie en strategische uitvoeringsagenda, waarmee deelnemers rekening houden bij het voorbereiden resp. opstellen van hun eigen beleid; b. het gezamenlijk optreden, waarbij het regionaal belang wordt nagestreefd; c. het informeren van elkaar over te nemen initiatieven en ontwikkelingen binnen de eigen gemeentegrenzen, die het regionaal belang of het belang van een van de andere deelnemers raakt; d. het vermijden van onderlinge concurrentie die nadelig is voor de uitvoering van de regiovisie (Het vitale Hart van Zeeland 2021-2026); e. het realiseren van een strategische uitvoeringsagenda; f.
het gezamenlijk en afzonderlijk zorgdragen voor het verwerven van de benodigde financiële middelen ten behoeve van de realisatie van de regionale ambities;
g. het gezamenlijk vanuit het triple helix principe uitvoering geven aan de strategische uitvoeringsagenda; h. het afzonderlijk en gezamenlijk zorgdragen voor een goede communicatie met inwoners en externe partners; i. het zorgdragen voor de belangenbehartiging op lokaal, regionaal, nationaal en internationaal niveau.
5
Artikel 4:
Strategische Uitvoeringagenda 2022-2030
1. In de Strategische Uitvoeringsagenda is vastgelegd a. Hoe de deelnemers, met elkaar én met partners, op basis van actielijnen samenwerken aan huidige en toekomstige uitdagingen om de brede welvaart op de Bevelanden te versterken en een vitale regio te bewerkstelligen en te behouden. 2. De uitvoeringsagenda is richtinggevend voor de deelnemers in de beleidsvoorbereiding en/ of het voorbereiden van afspraken op de daarin benoemde regionale maatschappelijke opgaven. 3. De actielijnen uit de strategische uitvoeringsagenda liggen in het verlengde van de eigen gemeentelijke programma's: deelnemers moeten zelf de verbinding tot stand brengen. 4. De deelnemers dragen collectief verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de strategische uitvoeringsagenda en spannen zich politiek, bestuurlijk en ambtelijk in voor de realisatie ervan. Daartoe stellen zij de benodigde middelen beschikbaar. 5. In geval van discrepantie tussen de strategische uitvoeringsagenda en het onderhavige convenant, prevaleert de strategische uitvoeringsagenda.
HOOFDSTUK 2:
Artikel 5:
DE POLITIEK-BESTUURLIJKE SAMENWERKING
Bestuurlijk Platform
1. Het Bestuurlijk Platform bestaat uit: a. Alle bestuurlijk trekkers van de actielijnen. Dit is een afvaardiging van twee bestuurders per gemeente, derhalve een totaal van tien bestuurders. Eén van deze tien afgevaardigden is voorzitter; b. Door elke betreffende gemeente afzonderlijk te bepalen betrokken portefeuillehouder, zulks afhankelijk van de agendapunten. 2. De leden van het Bestuurlijk Platform zijn verantwoordelijk voor het bewaken van de integraliteit en samenhang van de inzet op de verschillende actielijnen. 6
3. Overleg tussen de leden van het Bestuurlijk Platform vindt één keer per kwartaal plaats. 4. De leden van het Bestuurlijk Platform doen wat nodig is om de afzonderlijke colleges en gemeenteraden de benodigde beslissingen te laten nemen. 5. Elke deelnemende gemeente aan het Bestuurlijk Platform heeft één stem. De leden van het Bestuurlijk Platform nemen in hun overleggen de beslissingen op basis van een meerderheid van stemmen. a. Bij besluitvorming wordt gestreefd naar consensus. 6. Beslissingen zijn alleen geldig als ze zijn genomen in een vergadering waarbij ten minste één bestuurslid vanuit elke deelnemende gemeente aanwezig is die gevolmachtigd is om namens de andere bestuurder de ‘volledige’ stem uit te brengen. a. Indien de stemmen ten aanzien van een specifiek onderwerp tijdens een vergadering staken, wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. b. Blijven de stemmen staken in een opnieuw belegde vergadering, dan is het voorstel niet aangenomen.
Artikel 6:
Voorzitter
1. De voorzitter is het bestuurlijk boegbeeld van Samenwerking de Bevelanden. In dit kader brengt de voorzitter de Strategische Uitvoeringsagenda onder de aandacht van provinciale, landelijke en Europese overheden. 2. De voorzitter wordt benoemd door de leden van het Bestuurlijk Platform. 3. De voorzitter vertegenwoordigt het Bestuurlijk Platform richting externe partijen. 4. De voorzitter is belast met de leiding van het Bestuurlijk Platform. 5. Alle stukken die van het Bestuurlijk Platform uitgaan worden door de voorzitter ondertekend. 6. De voorzitter kan de vertegenwoordiging tijdelijk aan de vicevoorzitter of een ander lid van het Bestuurlijk Platform opdragen. 7
a. De vicevoorzitter wordt benoemd door de leden van het Bestuurlijk Platform.
Artikel 7: 1.
Gezamenlijk collegeberaad
Het doel van het gezamenlijk collegeberaad is het bespreken van de mate waarin het doel van het bereiken van de Bevelanden als vitale regio dichterbij wordt gebracht en of voor dat doel eventuele aanvullende initiatieven nodig zijn.
2.
Deelnemers aan het gezamenlijk collegeberaad zijn alle collegeleden van de vijf gemeenten.
3.
De voorzitter wordt gekozen uit het gezamenlijk collegeberaad. Het gezamenlijk collegeberaad bepaalt de periode waarvoor voorzitter wordt aangesteld.
4.
Het gezamenlijk collegeberaad vindt minstens twee keer per jaar plaats.
5.
Vanuit dit gezamenlijk collegeberaad wordt het initiatief genomen om informatiebijeenkomsten, als bedoeld in artikel 9, te organiseren voor gemeenteraadsleden, zodat men zich kan voorbereiden op de discussies in de eigen gemeenteraad. a. De informatiebijeenkomsten worden georganiseerd in samenspraak met een klankbordgroep bestaande uit raadsleden uit de vijf gemeenteraden; b. De raadsleden uit de vijf gemeenteraden die zitting nemen in de klankbordgroep worden gekozen door hun eigen gemeenteraden. c. De klankbordgroep komt tenminste twee maal per jaar bij elkaar.
Artikel 8:
Portefeuillehoudersoverleg (Poho)
1. Het doel van het portefeuillehoudersoverleg is: a. Bestuurlijke monitoring op de doelen uit de actielijnen vanuit inhoud; b. Bespreken van nieuwe ontwikkelingen die de actielijnen raken; c. Het bijstellen van ambities; d. Bestuurlijk uitwisseling op thema’s van de actielijnen. 2. Het portefeuillehoudersoverleg vindt eens per kwartaal plaats.
8
3. Deelnemers aan het portefeuillehoudersoverleg zijn alle portefeuillehouders op de thema’s van de actielijnen. 4. De netwerkregisseur (zie ook hoofdstuk 3, artikel 14) is de secretaris van dit overleg.
Artikel 9:
Raadsinformatiebijeenkomsten
1. Het doel van de raadsinformatiebijeenkomsten is het delen van de voortgang met betrekking tot de Samenwerking de Bevelanden en het blijvend verankeren van het verhaal van de samenwerking. 2. De raadsinformatiebijeenkomsten vinden jaarlijks plaats. 3. Elke gemeenteraad maakt zelfstandig de afwegingen of de samenwerking voldoende spoort met de eigen kaders en voldoende oplevert om daarin te blijven investeren. De gemeenteraden worden hiertoe in staat gesteld door alle collegeleden van de vijf gemeenten. 4. De gemeenteraden van de vijf gemeenten behouden hun eigen verantwoordelijkheid ten volle.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 10: 1.
DE AMBTELIJKE SAMENWERKING
Gemeentesecretarissen
De vijf gemeentesecretarissen sturen gezamenlijk op de capaciteit ten behoeve van realisatiekracht voor de uitvoering van de strategische uitvoeringsagenda.
2.
De secretarissen mandateren de programmamanager de Bevelanden met de dagelijkse aansturing van de capaciteit binnen de samenwerking.
Artikel 11:
Programmamanager de Bevelanden
1. De programmamanager is de ambtelijk opdrachtgever voor alle actielijnen. Daarmee is de programmamanager op inhoud, proces én relatie (politiek, bestuurlijk, ambtelijk, omgeving) de verbinder en aanjager voor de strategische uitvoeringsagenda. 9
2. De programmamanager stuurt op het geheel van de strategische uitvoeringsagenda en de verbinding tussen de verschillende actielijnen. 3. De programmamanager stuurt functioneel de netwerkregisseurs aan, is hun eerste aanspreek-/escalatiepunt en zorgt voor de verbinding met de regionale strategen. 4. De programmamanager bereidt het collegeberaad, het strategenoverleg, het Bestuurlijk Platform, Triple Helix Board en het secretarissenoverleg voor. 5. De programmamanager tekent alle stukken die uitgaan voor zover passend binnen de begroting. 6. De programmamanager wordt functioneel aangestuurd door de voorzitter van het secretarissenoverleg en de voorzitter van het Bestuurlijk Platform.
Artikel 12:
Ambtelijk secretaris
1. De ambtelijk secretaris is secretaris van het gezamenlijk collegeberaad, het Bestuurlijk Platform, het secretarissenoverleg en het strategenoverleg. 2. De ambtelijk secretaris vervult, samen met de programmamanager, de agendavorming, sturing en monitoring van acties en zorgt voor transparante verslaglegging. 3. De ambtelijk secretaris draagt zorg voor het financiële beheer van Samenwerking de Bevelanden. 4. De ambtelijk secretaris wordt functioneel aangestuurd door de programmamanager.
Artikel 13: 1.
Secretarissenoverleg
Het doel van het secretarissenoverleg is het gezamenlijk sturen op de capaciteit ten behoeve van de realisatiekracht voor de uitvoering van de strategische uitvoeringsagenda. Daarnaast heeft het overleg de functie van ‘laatste redmiddel’ in de vorm van escalatie.
2.
Het secretarissenoverleg fungeert daarmee als Raad van Toezicht.
3.
Deelnemers aan het secretarissenoverleg zijn:
10
a. De gemeentesecretarissen uit de vijf gemeenten met gelijk mandaat en interne doorzettingsmacht. De gemeentesecretarissen kunnen hun aanwezigheid desgewenst mandateren aan een directielid; b. De programmamanager; c. De ambtelijk secretaris. 4.
Het secretarissenoverleg vindt eens per zes weken plaats.
5.
De programmamanager en de ambtelijk secretaris treden in dit overleg op als adviseur van het secretarissenoverleg.
6.
Afhankelijk van de agenda schuiven netwerkregisseurs en/of strategen aan bij het overleg.
7.
Elke deelnemende gemeente heeft één stem. Het secretarissenoverleg neemt in zijn vergaderingen de beslissingen op basis van een meerderheid van stemmen.
8.
Beslissingen zijn alleen geldig als ze zijn genomen in een vergadering waarbij ten minste één lid vanuit elke deelnemende gemeente aanwezig is en namens de deelnemer de stem uit kan brengen. a. Bij besluitvorming wordt gestreefd naar consensus. b. Indien de stemmen ten aanzien van een specifiek onderwerp tijdens een vergadering staken, wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. c. Blijven de stemmen staken in een opnieuw belegde vergadering, dan is het voorstel niet aangenomen.
Artikel 14:
Netwerkregisseurs
1. De netwerkregisseurs: a. Zijn inhoudelijk verantwoordelijk voor de voortgang op en aansturing van één of meerdere actielijnen; b. Geven de samenwerking gestalte en zorgen voor benodigde procesinitiatieven; c. Organiseren de bestuurlijke en ambtelijke afstemming tussen alle gemeenten voor hun actielijn; 11
d. Zorgen ervoor dat de bestuurlijke trekkers van de actielijnen de samenhang en inzet kunnen bewaken en besluitvorming in de colleges kan plaatsvinden e. Trekken de projectteams (samengesteld uit medewerkers van de vijf gemeenten). 2. De netwerkregisseur is secretaris van het poho van de eigen actielijn(en), voorzitter en trekker van het actielijnoverleg waar de uitvoering van de actielijn belegd is. 3. Netwerkregisseurs leveren een actieve bijdrage aan het borgen van de integraliteit tussen de actielijnen.
Artikel 15:
Deelnemers actielijnen
1. Vanuit alle vijf betrokken gemeenten wordt ambtelijke capaciteit geleverd aan de verschillende actielijnen. 2. De capaciteit wordt zo veel mogelijk geleverd op basis van inhoudelijke (beleids-) bijdrage. 3. De deelnemers stemmen samen met netwerkregisseur inzet en intensiteit af.
Artikel 16:
Het regiobureau (bureau Regio de Bevelanden)
1. Het doel van het regiobureau is het versterken van de realisatiekracht, doorzettingskracht en de verbinding met bestuurders en gemeenteraden op de verschillende opgaven voor de Bevelanden. 2. Het regiobureau vormt geen aparte entiteit en wordt gezamenlijk door de vijf gemeenten bekostigd. a. De programmamanager en medewerkers van het regiobureau zijn in dienst van één van de vijf gemeenten. 3. Het regiobureau wordt aangestuurd door de programmamanager de Bevelanden die vanuit het regiobureau positie heeft richting OZO, Provincie, Rijk en Europa en vanuit hier een stevige (lobby)rol kan innemen. 4. Het regiobureau verzorgt de voorbereiding van de besluitvorming in het Bestuurlijk Platform. 12
5. Het regiobureau organiseert bestuurlijke en ambtelijke bijeenkomsten, zoals een samenwerkingsdag voor de regio, de collegeberaden en de Triple Helix Board. 6. Het regiobureau bestaat uit: a. Programmamanager; b. Ambtelijk secretaris; c. Communicatie; d. Secretariaat; e. Administratieve en financiële ondersteuning. 7. Het regiobureau draagt zorg voor de regionale communicatie (website, nieuwsbrieven, regionale informatie bijeenkomsten) primair gericht op het vergroten van de maatschappelijke betrokkenheid bij de regionaal samenwerkende gemeenten. 8. Capaciteit op gebied van HR, financiën en inhoudelijke kennis en expertise wordt vanuit de vijf gemeenten geleverd.
Artikel 17.
Regiobureau-overleg
1. Het doel van het regiobureau-overleg is het bewaken en bespreken van de voortgang op: a. De verschillende actielijnen; b. De strategische ambities uit de strategische uitvoeringsagenda; c. Communicatie en nieuwe ontwikkelingen. 2. Het regiobureau-overleg vindt maandelijks plaats. 3. Deelnemers aan het regiobureau-overleg zijn: a. De programmamanager; b. De ambtelijk secretaris; c. De netwerkregisseurs van de verschillende actielijnen; d. Communicatie; e. Administratieve en financiële ondersteuning (vanuit de regionale samenwerking); f.
Strategen uit de regio (eens per kwartaal).
13
4. In het regiobureau-overleg worden het Bestuurlijk Platform en het collegeberaad voorbereid.
Artikel 18.
Strategenoverleg
1. Het doel van het strategenoverleg is het behouden van een helicopterview over de verschillende actielijnen. 2. Deelnemers aan het strategenoverleg zijn de strategen van de deelnemende gemeenten. 3. In het strategenoverleg worden agendapunten bepaald die van invloed kunnen zijn op het sociaaleconomisch beleid en agendapunten die een verbinding hebben tussen de Rijks- en regiopolitiek en van invloed kunnen zijn voor de regio. 4. Het strategenoverleg wordt voorbereid door de ambtelijk secretaris in samenwerking met de programmamanager.
Artikel 19:
Ambtelijk opdrachtgeversoverleg
1. Doel van het ambtelijk opdrachtgeversoverleg is afstemming over de doelen en voortgang uit de actielijnen, escalatie vanuit actielijnoverleg (door programmamanager), consequenties van bestuurlijke besluitvorming voor actielijnen, functionele aansturing van de programmamanager. 2. Deelnemers aan het ambtelijk opdrachtgeversoverleg zijn: a. De programmamanager; b. De netwerkregisseurs. 3. Het ambtelijk opdrachtgeversoverleg bereidt de portefeuillehoudersoverleggen voor. 4. Het ambtelijk opdrachtgeversoverleg vindt maandelijks plaats.
Artikel 20:
Collectief actielijnoverleg
1. Doel van het collectieve actielijnoverleg is het bespreken van: a. De doelen en voortgang uit de actielijnen; 14
b. Capaciteitsvraagstukken; c. De consequenties van bestuurlijke besluitvorming voor de actielijnen; d. Nieuwe ontwikkelingen die de actielijnen raken; e. Het leggen van verbindingen met andere actielijnen. 2. Het collectief actielijnoverleg vindt periodiek plaats. 3. Deelnemers aan het collectief actielijnoverleg zijn: a. De netwerkregisseurs; b. De deelnemers aan de actielijnen vanuit de verschillende gemeenten.
HOOFDSTUK 5:
Artikel 21:
FINANCIËLE ASPECTEN
Regionale bekostiging
Secretariaat 1. De deelnemers leveren jaarlijks gezamenlijk een totale structurele financiële bijdrage aan Samenwerking de Bevelanden bestaande uit: a. Een financiële bijdrage per gemeente per inwoner binnen hun grondgebied ten behoeve van het secretariaat, waarbij geldt dat: i. Het aantal inwoners wordt bepaald op basis van het CBS-cijfer van 1 januari in t-1; ii. De omvang van en de verhouding tussen de gemeenten in de financiële bijdrage per inwoner in 2024 als basisjaar geldt, waarop met ingang van 1 januari 2025 jaarlijks wordt geïndexeerd, conform het CPI-cijfer van t.
Programmakosten en actielijnen 2. De deelnemers leveren jaarlijks gezamenlijk een gelijke financiële bijdrage aan de algemene programmakosten. Het totaalbedrag voor de algemene programmakosten wordt gebaseerd op de uitgaven van het voorgaande jaar en bestaat uit: 15
a. Algemene kosten; b. Kosten voor de inzet van de programmamanager; c. Detacheringskosten; d. Kosten voor de actielijnen. 3. De financiële bijdrage voor de programmakosten bedraagt een combinatie van: a. Een vaste bijdrage per gemeente; b. Een aanvullende bijdrage per gemeente en; c. Een aanvullende bijdrage die 50/50 verdeeld is over een vast bedrag per gemeente en een bijdrage per gemeente per inwoner binnen hun grondgebied, waarbij geldt dat: i. Het aantal inwoners wordt bepaald op basis van het CBS-cijfer van 1 januari in t-1; ii. De omvang van en de verhouding tussen de gemeenten in de financiële bijdrage per inwoner in 2024 als basisjaar geldt, waarop met ingang van 1 januari 2025 jaarlijks wordt geïndexeerd, conform het CPI-cijfer van t. 4. Voor de regionale bekostiging geldt dat tenminste eens per vier jaar, namelijk bij vaststelling van de uitvoeringsagenda, wordt stilgestaan bij de omvang van de financiële bijdrage. 5. Tussentijds kan de financiële bijdrage incidenteel of structureel worden aangepast, als alle gemeenteraden en besturen daartoe besluiten. 6. De gemeente Borsele treedt op als coördinerende gemeente voor de begroting, verantwoording en financiële administratie van Samenwerking de Bevelanden.
HOOFDSTUK 6:
TOETREDING, WIJZIGINGEN, OPZEGGING, BEËINDIGING EN EVALUATIE
Artikel 22:
Toetreding 16
1. Het Bestuurlijk Platform doet voorstellen aan de colleges van de deelnemers met betrekking tot de toetreding van nieuwe gemeenten. 2. Een toetredende gemeente onderschrijft de uitgangspunten als genoemd in artikel 3 en accepteert door ondertekening van dit convenant de overige voorwaarden die gelden voor de samenwerking. Een toetredende gemeente gaat eveneens akkoord met de geldende begroting, werkplannen en andere relevante documenten.
Artikel 23:
Wijzigingen
1. De afspraken in dit convenant kunnen worden gewijzigd bij unanimiteit en op basis van gelijkluidende besluiten van colleges van B&W. 2. In geval van wijziging of beëindiging van de samenwerking worden door de deelnemers passende voorzieningen getroffen, in het bijzonder met betrekking tot de regionale middelen. Uitgangspunt hierbij is dat de financiële verplichtingen vanuit eerdere besluiten moeten worden nagekomen. Bij algehele beëindiging van dit convenant worden de kosten en een eventueel batig saldo verdeeld over alle partijen naar rato van ieders inbreng in het lopende boekjaar. 3. Indien er een externe noodzaak is om het convenant te wijzigen, waaronder in ieder geval wordt verstaan een gemeentelijke herindeling waarbij één of meer gemeenten binnen Samenwerking de Bevelanden zijn betrokken, dan gaan de deelnemende gemeenten met elkaar in overleg over gevolgen voor het convenant en eventueel noodzakelijke wijzigingen. Artikel 24:
Opzegging en beëindiging
1. Het Bestuurlijk Platform kan, zonder rechterlijke tussenkomst en met meerderheid van stemmen, na schriftelijke ingebrekestelling, een deelnemer met onmiddellijke ingang uitsluiten van de samenwerking, indien de afspraken zoals neergelegd in dit convenant (herhaaldelijk) niet door de desbetreffende deelnemer worden nagekomen. 2. Verplichtingen die naar hun aard zijn bestemd om ook na uitsluiting of uittreding van dit convenant voort te duren, blijven na uitsluiting of uittreding van dit convenant bestaan. 3. Deelnemers kunnen hun deelname aan dit convenant opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste 12 maanden. Zij doen dit schriftelijk, gericht aan het Bestuurlijk Platform. 17
4. Het Bestuurlijk Platform doet binnen zes maanden na de opzegging een voorstel aan de opzeggende deelnemer over de eventuele financiële gevolgen van de opzegging. Uitgangspunt is dat de overige deelnemers geen financieel nadeel ondervinden van de opzegging. Opzegging op grond van dit artikel vindt niet eerder plaats dan per 1 januari van enig jaar met inachtneming van de opzegtermijn. 5. Bij algehele beëindiging van dit convenant worden de kosten verdeeld over alle deelnemers naar rato van ieders inbreng in het lopende boekjaar.
Artikel 25:
Evaluatie
1. Samenwerking de Bevelanden wordt (in de wijze van samenwerking: bestuurlijke en ambtelijke governance én in termen van rolneming en onderlinge verhoudingen) tenminste eens per vier jaar geëvalueerd in het 2e of 3e jaar na de gemeenteraadsverkiezingen.. 2. Het Bestuurlijk Platform is opdrachtgever van deze evaluatie en stelt daartoe een bestuurlijke begeleidingsgroep en ambtelijk kernteam samen en definieert de opdracht en stelt de wijze van uitvoering, verslaglegging en bijbehorend proces en eventuele middelen vast.
HOOFDSTUK 7:
Artikel 26:
SLOTBEPALINGEN
Aansprakelijkheid
1. Deelnemers zetten zich in voor een goede uitvoering van het bepaalde in dit convenant en zullen zich houden aan de in dit convenant gemaakte afspraken. 2. Dit convenant geeft geen grondslag tot aansprakelijkheidstelling tussen deelnemers. Elke partij verbindt zich slechts tot nakoming van de eigen verplichtingen die voortvloeien uit dit convenant.
18
3. Deelnemers vrijwaren elkaar voor aanspraken van derden. Voorgaande volzin laat onverlet dat zij in goed onderling overleg de wijze van handelen ten aanzien van de aansprakelijkheid ten opzichte van derden afstemmen. Ieder is aansprakelijk naar rato van zijn inleg. 4. Indien dit convenant om welke reden dan ook wordt ontbonden, dragen deelnemers zelf alle kosten die daaruit voortvloeien voor de eigen organisatie, een en ander met inachtneming van hetgeen in dit convenant overigens is bepaald. 5. Alle situaties omtrent aansprakelijkheid waarin dit convenant niet voorziet zijn ter beoordeling aan het Bestuurlijk Platform.
Artikel 27:
Geschilbeslechting
1. Indien er tussen deelnemers een geschil ontstaat over de toepassing van dit convenant, treden de colleges van de deelnemers in overleg, met het Bestuurlijk Platform als bemiddelaar om het geschil te verkennen en op te lossen. 2. Voordat de beslissing van gedeputeerde staten wordt ingeroepen, leg het Bestuurlijk Platform het geschil voor aan een geschillencommissie. 3. De geschillencommissie bestaat uit drie onafhankelijke leden, waarbij elk college van de twee deelnemers, bedoeld in het eerste lid, een onafhankelijke deskundige benoemt. Gezamenlijk benoemen beide deskundigen een derde deskundige die tevens als voorzitter van de daarmee ingestelde geschillencommissie optreedt. 4. De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen. 5. De geschillencommissie brengt advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen. 6. Wordt er géén overeenstemming bereikt dan wordt de beslissing van gedeputeerde staten van de provincie Zeeland ingeroepen. 7. Wordt hierna géén overeenstemming bereikt dan is de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in Middelburg bevoegd.
Artikel 28:
Inwerkingtreding en werkingsduur 19
1. Het convenant wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en treedt op 1 januari 2025 in werking.
Artikel 29:
Titel
Dit convenant kan worden aangehaald als “Convenant Samenwerking de Bevelanden”.
Artikel 30:
Toepasselijk recht
Op dit convenant is Nederlands recht van toepassing.
Artikel 31:
Ondertekening
Het convenant Samenwerking de Bevelanden kan worden ondertekend door deelnemers in verschillende exemplaren, die samengevoegd hetzelfde rechtsgevolg hebben alsof dit convenant is ondertekend door alle deelnemers in één exemplaar.
Getekend te ………………..…………………….... op …………..…………………………....
Gemeente Borsele, namens deze, Burgemeester: De heer G. Dijksterhuis
Secretaris: De heer J. Jansen
20
Getekend te ………………..…………………….... op …………..…………………………....
Gemeente Goes, namens deze, Burgemeester: De heer C. van den Bos
Secretaris: De heer H. Schild
Getekend te ………………..…………………….... op …………..…………………………....
Gemeente Kapelle, namens deze, Burgemeester: De heer C.G. Jansen op de Haar
Secretaris: 21
De heer F. Leijnse
Getekend te ………………..…………………….... op …………..…………………………....
Gemeente Noord-Beveland, namens deze, Burgemeester: Mevrouw L. Meeuwisse
Secretaris: De heer B.C.C. Melis
Getekend te ………………..…………………….... op …………..…………………………....
Gemeente Reimerswaal, namens deze, Burgemeester: Mevrouw J.S. van Egmond
Secretaris: 22
De heer F.L.A.R. Marquinie
Bijlage 1. Regiovisie Het vitale Hart van Zeeland 2021-2026
Bijlage 2. Strategische Uitvoeringsagenda 2022-2030
23