CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-45b D24.310168 nota zienswijzen met bijlagen nota zienswijzen met bijlagen

Raadsvergadering 24 september 2024, gemeente KapelleBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Jufferswegje 31-3321.732 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

388468,39 388461,24 388461,24 388459,32 388459,32

4,50 1,50 4,50 1,50 4,50

54,36 53,26 54,24 48,66 49,72

55,27 54,17 55,16 49,58 50,63

15_A 15_B 16_A 16_B 17_A

56194,33 56194,33 56175,19 56175,19 56173,70

388486,86 388486,86 388455,15 388455,15 388450,71

1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

39,20 42,58 49,68 50,79 54,06

40,12 43,50 50,59 51,70 54,98

17_B 18_A 18_B 1_A 1_B

56173,70 56174,81 56174,81 56155,87 56155,87

388450,71 388444,65 388444,65 388517,02 388517,02

4,50 1,50 4,50 1,50 4,50

54,92 54,28 55,10 45,51 47,45

55,83 55,20 56,01 46,42 48,36

2_A 2_B 3_A 3_B 4_A

56154,35 56154,35 56155,95 56155,95 56157,86

388512,42 388512,42 388507,21 388507,21 388504,36

1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

52,51 53,74 53,15 54,24 53,38

53,42 54,66 54,06 55,16 54,30

4_B 5_A 5_B 6_A 6_B

56157,86 56159,60 56159,60 56161,50 56161,50

388504,36 388503,30 388503,30 388489,83 388489,83

4,50 1,50 4,50 1,50 4,50

54,55 50,22 51,09 50,96 52,03

55,46 51,13 52,00 51,88 52,94

7_A 7_B 8_A 8_B 9_A

56160,24 56160,24 56161,95 56161,95 56163,84

388487,14 388487,14 388483,35 388483,35 388481,98

1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

55,07 55,77 55,08 55,87 51,80

55,99 56,69 55,99 56,78 52,72

9_B

56163,84

388481,98

4,50

52,57

53,49

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing

15-5-2024 07:31:41

Bijlage IV

Datum Kenmerk

15 mei 2024 2024051/No.01

Bijlage IV: rekenresultaten toekomstige situatie Rapport: Model: Groep: Groepsreductie: Naam Toetspunt 10_A 10_B 11_A 11_B 12_A

Resultatentabel Toekomstige situatie LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Nee

Omschrijving

X 56171,17 56171,17 56168,83 56168,83 56170,72

Y 388476,19 388476,19 388473,35 388473,35 388468,39

Hoogte 1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

Dag 49,58 50,77 53,64 54,65 53,37

Lden 50,50 51,68 54,56 55,57 54,29

12_B 13_A 13_B 14_A 14_B

56170,72 56172,85 56172,85 56175,72 56175,72

388468,39 388461,24 388461,24 388459,32 388459,32

4,50 1,50 4,50 1,50 4,50

54,37 53,26 54,25 48,66 49,72

55,28 54,18 55,16 49,58 50,63

15_A 15_B 16_A 16_B 17_A

56194,33 56194,33 56175,19 56175,19 56173,70

388486,86 388486,86 388455,15 388455,15 388450,71

1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

39,23 42,61 49,70 50,82 54,09

40,14 43,52 50,62 51,73 55,01

17_B 18_A 18_B 1_A 1_B

56173,70 56174,81 56174,81 56155,87 56155,87

388450,71 388444,65 388444,65 388517,02 388517,02

4,50 1,50 4,50 1,50 4,50

54,96 54,29 55,11 45,48 47,39

55,87 55,20 56,02 46,39 48,31

2_A 2_B 3_A 3_B 4_A

56154,35 56154,35 56155,95 56155,95 56157,86

388512,42 388512,42 388507,21 388507,21 388504,36

1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

52,41 53,60 53,07 54,12 53,32

53,33 54,52 53,98 55,03 54,24

4_B 5_A 5_B 6_A 6_B

56157,86 56159,60 56159,60 56161,50 56161,50

388504,36 388503,30 388503,30 388489,83 388489,83

4,50 1,50 4,50 1,50 4,50

54,46 50,25 51,14 50,91 51,97

55,37 51,16 52,05 51,82 52,88

7_A 7_B 8_A 8_B 9_A

56160,24 56160,24 56161,95 56161,95 56163,84

388487,14 388487,14 388483,35 388483,35 388481,98

1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

55,06 55,76 55,06 55,85 51,81

55,97 56,68 55,97 56,76 52,72

9_B

56163,84

388481,98

4,50

52,59

53,50

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing

15-5-2024 07:32:30

Bijlage V

Datum Kenmerk

15 mei 2024 2024051/No.01

Bijlage V: verschil in geluidbelasting Rapport: Map: Model Voorgrond: Model Achtergrond: Groep: Periode: Toetswaarden: Naam 1_A 1_B 2_A 2_B 3_A

Omschrijving

Vergelijkingstabel D:\00 Data VAL\Opdrachten 2024\2024051 Jufferswegje 31-33 Kapelle\Reflecties\ Huidige situatie Toekomstige situatie Waarde=(hoofdgroep) / Referentie=(hoofdgroep) Waarde=Lden / Referentie=Lden Waarde=Berekende waarden / Referentie=Berekende waarden Hoogte 1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

Waarde 46,4 48,4 53,4 54,7 54,1

Referentie 46,4 48,3 53,3 54,5 54,0

Verschil 0,0 0,0 0,1 0,1 0,1

3_B 4_A 4_B 5_A 5_B

4,50 1,50 4,50 1,50 4,50

55,2 54,3 55,5 51,1 52,0

55,0 54,2 55,4 51,2 52,1

0,1 0,1 0,1 0,0 -0,1

6_A 6_B 7_A 7_B 8_A

1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

51,9 52,9 56,0 56,7 56,0

51,8 52,9 56,0 56,7 56,0

0,1 0,1 0,0 0,0 0,0

8_B 9_A 9_B 10_A 10_B

4,50 1,50 4,50 1,50 4,50

56,8 52,7 53,5 50,5 51,7

56,8 52,7 53,5 50,5 51,7

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

11_A 11_B 12_A 12_B 13_A

1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

54,6 55,6 54,3 55,3 54,2

54,6 55,6 54,3 55,3 54,2

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

13_B 14_A 14_B 15_A 15_B

4,50 1,50 4,50 1,50 4,50

55,2 49,6 50,6 40,1 43,5

55,2 49,6 50,6 40,1 43,5

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

16_A 16_B 17_A 17_B 18_A

1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

50,6 51,7 55,0 55,8 55,2

50,6 51,7 55,0 55,9 55,2

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

18_B

4,50

56,0

56,0

0,0

Geomilieu V2023.3 Licentiehouder: Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing

15-5-2024 07:34:32

Notitie betreft:

Plan Jufferswegje 31-33 te Kapelle Kwalitatieve beoordeling windklimaat

datum:

24 juni 2024

referentie:

OO/JGZ/ /O 17186-1-NO

1 Inleiding

Aan het Jufferswegje 31-33 te Kapelle is nieuwbouw gepland. Het hoogste deel van de nieuwbouw is circa 13 meter. Gevraagd is het te verwachten windklimaat te beoordelen. Volgens het beslismodel zoals opgenomen in de Nederlandse norm NEN 8100:2006 Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving is hier sprake van een onbeschut liggende situatie in de categorie van maximaal 30 meter hoogte. Derhalve is volgens het beslismodel de hulp van een windhinderdeskundige noodzakelijk om te beoordelen of er wel of niet een uitgebreid onderzoek met simulaties nodig is. In deze notitie wordt hierop ingegaan. De beoordeling is gebaseerd op het ontwerp in het bestemmingsplan Jufferswegje 31-33, document: NL.IMRO.0678.kapbiezHZ021-OW01.

f 1.1 Locatie en impressie ontwerp 2 Windklimaat volgens NEN 8100

De mate van gevoeligheid voor wind is sterk afhankelijk van de activiteit. Bij een laag activiteitenniveau zal eerder hinder van de wind ondervonden worden dan bij een hoog hoger activiteitenniveau. In de NEN 8100 wordt voor de beoordeling van het windklimaat daarom onderscheid gemaakt tussen verschillende activiteitenklassen. Windhinder is iets wat in geen geval geheel te voorkomen is. Als het stormt is de wind hinderlijk, wat voor maatregelen er ook getroffen worden. Het is daarom ook de kans op peutz bv, postbus 66, 6585 zh mook, +31 85 822 86 00, info@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, voorwaarden volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015

O 17186-1-NO 1

windhinder, die maatgevend gehouden wordt voor de beoordeling van het windklimaat. Voor windhinder wordt een drempelwaarde vDR;H aangehouden van 5 m/s uurgemiddelde windsnelheid op loop- of verblijfsniveau. Bij deze windsnelheid gaan mechanische effecten bij de ervaring van het windklimaat een rol spelen. t 2.1 Criteria windhinder volgens NEN 8100 Overschrijdingskans p(vLOK > vDR;H) in procenten van het aantal uren per jaar

Kwaliteitsklasse

< 2,5 2,5 – 5 5 – 10 10 – 20 ≥ 20

A B C D E

I. Doorlopen

Activiteit II. Slenteren

III. Langdurig zitten

Goed Goed Goed Matig Slecht

Goed Goed Matig Slecht Slecht

Goed Matig Slecht Slecht Slecht

De overschrijdingskans van de drempelwaarde voor windhinder wordt ook wel de hinderkans genoemd. Afhankelijk van de activiteitenklasse wordt het lokale windklimaat beoordeeld als ‘goed’, ‘matig’ of ‘slecht’. - Bij een goed windklimaat wordt onder normale omstandigheden geen windhinder ervaren. - Bij een matig windklimaat wordt af en toe overmatige windhinder ervaren. - Bij een slecht windklimaat wordt regelmatig overmatige windhinder ervaren. Er wordt naar gestreefd, om binnen de verschillende activiteitenklassen, een goed, eventueel nog matig windklimaat te realiseren. 3 Windklimaat op de locatie

Het windklimaat op de planlocatie wordt bepaald door een aantal zaken. Allereerst speelt de statistiek van de windsnelheid op de locatie een rol. Daarnaast kan de geometrie van de geplande en van de omringende bebouwing de windsnelheid in positieve of negatieve richting beïnvloeden. Ook heeft begroeiing effect op het windklimaat. 3 .1 W inds ta t ist i e k

De NEN 8100 verwijst voor meteogegevens naar de NPR 6097:2006 Toepassing van de statistiek van de uurgemiddelde windsnelheden voor Nederland. Met behulp van de bijbehorende software wordt voor de specifieke locatie een windstatistiek berekend op basis van meteogegevens van een groot aantal meteostations en gegevens over terreinruwheden tot 6 km afstand van het plan. De terreinruwheden van het omliggend gebied worden per categorie weergegeven in f 3.1. De kleur geeft de terreinruwheid aan, rood staat bijvoorbeeld voor stedelijk bebouwd gebied en blauw voor water.

O 17186-1-NO 2

f 3.1 Terreinruwheid tot 6 km afstand van de planlocatie volgens NPR 6097

De op deze wijze vastgestelde windstatistiek en de hieruit volgende windroos voor de planlocatie zijn in t 3.1 en f 3.2 weergegeven. Uit deze gegevens blijkt onder meer dat op de planlocatie bij zuid tot noordwest de hoogste windsnelheden optreden. Deze komen het vaakst voor bij zuidwestenwind, waardoor zuidwest de dominante windrichting is. De kwalitatieve beoordeling is met name op deze windrichtingen gebaseerd.

O 17186-1-NO 3

t 3.1 Windstatistiek op de planlocatie volgens NPR 6097

f 3.2 Windroos planlocatie volgens NPR 6097 O 17186-1-NO 4

3 .1 B e oord e ling windkl ima at op lo ca t ie

In f 3.3 en f 3.4 is de planlocatie op een luchtfoto en op de hoogtekaart te zien. Met pijlen zijn de belangrijkste windrichtingen volgens de windroos aangegeven.

f 3.3 Planlocatie en aanduiding belangrijkste windrichtingen (luchtfoto: Cyclomedia)

f 3.4 Planlocatie en aanduiding belangrijkste windrichtingen hoogtekaart AHN4

O 17186-1-NO 5

Op grond van kennis en ervaring is een worst-case inschatting gemaakt van de mogelijk optredende windhinder. Ten gevolge van voorkomende hoge windsnelheden uit de richtingen zuidwest, in combinatie met de gebouwhoogte, is er bij de meeste gebouwhoeken van het plan lokaal een verhoogde hinderkans te verwachten. In f 3.5 zijn plaatsen aangegeven met mogelijke windhinder. Bij hoge windsnelheden uit andere windrichtingen blijft de beoordeling naar verwachting in de categorie goed. Dit is zodoende niet verder uitgewerkt in onderstaande afbeelding.

f 3.5 Beoordeling windhinder

3 .2 b eo orde l ing wind kli maa t ei gen t err ein

Met name bij de gebouwhoeken is lokaal sprake van een hogere hinderkans. Hier kan sprake zijn van een matig windklimaat voor de activiteit doorlopen, weergegeven met oranje. Bij een aantal van deze hoeken zijn verblijfsgebieden gepland. De geplande O 17186-1-NO 6

begroeiing bij deze locaties zal het windklimaat in positieve zin beïnvloeden. Door de windgevoelige functie van de verblijfsruimte kan voor de zekerheid extra afscherming worden gerealiseerd door bijvoorbeeld de heg voldoende hoog te maken of een schutting te plaatsen. De entrees zijn gepositioneerd op locaties waar een gunstig windklimaat wordt verwacht. Een slecht windklimaat en een overschrijding van de criteria voor windgevaar worden niet verwacht. 3 .3 B e oord e ling windkl ima at op enba ar g ebi ed

In het openbaar gebied rond de geplande bebouwing zijn geen noemenswaardige windeffecten van het bouwplan te verwachten. 4 Conclusie

Gezien de beperkte windeffecten op eigen terrein, en het ontbreken van noemenswaardige windeffecten in de openbare ruimte, wordt een meer exacte duiding van het windklimaat op basis van windtunnel- of CFD simulaties niet nodig geacht.

Deze notitie bevat 7 pagina’s O 17186-1-NO 7

Haalbaarheidsmemo Sloop Jufferswegje 31 en 33 Kapelle-Biezelinge

Rapportnummer: 2024-00034

Opdrachtgever: buroSalt Opdrachtnemer: SNKecoadvies

Rapportnummer: 2024-00034 Versienummer: 1

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport inclusief de foto’s is alleen toegestaan met toestemming van de eigenaar (opdrachtgever) en onder vermelding van de bron. Dit rapport is met grote zorg opgesteld. Desondanks aanvaardt SNKecoadvies geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of door toepassing van adviezen. Onze algemene voorwaarden en privacyverklaring zijn te vinden op www.snkecoadvies.nl

Status: Definitief Datum: 15 juni 2024 Contactpersoon Opdrachtgever: dhr. G.J. van den Berge

Opsteller: ing. P.J. Sinke

Moerdamme 24, 4415 AP Oostdijk KVK: 89241088 BTW-nummer: NL004708194B98

Paraaf:

2

INHOUD 1. Aanleiding...................................................................................................................................................................................................... 4 2. Onderzoek ..................................................................................................................................................................................................... 4 2.1 Voorlopige onderzoeksresultaten veldonderzoek ................................................................................................................................. 6 2.2 Functies vleermuizen ............................................................................................................................................................................. 6 2.2.1 Zomerverblijfplaats......................................................................................................................................................................... 6 2.2.2 Kraamverblijfplaats ......................................................................................................................................................................... 8 2.2.3 Paarverblijfplaats/zwermplaatsen ..................................................................................................................................................

9 2.2.4 Winterverblijfplaats ........................................................................................................................................................................ 9 2.2.3 Functies Huismus .............................................................................................................................................................................. 10 2.2.4 Functies Gierzwaluw ......................................................................................................................................................................... 11 2.2.5 Algemene broedvogels (nesten) ....................................................................................................................................................... 12 3. Conclusie voorlopige resultaten veldonderzoek .......................................................................................................................................... 12 4. Maatregelen. ............................................................................................................................................................................................... 13 4.1 Algemene Broedvogels ....................................................................................................................................................................

13 4.2 Vleermuizen..................................................................................................................................................................................... 14 4.3 Overige soorten algemene amfibieën en zoogdieren ...................................................................................................................... 14 5. Is voor voorgenomen activiteiten (sloop) een vergunning nodig? .............................................................................................................. 14 6. Is het aannemelijk dat vergunning voor voorgenomen werkzaamheden (sloop) kan worden verleend? ................................................... 14 7. Conclusie: .................................................................................................................................................................................................... 14 8. Bronnen ....................................................................................................................................................................................................... 15

3

1. AANLEIDING De initiatiefnemer is voornemens nieuwbouw appartementen te realiseren op de locatie Jufferswegje 31 en 33 te Kapelle-Biezelinge. Hiervoor dient de huidige woning en voormalige kerkgebouw en partycentrum te worden gesloopt. Deze ingreep wordt gezien als een ruimtelijke ontwikkeling. Onderzocht is of deze ontwikkeling in het projectgebied niet strijdig is met de Omgevingswet onderdeel natuur. In augustus 2023 is hiervoor een ecologische quickscan uitgevoerd in het projectgebied. Uit deze ecologische quickscan blijkt dat de bebouwing en bomen met holtes in het projectgebied, geschikte ruimtes bieden voor verblijfplaatsen van vleermuizen. Tevens biedt de bebouwing geschikte ruimtes voor nestlocaties van de gierzwaluw en de huismus. Ook kunnen in het projectgebied algemene broedvogels voorkomen en tot broeden overgaan en kunnen algemene amfibieën en zoogdieren voorkomen. Door de activiteiten kunnen nestlocaties van de gierzwaluw en huismus en verblijfplaatsen van vleermuizen verloren gaan en kunnen individuen worden gedood. Tijdens de werkzaamheden kunnen nesten van algemene broedvogels worden vernield en individuen van algemene amfibieën, broedvogels en zoogdieren worden gedood. Om toepassing te geven aan dit initiatief, is het noodzakelijk dat een wijziging omgevingsplan/bestemmingsplan wordt opgesteld.

Voor een wijziging omgevingsplan/bestemmingsplan moet aannemelijk zijn, dat de Omgevingsweg de beoogde ontwikkeling niet in de weg staat. Uit de reeds uitgevoerde ecologische quickscan blijkt dat voorafgaand aan de sloop van de voormalige kerk en de woning nader ecologisch onderzoek moet worden uitgevoerd, zodat meer duidelijkheid wordt verkregen omtrent de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van de beschermde soorten. Gezien de aard van de ingreep en de mogelijk te verwachten soorten is de kans groot, dat door het tijdig treffen van de juiste preventieve en/of mitigerende maatregelen, welke vrij eenvoudig en tegen relatief lage kosten te nemen zijn, verstoring en vernieling kan en zal worden voorkomen. Zo kunnen alternatieve verblijfplaatsen in de vorm van vleermuiskasten en/of nestkasten worden geboden en/of speciale dakpannen worden aangebracht in de omliggende bebouwing. Naar aanleiding van de uitkomsten van de uitgevoerde ecologische quickscan heeft de initiatiefnemer SNKecoadvies gevraagd aanvullen onderzoek uit te voeren omtrent de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van gebouw bewonende vleermuizen, huismus, gierzwaluw en algemene broedvogels. Dit onderzoek is inmiddels grotendeels uitgevoerd.

De voorlopige planning van de voorgenomen activiteiten is dat na vaststelling van het omgevingsplan / bestemmingsplan in 2024 eerst het aanvullend natuuronderzoek en de daarvoor noodzakelijke preventieve en/of mitigerende maatregelen uit te voeren alvorens de gebouwen worden gesloopt. Om de Omgevingsplanprocedure zo spoedig mogelijk voort te kunnen zetten heeft de eigenaar gevraagd een haalbaarheidsmemo op te stellen. In deze memo worden de bevindingen beschreven van de voorlopige onderzoeksresultaten en wordt aangegeven of op basis van deze resultaten de voorgenomen activiteiten vergunning plichtig zijn in het kader van de Omgevingswet onderdeel natuur. In geval de voorgenomen activiteiten vergunning plichtig zijn in het kader van de Omgevingswet, zal worden onderbouwd of het aannemelijk is of deze vergunning dan ook kan worden verleend, teneinde de uitvoerbaarheid van de voorgenomen activiteiten te kunnen aantonen en het ontwerp Omgevingsplan verder in procedure te brengen.

2. ONDERZOEK Op basis van de uitgevoerde quickscan De HEYZON Jufferswegje 31 - 33 te Kapelle van d.d. 15 augustus 2023 uitgevoerd door adviesbureau Ecologisch, dient voor de uitvoering van de sloop meer duidelijkheid te worden verkregen omtrent de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van gebouw bewonende vleermuizen, nesten en functioneel leefgebied van de huismus, nesten van gierzwaluw en aanwezigheid van algemene broedvogels. Op basis hiervan wordt geadviseerd nader onderzoek uit te laten voeren naar de functies zomer-, kraam-, paar- en individuele winterverblijfplaats voor de vleermuissoorten gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Ook is geadviseerd onderzoek uit te voeren naar nesten en functioneel leefgebied van de huismus, nesten van gierzwaluw en aanwezigheid van algemene broedvogels. SNKecoadvies heeft opdracht gekregen aanvullend onderzoek uit te voeren omtrent de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van gebouw bewonende vleermuizen nesten en functioneel leefgebied van de huismus, nesten van gierzwaluw en aanwezigheid van algemene broedvogels locatie Jufferswegje 31 en 33 te Kapelle Biezelinge (zie locatie kaart 1). Het onderzoek wordt uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2021 (NGB,2021). Het betreft specifiek onderzoek naar de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en de laatvlieger.

Onderzoek naar de huismus wordt uitgevoerd conform Kennisdocument Huismus Passer domesticus 2.1 februari 2023. Onderzoek naar de gierzwaluw wordt uitgevoerd conform Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus 2.0 juli 2023. Onderzoek naar algemene broedvogels worden de richtlijnen van Sovon gehanteerd. Er zijn reeds verschillende onderdelen van het onderzoek uitgevoerd. In januari 2024 is onderzoek uitgevoerd naar winterverblijfplaatsen van vleermuizen. In mei en juni 2024 is onderzoek uitgevoerd naar zomerverblijven en kraamverblijven. Voor de huismus is onderzoek

4

uitgevoerd in februari, mei en juni 2024 naar functioneel leefgebied en nestlocaties en voor de nestlocaties van gierzwaluwen in juni 2024. Voor algemene broedvogels is onderzoek gedaan in mei en juni 2024. Met het reeds uitgevoerde onderzoek is het grootste gedeelte van het verplichte aanvullend onderzoek uitgevoerd. Er zijn nog enkele onderdelen die nog afgerond moeten worden. Dit betreft het onderzoek naar zomerverblijfplaatsen. Het onderzoek naar paarverblijven en zwermplaatsen gezien dit in augustus en september dient plaats te vinden. Ook het laatste bezoek van het gierzwaluwonderzoek heeft nog niet plaatsgevonden. Naar aanleiding van de reeds uitgevoerde veldonderzoeken is echter al wel een goed beeld ontstaan van de mogelijke aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van gebouw-bewonende vleermuizen, huismus, gierzwaluw en overige broedvogels en of een vergunning nodig is om de voorgenomen (sloop) activiteiten uit te voeren. Op basis van de bouwkundige staat van de gebouwen, klimatologische omstandigheden, de ligging, de literatuur en expert-judgement is het mogelijk om uitspraken te doen over mogelijke functies voor vleermuizen, ook de nog niet onderzochte functie paarverblijf en zwermplaatsen op de projectlocatie. In onderstaande onderzoeksresultaten zijn de bevindingen nader uitgewerkt.

Kaart 1: Deelgebied 1: gebied waar de beoogde sloop en woningbouw is voorzien.

Van belang is om aan te geven dat het voorlopige onderzoeksresultaten betreffen en zijn gebaseerd op een gedeelte van het volledig uit te voeren jaarrond onderzoek conform het vleermuisprotocol (NGB,2021) en het de kennisdocumenten van BIJ12 voor de huismus en de gierzwaluw. In juni, juli en augustus 2024 worden de laatste onderdelen van het veldonderzoek uitgevoerd. Dit betekent waar momenteel nog geen soorten zijn aangetroffen, dit later in het onderzoek wel het geval kan zijn en dit niet op voorhand kan worden uitgesloten.

5

2.1 VOORLOPIGE ONDERZOEKSRESULTATEN VELDONDERZOEK Op zeven verschillende momenten is reeds veldonderzoek uitgevoerd aan het Jufferswegje 31 en 33 te Kapelle-Biezelinge. Op deze momenten is onderzoek gedaan naar functies voor vleermuizen, gierzwaluw, huismus, algemene broedvogels. In tabel 1 is een overzicht opgenomen van de reeds uitgevoerde veldonderzoeken. In onderstaande hoofdstuk worden de voorlopige onderzoeksresultaten beschreven. Soort Vleermuis Huismus Huismus Vleermuis Broedvogels Huismus Gierzwaluw Vleermuis Broedvogels Vleermuis Vleermuis Broedvogels Gierzwaluw Vleermuis Huismus Gierzwaluw Huismus

Functie winterverblijf functioneel leefgebied functioneel leefgebied en broedlocatie huismus zomerverblijf algemene broedvogels functioneel leefgebied en broedlocatie huismus nestlocatie zomerverblijf algemene broedvogels zomerverblijf, kraamverblijf zomerverblijf, kraamverblijf algemene broedvogels nestlocatie zomerverblijf functioneel leefgebied en broedlocatie huismus nestlocatie functioneel leefgebied en broedlocatie huismus

Datum Zon op/onder Begintijd Eindtijd Temperatuur Bewolking Windrichting Windkracht Neerslag 23/02/2024 15:00 16:00 15 binnen 7 buiten bewolkt ZZW 18knopen geen 23/02/2024 15:00 16:00 7 bewolkt ZZW 18 knopen geen 02/05/2024 21:10 zon onder 19:00 22:30 20 bewolkt WNW 15 knopen geen 02/05/2024 21:10 zon onder 19:00 22:30 20 bewolkt WNW 15 knopen geen 02/05/2024 21:10 zon onder 19:00 22:30 20 bewolkt WNW 15 knopen geen 13/05/2024 21:27 zon onder 20:00 23:15 23 onbewolkt Z 2 knopen geen 13/05/2024 21:27 zon onder 20:00 23:15 23 onbewolkt Z 2 knopen geen 13/05/2024 21:27 zon onder 20:00 23:15 23 onbewolkt Z 2 knopen geen 13/05/2024 21:27 zon onder 20:00 23:15 23 onbewolkt Z 2 knopen geen 17/05/2024 21.27 zon onder 21:20 23:30 16 zwaar bewolkt NNW 12 knopen geen 28/05/2024 05:36 zon op 03:30 05:36 14 zwaar bewolkt NNW 10 knopen geen 28/05/2024 05:36 zon op 03:30 05:36 14 zwaar bewolkt NNW 10 knopen geen 04/06/2024 21:55 zon onder 19:55 23:30 16 bewolkt ZW 12 knopen geen 04/06/2024 21:55 zon onder 19:55 23:30 16 bewolkt ZW 12 knopen geen 04/06/2024 21:55 zon onder 19:55 23:30 16 bewolkt ZW 12 knopen geen 14/06/2024 22:02 zon onder 20:02 22:30 16 zwaar bewolkt ZZO 5 knopen af en toe motregen 14/06/2024 22:02 zon onder 20:02 22:30 16 zwaar bewolkt ZZO 5 knopen af en toe motregen

Tabel 1: overzicht gegevens veldonderzoeken

2.2 FUNCTIES VLEERMUIZEN Tijdens het veldbezoek is specifiek gekeken naar de functies die de bestaande woning en voormalig kerkgebouw heeft m.b.t. mogelijk aanwezige vleermuizen. Dit betreft onderzoek naar de volgende functies: 1. 2. 3. 4.

Winterverblijfplaats Zomer- en kraamverblijfplaats Paarverblijfplaats/zwerplaatsen Massawinterverblijfplaatsen

De veldonderzoeken die reeds zijn uitgevoerd voor het vleermuisonderzoek zijn weergegeven in tabel 1. Het onderzoek is/wordt uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2021 (NGB,2012) voor de soorten gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en de laatvlieger. Tijdens uitvoering van het vleermuizenonderzoek is gebruik gemaakt van de Anabat Walkabout detector en de petterson D240 X detector en de warmtebeeldcamera HIKMICRO FH32 en FH30 en verrekijker. Tijdens de veldonderzoeken is de gewone dwergvleermuis waargenomen in het projectgebied. De gewone dwergvleermuis is in kleine (maximaal 3) aantallen aanwezig op en rondom de projectlocatie. De ruige dwergvleermuis en de laatvlieger is niet waargenomen tijdens de veldonderzoeken.

2.2.1 ZOMERVERBLIJFPLAATS 2.2.1.1 GESCHIKTHEID WONING, VOORMALIG KERKGEBOUW EN BOMEN: De woning en de voormalige kerk op de projectlocatie is potentieel geschikt als verblijfplaats voor gebouw bewonende vleermuizen, vanwege de aanwezigheid van geschikte openingen achter de betimmering of onder dakpannen. Daarnaast zijn er geschikte spleten aanwezig in de aanwezige bomen en onder de dakrand en losse loodflappen rond de kerktoren waar vleermuizen gebruik van kunnen maken. Rondom de woning en het voormalige kerkgebouw is weinig beschutting aanwezig van bosschages. Aan de voorzijde van het projectgebied zijn enkele (afgezaagde) struiken en drie grote bomen (platanen) aanwezig. Deze staan op afstand van de bestaande bebouwing. Ook is er in de avonduren verlichting op enkele plekken rond de gebouwen aanwezig. Hierdoor zijn verschillende potentiële verblijfplaatsen minder aantrekkelijk voor verblijfplaatsen van vleermuizen. De potentiële verblijfplaatsen zijn opgenomen in onderstaande foto’s nummer 1 t/m 7.

6

Foto 1 en 2: Overzicht woning met potentiële verblijflocatie gevelbetimmering en daklijsten

Foto 3 en 4: Overzicht voormalig kerkgebouw en partycentrum met potentiële verblijflocaties vleermuizen

Foto 5 en 6: Overzicht voormalig kerkgebouw en partycentrum met potentiële verblijflocaties vleermuizen

Foto 7 : Locatie voorzijde met plataan met holtes die als potentiële verblijfplaats kunnen dienen.

7

2.2.1.2 BEVINDINGEN VELDONDERZOEK Tijdens het uitvoeren van de veldonderzoeken op 2, 13, 17, 28 mei is geen zomerverblijfplaats aangetroffen in de woning, voormalige kerkgebouw en de bomen binnen het projectgebied. Wel zijn op zowel 2, 13, 17 en 28 mei 2 tot maximaal 3 gewone dwergvleermuizen binnen het plangebied foeragerend aangetroffen. Tijdens het onderzoek is waargenomen dat de gewone dwergvleermuis aanvliegend is vanuit de woningen ten westen van het projectgebied. Deze locatie is mogelijk in gebruik als verblijfplaats. Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat de gewone dwergvleermuis na uitvliegen kortstondig gebruik maakt van de voorzijde van het voormalige kerkgebouw rond de drie aanwezige bomen (platanen). De gewone dwergvleermuizen vlogen na enkele minuten rondom de bomen te foerageren richting de overzijde het Jufferswegje naar de aangrenzende graslanden en populieren rijen (zie kaart 2).

Kaart 2: Overzicht waargenomen verblijflocatie, foerageer / vliegroutes.

Ook is tijdens de ochtendronde op 28 mei vastgesteld dat de gewone dwergvleermuis na kortstondig te foerageren aan de voorzijde van het voormalige kerkgebouw vertrekken naar hun verblijfplaats in de bebouwing ten westen van het projectgebied. De aanwezigheid van meerdere exemplaren is niet verassend. Veel van de omliggende woningen en tuinen hebben meerdere geschikte locaties die potentieel geschikt zijn als zomerverblijfplaats voor vleermuizen. De potentiële verblijfplaatsen binnen het projectgebied zijn niet gelegen in een beschutte en luwe omgeving, maar staan onder grote invloed van wind en tocht. Dit maakt mogelijke verblijflocaties minder geschikt dan de locaties met woningen en schuren grenzend aan het projectgebied. In geval er incidenteel in bepaalde jaren wel gebruik gemaakt wordt van deze locatie, dan is de omvang van een eventueel zomerverblijf beperkt tot slechts enkele individuen gezien er slechts enkele kleine plekken potentieel geschikt zijn in het voormalige kerkgebouw. Op basis van de voorlopige resultaten van het reeds uitgevoerde onderzoek kan de aanwezigheid van zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, laatvlieger en de ruige dwergvleermuis worden uitgesloten.

2.2.2 KRAAMVERBLIJFPLAATS 2.2.2.1 GESCHIKTHEID WONING, VOORMALIG KERKGEBOUW EN BOMEN: De woning en het voormalige kerkgebouw op de onderzoek locatie is mogelijk geschikt als verblijfplaats voor gebouw bewonende vleermuizen, vanwege de aanwezigheid van geschikte openingen achter de betimmering of onder dakpannen. Daarnaast zijn er geschikte spleten aanwezig in de aanwezige bomen en onder de dakrand en losse loodflappen rond de kerktoren waar vleermuizen gebruik van kunnen maken. Verblijfplaatsen worden als kraamverblijfplaats gebruikt van begin mei tot half juli. De vrouwtjes maken in de kraamperiode gebruik van een netwerk aan kraamverblijfplaatsen. Ze keren jaarlijks terug naar hetzelfde gebied. Binnen dit netwerk kunnen ze regelmatig van verblijfplaats verhuizen. Zeer geschikte verblijfplaatsen zijn de hele kraamperiode in gebruik. Vanaf begin mei clusteren de vrouwtjes samen in groepen. Kraamkolonies bevinden zich vooral in gebouwen, in spouwmuren, achter betimmering en daklijsten, of worden onder dakpannen gevonden. Voor een kraamkolonie moet de temperatuur van het verblijf hoog zijn; vaak zijn huizen met spouwmuren hiervoor erg geschikt. De woning in het projectgebied is van de jaren 20 en zover bekend, niet voorzien van een spouwmuur. Daarnaast staat de woning niet in een luwe omgeving, maar onder invloed van wind en onder invloed van grote temperatuurschommelingen.

Het dak bestaat uitsluitend uit een dakbeschot en dakpannen en is eveneens niet geïsoleerd.

8

Het voormalige kerkgebouw is niet meer in gebruik als partycentrum en staat al lange tijd leeg en wordt niet meer verwarmt. De spleten in de spouwmuur zijn niet toegankelijke voor vleermuizen. Zowel de woning en het voormalige kerkgebouw staan niet in een luwe omgeving en staan ze onder invloed van grote temperatuurschommelingen. Hierdoor zijn de klimatologische omstandigheden voor een mogelijk kraamverblijf ongunstig. In de nabije omgeving ten westen van het projectgebied zijn voldoende alternatieve locaties aanwezig die wel geschikt zijn als kraamverblijf. Nagenoeg alle omliggende woningen zijn bewoond en geïsoleerd en daarmee een meer aantrekkelijke locatie dan de woning aan het Jufferswegje. De woning en het voormalig kerkgebouw wordt op basis van hiervan dan ook ongeschikt geacht als kraamverblijfplaats. 2.2.2.2 BEVINDINGEN VELDBEZOEK Tijdens het uitvoeren van de veldonderzoeken op 2, 13, 17 en 28 mei zijn geen kraamverblijfplaatsen aangetroffen in de gebouwen binnen het projectgebied. Op zowel 2, 13, 17 en 28 mei zijn 2 tot 3 gewone dwergvleermuizen binnen het plangebied aangetroffen. Tijdens het onderzoek is waargenomen dat de gewone dwergvleermuis aanvliegend is vanuit de woningen ten westen van het project ge-bied.

Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat de gewone dwergvleermuis na uitvliegen kortstondig gebruik maakt van de voorzijde van het voormalige kerkgebouw in de ronde de drie aanwezige bomen (platanen) om te foerageren. Op basis het uitgevoerde onderzoek, ervaring, de klimatologische omstandigheden en de literatuur wordt de woning en het voormalig kerkgebouw ongeschikt geacht als kraamverblijf. Aanwezigheid van kraamverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, laatvlieger en de ruige dwergvleermuis kan op basis van het reeds uitgevoerde onderzoek worden uitgesloten.

2.2.3 PAARVERBLIJFPLAATS/ZWERMPLAATSEN 2.2.3.1 GESCHIKTHEID WONINGEN, VOORMALIG KERKGEBOUW EN BOMEN: De woning en de voormalige kerk op de projectlocatie is geschikt als verblijfplaats voor gebouw bewonende vleermuizen, vanwege de aanwezigheid van geschikte openingen achter de betimmering of onder dakpannen. Daarnaast zijn er geschikte spleten aanwezig in de aanwezige bomen en onder de dakrand en losse loodflappen rond de kerktoren waar vleermuizen gebruik van kunnen maken. Rondom de woning en het voormalige kerkgebouw is weinig beschutting aanwezig van bosschages. Aan de voorzijde van het projectgebied zijn enkele struiken en bomen aanwezig. Deze staan op afstand van de bestaande bebouwing. Ook is er in de avonduren verlichting op enkele plekken rond de gebouwen aanwezig. Hierdoor is de locatie minder aantrekkelijk voor verblijfplaatsen van vleermuizen. 2.2.3.2 BEVINDINGEN VELDONDERZOEK Paarverblijfplaatsen zijn alleen goed vast te stellen van half augustus tot begin oktober. Tijdens de balts vliegen de mannetjes vaak roepend rond, veelal gebruiken ze hierbij vaste trajecten. Het is daardoor lastig de locatie van de paarverblijven te traceren. Soms wordt ook vanuit holten of kasten geroepen.

Gezien de locatie niet gebruikt wordt als zomerverblijf, kraamverblijf en winterverblijfplaats en de klimatologische omstandigheden en de verblijfplaatsen niet ideaal zijn door aanwezigheid van alternatieven in de directe omgeving, is het niet aannemelijk dat de woning en het voormalige kerkgebouw aan het Jufferswegje een specifieke functie heeft als paarverblijf. Ook de aanwezig bomen bevatten geen holtes die geschikt zijn als paarverblijf. Door aanvullend onderzoek uit te voeren in augustus 2024 zal dit nader moeten worden bevestigd. In geval er incidenteel in bepaalde jaren wel gebruik gemaakt wordt van deze locatie, dan is de omvang van een eventueel paarverblijf beperkt tot slechts enkele individuen gezien er slechts enkele kleine plekken potentieel geschikt zijn in het voormalige kerkgebouw.

2.2.4 WINTERVERBLIJFPLAATS 2.2.4.1 GESCHIKTHEID WONING, VOORMALIG KERKGEBOUW EN BOMEN: Volgens de kennisdocumenten mag er zekerheidshalve vanuit gegaan worden dat een plek die als zomerverblijfplaats in gebruik is, tevens ook als winterverblijf wordt gebruikt. De woning en het voormalige kerkgebouw op de onderzoek locatie is potentieel geschikt als verblijfplaats voor gebouw bewonende vleermuizen, vanwege de aanwezigheid van geschikte openingen achter de betimmering of onder dakpannen. Daarnaast zijn er geschikte spleten aanwezig in de bomen en onder de dakrand en losse loodflappen rond de kerktoren waar vleermuizen gebruik van kunnen maken. De woning is daardoor geschikt als winterverblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis en laatvlieger en de ruige dwergvleermuis. Van belang is dat de overwinteringslocatie overwegend vorstvrij is. Gewone dwergvleermuizen lijken een voorkeur te hebben voor gebouwen die langzaam op de buitentemperatuur reageren en kiezen vaak locaties als spouwmuren uit. De ruige dwergvleermuis relatief vaak wakker en kiest temperatuurgevoelige winterslaapplaatsen. Bij vorst zoeken ze dan vaak verwarmde huizen op. In de winter zoeken laatvliegers nauwe en relatief droge plaatsen op zoals spouwmuren, spleten en scheuren in zolders.

Het feit dat de woning wel bewoond wordt maar bestaat uit niet geïsoleerde muren met een niet geïsoleerd dak, zijn de potentieel geschikte verblijfplaatsen bij lage temperaturen niet vorstvrij. Dit betekent dat de functie als winterverblijf niet gunstig en beperkt is. De locatie is niet geschikt en in gebruik is als (massa) winterverblijf. Echter is niet uit te sluiten dat individuele dieren de locatie tijdens milde winters als winterverblijfplaats in gebruik zullen hebben.

9

2.2.4.2 BEVINDINGEN VELDBEZOEK Tijdens het veldonderzoek op 23 februari 2024 is geconstateerd dat de woning en het voormalige kerkgebouw geen functie heeft als winterverblijf voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en de laatvlieger. Er is een inspectie gedaan op zowel de zolder van de woning als de zolders van het voormalige kerkgebouw. Op geen van deze locaties zijn vleermuizen of sporen zoals uitwerpselen hiervan aangetroffen. Het voormalige kerkgebouw is destijds verbouwd naar partycentrum. Aan de binnenzijde zijn alle ruimtes goed afgewerkt en niet toegankelijk van buiten voor vleermuizen. Ook zijn er tijdens het onderzoek naar zomerverblijfplaatsen geen verblijfplaatsen aangetroffen waarvan gesteld kan worden dat deze ook in de winter in gebruik zullen zijn. Op basis van deze onderzoeksresultaten kan afwezigheid van winterverblijfplaatsen binnen het projectgebied worden uitgesloten.

2.2.3 FUNCTIES HUISMUS 2.2.3.1 NESTLOCATIES EN FUNCTIONELE LEEFOMGEVING . Op 23 februari, 2 en 13 mei en 4 en 14 juni is aanvullend onderzoek gedaan naar de functionele leefomgeving en nestlocaties van de huismus. Ter onderbouwing van de beoordeling van de aan- of afwezigheid van de huismus moet sprake zijn van een representatief onderzoek dat is uitgevoerd onder de juiste condities, door de juiste deskundigen en met de juiste inspanning in relatie tot de kenmerken van het betreffende onderzoeksgebied. De veldonderzoeken die reeds zijn uitgevoerd voor het huismussen onderzoek zijn weergegeven in tabel 1. Het onderzoek is uitgevoerd overeenkomstig het Kennisdocument Huismus Passer domesticus Versie 2.1, februari 2023. Tijdens uitvoering van het onderzoek is gebruik gemaakt van de warmtebeeldcamera HIKMICRO FH32 en verrekijker. Doormiddel van inventarisatie moet in beeld gebracht worden of er in het plangebied (en directe omgeving) nestplaatsen aanwezig zijn en of functioneel leefgebied aanwezig is voor de huismus. Voor de functionele leefomgeving van de huismus is het is noodzakelijk dat in beeld wordt gebracht waar welke elementen van de functionele leefomgeving zich bevinden. Hiertoe behoren vooral de plekken waar gefoerageerd en geslapen wordt, zoals struiken, hagen, klimop en kruidenrijke vegetaties. Het slapen kan gedurende het jaar op wisselende plekken gebeuren.

Ook de plekken waar gedronken of gebaad kan worden of waar een stofbad genomen kan worden, behoren hiertoe. Daarnaast dient er onderzoek te worden gedaan naar nestlocaties middels nest indicatieve waarnemingen en waarnemingen van potentieel broedbiotoop. 2.2.3.2 BEVINDINGEN VELDBEZOEK Tijdens de uitvoering van het onderzoek zijn elementen in beeld gebracht die onderdeel kunnen uitmaken van de functionele leefomgeving van de huismus. Het projectgebied omvat slechts enkele elementen die bestaan uit hagen van de leylandii conifeer. De hagen zijn voor huismussen geschikt biotoop om te foerageren en als vluchtplaats bij aanvallen van bijvoorbeeld sperwer of als slaap of nestlocatie van de huismus. Deze elementen bevinden zich specifiek aan de randen van het projectgebied (zie kaart 3).

Kaart 3: Elementen die potentieel onderdeel uitmaken van de functionele leefomgeving van de huismus.

In de directe omgeving rondom de woning en de voormalige kerk zijn geen andere elementen waaronder drinkplekken of locaties voor een stofbad aangetroffen. Alle bosschages zijn namelijk verwijderd en de verharding rondom de bestaande gebouwen bestaat uit grind. Slechts enkele kleine en lage struiken zijn nog in het projectgebied aanwezig die als schuilmogelijkheid kunnen dienen. Ook zijn tijdens het onderzoek geen locaties van vaste slaapplaatsen vastgesteld. Door de beperkte aanwezige elementen binnen het projectgebied, wordt het projectgebied niet geschikt geacht als onderdeel van het functioneel leefgebied van de huismus.

10

Tijdens de momenten van onderzoek is eveneens gekeken naar de aanwezigheid van nesten onder dakgoten of andere spleten in de woning en het voormalige kerkgebouw. Er zijn geen nesten of nestlocaties aangetroffen tijdens het onderzoek. Ook zijn tijdens de drie onderzoek momenten in het broedseizoen geen huismussen in en direct grenzend aan het projectgebied aangetroffen. De voorgenomen activiteiten hebben geen gevolgen voor aanwezige hagen. Deze blijven in stand. Er zijn tijdens de onderzoek momenten eveneens geen nest indicatieve waarnemingen gedaan van zingende huismussen wat mogelijk kan duiden op een potentieel broedbiotoop. Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden geconcludeerd dat de huismus geen gebruik maakt van de te slopen woning en voormalige kerkgebouw en de bomen binnen het projectgebied. Aanwezigheid van nestlocaties van de huismus binnen het projectgebied kan worden uitgesloten.

Foto 8: aanwezige haag leylandii conifeer.

Foto 9: aanwezigheid lage struiken

2.2.4 FUNCTIES GIERZWALUW Op 4 en 14 juni is aanvullend onderzoek gedaan naar nestlocaties van de gierzwaluw. Ter onderbouwing van de beoordeling van de aan- of afwezigheid van de gierzwaluw moet sprake zijn van een representatief onderzoek dat is uitgevoerd onder de juiste condities, door de juiste deskundigen en met de juiste inspanning in relatie tot de kenmerken van het betreffende onderzoeksgebied. De veldonderzoeken die reeds zijn uitgevoerd voor het gierzwaluw onderzoek zijn weergegeven in tabel 1. Het onderzoek is uitgevoerd overeenkomstig het Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus Versie 2.0, juli 2023. Tijdens uitvoering van het onderzoek is gebruik gemaakt van de warmtebeeldcamera HIKMICRO FH32 en verrekijker. De gierzwaluw broedt in Nederland vooral in steden en dorpen waar genesteld wordt onder dakpannen, in spleten van muren, in spouwmuren, in/op muren achter dakgoten, achter spleten bij regenpijpen, in dakgootbekisting en in het algemeen achter smalle gaten waarachter zich een ruimte bevindt. Tijdens de momenten van onderzoek is gekeken naar de aanwezigheid van kieren of andere spleten in de woning en het voormalige kerkgebouw die geschikt zijn als nestlocatie van de gierzwaluw. De woning heeft geen potentieel geschikte nestlocaties. De voormalig kerk heeft wel enkele locaties die in potentie geschikt zijn als nestlocatie voor de gierzwaluw.

In voormalige kerk betreft het spleten in de dakpannen en enkele spleten bij regenpijpen of dakgoot. De afwezigheid van broedende gierzwaluwen kan voldoende aannemelijk gemaakt worden als er geen waarnemingen zijn verricht die duiden op de aanwezigheid van een nest: • tijdens onderzoek in de periode 1 juni – 15 juli; • door minimaal 3 inventarisatiemomenten waarbij het eerste en laatste moment een tussenliggende periode heeft van minimaal 10 dagen. Het vergt maatwerk om te bepalen of bij grote projecten een hogere onderzoeksinspanning nodig is; • waarvan minimaal één inventarisatie vóór 1 juli wordt uitgevoerd en één inventarisatie na 1 juli (in verband met spreiding tijdens het broedseizoen en het waarnemen van mogelijke nieuwe broedpaartjes); • tijdens een onderzoeksinspanning van 2 uur gedurende 1,5 uur voor zonsondergang tot een half uur na zonsondergang (zodat de laatste voedervluchten meegepakt worden); en • tijdens gunstige weersomstandigheden (droog, weinig wind). De trefkans op gierzwaluwen wordt nadelig beïnvloed bij een windkracht hoger dan windkracht 3 en/of bij nat weer. Tijdens uitvoering van de reeds twee uitgevoerde onderzoek momenten zijn geen nesten of nestlocaties aangetroffen. Tijdens de onderzoeken zijn tweemaal 4 gierende gierzwaluwen aangetroffen op circa 75 tot 100 meter van het projectgebied.

Binnen het projectgebied zijn wel enkele foeragerende exemplaren boven het projectgebied waargenomen. Op basis van de voorlopige onderzoeksresultaten kan worden geconcludeerd dat de gierzwaluw geen gebruik maakt van de te slopen woning en voormalige kerkgebouw en de bomen binnen het projectgebied. Aanwezigheid van nestlocaties van de gierzwaluw binnen het projectgebied kan naar verwachting worden uitgesloten. Op 10 juli zal een laatste veldbezoek worden uitgevoerd.

11

Kaart 4: locatie aangetroffen gierende gierzwaluwen

2.2.5 ALGEMENE BROEDVOGELS (NESTEN) In het projectgebied kunnen algemene broedvogels voorkomen en tot broeden overgaan. Op 2 , 13 en 28 mei en 14 juni is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van nesten binnen het projectgebied. Tijdens uitvoering van het onderzoek zijn verschillende soorten algemene broedvogels binnen het projectgebied gezien. Tijdens het onderzoek zijn de witte kwikstaart, houtduif, zwarte kraai, merel, spreeuw, tjiftjaf, vink, turkse tortel en koolmees foeragerend en overvliegend gezien in het projectgebied. Binnen het projectgebied is slechts één enkele waarneming gedaan van een broedende merel. De merel heeft gebroed in de Leylandii haag ten zuiden van het projectgebied. Tijdens het veldbezoek van 13 mei zijn een merel met jongen aangetroffen wat er op duid dat de jongen inmiddels zijn uitgevlogen. Bij uitvoering van voorgenomen activiteit binnen het broedseizoen (maart – augustus) kunnen overtredingen van de Omgevingswet niet op voorhand worden uitgesloten. Om overtredingen van de Omgevingswet te voorkomen en te voldoen aan de algemene en specifieke zorgplicht, is het aan te bevelen de werkzaamheden buiten het broedseizoen van vogels (globaal maart t/m augustus) uit te voeren. De vermelde periode is niet leidend, elk broedgeval is beschermd. Ook broedgevallen buiten deze periode mogen niet verstoord worden.

Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen plaats moeten vinden, dient een aanvullende inspectie op broedvogels door een ecoloog te worden uitgevoerd om overtredingen te voorkomen.

3. CONCLUSIE VOORLOPIGE RESULTATEN VELDONDERZOEK Op basis van de voorlopige onderzoeksresultaten kan worden geconcludeerd dat de woning en de voormalige kerk aan het Jufferswegje 31 – 33 te Kapelle Biezelinge geen functie heeft als zomer- , kraam en winterverblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en de laatvlieger. Ook is aannemelijk op basis van expert judgement dat de locatie geen functie heeft als paarverblijf en zwermplaats. Nader onderzoek in augustus 2024 zal dit nog moeten bevestigen. Op basis van de voorlopige onderzoeksresultaten ten aanzien van de huismus, kan geconcludeerd worden dat het projectgebied geen wezenlijk onderdeel is van het functioneel leefgebied van de huismus. Er zijn geen nesten van de huismus aangetroffen. Hierdoor kan aanwezigheid van de huismus binnen het projectgebied worden uitgesloten. Voor de gierzwaluw kan op basis van de voorlopige onderzoeksresultaten worden geconcludeerd dat er geen nestlocaties binnen het plangebied aanwezig zijn. Ook van de gierzwaluw kan aanwezigheid binnen het projectgebied worden uitgesloten.

12

4. MAATREGELEN. De bescherming van soorten in het wild wordt in de Omgevingswet geregeld in afdeling 11.2 van het Bal. Activiteiten met betrekking tot dieren of planten in het wild. Activiteiten met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten worden een floraen fauna-activiteit genoemd. Voor alle in Nederland voorkomende soorten geldt de zorgplicht artikel 1.6 Omgevingswet. Deze plicht houdt in dat een ieder voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving draagt. Deze plicht houdt in dat een ieder die een activiteit verricht die nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving kan hebben: • • •

Alle maatregelen neemt die redelijkerwijs verwacht kunnen worden om die gevolgen te voorkomen; Wanneer die gevolgen niet voorkomen kunnen worden, die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; Als die gevolge onvoldoende kunnen worden beperkt, de activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem gevraagd kan worden.

Voor flora- en fauna-activiteiten geldt daarnaast net als voor N2000-activititeiten een specifieke zorgplicht. Uit deze zorgplicht volgt dat er nadelige gevolgen voor flora of fauna voorkomen worden of dat noodzakelijke maatregelen getroffen worden. De Specifieke Zorgplicht artikel 11.27 Besluit activiteiten leefomgeving houdt voor flora- en fauna-activiteiten in elk geval in dat: •

•

• • • •

Voorafgaand aan de activiteit wordt nagegaan of van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels, dus geen trekvogels, voorkomen en/of van nature in Nederland in het wild levende planten of dieren zoals genoemd in bijlage II, IV en V bij de Habitatrichtlijn voorkomen en/of dieren of planten genoemd in bijlage IX of in de rode lijst voorkomen en of voor al deze soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijk habitats aanwezig zijn. Wanneer een van de genoemde soorten (mogelijk) aanwezig is, wordt vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dieren van die soorten, hun nesten, hun voorplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren of voor planten van die soorten. Wanneer die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten wordt nagegaan welke gevolge de activiteit kan hebben voor de aanwezige soort of hun leefgebied of habitat. Alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om die nadelige gevolgen te voorkomen. Tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben. Het verrichten van de activiteit wordt gestaakt als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen of wanneer het staken van de activiteit niet meer voorkomen kan worden, worden passende herstelmaatregelen getroffen.

Om invulling te geven aan de algemene en specifieke zorgplicht worden de volgende maatregelen geadviseerd:

4.1 ALGEMENE BROEDVOGELS Maatregel 1: Verricht de activiteiten buiten het broedseizoen van de aanwezige soorten. Op basis van het veldonderzoek waarin we op aanwezige vogelsoorten hebben gelet verwachten wij dat de broedperiode loopt van half maart t/m 1 augustus. Maatregel 2: Maximaal 1 dag vóór de start van nieuwe werkzaamheden of werkzaamheden op een locatie waar gedurende het broedseizoen voor 5 opvolgende dagen geen activiteiten plaats hebben gevonden, vindt er een vrijgave door een ecologisch deskundige plaats waarin het plangebied en de directe omgeving geschouwd worden op broedgevallen en de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten. • Indien er broedgevallen aanwezig zijn, bepaalt de ecologisch deskundige welke vervolgstappen er nodig zijn (zoals welke verstoringsafstand er minimaal aangehouden dient te worden). Daarbij dient rekening te worden gehouden dat nesten mogen nooit opzettelijk verstoord, beschadigd, vernietig of weggenomen/verplaatst worden. • De ecologisch deskundige bepaalt middels aanvullende vrijgave wanneer het nest verlaten is en aanvullende maatregelen komen te vervallen.

•

Indien jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn, bepaalt de ecologisch deskundige of/welke aanvullende maatregelen en/of vervolgstappen nodig zijn.

13

4.2 VLEERMUIZEN Maatregel 3: Het is aan te bevelen geen gebruik te maken van aanvullende, nachtelijke verlichting tijdens de actieve periode van vleermuizen (april t/m oktober). Indien aanvullende nachtelijke verlichting in deze periode noodzakelijk is, dient gebruik te worden gemaakt van vleermuisvriendelijke, amberkleurige verlichting en / of richtarmaturen die straling naar de omgeving voorkomen.

4.3 OVERIGE SOORTEN ALGEMENE AMFIBIEËN EN ZOOGDIEREN Maatregel 4: Tijdens grondverzet kunnen er mogelijk individuen van de algemene amfibieën en zoogdieren worden gedood. De werkzaamheden dienen, richting te handhaven groen, in één richting te worden uitgevoerd waardoor aanwezige fauna voor de werkzaamheden uit kunnen vluchten.

5. IS VOOR VOORGENOMEN ACTIVITEITEN (SLOOP) EEN VERGUNNING NODIG? Op basis van de voorlopige onderzoekresultaten is gebleken de voorgenomen activiteiten (sloop) niet leiden tot verstoring en een effect op de verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en de laatvlieger. Eveneens zullen de voorgenomen activiteiten niet leiden tot vernielen van nesten of afbreuk doen aan de functionele leefomgeving van de huismus en de gierzwaluw. In geval de activiteiten zullen plaatsvinden buiten het broedseizoen zal ook voor overige broedvogels geen effecten zijn te verwachten. In dit geval is er dan ook geen sprake van overtreding van artikel 11.37 (Vogelrichtlijnsoorten), artikel 11.46 (Habitatrichtlijn soorten) of artikel 11.54 (Andere soorten) van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Ook zal met inachtneming van de voorgeschreven preventieve maatregelen uit de ecologische quickscan en het aanvullend onderzoek aan de algemene en specifieke zorgplicht overeenkomstig artikel 1.6 t/m 1.8 Omgevingswet en artikel 11.27 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) worden voldaan.

Hiermee kan worden geconcludeerd dat op basis van de voorlopige onderzoeksresultaten er geen vergunning Omgevingswet onderdeel natuur nodig is voor het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten (sloop van de woning en het voormalige kerkgebouw) aan de Jufferswegje 31 en 33 te Kapelle Biezelinge.

6. IS HET AANNEMELIJK DAT VERGUNNING VOOR VOORGENOMEN WERKZAAMHEDEN (SLOOP) KAN WORDEN VERLEEND? Voor vaststelling van het bestemmingsplan dient aannemelijk te worden gemaakt of voor voorgenomen activiteiten, in dit geval sloop van de bestaande woning en het voormalig kerkgebouw aan het Jufferswegje te Kapelle-Biezelinge, vergunning kan worden verleend, teneinde de uitvoerbaarheid van het project aan te tonen. Op basis van de voorlopige onderzoeksresultaten worden geen overtredingen van de Omgevingswet onderdeel Natuur voorzien. Middels het opvolgen van de voorgeschreven preventieve maatregelen zal eventuele verstoring gedurende de werkzaamheden tot een minimum worden beperkt. Een vergunning Omgevingswet onderdeel natuur is op basis van de huidige onderzoeksresultaten niet noodzakelijk. In geval er tijdens de nog uit te voeren veldbezoeken alsnog beschermde soorten worden aangetroffen, dan zal dit naar verwachting gaan om slechts enkele individuen van de gewone dwergvleermuis of de gierzwaluw. Aantreffen van enkele individuen zal de uitvoerbaarheid van het project niet belemmeren. De verwachting is dat in dat geval na toepassing van enkele mitigerende maatregelen alsnog vergunning kan worden verleend en het project nog steeds uitvoerbaar is.

7. CONCLUSIE: Nu op basis van de voorlopige onderzoeksresultaten kan worden gesteld dat het aannemelijk is dat geen sprake is van een mogelijke overtredingen Omgevingswet onderdeel Natuur door de voorgenomen activiteit, is er geen vergunning Omgevingswet onderdeel Natuur noodzakelijk voor de sloop van de woning en voormalige kerk en partycentrum aan de Juffertjesweg 31 en 33 te Kapelle Biezelinge. Dit betekent dit dat het plan vanuit ecologisch oogpunt uitvoerbaar is. De Omgevingswet staat daarmee de beoogde ontwikkeling en de vaststelling van het Omgevingsplan/bestemmingsplan niet in de weg.

14

8. BRONNEN • • • • • •

Overheid.nl – Omgevingswet (Ow) Overheid.nl – Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Vleermuis.net Floron verspreidingsatlas Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus Versie 1.0, juli 2017 Kennisdocument Huismus Passer domesticus 2.1 februari 2023

• •

Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus 2.0 juli 2023

• • • • • •

Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii Versie 1.0, juli 2017 Minlnv.nederlandsesoorten.nl NDFF verspreidingsatlas Netwerk Groene Bureaus, Vleermuisprotocol 2021 Waarneming.nl Zoogdiervereniging.nl Juridisch Kader behorende bij Kennisdocumenten Soortenbescherming Versie 2.0, januair 2024

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14523133/1