CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-14b D26.353547 C Centrumregeling Regionaal Bureau Leerlingzaken en Doorstroompunt Oosterschelderegio

Raadsvergadering 2 juni 2026, gemeente KapelleBij agendapunt: Gewijzigde Centrumregeling Regionaal Bureau Leerlingzaken en doorstroompunt Oosterschelderegio3.605 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Centrumregeling Regionaal Bureau Leerlingzaken en Doorstroompunt Oosterschelderegio De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland en Tholen; overwegende: • dat het samenwerken wenselijk en noodzakelijk is om de kwaliteit en de dienstverlening op een hoger niveau te krijgen; • dat door samenwerking een eenduidige en consistente handhavingsstrategie kan worden gevolgd; • dat voor de uitvoering van publiekrechtelijke taken een publiekrechtelijke regeling als een gemeenschappelijke regeling de voorkeur verdient boven een privaatrechtelijke regeling; • dat de colleges belang hechten aan gezamenlijkheid in de samenwerking en dus ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid; • dat de colleges de uitvoerende bevoegdheden willen mandateren aan het college van de centrumgemeente Goes als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de bestuurlijke aansturing op hoofdlijnen willen regelen via overleg van de portefeuillehouders onderwijs Oosterschelderegio; gelet op de Leerplichtwet 1969, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet van school naar duurzaam werk over regionale samenwerking bij voortijdig schoolverlaten en het volgen van jongeren in een kwetsbare positie, de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Algemene wet bestuursrecht; besluiten: tot het aangaan van de

volgende gemeenschappelijke regeling Centrumregeling Regionaal Bureau Leerlingzaken en Doorstroompunt Oosterschelderegio. HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze centrumregeling verstaat onder: a. bestuur: het bestuur van de centrumregeling Regionaal Bureau Leerlingzaken; b. centrumgemeente: de gemeente Goes; c. centrumregeling: een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen waarbij het bestuursorgaan van de centrumgemeente wordt gemandateerd om namens de deelnemers de bevoegdheden uit te oefenen; d. college: het college voor burgemeesters en wethouders; e. deelnemers: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten

1

Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland en Tholen; f. doorstroompunt: het regionale doorstroompunt ondersteunt jongeren zonder startkwalificatie terug richting onderwijs of bij het vinden van werk; g. gastgemeenten: de gemeenten Borsele, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland en Tholen; h. raad: de gemeenteraad; i. RBL: Regionaal Bureau Leerlingzaken Oosterschelderegio. Artikel 2 Centrumgemeente 1. De gemeente Goes wordt aangewezen als centrumgemeente en is gevestigd in Goes. 2. De centrumgemeente waarborgt een goede uitvoering van de werkzaamheden door de inzet van vakbekwaam personeel, het beschikbaar stellen van apparatuur, hulpmiddelen, huisvesting en ook ondersteuning in de bestuurs- en financiële planning & control-cyclus. Artikel 3 Belang De centrumregeling is aangegaan met als doel het behartigen van de belangen van deelnemers op het gebied van de uitvoering van de Leerplichtwet 1969, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet van school naar duurzaam werk over regionale samenwerking bij het voortijdig schoolverlaten en het volgen van jongeren in een kwetsbare positie. Artikel 4 Taken centrumgemeente 1. De centrumgemeente is belast met het werkgeverschap voor aan het bureau verbonden medewerkers, met alle bevoegdheden en verplichtingen die daaraan verbonden zijn. 2.

De colleges van de gastgemeenten mandateren aan het college van de centrumgemeente de uitvoering van de Leerplichtwet 1969, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet van school naar duurzaam werk, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. de registratie van alle leerplichtige leerlingen; b. de registratie van alle schoolverlaters die zonder startkwalificatie een school of opleiding verlaten tot de in de tijd verplicht gestelde leeftijd; c. de registratie van alle leerlingen tot het moment dat de leerling zijn/haar startkwalificatie behaalt; d. de controle op en de registratie van het niet nakomen van de leerplicht door alle leerplichtige leerlingen en de controle op en registratie van het behalen van een startkwalificatie van niet leerplichtige leerlingen; e. herplaatsing van de leerlingen op een (nieuwe) school of opleiding, in overleg met de school of het opleidingsinstituut en, indien noodzakelijk, in samenwerking met de reguliere hulp- en dienstverlenende instellingen; f. de begeleiding van alle leerlingen die een school of opleiding zonder startkwalificatie verlaten, voor de herplaatsing op een (nieuwe) school of opleiding, dan wel toeleiding tot de arbeidsmarkt, in overleg met de desbetreffende school of het opleidingsinstituut en, indien noodzakelijk, in samenwerking met de reguliere hulp- en dienstverlenende instellingen; g.

het aanwijzen en beëdigen van de ambtenaren die toezien op naleving van de Leerplichtwet 1969; h. het toezenden van de centrumregeling aan de Minister en de hoofden, zoals bedoeld in artikel 17 van de Leerplichtwet 1969; i. het voor iedere deelnemer jaarlijks opstellen van een inhoudelijk verslag en jaarlijks doen van een opgave van het gemelde schoolverzuim conform artikel 25 van de Leerplichtwet 1969. j. het vervullen van coördinerende taken met het oog op het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten; k. het voorbereiden van de jaarlijkse begroting en afrekening;

2

l.

het bekendmaken van de centrumregeling en het verwerken van de centrumregeling in het landelijk register conform artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 5 Mandaat Het college van de centrumgemeente kan bij afzonderlijk besluit mandaat verlenen aan de medewerkers die werkzaam zijn bij het RBL/Regionaal doorstroompunt voor de in artikel 4 bedoelde bevoegdheden. Artikel 6 1. 2.

Begripsomschrijvingen leerplicht en doorstroompunt Voor de omschrijvingen van de begrippen in het kader van de leerplicht is de Leerplichtwet 1969 van toepassing. Voor de omschrijvingen van de begrippen in het kader van het doorstroompunt is de Wet educatie en beroepsonderwijs en Wet van school naar duurzaam werk over regionale samenwerking bij het voortijdig schoolverlaten en het volgen van jongeren in een kwetsbare positie van toepassing.

HOOFDSTUK 2 BESTUUR Artikel 7 1. 2.

3. 4. 5. 6. 7.

Samenstelling bestuur Het bestuur van de centrumregeling bestaat uit 7 leden. Iedere deelnemer wijst uit zijn midden een wethouder aan als lid van het bestuur, alsmede een wethouder als plaatsvervangend lid. De aanwijzing vindt plaats binnen één maand nadat het wethouderschap is ingegaan overeenkomstig artikel 38 van de Gemeentewet. Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervanger aan, beiden niet zijnde een lid van de centrumgemeente. Het lidmaatschap eindigt van rechtswege wanneer het (plaatsvervangend) lid zijn functie als wethouder verliest. Een lid dat ontslag neemt, stelt de voorzitter van het bestuur hiervan op de hoogte. Het ontslag is onomkeerbaar. De aanwijzing voor de vervulling van plaatsen die zijn opengevallen binnen het bestuur, vindt binnen twee maanden plaats door het college dat het aangaat. Een lid blijft zijn functie vervullen totdat in zijn opvolging is voorzien.

Artikel 8 Bevoegdheden van het bestuur Aan het bestuur komen in het kader van deze centrumregeling alle bevoegdheden toe, voor zover die niet aan een ander orgaan zijn opgedragen. Artikel 9 1. 2.

3. 4. 5. 6. 7.

Werkwijze van het bestuur Het bestuur vergadert ten minste tweemaal per jaar en voorts zo vaak als de voorzitter dat nodig oordeelt of ten minste twee leden daarom schriftelijk en met opgaaf van redenen verzoeken. Het bestuur kan slechts afspraken maken over aangelegenheden van het bestuur, indien ten minste twee derde van het aantal leden, afgerond naar boven, vertegenwoordigd is. Bij 7 leden betekent dit dat minimaal 5 leden vertegenwoordigd moeten zijn. Instemming met de gemaakte afspraken wordt verkregen bij gewone meerderheid van stemmen, waarbij elk lid een stem heeft. Als de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. De voorzitter roept de leden schriftelijk op tot de vergadering. De vergaderingen van het bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer ten minste een derde van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.

3

Artikel 10 Inlichtingen, verantwoording en ontslag 1. Het bestuur geeft aan de deelnemers of de raden van de centrumgemeente en gastgemeenten schriftelijk, zo spoedig mogelijk alle inlichtingen, die door één of meer leden van die deelnemers dan wel van die raden worden verlangd. 2. Een lid van het bestuur is verantwoording verschuldigd aan de deelnemer die hem heeft aangewezen, dan wel aan de raad van die centrum- of gastgemeente, voor het door hem in het bestuur gevoerde beleid en wel binnen drie maanden nadat dit gevraagd wordt door de betrokken deelnemer dan wel door de raad op de wijze zoals dit wordt verlangd. 3. Een verzoek om inlichtingen te verschaffen en/of verantwoording af te leggen kan uitsluitend worden geweigerd als dit in strijd zal zijn met de belangen genoemd in de Wet open overheid of artikel 16 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. HOOFDSTUK 3 AMBTELIJKE BEGELEIDINGSCOMMISSIE Artikel 11 Samenstelling en werkwijze 1. Er is een ambtelijke begeleidingscommissie, bestaande uit minimaal twee beleidsmedewerkers onderwijs en één financieel consulent. 2. De begeleidingscommissie adviseert de deelnemers over de conceptbegroting, de concept financiële jaarrekening en het concept financiële jaarverslag als bedoeld in artikel 12 van deze centrumregeling. 3.

Beleidsinhoudelijke afstemming tussen RBL en de deelnemers vindt plaats in het regionale overleg van de beleidsmedewerkers onderwijs. Hierin wordt ook het beleidsinhoudelijke jaarverslag per schooljaar als bedoeld in artikel 14 alsook de financiële verslaglegging en gevolgen uit artikel 12 van deze centrumregeling besproken. HOOFDSTUK 4 FINANCIËLE EN ANDERE BEPALINGEN Artikel 12 Begroting, financiële verantwoording en wijze van betaling 1. Uiterlijk 1 mei voorafgaand aan het begrotingsjaar stelt de centrumgemeente een ontwerpbegroting met toelichting op. Deze bevat ook een meerjarenraming met toelichting voor tenminste drie op het begrotingsjaar volgende jaren. 2. De jaarstukken, bestaande uit de financiële jaarrekening en het inhoudelijk jaarverslag, worden door de centrumgemeente jaarlijks vóór 1 mei van het daaropvolgende jaar opgesteld. 3. Het bestuur vraagt de deelnemers of zij kunnen instemmen met de ontwerpbegroting, de concept jaarrekening en het concept jaarverslag. Bij dit verzoek wordt het advies van de begeleidingscommissie als bedoeld in artikel 11 van deze centrumregeling gevoegd. 4. Jaarlijks worden vóór 1 juli door het bestuur de ontwerpbegroting en jaarstukken besproken en vastgesteld. Deze begroting heeft tot doel de financiële verplichtingen van de deelnemers vast te stellen.

De gemeentelijke bijdrage wordt na goedkeuring door het bestuur in de begroting van de eigen gemeente opgenomen. 5. Het opnemen van de gemeentelijke bijdrage genoemd in lid 4 vindt plaats op basis van de bestuurs- en financiële planning & control-cyclus van de deelnemer. 6. De begroting, de begrotingswijzigingen en de meerjarenraming worden opgesteld overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 7. Betaling van de gemeentelijke bijdrage aan de centrumgemeente geschiedt bij wijze van voorschot per kalenderkwartaal op basis van de begrote bijdragen zoals in de goedgekeurde begroting door de deelnemers schriftelijk aan de centrumgemeente is medegedeeld. De centrumgemeente verstuurt hiervoor een factuur. Artikel 13 Financiële afspraken 1. De loonkosten en de overheadkosten die zijn verbonden aan de uitvoering van de leerplicht worden omgeslagen over de deelnemers. De verdeling is gebaseerd op het

4

2. 3. 4. 5.

aantal leerplichtige inwoners van de centrum- en gastgemeenten. Hierbij wordt uitgegaan van het leerlingenaantal van 1 oktober van het voorgaande jaar. De inkomsten die de centrumgemeente ontvangt van het ministerie van OCW voor het regionaal doorstroompunt als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs wordt geheel ingezet voor het doorstroompunt. De loonkosten zijn de loonkosten van het personeel van het RBL/ regionaal doorstroompunt. De overheadkosten bedragen 10% van de loonkosten als bedoeld in lid 3. De reserve die wordt gevormd ten laste van de gemeentelijke bijdragen aan de uitvoeringskosten voor leerplicht, mag maximaal 5% van de jaaromzet bedragen, dit inclusief de bijdragen van de deelnemers.

Artikel 14 Jaarverslag 1. Jaarlijks maakt de centrumgemeente ter uitvoering van artikel 25 van de Leerplichtwet 1969 vóór 1 februari een statistisch en inhoudelijk verslag van de werkzaamheden over het afgelopen schooljaar. 2. Eveneens verzorgt de centrumgemeente de wettelijk voorgeschreven meldingen aan het ministerie van OCW, tenzij een deelnemer aangeeft dit zelf te willen doen. HOOFDSTUK 5 REGIONAAL BUREAU LEERLINGZAKEN OOSTERSCHELDEREGIO Artikel 15 Regionaal Bureau Leerlingzaken Oosterschelderegio De deelnemers maken gebruik van de diensten van het RBL/regionaal doorstroompunt van de centrumgemeente voor de taken, zoals genoemd in artikel 4 van deze centrumregeling. Het werkgebied is de Oosterschelderegio. Artikel 16 Dienstverband Met de medewerkers van RBL/doorstroompunt wordt door de centrumgemeente een dienstverband aangegaan. De rechtspositieregelingen van de gemeente Goes zijn van toepassing, tenzij anders overeengekomen. Artikel 17 Taakuitvoering De medewerkers van het RBL zijn voor de dagelijkse werkzaamheden rechtstreeks verantwoording schuldig aan het verantwoordelijke bureauhoofd RBL van de centrumgemeente. De begeleiding van leerlingen in het kader van de leerplicht en doorstroompunttaken geschiedt in overleg met de scholen en de dienstverlenende instellingen. De medewerkers vervullen hun taak volgens de taak- en functieomschrijvingen. HOOFDSTUK 6

ARCHIEF EN PRIVACY

Artikel 18 Archief 1. Het college van de centrumgemeente draagt in overeenstemming met de Archiefwet zorg voor de archiefbescheiden van de centrumregeling. 2. De afdeling Financiële Zaken van de centrumgemeente is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 3. Het college van de centrumgemeente stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht. 4. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de centrumregeling wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van de centrumgemeente. 5. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de afdeling Financiële Zaken van de centrumgemeente. 6. Met het beheer van de in de archiefbewaarplaats berustende archiefbescheiden, is belast de afdeling Financiële Zaken van de centrumgemeente.

5

7.

8. 9. 10.

De afdeling Financiële Zaken van de centrumgemeente brengt jaarlijks aan het college van de centrumgemeente verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling die niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. Het college van de centrumgemeente brengt jaarlijks verslag uit aan de raden over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de centrumregeling. Bij opheffing van de centrumregeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform artikel 4, eerste lid, van de Archiefwet 1995. Bij uittreding van een deelnemer van deze centrumregeling worden de archiefbescheiden, die niet overgebracht zijn naar de archiefbewaarplaats, overgedragen aan de deelnemer, waar de archiefbescheiden betrekking op hebben.

Artikel 19 Privacy 1. Indien het college van de centrumgemeente bij de uitvoering van deze centrumregeling, de bijbehorende dienstverleningsovereenkomst of enige andere onder deze centrumregeling vallende overeenkomsten persoonsgegevens verwerkt zoals bedoeld in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), treedt het college van de centrumgemeente op als ‘verwerker’ voor verwerkingen van persoonsgegevens van de gastgemeenten. De colleges van de gastgemeenten treden op als ‘verwerkingsverantwoordelijke’ 2. Partijen komen nadere afspraken over de verwerking van persoonsgegevens overeen in een verwerkersovereenkomst zoals bedoeld in artikel 28 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Artikel 20 Toetreding Het college van de gemeente die wenst toe te treden, richt het verzoek hiertoe aan het bestuur. Deze stuurt dit aan de deelnemers met zijn advies over toetreding en de daaraan te verbinden voorwaarden. Toetreding vindt plaats als de deelnemers daar unaniem mee instemmen. HOOFDSTUK 7 TOETREDING, UITTREDING WIJZIGING EN OPHEFFING Artikel 21 Uittreding 1. De deelnemer zendt, na verkregen toestemming van zijn raad, het besluit tot uittreding aan het bestuur. De uittredingsprocedure vangt aan op de dag nadat het besluit is ontvangen. 2. Het bestuur inventariseert de gevolgen en de voorwaarden voor uittreding en legt deze vast in een voorlopig uittredingsplan. 3.

Onder de gevolgen van de uittreding worden in ieder geval verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties. 4. De uittreding gaat in op 1 januari van het jaar volgende op het verstrijken van een termijn van drie jaar na ontvangst van het uittredingsbesluit, tenzij het bestuur bij unanimiteit met de uittredende deelnemer een andere opzegtermijn overeenkomt. Artikel 22 Uittredingsplan 1. Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. 2. Het bestuur kan een onafhankelijke externe deskundige aanwijzen die het uittredingsplan opstelt. Aanwijzing geschiedt op basis van een gezamenlijke voordracht. Als geen overeenstemming wordt bereikt, wijst het bestuur deze aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden uit haar midden, waaronder het lid van de uittredende deelnemer. 3. Ten minste twaalf maanden voor uittreding stelt het bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Binnen zes maanden na uittreding wordt de definitieve uittreedsom vastgesteld.

6

Artikel 23 Berekening uittreedsom 1. De uittreedsom bestaat uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. 2. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten die het directe gevolg zijn van de uittreding. 3. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten voor de afbouw van structurele en incidentele capaciteit in personeel en goederen en andere structurele en incidentele verplichtingen door de uittreding. 4. De uittreedsom bevat een risico-opslag van 10% voor onvoorziene toekomstige kosten. Deze vrijwaart de uittredende deelnemer van toekomstige onvoorzienbare kosten. 5. Bovenstaande kosten voor uittreding worden gebaseerd op de laatste vastgestelde jaarrekening en de feiten en omstandigheden die bekend zijn op het moment van de daadwerkelijke uittreding. 6. De centrumgemeente is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande hoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen tegenover derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst van het uittredingsbesluit. 7.

In afwijking van voorgaande leden kan het bestuur bij unanimiteit met uittreder overeenkomen dat de uittreedsom wordt vastgesteld op 300% van de eigen bijdrage, zoals vastgesteld in de jaarrekening van het jaar van uittreding. Artikel 24 Verplichtingen uitreder 1. De uittredende deelnemer moet de uittreedsom en de kosten van de externe deskundige betalen. De uittredende deelnemer moet de uittreedsom binnen drie maanden betalen, tenzij het bestuur bij unanimiteit met uittreder een betaling in termijnen overeenkomt. 2. De uittredende partij moet zich inspannen om boventallig geworden personeel in dienst te nemen. De waarde hiervan wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom. Dit geldt ook voor alle andere goederen en overeenkomsten die de uittredende deelnemer overneemt. 3. Kosten die de uittredende deelnemer zelf maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor haar rekening. Artikel 25 Wijziging 1. De centrumregeling wordt gewijzigd als de deelnemers daartoe eensluidend besluiten. 2. Een voorstel tot wijziging van de centrumregeling kan worden gedaan door het bestuur of één of meer van de deelnemers. 3. Bij een wijziging wordt de procedure gevolgd zoals opgenomen in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 26 Ontbinding en liquidatie 1. De centrumregeling wordt ontbonden als deelnemers daartoe eensluidend besluiten. 2. Als tot ontbinding is besloten, stelt het bestuur een liquidatieplan op. 3. Het liquidatieplan voorziet in de financiële en personele gevolgen van de ontbinding. 4. Het bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 5. Het besluit tot ontbinding of tot wijziging wordt gezonden aan de deelnemers. 6. Het bestuur blijft na het tijdstip van ontbinding in functie, totdat de vereffening is voltooid. 7. Tot die tijd wordt de centrumregeling aangevuld met de afkorting ‘in liquidatie’. 8. De centrumgemeente draagt na ontbinding zorg voor het overdragen van de archiefstukken aan de deelnemers.

7

HOOFDSTUK 8

SLOTBEPALINGEN

Artikel 27 Geschillen 1. Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regeling de beslissing van gedeputeerde staten van Zeeland wordt ingeroepen, legt het bestuur het geschil eerst voor aan een door haar in te stellen geschillencommissie. 2. De geschillencommissie bestaat uit drie leden. Het ene lid wordt aangewezen door het bestuur en het andere lid door de deelnemers waarmee het geschil bestaat. Beide leden wijzen gezamenlijk een derde lid aan die als voorzitter optreedt. 3. De geschillencommissie brengt advies uit over de mogelijkheden om tot overeenstemming te komen. 4. Als het advies van de geschillencommissie niet leidt tot een oplossing van het geschil, wordt bij het verzoek aan gedeputeerde staten van Zeeland om een beslissing te nemen, een afschrift van het advies van de geschillencommissie gevoegd. Artikel 28 Evaluatie De centrumregeling wordt elke vier jaar geëvalueerd. Medio 2028 vindt de eerste evaluatie plaats. De evaluatie geeft antwoord op de vraag of de samenwerking de doelen heeft bereikt met de beschikbaar gestelde middelen. Ook wordt gekeken naar de uitvoering van de taken en hoe de samenwerking heeft gefunctioneerd. Artikel 29 Extra dienstverlening De deelnemer kan na instemming van het bestuur extra dienstverlening inkopen bij het RBL/regionaal doorstroompunt. Artikel 30 Klachten en bezwaren 1.

Op klachten, ingediend tegen een gedraging van een medewerker van het RBL/doorstroompunt is de interne klachtenprocedure van de centrumgemeente van toepassing. Voor de externe klachtbehandeling wordt eveneens aangesloten bij de wijze waarop de centrumgemeente dit heeft geregeld. 2. Op bezwaarschriften ingediend tegen besluiten van het RBL/doorstroompunt is de Verordening bezwaarschriften- en klachtencommissie Goes 2018 van toepassing. Artikel 31 Hardheidsclausule In gevallen waarin de centrumregeling niet voorziet, beslist het bestuur. Van deze bevoegdheid wordt alleen gebruikt gemaakt in onvoorziene situaties en waarbij de toepassing van de centrumregeling leidt tot onredelijkheid. Artikel 32 Inwerkingtreding en duur van de regeling 1. Deze centrumregeling treedt in werking op de eerste dag na de elektronische bekendmaking van deze centrumregeling door het college van de centrumgemeente. 2. De centrumregeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 3. De voorgaande regeling gemeenschappelijke regeling Regionaal Bureau Leerlingzaken Oosterschelderegio wordt ingetrokken. Artikel 33 Citeertitel Deze centrumregeling kan worden aangehaald als Centrumregeling Regionaal Bureau Leerlingzaken en Doorstroompunt Oosterschelderegio.

8

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Borsele op. Burgemeester en Wethouders van Borsele, namens hen,

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Goes op. Burgemeester en Wethouders van Goes, namens hen,

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Kapelle op. Burgemeester en Wethouders van Kapelle, namens hen,

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland op. Burgemeester en Wethouders van Noord-Beveland, namens hen,

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Reimerswaal op. Burgemeester en Wethouders van Reimerswaal, namens hen,

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland op. Burgemeester en Wethouders van Schouwen-Duiveland, namens hen,

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Tholen op. Burgemeester en Wethouders van Tholen, namens hen,

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16977498/1