CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-46c D24.312452 rapport Nader Onderzoek Wnb Wemeldinge Nader onderzoek Wemeldinge-augustus 2024

Raadsvergadering 24 september 2024, gemeente KapelleBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan IKC Wemeldinge2.806 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2023 Nader Onderzoek Omgevingswet Sloop en herbouw school plus gymzaal te Wemeldinge

Nader Onderzoek Wet natuurbescherming CU Living Herontwikkeling gebouwen Nieuwburen en Wiepke Hofstraat te Lemmer

++

COLOFON

BUREAU FAUNAX B.V. Tijnjedijk 89 8936 AC LEEUWARDEN 06 83 77 25 48 info@faunax.nl www.faunax.nl Lid van Netwerk Groene Bureaus

Nader Onderzoek Omgevingswet Sloop en herbouw school plus gymzaal te Wemeldinge Leeuwarden, augustus 2024 In opdracht van: RHO Adviseurs Contactpersoon: De heer J. Dingemanse Veldwerk en rapportage: Bureau FaunaX B.V. Autorisatie: Dhr. E.P. de Boer Foto’s voorpagina: Impressie van het plangebied © Bureau FaunaX B.V. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding: Bureau FaunaX B.V. (2023). Nader Onderzoek Ow RHO Adviseurs/ Sloop en herbouw school plus gymzaal te Wemeldinge. Rapport 23190. Bureau FaunaX B.V., Leeuwarden. Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Bureau Faunax B.V., behoudens voor zover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. Disclaimer: In deze rapportage worden de resultaten van een onafhankelijk onderzoek behandeld. Bureau FaunaX B.V. heeft een adviserende rol en spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van het plan waarop dit onderzoek betrekking heeft. Dit onderzoek is zo zorgvuldig en nauwkeurig mogelijk uitgevoerd. Het voorkomen van beschermde soorten is echter onvoorspelbaar.

Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Wanneer deze rapportage, op wat voor manier dan ook, wordt aangepast en/of aangevuld door een partij anders dan Bureau FaunaX B.V., verliest deze rapportage zijn validiteit en geldigheid. Gegevens die afkomstig zijn uit de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) mogen niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. Op dit onderzoek zijn onze algemene voorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Leeuwarden.

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ..................................................................................................................... 1 1.1

2

Aanleiding ..................................................................................................................... 1

RESULTATEN NADER ONDERZOEK ............................................................................ 3 2.1

Inleiding ........................................................................................................................ 3

2.2

Methodieken & Werkwijze ........................................................................................... 3 2.2.1

2.3

Resultaten..................................................................................................................... 4 2.3.1

3

Vleermuizen ................................................................................................... 3 Vleermuizen .................................................................................................. 4

CONCLUSIES NADER ONDERZOEK .............................................................................4 3.1

Vleermuizen ................................................................................................................. 4

4

SAMENVATTING VERVOLGSTAPPEN .......................................................................... 5

5

LITERATUUR EN BRONNEN .........................................................................................6

BIJLAGE I WET- EN REGELGEVING ..................................................................................... - 1 Ow Soortbescherming ........................................................................................................- 1 Vrijgestelde soorten Provincie Zeeland .................................................................... - 2 -

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Het plangebied bestaat uit een basisschool met daaraan vast een kinderopvang (figuur 1.1., rechter cirkel) en een gymzaal (figuur 1.1., linker cirkel). Beide gebouwen zijn opgetrokken uit bakstenen en hebben platte daken. Een deel van de muren is betimmerd met hout. In het plangebied zijn naast de bebouwing enkele hagen en bomen aanwezig. Van waterlichamen is geen sprake. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door de bebouwde kom van Wemeldinge , agrarisch gebied, het Kanaal door Zuid-Beveland en de Oosterschelde.

Figuur 1.1. Het plangebied (rood omlijnd) te Wemeldinge (bron: quikscan).

Het planvoornemen bestaat uit de sloop van de bestaande school en de gymzaal aan de Spoorlaan en de Kromomme te Wemeldinge, zodat vervolgens herbouw plaats kan vinden. Hierbij worden twee basisscholen geïntegreerd in één integraal kindcentrum. Dit wordt gebouwd op de locatie van de huidige school. De gymzaal wordt herbouwd op de locatie waar deze nu ook aanwezig is.

1

In juni 2023 is een ecologische quickscan uitgevoerd (Bureau FaunaX B.V., 2023). In tabel 1.1 wordt een overzicht gegeven van de resultaten uit deze quickscan. Tabel 1.1 Overzicht van aangetroffen en potentieel voorkomende beschermde flora en fauna in en rond het plangebied. Soortgroep

Soort

Aanwezigheid

Vogels

Algemene broedvogels

Mogelijk

Zoogdieren

Vleermuizen

Mogelijk

Overige soortgroepen

Overige soorten

Ja

Stikstof

Art. 3.1

Art. 3.5

Art. 3.10

Vrijgesteld

Advies Werken buiten broedseizoen of op basis van een broedvogelcheck.

X X

Nader onderzoek X

Zorgplicht.

Ga na of een AERIUS berekening dient te worden uitgevoerd.

In onderhavige rapportage worden de resultaten van het nader onderzoek gebundeld en samengevat.

2

2 RESULTATEN NADER ONDERZOEK 2.1

Inleiding

In deze rapportage vindt men de resultaten van het nader onderzoek naar jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen, uitgevoerd in de paarperiode 2023 en de kraamperiode 2024. Bij de planning van het veldwerk is rekening gehouden met de optimale periode waarin verschillende soortgroepen geïnventariseerd kunnen worden. Deze optimale periode hangt bijvoorbeeld samen met vliegtijd, broedtijd en balts. Voor het in kaart brengen van verblijfplaatsen van vleermuizen is een protocol opgesteld waarin is vastgelegd welke onderzoeksinspanning benodigd is (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging, 2021). Bureau FaunaX B.V. is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus (NGB) en werkt zoveel mogelijk conform deze protocollen om de kwaliteit van het uitgevoerde onderzoek te waarborgen.

2.2 Methodieken & Werkwijze 2.2.1

Vleermuizen

Het onderzoek naar vleermuizen heeft bestaan uit een onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizenverblijfplaatsen en is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2021 (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging, 2021). In totaal heeft dit onderzoek bestaan uit vijf onderzoeksronden, waarvan twee tijdens de paarperiode (15 augustus -1 oktober 2023) en drie tijdens de kraamperiode (15 mei – 15 juli 2024), met minimaal 10 dagen tussen de bezoeken, waarvan minimaal één een ochtendbezoek). Hierbij is naast de aanwezigheid van vleermuizen ook gelet op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van overige beschermde soorten. Afhankelijk van de soort verblijven vleermuizen in bomen (zoals rosse vleermuis, watervleermuis, bosvleermuis en franjestaart), in gebouwen (gewone dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis) of zowel in bomen en gebouwen (ruige dwergvleermuis, grootoorvleermuis en baardvleermuis). De meeste soorten maken gebruik van een netwerk van verblijfplaatsen. Het onderzoek heeft zich specifiek gericht op die soorten waarvan mag worden aangenomen dat ze in gebouwen (kunnen) verblijven. Alle ronden zijn onder gunstige weersomstandigheden uitgevoerd. Voor de determinatie van vleermuizen is gebruik gemaakt van een batdetector van het type D240X Petterson, gecombineerd met opnameapparatuur en gespecialiseerde determinatiesoftware (programma “Batsound”).

Daarnaast is er gebruik gemaakt van een verrekijker en een lichtsterke zaklamp.

3

Tabel. 2.1. Details veldbezoeken vleermuizen.

Vleermuizen Paar 1 Paar 2

Datum 29-8-2023 5-9-2023

Zon op/onder 20:34 uur onder 06:57 uur op

Weersomstandigheden Helder 25 °C 2Bft Helder 17 °C 2Bft

Kraam 1 Kraam 2 Kraam 3

16-5-2024 17-6-2024 28-6-2024

21:28 uur onder 05:18 uur op 22:04 uur onder

Droog Droog Droog

17 °C 2Bft 14 °C 2Bft 18 °C 2Bft

2.3 Resultaten 2.3.1

Vleermuizen

Verblijfplaatsen van vleermuizen verschillen over het jaar in functie en zijn daarbij te onderscheiden in zomerverblijven (één of enkele individu(en) bij elkaar tijdens de kraamperiode), kraamverblijven (soortspecifiek grote aantallen bij elkaar), paarverblijven (individuen tijdens de paarperiode) en winterverblijven (grote aantallen bij elkaar rond de winter). Daarnaast kunnen sommige verblijven ook voor meerdere periodes gebruikt worden. Bij het nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied aangetroffen.

3 CONCLUSIES NADER ONDERZOEK 3.1 Vleermuizen Bij het nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen zijn geen verblijfplaatsen aangetroffen binnen het plangebied. •

4

De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied kan op basis van het uitgevoerde nader onderzoek worden uitgesloten.

4 SAMENVATTING VERVOLGSTAPPEN Om de werkzaamheden binnen de kaders van Omgevingswet uit te voeren, bevelen wij de volgende vervolgstappen aan. • • •

Broedvogels: Werken buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart-15 juli) of op basis van een broedvogelcheck. Zorgplicht: Naleven van de zorgplicht. Stikstof: Ga na of een AERIUS berekening dient te worden uitgevoerd.

5

5 LITERATUUR EN BRONNEN Bureau FaunaX B.V. (2023). Sloop en herbouw school plus gymzaal te Wemeldinge. Rapport 23153. Bureau FaunaX B.V., Leeuwarden. Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill, 2009. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Biologie, kenmerken, bedreigingen. Tirion Natuur. Korsten, E. en Regelink, J.R. (2010). Herkennen van potentiële vleermuiswaarden in het kader van quickscans en ander ecologisch vooronderzoek. Cursus; Zoogdiervereniging rapport 2010.44. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Lange R., R. Twisk, A. van Winden & A. van Diepenbeek (2003). Zoogdieren van West-Europa. Stichting Uitgeverij van de KNNV en VZZ i.s.m. Vereniging Natuurmonumenten, Utrecht. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers (red.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. Onderzoek naar verspreiding en ecologie. Stichting Uitgeverij van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV), Utrecht. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging, 2021. Vleermuisprotocol 2021 www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl. Sovon https://www.sovon.nl/nl Zoogdiervereniging www.zoogdiervereniging.nl

6

BIJLAGE I WET- EN REGELGEVING De wettelijke bescherming van natuurwaarden valt in grote lijnen uiteen in drie delen: soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden. De wettelijke bescherming van natuurwaarden valt in grote lijnen uiteen in drie delen: soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden.

Ow Soortbescherming De Omgevingswet draagt onder andere zorg voor de bescherming van in het wild voorkomende dier- en plantensoorten. De wet bevat een aantal verbodsbepalingen die ervoor moeten zorgen dat de gunstige staat van instandhouding van alle in het wild levende dier- en plantensoorten zal blijven gewaarborgd. De Omgevingswet verdeelt beschermde soorten in twee groepen, de Europees beschermde soorten en de nationaal beschermde soorten. De eerste groep bestaat uit strikt beschermde soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn (art. 11.37 en 11.46 in het Besluit activiteiten leefomgeving, hierna Bal). De Vogel- en Habitatrichtlijn zijn richtlijnen van de Europese Unie waarin wordt aangegeven welke diersoorten en welke typen natuurgebieden door de lidstaten dienen te worden beschermd. In de tweede categorie staan de overige (nationaal) beschermde soorten (art. 11.54 Bal). Binnen de Omgevingswet vullen Europese en nationale wetgeving elkaar aan. De Habitatrichtlijnsoorten (art. 11.46 Bal) genieten een iets zwaardere bescherming dan de nationaal beschermde soorten (art. 11.54 Bal). Zo geldt voor de nationale soorten geen verbod op het verstoren, iets wat wel het geval is bij de Habitatrichtlijnsoorten. Ook zijn de belangen waaronder ontheffing aangevraagd mag worden, voor de nationaal beschermde soorten uitgebreider dan voor de habitatrichtlijnsoorten.

Vogels en verstoring Voor alle (op Europees grondgebied) inheemse vogelsoorten, zoals benoemd in artikel 1 van de Vogelrichtlijn geldt dat het verboden is om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, opzettelijk te beschadigen, te rapen of nesten van vogels opzettelijk weg te nemen. Ook is het verboden om vogels opzettelijk te storen. Dit is echter niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort of wanneer de activiteit uitvoering geeft aan een instandhoudingsmaatregel of passende maatregel. Dit kan dus ook tijdens het broedseizoen het geval zijn, als kan worden aangetoond of beargumenteerd dat de verstoring geen negatieve effecten heeft op (de kansen van) het broedsucces of wanneer een activiteit van belang is voor de instandhouding van een soort. Of dit van toepassing is hangt af van meerdere factoren, zoals de biologie van een soort, de fase van de broedtijd waarin het broedpaar zich op dat moment bevindt (zoals balts, nestbouw, eieren of jongen), de mate van verstoring en de effecten van het niet uitvoeren van een activiteit. Een ter zake kundige ecoloog kan in voorkomende gevallen bepalen wat wel of niet geldt als wezenlijke verstoring of noodzakelijke activiteit.

In aanvulling op bovenstaande wordt er door de provincies een lijst met vogelsoorten gehanteerd, waarvan de nesten jaarrond bescherming genieten. Binnen deze categorie wordt onderscheid gemaakt in soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Habitatrichtlijn Voor alle soorten die zijn opgenomen onder bijlage IV van de habitatrichtlijn (onderdeel a), bijlage II van het verdrag van Bern en bijlage I van het verdrag van Bonn (excl. vogels benoemd onder artikel 1 van de vogelrichtlijn) geldt dat het verboden is om deze in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden, te vangen, te verstoren, hun eieren te vernielen of te -1-

rapen en voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen. Daarnaast geldt voor de soorten die worden genoemd in bijlage IV van de habitatrichtlijn (onderdeel b) en bijlage I van het verdrag van Bern dat het opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen verboden is. Dit verbod is niet van toepassing wanneer de activiteit uitvoering geeft aan een instandhoudingsmaatregel of passende maatregel. Of dit van toepassing is hangt ook in dit geval af van meerdere factoren, zoals de periode van het jaar waarin jongeren worden geworpen, de bloeiperiode, de mate van verstoring en de effecten van het niet uitvoeren van een activiteit. Een ter zake kundige ecoloog kan in voorkomende gevallen bepalen wat wel of niet geldt als noodzakelijke activiteit. Overige in Nederland beschermde soorten In bijlage IX, onderdeel a van het Bal worden nationaal beschermde soorten genoemd. Het is verboden deze opzettelijk te doden of in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers die zijn opgenomen in deze bijlage te vangen. Het is tevens verboden vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van deze soorten opzettelijk te beschadigen en te vernielen.

Hiernaast is het verboden om soorten die zijn opgenomen onder onderdeel b van bijlage IX te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen binnen hun natuurlijke verspreidingsgebied. Dit verbod geldt niet voor de soorten bosmuis, huisspitsmuis en veldmuis, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Ook geldt dit verbod niet als de activiteit uitvoering geeft aan een instandhoudingsmaatregel of passende maatregel.

Vrijgestelde soorten Provincie Zeeland Hoewel de Wet natuurbescherming een nationale wet is, kunnen de provincies (als de bevoegde gezagen) soorten aanwijzen die vrijgesteld kunnen worden van de beschermde status, als het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen. Tabel 2.1 geeft een overzicht van de via de Verordening Wet natuurbescherming door de Provincie Zeeland vrijgestelde soorten (zoogdieren en amfibieën). Tabel 1. Vrijgestelde soorten Provincie Zeeland.

Zoogdieren Aardmuis Bosmuis Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Huisspitsmuis Ree Rosse woelmuis Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Woelrat

Amfibieën Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker

Voorwaarden vrijstellingen Zoals gezegd zijn de vrijstellingen onder het bevoegd gezag van de Provincie Fryslân, en zijn hiermee geen onderdeel van de Omgevingswet zelf. De provincie heeft de soorten zoals die genoemd zijn in bovenstaande tabel niet zonder meer vrijgesteld, hier zijn voorwaarden aan verbonden. Ten eerste gelden de vrijstellingen niet in alle situaties. Deze zijn alleen van toepassing als de geplande werkzaamheden onder één van de volgende noemers vallen:

-2-

a. In het kader van ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. In het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, luchthavens, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; c. In het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; d. In het kader van bestendig beheer en onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied. Ten tweede is het van belang dat er de vrijstelling alleen van toepassing als geen goedgekeurde gedragscode van toepassing is (artikel 11.59 Bal) en geen andere bevredigende oplossing voorhanden is (Artikel 8,74l, lid 1 Besluit kwaliteit leefomgeving, hierna Bkl). Ten derde geldt de aangewezen vergunningsvrije activiteit voor de in bijlage 5.1 van de Omgevingsverordening bij betreffende soort genoemde vergunning-vrije activiteiten, middelen en methoden, en indien wordt voldaan aan de aldaar gestelde aanvullende voorschriften. Ten vierde blijft de zorgplicht, zoals bepaald in artikel 11.27 (Bal) onverminderd van kracht met het toepassen van de hierboven benoemde aangewezen vergunning-vrije activiteit.

Indien bovengenoemde voor ruimtelijke ingrepen vrijgestelde soorten voorkomen binnen een plangebied of buiten een plangebied, maar binnen de invloedsfeer van een planvoornemen, is een vergunning voor deze soort dus niet nodig. Zorgplicht art 11.27 Bal Onder de Ow zijn twee vormen van zorgplicht benoemd; een algemene zorgplicht en een specifieke zorgplicht. De algemene zorgplicht houdt in dat overheden, bedrijven en burgers allen verantwoordelijk zijn voor de leefomgeving. Wanneer sprake is van specifieke rijksregels, bijvoorbeeld in het geval van ruimtelijke ingrepen wordt deze algemene zorgplicht vervangen door een specifieke zorgplicht (art. 11.27 Bal). In deze specifieke zorgplicht wordt benoemd dat een handeling onder deze specifieke zorgplicht valt als de persoon die de handeling uitvoert weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat deze handeling nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving. Ook het nalaten van een handeling kan onder deze specifieke zorgplicht vallen. De specifieke zorgplicht voor het uitvoeren van ruimtelijke ingrepen kan worden opgedeeld in drie stappen voor de persoon die de handeling uitvoert. Deze persoon is verplicht; a. Alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen. b.

Voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. c. Als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Wanneer ruimtelijke ingrepen betrekking hebben op een rijksmonument of werelderfgoed zijn opties b en c niet aan de orde.

-3-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14523557/1