2025-02d D24.319785 aanpassing paragraaf 4.9 bestemmingsplan Dorpsplein 6-8.
Tekst van het document
*Z025580DC6C* Zaaknummer Documentnummer
Z21.009831 D24.319785
4.9 Natuur De Wet natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. De beschermde flora en fauna mag niet worden verstoord, verjaagd of worden gedood. Voorafgaand aan een ontwikkeling moet worden onderzocht of er beschermde dieren- of plantensoorten in het plangebied leven. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van een natuurgebied, natuurnetwerk en Natura2000 gebieden. Het dichtstbijzijnde beschermde Natura 2000-gebied is Oosterschelde. Dit natuurgebied ligt op een afstand van circa 500 meter van het plangebied. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling op enige afstand van beschermde Natura 2000-gebieden plaatsvindt worden geen negatieve effecten als gevolg van externe werking (middels visuele verstoring en verstoring door productie van geluid, trilling en licht) verwacht. Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) en de AERIUS Calculator moet en kan voor dit plan de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden worden berekend. Voor dit plan is voor de realisatiefase (zie bijlage Bijlage 6) en de gebruiksfase (zie Bijlage 7) de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden berekend met de Aeriuscalculator versie 1 oktober 2024.
De uitkomst is dat er een stikstofdepositie is op habitattype H1330A – Schorren en zilte graslanden buitendijks. Naar aanleiding hiervan is in opdracht van de gemeente Kapelle een veldonderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van dit habitattype. Uit dit onderzoek (zie Bijlage 8) blijkt dat het habitattype niet aanwezig is. Het project heeft daarmee geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Er is geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig, er geldt ook geen 'aanhaakplicht' in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning. Soortenbescherming Op 19 september 2022 heeft Ecolybrium een Quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd (zie Bijlage 9). Uit deze quickscan blijkt de bebouwing geen geschikte invliegplekken heeft voor gierzwaluwen om te nestelen en geen nestlocaties biedt aan huismussen vanwege de ongeschiktheid van de dakconstructie (en het ontbreken van dicht struweel, waar huismussen mede van afhankelijk zijn). Nader onderzoek is daarmee niet aan de orde. Daarnaast blijkt dat er geen andere nestlocaties aanwezig zijn van broedvogels (al of niet met jaarrond beschermde nesten), vanwege het ontbreken van geschikte broedplekken ter plekke van de bebouwing en het ontbreken van opgaande goed ontwikkeld broedbiotoop (bomen en struiken) ter plekke van de ingreeplocatie en de directe omgeving.
Verder blijkt dat er geen sprake is van het aanwezig zijn (of onderdeel vormend) van essentiële foerageergebieden of primaire vliegroutes van vleermuizen. Verstorende effecten zijn daarmee geheel uit te sluiten. Ook blijkt dat er geen effecten optreden ten aanzien van beschermde soorten vaatplanten, broedvogels (algemeen voorkomende soorten en andere broedvogels met jaarrond beschermde nesten), amfibieën, vissen, grondgebonden zoogdieren, libellen, dagvlinders, nachtvlinders, sprinkhanen, reptielen en overige ongewervelden, omdat er geen optimaal habitat aanwezig is.
De bebouwing doet echter mogelijk wel dienst als vaste rust- en verblijfplaats voor vleermuizen. Om een gedegen effectbeoordeling te kunnen opstellen en om een gedegen toetsing te kunnen verrichten aan de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, is nader onderzoek naar het gebruik van de woningen door vleermuizen noodzakelijk. Uit het nader onderzoek blijkt dat er één vaste rust- en verblijfplaats is vastgesteld van de gewone dwergvleermuis (Bijlage 10). Het betreft hier een zomerverblijfplaats, bewoond door één gewone dwergvleermuis. Kraamverblijven, baltsverblijven en winterverblijven zijn niet aangetroffen. Uit het onderzoek blijkt verder dat er geen sprake is van de aanwezigheid van essentiële foerageergebieden en primaire vliegroutes die verstoord/vernietigd worden door de ingreep. Er dient een ontheffing aangevraagd te worden voor de verstoring en vernietiging van de verblijfplaats. Als gevolg van de ontheffingsprocedure is het treffen van mitigerende maatregelen eveneens noodzakelijk. Er dienen 4 tijdelijke kasten geplaatst te worden binnen een straal van 100 meter voor gewone dwergvleermuis. Voor dit project geldt een mitigatie van 4 tijdelijke kasten per verloren gegane verblijf. Bij de beoogde nieuwbouw dienen tevens 4 permanente voorzieningen aangebracht te worden voor gewone dwergvleermuizen.
Tijdelijke vleermuiskanten worden bevestigd op de kopgevel van Dorpsplein 7. Deze woning is van Beveland Wonen en Beveland Wonen is akkoord met het bevestigen van de kasten. De ecoloog vindt het een geschikte locatie. Op de nieuwbouw worden ook 4 permanente voorzieningen aangebracht. De ontheffing wordt aangevraagd en zal naar verwachting verleend worden.