2026-24 RV D26.356368 Aangaan Gemeenschappelijke regeling VRZ en GGD Zeeland
Tekst van het document
*Z02E17BE305* Zaaknummer Documentnummer
Z25.025289 D26.356368
Raadsadvies Onderwerp
Gemeenschappelijke regeling VRZ en GGD Zeeland
Advies
Geen toestemming te verlenen om de gewijzigde Gemeenschappelijke regeling VRZ en GGD Zeeland aan te gaan.
Beeldvormende behandeling
-
Oordeelsvormende behandeling
23 juni 2026
Besluitvormende behandeling
7 juli 2026
Portefeuillehouder
C.G. Jansen op de Haar
Datum collegevergadering
28 mei 2026
Aantal bijlagen
7
Documentnummers v/d bijlagen
D26.352897; D26.352899; D26.352900; D26.352901; D26.357900; D26.357898; D26.357897
Samenvatting De nieuwe Gemeenschappelijke regeling VRZ en GGD Zeeland (GR) is het resultaat van het fusieproces waarbij beide organisaties worden samengevoegd tot één geïntegreerde GR. De GR GGD VR Zeeland is in juridische zin een wijziging van de GR VRZ. Een concept van de nieuwe regeling is eerder ter consultatie voorgelegd aan de deelnemende gemeenten, met de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Uw raad heeft een zienswijzen ingediend. Specifiek is aandacht gevraagd voor de financiële consequenties. Deze consequenties zijn nog niet volledig in beeld. In een eerdere fase is besloten om eerst de governance (regeling en structuur) vast te stellen en daarna de overige aspecten uit te werken. In een gezamenlijk overleg van de algemene besturen van de VRZ en de GGD Zeeland op 11 mei 2026 is besloten vast te houden aan deze lijn. Om die reden wordt de regeling nu aan uw raad voorgelegd. De algemene besturen van de VRZ en GGD Zeeland hebben op 11 mei 2026 expliciet ijkmomenten vastgesteld waarop meer duidelijkheid moet komen over de financiële consequenties. Vanwege de mogelijke forse financiële consequenties en de daarmee samenhangende onzekerheid stellen wij uw raad voor geen toestemming te geven om de Gemeenschappelijke regeling VRZ te wijzigen in de Gemeenschappelijke regeling VRZ en GGD Zeeland.
Advies Geen toestemming te verlenen om de gewijzigde Gemeenschappelijke regeling VRZ en GGD Zeeland aan te gaan. Inleiding: waar gaat het over? Het proces tot totstandkoming van de nieuwe gemeenschappelijke regeling voor de GGD en Veiligheidsregio Zeeland verloopt in verschillende fasen. Uw raad heeft in januari 2026 een positieve zienswijze gegeven op de concepttekst. De reactie op de ingediende zienswijzen, inclusief die van gemeente Kapelle, is vervolgens teruggekoppeld en waar mogelijk verwerkt in de definitieve versie van de GR. De GR VRZ en GGD Zeeland is in juridische zin een wijziging van de GR VRZ. Deze wordt u nu aangeboden met het verzoek hierop een besluit te nemen. In uw zienswijzen heeft uw raad steeds specifiek aandacht gevraagd voor de financiële gevolgen van deze fusie. Tot op heden zijn er nog steeds veel onduidelijkheden. In het AB VRZ van 9 april 2026 hebben diverse burgemeesters hier aandacht voor gevraagd. Naar aanleiding van deze vragen is er een voortgangsrapport opgesteld. Deze is op 11 mei 2026 besproken in het gezamenlijk overleg van de algemene besturen. Het resultaat van deze vergadering is een aanvullende brief en Q&A vanuit de VRZ, die als bijlagen bij dit advies zijn gevoegd.
Ook hebben de beide besturen gezamenlijk besloten om de startdatum van de gewijzigde Gemeenschappelijke regeling VRZ en GGD Zeeland met een jaar op te schuiven van 1 januari 2027 naar 1 januari 2028. De wens van de gemeenteraden om eerst de governance (regeling en structuur) vast te stellen blijft overeind. Vandaar dat het algemeen bestuur ons en uw raad heeft verzocht een besluit te nemen op de regeling. Relatie met strategisch beleid Het samengaan van de GGD Zeeland en Veiligheidsregio Zeeland sluit aan bij de strategische doelen van de gemeente Kapelle om regionale samenwerking te versterken, publieke gezondheid en veiligheid te waarborgen en efficiënte dienstverlening aan inwoners te realiseren. De nieuwe GR ondersteunt de integrale aanpak van gezondheid en veiligheid, passend binnen het bredere veiligheids- en gezondheidsbeleid van gemeente en regio. Echter is ook in het coalitieakkoord opgenomen dat een solide financiële basis centraal staat. En die ontbreekt nog. Participatie Er is geen separate burgerparticipatie geweest, omdat het een bestuurlijk en juridisch kader betreft. Argumenten: waarom geven we als college dit advies? 1.
De financiele kaders zijn te onzeker. Het algemeen bestuur (AB) van de GR VRZ en de GR GGD heeft de deelnemende colleges verzocht de raden om toestemming te vragen voor het wijzigen van de GR VRZ in de GR VRZ en GGD en na verkregen toestemming in te stemmen met de wijziging. Op dit moment is er nog steeds geen duidelijkheid over de financiele consequenties van de fusie voor onze gemeente. Deze onduidelijkheid zit met name in de kosten voor de overgang naar een andere CAO en in kosten voor de (nieuwe) huisvesting. Duidelijk is wel dat de financiele gevolgen voor rekening van de deelnemende gemeenten komen. Gelet op de
2
financiële onduidelijkheid en de daarmee samenhangende onzekerheid zijn wij van mening dat wij (nog) niet willen instemmen met wijziging van de GR VRZ in wijziging GR VRZ en GGD. 2. Er is sprake van strijd met algemeen belang In de Wet gemeenschappelijke regeling is bepaald dat een raad alleen toestemming kan onthouden als er sprake is van: - In strijd met recht: Hiervan is sprake als de regeling in strijd is met (hoger) geschreven of ongeschreven recht. Dat is in deze situatie niet van toepassing. - In strijd met algemeen belang: Onder de weigeringsgrond ‘strijd met het algemeen belang’ vallen die gevallen waarin de grond voor onthouding van toestemming niet nauwkeurig in de wet kan worden gespecificeerd. De raad lijkt alleen tot strijd met het algemeen belang te kunnen oordelen als de bezwaren tegen de samenwerking overwegend zijn. De raad moet de weigering motiveren. Voorbeelden waarin een raad met motivatie kan weigeren zijn bijvoorbeeld als er onverantwoorde financiële risico's worden genomen of als ze vinden dat er teveel zeggenschap verloren gaat. In deze situatie is naar ons idee sprake van in strijd met algemeen belang aangezien de financiële consequenties onzeker zijn en we nu niet kunnen overzien wat dit betekent voor de gemeente Kapelle. 3. Er is geen ander alternatief. Op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen is er geen alternatief.
U kunt alleen wel of geen toestemming verlenen. Andere opties zoals het aanhouden van besluitvorming zijn bekeken. Op het moment dat wij als college het advies aan uw raad aanbieden heeft uw raad op basis van de Algemene wet bestuursrecht (afdeling 10.2.1) 13 weken om te besluiten. Uw raad kan een verdagingsbesluit nemen waarmee deze termijn opgerekt kan worden tot 26 weken. Wordt binnen deze termijn geen besluit genomen dan wordt toestemming van rechtswege verleend. Dit laatste is niet wenselijk en omdat het de vraag is of meer financiële informatie ook daadwerkelijk in december bekend is, stellen wij u voor om nu geen toestemming te verlenen. In de Q&A van de GGD Zeeland en VRZ (pagina 4) wordt gesteld dat er bij de ijkmomenten nog ruimte is om te overwegen om het traject te stoppen. Dit betekent dat er door het AB nog andere keuzes gemaakt kunnen worden over de invulling van het traject. De GR uitstappen op dat moment is echter niet zo makkelijk. In de GR-tekst staat namelijk dat uittreden alleen mogelijk is na wijziging van de indeling van de gemeenten in regio’s (zoals in de Wet veiligheidsregio’s benoemd, artikel 41 nieuwe GR). Kortom als de gewijzigde regeling nu door ons wordt aangegaan dan zitten we aan de regeling vast.
4. Het is een bevoegdheid van de raad. Op grond van artikel 1 lid 4 van de Wet gemeenschappelijke regelingen is het een bevoegdheid van de raad om het college wel of niet toestemming te verlenen. Ondanks dat wij van mening zijn dat uw raad geen toestemming zou moeten verlenen is het aan uw raad om zich hierover uit te spreken. Kanttekeningen en risico’s: - Meerdere gemeenten, waaronder Kapelle, hebben afgelopen tijd diverse keren vragen gesteld over de financiële consequenties. Niet alleen ambtelijk maar ook op bestuurlijk niveau, zowel bij
3
de gemeenten als binnen de VRZ zelf. Tijdens de AB vergadering van 9 april 2026 heeft uw burgemeester expliciet gevraagd om meer informatie om een goede afweging te kunnen maken. Hij heeft hierbij verwezen naar het rapport “de moe(T)d tot samenwerken”. Hierin zijn een zevental punten benoemd waarin de meerwaarde van samenwerking gevonden moet worden, dit zijn: -
-
Het verhogen van de kwaliteit van uitvoering; Het verbeteren van de dienstverlening aan bedrijven en inwoners; Het versterken en vereenvoudigen van de advisering aan de bevoegde besturen; Samenwerken moet leiden tot meer robuustheid; Nieuwe wetgeving. De nieuwe organisatie moet daar beter voor gesteld staan, beide organisaties zijn te klein om dat allemaal in huis te hebben. Denk bijvoorbeeld aan informatieveiligheid; Financiële druk, de nieuwe organisatie moet slimmer en efficiënter kunnen werken; De arbeidsmarkt. Het is lastig goede mensen te vinden. Door krapte is samenwerking nodig en een grotere organisatie is mogelijk interessanter voor personeel.
Deze punten vormen de basis om positief te zijn over deze beoogde samenwerking. Onder andere de vragen hebben ertoe geleid dat er een voortgangsrapportage is gemaakt en deze is besproken in het gezamenlijk AB van 11 mei 2026. In deze vergadering hebben de bestuurders expliciet met elkaar afgesproken dat er diverse momenten ingebouwd worden waarop meer duidelijkheid moet komen over de kosten. En dat als deze kosten hier aanleiding toe geven nog steeds gestopt kan worden met het gehele traject. -
Van alle raden wordt een reactie verwacht. Vervolgens is het aan de colleges om te beslissen over het wijzigen van de regeling. Omdat het een wijziging van eerdere gemeenschappelijke regeling VRZ betreft wordt de regeling gewijzigd bij een tweederdemeerderheid. Dat kan betekenen dat de gemeenten niet unaniem achter dit besluit hoeven te staan om het toch in werking te laten treden. Dat kan voor problemen in de samenwerking zorgen.
-
We zien dat de gemeenschappelijke regelingen in het algemeen steeds een groter deel uitmaken van onze begroting. Dit heeft gevolgen voor onze eigen ambities. Los van de fusie zien we dat de gemeenschappelijke regelingen relatief bezien steeds meer geld kosten en dat we soms (vanwege een tweederdemeerderheid) mee moeten in beslissingen terwijl wij daar niet altijd achter staan.
-
Voor 2027 gaat de Zeeuwse-richtlijn weer omhoog wat een extra gemeentelijke bijdrage met zich meebrengt bij zowel VRZ als GGD en dan zijn de kosten voor de fusie en de huisvesting nog niet in beeld. Waarbij de geopolitieke ontwikkelingen mogelijk ook nog gaan leiden tot een verhoging van de kosten in huisvesting, energie, brandstof.
Financiën: wat gaat het kosten en hoe gaan we dit financieren? Aan het instemmen an sich met de GR tekst zijn geen kosten verbonden, maar aan de verdere uitwerking, de samenwerking en huisvesting die volgt uiteraard wel. Eerder is de keuze gemaakt om in fases tot het eindresultaat te komen en een van de eerste stappen is het vaststellen van de governance (regeling en structuur). Consequentie daarvan is dat dat niet alle financiën in beeld zijn terwijl nu de vraag wel voorligt om in te stemmen met de regeling.
4
Wat communiceren we? Wij communiceren niet actief, maar we verwachten wel dat er vanuit de media aandacht zal zijn voor dit onderwerp. Uitvoering/ aanpak Het verzoek van het AB was om voor 11 juni 2026 aan te geven of de regeling wordt aangegaan. Het college heeft na bespreken in de vergadering van 28 mei de VRZ en GGD Zeeland laten weten dat besluitvorming voor deze datum niet wordt gehaald. Dit omdat niet alle stukken tijdig beschikbaar waren. Er is voor gekozen om hierop te wachten en zo het volledige verhaal aan uw raad voor te kunnen leggen. Meerdere gemeenten hebben besluitvorming voor 11 juni 2026 niet gehaald en in sommige gemeenten wordt het zelfs over de zomer heen getild. Wel is het zo dat de regeling wordt bekrachtigd als 2/3 van de colleges akkoord zijn. Dit kan betekenen dat als negen colleges toestemming krijgen en besluiten de regeling aan te gaan, de regeling kan worden bekrachtigd. Het is daarna aan de VRZ om de regeling te publiceren om in werking te laten treden. Het besluit van uw raad wordt meedegedeeld aan het AB van de GGD Zeeland en VRZ. Het college blijft uw raad informeren over de ijkmomenten, de financiële consequenties en de keuzes die hierbij worden gemaakt. Hierbij geldt ook dat de Financiële verordening geldt en dat als de hoogte van de financiële gevolgen te hoog zijn, het college een advies aan uw raad zal voorleggen.
Zodra er meer duidelijkheid is over de besluitvorming door de overige deelnemers en de regeling is nog niet bekrachtigd bestaat de mogelijkheid dat wij als college uw raad opnieuw om een besluit vragen. Bijlagen - Aanbiedingsbrief (D26.352897) - Nieuwe GR tekst regeling GGD en VRZ (D26.352899) - Toelichting GR VRZ GGD (D26.352900) - Overzicht reacties eerdere zienswijzen (D26.352901) - Update besluitvorming gezamelijke AB-en (D26.357900) - Correctie op voorstel Gemeenschappelijke regeling (D26.357898) - QenA raden samenwerking (D26.357897)
5