CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-10d Artikelsgewijze toelichting Gedragscode integriteit gemeenteraads- en steunfractieled

Raadsvergadering 15 april 2025, gemeente KapelleBij agendapunt: Gedragscode en integriteitscode voor college en raad1.929 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

*Z0278A7E19D* Zaaknummer Documentnummer

Z25.023357 D25.328123

Artikelsgewijze toelichting Gedragscode integriteit gemeenteraads- en steunfractieleden gemeente Kapelle Artikel 1.1 Zowel naar elkaar toe, als naar anderen gedragen we ons respectvol. Respectvol betekent dat we als raad bewust zijn van onze positie ten opzichte van medewerkers van de organisatie en sensitief zijn voor alle vormen van grensoverschrijdende gedrag, zoals racisme en seksisme. Raadsleden zijn aanspreekbaar op hun gedrag. Daarin hanteren we als vuistregel dat we elkaar behandelen zoals we zelf behandeld zouden willen worden. Artikel 2.1 Van belangenverstrengeling is in ieder geval sprake wanneer een voorstel of onderwerp een raadslid persoonlijk aangaat of wanneer het gemeenteraadslid hier als vertegenwoordiger bij is betrokken. Het gaat dan om zaken waarbij raadsleden vanuit hun netwerk, hun financiële belangen of vanuit hun nevenfunctie dermate betrokken zijn dat (de schijn van) belangenverstrengeling aan de orde is of kan komen. Concreet betekent dit dat raadsleden moeten voorkomen dat zij het algemene gemeentelijke belang vermengen met een persoonlijk belang. Het moet voor een raadslid mogelijk zijn een zuiver en objectief besluit te nemen. Belangen van het raadslid zelf als privépersoon, of dat van vrienden, familie, bedrijven of organisaties mogen het handelen van raadsleden niet beïnvloeden.

Hierbij is een verschil tussen specifieke besluiten en bulkbesluiten. Bij bulkbesluiten is minder snel sprake van (de schijn van) belangenverstrengeling. Raadsleden kunnen bijvoorbeeld wel meestemmen over het tarief van de onroerendzaakbelasting, ook al zijn zij zelf huiseigenaar in de gemeente. Meestemmen als raadslid over de aanleg van nieuwe sportvelden van de sportvereniging waarvan het betreffende lid zelf bestuurslid is, is daarentegen niet gepast. Hoe specifieker en directer het belang is, hoe lastiger het wordt voor een raadslid om een zuiver en objectief besluit te nemen. Artikel 2.2 Het voorkomen van (de schijn van) belangenverstrengeling, vraagt van raadsleden dat zij open en transparant zijn over belangen bij een dossier. Hierdoor kan tijdig worden besproken met de burgemeester of het gemeenteraadslid deelneemt aan beraadslaging en stemming. Ook kán de schijn van belangenverstrengeling, zelfs indien er feitelijk geen sprake van belangenverstrengeling is, leiden tot publieke reputatieschade en daarmee voor een minder effectief functioneren als raadslid. Daarom is het belangrijk om hierover het gesprek met elkaar te voeren, twijfels bespreekbaar te maken én conclusies en/of beheermaatregelen navolgbaar. Dat gebeurt binnen de raadsvergadering bij het bespreken van de orde van de vergadering. Daarnaast kunnen raadsleden altijd bij de burgemeester terecht voor advies.

Artikel 2.3 Als volksvertegenwoordiger zijn raadsleden er voor alle inwoners. Daarom treden raadsleden niet op als woordvoerder of vertegenwoordiger van bepaalde inwoners of organisaties. Zo is het niet de bedoeling dat raadsleden binnen de gemeente spreken als woordvoerder van een actiegroep of dat zij hier lid van zijn. Raadsleden kunnen vanuit hun rol als vertegenwoordigers van het gemeentebestuur wel signalen die zij ontvangen van inwoners of organisaties gebruiken bij het dienen van het algemeen belang. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als de signalen niet op zichzelf staan en iets zeggen over het bredere functioneren van de gemeente. Ook past het bij deze rol om inwoners en organisaties te voorzien van informatie over hoe de gemeente werkt en hoe zaken geagendeerd kunnen worden. Artikel 3.1 De Gemeentewet somt op welke functies onverenigbaar zijn met het raadslidmaatschap. Daarnaast bestaat bij sommige nevenfuncties een grote kans op belangenverstrengeling. Hierover treedt het gemeenteraadslid in overleg met de burgemeester. In ieder geval vinden we belangrijk dat: - De belangen van de nevenfunctie niet conflicteren met die van het raadslidmaatschap. Hoe meer raadsleden het boegbeeld van de nevenorganisatie zijn en hoe meer raadsleden een beleidsbepalende rol hebben, hoe groter de conflicterende belangen kunnen zijn of hoe vaker deze kunnen voorkomen.

Dit kan ertoe leiden dat de combinatie van zowel de nevenfunctie als de raadslidmaatschap praktisch onuitvoerbaar wordt, bijvoorbeeld omdat raadsleden zich zeer vaak dienen te onthouden van beraadslaging en stemming. - De nevenfunctie niet op gespannen voet staat met de voorbeeldfunctie die raadsleden, als vertegenwoordiger van de gemeente, hebben. - De nevenfunctie niet een te hoge mate van zichtbaarheid en activiteit vraagt van het raadslid; Indien nodig maakt het raadslid aanvullende afspraken met de burgemeester of griffier over de uitvoering van beide functies. De afspraken worden schriftelijk vastgelegd en gedeeld met de griffier en het presidium. In het geval dat de conclusie luidt dat er wel sprake is van onverenigbaarheid van functies, zal het gemeenteraadslid een keuze moeten maken welke functie wordt neergelegd. Artikel 3.2 Nevenfuncties mogen niet leiden tot (de schijn van) belangenverstrengeling of bevoordeling. Daarnaast is het wettelijk verplicht dat raadsleden nevenfuncties openbaar maken. Ook is het van belang dat duidelijk is wat de nevenfuncties inhouden en of er een relatie met de gemeente bestaat. Dat maakt het mogelijk om, indien nodig, vroegtijdig afspraken te maken over de combinatie van de nevenfunctie met het raadslidmaatschap. Het is de verantwoordelijkheid van het raadslid dat het overzicht van nevenfuncties en vergoedingen actueel is.

De griffier wijst raadsleden hier in ieder geval jaarlijks op. Wijzigingen in nevenfuncties moeten daarnaast per direct worden gemeld, zoals de Gemeentewet voorschrijft. Artikel 3.3 De griffier houdt het register bij waarin de nevenfuncties van raadsleden zijn vastgelegd. Op de website staat gepubliceerd welke nevenfuncties raadsleden vervullen. Op die manier is het voor betrokkenen in het besluitvormingsproces mogelijk om een raadslid te waarschuwen voor kwesties

waarin (de schijn van) belangenverstrengeling dreigt en kunnen inwoners en pers de controlerende taak uitoefenen. Artikel 4.1 Bij het afleggen van de eed verklaren en beloven raadsleden dat zij geen geschenken of beloften aannemen om iets in het ambt te doen of te laten (zie ook artikel 14 van de Gemeentewet). De normering van geschenken met een geschatte waarde van €50 helpt ons in het maken van dergelijke afwegingen. Tegelijkertijd betekent dat niet dat geschenken onder deze grens per definitie wel proportioneel zijn. Bij alle giften, geschenken of uitnodigingen bekijken we of er wordt uitgegaan van een tegenprestatie voor een positieve beslissing of deze bij de gever de verwachting kunnen wekken dat het geven tot een positieve beslissing zal leiden. Ook als het aannemen ervan buitenstaanders de indruk kan geven dat het een tegenprestatie is, wordt het geweigerd. De bedoeling van de gever en timing van de gift zijn belangrijke voorwaarden om uitnodigingen, geschenken en giften wel of niet aan te nemen. Door scherp te zijn op mogelijke voordelen voor de andere partij, voorkomen raadsleden dat er tegenprestaties verwacht worden voor de gift. Artikel 4.2 Binnen een kleine gemeenschap als Kapelle worden raadsleden vaak uitgenodigd voor verschillende evenementen, gelegenheden en bijeenkomsten.

Ingaan op uitnodigingen kan bijdragen aan een goede uitvoering van het raadslidmaatschap wanneer het inzicht geeft in wat er speelt in de gemeente of in activiteiten die raken aan de gemeente. Ook kan ingaan op een uitnodiging nuttig zijn voor het onderhouden van het netwerk of juist verwacht worden om als gemeente aanwezig te zijn. Tegelijkertijd kunnen uitnodigingen ook gericht zijn op het beïnvloeden van raadsleden en proberen de organisatoren raadsleden te fêteren. Het komt ook voor dat raadsleden direct en individueel worden uitgenodigd. Wanneer daarvan sprake is en het gaat om een uitnodiging voor het bijwonen van een congres, evenement of andere bijzondere gelegenheid waarvoor andere deelnemers moeten betalen, meldt het gemeenteraadslid dat gebruik wil maken van de uitnodiging dit vooraf tijdens de raadvergadering. Dit kan in voorkomende gevallen leiden tot een gesprek over de wenselijkheid van het bijwonen van het evenement op kosten van de organisator. Voor alle uitnodigingen geldt dat raadsleden zelf de afweging maken of een uitnodiging functioneel is of dat er mogelijk een ander belang meespeelt bij de uitnodiging. Daarbij helpen de afwegingen onder artikel 4.1., zoals het inschatten van de waarde van de uitnodiging. Wanneer er mogelijk andere belangen meespelen, gaan raadsleden niet op de uitnodiging in.

Hiermee voorkomen raadsleden de schijn vatbaar te zijn voor beïnvloeding. Artikel 4.3 Raadsleden houden zich aan het gemeentelijke beleid over het gebruik van faciliteiten, declaraties en financiële middelen. Raadsleden beschikken veelal over voorzieningen als fractiekamer, laptop, tablet en dergelijke die voor hun raadswerk ter beschikking zijn gesteld. Als uitgangspunt hanteren we dat de faciliteiten te allen tijde beschikbaar blijven voor het doel waarvoor ze ter beschikking zijn gesteld en er zorgvuldig en zuinig mee wordt omgegaan. We gebruiken faciliteiten nooit voor zaken die de gemeente in een kwaad daglicht stellen. Binnen vastgestelde kaders is het gebruik van gemeentelijke faciliteiten voor privédoeleinden mogelijk.

Artikel 5.1 De gemeenteraad opereert zo veel als mogelijk in de openbaarheid. Volgens artikel 5.1 van de Wet open overheid (Woo) is het uitgangspunt dat alle overheidsinformatie openbaar is, tenzij er zwaarwegende belangen zijn om informatie geheim te houden. Dit alles bij elkaar opgeteld schept een verplichting voor het ambtenarenapparaat, het college en de raad om de inwoner nauwkeurig en op tijd op de hoogte te brengen van wat er wordt besproken, besloten en uitgevoerd. In het belang van de gemeente kan er op bepaalde informatie geheimhouding worden opgelegd volgens hoofdstuk Va van de Gemeentewet. In dat geval moet er duidelijk worden uitgelegd om welke belangen het gaat. Als raadsleden het niet eens zijn met deze geheimhouding, bespreken zij dit tijdens de raadvergadering. In geen geval kiezen raadsleden ervoor om geheime informatie zelf openbaar te maken of om stukken te lekken. Raadsleden zijn eveneens verplicht om informatie waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden geheim te houden (artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht). Onder geheimhouding valt niet alleen dat raadsleden de informatie niet delen, maar ook dat raadsleden de verantwoordelijkheid hebben om maatregelen te treffen om vertrouwelijke informatie te beveiligen.

Denk hierbij aan beveiliging van de computer, tablet en smartphone, geheimhouding van wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van informatiedragers. Artikel 5.2 Het belang van de gemeente staat voor raadsleden voorop. Voor de uitoefening van hun taak krijgen raadsleden beschikking over veel informatie. Deze informatie gebruiken raadsleden om het collectief te dienen. Niet-openbare informatie wordt nooit gebruikt voor advisering van derden. Ook gebruiken raadsleden deze informatie nooit om persoonlijk voordeel te krijgen. Dit geldt ook voor informatie die op zichzelf niet geheim is, maar op het moment van verkrijging en gebruik nog niet kenbaar is voor anderen. Artikel 6.1 Op een nieuwe raad komt veel nieuwe informatie af op het moment dat zij aan de slag gaan, ook als het gaat om integriteit. De burgemeester en griffier nemen met de gemeenteraad de gedragscode door en bespreken het thema integriteit in bredere zin. Indien nodig worden de nodige aanpassingen aan de gedragscode gedaan. Daarnaast is er aandacht voor de nevenfunctie(s) van de raadsleden, waaronder wat die functies inhouden en of er een relatie met de gemeente is. Door het ter plekke invullen van het formulier voor opgave van nevenfuncties kan meteen worden voldaan aan de wettelijke plicht om nevenfuncties kenbaar te maken.

Artikel 6.2 De burgemeester heeft op grond van artikel 170 van de Gemeentewet de verantwoordelijkheid om de bestuurlijke integriteit in de gemeente te bevorderen. Bij twijfels over het handelen van raadsleden die niet met de persoon in kwestie kunnen worden besproken, is de burgemeester een logisch aanspreekpunt. De burgemeester neemt de melding in behandeling en geeft daar opvolging aan in lijn met de gemaakte afspraken volgens het Protocol omgang met vermoedens van een integriteitsschending.

Artikel 6.3 Om het integriteitsbewustzijn scherp te houden en de drempel om te praten over dilemma’s zo laag mogelijk te maken is het belangrijk om als gemeenteraad over dit thema in gesprek te blijven. Ook kan het voorkomen dat zich zaken hebben voorgedaan waarvan het goed is om daarop te reflecteren. De gemeenteraad besteedt daarom minstens eens per jaar aandacht aan het onderwerp. De burgemeester zal hiervoor jaarlijks een voorstel doen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15368152/1