2025-15a D25.330000 Deel A & B Raamovereenkomst Prestatieafsprak Deel A&B Raamovereenkomst de Bevelanden.
Tekst van het document
6 mei 2025 versie colleges
Samen zorgen voor prettig wonen Raamovereenkomst prestatieafspraken De Bevelanden 2025 – 2028 Inhoud Algemene Inleiding .............................................................................................2 Deel A..............................................................................................................3 Hoofdstuk A.1 Samenwerking, rollen, en jaarcyclus.................................................3 Hoofdstuk A.2 Voldoende sociale huurwoningen......................................................6 Hoofdstuk A.3 Leefbare wijken en dorpen (fysieke deel) ..........................................8 Hoofdstuk A.4 Duurzaamheid en woningkwaliteit ....................................................9 Hoofdstuk A.5 Betaalbaarheid & beschikbaarheid ..................................................10 Bijlage 1..........................................................................................................11 Deel B ............................................................................................................12 Hoofdstuk B.1 Wonen en zorg algemeen ..............................................................12 Hoofdstuk B.2 Wonen en zorg voor ouderen .........................................................14 Hoofdstuk B.3 Een thuis voor iedereen ................................................................16 Bijlage definities
...............................................................................................19
1
6 mei 2025 versie colleges
Algemene Inleiding In 2020 maakten de vijf Bevelandse gemeenten, Beveland Wonen, en Huurdersvereniging De Bevelanden voor het laatst een raamovereenkomst prestatieafspraken. In april 2024 stelden de Bevelandse gemeenteraden de nieuwe Woon(zorg)visie vast. De ambities die in dit stuk staan zijn de kaders om met partijen tot afspraken te komen voor de uitvoering van het woonbeleid. Thema’s zijn betaalbaarheid, leefbaarheid, duurzaamheid en de omvang van de sociale huurwoningvoorraad. Daarnaast is wonen & zorg een belangrijk en urgent thema. De regio vergrijst, en er wordt een tekort aan met name ouderenhuisvesting verwacht. Ook zorgt nieuwe wetgeving voor aandachtsgroepen voor een nieuwe beleidscontext, waarin aandachtsgroepen voorrang kunnen krijgen bij de toewijzing van sociale huurwoningen. Het thema wonen & zorg vraagt ook afspraken met zorginstellingen voor ouderenzorg, gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg. Evenredigheid van de verdeling van de aandachtsgroepen is ook, in het kader van nationale wet- en regelgeving, een belangrijk thema van de raamovereenkomst. Een uitwerking van de fair share tussen de vijf gemeenten zoals ook voorgesteld in de regionale Woon(zorg)visie is onderdeel van deze raamovereenkomst.
Het gaat in de eerste plaats om de samenwerking tussen Beveland Wonen, de Huurdersvereniging De Bevelanden en de gemeenten om voor woningzoekenden passende huisvesting te vinden. Met een verbreding op het thema wonen & zorg worden er voor het eerst ook prestatieafspraken met de zorgpartijen voor ouderenzorg, gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg en jeugdzorg gemaakt. Daarmee wordt een basis gelegd voor een duurzame samenwerking. Het opstellen van de raamovereenkomst en toewerken naar een duurzame samenwerking zijn een vervolg op de stappen die met partijen zijn gezet. Deze raamovereenkomst bestaat uit twee delen. Deel A gaat over wonen (betaalbaarheid, kwaliteit woningvoorraad waaronder duurzaamheid, beschikbaarheid en nieuwbouw). Deel B bevat de onderwerpen leefbaarheid en wonen en zorg. Deel B wordt medeondertekend door de zorgpartijen.
2
6 mei 2025 versie colleges
Deel A Raamovereenkomst Prestatieafspraken De Bevelanden 2025 tot en met 2028, deel A: Huurdersvereniging De Bevelanden Woningcorporatie Beveland Wonen Gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland en Reimerswaal
Hoofdstuk A.1 Samenwerking, rollen, en jaarcyclus Beveland Wonen, gemeenten en de Huurdersvereniging overleggen jaarlijks met elkaar over prestatieafspraken. Dat schrijft de Woningwet, die sinds 1 juli 2015 van kracht is, voor. Prestatieafspraken zijn een vrijwillige, maar niet vrijblijvende overeenkomst. Een belangrijke achterliggende gedachte bij het maken van prestatieafspraken is dat samenwerking nodig is om de volkshuisvestingsdoelen te bereiken. Samenwerking De gemeenten, Beveland Wonen en de Huurdersvereniging hebben een goede samenwerking en hechten er veel belang aan om deze samenwerking de komende jaren voort te zetten. Ieders inzet is nodig voor de volkshuisvesting, binnen de eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheden. Dit betekent dus wederkerige afspraken. De samenwerking wordt bevorderd door wederzijdse inspanning, vertrouwen, openheid en aanspreekbaarheid. Dat vraagt ook van partijen dat zij zich open durven op te stellen en bepaalde marges van onzekerheid aanvaarden.
De gemeenten, Beveland Wonen en de Huurdersvereniging: Zijn transparant en open naar elkaar toe, ook over ieders mogelijkheden qua menskracht en financiële middelen; Houden het gemeenschappelijke doel in het oog en werken binnen de kaders van de eigen organisatie toe naar het bereiken van dit gemeenschappelijke doel; Delen in een vroegtijdig stadium informatie met elkaar die betrekking heeft op de onderwerpen in deze prestatieafspraken; Spreken elkaar aan op het moment dat er belemmeringen of knelpunten in de uitvoering van deze prestatieafspraken of in de samenwerking optreden; Spreken elkaar aan op het niet nakomen van gemaakte afspraken. Rollen en taken van partijen De woningcorporatie heeft een wettelijk bepaalde kerntaak: Het huisvesten van personen die door hun inkomen of door andere omstandigheden niet in staat zijn zelfstandig te voorzien in passende huisvesting, en; Het bijdragen aan prettig leefbare wijken waarin de toegelaten instelling bezit heeft. Dit zijn de zogenaamde activiteiten Diensten algemeen economisch belang (DAEBactiviteiten). In het verlengde hiervan mogen corporaties specifiek omschreven maatschappelijk vastgoed realiseren en verhuren en bepaalde diensten voor leefbaarheid uitvoeren. NietDAEB-activiteiten op nieuwe locaties door een corporatie zijn beperkt toegestaan voor middenhuur.
De belangrijkste taken van de huurdersorganisatie zijn: Het behartigen van de belangen van huurders in het overleg met de corporatie; Het gevraagd en ongevraagd adviseren van de corporatie op beleidsniveau; Het raadplegen en mobiliseren van de achterban; Het ondersteunen van bewonerscommissies die op complexniveau actief zijn; En natuurlijk het vertegenwoordigen van het huurdersbelang bij het opstellen van prestatieafspraken in de driehoek gemeente, huurdersorganisatie en corporatie. Huurdersorganisaties houden zich bezig met alles waar corporaties zich ook mee bezig houden, alleen dan vanuit het perspectief van de huurder. Belangrijke onderwerpen zijn 3
6 mei 2025 versie colleges bijvoorbeeld de jaarlijkse huurverhoging, onderhoud en renovatieprojecten van de corporatie en de prestatieafspraken. De gemeenten stellen een woon(zorg)visie op om te voorzien in voldoende woongelegenheid voor alle inwoners. De gemeenten bouwen en beheren woningen niet zelf, maar geven hiervoor kaders en ontwikkelingsrichtingen aan in de woon(zorg)visie. Het gemeentelijk woonbeleid raakt ook veel andere verantwoordelijkheden van de gemeenten. Het gaat om de ruimtelijke ordening van de gemeenten, maatschappelijke ondersteuning, duurzaamheid, wonen en zorg, beheer openbare ruimte. Kader en doelstellingen van de afspraken Met de raamovereenkomst worden de wederzijdse verantwoordelijkheden en bevoegdheden vastgelegd. Zo ontstaat een kader waarbinnen de te leveren prestaties kunnen worden beoordeeld. De afspraken gaan uit van vertrouwen, samenwerking (samen optrekken) en wederkerigheid. Bij deze vorm past ook dat het niet behalen van afspraken open en transparant bespreekbaar worden gemaakt in het jaarlijkse monitoringsgesprek. Vanuit de zeven betrokken partijen bestaat de wens om wederzijds afspraken te maken om de ingezette beleidsdoelstellingen van de gemeenten en woningcorporatie te realiseren. Deze Raamovereenkomst bevat geen herhaling van beleid, of nieuw beleid.
Wanneer er gewijzigde, of nieuwe wettelijke regelingen van kracht worden, gaan partijen daarover in gesprek en bekijken samen de betekenis voor de afspraken. En passen daar waar nodig de afspraken aan of maken nieuwe afspraken. We gaan uit van de bestaande kaders: • Regionale Woon(zorg)visie de Bevelanden 2024-2028 • Zeeuwse Woondeal • Ondernemingsplan Beveland Wonen 2022-2025 Voortschrijdende inzichten en veranderde omstandigheden worden betrokken bij de jaarlijkse afspraken. Looptijd, evaluatie en actualisering van de afspraken Deze raamovereenkomst geldt vanaf het moment van ondertekening tot 31 december 2028. Dit is ook de looptijd van de regionale Woon(zorg)visie. Medio 2027 wordt de raamovereenkomst geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie, de woon(zorg)visie van de gemeenten en het strategisch plan van Beveland Wonen wordt in 2028 gestart met nieuwe afspraken voor de periode na 31 december 2028. Tussentijdse bijstelling van afspraken uit deze overeenkomst, die impact heeft op het bereiken van de in deze raamwerkovereenkomst vastgelegde gezamenlijke ambities, is mogelijk als alle partijen hiermee instemmen of wanneer dit uit wetgeving volgt. Partijen proberen in dat geval gezamenlijk naar een oplossing te zoeken om de vastgelegde ambities alsnog te kunnen bereiken of de gezamenlijke ambities bij te stellen.
Indien noodzakelijk of wenselijk worden de aangepaste afspraken bestuurlijk vastgelegd. Deze overeenkomst wordt tussentijds beëindigd als alle partijen hiermee schriftelijk instemmen. Jaarcyclus De raamovereenkomst bestrijkt de periode tot en met 2028. Beveland Wonen brengt jaarlijks binnen het kader van de raamovereenkomst een overzicht van haar voorgenomen activiteiten uit. Dit zogenoemde bod vormt de basis voor het vastleggen van de gezamenlijke jaarlijkse prestatieafspraken (jaarschijf), die als het ware een uitvoeringsprogramma vormen. In deze jaarafspraken leggen partijen de uit te voeren stappen, acties en projecten vast. Als input voor dit bod wordt er in het eerste kwartaal overleg gevoerd over de voortang van de afspraken, mogelijk nieuwe ontwikkelingen en gewenste bijsturing (Voorbereidend overleg). Beveland Wonen geeft onder andere in haar jaarverslag inzicht in haar prestaties en financiële status. 4
6 mei 2025 versie colleges We volgen hiermee onderstaande jaarcyclus:
5
6 mei 2025 versie colleges
Hoofdstuk A.2 Voldoende sociale huurwoningen Ambitie Partijen streven naar een sociale huurwoningvoorraad die op korte én op lange termijn naar omvang en naar samenstelling aansluit bij de vraag. Hierbij hebben de partijen aandacht voor het wegwerken van actuele tekorten en volgen zij de ambities van de Woondeal. Toevoegingen aan de woningvoorraad zijn zo veel als mogelijk een mix van verschillende woningtypes. Partijen streven naar een uitbreiding van de sociale voorraad met behoud van bestaande kwaliteiten en oog voor de leefomgeving. Een uitbreiding die zoveel als mogelijk via een gelijkmatige groei in de tijd verloopt. Partijen stimuleren verscheidenheid in stedelijke en landelijke kernen in een open samenleving met hechte gemeenschappen. A 2.1. Uitbereiding sociale huurwoningvoorraad Op peildatum 1 januari 2022 (Start Woondeal) is de omvang van de sociale huurwoningvoorraad van Beveland Wonen in totaal 10.715. De vijf gemeenten streven ernaar de sociale huurwoningvoorraad op de Bevelanden tot en met 2030 toe te laten groeien naar 11.565 woningen. Een uitbreiding van minimaal 850 woningen. A 2.2. Geplande nieuwbouw sociale huurwoningen Partijen streven naar een toename van de totale sociale woningvoorraad. In de Woondeal is afgesproken om tot en met 2030 1.650 sociale huurwoningen zonder sloop en herstructering (bruto) op de Bevelanden te realiseren.
En netto, met sloop en herstructurering, 850 woningen. Deze realisatie is inclusief de flexwoningen en exclusief verkoop. Daar waar zich kansen voordoen bekijken gemeenten en Beveland Wonen samen de mogelijkheden voor het toevoegen van extra sociale huurwoningen. A2.3 Plancapaciteit en planning De gemeenten dragen zorg voor voldoende plancapaciteit voor invulling van de uitbreidingsambitie tot en met 2030. Beveland Wonen neemt in de meerjarenbegroting een realistische inschatting van de te realiseren bouwplannen met een haalbare transitie op. Per gemeente maken partijen afspraken over de potentiële nieuwbouwlocaties voor sociale woningbouw. Deze afspraken worden jaarlijks in het tweede kwartaal herijkt. A 2.4 Sociale grondprijs De grondprijs voor sociale woningbouw is voor Beveland Wonen randvoorwaarde om de gestelde doelen te kunnen behalen. Wanneer gemeenten de grondprijs voor sociale woningbouw anders dan inflatievolgend willen aanpassen vindt voorafgaand overleg plaats met Beveland Wonen om de consequenties voor haalbaarheid van de gestelde doelen te bespreken. A 2.5 Evenredige verdeling Partijen streven naar een toename van de sociale voorraad die evenredig is verdeeld over de regio, volgens de verdeling die vastgelegd is in de Woondeal. Niet alleen tussen de vijf gemeenten, maar ook binnen de gemeentegrenzen.
Dat betekent dat partijen ernaar streven om de sociale voorraad gelijkmatig over stedelijke, dorps- en kleine kernen te verdelen met een balans tussen vraag (kansen) en aanbod op korte en lange termijn naar omvang en naar samenstelling. In de jaarafspraken brengen partijen de ontwikkeling van de woningvoorraad per gemeente en voor de regio als totaal in beeld. Wanneer blijkt dat de vraag in bepaalde kernen terugloopt treden partijen in overleg over mogelijke maatregelen.
6
6 mei 2025 versie colleges A 2.6 Verkoop sociale huurwoningen De verkoop van woningen draagt bij aan gemengde wijken en het bevorderen van doorstroming. Daarnaast draagt het bij aan het vergroten van het aandeel betaalbare koopwoningen. Partijen spreken af dat Beveland Wonen terughoudend is met verkoop van sociale huurwoningen. De verkoop van woningen wordt gecompenseerd, zodat er uiteindelijk een uitbreiding van de totale voorraad sociale huurwoningen plaatsvindt. Zoals vastgelegd in artikel A2.1. Partijen vinden het belangrijk dat de voorraad gedurende de looptijd van de overeenkomst gelijkmatig groeit. Partijen brengen in de jaarafspraken in beeld hoe de voorraad zich ontwikkelt. De verkoop en herstructurering worden hierop afgestemd. Jaarlijks bespreken de partijen de vastgoedstrategie. A 2.7 Project Flexwoningen De Bevelanden Voor de tweede tranche van het regionale flexwoonproject wordt na evaluatie bepaald hoe het tweede deel van de 450 woningen wordt ingevuld. Beveland Wonen wordt, mogelijk met meerdere partijen, uitgenodigd een aanbieding te doen voor deze tweede tranche. A 2.8 Middenhuur Partijen vinden het ook belangrijk dat middeninkomens betaalbare woonruimte vinden. Beveland Wonen investeert niet actief in de middenhuur-sector. Projectgewijs kijken gemeenten en Beveland Wonen wat de mogelijkheden zijn voor middenhuur.
Beveland Wonen maakt gebruik van de maximale vrije ruimte van 15% bij woningtoewijzing om sociale huurwoningen toe te wijzen aan huishoudens met een middeninkomen. A 2.9 Bevorderen van doorstroming Meer beweging op de woningmarkt betekent dat meer huishoudens een stap kunnen zetten naar een woning die past bij hun huishoudsamenstelling, levensfase en inkomen. Het bieden van aantrekkelijke doorstroommogelijkheden naar een woning binnen of buiten de sociale huursector brengt verhuisketens op gang, waar meerdere woningzoekenden van profiteren. Partijen ondersteunen sociale huurders die kunnen en willen doorstromen naar een vrije sector of koopwoning met een optimaal pakket van maatregelen, en brengen dit actief onder de aandacht.
7
6 mei 2025 versie colleges
Hoofdstuk A.3 Leefbare wijken en dorpen (fysieke deel) Ambitie Het is prettig wonen en leven in wijken en dorpen in de Bevelanden. Iedere Bevelandse gemeente heeft haar eigen identiteit: inwoners voelen zich verbonden met hun woonplaats. Partijen streven naar leefbare wijken en dorpen die schoon, heel, groen en veilig zijn en waar bewoners elkaar ontmoeten en voor elkaar klaar staan. (overlap met deel B) A 3.1. Gebiedsgerichte aanpak/wijkontwikkeling Bepaalde wijken, of buurten vragen om extra inzet om een groene en leefbare omgeving te realiseren. Jaarlijks stemmen partijen af voor welke dorpen, wijken of buurten er projecten worden ingezet. En maken zij (jaarlijks) afspraken over verschillende leefbaarheidsprojecten en projecten voor het vergroenen van de omgeving. A 3.2 Woonoverlast Als leefbaarheidsproblemen zoals vervuiling, of burenruzies dreigen te ontstaan, trekken partijen gezamenlijk op om die aan te pakken. Hierbij hebben partijen aandacht voor zowel de fysieke als de sociale leefbaarheidsaspecten (achter de voordeur). Hierbij zetten partijen in op het effectief en tijdig aanpakken van (ernstige) woonoverlast. A 3.3 Kernenfonds Ter bevordering van de kwaliteit van de groene en leefbare woonomgeving wordt het instrument Kernenfonds voortgezet met een verdeling per gemeente (zie bijlage 1 kernenfonds).
A 3.4 Inzet huurders Huurders kunnen zelf voor een belangrijk deel bijdragen aan leefbare buurten en wijken. Vanuit de gemeenten en Beveland Wonen zijn er diverse mogelijkheden om hierbij te ondersteunen. De gemeenten hebben subsidieregelingen en Beveland Wonen stelt jaarlijks middelen beschikbaar voor leefbaarheidsinitiatieven in haar werkgebied. Dit wordt actief onder de aandacht gebracht bij huurders. A.3.5 Participatie Partijen stemmen bij herstructurering en integrale wijkvernieuwing in een vroeg stadium met elkaar af hoe betrokkenen worden geïnformeerd en wat hun invloed is op de planvorming.
8
6 mei 2025 versie colleges
Hoofdstuk A.4 Duurzaamheid en woningkwaliteit Ambitie Partijen sluiten aan bij de landelijke, Zeeuwse en lokale afspraken over duurzaamheid en woningkwaliteit. Hierbij streven zij naar een kwalitatief goede en duurzame sociale woningvoorraad in een gezonde leefomgeving. A4.1 Warmtetransitie Partijen streven naar een voorraad sociale huurwoningen die bijdraagt aan een minimale uitstoot van CO2 en gaan uit van een verduurzaming van deze woningvoorraad zodat deze in 2050 energieneutraal is. A 4.2 Verduurzaming woningvoorraad Beveland Wonen verbetert uiterlijk 2028 alle woningen met een energielabel E, F en G uit de woningvoorraad naar minimaal label D. Uitzonderingen hierop zijn monumenten en sloopwoningen. Woningen die door Beveland Wonen worden verkocht hebben minimaal label D, of er worden maatwerkafspraken gemaakt met kopers die zelf hun woning willen verduurzamen. A 4.3 Gezamenlijke afstemming Partijen stemmen verduurzamingsprojecten in de wijken en dorpen met elkaar af. Partijen vinden het van belang om hiervoor een duidelijke overlegstructuur af te spreken in het kader van het traject warmtetransitie, met als doel de gezamenlijke inzet rondom de warmtetransitie goed te borgen en te monitoren. En zoveel mogelijk te komen tot een gezamenlijk programma met afgestemde planning en projecten.
A4.4 Bewustwording Partijen werken samen aan bewustwording en communicatie op het gebied van duurzaamheidsaspecten. Partijen werken samen verder aan het ‘Bevelandse energie-armoede’ project. A4.5 Klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit Partijen houden in bouw- en renovatieplannen rekening met de principes voor klimaatadaptatie, biodiversiteit en stimuleren circulaire/biobased bouwprincipes en modulaire bouwconcepten. Partijen kijken samen naar hoe circulariteit een plek kan krijgen bij nieuwbouw of vernieuwing van sociale huurwoningen. Partijen brengen koppelkansen in beeld bij de ontwikkeling en uitvoering van projecten. Partijen informeren elkaar over de procedures over flora en fauna per locatie. A4.6 Woningkwaliteit Bij het verbeteren van de woningkwaliteit heeft het voorkómen van vocht- en schimmelproblematiek extra aandacht. Partijen zetten zich daarnaast gezamenlijk in voor de juiste voorlichting aan bewoners over goed gebruik van de woning en de ventilatiemogelijkheden om vocht- en schimmelproblemen te voorkomen. A4.7 Inponden Bij vernieuwing van straten of buurten onderzoeken partijen de mogelijkheden om eerder verkochte woningen weer op te kopen (in te ponden), als ‘gebroken bezit’ de ontwikkeling belemmert.
A4.8 Grondruil herstructurering en gebiedsontwikkeling Gemeenten en Beveland Wonen maken, via de jaarafspraken, nadere afspraken over de grondruil bij herstructurering en gebiedsontwikkeling. En zij leggen daarbij vast onder welke condities partijen gronden over en weer overdragen.
9
6 mei 2025 versie colleges
Hoofdstuk A.5 Betaalbaarheid & beschikbaarheid Ambitie Partijen streven naar een woningaanbod in de sociale sector en middenhuur sector dat naar huurprijsniveau aansluit bij de inkomens van (toekomstige) huurders. Hierbij streven partijen naar een passend woonaanbod voor iedereen. Passend huisvesten gaat ook samen met goede doorstroming. Het aanbod van betaalbare koop kan zo zorgen voor meer beschikbaarheid van woningen in het sociale segment. A 5.1 Huurbeleid Beveland Wonen hanteert een gematigd en transparant huurbeleid waarbij de betaalbaarheid van het wonen voor alle doelgroepen prioriteit is. Over de definitieve invulling van de beschikbare beleidsruimte vraagt Beveland Wonen ieder jaar advies aan Huurdersvereniging De Bevelanden. Jaarlijks geeft Beveland Wonen inzicht in het woningaanbod in de verschillende huurprijsklassen. A 5.2: Inkomensafhankelijke verhoging Beveland Wonen kan de mogelijkheid benutten om een inkomensafhankelijke huurverhoging door te voeren. Over het al dan niet toepassen van de inkomensafhankelijke huur vindt afstemming plaats tussen Beveland Wonen en Huurdersvereniging De Bevelanden. De opbrengsten die voortvloeien uit de hogere huren als gevolg van de inkomensafhankelijke huurverhoging, zet Beveland Wonen in voor de betaalbaarheid, beschikbaarheid en/of kwaliteit van haar sociale huurwoningen.
Deze inkomensafhankelijke huurverhoging telt niet mee in de huursom (huursombenadering). A 5.3 Vroegsignalering Partijen zetten zich er gezamenlijk voor in om mensen bewust te maken van de bestaande voorzieningen en mogelijkheden voor hulp in geval van betalings- en schuldenproblematiek, en partijen stimuleren en motiveren huurders hier (tijdig) gebruik van te maken. De gegevensuitwisseling tussen gemeenten en Beveland Wonen rondom vroegsignalering is geregeld in het Convenant Vroegsignalering. De gemeenten pakken de regie om het netwerk van samenwerkingspartners rondom het voorkómen en tijdig signaleren van schulden te verbreden en de gegevensuitwisseling met andere partijen in het netwerk (zoals zorg en welzijn) mogelijk te maken. Jaarlijks evalueren de gemeenten het Convenant Vroegsignalering en bespreken de gemeenten de voortgang, resultaten, procesafspraken en samenwerking met alle betrokken partners. A 5.4 Woonlasten Woonlasten bestaan niet alleen uit huurlasten of de hypotheek, maar ook uit de gemeentelijke heffingen. De gemeenten houden de gemeentelijke lasten voor haar inwoners (met een betaalrisico) via het armoedebeleid zo laag mogelijk, zodat de totale woonlasten betaalbaar blijven. Beveland Wonen draagt bij aan het tegengaan van energiearmoede door het verduurzamen van haar woningbezit en voorlichting.
A 5.5 Beschikbaarheid Partijen streven naar evenwichtige slaagkansen voor alle doelgroepen. Met jaarlijkse rapportages geeft Beveland Wonen inzicht in het aantal en type verhuringen, het aantal woningzoekenden, inschrijftijd en zoekduur. Hiermee wordt de slaagkans in beeld gebracht. Partijen bespreken de rapportages en kijken naar kansen de consequenties en mogelijkheden voor de programmering en de bouw van woningen en de toewijzingsregels ter verbetering van de slaagkansen.
10
6 mei 2025 versie colleges
Bijlage 1 Kernenfonds
Naast een goede woning is een prettige omgeving belangrijk voor het woongenot. In overleg met de gemeenten zet Beveland Wonen jaarlijks financiële middelen in, het Kernenfonds, om de kwaliteit van de woonomgeving te verbeteren. Bij investeringen in leefbaarheid vanuit het Kernenfonds wordt uitgegaan van het principe van wederkerigheid door de gemeenten. Door de beperkingen van de Woningwet moet er bovendien een directe link zijn met de volkshuisvestelijke opgave van Beveland Wonen. Het instrument Kernenfonds wordt onder de volgende voorwaarden ingezet: 1. Het gaat om stad, of dorpsvernieuwing om de woonomgeving te verbeteren. 2. Het gaat om investeringen in de fysieke leefomgeving. 3. Het gaat om een bedrag per gemeente per jaar. De verdeling per gemeente is als volgt: Goes1 € 200.000 Borsele € 100.000 Reimerswaal € 100.000 Kapelle € 50.000 Noord-Beveland € 50.0004. Per jaar wordt voorafgaand aan de activiteit inzichtelijk gemaakt waaraan het bedrag zal worden besteed. 5. Wanneer de bijdrage van Beveland Wonen in een jaar niet (volledig) is gebruikt, wordt het (rest-)bedrag maximaal één jaar doorgeschoven in de begroting. Dit restbedrag kan dan het opvolgende jaar onder dezelfde voorwaarden alsnog worden ingezet. Na dit jaar vervalt de beschikbaarheid van het resterende bedrag. 6. Het principe van wederkerigheid geldt voor het Kernenfonds.
Met andere woorden: de gemeenten zetten zelf ook een bijdrage in die minstens gelijk is aan de bijdrage van Beveland Wonen. o Een inzet die voortvloeit uit de uitvoering van wettelijke taken van de gemeente kan nooit een onderdeel van de wederkerigheid zijn. 7. Wanneer Beveland Wonen bijdraagt in openbare ruimte moet er een link kunnen worden gelegd met de activiteiten van Beveland Wonen. 8. Gemeenten zorgen dat het proces rondom besluitvorming, de inzet van een financiële bijdrage en de financiële afhandeling binnen de organisatie. 9. Afstemming over de inzet van het kernenfonds vindt plaats in het bestuurlijk overleg tussen bestuurder Beveland Wonen en wethouder(s).
Met de gemeente Goes waren er eerder afspraken op projectbasis. Vanaf 2026 wordt dit in de begroting meegenomen. 1
11
6 mei 2025 versie colleges
Deel B Raamovereenkomst Prestatieafspraken De Bevelanden 2025 tot en met 2028, deel B: Beveland Wonen Huurdersvereniging De Bevelanden Gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland en Reimerswaal Zorgpartijen o Ouderenzorg: SVRZ, Ter Weel, Cedrah, Cederhof, SONB (Cleijenborch), Landgoed Rijckholt; o Geestelijke gezondheidszorg en Jeugdzorg: Emergis, Juvent, Zeeuwse Gronden, Eleos, Stichting Kio, Leger des Heils; o Gehandicaptenzorg: Gors, Stichting Kio, ’s-Heeren Loo, Zuidwester, Philadelphia. CZW Bureau CZ Zorgkantoor is geen uitvoerende partij bij de raamovereenkomst. CZ Zorgkantoor wil graag steun betuigen aan de voorgestelde lijn en de inspanningen die worden geleverd om deze te realiseren. Daar waar de raamovereenkomst de bevoegdheden van de CZ Zorgkantoor raakt zullen zij in de uitvoering ondersteuning bieden.
Hoofdstuk B.1 Wonen en zorg algemeen Ambitie Regio De Bevelanden wil een zorgzame regio zijn, waar vraag en aanbod naar wonen met zorg in balans zijn, ook voor de meest kwetsbare groepen. Er zijn groepen inwoners op de woningmarkt die specifieke aandacht vragen. Sommige mensen hebben minder kansen, omdat ze zich in een kwetsbare situatie bevinden. Zo ook op de Bevelanden. Partijen spreken over inwoners en behoefte aan zorg, passend bij de zorgvraag van de inwoner. Hierbij zetten wij in op zo lang mogelijk thuis wonen, thuis zorg verlenen en zo zelfstandig en veilig mogelijk wonen. Het goed huisvesten en ondersteunen van de aandachtsgroepen is een belangrijke bouwsteen voor een inclusieve stad of dorp. Voor kwetsbare inwoners gaat het om meer dan een huis alleen, het gaat ook om het bieden van passende ondersteuning en zorg. En om het behouden van veiligheid en lokale netwerken. Met aandacht voor de spreiding van voorzieningen en differentiatie van verscheidenheid in zorgvormen. Afspraken B1.1: Samenwerking De opgave voor wonen en zorg vraagt samenwerking tussen en gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokken partijen. Daarbij is een goede koppeling tussen sociaal en fysiek domein een voorwaarde. De Woon(zorg)visie de Bevelanden 2024-2028 en het bijbehorende regionale uitvoeringsprogramma vormen de basis voor de te maken afspraken in deze overeenkomst.
Ook stelden wij in oktober 2024 de Notitie ‘Uitgangspunten & spelregels’ vast. Hieruit volgen de basisprincipes voor de Bevelandse samenwerking, dat partijen: De meerwaarde zien van integraal afspraken maken en bereid zijn om hiernaar te handelen; Uitgaan van een gelijkwaardige en wederkerige samenwerking en vertrouwen in elkaar (samen optrekken); Bereid zijn gezamenlijk op inhoud naar vraagstukken wonen en zorg te kijken en elkaar te betrekken bij beleidsontwikkeling; Zorgdragen voor een gemandateerde vertegenwoordiging en inzet vanuit de eigen organisatie en de organisaties gezamenlijk. En zorgdragen voor betrokkenheid van de achterban; 12
6 mei 2025 versie colleges
Voor de behoefte van wonen en zorg (ouderen en aandachtsgroepen) rekening houden met wijzigingen van Rijksbeleid en -financiering, zoals de capaciteit van de zorg vanuit de Wet langdurige zorg, beschermd wonen en maatschappelijke opvang; Een duurzame langjarige samenwerking aangaan. In ieder geval voor de looptijd van de overeenkomst tot en met 2028. Dit betekent dat er transparantie is over elkaars beweegredenen en partijen zich inspannen om elkaar beter te leren kennen en begrijpen. Naast openheid gaat het ook om het in een zo vroeg mogelijk stadium delen van plannen met elkaar. Aandachtspunt is dat transparantie nodig is om het beleid voor wonen en zorg en het organisatiebeleid van de partijen beter op elkaar te laten afstemmen.
B1.2: Rollen en verantwoordelijkheden Partijen zetten in op een langjarige samenwerking en leggen daarvoor de basisprincipes vast. Hierbij past dat partijen ook de rollen en wederzijdse verantwoordelijkheden met elkaar bepalen. Ook spreken partijen een werkstructuur af met een monitoringssystematiek om het niet behalen van afspraken op een open en transparante manier bespreekbaar te maken. Het is mogelijk voor andere partijen die zich bezighouden met wonen en zorg, aan te sluiten bij de Raamovereenkomst. Verder geldt dat de afspraken niet altijd van toepassing zijn op alle partijen. Het kan ook gaan om afspraken tussen een deel van de partijen onderling. En ook zonder Beveland Wonen en de huurdersvereniging. Waar dit van toepassing is, is dat ook expliciet aangegeven. De huurdersvereniging is hierin geen uitvoerende partij maar een adviserende partij.
13
6 mei 2025 versie colleges
Hoofdstuk B.2 Wonen en zorg voor ouderen Ambitie Wonen met zorg op de Bevelanden is wonen zonder zorgen en gericht op kwaliteit van leven. Partijen zien kansen voor innovatieve vormen van wonen met zorg die de diversiteit aan woonmilieus voor de regionale woningmarkt als geheel zullen vergroten. Afspraken B2.1: Behoefte aan ouderenwoningen Voor wonen en zorg voor ouderen vormt het Afsprakenkader Ouderen (mei 2024) van de Woondeal het vertrekpunt. De gemeenten en de partijen voor ouderenzorg zien een opgave voor het toevoegen van 1.150 nultredenwoningen, 240 geclusterde woningen en 280 zorggeschikte woningen in de periode van 2022 tot en met 2030. In de bijlage zijn de definities van deze woningen toegevoegd. Hierbij willen gemeenten en de partijen voor de ouderenzorg nadere afspraken maken over de invulling van verpleegzorg en specifiek verpleegzorg thuis (VPT). De verdeling van deze opgave is verdeeld over koop, particuliere huur en sociale huur en de opgave ziet erover de vijf Bevelandse gemeenten als volgt uit:
Nultredenwoningen Geclusterde woningen Borsele Goes Kapelle Noord-Beveland Reimerswaal Totaal
80 600 230 100 140 1.150
Zorggeschikte woningen 30 160 40 10 0 240
50 120 35 30 45 280
B2.2: Verzorgingsgebieden Partijen gaan uit van het clusteren van wonen en zorg in verzorgingsgebieden waar de benodigde infrastructuur en basisvoorzieningen al aanwezig zijn om de zorg voor de langere termijn betaalbaar en beschikbaar te houden. Een verzorgingsgebied kan ook bij bestaande geclusterde woningen worden gerealiseerd. Daarnaast vindt de woningbouwopgave voor wonen en zorg voornamelijk binnen deze verzorgingsgebieden plaats. Bij nadere uitwerking van de verzorgingsgebieden leggen partijen ook de voorwaarden voor een gezonde fysieke leefomgeving vanuit positieve gezondheid vast. Dit geldt voor alle inwoners in een verzorgingsgebied. Ook maken partijen afspraken voor een gezonde en veilige werkomgeving. B2.3: Transparantie over woonzorgbeleid en definities Partijen delen beleid voor het aanpassen/levensloopbestendig maken van woningen met elkaar. Zo monitoren partijen of de woningvoorraad geschikt is voor de mensen met een zorgvraag. De gemeenten nemen in deze monitoring de regie, en brengen woon(zorg)initiatieven bij elkaar. Partijen zijn transparant over de definities van zorgwoningen die zij hanteren. B2.4: Bewustmaking inwoners geschiktheid woning Partijen zetten in op het bewustmaken van inwoners over het tijdig nadenken over de geschiktheid van hun woning.
14
6 mei 2025 versie colleges B2.5: (Pré-)Mantelzorg faciliteren De gemeenten faciliteren initiatieven voor (pre-)mantelzorg gericht op bestaande woningen, onder andere in het ruimtelijk (vergunningen) beleid. Zoals aan- en uitbouwmogelijkheden bij bestaande woningen voor een slaapkamer en een badkamer op de begane grond en voor de plaatsing van mantelzorg units in tuinen. Mantelzorgers kunnen bij de gemeente terecht voor ondersteuning bij het uitvoeren van hun mantelzorgtaken. B2.6 Afstemmen in een vroeg stadium over nieuwbouw en verbouw Bij het bedenken van plannen voor nieuwbouw en verbouw, gaan partijen vooraf met elkaar in overleg over hoe de woonvoorzieningen eruit moeten zien en aan welke voorwaarden deze moeten voldoen zodat de woningen geschikt zijn voor de doelgroep. Zodat aanpassingen in een later stadium zoveel mogelijk voorkomen kunnen worden. Partijen zijn gezamenlijk verantwoordelijk om kosten zo laag mogelijk te houden. B2.7: Inzet Wmo-middelen Gemeenten, Beveland Wonen en zorgaanbieders onderzoeken de mogelijkheden onder welke voorwaarden Wmo-middelen voor woningaanpassing in de toekomst kunnen worden ingezet voor het levensloopgeschikt maken van complexen waarin veel ouderen (of andere bewoners met een beperking) wonen. En bekijken daarbij hoe middelen op een andere manier, ook collectief, zijn in te zetten voor de zorg.
15
6 mei 2025 versie colleges
Hoofdstuk B.3 Een thuis voor iedereen Ambitie Partijen willen in onze regio een thuis voor iedereen bieden. En partijen willen een regionale balans vinden, en de aandachtsgroepen waar dat kan evenredig verdelen over onze vijf gemeenten. Een buurt waar mensen wonen op een plek die bij hen past. Partijen zorgen er samen voor dat zij met hun inzet de draagkracht in buurten en complexen bevorderen. Afspraken Voor de aandachtsgroepen en (ouder wordende) ggz-cliënt als kwetsbare groep valt een onderscheid te maken in groepen met een woon-zorgvraag en groepen met een huisvestingsvraag. De afspraken hieronder van B3.2 tot en met B3.9 gaan over de groepen met een woonzorgvraag. De afspraak B3.10 gaat over een groep met een huisvestingsvraag. De afspraak B3.1 gaat over beide groepen. B3.1: Toewijzen van woningen en urgenties/voorrang Partijen streven naar een goede balans tussen de huisvesting van aandachtsgroepen en regulier woningzoekenden. We hanteren een signaalwaarde van 15% van de beschikbare woningen van Beveland Wonen, voor de huisvesting van de urgentiecategorieën (inclusief statushouders), zoals genoemd in de bijlage. Een signaalwaarde betekent dat partijen in overleg treden wanneer deze overschreden wordt. Partijen volgen jaarlijks de stand van zaken via de kwartaalrapportages en de jaarrapportage van Zuidwestwonen.
Partijen bespreken de voortgang in termen van huisvesting, begeleiding, dagindeling, financieel beheer en de effecten van de huisvesting van aandachtsgroepen op onder andere slaagkansen, draagkracht van de woonomgeving en leefbaarheid in complexen en buurten. Om de toewijzing van sociale huurwoningen van Beveland Wonen aan urgentiecategorieën zorgvuldig plaats te laten vinden, stellen gemeenten een (regionale) verordening op. Hierin krijgen ook de verplichte urgentie categorieën een plek. De gemeenten betrekken de corporatie en huurdersvereniging actief bij het opstellen van de verordening. B3.2: Omvang woonbehoefte aandachtsgroepen & evenredige verdeling Partijen nemen het realisatieplan Beschermd wonen, Maatschappelijke opvang en Vrouwenopvang als vertrekpunt voor de behoefte aan wonen met zorg voor aandachtsgroepen. De vijf gemeenten nemen het initiatief om, met alle betrokken partijen, te komen tot de regionale analyse van de zorgvraag en de evenredige verdeling van aandachtsgroepen over de regio. De analyse van aandachtsgroepen wordt verdeeld in drie groepen: blijvend (voor mensen die blijvend onder een aandachtsgroep vallen), levensfase (tijdelijkheid)en urgent (bij voorkeur zo kort mogelijk). Daarbij is ook oog voor mensen met meervoudige problematiek.
Voor de woonbehoefte voor gehandicaptenzorg gaan de partijen uit van het regiobeeld van het Zorgkantoor als vertrekpunt. Voor de aanpak van dakloosheid komt er een vertaling van het Nationaal Actieplan Dakloosheid Eerst een Thuis naar een regionaal (Zeeuws) plan. Partijen nemen dit actieplan met zes 6 pijlers over preventie, wonen eerst, versterken bestaanszekerheid, versterken van de uitvoeringspraktijk, ervaringskennis en speciale aandacht voor doelgroepen als basis. De betrokken partijen zijn bereid om uit te gaan van fair share, het evenredig toedelen van de beschikbare (toekomstige) sociale woningvoorraad aan de beoogde doelgroepen. En kijken daarbij ook naar de bestaande situatie, impact op de maatschappij en de behoeften van doelgroepen.
16
6 mei 2025 versie colleges
B3.3: Ondersteuning kwetsbare inwoners Voor de ondersteuning en begeleiding van kwetsbare bewoners werken de gemeenten en Beveland Wonen onderling en met zorg- en welzijnspartijen samen. De lokale teams binnen gemeenten krijgen hierin een rol en zorgen dat signalen worden opgepakt en doorgezet. Er wordt hiervoor een proces beschreven, waarin rollen en verantwoordelijkheden duidelijk worden weergegeven. De gemeenten en de gecontracteerde zorg- en welzijnspartijen zorgen waar nodig voor de juiste ondersteuning op een of meerdere leefgebieden, zoals wonen, werk, vervoer, relatie, sociale weerbaarheid, financiën en (geestelijke) gezondheid. B3.4 Preventie en vroegsignalering Partijen werken vanuit preventie en vroegsignalering; signalen van zorgvraag of overlast worden tijdig doorgegeven. Partijen zetten in op welzijn en ontmoeting, waarbij zij ook kijken naar ontmoeting tussen verschillende doelgroepen. Alle partijen dragen hieraan bij. B3.5 Inclusie in de wijk en geclusterd wonen Partijen zetten zich in voor voldoende beschikbaarheid van woningen voor huisvesting van inwoners met een lichtere verstandelijke beperking en inwoners vanuit geestelijke gezondsheidszorg en jeugdzorg. Zo kunnen deze inwoners zelfstandig in de wijk gaan wonen met begeleiding, dus dichtbij één van de locaties van de zorgaanbieders.
Partijen onderzoeken bij nieuwe initiatieven de mogelijkheden voor het geclusterd samenwonen van verschillende groepen en geclusterd wonen voor Beschermd Wonen GGZ. B3.6: Ontschotten van financieringsvormen Partijen tonen zich bereid de mogelijkheid tot het ontschotten van financieringsvormen te onderzoeken, eventueel met pilots en bekijken samen wat dat de komende vier jaar betekent. Het samenvoegen van verschillende budgetten kan ertoe leiden dat er meer aandacht is voor de behoefte per inwoner in plaats van het afhankelijk zijn van een potje met geld met één bepaald doel. B3.7: Woonvormen/plekken voor jongeren en jongvolwassenen Speciale aandacht is er voor woonvormen voor jongeren die jeugdzorg ontvangen of uitstromen uit jeugdzorg. Partijen maken een onderscheid in jongeren onder 18 jaar, en 18 tot en met 23. Voor de cliënten van 18 jaar of jonger geldt dat er jongeren zijn zonder “thuis” en zonder eigen netwerk die nergens heen kunnen als ze 18 jaar worden. Partijen zetten zich specifiek in voor deze doelgroep. B3.8: Mentale steunpunten Gemeenten werken aan een netwerk van laagdrempelige steunpunten, zoals zelfregie en herstelinitiatieven, waar kwetsbare inwoners zich welkom voelen. Hier kunnen inwoners werken aan herstel en verbinding met de maatschappij.
In deze steunpunten werken de gemeenten, de woningcorporatie, de zorg- en welzijnsorganisaties, ervaringsdeskundigen en de huisartsen samen. B3.9 Domeinoverstijgende samenwerking Partijen blijven investeren in een domeinoverstijgende samenwerking met andere partners die werkzaam zijn op het gebied van veiligheid, werk en inkomen zodat zij inwoners zo goed mogelijk kunnen ondersteunen. Partijen volgen hierin de provinciale ontwikkelingen. B3.10 Huisvesting van statushouders Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de taakstelling voor het huisvesten van statushouders en de begeleiding. Beveland Wonen draagt bij aan de opgave door 17
6 mei 2025 versie colleges woningen met voorrang aan statushouders toe te wijzen, waarbij het toewijzen van 10% van de vrijkomende sociale huurwoningen aan statushouders als signaalwaarde geldt. Gemeenten en Beveland Wonen monitoren en bespreken de voortgang over huisvesting en begeleiding tweemaal per jaar. Mochten gemeenten en Beveland Wonen samen vaststellen dat de huisvestingsvraag van statushouders dermate stijgt dat daarmee de beschikbaarheid voor andere doelgroepen onder druk komt te staan, dan neemt de gemeente het initiatief om met marktpartijen, op zoek te gaan naar alternatieve woonruimte voor statushouders.
18
6 mei 2025 versie colleges
Bijlage definities Aandachtsgroepen Binnen het Rijksprogramma ‘een thuis voor iedereen’, zijn de volgende groepen geformuleerd: Uitstroom uit instellingen. Soms zijn dit mensen die geen nazorg meer nodig hebben of poliklinisch behandeling en/of woonbegeleiding. Jeugdzorg Dak- en thuisloos Statushouders Stoppende sekswerkers Dakloze remigranten-gezinnen Mantelzorgers Studenten Arbeidsmigranten Woonwagenbewoners Urgentiecategorieën Een aantal van deze groepen heeft zo’n dringende huisvestingsvraag, zoals bijvoorbeeld mantelzorgers, dat de wetgever hen als verplichte urgentiecategorie heeft opgenomen. Daarmee krijgen zij voorrang op een sociale huurwoning. In het wetsvoorstel versterking regie op de volkshuisvesting zijn de volgende urgentiecategorieën opgenomen: dakloze mensen, mantelzorgverleners en –ontvangers, ernstig chronisch zieken, uitstromers opvangvoorziening (o.a. beschermd wonen, Jeugdhulp) en stoppende sekswerkers. Geclusterde woonvorm is een cluster van minimaal 12 nultredenwoningen met minimaal één ontmoetingsruimte. Regio De Bevelanden interpreteert dit als dat er een ontmoetingruimte is in de nabije omgeving (op loopafstand) van deze clustering aan nultredenwoningen. Ander kenmerk is dat er verschillende soorten woningen worden aangeboden binnen één, voor verschillende zorgzwaartes.
Van volledig zelfstandig tot woningen waar zware zorg geboden kan worden. Nultreden Een nultredenwoning is een zelfstandige woning die intern en extern toegankelijk is. Interne toegankelijkheid: vanuit de woonkamer zijn de keuken, het toilet, de badkamer en ten minste 1 slaapkamer zonder traplopen te bereiken. Dit kan door afwezigheid van een trap, of door aanwezigheid van een traplift of lift. Externe toegankelijkheid: de toegang naar de woning is zonder traplopen te bereiken. Zorggeschikte woningen Zijn zelfstandige woningen die onderdeel zijn van een geclusterde vorm waarin WLZ-zorg geleverd wordt voor bewoners. Om zorg te kunnen leveren is het van belang dat deze wooneenheden en de toegang hiertoe rolstoel- of rollatorgeschikt zijn, met voldoende ruimte bij de entree, in de toiletruimte en in de badkamer. Ook dient de woning brandveilig te zijn en te beschikken over een goede en stabiele internetverbinding voor domotica. Positieve gezondheid Positieve Gezondheid is een bredere kijk op gezondheid, uitgewerkt in zes dimensies. Met die bredere benadering draag je bij aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. Én om zo veel mogelijk eigen regie te voeren. 19
6 mei 2025 versie colleges
20
6 mei 2025 versie colleges
21