CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-23b3 D26.356595 Jaarstukken 2025 VRZ publieksversie Jaarstukken 2025 VRZ publieksversie

Raadsvergadering 23 juni 2026, gemeente KapelleBij agendapunt: VRZ20.938 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

54.

Jaarrekening - Incidentele en structurele lasten en baten

Baten

Structurele en incidentele lasten en baten per programma en economische categorie

Overige goederen en diensten (baten) Het betreft de verkoopopbrengsten van activa. Inkomensoverdrachten – Rijk (baten) De balanspost vooruitontvangen bedragen met een specifiek bestedingsdoel voor de ‘versterking crisisbeheersing en informatievoorziening’ ad € 2.814.288 is 31 december 2025 vrijgevallen omdat er geen terugbetalingsverplichting is. Inkomensoverdrachten – gemeenten (baten) In 2025 is een incidentele gemeentelijke bijdrage ontvangen voor het project ‘Samenwerking VRZ-GGD’ van € 937.500. In 2025 is voor € 192.639 aan kosten gerealiseerd. Uitvoering van het project wordt voortgezet in 2026. Inkomensoverdrachten – overige overheden (baten) Het betreft ontvangsten van het UWV onder andere i.v.m. zwangerschapsverlof voor een bedrag van € 246.325. Meerjarige tijdelijke geldstromen waarvan de eindigheid vastligt vanwege een toekenningsbesluit worden beschouwd als incidentele baten, ook als de geldstroom (nog) langer is dan 3 jaar. Het betreft hier de bijdrage van de NV Westerscheldetunnel voor de tunneltraining (€ 75.000). Indien deze bijdrage wordt beëindigd is VRZ genoodzaakt de activiteiten die met deze middelen worden uitgevoerd stop te zetten en/of ombuigingen te realiseren. Daarnaast is hier de afboeking in 2025 van de post vooruitontvangen bedragen met een specifiek bestedingsdoel nucleair (€ 35.573) als incidentele dekking opgenomen.

Inkomensoverdrachten – Europese Unie (baten) Het betreft het Europees project FIER. Rente (baten) Het betreft de rente op het schatkistbankieren. In 2026 ontstaat er een financieringsbehoefte. De rentebaten zullen afnemen. Mutatie reserves (baten) Zie bijlage 2 voor een verdere toelichting op de onttrekkingen aan de reserves.

55.

Balans per 31 december

56.

Grondslagen van resultaatbepaling en waardering Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het Algemeen Bestuur op 11 december 2025 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de VRZ. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden in principe plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde, tenzij in deze grondslagen anders is vermeld. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeid gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten verantwoord in het jaar dat uitbetaling plaats vindt; daarbij moet worden gedacht aan overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke.

Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt dan ook geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van eenmalige schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV. Dat betekent dat: De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten en balansmutaties; De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 11 april 2025 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld; Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn.

Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het bestuur zijn gemeld. Een verantwoordingsgrens voor de rechtmatigheid van 2% (zijnde € 945.949) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen.

57.

Balans Materiële vaste activa met economisch nut De materiële vaste activa hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen en worden conform de financiële verordening geactiveerd als de waarde meer dan €10.000 (incl. btw) bedraagt. Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. De afschrijving van de activa vindt lineair plaats op basis van een volledig kalenderjaar met inachtneming van de verwachte gebruik- of nuttigheidsduur. Afschrijvingen van nieuwe investeringen vinden voor het eerst plaats in het jaar volgend op de aanschafdatum. De volgende afschrijvingstermijnen worden gehanteerd:

a. maximaal 40 jaar: nieuwbouw bedrijfsgebouwen; b. maximaal 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop bedrijfsgebouwen, groot gereedschap, vaartuigen S&R (model KNRM); c. maximaal 20 jaar: liften, haakarmvoertuigen, dompelpompunits, hoogwerkers en redvoertuigen na revisie, waterwagens en natuurbrandbestrijdingsvoertuigen; d. maximaal 17 jaar: tankautospuiten, hulpverleningsvoertuigen; e. maximaal 15 jaar: nieuwbouw tijdelijke bedrijfsgebouwen, dakbedekking, luchtbehandelingsinstallaties, cv-installaties, elektrische installaties (gebouwen), productiemachines en/of apparatuur, vaartuigen, redvoertuigen (hoogwerkers en autoladders); f. maximaal 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, verbindingen, overige elektrische installaties, kantoormeubilair, groot onderhoud bedrijfsgebouwen, kozijnen, netwerkbekabeling, glasvezelverbinding, verlichtingsvoorzieningen, hydraulische redmiddelen, ademluchtvulstations, klim- en hijsmiddelen, valbeveiliging, personen- en materiaalbussen, personenauto’s, aanhangwagens, (test) ademluchtapparatuur, kleding jeugdbrandweer, bluspakken, blushelmen, gaspakken, vuilwerkpakken, zaagkleding, redvesten, survivalsuits, kettingzagen, aggregaten, duikapparatuur/materiaal, stralingsmeetapparatuur; g. maximaal 8 jaar: hefmiddelen, CO-meetapparatuur, explosiemeetapparatuur, handlampen oplaadbaar, vluchtmaskers, paxtassen/AED’s; h.

maximaal 7 jaar: warmtebeeldcamera’s, portofoons/mobilofoons, airbaghoezen; i. maximaal 5 jaar: lichte motorvoertuigen, software, alarmontvangers/pagers, laarzen en handschoenen; j. maximaal 4 jaar: apparatuur t.b.v. kantoorautomatisering; k. maximaal 2 jaar: (mobiele) telefoons; l. niet: gronden en terreinen.

Uiteenzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar en overlopende activa Waardering vindt plaats tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald.

Liquide middelen Deze activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

Voorzieningen Voorzieningen zijn gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De vorming van een voorziening, dan wel een dotatie aan een reeds bestaande voorziening, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord.

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Vaste schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde (hoofdsom), verminderd met het totaal van de gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar en vlottende passiva Waardering vindt plaats tegen de nominale waarde.

Resultaat Het saldo van de programmarekening 2025 is op de balans verantwoord onder de post ‘Gerealiseerd resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten’.

58.

Jaarrekening - Toelichting balans

Toelichting balans Activa Vaste activa Materiele vaste activa met economisch nut

De afschrijving van de activa vindt lineair plaats op basis van een volledig kalenderjaar met inachtneming van de verwachte gebruik- of nuttigheidsduur.

Vlottende activa

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd:

59.

Jaarrekening - Toelichting balans

De afwikkeling van de debiteuren en het restant van de overige vorderingen heeft een normaal verloop. Het saldo ultimo 2025 van de vorderingen op openbare lichamen wordt grotendeels verklaard door een rekening-courantverhouding met het Ministerie als gevolg van het schatkistbankieren (€ 6.476.090), overige nog te ontvangen bijdrage gemeenten en overheidsinstellingen (€ 60.000), nog te ontvangen rente schatkistbankieren (€ 42.279), nog te ontvangen vergoeding Truckkartel (€ 64.000) en nog te ontvangen ERDF subsidie vanuit Europa (€ 20.172).

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd:

De vooruitbetaalde bedragen bestaan voornamelijk uit kosten voor software licenties en opleidingen/trainingen binnen de brandweer.

Deze liquide middelen zijn vrij opneembaar. VRZ heeft een kredietfaciliteit van 2,4 mln. bij de BNG.

60.

Jaarrekening - Toelichting balans

Schatkistbankieren Decentrale overheden zijn verplicht om hun overtollige middelen in 's Rijks schatkist aan te houden. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen is er een drempelbedrag, afhankelijk van het begrotingstotaal, dat buiten de schatkist mag worden gehouden. Het drempelbedrag is gelijk aan 2% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 mln. De drempel is nooit lager dan € 1 mln. De benutting van het drempelbedrag wordt berekend als gemiddelde over alle dagen in het kwartaal. Gemiddeld mag een decentrale overheid maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist hebben gehouden. Voor VRZ wordt de berekening en de benutting van het drempelbedrag hieronder weergegeven.

61.

Jaarrekening - Toelichting balans

Passiva Vaste passiva Algemene reserve Het positieve resultaat van € 686.516 over 2024 is conform het bestuursbesluit volledig toegevoegd aan de algemene reserve. De onttrekkingen aan de algemene reserve in 2025 hebben betrekking op de uitgestelde activiteiten 2024, die zijn benoemd in het voorstel voor resultaatbestemming 2024, en die in 2025 geheel of gedeeltelijk tot uitvoering zijn gekomen.

Reserve Meldkamer De Reserve meldkamer wordt gebruikt voor het, in samenwerking met VRMWB, op een verantwoord niveau brengen en in stand houden van de huidige Meldkamer Zeeland-Brabant (= Operationeel Centrum Brandweer (OCB)). Veiligheidsregio Zeeland heeft in 2018 een eenmalige rijksbijdrage van € 1.003.000 ontvangen ter dekking van frictie- en desintegratiekosten. Voor de onttrekkingen 2025 wordt verwezen naar de recapitulatie onttrekkingen reserves.

Reserve Uitgestelde activiteiten De reserve uitgestelde activiteiten is gevormd uit het resultaat 2020 met als doel om t/m 2025 achterstallige activiteiten door Covid-19 alsnog plaats te laten vinden en deze te financieren vanuit de bestemmingsreserve. Voor de onttrekkingen 2025 wordt verwezen naar de recapitulatie onttrekkingen reserves.

Bestemmingsreserves

De bestemmingsreserves zijn als volgt onderverdeeld:

Reserve Maritieme Veiligheid Deze reserve is gevormd vanuit het restant van de programmagelden Maritieme Veiligheid. Dit programma is gestopt per 1 april 2022. Met goedkeuring van het Bestuur en de Raden zijn de resterende gelden is een bestemmingsreserve gestopt met als doel Maritieme Veiligheid verder te ontwikkelen en achterstallige trainingen in te halen.

Reserve Dekking afschrijving In 2016 is een toevoeging gedaan van € 230.000 ter dekking van de afschrijvingslasten van de verbouwingen van de kazernes Middelburg Stromenweg en Borssele Quistenburg. Dit omdat geen sprake is van ‘reguliere vervanging’ na de afschrijvingstermijn. De onttrekkingen hebben betrekking op de dekking van de afschrijvingslasten van bovenstaande investeringen.

62.

Jaarrekening - Toelichting balans

Voorzieningen

Voorziening Regeling vervroegd uittreden (RVU) Op 30 mei 2023 is in het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (LOAV) een afspraak gemaakt over een tijdelijke RVU (Regeling voor Vervroegde Uittreding). De regeling geldt vanaf 1 januari 2025. De regeling geldt voor medewerkers die: Voor 1 januari 2029 de AOW-leeftijd bereiken; Op het moment van RVU-ontslag minimaal 40 jaar bij de overheid gewerkt hebben, waarvan de laatste 10 jaar in dienst van een Veiligheidsregio; De afspraak over deelname moet uiterlijk 31 december 2025 zijn vastgelegd en de duur van de uitkering is maximaal 24 maanden. Op basis van deze voorwaarden is een selectie gemaakt van medewerkers die aanspraak mogen maken op deze regeling. In de dotatie zijn alleen de uitkeringen opgenomen van medewerkers die hebben aangegeven gebruik te willen maken van deze regeling en van medewerkers die nog geen keuze gemaakt hebben.

Voorziening Verlofsparen Met ingang van 1 januari 2022 heeft een wijziging in de cao van de veiligheidsregio’s plaatsgevonden waarbij het mogelijk is geworden bovenwettelijke verlofuren op te sparen, zonder dat deze uren naar vijf jaar vervallen (artikel 6.3A CAR UWO). Het gevolg van deze wijziging is dat wettelijk is bepaald dat voor de bovenwettelijke verlofuren met een onregelmatig verloop een voorziening gevormd en jaarlijks bijgewerkt moet worden.

Voorziening Aansprakelijkheid schadeclaims Als gevolg van het gebruik van PFAS houdend blusschuim op een locatie in Borsele is VRZ aansprakelijk gesteld voor mogelijke hieruit voortvloeiende schade. Hiervoor is een voorziening gevormd die gedurende het jaar niet aangesproken hoefde te worden. In het verslagjaar is VRZ door een ontwikkelaar, samen met andere betrokken partijen, aansprakelijk gesteld in verband met PFAS‑verontreiniging op een andere locatie die geen eigendom is van VRZ. VRZ erkent deze aansprakelijkheid niet en is hierover in overleg. Per saldo zijn per ultimo 2025 teveel onduidelijkheden en onzekerheden waardoor aanpassing van deze voorziening niet noodzakelijk wordt geacht.

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

In 2025 bedroeg de rentelast voor de leningen € 233.925.

63.

Jaarrekening - Toelichting balans

Vlottende passiva

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd:

In de post crediteuren zijn geen bedragen opgenomen die langdurig open staan. De nog te betalen bedragen bestaan onder andere uit na te betalen salarissen als gevolg van de primo 2026 afgeronde CAO-onderhandeling die met terugwerken kracht per 1 augustus 2025 ingaan (€ 491.027), nog te betalen vergoedingen brandweervrijwilligers 2025 (€ 513.684), rente langlopende leningen (€ 197.908), afrekening gebruikerskosten Koegors 2025 (€ 171.383) en nog te betalen onderhoudskosten voertuigen (€ 55.101). Overlopende passiva met een specifiek bestedingsdoel Van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangt VRZ voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Onder de overlopende passiva Projecten worden bijdragen van derden opgenomen waarvan de besteding gebonden is. Het verloop van deze post in het boekjaar is als volgt:

64.

Jaarrekening - Toelichting balans

Project Nucleaire Veiligheid Voor de verbetering van de voorbereiding door de veiligheidsregio’s op kernongevallen is in het verleden door het Rijk geld beschikbaar gesteld. De ontvangen gelden zijn gedurende 2025 volledig vrijgevallen. Met de middelen is de evaluatie van de nationaal nucleaire oefening (NNO) bekostigd. Project Samenwerking VRZ-GGD Voor de totale ontwerpfase van de samenwerking VRZGGD is in 2025 een incidentele gemeentelijke bijdrage ontvangen. Aanvang van deze fase heeft pas in de 2e helft van 2025 plaatsgevonden. Uitvoering van de vervolgwerkzaamheden schuiven door naar 2026. Met de gemeenten is een terugbetaalverplichting afgesproken als de geoormerkte middelen niet worden besteed. Het voordeel wordt daarom gereserveerd op de balans.

Versterking Crisisbeheersing en informatievoorziening In 2023 heeft er een landelijke verhoging van € 83 miljoen plaatsgevonden in de BDUR voor crisisbeheersing. Dit geld is bedoeld om Veiligheidsregio’s beter voorbereid te laten zijn op toekomstige rampen en crises, onder meer door het versterken van het fundament, netwerk, platform en de informatiefunctie. Daarnaast is de bijdrage ook bedoeld om flexibele netwerksamenwerking tussen regio’s en met het Rijk en andere crisispartners te realiseren. Tot slot is er ook geld beschikbaar gesteld voor de inrichting van een knooppunt Coördinatie Regio’s Rijk, dat 24/7 ondersteuning biedt in coördinatie en informatiemanagement tussen regio’s, het Rijk en crisispartners.

Weerbaarheid De ontwikkeling van noodsteunpunten en burgerhulpverlening heeft hoge prioriteit bij Rijk, veiligheidsregio’s en gemeenten. In de eerste helft van 2025 is in samenwerking tussen Veiligheidsberaad, VNG en het ministerie van JenV ambtelijk en bestuurlijk verkend welke uitgangspunten voor noodsteunpunten wenselijk zijn. Parallel hieraan heeft het kabinet bij de Voorjaarsnota middelen vrijgemaakt voor het versterken van weerbaarheid, waarbij het ontwikkelen van noodsteunpunten belangrijk is. Op de bestuurlijke tafel weerbaarheid van 9 juli 2025 hebben de minister van JenV, en vertegenwoordigers van VNG en Veiligheidsberaad afgesproken om in gezamenlijkheid te komen tot een voorstel voor een pilotfase. In een notitie (“Bestuurlijke afspraken versterking regionale en lokale weerbaarheid in het kader van crisisbeheersing) is één integraal voorstel verwerkt voor de kaders voor noodsteunpunten, een aanpak met regionale pilots met landelijke projectorganisatie, en omschrijving van de financiële kaders. Beoogd wordt om hiermee een gefaseerde aanpak te realiseren die moet leiden tot een landelijk netwerk. VRZ heeft in 2025 € 180.000 ontvangen voor de pilotfase ontwikkeling noodsteunpunten.

Overige overlopende passiva

VRZ heeft in 2025 € 1.744.060 ontvangen voor crisisbeheersing en voor informatievoorziening. De bestedingen in 2025 worden verantwoord via de SiSaregeling. Volgens de voorwaarden van de BDUR mag het niet bestede bedrag worden verantwoord via de balans, onder de post ‘overlopende passiva met een specifiek bestedingsdoel’.

65.

Jaarrekening

Niet uit de balans blijkende verplichtingen Voor de komende jaren zijn we verbonden aan een aantal, niet uit de balans blijkende, financiële verplichtingen. Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste verplichtingen:

Rijlabels Advies en onderzoek Bijdragen derde

Som van bedrag 307.813 1.065.537

Contributies en abbonementen

265.040

Datacommunciatie

309.481

huren

189.158

Licenties

1.065.866

Onderhoud apparatuur

237.956

Onderhoud gebowuen

121.128

Opleiden trainen en oefenen

1.285.371

overige

293.485

Personeel van derden

100.310

Verzekeringen

56.937

ICT middelen

44.936

Inventaris kazernes

18.971

Natuurbrandbestrijdingsvoertuigen

2.632.948

Nieuwbouw Goes-West

108.537

Overige voertuigen

480.457

Persoonlijke beschermingsmiddelen

16.030

TS6 en SB-voertuigen

22.160.775

Totaal NIBOV

30.760.735

66.

Jaarrekening - Wet Normering Topinkomens 2025

Wet Normering Topinkomens 2025 De WNT is van toepassing op Veiligheidsregio Zeeland. Het voor Veiligheidsregio Zeeland toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2025 € 246.000. Dit geldt naar rato van de duur en/of omvang van het dienstverband. 1. Bezoldiging topfunctionarissen 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling.

67.

Jaarrekening - Wet Normering Topinkomens 2025

1d. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder Topfunctionarissen inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder.

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individuele toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen. In 2025 zijn geen ontslaguitkeringen betaald aan overige functionarissen die op grond van de WNT dienen te worden vermeld, of die in eerdere jaren op grond van de WNT vermeld zijn of hadden moeten worden.

1f. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 2.100 waarop de anticumulatiebepaling van toepassing is

68.

Jaarrekening

Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid Dagelijks Bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het Dagelijks Bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 11 april 2025 vastgestelde normenkader van relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 945.949.

De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025. Bevinding Het Dagelijks Bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 688.535 bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 945.949. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het Dagelijks Bestuur een bedrag van € 519.359 acceptabel op basis van door het Algemeen Bestuur vastgestelde afspraken. In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota Rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het Algemeen Bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het Dagelijks Bestuur ook beschreven welke actie zij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.

69.

Jaarrekening

Vaststelling jaarrekening 2025

Dagelijks Bestuur De jaarrekening 2025 is vastgesteld en aangeboden aan het Algemeen Bestuur op …...

Het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Zeeland, De secretaris,

de voorzitter,

J. Gaemers

F.M. Weerwind

Algemeen Bestuur De jaarrekening 2025 is vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Zeeland in de openbare vergadering van ……...

Het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Zeeland, De secretaris,

de voorzitter,

J. Gaemers

F.M. Weerwind

70.

Jaarrekening

Gebeurtenissen na balansdatum CAO Veiligheidsregio’s Na balansdatum zijn de onderhandelingen over de nieuwe CAO Veiligheidsregio’s afgerond. In de CAO is een structurele loonsverhoging overeengekomen van 4,1% per 1 augustus 2025. De financiële impact van de overeengekomen loonontwikkeling op het verslagjaar 2025 is reeds volledig verwerkt in de cijfers per 31 december 2025. De formele bekrachtiging van de nieuwe CAO in 2026 zal derhalve geen aanvullende invloed hebben op het resultaat over 2025.

71.

Overige gegevens

Controleverklaring accountant

73.

Bijlagen Bijlage 1 Realisatie begrote investeringen 2025

INV 001 C2000 Portofoons, mobilofoons en luistersets € 61.200 V We hebben 2e hands communicatie-apparatuur ‘om-niet’ overgenomen van een andere Veiligheidsregio. Het is daardoor niet nodig geweest om in 2025 nieuwe apparatuur aan te schaffen. INV 006 TS6 en SB-voertuigen € 135.447 N Het betreft een investering in bepakking voor nieuwe TS-en die in 2026 zullen worden geleverd. De uitgaven staan onder ‘onderhanden werk’. INV 031 Hoogwerkers / redvoertuigen € 25.073 N De meerkosten zijn het gevolg van het toevoegen van een ademluchtsysteem in de korf. Hiermee was in de oorspronkelijke inkooporder geen rekening gehouden. INV 032 Waterwagens € 44.271 N Het betreft een investering in bepakking voor nieuwe waterwagens die naar verwachting in 2027 zullen worden geleverd. De uitgaven staan onder ‘onderhanden werk’. INV 039 Energiebesparende maatregelen € 164.720 V Deze middelen zijn o.a. bedoeld voor laadpunten. Deze investering wordt in 2026 bezien en uitgevoerd samen met de start van de vervanging van een groot aantal dienstvoertuigen. Het NIPV is momenteel hiervoor bezig met een aanbesteding. Het budget van € 164.720 wordt doorgeschoven naar 2026. INV 060 Bluslaarzen € 27.236 V Eind 2025 is besloten dat in 2026 alle bluslaarzen in 1 keer zullen worden vervangen. Omdat hiermee rekening is gehouden zijn er in 2025 minder bluslaarzen vervangen.

INV 075 Voorbereiding nieuwbouw kantoor Goes-West € 1.553.666 In 2025 is een voorbereidingskrediet van € 1.626.000 beschikbaar gesteld voor kosten van de ontwikkelfase van de nieuwbouw van het kantoor VRZ-GGD in Goes-West. De totale kosten (inclusief BTW) bedragen € 1.626.000 voor beide organisaties VRZ en GGD samen. Vooralsnog worden deze kosten geadministreerd bij VRZ. Deze post is onderdeel van de stichtingskosten nieuwbouw, die zal worden geactiveerd bij de eigenaar van het gebouw en tot afschrijvingslasten zal leiden in het jaar volgend op de oplevering van de nieuwbouw. Het budget van € 1.626.000 wordt doorgeschoven naar 2026. De uitgaven staan onder ‘onderhanden werk’.

73.

Bijlage 2 Recapitulatie onttrekkingen reserves 2025

74.

Bijlage 3 Overzicht van baten en lasten per taakveld 2025

75.

Bijlage 4 SiSa 2025

76.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17092864/1