2024-45a D24.310173 ontwerpbestemmingsplan zonder bijlagen ontwerpbestemmingsplan zonder bijlagen
Tekst van het document
bestemmingsplan
Jufferswegje 31-33 Kapelle
DATUM IMRO IDN
1 december 2023 NL.IMRO.0678.kapbiezHZ021-OW01
PROJECT PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
20230373
AUTEUR STATUS
ontwerp
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Ligging plangebied
6
1.3
Geldend bestemmingsplan
7
1.4
Opzet van de toelichting
8
Hoofdstuk 2
Projectbeschrijving
9
2.1
Huidige situatie plangebied en directe omgeving
9
2.2
Beoogde ontwikkeling
10
Hoofdstuk 3
Beleidskader
14
3.1
Rijksbeleid
14
3.2
Provinciaal beleid
18
3.3
Regionaal beleid
20
3.4
Gemeentelijk beleid
22
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
25
4.1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
25
4.2
Watertoets
25
4.3
Ecologie
26
4.4
Cultuurhistorie en archeologie
30
4.5
Bodem- en grondwaterkwaliteit
34
4.6
Verkeer en parkeren
35
4.7
Bedrijven en milieuhinder
38
4.8
Geluid
39
4.9
Luchtkwaliteit
40
4.10
Externe veiligheid
41
4.11
Duurzaamheid
45
4.12
Kabels en leidingen
47
4.13
Omgevingsdialoog
47
Toelichting op de juridische regeling
49
5.1
Wettelijk kader
49
5.2
Opzet van de bestemmingsregeling
49
Hoofdstuk 5
3/51
5.3
Gehanteerde bestemmingen
50
Uitvoerbaarheid
51
6.1
Economische uitvoerbaarheid
51
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
51
Hoofdstuk 6
4/51
Toelichting
5/51
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan het Jufferswegje 31 - 33 in Biezelinge is, in de voormalige kerk van de Gereformeerde Gemeente, het zalencentrum De Heyzon gevestigd. Dit zalencentrum heeft in 2022 haar activiteiten beëindigd waarna de panden zijn verkocht. De nieuwe eigenaar wil op deze locatie in 2 bouwvolumes in totaal 22 appartementen realiseren. In het geldende bestemmingsplan 'Kapelle - Biezelinge' heeft de locatie de bestemmingen 'Horeca' en 'Waarde-Archeologie 1'. De beoogde ontwikkeling past niet binnen de bestemming 'Horeca'. Om de gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken is in overleg tussen initiatiefnemer en gemeente gekozen voor een nieuw bestemmingsplan De gemeente Kapelle heeft aangegeven medewerking te willen verlenen aan het opstellen van een nieuw juridisch-planologisch kader voor de locatie. Dit bestemmingsplan voorziet hierin.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt in het noordoosten van Biezelinge in de gemeente Kapelle. De locatie ligt in de bocht van het Jufferswegje. Aan de west- en zuidzijde grenst het plangebied aan de kern van Biezelinge waar woningen aanwezig zijn. Aan de noord- en oostzijde grenst het plangebied aan het Jufferswegje. Ten oosten liggen enkele woningen, ten noorden liggen agrarische percelen. De ligging van het plangebied is op figuur 1.1 weergegeven.
6/51
Figuur 1.1 Ligging plangebied Biezelinge (Bron: Google Maps)
1.3
Geldend bestemmingsplan
Het geldende bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied is het op 9 februari 2010 vastgestelde bestemmingsplan 'Kapelle - Biezelinge'. Het plangebied heeft hierin de bestemming 'Horeca' met de aanduiding 'horeca tot en met categorie 2'. Daarnaast geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 1'. De gronden met de bestemming 'Horeca' en de aanduiding 'horeca tot en met categorie 2' zijn bestemd voor horecabedrijven tot en met categorie 2 van de Staat van Horeca-activiteiten, wonen in een woning en bij de bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. Op het perceel ligt een bouwvlak waar de maximale goothoogte 6 meter (ter plaatse van de huidige kerktoren maximaal 17 meter) en het maximum bebouwingspercentage maximaal 50% van het terrein bedraagt. Gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 1' zijn tevens bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Volgens het archeologiebeleid van de gemeente Kapelle geldt voor de locatie een hoge archeologische verwachtingswaarde. De vrijstellingsgrenzen voor archeologisch onderzoek zijn - in afwijking van het geldende bestemmingsplan - bodemverstorende activiteiten tot 250 m2 in oppervlak en 40 cm diep. Tenslotte ligt het hele plangebied in de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' die afkomstig is van industrieterrein 'Smokkelhoek'.
Met betrekking tot de 'geluidzone - industrie' geldt dat binnen deze zone geen nieuwe geluidgevoelige objecten toegestaan zijn.
7/51
Figuur 1.2 Plangebied en geldend bestemmingsplan (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
1.4
Opzet van de toelichting
De opzet van de plan toelichting is als volgt. In hoofdstuk 2 worden de huidige en beoogde situatie van het plangebied beschreven; In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader; In hoofdstuk 4 zijn de resultaten vermeld van de toetsing aan milieu- en overige aspecten; Hoofdstuk 5 bevat de juridische planbeschrijving; Hoofdstuk 6 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
8/51
Hoofdstuk 2
2.1
Projectbeschrijving
Huidige situatie plangebied en directe omgeving
Het plangebied (zie figuur 2.1) ligt aan de rand van de kern Biezelinge, tussen woningen en agrarische gronden. Het plangebied bestaat uit de kadastrale percelen F 1678 en F 1862, met een gezamenlijk oppervlak van 3.266 m2. Het plangebied wordt aan de noord- en oostzijde begrensd door Jufferswegje. De in- en uitritten van het perceel liggen in de uiterste noordwest- en zuidoostelijke hoek van het perceel en komen beide uit op het Jufferswegje.
figuur 2.1 Kadastrale begrenzing plangebied (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Op het perceel staan het restaurant en het zalencentrum De Heyzon. Het zalencentrum is gevestigd in het voormalige kerkgebouw van de Gereformeerde Kerk. Het pand dateert uit 1952 en is in 1997 omgebouwd tot feestlocatie en heeft een oppervlakte van 767 m². Het perceel is nagenoeg geheel verhard. Aan de voorzijde langs het Jufferswegje en aan weerszijden van het voormalige kerkgebouw zijn enkele groene borders met bomen aangelegd. Hier staat ook het terras van het restaurant (figuur 2.2).
9/51
Figuur 2.2 Aanzicht plangebied (vanuit oostzijde) (Bron: Google Streetview) Grenzend aan het perceel zijn woningen aanwezig. Dit zijn vooral vrijstaande woningen of twee onder één kap woningen. Ten (zuid)oosten van het perceel ligt bedrijventerrein Smokkelhoek. Dit bedrijventerrein is ontwikkeld voor lokale en regionale bedrijvigheid. De aanwezigheid van woningen, detailhandel, bedrijvigheid en agrarische grond maakt dit een gemengd gebied. Op circa 100 meter ten noorden van het plangebied ligt het treinspoor tussen Vlissingen en Roosendaal. Op circa 750 meter ten zuiden van het plangebied lopen de provinciale weg N289 en de rijksweg A58.
2.2
Beoogde ontwikkeling
Op het perceel worden na de sloop van de huidige bebouwing 2 losstaande appartementengebouwen van deels 3 en deels 4 woonlagen gerealiseerd. In het zogenoemde blok 1 (linker blok) worden in totaal 10 appartementen gerealiseerd, in blok 2 (rechter blok) in totaal 12 appartementen. De prijzen zullen variëren van net onder 300.000 euro tot maximaal 539.000 euro, afhankelijk van de grootte van het appartement. Hiermee wordt een variatie aan woningen aangeboden waarbij een deel ook tot de categorie 'betaalbaar' horen als bedoeld in de Zeeuwse woondeal. In het ontwerp van de appartementen zijn de balkons zodanig gesitueerd dat de inkijk bij de buren wordt geminimaliseerd. Aan de voorzijde van de 2 appartementenblokken wordt een groenstrook aangelegd. Parkeren vindt, net als in de huidige situatie, plaats aan de achterzijde en voor de ontsluiting wordt gebruik gemaakt van de 2 bestaande inritten op het Jufferswegje. In totaal worden 38 parkeerplaatsen aangelegd.
10/51
Figuur 2.3 Plattegrond (Bron: BuroSALT, 2023)
Figuur 2.4 Vooraanzichten (Bron: BuroSALT, 2023)
11/51
Figuur 2.5 Artist impression (Bron: BuroSALT, 2023) Blok 1 (links) Op de begane grond zijn in blok 1 bergingen, de entree met liftruimte en 3 driekamerappartementen ingetekend. Op de eerste verdieping 2 driekamerappartementen en 1 vierkamerappartement. Op de tweede verdieping 3 driekamerappartementen. Op de derde verdieping 1 tweekamerappartement. De appartementen op de begane grond krijgen elk een tuin, op de eerste en tweede verdieping een balkon en op de derde verdieping een ruim dakterras. Blok 2 (rechts) Op de begane grond zijn in blok 2 de entree met liftruimte, 2 tweekamerappartementen en 2 driekamerappartementen ingetekend. Op de eerste verdieping ook 2 tweekamerappartementen en 2 driekamerappartementen. Op de tweede verdieping 3 driekamerappartementen. Op de derde verdieping 1 tweekamerappartement. Ook in blok 2 krijgen de appartementen op de begane grond elk een tuin, op de eerste en tweede verdieping een balkon en op de derde verdieping een ruim dakterras. De exacte indeling van de 2 woongebouwen kan nog wijzigen. Het aantal appartementen zal echter niet groter zijn dan de nu ingetekende 22 en er zal dan dus ook geen negatief effect ontstaan voor het parkeren e.d.
12/51
Figuur 2.6 Groeninrichting
13/51
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Aan de hand van een toekomstperspectief 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is.
Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten; dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.
Voor dit project relevante nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving.
14/51
Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Keuzes De belangrijkste keuzes zijn: Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit. Ruimte voor overgang naar een circulaire economie. Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden. Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de fysieke leefomgeving. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. Toetsing en conclusie Het planvoornemen is op nationaal niveau dermate kleinschalig dat het geen invloed heeft op de nationale belangen. De Nationale Omgevingsvisie wordt gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau en heeft geen directe belangen die geborgd moeten worden ten aanzien van het plangebied en de beoogde ontwikkeling.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent een aantal nationale belangen zoals genoemd in de NOVI. Deze nationale belangen zijn: 1. Rijksvaarwegen; 2. Project Mainportontwikkeling Rotterdam; 3. Kustfundament; 4. Grote rivieren; 5. Waddenzee en waddengebied; 6. Defensie; 7. Hoofdwegen en landelijke spoorwegen; 8. Elektriciteitsvoorziening; 9. Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur); 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 14. Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Toetsing en conclusie Het planvoornemen raakt geen nationale belangen uit het Barro .
15/51
3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening en de ladder voor duurzame ontwikkeling In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, artikel 3.1.6 lid 2) is opgenomen dat bij een ruimtelijk plan, dat een nieuw stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen moet worden. De reden hiervoor is om een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte in Nederland te bevorderen. Een stedelijke ontwikkeling houdt in dat er nieuwe bebouwing wordt toegevoegd aan de huidige bebouwing. De ladder bestaat uit twee stappen: de eerste stap bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. De tweede stap omvat, indien de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Toetsing en conclusie De ladderonderbouwing is op basis van jurisprudentie pas nodig vanaf 12 woningen. Voorliggende ontwikkeling voorziet in 22 woningen. De locatie is op grond van het provinciaal beleid aangeduid als bestaand stedelijk gebied. De gemeente Kapelle maakt onderdeel uit van de woonregio De Bevelanden. De woningbouwopgave in de Bevelanden is afgestemd in de 'Woningmarktafspraken De Bevelanden 2020-2030 (mei 2020)', zie paragraaf 3.3.1.
In de 'Woonvisie De Bevelanden 2019-2023' en het nog te actualiseren Woonvisie, zie paragraaf 3.3.2, is de visie op het wonen in de regio beschreven. Deze visie is in de woningmarktafspraken vertaald naar uitgangspunten. De voor de behoefte relevante uitgangspunten zijn hierna beschreven. Algemeen Niet méér bouwen dan de behoefte. Uitsluitend producten die echt iets toevoegen; goede producten op goede plekken. Lokaal maatwerk, aansluiten bij DNA van de plek. Flexibiliteit in de plannen. Onderling bespreken en afstemmen aan de voorkant. Ruimtelijk Hoge dichtheid in de kernen, lage in het landschap. De kwaliteit van de woonomgeving is mede bepalend voor de beleving en de leefbaarheid van de inwoners. Hiervoor zet de regio de kleine kernen (waaronder Biezelinge) niet op slot. In principe binnen de kernen, bij voorzieningen: Uitbreiden is mogelijk indien inbreiden niet wenselijk of mogelijk is en er wel aantoonbaar behoefte is. In dit geval is sprake van inbreiden binnen de nieuwe woonwijk. Inzetten op “mooie woondorpen”: In de kleinere landelijke kernen staat de regio open voor kwalitatief goede initiatieven bij een aantoonbare behoefte en binnen de bebouwde kom. Het initiatief ligt binnen de bebouwde kom. Programmatisch Duurzaam, extra energiebesparende maatregelen.
16/51
Levensloop- en toekomstbestendig. Aandacht voor groen en water. Omvang voorraad sociale huurwoningen gelijk. Extra middenhuurwoningen. Meer hoogwaardige grondgebonden nultreden en semipermanente woningen. De regio hanteert de bandbreedte tussen twee bevolkings-/huishoudensprognoses van de Provincie Zeeland en Primos. Voor de periode 2020-2030 betekent dit een groei van 2.000 tot maximaal 3.300 huishoudens op De Bevelanden. De optelsom van alle harde en zachte plannen inclusief vervangende woningen, paste in mei 2020 binnen de bovengrens van de prognoses. In Kapelle was in mei 2020 harde plancapaciteit voor 221 woningen en zachte plancapaciteit voor 15 woningen (bron: woningmarktafspraken 2020-2030).
Figuur 3.1 Nieuwbouw- en herstructureringsprogramma De Bevelanden per gemeente in de periode 2020-2030 (Bron: Woningmarktafspraken De Bevelanden 2020-2030) Voorwaarde van de provincie is, dat plannen moeten passen in de regionale woningmarktafspraken. Dat zijn de Woningmarktafspraken De Bevelanden 2020-2030. Een exacte planning van aantallen per bouwlocatie is niet meer nodig. Er mag worden geschoven binnen de gemeentelijke planningslijst. Het gaat er uiteindelijk om dat de daadwerkelijke productie niet boven de 441 woningen komt in de periode 2020-2030. Zeeuwse Woondeal 2023-2030 In het eerste kwartaal van 2022 heeft het Rijk de Nationale Woon- en Bouwagenda uitgebracht, met als kerndoelen: beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit. Hierin stelt het Rijk dat er regionale woondeals moeten komen. In het voorjaar van 2022 heeft het Rijk aan de provincies gevraagd een Woonbod op te stellen om tot provinciale woningbouwafspraken te komen die vertaald worden in regionale woondeals. De provincie Zeeland heeft met de minister een handtekening gezet onder een totaal van 16.500 woningen in de periode t/m 2030. Hiervan moeten circa 5.500 (netto) woningen worden gerealiseerd in de regio Bevelanden. Gemeente Kapelle zet zich in voor realisatie van het aandeel van 700 woningen in de regionale opgave.
Uit de Woondeal blijkt verder dat de gemeente Kappele nog een beschikbare bruto plancapaciteit van 830 woningen. Met het Dashboard Ladderruimte wordt door de provincie inzicht gegeven in de woningbouwplannen van Zeeuwse gemeenten en in hoeverre deze plannen aansluiten op de behoefte. Uit dit dashboard blijkt dat er in de regio Bevelanden een woningbehoefte is van 4.931 woningen en nog een ladderruimte is van 4.863
17/51
woningen. Met dit bestemmingsplan worden 22 woningen extra mogelijk gemaakt. Conclusie Op de Bevelanden is behoefte aan het toevoegen van 4.931 woningen in de periode 2020-2030 en uit de Woondeal voldt dat binnen de gemeente Kapelle de ambitie bestaat om 700 woningen te realiseren. De bestaande harde plancapaciteit is hiervoor ontoereikend. Het toevoegen van 22 woningen aan de harde plancapaciteit past binnen de actuele regionale woningbouwafspraken. De ontwikkeling voldoet daarmee aan de ladder van duurzame verstedelijking.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Zeeuwse Omgevingsvisie De Zeeuwse Omgevingsvisie is een strategische langetermijnvisie voor Zeeland en beschrijft de uitdagingen voor de periode tot 2050, de Zeeuwse ambities voor 2050 en tussendoelen voor 2030. De Zeeuwse Omgevingsvisie beschrijft vier Zeeuwse Ambities voor 2050: 1. uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland; 2. balans in de grote wateren en het landelijk gebied; 3. een duurzame en innovatieve economie; 4. een klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland. In 2050 is er voor ieder een passende woning beschikbaar. In de omgeving van je huis kun je je veilig voelen. De verandering van de bevolkingssamenstelling en de noodzaak voor toegankelijke voorzieningen heeft tot vernieuwing van de Zeeuwse woningmarkt geleid. Hierbij is de noodzaak om barrières weg te nemen zodat alle Zeeuwen gemakkelijk deel kunnen nemen aan de samenleving. Hierbij draagt een schone, gezonde en veilige woonomgeving aan mee. Leefbaarheid is volgens de provincie een belangrijke voorwaarde voor een goed woon-, werk- en vestigingsklimaat. De bevolkingssamenstelling van Zeeland verandert door vergrijzing, ontgroening en krimp. Met het aanhouden van deze demografische ontwikkelingen komt op enig moment een ondergrens in zicht voor cruciale voorzieningen zoals scholen, (zorg)voorzieningen en culturele voorzieningen.
Een betaalbaar, bereikbaar en divers voorzieningenniveau en toekomstbestendig voorzieningenstelsel voor alle bewoners, toeristen en bedrijven is essentieel. Toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfsomgeving Woningvoorraad Sinds 2014 is er in Zeeland sprake van een stabiele tot licht groeiende bevolking. De Zeeuwse bevolking neemt naar verwachting de komende jaren nog geleidelijk toe tot bijna 400.000 in 2040 (bron: Provinciale bevolkings- en huishoudensprognose 2019). De groei is voornamelijk toe te schrijven aan de toestroom van nieuwe Zeeuwen. De vraag naar extra woningen neemt toe in steden en in goed bereikbare kernen met voorzieningen. Bundeling van voorzieningen in combinatie met een goede bereikbaarheid daarvan is een gezamenlijke uitdaging. Door de aanvullende woningbouw te concentreren in stedelijk gebied wordt niet alleen gebouwd waar de markt om
18/51
vraagt, maar wordt ook het draagvlak voor voorzieningen in de directe omgeving behouden. Daarnaast zal het nodig blijven om de woningbouw in dorpen te faciliteren, dit zal dan primair via herstructurering, inbreiding binnen de bestaande kern, vervangende nieuwbouw en het verleggen van bestaande plannen naar nieuwe kansrijke locaties moeten gebeuren. Bij woningbouw staan de ruimtelijke doelen van bundeling en zorgvuldig ruimtegebruik hoog op de agenda. Doel is om een samenhangende gebiedsgerichte aanpak van stedelijke gebieden mogelijk te maken. Het is van provinciaal belang dat Zeeuwse steden de sociaaleconomische motor blijven van de provincie. Wonen Door vergrijzing en ontgroening neemt het aantal gezinnen af en (oudere) alleenstaande huishoudens juist toe. Hierdoor neemt de behoefte aan woningen nabij voorzieningen in steden en centrumkernen toe. Woningbouwprojecten hebben een gemeentegrensoverschrijdende impact. Het omgevingsplan benadrukt dan ook het belang van regionale woningmarktafspraken. De regionale woningmarktafspraken zijn bedoeld om regionaal woningbouwbeleid vast te stellen en dienen mede als onderbouwing van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Toetsing De ontwikkeling bevat een woningbouwontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied, op korte afstand van voorzieningen. Het is een inbreidingslocatie in de kern Kapelle.
Daarmee wordt aangesloten bij het beleid van de provincie om aanvullende woningbouw te concentreren in stedelijk gebied. De ontwikkeling is opgenomen in de regionale woningmarktafspraken. 3.2.2 Provinciale Omgevingsverordening Zeeland Een aantal onderwerpen uit het Omgevingsplan is juridisch vertaald in de Provinciale Omgevingsverordening Zeeland. Voor woningbouw zijn in de omgevingsverordening alleen regels opgenomen voor kleinschalige woningbouw in het buitengebied. Verder zijn er algemene regels opgenomen die betrekking (kunnen) hebben op zowel het buitengebied als het bestaand stedelijk gebied. Een beperkt aantal regels heeft vooral betrekking op stedelijke functies. Daarvan is geen sprake. Van gemeenten wordt een bijdrage verwacht aan de uitvoering van de beleidsdoelen. Verder streeft de provincie naar realisering van beleidsdoelen met de inzet van andere instrumenten. Daartoe wordt verwezen naar de inhoud van het Omgevingsplan, Conclusie Het plan is niet in strijd met de omgevingsverordening. Het plangebied is niet gelegen binnen een zone waarvoor in de Provinciale Omgevingsverordening 2018 aanvullende regels zijn opgenomen, of waar provinciale belangen beschermd dienen te worden.
19/51
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regionale Woningmarktafspraken De regio De Bevelanden heeft regionale woningmarktafspraken opgesteld en opgenomen in de 'Woningmarktafspraken De Bevelanden 2020 - 2030' (mei 2020). In dit document zijn de volgende uitgangspunten opgenomen: Algemeen Niet méér bouwen dan de behoefte; Uitsluitend producten die echt iets toevoegen; goede producten op goede plekken; Lokaal maatwerk, aansluiten bij DNA van de plek; Flexibiliteit in de plannen; Onderling bespreken en afstemmen aan de voorkant. Ruimtelijk Hoge dichtheid in de kernen, lage in het landschap; In principe binnen de kernen, bij voorzieningen; Inbreiden voor uitbreiden; Vooral focus op kleine huishoudens in stad en dragende kernen; Inzetten op “mooie woondorpen”. Programmatisch Duurzaam, extra energiebesparende maatregelen; Levensloop- en toekomstbestendig; Aandacht voor groen en water; Omvang voorraad sociale huurwoningen gelijk; Extra middenhuurwoningen; Meer hoogwaardige grondgebonden nultreden en semipermanente woningen. Vanuit het afsprakenkader wordt ingezet op: 1. Realistische woningbouwproductie met ambitie. Binnen het programma wordt ruimte gecreëerd om in te kunnen spelen op de behoefte uit de markt. 2. De juiste kwaliteit, Product Markt Combinaties en woonmilieus. Er wordt gestreefd naar een optimale match tussen vraag en aanbod.
Toetsing en conclusie Met de bouw van de appartementen wordt voorzien in een variatie aan woningtypen, waaronder in ieder geval levensloopbestendige woningen. Dit woningtype is positief voor de doorstroming op de woningmarkt. Daarmee wordt invulling gegeven in een actuele woningbehoefte. De ontwikkeling sluit daarmee aan op de regionale woningmarktafspraken.
20/51
3.3.2 Regionale woonvisie Met de Regionale Woonvisie De Bevelanden 2019 - 2023 beogen de vijf Bevelandse gemeenten inzicht te geven in de gezamenlijke missie en ambities van de regiogemeenten op het gebied van het wonen (oktober 2019). De visie is een parapluvisie voor verdere uitwerking in lokaal beleid. De Regionale Woonvisie bevat de volgende missie: 'Wij willen een aantrekkelijke regio zijn waar men graag woont, met een regionaal passend, duurzaam en toekomstbestendig woningaanbod'. Vanuit deze missie zijn de volgende vijf ambities geformuleerd: 1. De Bevelanden zet in op een duurzame en toekomstbestendige woningvoorraad. De Bevelanden heeft forse ambities op het gebied van duurzaamheid. In de woningvoorraad kan nog veel energie bespaard worden. 2. De Bevelanden voor iedereen. De regio De Bevelanden wil een complete regio zijn, met een passend woningaanbod voor jong en oud, rijk en arm, kleine en grote huishoudens, met en zonder ondersteuning, permanent en tijdelijk. 3. De Bevelanden zet alleen in op nieuwbouw die echt iets toevoegt. De Bevelanden streeft naar evenwicht in vraag en aanbod op de woningmarkt. De verwachte huishoudensgroei is de belangrijkste onderlegger voor het regionale woningbouwprogramma. 4. De Bevelanden benut het bestaande. De Bevelanden streeft naar een toekomstbestendige woningvoorraad.
Dit betekent continu investeren in onderhoud, aanpasbaarheid en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Naast de focus op vastgoed zal er ook aandacht moeten zijn voor de aanpak van sociale problematiek en de kwaliteit van de openbare ruimte. 5. De Bevelanden zorgt. Regio De Bevelanden wil een zorgzame regio zijn, waar vraag en aanbod naar wonen met zorg in balans zijn, ook voor de meest kwetsbare groepen. Hierbij ziet de regio kansen voor innovatieve vormen van wonen met zorg die de diversiteit aan woonmilieus voor regionale woningmarkt als geheel zullen vergroten. Toetsing en conclusie De vijf Bevelandse gemeenten stellen samen een nieuwe regionale woon(zorg)visie op. Het document moet begin 2024 klaar zijn. Vanwege de vergrijzing ligt de nadruk in het toekomstplan nog meer op de combinatie van wonen en zorg. De woonzorgvisie sluit aan op de pas ondertekende Zeeuwse Woondeal. ‘Naast woningcorporaties en ontwikkelaars zijn ook zorgverleners en adviesraden belangrijke gesprekspartners in het proces. De ontwikkeling van de appartementen is naar aanleiding van de grote vraag naar dit woningtype (levensloop), de ontwikkeling geeft door de realisatie van 22 (levensloop)woningen invulling aan deze vraag. Dit is in overleg met gemeente gebeurd omdat is gebleken dat hier meer behoefte aan is dan aan andere woningtypen.
De ontwikkeling geeft daarmee invulling aan het beleid uit de Woonvisie en het toekomstig nog vast te stellen beleid.
21/51
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Gemeente Kapelle Structuurvisie 2012-2030 De gemeente Kapelle heeft de Structuurvisie 2012-2030 opgesteld. Met de Structuurvisie geeft de gemeente richting aan de gewenste toekomst van de gemeente. Behoud en versterking van de kernkwaliteiten staat voorop: een uitstekend woon- en leefklimaat; een prima voorzieningenniveau; voldoende werk in de gemeente; aantrekkelijk voor recreatie.
22/51
Figuur 3.1 Uitsnede structuurvisie gemeente Kapelle (Bron: Structuurvisie Kapelle 2012 - 2030) Net als in andere gemeenten in Zeeland speelt vergrijzing een rol. Vanuit de eigen woningbehoefte komt er meer vraag naar woningen voor ruime eenpersoonshuishoudens. Toetsing en conclusie In figuur 3.1 is te zien dat het plangebied en de omgeving is aangeduid voor behoud en versterking woon- en leefklimaat kernen. Met de realisatie van de beoogde appartementen wordt voorzien in een woningbehoefte (o.a. voor ruime eenpersoonshuishoudens). De toevoeging van woningen geven daarbij meer draagkracht voor het behoud van het voorzieningenniveau in Kapelle. De beoogde ontwikkeling past daarmee binnen de kernkwaliteiten van de structuurvisie. 3.4.2 Woonvisie gemeente Kapelle 2017+ In mei 2017 heeft de gemeente Kapelle een nieuwe woonvisie vastgesteld. In deze woonvisie benoemd de gemeente Kapelle belangrijke kansen en uitdaging die zij zien voor de Kapelse woningmarkt en ambities en koers op lange termijn. De woonvisie sluit aan bij de ambities zoals neergelegd in de Structuurvisie: behouden en versterken van wat Kapelle definieert, namelijk een aantrekkelijke woon- en leefomgeving. De uitvoeringsagenda bevat de prioriteitenstelling, te voeren beleid en instrumenten die de gemeente voorstelt voor de komende vijf jaar en een doorkijk naar tien jaar.
Naast het realiseren van kleinschalige nieuwbouw om op korte termijn aan de woningvraag te voldoen, richt het zich op verbetering van de bestaande woningvoorraad op de langere termijn. Toetsing en conclusie
23/51
De nieuwbouw voldoet op langere termijn aan het uitbreiden van de woningvoorraad en sluit kwalitatief gezien ook aan op de woningvoorraad. De ontwikkeling sluit aan bij de doelen uit de woonvisie. 3.4.3 Strategisch Kompas In het Strategisch Kompas van de gemeente Kapelle is de ambitie opgenomen dat het woningaanbod woonruimte biedt voor ‘iedereen’, waarbij het kenmerk van de gemeente is dat je er dorps woont in het groen. Door te streven naar een aantrekkelijk woonklimaat voor zowel jonge gezinnen als ouderen kiest de gemeente voor een actieve sturing op een evenwichtige bevolkingsopbouw met bijpassende woningen, verspreid over de kernen. Toetsing en conclusie Onderliggende ontwikkeling betreft een herstructurering om appartementen mogelijk te maken. De ontwikkeling sluit dan ook aan bij de kwalitatieve vraag naar woningen voor zowel jonge gezinnen als ouderen.
24/51
Hoofdstuk 4
4.1
Omgevingsaspecten
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerpfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing is als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing opgenomen.
Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Onderzoek In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op; een oppervlakte van 100 hectare of meer, of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de ontwikkeling van 22 woningen. De ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Alhoewel de beoogde ontwikkeling onder de drempelwaarde blijft is middels een m.e.r.-beoordelingsnotitie onderzocht of sprake is van belangrijke nadelige milieueffecten. De m.e.r.-beoordelingsnotitie is opgenomen in bijlage 9. Op basis van de aanmeldingsnotitie heeft het bevoegd gezag besloten dat het opstellen van een MER niet noodzakelijk is.
4.2
Watertoets
Toetsingskader Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Scheldestromen, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Ten behoeve van de beoogde ontwikkelingen is het
25/51
aanmeldformulier van het waterschap voor de watertoets ingevuld (zie bijlage 1). Dit aanmeldformulier wordt voorgelegd aan het waterschap. Toetsing en conclusie Uit het aanmeldformulier blijkt dat er geen belangrijke aandachtspunten voor de waterhuishouding zijn.
4.3
Ecologie
Toetsingskader Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht tot één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Wnb en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt beschermd door de Wro. Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een ruimtelijk plan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Soortenbescherming In het Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen:
26/51
soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldoen moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden.
De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bij de voorbereiding van de ruimtelijke onderbouwing moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. Uitwerking Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zeeland In de provincie Zeeland worden in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage IV bij deze verordening. Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, meerkikker, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. Onderzoek Gebiedsbescherming Natura 2000/Natuurbeschermingswet Het plangebied maakt geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura-2000. De afstand tot Natura 2000-gebieden bedraagt circa 1.700 meter. Dit betreft het Natura 2000-gebied 'Westerschelde & Seaftinghe'.
Op circa 1.800 meter bevindt zich het Natura 2000-gebied 'Yerseke en Kapelse Moer' (zie figuur 4.1). Gelet op deze afstand zal nieuwbouw van de appartementen geen effect hebben op dit gebied. De gevolgen voor verzuring en vermesting binnen Natura 2000-gebieden (als gevolg van stikstofdepositie) zijn niet op voorhand uit te sluiten daarom is onderzoek uitgevoerd naar de stikstofdepositie. De memo met uitgangspunten en uitkomst is opgenomen in bijlage 8. Uit berekeningen voor de gebruiksfase blijkt dat er geen sprake is van stikstofdeposities die hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j op Natura 2000-gebied.
27/51
Figuur 4.1 Ligging van de planlocatie (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (Bron: Atlas Leefomgeving) Natuurnetwerk Zeeland Het plangebied ligt niet in een gebied dat begrensd is in het kader van het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ). Het meest dichtstbijzijnde gebied wat deel uitmaakt van het NNZ ligt op ongeveer 620 meter. Dit is het gebied 'weeltje bij Biezelinge'. Op circa 680 meter bevindt zich het NNZ-gebied 'Kapelse bos'. De geplande activiteit ligt op geruime afstand van beide gebieden. De bouw en het gebruik van de appartementen heeft vanwege de afstand en de ligging geen negatief effect op de natuurwaarden van de gebieden die zijn begrensd in het kader van Natuurnetwerk Zeeland.
28/51
Figuur 4.2 Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Natuurnetwerk Zeeland (Bron: Atlas Leefomgeving) Soortenbescherming Voor de ontwikkeling is door adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen als bijlage 2. De quickscan stelt samengevat: De bebouwing en bomen met holtes in het plangebied bieden geschikte ruimtes voor verblijfplaatsen van vleermuizen. Tevens biedt de bebouwing geschikte ruimtes voor nestlocaties van de gierzwaluw en de huismus. In het plangebied kunnen algemene broedvogels voorkomen en tot broeden overgaan. In het plangebied kunnen algemene amfibieën en zoogdieren voorkomen. Tijdens de werkzaamheden kunnen nestlocaties van de gierzwaluw en huismus en verblijfplaatsen van vleermuizen verloren gaan en kunnen individuen worden gedood. Tijdens de werkzaamheden kunnen nesten van algemene broedvogels worden vernield en individuen van algemene amfibieën, broedvogels en zoogdieren worden gedood. Het is aan te bevelen nader onderzoek uit te laten voeren naar nestlocaties van de gierzwaluw en de huismus. Tevens dient er aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden naar verblijfplaatsen van vleermuizen. Het onderzoek naar vleermuizen dient te worden afgestemd op de verwachte aanwezigheid van de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en de ruige dwergvleermuis.
Er wordt aanbevolen om de werkzaamheden buiten het broedseizoen van vogels (globaal maart t/m augustus) plaats te laten vinden. Indien de werkzaamheden tijdens het broedseizoen van vogels plaatsvinden, kunnen broedgevallen worden verstoord. De vermelde periode is niet leidend, elk broedgeval is beschermd. Ook
29/51
broedgevallen buiten deze periode mogen niet verstoord worden. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen plaats moeten vinden, dient een aanvullende inspectie op broedvogels door een ecoloog te worden uitgevoerd om overtredingen te voorkomen. Om verstoring van passerende en foeragerende vleermuizen te voorkomen wordt het gebruik van nachtelijke verlichting afgeraden. De werkzaamheden dienen, bij grondverzet en richting te handhaven groen, in één richting te worden uitgevoerd waardoor aanwezige fauna voor de werkzaamheden uit kan vluchten. Conclusie Ten aanzien van het benodigde nader onderzoek naar de gierzwaluw, huismus en vleermuizen is in onderhavige bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Hiermee is de uitvoering ervan voldoende geborgd. Bij uitvoering van de werkzaamheden worden verdere aanbevelingen uit de ecologische quickscan in acht genomen. Het plangebied bevindt zich niet in de nabijheid van beschermde natuur. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden en delen van het NNN bevinden zich op voldoende afstand van het plangebied om directe effecten uit te sluiten. Indirecte nadelige effecten als gevolg van de geplande ontwikkeling op Natura 2000-gebieden kunnen op voorhand niet worden uitgesloten.
Doordat de geplande ontwikkeling kan leiden tot een (tijdelijke) toename in stikstofemissies, is er een berekening van de stikstofdepositie met behulp van de “AERIUS Calculator” benodigd om uitsluitsel te geven of de werkzaamheden een effect hebben op Natura 2000-gebieden. Er vinden mogelijk kapwerkzaamheden plaats. De houtopstanden in het plangebied bevinden zich binnen de bebouwde komgrenzen van de gemeente Kapelle. De bepalingen ten aanzien van houtopstanden uit de Wet natuurbescherming zijn dan ook niet van toepassing voor het kappen van de bomen. Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor onderhavig plan.
4.4
Cultuurhistorie en archeologie
4.4.1 Cultuurhistorie Bij cultuurhistorische waarden aangaande gebouwd erfgoed gaat het over de positieve waardering van bouwsporen, objecten, patronen, structuren die zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. In veel gevallen bepalen deze cultuurhistorische waarden de identiteit van een plek of gebied en bieden ze aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen. Deze cultuurhistorische elementen zijn niet allemaal als beschermd monument of gezicht aangewezen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we ons land beleven, inrichten en gebruiken. Onderzoek De cultuurhistorische waardevolle objecten zijn door de provincie aangegeven op de cultuurhistorische
30/51
waardenkaart. Op de uitsnede in figuur 4.3 is te zien dat er binnen het plangebied geen bouwhistorische objecten aanwezig zijn. Het huidige kerkgebouw binnen het plangebied dateert uit 1959 en bezit geen cultuurhistorische waarde. Uit het Monumenten Inventarisatie Project uit de jaren '90 van de vorige eeuw blijkt tevens dat het kerkgebouw niet is aangemerkt als beschermingswaardig. In de omliggende omgeving bevinden zich onder meer wel een rijksmonument en meerdere gebouwen die op de gemeentelijke monumentenlijst staan. Onderhavige ontwikkeling heeft geen invloed op deze cultuurhistorische waardevolle objecten.
Figuur 4.3 Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart met aanduiding ligging plangebied (rood omcirkeld) (Bron: Provincie Zeeland) Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 4.4.2 Archeologie Toetsingskader Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) zijn behoud en beheer van het bodemarchief integraal verankerd in de ruimtelijke werkprocessen van de gemeenten. Bij de vaststelling van een ruimtelijk plan moet met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, monumenten rekening worden gehouden. In het belang van de archeologische monumentenzorg
31/51
kan bij een ruimtelijk plan door het bevoegd gezag (in dit geval de gemeente) worden bepaald dat de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen of voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport dient te overleggen, waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende is vastgesteld. Op basis hiervan zijn vier verschillende archeologische verwachtingszones onderscheiden. De archeologische verwachtingszones zijn in het bestemmingsplan 'Kapelle - Biezelinge' vertaald naar twee archeologische dubbelbestemmingen. In de bouwregels van deze bestemmingen is bepaald dat er ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag worden gebouwd mits de betrokken archeologische waarden door de voorgenomen bouwactiviteiten niet worden geschaad. Hiervoor zal de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een archeologisch onderzoeksrapport moeten overleggen en is instemming van de archeologische deskundige vereist. Ook voor het uitvoeren van werkzaamheden die het bodemprofiel kunnen aantasten, is een vergunning met onderzoek en advies nodig. De dubbelbestemmingen verschillen van elkaar op het punt van de oppervlakte die is vrijgesteld van onderzoek.
Onderzoek In het bestemmingsplan 'Kapelle - Biezelinge' is voor het gehele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie - 1' opgenomen. In deze bestemming is bepaald dat archeologisch onderzoek en advies niet nodig zijn indien de oppervlakte van de bodemverstoring niet meer dan 100 m2 bedraagt of als het gaat om een bodemverstoring die niet dieper reikt dan 30 cm. Na vaststelling van het geldende bestemmingsplan heeft de gemeente Kapelle nieuw archeologiebeleid vastgesteld. Volgens dit beleid geldt voor deze locatie een hoge archeologische verwachtingswaarde. De vrijstellingsgrenzen voor archeologisch onderzoek zijn - in afwijking van het geldende bestemmingsplan - bodemverstorende activiteiten tot 250 m2 in oppervlak en 40 cm diep. De beoogde ontwikkeling overschrijdt beide normen. Hierdoor is een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Voor de ontwikkeling is door ARTEFACT een archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen als bijlage 3. Het onderzoek stelt samengevat: "In totaal werden vier verkennende boringen gezet ten behoeve van het huidige onderzoek. Op basis van deze boringen kan gesteld worden dat ter plaatse van het plangebied de resten van een Kreekrak- of Wormer-geul zijn vastgesteld. Deze restgeulafzettingen vertonen een sterke gelaagdheid van zandige lagen afgewisseld met sterk kleiig veen en enkele kleibandjes.
Naar boven toe is de geul verveend geraakt. De bovenzijde van dit pakket is later grotendeels geërodeerd door afzettingen van het Laagpakket van Walcheren. Enkel in het zuid(west)elijke deel lijkt de top van deze afzettingen intact te zijn. De afzettingen van het Laagpakket van Walcheren bestaan uit kwelder- en wadafzettingen, waarbij het sediment van de kwelderafzettingen naar boven toe verfijnt en er hoofdzakelijk kleiige afzettingen zijn aangetroffen. Aan de bovenzijde van het bodemprofiel bevindt zich een laag opgebrachte grond met op maaiveldniveau een verhardingslaag of laag met teelaarde. Aan de zuidzijde van het plangebied is tussen het opgebracht pakket bouwzand en de natuurlijke afzettingen van het Laagpakket van Walcheren een cultuurlaag vastgesteld. Op basis van de resultaten van het booronderzoek geldt voor het plangebied een lage archeologische verwachting op het aantreffen van vindplaatsen op het niveau van het Laagpakket van Walcheren. Wat betreft de dieper gelegen niveaus kan er gesteld worden dat de verwachting onbekend is. Op basis van het huidige
32/51
onderzoek is het niet geheel duidelijk of onder het Laagpakket van Walcheren nu afzettingen van het Hollandveen Laagpakket en het Laagpakket van Wormer zijn aangetroffen of dat er sprake is van afzettingen van de Kreekrak Formatie. Deze Formatie is nog slecht gekend in Nederland en verder onderzoek naar de afzettingen ervan is dan ook zeer wenselijk. Hoe meer er bekend wordt over deze Formatie, hoe beter de kans op het aantreffen van archeologische vindplaatsen in de toekomst ingeschat kan worden. Omdat in het kader van de huidige planvorming nog geen exacte gegevens met betrekking tot eventuele toekomstige verstoringen bekend zijn, wordt in het kader van de ruimtelijke onderbouwing, en op basis van de hierboven geschetste archeologische verwachting, het advies uitgebracht de vrijstellingsgrens van 0,40 m -mv aan te passen naar: Een vrijstelling tot een diepte van 1,43 m -NAP in de oranje zone op Advieskaart Figuur 26; Een vrijstelling tot een diepte van 2,03 m -NAP in de gele zone op Advieskaart Figuur 26." Ondanks dat er geen vervolgonderzoek wordt geadviseerd bij graafwerkzaamheden, is niettemin de kans aanwezig dat archeologische sporen en vondsten in de bodem aanwezig zijn en dat deze in de uitvoeringsfase van de graaf- en inrichtingswerkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke vondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht ex.
artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit 2016. Bij graafwerkzaamheden dient men dan ook attent te zijn op eventuele vondsten. Opdrachtgever verplicht de aannemers om attent te zijn op eventuele vondsten en/of sporen tijdens de werkzaamheden en verplicht hen archeologische vondsten direct te melden bij de bevoegde overheid." Archeologisch advies Eind oktober 2023 heeft het Oosterschelde Archeologisch Samenwerkingsverband een archeologisch advies opgesteld voor de betreffende locatie. Geadviseerd wordt om de archeologische dubbelbestemming te behouden en de vrijstellingsdiepte van 0,40 meter onder maaiveld aan te passen naar 1,43 meter onder NAP in de oranje zone en naar 2,03 meter onder NAP in de gele zone (zie figuur 4.4). Het archeologisch onderzoek is hierop aangepast.
33/51
Figuur 4.4 Advieskaart (Bron: Oosterschelde Archeologisch Samenwerkingsverband, 2023) Ook daar waar tijdens vooronderzoek geen behoudenswaardige archeologische waarden zijn aangetroffen, is er een kans dat archeologische sporen en vondsten in de bodem aanwezig zijn en dat deze in de uitvoeringsfase aan het licht komen. Voor dergelijke sporen en vondsten is er een wettelijke meldingsplicht ex. artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit 2016. Opdrachtgever verplicht de aannemers om attent te zijn op eventuele vondsten en sporen tijdens de werkzaamheden en deze direct te melden bij de bevoegde overheid. Conclusie Het aspect archeologie staat de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg. Wel dient rekening gehouden te worden met de conclusies uit het hiervoor genoemde rapport en een bouwplan conform dit advies gemaakt worden dan wel met nader onderzoek aangetoond worden dat de archeologische waarden in het plangebied die kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld en in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.
4.5
Bodem- en grondwaterkwaliteit
Toetsingskader Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de
34/51
desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe functies dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Ten behoeve van ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Toetsing In augustus 2023 is door MCG Zuidwest b.v. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is toegevoegd in bijlage 5 Het volgende is geconcludeerd: De locatie aan het Jufferswegje 33 in Kapelle betreft een verdachte locatie vanwege het langdurig menselijk gebruik. Aan de westgrens van de onderzoekslocatie is in het verleden een sterke verontreiniging met minerale oliën aangetroffen. De locatie is gelegen binnen een voormalig boomgaardengebied. Hier dient de verdachte laag aanvullend te worden onderzocht op bestrijdingsmiddelen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de zandlagen onder de verharding licht verontreinigd zijn. Ook de kleilagen onder de verharding zijn licht verontreinigd, In de ondergrond met sporen baksteen zijn geen gehalten boven de achtergrondwaarden aangetoond. De zandlagen van de ondergrond zijn niet verontreinigd met de onderzochte parameters.
In het grondwater zijn lichte verontreinigingen ten opzichte van de streefwaarde aangetroffen. De chemische bodemkwaliteit geeft op basis van de resultaten uit het bodemonderzoek geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkelingen. Geconcludeerd wordt dat nader onderzoek niet noodzakelijk is. Op basis van het onderzoek zijn er vanuit milieukundig oogpunt geen belemmeringen voor de voorgenomen functiewijziging. Op de locatie is een puinverharding aanwezig. In dit puin is mogelijk sprake van asbest. De mogelijke aanwezigheid van asbest kan worden aangetoond met een onderzoek conform de NEN 8597. Sprake kan zijn van een zogenaamde asbestweg waarvoor ILenT bevoegd gezag is. Grondafvoer moet voldoen aan de regels van het Besluit bodemkwaliteit. Conclusie De bodem wordt geschikt geacht voor de beoogde functiewijziging naar 'Wonen'.
4.6
Verkeer en parkeren
Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen plannen. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. De gemeente Kapelle heeft geen parkeerbeleid en daarom wordt de parkeerbehoefte berekend op basis van
35/51
parkeerkencijfers uit de meest actuele CROW-publicatie (publicatie 381). Op basis van kencijfers uit deze publicatie wordt tevens de verkeersgeneratie berekend. Voor het juiste kencijfer/parkeernorm wordt een ligging in de rest bebouwde kom gehanteerd, de gemeente Kapelle wordt op basis van adressendichtheid getypeerd als weinig stedelijk gebied (CBS). Verder wordt uitgegaan van het gemiddelde binnen de bandbreedte van het kencijfer/de parkeernorm. 4.6.1 Ontsluiting Gemotoriseerd verkeer De planontwikkeling ligt op een perceel wat als restaurant en zalencentrum in gebruik is aan het Jufferswegje in het noordoosten van Biezelinge. Vlakbij ligt bedrijventerrein Smokkelhoek. Het Jufferswegje is een erftoegangsweg met een uitstraling van een gebiedsontsluitingsweg waar een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Het Jufferswegje leidt in noordelijke richting via de Noordstraat en de spoorwegovergang naar Kapelle. In zuidelijke richting gaat het Jufferswegje over in de Abdijstraat en de Smokkelhoekweg richting de N289. De Abdijstraat en Smokkelhoekweg zijn ook erftoegangswegen met een uitstraling van een gebiedsontsluitingsweg waar een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. De N289 is provinciale weg en een belangrijke gebiedsontsluitingsweg (80 km/uur) om de rijksweg A58 en de kernen Schore en Hansweert te bereiken.
De bereikbaarheid van het plangebied voor gemotoriseerd verkeer is goed. Langzaam verkeer Fietsverkeer deelt op het Jufferswegje, de Abdijstraat en de Noordstraat de rijbaan met het gemotoriseerde verkeer. Langs de Smokkelhoekweg ligt een vrijliggend fietspad in twee richtingen. Langs het gebied van de beoogde ontwikkeling is een voetpad aanwezig. Openbaar vervoer Op circa 575 meter richting het westen van het plangebied ligt het NS station Kapelle-Bielezlinge. Op circa 90 meter afstand, ten noordwesten van het plangebied, bevindt zich de dichtstbijzijnde bushalte Biezelinge, Nieuwe Kerkstraat. 4.6.2 Parkeren Parkeerbehoefte De parkeerbehoefte van de ontwikkeling is berekend met kencijfers van het CROW-publicatie 381 en opgenomen in tabel 4.1. Voor de 16 drie- en vierkamerappartementen worden de kencijfers van de categorie "Koop, appartementen, midden" gehanteerd, voor de 6 tweekamerappartementen zijn de kencijfers van de categorie "koop, appartementen, goedkoop" gehanteerd. Als gebiedstype geldt "weinig stedelijk" en "rest bebouwde kom". Tabel 4.1 Parkeerbehoefte (normatief) planologische mogelijkheden Functietype Functie CROW aantal Norm Koop, appartement, Rest bebouwde 16 1,9 pp (aandeel midden kom, weinig bezoekers 0,3 pp) per stedelijk woning
36/51
Parkeerbehoefte 30,4 pp
Koop, appartement, goedkoop
Rest bebouwde kom, weinig stedelijk
6
1,3 pp (aandeel bezoekers 0,3 pp) per woning
Totaal
7,8 pp
38 pp
Parkeeraanbod Op het eigen terrein, aan de achterzijde van de woningen, worden 38 parkeerplaatsen gerealiseerd (figuur 2.1). Daarmee wordt in de behoefte voorzien. 4.6.3 Verkeersgeneratie en -afwikkeling Huidige situatie In de huidige situatie ligt op het plangebied horecabedrijf De Heyzon. Dit is een restaurant/ zalencentrum. Het bruto vloeroppervlak van het zalencentrum is 767 m2. Hiervoor wordt voor 50% aangesloten bij de kencijfers van congresgebouw en voor 50% bij de kencijfers voor restaurant, beide met een turnover van 1. Voor het zalencentrum betekent dit met een parkeerkencijfer van 8,5 pp/100m² een verkeersgeneratie van 17 mvt/100m². Voor het restaurant betekent dit met een parkeerkencijfer van 15 pp/100m² een verkeersgeneratie van 30 mvt/100m². Ook is in de huidige situatie één vrijstaande woning op het perceel aanwezig. In tabel 4.2 is de berekening verkeersgeneratie oude situatie uitgerekend. Tabel 4.2 Berekening verkeersgeneratie oude situatie functie programma Kencijfer CROW zalencentrum
383,5 m2
restaurant
383,5 m²
Koop, woning, vrijstaand Totaal
1
verkeersgeneratie weekdag 65,2 mvt/etmaal
17 mvt/etmaal per 100 m2 30,0 mvt/etmaal per 115,0 mvt/etmaal 100 m2 8,2 mvt/etmaal 8,2 mvt/etmaal 188,4 mvt/etmaal