2025-13b STATUTENWIJZIGING ALBERO STICHTING VOOR OPENBAAR EN CHRISTELIJK ONDERWIJS OP DE BEVELANDEN v4 -
Tekst van het document
Versiedatum 17-12-2024
eerste blad
De Zeeuwse Alliantie
Frans den Hollanderlaan 10, Goes Postbus 14, 4460 AA Goes Tel.: 0113-232520
CONCEPT
Indien er onjuistheden voorkomen in uw personalia of elders in de tekst gelieve u tijdig voor het passeren van de akte contact op te nemen.
Zaaknummer IJ/PP/624115.01 STATUTENWIJZIGING Op [passeerdatum] verscheen voor mij, mr. PAUL IZAÄK ELZO PLATIER, notaris te Goes: [bestuurslid Albero]. De verschenen persoon verklaarde ter uitvoering van een besluit genomen op [Datum waarop het besluit tot statutenwijziging werd genomen] door de raad van toezicht van de stichting: Albero, stichting voor openbaar en christelijk onderwijs op de Bevelanden, statutair gevestigd te Goes, kantoorhoudende te 4462 DZ Goes, Stationspark 49A, ingeschreven in het handelsregister onder dossiernummer 22059752 - en als zodanig bevoegd op grond van artikel 20 lid 4 van de statuten van de stichting tot het doen verlijden van deze akte is gemachtigd - hierbij de statuten van de stichting zodanig te wijzigen dat zij in hun geheel komen te luiden als volgt:
INLEIDING 1.
De Stichting is opgericht bij notariële akte op éénendertig december tweeduizend vijf.
2.
De statuten van de Stichting zijn voor het laatst gewijzigd bij notariële akte op vijftien februari tweeduizend negentien verleden voor mr. mr. P.I.E. Platier, notaris te Goes.
3.
Het bestuur van de Stichting heeft op [Datum waarop het besluit tot statutenwijziging werd genomen] besloten de statuten te wijzigen. Het stuk waaruit dit blijkt, is aan deze akte vastgemaakt.
4.
De raad van toezicht [Datum waarop het besluit tot goedkeuring van de statutenwijziging werd genomen]. Het stuk waaruit dit blijkt, is aan deze akte vastgemaakt.
5.
De goedkeuring/instemming van de gemeenteraad van de gemeenten
tweede blad
Versiedatum 17-12-2024
waarin de openbare scholen die door de Stichting in stand worden gehouden zijn gevestigd. Het stuk waaruit dit blijkt, is aan deze akte vastgemaakt. STATUTEN Begripsbepalingen Artikel 1 1.
In deze statuten wordt verstaan onder: a.
gemeente: de gemeenten Goes, Kapelle en Noord-Beveland;
b.
gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeenten Goes, Kapelle en Noord-Beveland;
c.
scholen: de scholen voor primair onderwijs, die door de stichting in stand worden gehouden;
d.
bevoegd gezag: Albero, stichting voor openbaar en christelijk onderwijs op de Bevelanden;
e.
schriftelijk: bij brief, fax of e-mail, of bij boodschap die via een ander gangbaar communicatiemiddel wordt overgebracht en elektronisch of op schrift kan worden ontvangen mits de identiteit van de verzender met afdoende zekerheid kan worden vastgesteld.
2.
Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar een begrip of woord in het enkelvoud een verwijzing naar de meervoudsvorm van dit begrip of woord in en omgekeerd.
3.
Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar het mannelijke geslacht een verwijzing naar het vrouwelijke geslacht in en omgekeerd.
Naam, zetel en duur Artikel 2 1.
De stichting draagt de naam: Albero, stichting voor openbaar en christelijk onderwijs op de Bevelanden. Zij is gevestigd te Goes.
2.
De stichting beoogt niet het maken van winst.
3.
De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.
Doel, grondslag en openbaar karakter
derde blad 17-12-2024
Artikel 3 1.
De stichting heeft ten doel het geven van openbaar en christelijk onderwijs in afzonderlijke scholen voor openbaar onderscheidenlijk christelijk primair onderwijs in Goes en omstreken en/of in samenwerkingsscholen.
2.
Het onderwijs dat wordt verzorgd door de door de stichting in stand gehouden openbare scholen draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning en respect van de betekenis van die waarden. Ieder kind is welkom zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing. Bij voldoende belangstelling bestaat voor leerlingen op de openbare scholen de gelegenheid, binnen de schooltijden, godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs te ontvangen.
3.
Het onderwijs aan de christelijke scholen heeft als grondslag de Bijbel en heeft als inspiratie de kracht van het Evangelie van Jezus Christus, zulks met respect en begrip voor levens- en maatschappelijke beschouwingen van anderen. Onderwijs en opvoeding in de van de stichting uitgaande christelijke scholen worden in de geest en vanuit deze inspiratie gegeven. De christelijke scholen staan open voor alle leerlingen indien wordt voldaan aan het hetgeen wordt gesteld in het toelatingsbeleid, dat daarvoor binnen de stichting is vastgesteld door het college van bestuur met goedkeuring van de raad van toezicht.
Middelen Artikel 4 De stichting tracht haar doel te bereiken door: 1.
het oprichten en in stand houden van een of meer openbare scholen en christelijke scholen;
2.
het zoeken van samenwerking met instellingen, die een gelijk of gelijksoortig doel nastreven als hierboven onder artikel 3 is omschreven;
3.
het benutten van alle andere wettige middelen, die ter bereiking van het
vierde blad 17-12-2024
doel nuttig kunnen zijn. Geldmiddelen Artikel 5 1.
De geldmiddelen van de stichting worden gevormd uit overheidsbekostiging, leningen, erfstellingen, legaten, schenkingen en andere haar rechtmatig toekomende baten die kunnen bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstelling.
2.
Schenkingen erfstellingen of legaten, mogen niet worden aangenomen, wanneer daaraan voorwaarden verbonden zijn, die strijdig zijn met het openbaar karakter of de grondslag van de stichting of bezwaarlijk zijn voor de verwerkelijking van het doel van de stichting.
3.
Erfstellingen of legaten kunnen worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.
Organisatie van de stichting Artikel 6 1.
De stichting kent twee organen: a.
het college van bestuur
b.
de raad van toezicht.
Beide organen hebben in deze statuten afzonderlijke bevoegdheden toebedeeld gekregen. 2.
De stichting kent een directie-overleg.
College van bestuur: samenstelling, benoeming en arbeidsvoorwaarden Artikel 7 1.
Het college van bestuur bestaat uit maximaal twee leden. De raad van toezicht bepaalt het aantal leden van het college van bestuur. Slechts natuurlijke personen kunnen worden benoemd tot bestuursleden. De leden van het college van bestuur worden in functie benoemd door de raad van toezicht.
2.
De leden van het college van bestuur zijn op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst van de stichting. De leden dienen in te stemmen met het doel, de grondslag en het openbaar karakter van de stichting en haar scholen.
vijfde blad 17-12-2024
3.
Benoeming vindt plaats aan de hand van een kenbare selectieprocedure en openbare competentieprofielen. Bij het ontstaan van een vacature kan het competentieprofiel door de raad van toezicht nader worden ingevuld. De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over het competentieprofiel.
4.
De raad van toezicht stelt de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad in de gelegenheid advies uit te brengen over de voorgenomen benoeming van een lid van het college van bestuur.
5.
De raad van toezicht stelt de arbeidsvoorwaarden van de leden van het college van bestuur vast conform de voor bestuurders in de sector(en) geldende wettelijke normen .
6.
Leden van het college van bestuur worden benoemd voor onbepaalde tijd, dan wel voor bepaalde tijd voor een door de raad van toezicht te bepalen termijn.
7.
De procedure voor de benoeming van de leden van het college van bestuur wordt, met inachtneming van de relevante wettelijke en statutaire bepalingen en daaruit voortvloeiende rechten voor de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad nader geregeld in het bestuursreglement.
8.
Een lid van het college van bestuur kan te allen tijde door de raad van toezicht worden geschorst of ontslagen. Een schorsing die niet binnen drie maanden wordt gevolgd door een besluit tot ontslag, eindigt door verloop van die termijn.
9.
Een besluit tot schorsing of ontslag wordt niet genomen dan nadat het bestuurslid over wiens ontslag wordt besloten vooraf de gelegenheid is geboden om te worden gehoord en zich daarbij door een raadsman kan laten bijstaan.
10. De leden van het college van bestuur worden periodiek beoordeeld door de raad van toezicht. De wijze waarop deze beoordeling plaatsvindt, kan worden uitgewerkt in een reglement. College van bestuur: defungeren en ontstentenis Artikel 8
zesde blad 17-12-2024
1.
In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Ingeval van vacatures behoudt het college van bestuur zijn bevoegdheden.
2.
In geval van ontstentenis of belet van één van de leden van het college van bestuur, berust het bestuur tijdelijk bij het overblijvende bestuurslid.
3.
Ingeval van ontstentenis of belet van alle leden van het college van bestuur of het enige bestuurslid, berust het bestuur tijdelijk bij een persoon die daartoe door de raad van toezicht is of wordt aangewezen. Deze persoon kan niet een lid van de raad van toezicht zijn.
4.
De raad van toezicht is bij ontstentenis of belet van alle leden van het college van bestuur verplicht zo spoedig mogelijk in de vervanging van het college van bestuur te voorzien. Als de raad van toezicht niet tot een zodanige benoeming overgaat, dan kan de rechtbank van het arrondissement waar de stichting statutair is gevestigd, op verzoek van één of meer belanghebbende (n) of het openbaar ministerie in de vervulling van het college van bestuur voorzien.
5.
Een bestuurslid defungeert: a.
door het verstrijken van de periode waarvoor het bestuurslid is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming;
b.
door zelf genomen ontslag (bedanken);
c.
door zijn ontslag door de raad van toezicht;
d.
door zijn ontslag door de rechtbank;
e.
door onder curatelestelling of faillissement van het bestuurslid;
f.
door overlijden van het bestuurslid.
College van bestuur: taken en bevoegdheden Artikel 9 1.
Het college van bestuur is, onder toezicht van de raad van toezicht, belast met het besturen van de stichting en de door de stichting in stand gehouden scholen. Bij de vervulling van zijn taak richt het college van bestuur zich naar het belang van de stichting, het belang van de scholen die door de stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving.
2.
Het college van bestuur komt al die taken en bevoegdheden toe, die niet
zevende blad 17-12-2024
door de wet of bij of krachtens deze statuten aan anderen zijn toegekend. 3.
De leden van het college van bestuur vormen een collegiaal bestuur.
4.
Het college van bestuur kan onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde taken opdragen aan de directies van de binnen de onderwijsinstellingen onderscheiden organisatorische eenheden.
5.
Het college van bestuur heeft, voor wat betreft de schooldirecteuren met inachtneming van het bepaalde in lid 7 onder h van dit artikel, de taak en bevoegdheid om personeelsleden te benoemen. Alvorens tot benoeming van een personeelslid over te gaan dient het college van bestuur zich ervan te overtuigen dat doel en grondslag door het te benoemen personeelslid worden onderschreven en dat het te benoemen personeelslid zich bereid verklaart om in overeenstemming met doel, grondslag en openbaar karakter van de stichting zijn of haar taak te verrichten. De personeelsleden die te werk zijn gesteld op een openbare school zijn op gelijke voet benoembaar. Inzake het personeelsbeleid bij benoeming, overplaatsing en noodzakelijke vermindering van personeel, wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de grondslag onderscheidenlijk het openbare karakter van de school en de levensbeschouwelijke overtuiging van het betrokken personeelslid.
6.
Het college van bestuur is, met goedkeuring van de raad van toezicht, bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, het sluiten van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt. Op het ontbreken van de in dit lid bedoelde goedkeuring kan tegen derden geen beroep worden gedaan.
7.
Het college van bestuur behoeft eveneens goedkeuring van de raad van toezicht voor bestuursbesluiten tot: a.
het vaststellen van het (meerjaren) strategisch beleidsplan en bijbehorende (meerjaren) begroting;
b.
het vaststellen van het financieel beleid (waaronder het
achtste blad 17-12-2024
treasurystatuut), de jaarrekening en het jaarverslag, met dien verstande dat deze goedkeuring niet wordt verleend voordat de raad van toezicht kennis heeft genomen van de bevindingen van de door haar aangewezen accountant; c.
het aangaan van rechtshandelingen en het verrichten van investeringen welke niet zijn voorzien in de vastgestelde begroting, welke nader zijn geregeld in het bestuursreglement;
d.
het aangaan, wijzigen en verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon of organisatie indien deze samenwerking van ingrijpende betekenis is voor de stichting of voor een of meer onder het bevoegd gezag van de stichting staande scholen;
e.
het verkrijgen, wijzigen of beëindigen van een deelneming of zeggenschap in een andere rechtspersoon en het oprichten van een andere rechtspersoon, evenals de vaststelling en wijziging van diens statuten voor zover het college van bestuur daartoe bevoegd is;
f.
het beëindigen van de dienstbetrekking en/of aanstellingen van een aanmerkelijk aantal werknemers (meer dan vijf procent (5%)) tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek;
g.
ingrijpende wijziging van de arbeidsvoorwaarden van een aanmerkelijk aantal werknemers (meer dan vijf procent (5%));
h.
wijziging van het beleid met betrekking tot de benoeming en het ontslag van de directeuren, alsook de wijziging van hun arbeidsvoorwaarden;
i.
het aanvragen van faillissement of van surséance van betaling;
j.
het stichten, opheffen, samenvoegen, overdragen, afsplitsen, of het aanvaarden van het bevoegd gezag over een school en de wijziging van de richting van een onder het bevoegd gezag van de stichting staande school;
k.
het vaststellen, wijzigen of intrekken van reglementen, waaronder een bestuursreglement waarin ten minste is opgenomen de besluitvorming binnen het college van bestuur als bedoeld in deze
negende blad 17-12-2024
statuten; l.
het vaststellen, wijzigen of intrekken van het managementstatuut waarin de aan het management van de binnen de onderwijsinstellingen onderscheiden organisatorische eenheden opgedragen taken en bevoegdheden zijn vastgelegd;
m. het wijzigen van de statuten en het ontbinden van de stichting, waaronder begrepen de bestemming van het batig saldo; n.
een voorstel tot juridische fusie of juridische splitsing.
Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door derden en tegen derden geen beroep worden gedaan. 8.
Het college van bestuur laat zich bij het vervullen van taken en het uitoefenen van bevoegdheden gevraagd of ongevraagd adviseren door: a.
het directie-overleg;
b.
de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, ten minste voor zover wet- en regelgeving dit voorzien.
Voorts kan het college van bestuur zich bij het vervullen van taken en uitoefenen van bevoegdheden laten adviseren door deskundigen in dienst van de stichting. College van bestuur: vergadering en besluitvorming Artikel 10 1.
Het college van bestuur vergadert ten minste tienmaal per jaar en voorts zo dikwijls de voorzitter dit wenselijk acht of indien het andere lid daartoe schriftelijk en onder nauwkeurige opgave van de te behandelen punten aan de voorzitter het verzoek richt. Indien de voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg geeft, zodanig dat de vergadering kan worden gehouden binnen twee weken na het verzoek, is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming van de vereiste formaliteiten.
2.
De oproeping geschiedt – behoudens het in lid 1 bepaalde- door of namens de voorzitter, ten minste zeven dagen van tevoren, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend, door middel van een schriftelijke oproeping, waaronder begrepen de e-mail, of bij
tiende blad 17-12-2024
boodschap die via een ander gangbaar communicatiemiddel wordt overgebracht en elektronisch of op schrift kan worden ontvangen mits de identiteit van de verzender met afdoende zekerheid kan worden vastgesteld. 3.
De oproepingsbrieven vermelden, behalve de plaats en het tijdstip van vergadering, de te behandelen onderwerpen. Vergaderingen van het college van bestuur kunnen ook worden gehouden door middel van telefonische- of videoconferenties, of door middel van enig ander communicatiemiddel, mits elk deelnemend lid door alle anderen gelijktijdig kan worden gehoord.
4.
Zolang in een vergadering van het college van bestuur alle in functie zijnde leden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen van en houden van de vergaderingen niet in acht genomen.
5.
De vergaderingen wordt geleid door de voorzitter van het college van bestuur.
6.
Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door één van de aanwezigen, door de voorzitter daartoe aangezocht. De notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en secretaris hebben gefungeerd. Ondertekening van de notulen kan ook elektronisch plaatsvinden mits de identiteit van voorzitter en secretaris met afdoende zekerheid kan worden vastgesteld. De notulen zijn openbaar voor de raad van toezicht en het directieberaad, behalve ten aanzien van zaken waarbij naar het oordeel van de voorzitter van het college van bestuur, de privacy in het geding is.
7.
Het college van bestuur streeft naar consensus. Een lid kan zich ter vergadering niet laten vertegenwoordigen.
8.
Het college van bestuur kan ook buiten de vergadering besluiten nemen, mits al zijn leden in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk, per telefax of per e-mail hun mening te uiten. Van een aldus genomen besluit wordt
elfde blad 17-12-2024
onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de voorzitter een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd. 9.
Ieder lid heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle besluiten van het college van bestuur genomen met volstrekte meerderheid van geldig uitgebrachte stemmen.
10. Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden dit voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende gesloten briefjes. 11. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. 12. In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten voorzien, beslist de voorzitter. College van bestuur: vertegenwoordiging Artikel 11 1.
Uitgezonderd het bepaalde in het volgende lid wordt de stichting vertegenwoordigd door de leden van het college van bestuur. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan de voorzitter van het college van bestuur.
2.
Krachtens besluit van het college van bestuur kan de stichting aan een van de leden van het college van bestuur, alsook aan derden, volmacht verlenen om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
3.
In geval van tegenstrijdig belang tussen de stichting en het college van bestuur dan wel één van de leden van het college van bestuur, wordt de stichting vertegenwoordigd door personen die daarvoor door de raad van toezicht zijn aangewezen.
Raad van toezicht: samenstelling en benoeming Artikel 12 1.
De raad van toezicht bestaat uit vijf tot acht leden. Het aantal leden van de raad van toezicht wordt door de raad van toezicht vastgesteld. Slechts
twaalfde blad 17-12-2024
natuurlijke personen kunnen worden benoemd tot lid. 2.
De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor één zetel in de raad van toezicht met inachtneming van de door de raad van toezicht vastgestelde profielschets.
3.
De leden van de raad van toezicht worden door de raad van toezicht benoemd. De termijn van benoeming bedraagt maximaal vier jaar.
4.
Voorwaarde voor benoeming is het onderschrijven van doel, de grondslag en het openbaar karakter van de stichting, omschreven in de artikelen 3 en 4 van deze statuten.
5.
Elk lid treedt uiterlijk vier jaar na zijn benoeming af, volgens een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Aftredende leden kunnen terstond eenmalig worden herbenoemd voor een tweede termijn van maximaal vier jaren.
6.
Ingeval van één of meer vacatures in de raad van toezicht vormen de overblijvende leden een wettig samengestelde raad van toezicht. De raad van toezicht voorziet zo spoedig mogelijk in de vacatures, indien het aantal leden minder dan vijf bedraagt.
7.
In geval van ontstentenis of belet van één of meer leden van de raad van toezicht blijft de raad van toezicht bevoegd. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht geschiedt, onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 299 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de benoeming door de rechtbank van het arrondissement waar de stichting statutair is gevestigd op verzoek van de meest gerede belanghebbende. Indien de rechtbank hiertoe niet overgaat, is de voormalig voorzitter van de raad van toezicht, op uitdrukkelijk verzoek van het college van bestuur, bevoegd één nieuw lid van de raad van toezicht te benoemen, welk lid vervolgens voorziet in de benoeming van de overige leden van de raad van toezicht.
8.
De raad van toezicht kan onder opgave van redenen besluiten een lid van de raad van toezicht te schorsen of te ontslaan. Een dergelijk besluit vereist een meerderheid van ten minste twee/derde van alle overige leden
dertiende blad 17-12-2024
van de raad van toezicht in een speciaal daartoe bijeengeroepen vergadering waarbij alle overig leden van de raad van toezicht aanwezig dienen te zijn. Het betrokken lid van de raad van toezicht heeft in de desbetreffende vergaderingen stemrecht. Het betrokken lid van de raad van toezicht, wordt vooraf in de gelegenheid gesteld om zich in een vergadering van de raad van toezicht te verantwoorden en te verdedigen. Een schorsing die niet binnen drie maanden wordt gevolgd door een besluit tot ontslag eindigt door verloop van die termijn. 9.
Een lid van de raad van toezicht defungeert: a.
door zijn overlijden;
b.
door het verlies van het vrije beheer of de vrije beschikking over zijn vermogen;
c.
door zijn vrijwillig aftreden;
d.
door het verstrijken van de termijn waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming;
e.
door ontslag hem verleend door de raad van toezicht;
10. De raad van toezicht kiest uit zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter. 11. Benoeming van de leden van de raad van toezicht vindt plaats aan de hand van een kenbare selectieprocedure en openbaar competentieprofiel. Deze competentieprofielen bevatten de kwaliteiten en deskundigheden waaraan een lid van de raad van toezicht dient te voldoen en kunnen deel uitmaken van een reglement. Bij de benoeming van de leden van de raad van toezicht zal ernaar worden gestreefd de volgende kwaliteiten in de raad vertegenwoordigd te doen zijn: bestuurlijk, onderwijskundig, financieel en juridisch, conform het opgestelde profiel. 12. De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over het competentieprofiel. 13. De raad van toezicht is zodanig samengesteld dat de leden ten opzichte van elkaar, het college van bestuur en welk deel- of zakelijk belang dan ook onafhankelijk en kritisch kunnen functioneren als goede toezichthouders en adviseurs.
veertiende blad 17-12-2024
14. Leden van de raad van toezicht ontvangen een bezoldiging, gemaakte onkosten worden hen vergoed. De vorm en de hoogte van de vergoeding(en) wordt vastgesteld conform de in Nederland geldende regels voor Code Goed Bestuur. 15. De leden van de raad van toezicht worden periodiek beoordeeld door de raad van toezicht. 16. Eén maal per jaar wordt het functioneren van de raad van toezicht als zodanig en met het college van bestuur geëvalueerd. De wijze waarop deze beoordeling en evaluatie plaatsvinden, kan worden uitgewerkt in een reglement. Taken en bevoegdheden van de raad van toezicht Artikel 13 1.
De raad van toezicht heeft tot taak integraal toezicht te houden op de verwezenlijking van de grondslag, het openbaar karakter en de doelstelling van de stichting, alsmede op het functioneren van college van bestuur, op de algemene gang van zaken in de stichting en de door hem in stand gehouden scholen.
2.
De raad van toezicht staat het college van bestuur met raad terzijde, fungeert als klankbord en kan het college van bestuur gevraagd en ongevraagd adviseren.
3.
Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting en de door de stichting in stand gehouden scholen.
4.
De raad van toezicht heeft de rechten welke in de wet en elders in deze statuten aan hem zijn toegekend.
5.
De raad van toezicht is tevens bevoegd de leden van het college van bestuur te schorsen of te ontslaan indien: a.
niet of niet behoorlijk wordt voldaan aan de verplichtingen inzake rapportage en het verstrekken van inlichtingen als bedoeld in artikel 14.
b.
iets is gedaan of nagelaten dat in strijd is met de wet of de statuten;
c.
er sprake is van wanbeheer of een andere vorm van onbehoorlijk
vijftiende blad 17-12-2024
bestuur; d.
er ernstige aanwijzingen zijn dat het college van bestuur of een lid daarvan niet geschikt is voor zijn/haar taak.
6.
Onverminderd het overigens bij of krachtens deze statuten bepaalde, is de raad van toezicht belast met: a.
het goedkeuren van de begroting en het jaarverslag en het strategisch meerjarenplan van de stichting en van de andere in deze statuten genoemde bestuursbesluiten;
b.
het toezien op het naleven door het college van bestuur van de voor de stichting geldende wettelijke verplichtingen, de statuten, de reglementen, de code voor goed bestuur als bedoeld in de wet en de eventuele afwijkingen van de code;
c.
het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van middelen van de stichting verkregen op grond van de relevante wet- en regelgeving voor het primair onderwijs;
d.
het benoemen van de accountant als bedoeld in artikel 292, eerste lid, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek, die gelijktijdig verslag uitbrengt aan de raad van toezicht en het college van bestuur.
7.
De raad van toezicht zal met inachtneming van deze statuten een reglement raad van toezicht opstellen, waarin de verdeling van zijn taak over de verschillende leden wordt geregeld. Ook kan de raad van toezicht zijn werkzaamheden en al wat zijn functioneren betreft nader bij dit reglement regelen.
8.
De raad van toezicht overlegt ten minste één keer per jaar met de accountant.
9.
De raad van toezicht pleegt ten minste tweemaal per jaar overleg met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad.
10. De raad van toezicht kan voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak zich doen bijstaan door één of meer deskundigen. 11. Het college van bestuur voorziet in een secretariaat ten behoeve van de raad van toezicht.
zestiende blad 17-12-2024
Informatieverstrekking Artikel 14 1.
Het college van bestuur verstrekt de raad van toezicht tijdig gevraagd en ongevraagd de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de raad van toezicht alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de stichting die deze mocht verlangen.
2.
De informatievestrekking omvat in ieder geval: a.
Het jaarlijks te actualiseren meerjarenbeleidsplan;
b.
de begroting met inbegrip van de investeringsbegroting, de jaarrekening en het jaarverslag;
c.
tussentijdse rapportages op hoofdlijnen van beleid, uiterlijk te ontvangen binnen een bij reglement van het college van bestuur vastgestelde termijn.
3.
Met inachtneming van de wet- en regelgeving op het gebied van de bescherming van privacy en persoonsgegevens: a.
is de raad van toezicht bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie met de stichting;
b.
heeft de raad van toezicht of één of meer door de raad van toezicht gemachtigde leden na overleg met het college van bestuur en na een bepaaldelijk daartoe genomen besluit, toegang tot alle lokaliteiten van de stichting en het recht om te allen tijde inzage te krijgen in alle bescheiden en boeken van de stichting. De raad van toezicht kan ter zake nadere regels stellen.
4.
Het college van bestuur brengt [na overleg met de raad van toezicht] jaarlijks aan de gemeenteraden van de gemeenten waarin de door de stichting bestuurde openbare scholen zijn gevestigd, verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt bekendgemaakt. Op verzoek van de gemeenteraad kan het bedoelde verslag ook worden
zeventiende blad 17-12-2024
uitgebracht aan het college van burgemeester en wethouders. Raad van toezicht: vergadering en werkwijze Artikel 15 1.
Ten minste vier keer per kalenderjaar wordt een vergadering van de raad van toezicht gehouden. De raad van toezicht vergadert voorts zo dikwijls als de voorzitter van de raad van toezicht dit wenselijk acht of indien één van de andere leden daartoe schriftelijk en onder nauwkeurige opgave van de te bespreken punten aan de voorzitter het verzoek richt. Indien de voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg geeft zodanig dat de vergadering kan worden gehouden binnen twee weken na het verzoek, is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming van de vereiste formaliteiten.
2.
De oproeping tot de vergadering van de raad van toezicht geschiedt behoudens het in lid 1 bepaalde - door of namens de voorzitter, ten minste zeven dagen van tevoren, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend, door middel van een schriftelijke oproeping, waaronder begrepen e-mail, of bij boodschap die via een ander gangbaar communicatiemiddel wordt overgebracht en elektronisch of op schrift kan worden ontvangen mits de identiteit van de verzender met afdoende zekerheid kan worden vastgesteld.
3.
De oproepingsbrieven vermelden, behalve plaats en tijd van de vergadering, de te behandelen onderwerpen. Vergaderingen van de raad van toezicht kunnen ook worden gehouden door middel van telefonische- of videoconferenties, of door middel van enig ander communicatiemiddel, mits elk deelnemend lid door alle anderen gelijktijdig kan worden gehoord.
4.
Zolang in een vergadering van de raad van toezicht alle in functie zijnde leden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen.
5.
De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van de raad van
achttiende blad 17-12-2024
toezicht; bij diens afwezigheid wordt de vergadering geleid door de vicevoorzitter of wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan. 6.
Van het verhandelde in de vergadering worden notulen gehouden door één der aanwezigen, door de voorzitter daartoe aangezocht. De notulen worden in de eerstvolgende vergadering vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en secretaris hebben gefungeerd. Ondertekening van de notulen kan ook elektronisch plaatsvinden mits de identiteit van voorzitter en secretaris met afdoende zekerheid kan worden vastgesteld. De notulen zijn openbaar voor de raad van toezicht en het college van bestuur.
7.
De raad van toezicht kan ter vergadering alleen dan geldige besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig is. Een lid kan zich ter vergadering niet laten vertegenwoordigen.
8.
De raad van toezicht kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits al zijn leden in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk, per telefax of per email hun mening te uiten. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de voorzitter een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd.
9.
Ieder lid heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle besluit van de raad van toezicht genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
10. Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden dit voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. 11. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. 12. In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten voorzien, beslist de voorzitter.
negentiende blad 17-12-2024
13. De vergaderingen van de raad van toezicht worden als regel bijgewoond door één of beide leden van het college van bestuur. De raad van toezicht kan in incidentele gevallen buiten de aanwezigheid van leden van het college van bestuur vergaderen. Onverenigbaarheden en tegenstrijdig belang Artikel 16 1.
Tenzij de raad van toezicht anders oordeelt, kunnen niet lid van de raad van toezicht zijn, personen die: a.
bestuurder, toezichthouder of werknemer zijn van een organisatie van ouders en/of de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad verbonden aan de door de stichting in stand gehouden school;
b.
zitting hebben in het bestuur van een organisatie van ouders en/of de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad verbonden aan de door de stichting in stand gehouden school;
c.
als bestuurder verbonden zijn aan of in dienst van een organisatie welke pleegt betrokken te zijn bij de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de medewerkers;
d.
lid zijn of zijn geweest van het college van bestuur van de stichting, dan wel één van haar rechtsvoorgangers, binnen drie jaar na het einde van dat lidmaatschap; of
e.
een zodanige andere functie bekleden dat het lidmaatschap van de raad van toezicht kan leiden tot onverenigbaarheid dan wel strijdigheid van deze functie met het belang van de stichting dan wel tot ongewenste vermenging van belangen.
2.
Niet tot lid van de raad van toezicht kunnen worden benoemd personen en hun bloed- en aanverwanten tot de tweede graad die (ex-) werknemer zijn van de stichting binnen drie jaar na het einde van het dienstverband.
3.
Leden van het college van bestuur of de raad van toezicht evenals hun bloed-, en aanverwanten tot de tweede graad mogen geen enkel rechtstreeks of zijdelings persoonlijk voordeel, behoudens een bezoldiging, genieten uit leveringen aan of overeenkomsten met de stichting. Zij melden hun nevenfuncties aan de raad van toezicht.
twintigste blad 17-12-2024
4.
Indien en voor zover tussen (leden van) het college van bestuur of de raad van toezicht enerzijds en de stichting anderzijds een (potentieel) tegenstrijdig belang bestaat, onthoudt het betrokken lid zich van de beraadslaging en besluitvorming ter zake.
Het directieoverleg Artikel 17 De directeuren van de door de stichting bestuurde scholen vormen het directieoverleg. De samenstelling (plaatsvervanging bij belet of ontstentenis), taak en werkwijze wordt geregeld in het managementstatuut, dat na goedkeuring door de raad van toezicht door het college van bestuur wordt vastgesteld. Boekjaar en jaarstukken Artikel 18 1.
Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
2.
Het college van bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting zodanige aantekeningen te houden, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend. De aantekeningen dienen te voldoen aan de normen, welke naar de eisen van de tijd in verband met de desbetreffende overheidsvoorschriften daaraan dienen te worden gesteld.
3.
Het college van bestuur legt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar rekening en verantwoording af over het verstreken boekjaar aan de hand van een onder verantwoordelijkheid van het college van bestuur opgemaakte jaarrekening. De jaarrekening is ingericht overeenkomstig de wettelijke bepalingen en de richtlijnen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).
4.
De gemeenteraden van de gemeenten waarin de door de stichting bestuurde openbare scholen zijn gevestigd, ontvangen jaarlijks de vastgestelde begroting, de vastgestelde jaarrekening, alsmede het in lid 5 van dit artikel bedoelde verslag van de accountant. Voorafgaand aan de vaststelling van de begroting en de jaarrekening vindt overleg plaats met de gemeenten.
éénentwintigste blad 17-12-2024
De betreffende gemeenteraad kan deze bevoegdheid mandateren aan het college van burgemeester en wethouders. 5.
De jaarrekening wordt onderzocht door een door de raad van toezicht aangewezen registeraccountant (RA) die gelijktijdig verslag over zijn bevindingen uitbrengt aan het college van bestuur en de raad van toezicht.
6.
De jaarstukken worden binnen zes maanden na afloop van het boekjaar door het college van bestuur vastgesteld na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht.
7.
De jaarrekening wordt ondertekend door alle leden van het college van bestuur en alle leden van de raad van toezicht. Ontbreekt de handtekening van één of meer van hun, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
8.
Het college van bestuur is verplicht de in de vorige leden van dit artikel bedoelde bescheiden ten minste zeven jaar lang te bewaren.
Commissies en reglementen Artikel 19 1.
Het college van bestuur kan besluiten tot de instelling en opheffing van één of meer (tijdelijke) commissies van advies en bijstand ter ondersteuning van zijn taken.
2.
De taken en bevoegdheden van een commissie, alsmede haar samenstelling, en werkwijze, worden door het college van bestuur nader vastgelegd in een reglement.
3.
Het college van bestuur, alsook de raad van toezicht, is in aanvulling op de in deze statuten genoemde reglementen bevoegd één of meer reglementen vast te stellen waarin die onderwerpen worden geregeld, welke niet in deze statuten zijn vervat.
4.
Het college van bestuur is te allen tijde bevoegd een dergelijk reglement te wijzigen of op te beëindigen.
5.
Een reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.
6.
De raad van toezicht kan commissies instellen ter ondersteuning van zijn taken.
tweeëntwintigste blad 17-12-2024
7.
De raad van toezicht stelt een auditcommissie, een remuneratiecommissie en een onderwijs- en kwaliteitscommissie in.
Statutenwijziging, juridische fusie en juridische splitsing Artikel 20 1.
Het college van bestuur is bevoegd, na voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de raad van toezicht, tot wijziging van de statuten.
2.
Een besluit tot goedkeuring door de raad van toezicht inzake statutenwijziging kan slechts worden genomen met een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte geldige stemmen in een vergadering waarin ten minste twee/derde van de zitting hebbende leden van de raad van toezicht aanwezig is. Is het aantal vereiste aantal leden van de raad van toezicht niet aanwezig, dan wordt binnen één maand, doch niet binnen veertien dagen, een tweede vergadering belegd welke, ongeacht het aantal aanwezige leden van de raad van toezicht, het voorstel tot goedkeuring inzake de statutenwijziging kan nemen met een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte geldige stemmen.
3.
Een voorstel tot statutenwijziging moet ten minste drie weken voor de betreffende vergadering schriftelijk ter kennis worden gebracht van alle leden van de raad van toezicht.
4.
De statutenwijziging moet op straffe van nietigheid bij een notariële akte tot stand komen. Ieder lid van het college van bestuur is bevoegd de akte van statutenwijziging te (doen) verlijden.
5.
Het college van bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van de Kamer van Koophandel.
6.
Wijziging van de statuten kan slechts plaatsvinden na de instemming van de gemeenteraad van de gemeente waarin de openbare scholen die door de stichting in stand worden gehouden is gevestigd. Instemming kan slechts worden onthouden indien de overheersende invloed van de overheid in het bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft.
drieëntwintigste blad 17-12-2024
7.
Mutatis mutandis geldt het bepaalde in dit artikel voor het besluit tot juridische fusie of juridische splitsing.
Ontbinding en vereffening Artikel 21 1.
De stichting kan worden ontbonden bij besluit van het college van bestuur, na voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de raad van toezicht.
2.
Met betrekking tot het besluit tot ontbinding van de stichting is het bepaalde in het direct voorafgaande artikel van deze statuten van overeenkomstige toepassing.
3.
Een besluit tot ontbinding wordt tevens geacht een besluit tot vereffening te zijn.
4.
De vereffening geschiedt door het college van bestuur onder toezicht van de raad van toezicht, tenzij bij het besluit anderen tot vereffenaars zijn aangewezen.
5.
Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van de stichting uitgaan, moeten aan haar naam worden toegevoegd ‘’in liquidatie’’.
6.
Een na liquidatie overblijvend batig saldo wordt uitgekeerd aan de door het college van bestuur onder goedkeuring van de raad van toezicht aan te wijzen rechtspersoon waarvan de doelstelling zoveel mogelijk overeenkomt met het doel van de stichting.
7.
De boeken en bescheiden van de ontbonden stichting moeten worden bewaard gedurende zeven jaren na afloop van de vereffening. Bewaarder is degene die door de vereffenaars als zodanig is aangewezen.
8.
Op de vereffening zijn de bepalingen van titel 1, boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.
Onvoorziene gevallen Artikel 22 In alle gevallen waarin zowel de wet, statuten of reglementen niet voorzien,
vierentwintigste blad 17-12-2024
beslist het college van bestuur, na overleg met en goedkeuring van de raad van toezicht. Slotverklaring De verschenen persoon verklaarde ten slotte: -
notulen van vergadering bestuur (Bijlage);
-
notulen vergadering raad van toezicht/goedkeurend besluit;
-
goedkeuring/instemming van de gemeenteraad van de gemeenten waarin de openbare scholen die door de Stichting in stand worden gehouden zijn gevestigd.
De verschenen persoon is mij, notaris, bekend. WAARVAN AKTE is verleden te Goes, op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. De zakelijke inhoud van de akte is door mij aan de verschenen persoon opgegeven en toegelicht, waarbij ik tevens heb gewezen op de gevolgen die voor de verschenen persoon uit de inhoud van deze akte voortvloeien. De verschenen persoon heeft verklaard tijdig voor het verlijden van de inhoud van deze akte te hebben kennis genomen en met de inhoud in te stemmen. Deze akte is beperkt voorgelezen en onmiddellijk daarna ondertekend, eerst door de verschenen persoon en vervolgens door mij, notaris.