CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-10e Artikelsgewijze toelichting Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders gemeen

Raadsvergadering 27 mei 2025, gemeente KapelleBij agendapunt: Gedragscodes integriteit en protocol voor college B&W en gemeenteraad2.792 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

*Z0278A8B1A2* Zaaknummer Documentnummer

Z25.023357 D25.328124

Artikelsgewijze toelichting Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders gemeente Kapelle Artikel 1.1 Zowel naar elkaar toe, als naar anderen gedragen we ons respectvol. Respectvol betekent dat we als college bewust zijn van onze positie ten opzichte van medewerkers van de organisatie en sensitief zijn voor alle vormen van grensoverschrijdende gedrag, zoals racisme en seksisme. Collegeleden zijn aanspreekbaar op hun gedrag, bijvoorbeeld op het moment dat er grappen worden gemaakt die voor de ontvanger als onprettig worden ervaren. Daarin hanteren we als vuistregel dat we elkaar behandelen zoals we zelf behandeld zouden willen worden. Artikel 1.2 Om de goede onderlinge samenwerking te garanderen, zijn we bewust van het feit dat we één college vormen en dan ook spreken met één mond. We weten dat, ongeacht goede intenties, berichten die we online plaatsen anders kunnen worden geïnterpreteerd of opgepakt dan de bedoeling is. In voorkomende gevallen wordt sociale media zelfs gebruikt om bestuurders (onterecht) te beschuldigen van niet-integer gedrag. In zulke situaties is het complex om je te verweren. We zijn dan ook terughoudend met het posten van berichten op sociale en digitale media.

Artikel 2.1 Van belangenverstrengeling is in ieder geval sprake wanneer een voorstel of onderwerp een collegelid persoonlijk aangaat of wanneer het collegelid hier als vertegenwoordiger bij is betrokken. Het gaat dan om zaken waarbij collegeleden vanuit hun netwerk, hun financiële belangen of vanuit hun nevenfunctie dermate betrokken zijn dat (de schijn van) belangenverstrengeling aan de orde is of kan komen. Concreet betekent dit dat collegeleden moeten voorkomen dat zij het algemene gemeentelijke belang vermengen met een persoonlijk belang. Het moet voor een collegelid mogelijk zijn een zuiver en objectief besluit te nemen. Belangen van het collegelid zelf als privépersoon, of dat van vrienden, familie, bedrijven of organisaties mogen het handelen van collegeleden niet beïnvloeden. Hierbij is een verschil tussen specifieke besluiten en bulkbesluiten. Bij bulkbesluiten is minder snel sprake van (de schijn van) belangenverstrengeling. Collegeleden kunnen bijvoorbeeld wel meestemmen over het tarief van de onroerendzaakbelasting, ook al zijn zij zelf huiseigenaar in de gemeente. Meestemmen als collegelid over de aanleg van nieuwe sportvelden van de sportvereniging waarvan het betreffende lid zelf bestuurslid is, is daarentegen niet gepast. Hoe specifieker en directer het belang is, hoe lastiger het wordt voor een collegelid om een zuiver en objectief besluit te nemen.

Artikel 2.2 Het voorkomen van (de schijn van) belangenverstrengeling, vraagt van collegeleden dat zij open en transparant zijn over belangen bij een dossier. Hierdoor kan tijdig worden besproken met de burgemeester of het collegelid deelneemt aan beraadslaging en stemming. Ook kán de schijn van belangenverstrengeling, zelfs indien er feitelijk geen sprake van belangenverstrengeling is, leiden tot publieke reputatieschade en daarmee voor een minder effectief functioneren als collegelid. Daarom is het belangrijk om hierover het gesprek met elkaar te voeren, twijfels bespreekbaar te maken én conclusies en/of beheermaatregelen navolgbaar. Dat gebeurt binnen de collegevergadering bij het voorbereiden van de werkzaamheden en de vergaderingen. Daarnaast kunnen collegeleden altijd bij de burgemeester terecht voor advies. Artikel 2.3 Collegeleden zijn er voor alle inwoners. Daarom treden collegeleden niet op als woordvoerder of vertegenwoordiger van bepaalde inwoners of organisaties. Zo is het niet de bedoeling dat collegeleden binnen de gemeente spreken als woordvoerder van een actiegroep of dat zij hier lid van zijn. Collegeleden kunnen vanuit hun rol als vertegenwoordigers van het gemeentebestuur wel signalen die zij ontvangen van inwoners of organisaties gebruiken bij het dienen van het algemeen belang.

Daarvan is bijvoorbeeld sprake als de signalen niet op zichzelf staan en iets zeggen over het bredere functioneren van de gemeente. Ook past het bij deze rol om inwoners en organisaties te voorzien van informatie over hoe de gemeente werkt en hoe zaken geagendeerd kunnen worden.

Voorbeelden uit de praktijk: besluitvorming die ons persoonlijk aangaat De gemeente is voornemens om een plein waaraan een van de collegeleden woont opnieuw in te richten. In het nieuwe plan verdwijnt de veelgebruikte speeltuin en een stuk groen, waar de buurt elkaar in de zomer vaak ontmoet. De voorgenomen plannen leiden tot veel weerstand in de buurt en er wordt een actiegroep opgericht. Het collegelid wordt gevraagd om op te treden als voorman van de actiegroep die in verzet komt. Het collegelid gaat niet op het verzoek in, omdat zijn belang als bewoner en als lid van het college hier te veel met elkaar verstrengeld raken. Als hij voorman zou worden, zou onduidelijk zijn uit welke rol hij spreekt: namens de actiegroep waarbij hij een eigen belang heeft of als collegelid waarin hij het algemeen belang verdedigt. Het collegelid kan de actiegroep wel steunen door hen advies te geven over hoe de actiegroep het beste met de gemeente in contact kan komen over de plannen. Dat past immers bij de rol als vertegenwoordiger van het gemeentebestuur van het collegelid. Mocht het zo ver komen dat de plannen in de collegevergadering worden besproken, dan doet het collegelid er verstandig aan hierover niet het woord te voeren vanwege zijn directe belang bij de plannen als inwoner. Dit kan ook reden zijn om je te onthouden van stemming en beraadslaging.

Artikel 3.1 In artikel 36b van de Gemeentewet zijn een aantal functies opgesomd die onverenigbaar zijn met het collegelidmaatschap.

Naast functies die wettelijk onverenigbaar zijn met het collegelidmaatschap, zijn er functies waarbij een grote kans bestaat op belangenverstrengeling. Hierover treedt het collegelid in overleg met de burgemeester. In ieder geval vinden we belangrijk dat: - De belangen van de nevenfunctie niet conflicteren met die van het ambt. Hoe meer collegeleden het boegbeeld van de nevenorganisatie zijn en hoe meer collegeleden een beleidsbepalende rol hebben, hoe groter de conflicterende belangen kunnen zijn of hoe vaker deze kunnen voorkomen. Dit kan ertoe leiden dat de combinatie van zowel de nevenfunctie als het collegelidmaatschap praktisch onuitvoerbaar wordt, bijvoorbeeld omdat collegeleden zich zeer vaak dienen te onthouden van beraadslaging en stemming. - De nevenfunctie niet op gespannen voet staat met de voorbeeldfunctie die collegeleden, als vertegenwoordiger van de gemeente, hebben. - De nevenfunctie niet te veel tijd vraagt. Het parttime wethouderschap geeft als uitdaging dat een goede balans tussen het wethouderschap en de nevenfunctie moet worden gezocht. De collegeleden willen voorkomen dat ze dusdanig veel tijd aan de nevenfunctie(s) kwijt zijn, dat er onvoldoende tijd overblijft om het ambt goed te kunnen vervullen. - De nevenfunctie niet een te hoge mate van zichtbaarheid en activiteit vraagt van het collegelid.

- De eventuele risico’s op reputatieschade in de uitvoering van de nevenfunctie worden meegenomen in de afweging voor het aannemen van een nevenfunctie. Indien nodig maakt het collegelid aanvullende afspraken met de burgemeester over de uitvoering van beide functies. De afspraken worden schriftelijk vastgelegd en gedeeld met de rest van het college. In het geval dat de conclusie luidt dat er wel sprake is van onverenigbaarheid van functies, zal het collegelid een keuze moeten maken welke functie wordt neergelegd. Artikel 3.2 Nevenfuncties mogen niet leiden tot (de schijn van) belangenverstrengeling of bevoordeling. De Gemeentewet stelt dat wethouders geen nevenfuncties uitoefenen waarbij de uitoefening ongewenst is met oog op een goede vervulling van het wethouderschap (art. 41b). Daarnaast is het belangrijk dat collegeleden de nevenfuncties openbaar maken, zoals collegeleden verplicht zijn volgens de Gemeentewet. Ook is het van belang dat duidelijk is wat de nevenfuncties inhouden en of er een relatie met de gemeente bestaat. Dat maakt het mogelijk om, indien nodig, vroegtijdig afspraken te maken over de combinatie van de nevenfunctie met het collegelidmaatschap. Op het moment dat het wethouderschap niet in deeltijd wordt vervuld, is het verplicht de inkomsten uit de nevenfuncties openbaar te maken.

Het is de verantwoordelijkheid van het collegelid dat het overzicht van nevenfuncties en vergoedingen actueel is. Daarom moeten wijzigingen onverwijld worden gemeld. Artikel 3.3 De gemeentesecretaris houdt het register bij waarin de nevenfuncties van collegeleden zijn vastgelegd. Op de website staat gepubliceerd welke nevenfuncties collegeleden vervullen. Op die manier is het voor betrokkenen in het besluitvormingsproces mogelijk om een collegelid te waarschuwen voor kwesties waarin (de schijn van) belangenverstrengeling dreigt en kunnen inwoners en pers de controlerende taak uitoefenen. Artikel 4.1 Bij het afleggen van de eed verklaren en beloven collegeleden dat zij geen geschenken of beloften aannemen om iets in het ambt te doen of te laten (zie ook artikel 14 van de Gemeentewet). De

normering van geschenken met een geschatte waarde van €50 helpt ons in het maken van dergelijke afwegingen. Tegelijkertijd betekent dat niet dat geschenken onder deze grens per definitie wel proportioneel zijn. Bij alle giften, geschenken of uitnodigingen bekijken we of er wordt uitgegaan van een tegenprestatie voor een positieve beslissing of deze bij de gever de verwachting kunnen wekken dat het geven tot een positieve beslissing zal leiden. Ook als het aannemen ervan buitenstaanders de indruk kan geven dat het een tegenprestatie is, wordt het geweigerd. De bedoeling van de gever en timing van de gift zijn belangrijke voorwaarden om uitnodigingen, geschenken en giften wel of niet aan te nemen. Door scherp te zijn op mogelijke voordelen voor de andere partij, voorkomen collegeleden dat er tegenprestaties verwacht worden voor de gift. Artikel 4.2 Binnen een kleine gemeenschap als Kapelle worden collegeleden vaak uitgenodigd voor verschillende evenementen, openingen en bijeenkomsten. Ingaan op uitnodigingen kan bijdragen aan een goede uitvoering van het collegelidmaatschap wanneer het inzicht geeft in wat er speelt in de gemeente of in activiteiten die raken aan de gemeente. Ook kan ingaan op een uitnodiging nuttig zijn voor het onderhouden van het netwerk of juist verwacht worden om als gemeente aanwezig te zijn.

Tegelijkertijd kunnen uitnodigingen ook gericht zijn op het beïnvloeden van collegeleden en richten organisatoren zich op het fêteren van bestuurders. Tijdens de collegevergadering kan worden overlegd wanneer het (on)wenselijk is gebruik te maken van de uitnodiging. Het komt ook voor dat collegeleden direct en individueel worden uitgenodigd. Wanneer daarvan sprake is en het gaat om een uitnodiging voor het bijwonen van een congres, evenement of andere bijzondere gelegenheid waarvoor andere deelnemers moeten betalen, meldt het collegelid dat gebruik wil maken van de uitnodiging dit vooraf tijdens de collegevergadering. Dit kan in voorkomende gevallen leiden tot een gesprek over de wenselijkheid van het bijwonen van het evenement op kosten van de organisator. Voor alle uitnodigingen geldt dat collegeleden zelf de afweging maken of een uitnodiging functioneel is of dat er mogelijk een ander belang meespeelt bij de uitnodiging. Daarbij helpen de afwegingen onder artikel 4.1., zoals het inschatten van de waarde van de uitnodiging. Wanneer er mogelijk andere belangen meespelen, gaan collegeleden niet op de uitnodiging in. Hiermee voorkomen collegeleden de schijn vatbaar te zijn voor beïnvloeding.

Voorbeelden uit de praktijk: uitnodiging voor raad en college De gemeente pleegt veel inzet voor een tennisklassieker. De organisatie nodigt de leden van de raad en het college uit voor een rondleiding achter de schermen. Daarna mogen zij, met partners, het evenement bijwonen als VIP-gasten. Er ontstaat tijdens de collegevergadering discussie over de vraag hoe deze uitnodiging moet worden beoordeeld. In het algemeen kan gesteld worden dat het normaal is dat de leden van het college de projecten die de gemeente financieel steunt bezoekt. Niet alleen uit interesse voor het project, maar ook om te beoordelen of het gemeenschapsgeld dat in het project is gestoken goed wordt benut. Een rondleiding achter de schermen past daarbinnen. Het bijwonen van het evenement als VIP-gast kan echter anders uitgelegd worden. Aan een VIP-kaartje zijn kosten verbonden, die andere bezoekers zelf moeten betalen. Het gratis krijgen van dit kaartje kan je uitleggen als een tegenprestatie voor een positief besluit door het college om het evenement financieel te steunen. In dat licht is het niet verstandig om het evenement – op kosten van de organisatie – bij te wonen als VIP-gast. Uiteraard geldt dit zeker ook voor de aanwezigheid van de partners van collegeleden.

Wat betreft de rol van partners is het aan collegeleden zelf om per keer af te wegen of de aanwezigheid van hun partner functioneel is en in relatie staat tot de waarde van de uitnodiging. Artikel 4.3 Collegeleden houden zich aan het gemeentelijke beleid over het gebruik van faciliteiten en financiële middelen. Declaraties doen we als college alleen op het moment dat het onderdeel is van de uitvoering van onze werkzaamheden als collegelid. Dat betekent bijvoorbeeld dat we geen kilometers declareren wanneer we naar de fractievergadering gaan. Artikel 5.1 Volgens artikel 5.1 van de Wet open overheid (Woo) is het uitgangspunt dat alle overheidsinformatie openbaar is, tenzij er zwaarwegende belangen zijn om informatie geheim te houden. Dit alles bij elkaar opgeteld schept een verplichting voor het ambtenarenapparaat, het college en de raad om de inwoner nauwkeurig en op tijd op de hoogte te brengen van wat er wordt besproken, besloten en uitgevoerd. Het college opereert zo veel als mogelijk in de openbaarheid. In het belang van de gemeente kan er op bepaalde informatie geheimhouding worden opgelegd volgens hoofdstuk Va van de Gemeentewet. In dat geval moet er duidelijk worden uitgelegd om welke belangen het gaat. Als collegeleden het niet eens zijn met deze geheimhouding, bespreken zij dit tijdens de collegevergadering.

In geen geval kiezen leden van het college ervoor om geheime informatie zelf openbaar te maken of om stukken te lekken. Collegeleden zijn eveneens verplicht om informatie waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden geheim te houden (artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht). Onder geheimhouding valt niet alleen dat collegeleden de informatie niet delen, maar ook dat collegeleden de verantwoordelijkheid hebben om maatregelen te treffen om vertrouwelijke informatie te beveiligen. Denk hierbij aan beveiliging van de computer, tablet en smartphone, geheimhouding van wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van informatiedragers. Artikel 5.2 Het belang van de gemeente staat voor collegeleden voorop. Voor de uitoefening van hun taak krijgen collegeleden beschikking over veel informatie. Deze informatie gebruiken collegeleden om het collectief te dienen. Niet-openbare informatie wordt nooit gebruikt voor advisering van derden. Ook gebruiken collegeleden deze informatie nooit om persoonlijk voordeel te krijgen. Dit geldt ook voor informatie die op zichzelf niet geheim is, maar op het moment van verkrijging en gebruik nog niet kenbaar is voor anderen.

Voorbeelden uit de praktijk: omgang met informatie Een gemeente is bezig met de ontwikkeling van een centrumplan. Er is veel verzet tegen de beoogde locatie van een supermarkt. Een van het collegeleden is het niet eens met de beoogde locatie en weet dat er alternatieve locaties in beeld zijn. Voor de onderhandelingspositie van de gemeente is het van belang dat informatie over alternatieve locaties geheim blijft en er is dan ook geheimhouding opgelegd. Mag het collegelid de informatie over de alternatieve locaties delen?

Het antwoord op deze vraag is nee. Informatie over onderhandelingsposities is geheime informatie. Mocht geheimhouding niet expliciet zijn opgelegd, maar als er wel in die termen over wordt gesproken, dan geldt dat het collegelid vanwege de belangen die meespelen het vertrouwelijke karakter van de informatie redelijkerwijs kon vermoeden en daardoor de informatie niet mag delen. Dit betekent ook dat een collegelid met deze informatie in het achterhoofd een familielid of vriend niet mag adviseren om bijvoorbeeld af te zien van een woning in de directe omgeving van de voorgestelde locatie. Dat zou immers betekenen dat het collegelid niet-openbare informatie gebruikt ten bate van anderen.

Artikel 6.1 Op een nieuw college komt veel nieuwe informatie af op het moment dat zij aan de slag gaan, ook als het gaat om integriteit. De burgemeester neemt met het college de gedragscode door en bespreekt het thema integriteit in bredere zin. Indien nodig worden de nodige aanpassingen aan de gedragscode gedaan. Daarnaast is er aandacht voor de nevenfunctie(s) van de collegeleden, waaronder wat die functies inhouden en of er een relatie met de gemeente is. Door het ter plekke invullen van het formulier voor opgave van nevenfuncties kan meteen worden voldaan aan de wettelijke plicht om nevenfuncties kenbaar te maken. Artikel 6.2 De burgemeester heeft op grond van artikel 170 van de Gemeentewet de verantwoordelijkheid om de bestuurlijke integriteit in de gemeente te bevorderen. Bij twijfels over het handelen van politieke ambtsdragers die niet met de persoon in kwestie kunnen worden besproken, is de burgemeester een logisch aanspreekpunt. De burgemeester neemt de melding in behandeling en geeft daar opvolging aan in lijn met de gemaakte afspraken volgens het ‘Protocol omgang met vermoedens van een integriteitsschending’. Artikel 6.3 Om het integriteitsbewustzijn scherp te houden en de drempel om te praten over dilemma’s zo laag mogelijk te maken is het belangrijk om als college over dit thema in gesprek te blijven.

Ook kan het voorkomen dat zich zaken hebben voorgedaan waarvan het goed is om daarop te reflecteren. Het college besteedt daarom minstens eens per jaar aandacht aan het onderwerp. De burgemeester zal hiervoor jaarlijks een voorstel doen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15553894/1