2026-27a D26.357328 Zienswijze Strategische Agenda Zeeland 2050 D26.357328 Zienswijze Zeeland 2050.DOCX
Tekst van het document
*Z02F27FEDC9* CONCEPT ZIENSWIJZE OP DE SCHETS STRATEGISCHE AGENDA ZEELAND 2050 Grote opgaven stoppen niet bij de gemeentegrens of de provinciegrens. Een interventie op één opgave, heeft vrijwel altijd effect op een andere. Vraagstukken als woningbouw, economische ontwikkeling, energietransitie, klimaatadaptatie en ruimte voor defensie vragen een gezamenlijke en integrale benadering. En een lange adem. Precies daarom zijn we positief over de inzet op de langjarige en gelijkwaardige samenwerking met het Rijk, op het integrale karakter en op de toon waarin wordt uitgegaan van de kracht en potentie van Zeeland als belangrijke regio van Nederland. Die inzet steunen we. En we hebben als gemeente ook iets te bieden. Kapelle kenmerkt zich als een fijne woonplek, met hoogwaardige voorzieningen en een relatief goede bereikbaarheid. We bevinden ons in het hart van Zeeland, tussen regionale banenclusters. Als gemeente laten we al jaren zien dat we daadkrachtig zijn: onder andere in het bouwen van woningen en het ruimte geven aan innovatieve projecten als waterstof en zoetwatervoorziening. Kapelle ziet zichzelf nadrukkelijk als constructieve partner in deze samenwerking. We leveren hierin ons aandeel, vanuit de overtuiging dat we met elkaar samenwerken aan de ontwikkeling van Zeeland als geheel. Tegelijkertijd zien we onszelf ook als kritisch partner.
We zien de voordelen van groei en het versterken van de Zeeuwse economie, maar alleen wanneer die groei ook daadwerkelijk kwaliteit toevoegt voor inwoners en onze kernen. We zien de noodzaak van een gezamenlijke agenda, maar ook het afbreukrisico als ambities niet uitvoerbaar blijken of lusten en lasten niet eerlijk verdeeld worden over Zeeland. We vragen daarom oog te houden voor de brede welvaart. Economische groei, nieuwe infrastructuur en extra werkgelegenheid zijn op zichzelf waardevol. Maar ook de aantrekkelijkheid en kwaliteit van de directe leefomgeving, de gezondheid van inwoners, sociale verbondenheid en veiligheid(sgevoel) zijn belangrijke waarden. Keuzes die in deze agenda worden gemaakt landen uiteindelijk in gemeenten, dorpen en buurtschappen. Zij raken inwoners, dorpen, lokale netwerken, voorzieningen en de directe leefomgeving van mensen. Te veel of te snelle ontwikkeling heeft invloed op de leefkwaliteit en kan deze aantasten. Wanneer we bouwen gaat het namelijk niet alleen om stenen stapelen: we bouwen ook aan onze samenleving.
Als eerste overheid is de gemeente de overheidslaag die het dichtst bij de inwoners en het dagelijks leven staat. Dat is een waardevolle plek. We vinden het belangrijk om zichtbaar, laagdrempelig en betrouwbaar te zijn. Dat kan alleen als we ook zorgvuldig zijn. Als we de ruimte hebben om met onze Kapelse samenleving in gesprek te gaan over dit toekomstperspectief zonder hen te overvallen. Als we kunnen uitdiepen hoe we kansen benutten en tegelijkertijd oog blijven houden voor de identiteit van onze gemeente. Daarom zetten we ons in de komende bestuursperiode in om het toekomstperspectief te vertalen naar Kapelle 2050. Groeimotoren De ambities in de strategische agenda leggen in de basis allemaal een claim op de beschikbare ruimte. En hoewel Zeeland in vergelijking met andere delen van Nederland meer ruimte lijkt te hebben, geldt ook hier dat iedere keuze gevolgen heeft. Het verbreden van dijken of wegen, het ontwikkelen van woningbouwlocaties of bedrijventerreinen, het in stand houden van natuur- en watersystemen en het ruimte bieden aan defensie gaat in de praktijk altijd ten koste van iets anders: landbouwgrond, natuur, of de ervaren rust en ruimte die juist zo bepalend zijn voor de kwaliteit van Zeeland. Niet alles kan overal. Dat is nu zo en dat vraagstuk wordt met dit toekomstperspectief nog veel urgenter.
Dat vraagt van ons als overheden om duidelijke keuzes, regie en een eerlijke afweging van belangen. Dat we met elkaar een groter verhaal hebben dan alleen aantallen. Dat we onszelf eerlijk de vraag stellen: welke samenleving willen we als Zeeland zijn? Hoe ziet kwalitatieve groei eruit? Wat versterken we precies? En welk milieu, welke voorzieningen en kwaliteiten passen daarbij? Dat is niet makkelijk. Dat heeft bijvoorbeeld de samenwerking rondom het programma NOVEX tot nu toe laten zien. Want keuzes hebben gevolgen. En veroorzaken ook ongemak. Het is van belang dat we daar zorgvuldig en eerlijk mee omgaan. Want uiteindelijk bouwen we niet zozeer huizen of industrieterreinen. We bouwen aan onze samenleving. 1. Sterke dorpen en bruisende steden Kapelle onderschrijft in de basis de inzet op het versnellen van de woningbouw. In ons coalitieakkoord hebben wij de ambitie uitgesproken toe te werken naar 1.500 extra woningen tot 2040. In de praktijk betekent dit het toevoegen van gemiddeld 100 woningen per jaar. Daarmee laten we zien dat we niet alleen willen behouden wat er is, maar ook willen werken aan een toekomstbestendig bevolkings- en voorzieningenstructuur.
-2-
Tegelijkertijd geldt dat woningbouw voor Kapelle geen doel op zichzelf is. Kwalitatieve groei vraagt om meer dan het toevoegen van woningen alleen. Wonen hangt direct samen met de beschikbaarheid van arbeidsplaatsen, voorzieningen en een infrastructuur en leefomgeving die deze groei kan dragen. Sectoren als het MKB, recreatie en toerisme, zorg, onderwijs en overheid zijn daarbij ook dragers van de ontwikkeling: zij zorgen voor werkgelegenheid en hebben investeringskracht voor voorzieningen. De positionering van recreatie en toerisme en het MKB en inzet op Rijkswerkgelegenheid in Zeeland verdienen daarmee ook een plek in de Strategische Agenda. We vragen daarbij wel specifiek aandacht voor de draagkracht van onze dorpen en gemeenschappen. We staan voor duurzame, gefaseerde groei, waarin de focus niet zozeer ligt op groeien om te groeien, maar op leefbare woonkernen waar mensen die een woning zoeken ook een plek kunnen vinden. Groei moet voorzieningen dragen. Scholen, zorg, sport, cultuur, ontmoetingsplekken en recreatieruimte (groen, wandel- en fietspaden, parken, speeltuinen). En dat vraagt weer om realistische plannen. De haalbaarheid van deze groei is onder andere afhankelijk van de financiële uitvoerbaarheid, de beschikbaarheid van netcapaciteit, de stikstofruimte en de gevolgen van de huidige krapte op de arbeidsmarkt.
Daarna heeft groei ook allerlei gevolgen voor (druk op) bijvoorbeeld infrastructuur, zorg en onderwijs. We zijn bereid extra ruimtelijke, infrastructurele en maatschappelijke druk op ons te nemen, maar alleen als daar ook voldoende investeringen, zeggenschap, uitvoeringskracht en bescherming van de leefomgeving tegenover staat. En een gezamenlijke inzet op randvoorwaarden als energievoorziening en stikstof.
-
-
-
1.1 Woningbouwagenda De verdeling, noodzaak en draagkracht van deze ambitie is nog onvoldoende onderbouwd. We hebben vertrouwen in de analyse die op dit moment per regio gemaakt wordt om deze vraagstukken scherper in beeld te brengen. De uitkomsten daarvan, en nog belangrijker het gesprek dat daarover gevoerd wordt, moet een expliciete plaats krijgen in de definitieve strategische agenda. Groei kan alleen als het ook daadwerkelijk de vraag oplost. Zonder lokale sturing die weet welke woningen nodig zijn lopen we het risico dat de verkeerde woningen gebouwd worden: te duur, te weinig passend voor de woningzoekenden. Hiervoor vragen we ruimte voor lokale differentiatie in woningprogramma’s, waarbij de regie bij de gemeente blijft. De Bevelandse woonzorgvisie is op dit moment ons kader. Gebruik deze opgave om staande afspraken in bijvoorbeeld de Regionale Energie Strategie te behalen zoals het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad. Benut ook de kansen voor regionale investeringen in klimaatbestendige inrichting van dorpen en nieuwe woongebieden en bescherming van de landschappelijke
-3-
kwaliteit als vestigingsfactor. Het gaat niet alleen om nieuwbouw, ook de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad zegt iets over de kwaliteit van een dorp of stad.
-
-
-
-
-
-
1.2 Bereikbaarheidsagenda We vragen aandacht voor de kwetsbaarheid van de bestaande infrastructuur over de weg, o.a. de Vlaketunnel en de Westerscheldetunnel. En voor het belang van een robuust alternatief netwerk bij stremmingen. We vragen aandacht voor het spoor en hoogwaardig openbaar vervoer zodat we Kapelle kunnen blijven positioneren als goed bereikbare woon- en forensenlocatie. We vragen niet alleen de grotere steden, maar juist ook het netwerk van ondersteunende kernen mee te nemen in de analyse van ‘bereikbaarheid op peil’. Investeringen moeten gericht zijn op het verbeteren van de bereikbaarheid van voorzieningen en het verkleinen van de autoafhankelijkheid. Investeren in bereikbaarheid moet vooraf, of tegelijk zijn met de investeringen in woningbouw. 1.3 Gezondheidsagenda Door de vergrijzing worden mensen ouder en hebben zij vaker complexe, meervoudige aandoeningen. Tegelijkertijd krimpt de beroepsbevolking, waardoor er structurele personeelstekorten zijn in zorg gerelateerde beroepsgroepen en het mantelzorgpotentieel daalt. Toegankelijke en betaalbare zorg in Zeeland kunnen we alleen behouden als we samenwerken. We vragen in te blijven zetten op de beschikbaarheid van goede zorgvoorzieningen in de buurt en ziekenhuiszorg in de regio. We vragen aandacht voor inzet op preventie en een gezonde omgeving.
Lokaal werken we bijvoorbeeld aan een omgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Mensen moeten steeds langer zelfstandig thuis blijven wonen. Dat vraagt ook om toegankelijke en voldoende voorzieningen in de buurt. Ook vragen we in te zetten op de beweging naar de voorkant: Zorgvragers eerder en beter helpen (van 3e lijn tot in het sociaal domein) zodat ze minder snel een medische zorgvraag krijgen.
2. Clean Energy Port Kapelle ziet in de groeimotor ‘Clean Energy Port’ zowel kansen als risico’s. De stevige inzet op kernenergie, defensie en haven- en industrieontwikkeling kan Zeeland van grote betekenis laten zijn voor nationale opgaven en daarmee een unieke positie claimen. Tegelijkertijd zijn dit bij uitstek ‘harde’ sectoren, die alleen tot hun recht komen wanneer daar een breed ecosysteem van bedrijvigheid, toelevering, innovatie en ondersteunende economische activiteit onder ligt. Juist dat fijnmazige fundament maakt het mogelijk dat deze sectoren ook daadwerkelijk zichtbaar, uitvoerbaar en aantrekkelijk worden. Daarom
-4-
vinden wij dat de agenda niet alleen moet draaien om de grote sectoren zelf, maar ook om de regionale economie daaromheen en het versterken daarvan. Daarbij vragen we aandacht voor de kwetsbaarheid van een smalle economische focus. Op dit moment zijn kernenergie en defensie sterk in beeld, maar financiële haalbaarheid, politieke prioriteiten, technologische ontwikkelingen en maatschappelijke omstandigheden kunnen in de toekomst veranderen. Dat zou niet de eerste keer zijn in de geschiedenis. Juist daarom is het van belang dat we Zeeland niet alleen als sectorale vestigingsplaats ontwikkelen, maar blijven investeren in Zeeland als geheel. Voor Kapelle betekent dat ook blijvende aandacht voor het toekomstbestendig maken van de Agro- en aquafoodsector en de bedrijvigheid die daar direct en indirect mee samenhangt. Die brede economische basis is nodig om lokale bestedingen, voorzieningen en verenigingsleven overeind te houden en de leefbaarheid van dorpen te versterken. Kapelle wil en kan in die ontwikkeling zelf ook een rol blijven spelen. Wij bieden op dit moment al ruimte aan innovatieve projecten op het gebied van bijvoorbeeld waterstof en zoetwater. Door dit soort ontwikkelingen een kans te geven en ruimte te bieden aan ondernemers, zijn wij een aantrekkelijke plek voor bedrijven om zich te vestigen en bij te dragen aan de regionale economie.
Tegelijkertijd moet de ambitie van kwalitatieve, gefaseerde en permanente groei realistisch worden getoetst. De stevige inzet op kernenergie brengt immers ook tijdelijke en forse ruimtelijke en maatschappelijke druk met zich mee, onder andere door de benodigde inzet van personeel in een relatief kort tijdsbestek. Dat heeft gevolgen voor het woonmilieu, de sociale samenhang en de lokale verbondenheid die in onze kernen nu juist zo waardevol zijn.
-
-
2.1 Nucleaire agenda, haven en industrieagenda, defensieagenda Voeg een regionale economische agenda toe die specifiek ingaat op het MKB en de fijnmazige bedrijvigheid die zo belangrijk is voor de Zeeuwse dorpen en middelgrote kernen. Juist deze bedrijven zorgen voor lokale werkgelegenheid, sterke bestedingen, voorzieningen dichtbij huis en een vitaal verenigingsleven. Als we alleen sturen op concentratie van grootschalige functies missen we de ‘lijm’ daartussen. Zo wordt de clean energy port niet alleen een krachtpatser, maar ook een motor voor brede regionale welvaart. Focus niet alleen op de huidige economie, maar juist ook op de overgang naar een circulaire economie. Monitor en manage de extra toename van de kwetsbaarheid van Zeeland ten gevolge van de versterking van kernenergie, energie en defensie. Behoud aandacht voor het minimaliseren van de risico’s van vervoer van gevaarlijke stoffen door dorps- en stadskernen, via het spoor, over de water en de weg.
-5-
3. Magneet voor talent Kapelle onderschrijft het belang van een sterke Zeeuwse kennis- en onderwijsinfrastructuur om talent te behouden en aan te trekken. We zien daarbij kansen in een goede verbinding tussen onderwijs en de regionale economie, zodat jongeren perspectief houden in Zeeland en zij hier kunnen wonen, leren en werken. Voor Kapelle is het daarbij van belang dat talentontwikkeling niet alleen wordt verbonden aan grootschalige kennisclusters, maar ook aan de breedte van de regionale economie en aan kansen voor jongeren in de hele provincie.
-
3.1 Onderwijsagenda Verbind de onderwijsagenda aan de gezondheidsagenda, door zorgonderwijs als derde doel van de onderwijsagenda op te nemen.
Fundament Een sterk Zeeland is alleen mogelijk als de fundering op orde is. Natuurherstel, klimaat- en waterveiligheid en voldoende zoetwater zijn randvoorwaarden voor woningbouw, economie, landbouw en leefbaarheid. Voor Kapelle is het daarbij van belang dat deze opgaven niet alleen als beperkingen worden gezien, maar ook als voorwaarden voor een toekomstbestendige inrichting van onze leefomgeving en ons buitengebied. We missen de verwijzing hiernaar in de geformuleerde agenda’s. Deze opgaven vragen om samenhang met lopende trajecten zoals dijkverzwaringen, de ontwikkeling van het nieuwe ziekenhuis in Goes, de optimalisatie hergebruik Effluent Coroos, het voorzien in voldoende (drink)water met de bouw van een nieuwe drinkwaterzuivering en de aanleg van toevoerleidingen. En met bestaande strategieën en visies als de woondeal en de woonzorgvisie, de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland, Zeeuws Deltaplan Zoetwater, Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta de kustregioaanpak voor verziltingsmaatregelen en het programma landelijk gebied. Specifiek voor zaken als zoetwater, stikstof en natuurherstel verwachten we inzet van de Provincie Zeeland om projecten mogelijk te (blijven) maken. Governance en uitvoerbaarheid We zijn positief over het feit dat de strategische agenda is opgezet als onderdeel van een langdurige samenwerking tussen Rijk, provincie, gemeenten en waterschap.
Juist voor de grote opgaven waar Zeeland voor staat is dat noodzakelijk. Tegelijkertijd stellen we vast dat de agenda veel ambities bevat, maar op belangrijke punten nog onvoldoende concreet is. Welke projecten krijgen prioriteit? Hoe wordt de waarde afgewogen tussen verschillende belangen? En op welke manier wordt de positie van kleinere en middelgrote gemeenten daarbij geborgd? Voor Kapelle is het van belang dat deze vragen niet pas achteraf worden
-6-
beantwoord, maar juist onderdeel zijn van de verdere voorbereiding van de definitieve strategische agenda. En daar zijn we graag onderdeel van. Laten we met elkaar afspraken maken over uitvoeringskracht, middelen en rolverdeling. Zodat we als gemeente ook in staat worden gesteld om onze bijdrage daadwerkelijk waar te maken. Dat vraagt om structureel overleg vanuit ieders eigenstandige verantwoordelijkheden. Om heldere fasering en om ruimte voor een gebiedsgerichte uitwerking door gemeente en regio. Daarbij is een serieuze inbedding van participatie met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners randvoorwaardelijk. De strategische agenda heeft alleen kans van slagen als die kan rekenen op draagvlak in de samenleving. Realistische afspraken over menskracht en middelen zijn daarbij onmisbaar. De agenda brengt namelijk ook stevige verwachtingen met zich mee, terwijl we als gemeente tegelijkertijd te maken hebben met taakstellingen, arbeidsmarktkrapte en een groeiend pakket aan wettelijke verplichtingen. Ook de manier waarop wij onze bedrijfsvoering hebben georganiseerd, is daarmee randvoorwaardelijk voor wat wij als gemeente kunnen waarmaken. Wat van ons wordt gevraagd, moet uitvoerbaar en betaalbaar zijn binnen de begroting. Dat is expliciet niet vanuit een angstbeeld. Door hier eerlijk op te sturen hebben we als gemeente juist al decennia kunnen investeren.
-7-