CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-03c D24.319945 Bijlage GR ZMS bijlage gr tekst zms

Raadsvergadering 25 februari 2025, gemeente KapelleBij agendapunt: Wijziging GR Zeeuwse Muziekschool2.000 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nr. Artikel actuele versie GR

Voorgestelde aanpassing artikel

Opmerkingen/toelichting

Gemeentewet, genoemde stukken waarop geheimhouding is opgelegd, worden tegelijkertijd met de oproep ter inzage gelegd.

13 14 15 16

Artikel 12 Artikel 13 lid 1 Artikel 13 lid 6 Artikel 16, lid 2 onder f

Eerste zin: “Op grond van …. Wgr van toepassing” schrappen Secretaris en penningmeester schrappen en vervangen door 3 leden? Is dit rechtmatig? Schrappen: met uitzondering van de directeur en diens waarnemer

17 18

Artikel 18 lid 2 en lid 5 Artikel 20 lid 4 toevoegen

19

Artikel 21 lid 1 en lid 2

Algemeen bestuur vervangen door dagelijks bestuur Modelbepaling: Belangrijke financiële, beleidsmatige en/of organisatorische ontwikkelingen of belangrijke afwijkingen van de samenwerkingsafspraken zendt het algemeen en dagelijks bestuur middels een tussentijdse rapportage tijdig naar de raden van de deelnemende gemeenten ter informatie De raad vervangen door het college

20

Artikel 22 en 23 schrappen

Bekendmaking en inwerkingtreding zijn geregeld in de Awb

21 22 23 24 25 26 27

Artikel 24 lid 2 Artikel 24 lid 3 Artikel 24 lid 4 Artikel 25 lid 1 Artikel 25 lid 2 Artikel 25 lid 3 Artikel 25 lid 3, tweede volzin

Cao SGO nog steeds van toepassing? Algemeen bestuur vervangen door dagelijks bestuur Schrappen: behoudens het bepaalde in artikel 10, lid 2 sub b Vóór 15 april, vervangen door vóór 30 april Aparte ter inzagelegging door de gemeenten is niet verplicht. Acht weken vervangen door twaalf weken Deze zin schrappen

28

Artikel 25 lid 4

1 augustus vervangen door 15 september

Het benomen en ontslaan van de directeur is op grond van de Wgr een bevoegdheid van het dagelijks bestuur Zie opm 16 Volgt uit de Zeeuwse Samenwerkingsafspraken

Omdat het een collegeregeling betreft is het college bevoegd hiertoe. Zijn eigenlijk overbodige bepalingen.

Zie opm. 16 Is bepaald in Wgr Is bepaald in Wgr Het DB dient altijd te reageren op een (inhoudelijke) zienswijze, alvorens de begroting wordt vastgesteld. In Wgr bepaald 2

Nr. Artikel actuele versie GR 29 Artikel 25 lid 6

30 31

Artikel 25 lid 7 Artikel 26 lid 1 tot en met 3

32

Artikel 27 lid 1

33 34

Artikel 28 lid 1 Artikel 28 extra lid 3 toevoegen

35 36

Artikel 29 Na artikel 29, artikel 30 Informatieveiligheid toevoegen

37

Na artikel 30, artikel 31 Participatie toevoegen

Voorgestelde aanpassing artikel Aan deze zin toevoegen: met dien verstande dat een begrotingswijziging uiterlijk 30 september van het betreffende begro-tingsjaar door het algemeen bestuur wordt vastgesteld. De eerste zin: “Het bestuur geeft…begrotingswijzigingen” schrappen Geen aanpassing, wijkt af van modelbepaling, maar is niet in strijd met de nieuwe Wgr Het zinsdeel “tot maximaal 5 % van de jaaromzet ….deelnemers.” vervangen door conform de richtlijn die jaarlijks door het bestuur van de Vereniging van Zeeuwse Gemeenten wordt vastgesteld. Vóór 15 april vervangen door vóór 30 april Modelbepaling: Indien het dagelijks bestuur met een positief resultaat in de jaarrekening een andere bestemming wenst dan de algemene reserve, dan wel indien met de toevoeging van het resultaat aan de algemene reserve de reservevorming boven de afgesproken richtlijn reservevorming komt, worden de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid gesteld binnen twaalf weken na ontvangst, een zienswijze te geven op het voorgenomen besluit van de resultaatbestemming. Nummering leden aanpassen Modelbepaling: Artikel : Informatieveiligheid 1. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de informatiebeveiliging en gegevensbescherming van de informatie die zij onder zich heeft. 2.

Bij de informatieveiligheid en gegevensbescherming gelden dezelfde eisen als waaraan de deelnemende gemeenten moeten voldoen Modelbepaling: Artikel : Participatie, 1. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur kan ingezetenen en belanghebbenden betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en/of evaluatie van haar beleid.

Opmerkingen/toelichting Volgt uit Zeeuwse samenwerkingsafspraken Is een herhaling van lid 6. Berekening bijdrage gemeente is resultaat van eerdere onderhandelingen Volgt uit Zeeuwse Samenwerkingsafspraken In Wgr bepaald Volgt uit Zeeuwse samenwerkingsafspraken

Gegevensbescherming en informatieveiligheidseisen van gemeenten gelden ook voor GR

In nieuwe Wgr is het verplicht een bepaling over Participatie op te nemen

3

Nr. Artikel actuele versie GR

38 39

Artikel 30 lid 1 Artikel 30 lid 4

Voorgestelde aanpassing artikel 2. (facultatief bij actieve inwonersparticipatie) Ingezetenen en belanghebbenden worden in ieder geval betrokken bij: …. 3. Ingezetenen en belanghebbenden worden niet betrokken: a. ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; b. indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; c. indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d. inzake de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; e. indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht; f. indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving. 4. Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een andere inspraakprocedure vaststelt. Het bestuur vervangen door het college De raad schrappen

40

Artikel 30 lid 5

Dit lid schrappen, gezien lid 6

41

Artikel 30 lid 7 en lid 8

Vervangen door de modelbepalingen artikelen 30, 31, 32 en 33, zie bijlage 1

42 43 44

Artikel 31 lid 1 Artikel 31 lid 2 Artikel 31 lid 3

De raden en/of schrappen De raden van de deelnemende gemeenten vervangen door de deelnemers Dit lid schrappen

Opmerkingen/toelichting

Het besluit om uit te treden is bij een collegeregeling aan het college De opzegtermijn is 2 jaar en niet 3 maanden? De nieuwe Wgr schrijft voor dat de uittreding van een deelnemer uitvoerig beschreven moet zijn in de GR zelf. Het besluit ligt bij het college De Wgr bepaalt zelf de procedure van wijziging van 4

Nr. Artikel actuele versie GR

Voorgestelde aanpassing artikel

45

Deze leden schrappen

Artikel 35 lid 2, 3 en 4

Opmerkingen/toelichting de GR (lid is in strijd met de wet) Deze regelingen zijn niet meer van toepassing

5

Bijlage 1 Modelbepalingen uitreding deelnemer: Artikel 30: Aanvang uittredingsprocedure 1. De deelnemer zendt, na verkregen toestemming van zijn raad, het besluit tot uittreding aan het Algemeen Bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het bestuur het besluit heeft ontvangen. 2. Het Algemeen Bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding en legt deze vast in het concept-uittredingsplan. 3. Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. 4. De uittreding gaat in op 1 januari van het jaar volgende op het verstrijken van een termijn van drie jaren na het nemen van het besluit tot uittreding, tenzij het Algemeen Bestuur bij unanimiteit en de uittredende deelnemer een andere opzegtermijn overeenkomen. Artikel 31: Procedure voor vaststelling uittredingsplan 1. Het uittredingsplan bepaalt de berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. 2. Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom. 3.

Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan kan het Algemeen Bestuur een onafhankelijke externe deskundige aanwijzen die in opdracht van het Algemeen Bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 4. Het Algemeen Bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het Dagelijks Bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het Algemeen Bestuur de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger van het bestuur van de uittredende deelnemer. 5. Ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 34 gelet op de vastgestelde jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar. 6. Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het bestuur de definitieve uittreedsom vast.

Het bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 34 en vastgestelde jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar. 7. Bij de berekening van de kosten voor uittreding zoals bedoeld in het zesde lid wordt een risico-opslag van 10% op de uittreedsom toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten.

6

8.

Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uit-treedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen (maximaal 5 jaartermijnen) of in een keer dient te betalen.

Artikel 32: Te vergoeden kosten, de uittreedsom 1. De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, waaronder ook een reëel aandeel in het vermogen van de vennootschappen, bedoeld in artikel 5, tweede lid. 2. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het openbaar lichaam die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer zijn. 3. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door <naam GR> die samenhangen met de afbouw van structurele en incidentele overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere structurele en incidentele verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. 4. Het Algemeen Bestuur brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom, binnen drie maanden nadat het bestuur de definitieve uittreedsom, als bedoeld in artikel 33, zesde lid, heeft vastgesteld, tenzij in het uittredingsplan overeenkomstig artikel 33, achtste lid, anders is vastgelegd. 5.

Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de deelnemer. 6. De raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding, bedoeld in artikel 32, vijfde lid. 7. Indien de kosten van de inzet van een externe deskundige als bedoeld in artikel 29B en relatie tot de verwachtte uittredesom daartoe aanleiding geeft, kan het Algemeen Bestuur in overleg met deelnemer besluiten om in afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden de uittreedsom te bepalen op de eigen bijdrage, zoals deze is vastgesteld in de jaarrekening van het jaar van uittreding, waarbij die bijdrage ieder jaar met 20% afneemt als volgt 1e jaar 100%, 2e jaar 80%, 3e jaar 60%, 4e jaar 40% en 5e jaar 20%. 8. Het openbaar lichaam is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande hoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer. Artikel 33: Verplichtingen uittreder 1.

De uittredende partij is gehouden zich in te spannen om de formatie van <naam GR> die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende partij overneemt van het openbaar lichaam wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op alle andere verplichtingen van het openbaar lichaam die als gevolg van de uittreding overtollig zijn geworden dan wel verminderd of beëindigd dienen te worden.

7

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15149160/1