2024-39c.4 D24.305176 1. Concept Programmabegroting 2025 1. Concept Programmabegroting 2025
Tekst van het document
Deze rapporten zijn bekend en gedeeld met de 13 gemeentelijke gebouwenbeheerders. Het is nu aan gemeenten samen met VRZ om dit op te pakken en daarmee de voorbeeldrol van maatschappelijk vastgoed in de energietransitie in te vullen. Onderhoudskosten brandweerposten (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel) Realisatie Begroting 2024 na 2023 1e wijziging Exploitatie 353.985 285.375
Programma begroting 2025 320.171
Gebruikersonderhoud brandweerposten
274.144
203.875
206.700
Tijdelijke verhoging onderhoudsbudget
0
0
29.171
Eigenaarsonderhoud Stadsgewest VlissingenMiddelburg1 Afschrijving kazerne Heinkenszand
79.841
81.500
83.000
0
0
1.300
Investeringsplan
40.581
136.620
388.600
Vervanging inventaris brandweerposten
30.960
30.000
30.600
Investeringsbijdrage kazerne Zierikzee
0
0
65.000
Inventaris kazerne Zierikzee
0
0
90.000
Investeringsbijdrage kazerne Goes-West
0
0
65.000
Inventaris kazerne Goes-West
0
0
78.000
Investeringsbijdrage kazerne Heinkenszand
0
32.500
0
9.621
59.400
0
Investeringsbijdrage kazerne Kloosterzande
0
0
0
Inventaris kazerne Kloosterzande
0
0
60.000
Energiebesparende maatregelen
0
14.720
0
394.566
389.495
708.771
Inventaris kazerne Heinkenszand
1Totaal
1
Na onderzoek is gebleken dat de Stadsgewestelijke Brandweer Middelburg-Vlissingen abusievelijk het volledige onderhoudsbudget, bedoeld voor zowel het eigenaarsonderhoud en het gebruikersonderhoud, heeft overgedragen aan VRZ. Afgesproken is dat voor het eigenaarsonderhoud jaarlijks tot een bedrag van € 68.000 (2013) in rekening gebracht mag worden bij VRZ. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.
24
1.2.2 Paragraaf Bedrijfsvoering In het meerjarenbeleidsprogramma 2022-2025 is een aantal thema’s opgenomen voor de ontwikkeling van de bedrijfsvoering. De thema’s zijn gestart en krijgen in 2025 een vervolg. Mens en organisatie Vanuit goed werkgeverschap willen we de thema’s diversiteit, inclusie, duurzame inzetbaarheid en vitaliteit nadrukkelijk deel uit laten maken van een ontwikkelgericht personeelsbeleid. Vanuit het landelijk netwerk veiligheidsregio’s worden tools ontwikkeld om eerdergenoemde thema’s lokaal uit te werken. Komende periode wordt een nieuw functiewaarderingssysteem HR21 geïmplementeerd. De kosten die hieruit voortkomen voor eventuele herinpassing van functies worden in de loop van 2024 zichtbaar. Energiekosten, inflatie en loonontwikkeling De stijging van de energiekosten als gevolg van de oorlog in de Oekraïne heeft in 2022 geleid tot overschrijding op de begrotingsbedragen voor gas- en elektriciteit en brandstof. Over het boekjaar 2022 is nog steeds niet voor alle kazernes een eindafrekening voor energie ontvangen. Hierdoor is het moeilijk een schatting te maken voor de toekomst. Voor 2025 hanteren we trend van de begroting 2024. De huidige cao loopt tot en met april 2024, derhalve is het nog niet bekend welke financiële impact de nieuwe cao heeft op de begroting 2025.
Huisvesting en duurzaamheid Onze medewerkers en vrijwilligers moeten in een veilige, duurzame en aantrekkelijke werkomgeving hun werk doen. Dat betekent dat de kwaliteit van huisvesting op orde moet zijn. Wij constateren dat in een groot aantal gevallen huisvesting niet meer voldoet aan de daaraan te stellen eisen en dat ons jaarlijks beschikbare budget hiervoor structureel tekortschiet. Concreet zijn op vier thema’s investeringen noodzakelijk: • Onderhoudsplanning. Onze gebouwen zijn verouderd en zorgen voor ons als gebruiker voor veel onderhoudskosten. Daarnaast voldoen ze niet aan een veilige en schone werkomgeving conform arbo-eisen. Om een beter in beeld te krijgen laten we onderzoek uitvoeren. Hierna bepalen we met het bestuur het ambitieniveau van het (gebruikers)onderhoud. Daarna wordt duidelijk wat dit betekent voor onze onderhoudskosten. • Duurzaamheid. In 2030 moeten we voldoen aan de landelijke opgave van 49% CO₂ reductie. Hiervoor willen wij een CO₂-ladder op te stellen om de effecten van onze inspanningen op dit terrein te volgen. Dat begint met het (laten) uitvoeren van een nulmeting. Daarnaast elektrificeren we ons wagenpark op een natuurlijk vervangingsmoment, waarvoor we nu de facilitaire infrastructuur met laadpalen realiseren. Gebouwaanpassingen voeren we in samenspraak met de gemeenten uit.
Deels komen deze kosten terecht bij de gemeenten als eigenaar van de gebouwen. • Bouwkundige omgeving. Om te kunnen blijven voldoen aan de eisen voor een aantrekkelijke en veilige werkomgeving voor medewerkers en vrijwilligers zijn inspanningen gewenst. Intern hebben wij gekeken naar de locaties en een lijst opgesteld van locaties die niet meer aan de hedendaagse bouwkundige eisen voldoen. Op basis van de gemaakte afspraken ligt de verantwoordelijkheid hiervoor bij verschillende gemeenten. In een extra bijeenkomst van het algemeen bestuur in februari 2024 wordt het onderwerp huisvesting in brede zin besproken. • De kantoorlocaties. We zijn nog aan het onderzoeken welke aanpassingen in de kantoren en kantoorinrichting nodig zijn om uitvoering te geven aan onze huisvestingsvisie. Door middel van een gap-analyse wordt in beeld gebracht wat het verschil is tussen de huidige en gewenste situatie. In 2024 met uitloop naar 2025 start op een experiment hiermee, waarbij flexibele
25
inrichting en aanpassingen aan het gebouw een aannemelijke uitkomst zijn. Deze ervaringen kunnen van invloed zijn op de andere kantoorlocaties. De mogelijke financiële vertaling zal in de begroting 2026 worden meegenomen. Informatiegestuurde organisatie In de huidige wereld, waarin technologische ontwikkelingen elkaar in snel tempo opvolgen, is een effectieve informatievoorziening essentieel. Het stelt ons in staat om te anticiperen op veranderingen, besluitvorming te faciliteren en onze processen verder te optimaliseren. De geambieerde transitie naar een informatiegestuurde organisatie vraagt onze informatievoorziening te versterken en de organisatie mee te nemen in tal van nieuwe processen en werkwijzen. De komende jaren bouwen we aan een solide en innovatieve informatievoorziening die de basis vormt voor de groei en ontwikkeling van onze organisatie en ons in staat stelt om veerkrachtig en succesvol te zijn in de digitale toekomst. Versterken van het informatielandschap De doorontwikkeling van de digitale omgeving wordt komende tijd steeds belangrijker. In 2024 en 2025 ontwikkelen we ons informatielandschap door. De belangrijkste ontwikkelingen zijn: • Vervanging Vakbekwaamheid Management systeem (VMS) Wij maken gebruik van een vakbekwaamheid-systeem om de bekwaamheid van onze operationele medewerkers effectief te registeren en te borgen.
De huidige leverancier gaat de doorontwikkeling van het product beëindigen, waardoor we genoodzaakt zijn een nieuw vakbekwaamheid-systeem te verwerven. • Transitie van documentgericht naar zaakgericht werken Komende jaren geven we de documentaire informatievoorziening verder vorm, zodat informatie efficiënt, vindbaar en volgens de juiste richtlijnen en normen wordt opgeslagen Om te zorgen dat informatie duurzaam digitaal toegankelijk blijft, is een aantal veranderingen in onze informatiehuishouding nodig. We gaan van documentgericht naar zaakgericht werken. Dit vraagt naast de implementatie van een nieuw document managementsysteem, procesafspraken, het opzetten van een kwaliteitssysteem en het creëren van bewustzijn bij medewerkers. • Doorontwikkeling van Business Intelligence (BI) Een sterke BI-voorziening is nodig in onze transitie naar een informatiegestuurde organisatie. De komende jaren ontwikkelen we ons datafundament, zodat steeds meer stuur- en verantwoordingsinformatie beschikbaar komt voor het maken van beleid en het realiseren van effectieve besluitvorming. Het verder ontwikkelen en breed beschikbaar en toepasbaar maken van BI vraagt de komend jaren een uitbreiding van het huidige licentiemodel. • Implementatie van Mobile Device Management (MDM) Veiligheidsregio’s zijn verplicht te voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheden (BIO).
De BIO schrijft MDM als belangrijke maatregel voor. De implementatie maakt het mogelijk dat we informatiedragers als telefoons, tablets en laptops centraal kunnen installeren, configureren, beheren en beveiligen. Beheer en exploitatie van MDM vraagt een extra structurele inspanning. Toetreding vitale infrastructuur Het ministerie van J&V heeft een voorgenomen besluit genomen om de Veiligheidsregio onderdeel te maken van de vitale infrastructuur. Toetreding kan grote consequenties hebben voor de gehele breedte van de organisatie. Voor de toetreding tot de vitale infrastructuur is het organiseren van 24/7 monitoring (SOC) en het borgen van incidentrespons (CERT) om de continuïteit van incidentbestrijding en crisisbeheersing te kunnen waarborgen noodzakelijk. Landelijk wordt vanuit het NIPV een sectorale SOC/CERT vormgegeven waarbij de regio’s naar verwachting vanaf 2025
26
kunnen aansluiten. De jaarlijkse kosten per regio worden geschat op circa € 300.000. Het is nog niet duidelijk of VRZ hiervoor vanuit het Rijk een financiële tegemoetkoming krijgt. Samenwerking In 2024 voeren we een verkenning uit naar de samenwerking tussen GGD Zeeland, RUD Zeeland en Veiligheidsregio Zeeland. In juli 2024 worden de uitkomsten ter besluitvorming aangeboden aan de algemeen besturen van de drie organisaties. Eventuele kosten zijn ten tijde van het opstellen van de programmabegroting 2025 nog niet inzichtelijk, dit is afhankelijk van de uitkomst en besluitvorming door de algemeen besturen. Rechtmatigheid Vanaf 2023 is het Dagelijks Bestuur wettelijk verplicht een rechtmatigheidsverantwoording af te geven in de jaarrekening. Dit stelt structureel extra rechtmatigheidseisen aan interne beheersing en met name aan de inrichting en toetsing hiervan. Vanuit beoordeling door de accountant is gebleken dat de beschikbare formatie om dit uit te voeren te minimaal is. Om in 2025 te kunnen blijven voldoen aan de extra eisen is structurele formatie-uitbreiding noodzakelijk en daarbij ook budget voor incidentele inhuur als het gaat om complexe onderwerpen.
1.2.3 Paragraaf Financiering Algemeen Het streven naar de optimale financiering van de gemeentelijke inkomsten en uitgaven (op korte en lange termijn) noemen we de treasury-functie. Om deze functie goed uit te voeren, kijken we naar de liquiditeitsontwikkeling van de gemeente en de renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt in Nederland. De treasury-functie voeren we uit binnen de normen van de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording), de Wet Fido (Wet Financiering Decentrale Overheden), de Wet HOF (Wet Houdbare Overheids Financiën) en het treasurystatuut. Het treasurybeleid van de VRZ is gericht op de ondersteuning van de uitvoerende werkzaamheden en heeft een risicomijdend en voorzichtig karakter. Uitgangspunten zijn: • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden; • Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. • De rentelasten van de leningen zoveel mogelijk beperken; • De risico’s die aan de financiële transacties zijn verbonden zoveel mogelijk te beheersen en beperken; het betreft het renterisico’s, koersrisico’s en het debiteuren-/crediteurenrisico; Uitzettingen In 2013 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF).
Deze wet bepaalt onder meer dat Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Daarmee worden de tekorten van gemeenten of provincies door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort, dat volgens de EU-regels niet meer dan 3% mag bedragen (zie 2.3.2 Geprognosticeerd EMU-saldo). Het wetsvoorstel verplicht alle decentrale overheden, dus ook VRZ, om hun overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Het (eventuele) positieve saldo op de bank wordt dagelijks afgeroomd door het ministerie van Financiën in het kader van ‘het schatkistbankieren’. Een decentrale overheid behoudt, op basis van de wet Fido, de mogelijkheid om
27
leningen te verstrekken en uitzettingen te verrichten uit hoofde van de publieke taak. Deelname aan schatkistbankieren verandert daar niets aan. Financiering Bij financiering gaat het om de vraag hoe we aan financiële en liquide middelen komen (door het aangaan van geldleningen). Om vooral de financieringsrisico’s te beperken staan in de Wet Fido twee instrumenten: de kasgeldlimiet en de rente risiconorm. Kortlopende schulden - kasgeldlimiet Om de renterisico’s op de kortlopende schulden te beheersen is in de wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. Deze bedraagt voor gemeenschappelijke regelingen maximaal 8,2% van het begrotingstotaal. Berekening kasgeldlimiet Omvang van de begroting op 1 januari 2025 Kasgeldlimiet in procenten van de omvang Kasgeldlimiet in bedrag Opgenomen (kasgeld)leningen < 1 jaar Ruimte
2025 € 45.897.721 8,20% € 3.763.613 €0 € 3.763.613
Langlopende schulden – renterisiconorm Om de renterisico's op de langlopende schuld te beheersen is in de wet Fido de renterisiconorm opgenomen. De renterisiconorm richt op het bedrag aan herfinanciering en het bedrag aan renteherziening. Deze bedraagt voor gemeenschappelijke regelingen maximaal 20% van het begrotingstotaal.
Leningnummer 40.110.820 40.110.839 40.111.707 40.110.883 40.110.882 Totaal Gemiddeld in 2025
Hoofdsom 3.100.000 4.000.000 20.000.000 2.000.000 2.000.000
Leningenportefeuille Looptijd Opnamedatum 25 20-1-2017 15 15-9-2017 17 14-2-2018 15 2-1-2019 15 2-1-2020
Aflossing/jaar 124.000 266.667 1.176.471 133.333 133.333 1.833.804
Rente 1,30% 1,07% 1,22% 1,45% 1,67% 1,26%
Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal Percentage regeling Renterisiconorm
2025 € 45.897.721 20% € 9.179.544
2026 € 46.098.218 20% € 9.219.644
2027 € 47.244.978 20% € 9.448.996
2028 € 47.739.005 20% € 9.547.801
Renteherziening op vaste schuld o/g Aflossingen Renterisico Renterisiconorm Ruimte onder renterisiconorm Overschrijding renterisiconorm
2025 €0 € 1.883.804 € 1.883.804 € 9.179.544 € 7.295.740 €0
2026 €0 € 2.183.804 € 2.183.804 € 9.219.644 € 7.035.840 €0
2027 €0 € 3.583.804 € 3.583.804 € 9.448.996 € 5.865.192 €0
2028 €0 € 4.633.804 € 4.633.804 € 9.547.801 € 4.913.997 €0
Rentevisie
28
De meest specifieke informatie over de rentevisie voor het jaar 2025 komt uit informatie van de Bank Nederlandse Gemeenten. Daarnaast zijn de (kapitaal)marktrentes een belangrijk gegeven omdat ze een beeld geven van de ontwikkeling van de rentes en kunnen dienen als voorspelling van de richting waarin de rente op spaarrekeningen, hypotheken en leningen zal gaan. De 10-jaars rente bij de Bank Nederlandse Gemeenten beweegt bij het opstellen van deze begroting iets boven de 3%. We moeten echter rekening mee houden dat renteverwachtingen moeilijk te voorspellen zijn en afhangen van verschillende factoren, zoals oorlogen, het wel of niet sluitend krijgen van begrotingen van bepaalde Europese landen enz. Derhalve is de rekenrente voor nieuwe leningen vanaf 2025 bepaald op 3,5%. Financieringsbehoefte en ontwikkeling rentelasten 2023
2024
2025
2026
2027
2028
Liquide middelen 1/1
6.276.934
50.234
-3.209.090
-3.274.086
-3.205.596
Investeringsplan Afschrijvingen
-5.556.503 2.808.022
-6.705.100 3.127.538
-15.242.900 3.407.646
-11.180.900 4.294.494
-10.361.500 4.527.951
Mutatie Eigen vermogen Mutatie Voorzieningen Mutatie Overl. passiva met spec. bestedingsdoel
-1.021.258 0 -623.158
-224.800 0 -623.158
-95.938 0 0
-11.300 0 0
-9.200 0 0
Aflossingen bestaande leningen Aflossingen nieuwe leningen
-1.833.804
-1.833.804
-1.833.804 -300.000
-1.833.804 -1.700.000
-1.833.804 -2.750.000
6.276.934
50.234
-6.209.090
-17.274.086
-13.705.596
-13.632.149
0
0
3.000.000
14.000.000
10.500.000
10.400.000
6.276.934
50.234
-3.209.090
-3.274.086
-3.205.596
-3.232.149
0 257.700 257.700
78.100 234.800 312.900
390.600 211.700 602.300
760.400 188.700 949.100
1.036.600 165.700 1.202.300
Liquide middelen 31/12 Financieringsbehoefte (lang) Totaal liquide middelen *) Rente over financieringsbehoefte Rente over lopende leningen Totaal *) Kasgeldlimiet 2025 is € 3.763.613
Voor een toelichting wordt verwezen naar paragraaf 2.3.1 waarin een prognose is opgenomen van de balans 2024 t/m 2028. Renteschema 2025 (taakveld Treasury) Renteschema 2025: a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering b. De externe rentebaten over de korte en lange financiering Saldo rentelasten en rentebaten
-/-
€ € €
312.900 312.900
c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moeten worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
-/-
€
-
-/-
€
-
+/+
€
-
d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
+/+ +/+
€ € €
312.900
e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
-/-
€
312.900
€
-
f.
Renteresultaat op het taakveld Treasury
29
1.2.4 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risicomanagement is een onderdeel van goed bestuur (Good Governance) en een belangrijk middel om de continuïteit van de organisatie te waarborgen. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 19 december 2013 is de ‘Notitie Risicomanagement en weerstandsvermogen’ vastgesteld. De notitie is ook in 2023 nog steeds actueel. In deze notitie worden de termen risico’s, weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen als volgt gedefinieerd: • •
Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate VRZ in staat is om omvangrijke tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid aanzienlijk moet worden aangepast. Risico’s moeten in dit verband worden gezien als reële, maar niet altijd te meten, bedreigingen die, ook nadat alles in het werk gesteld is om het optreden ervan te voorkomen, of de gevolgen ervan te verminderen, kunnen leiden tot uitgaven die niet begroot zijn.
Naast de interne behoefte om risico’s in beeld te hebben en te beheersen is er ook vanuit het Rijk wetgeving opgelegd omtrent risico’s. In het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) wordt in artikelen 9 en 26 gesteld dat in ieder geval in de begroting en de jaarrekening een paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt opgenomen. In deze paragraaf worden ten minste opgenomen: • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; • een inventarisatie van de risico's; • het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is in artikel 11 BBV omschreven als “de middelen en mogelijkheden waarover een organisatie beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken”. Volgens de ‘Notitie weerstandsvermogen en risicomanagement’ wordt de beschikbare weerstandscapaciteit bepaald aan de hand van de post onvoorzien, de algemene reserve en het onbestemde deel van de bestemmingsreserves. Voor de beoordeling van een dergelijke ratio kan gebruik worden gemaakt van de onderstaande waarderingstabel, welke door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit van Twente is samengesteld. Waardering weerstandcapaciteit A
Waarderingscijfer x≥ 2,0
Betekenis Uitstekend
B
1,4 ≤ x < 2,0
Ruim Voldoende
C
1,0 ≤ x < 1,4
Voldoende
D
0,8 ≤ x < 1,0
Matig
E
0,6 ≤ x < 0,8
Onvoldoende
F
x < 0,6
Ruim onvoldoende
30
Benodigde weerstandscapaciteit Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen moet de beschikbare weerstandscapaciteit afgezet worden tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De risico’s die VRZ loopt zijn bepalend voor de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit. Om de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen is het noodzakelijk de risico’s te voorzien van een kwantificering van zowel kans als financiële gevolgen. Door de maximale gevolgen van de individuele risico’s bij elkaar op te tellen ontstaat een te negatief oordeel over het weerstandsvermogen. Het is immers vrijwel zeker dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd voor zullen doen. Daarnaast zal niet ieder risico zich daadwerkelijk in de maximale omvang voordoen. Een aantal risico’s is qua omvang en waarschijnlijkheid niet in te schatten. Voor de kans dat een risico optreedt, wordt gewerkt met kansklassen van 10% tot 90%. Kwantiteit 10 %
Referentiebeelden 0 of 1 keer per 10 jaar
Kansklasse 1
30 %
1 keer per 5 – 10 jaar
2
50 %
1 keer per 2 – 5 jaar
3
70 %
1 keer per 1 – 2 jaar
4
90 %
1 keer per jaar of meer
5
Toelichting kansklasse Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het niet waarschijnlijk is dat deze zich in het komende jaar voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s die zich in het komende jaar wel maar ook niet voor kunnen doen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het waarschijnlijk is dat deze zich in het komende jaar zullen voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het zeer waarschijnlijk is dat deze zich in het komende jaar gaan voordoen.
Tien belangrijkste financiële risico’s Veiligheidsregio Zeeland Nr. Risico Maatregel/omschrijving
Klasse
1
Toetreding tot de vitale infrastructuur
4
Financieel gevolg € 210.000
2
Loonstijging door nieuwe CAO
5
€ 247.500
3
Prijsstijgingen door inflatie
5
€ 200.000
Het ministerie van J&V heeft een voorgenomen besluit genomen om de Veiligheidsregio onderdeel te maken van de vitale infrastructuur. Met de toetreding tot de vitale infrastructuur is het organiseren van 24/7 monitoring (Security Operations Centre, SOC) en incidentrespons (Cyber Emergency Response Team, CERT) om de continuïteit van incidentbestrijding en crisisbeheersing te kunnen waarborgen noodzakelijk. Landelijk wordt vanuit het NIPV een sectorale SOC/CERT vormgegeven waarbij de regio’s naar verwachting vanaf 2025 kunnen aansluiten. De jaarlijkse kosten per regio worden geschat op circa € 300.000. Over de dekking vindt nog landelijk overleg plaats. In de begroting 2025 is uitgegaan van een loonkostenstijging van 4,9 %. De werkelijke loonkostenstijging vanaf 1 mei 2024 of een wijziging in de pensioenpremies kan hiervan afwijken. Een nadelig verschil nacalculatorisch van 1% is meegenomen als risico. In de begroting 2024 en 2025 is uitgegaan van een prijsstijging van respectievelijk 5,9% en 2,4% (VZG-norm).
31
4
Personele ontwikkelingen meldkamer
5
Onderhoud brandweerkazernes
6
Aanval op ICT infrastructuur
7
Prijsstijging op investeringen
8
Extra opleidingen in verband met hogere uitstroom brandweervrijwilligers
9
Hoge onderhoudskosten materieel
10
Schadeclaims PFAS
De werkelijke prijsstijging in 2024 en 2025 kan hiervan afwijken. Een nadelig verschil nacalculatorisch van 1,5% is meegenomen als risico. De ontwikkelingen op de meldkamer met betrekking tot het hoge ziekteverzuim , de structureel benodigde formatie en de mogelijke beperking voor de inzetbaarheid voor 55+ medewerkers in de nachtdiensten, maken dat er mogelijk een uitbreiding van de het structurele budget nodig is. Voor wat betreft het aandeel van de VRZ in de meerkosten geldt een percentage van 26%. Onze gebouwen zijn verouderd en zorgen voor ons als gebruiker voor veel onderhoudskosten. Daarnaast voldoen ze niet aan een veilige en schone werkomgeving conform arbo-eisen. Om een beter in beeld te krijgen laten we onderzoek uitvoeren. Hierna bepalen we met het bestuur het ambitieniveau van het onderhoud. Daarna wordt duidelijk wat dit betekent voor de onderhoudskosten. Ransomware of andere externe aanval op ICT infrastructuur met financiële schade tot gevolg Het meerjarig investeringsplan is opgesteld in prijzen 2025. De investeringsbegroting is in 2024 bijgesteld met 20% en in 2025 met 2%. Door extra prijsstijgingen is het mogelijk dat de geraamde investeringsbudgetten niet voldoende zullen blijken te zijn. Voor sommige vervangingsinvesteringen lijkt 35% meer reëel. De toekomstige kapitaallasten kunnen hierdoor verder oplopen dan nu berekend.
Het vergroten van de beschikbaarheid van vrijwilligers vormt een belangrijk aandachtspunt de komende jaren. Het risico op uitstroom van brandweervrijwilligers mede als gevolg van vergrijzing, groter dan de instroom, brengt extra kosten voor wervingscampagnes en opleidingen mee om de posten op sterkte te houden. Impact is gebaseerd op de inkoop van een extra opleiding Manschap A voor 12 personen ( € 250.000). In de praktijk kunnen dit ook individuele (dag)opleidingen zijn. Vanaf de begroting 2024 zijn al extra leergangen opgenomen. Het onderhoudsbudget staat onder druk; dit hangt o.a. samen met de ouderdom van de activa. Het investeringsplan voorziet in de vervanging van veel activa, waardoor de onderhoudskosten mogelijk kunnen dalen. Vervanging van een groot aantal tankautospuiten staat gepland vanaf 2026. De vraag is echter of een daling ook daadwerkelijk gaat plaatsvinden. Naast de ouderdom zijn de complexiteit van materieel (complexe voertuigelektronica) en de prijsontwikkeling van onderdelen en arbeid van invloed op de onderhoudskosten. Risico op juridische procedures en schadeclaims als gevolg van het gebruik van PFAS houdend blusschuim in het verleden. Als gevolg van het gebruik van PFAS
5
€ 108.000
4
€ 140.000
2
€ 300.000
4
€ 175.000
4
€ 175.000
4
€ 280.000
3
€ 500.000
32
houdend blusschuim kan VRZ aansprakelijk gesteld worden voor mogelijke hieruit voortvloeiende schade. Totaal van top tien risico’s
€ 2.335.500
Het bovenstaande overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren, met daarbij het maximale financiële gevolg, rekening houdend met de kans van optreden. Beoordeling weerstandsvermogen Onze algemene reserve heeft begin 2023 een saldo van € 1.016.583. De jaarrekening 2023 laat een negatief resultaat zien. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt daarmee naar verwachting: • • • • • •
Algemene reserve Onttrekking 2023 Effect rekening 2023 Onttrekking 2024 Post onvoorzien Totaal
€ 1.016.583 € 116.864 € 475.894 € 200.000 € 50.000 + € 273.825
Op basis van de financieel berekende risico’s is de ratio weerstandsvermogen: Beschikbare weerstandscapaciteit = € 273.825 = 0,12 (ruim onvoldoende) Benodigde weerstandscapaciteit = € 2.335.500 Op basis van de gehanteerde normeringsystematiek door VRZ wordt het weerstandsvermogen van als “ruim onvoldoende” geclassificeerd. Indien risico’s daadwerkelijk (cumulatief) optreden, kan dit mogelijk leiden tot een negatief resultaat en negatief eigen vermogen. In de notitie ‘Risicomanagement en weerstandsvermogen’ is een maximum bepaald aan het aan te houden weerstandsvermogen. In de Gemeenschappelijke regeling 2017 VRZ (art.25) is opgenomen: “Veiligheidsregio Zeeland vormt een reserve ten laste van de gemeentelijke bijdragen aan de uitvoeringskosten tot maximaal 5% van de jaaromzet, inclusief de bijdrage van de deelnemers”. Dat betekent voor 2025 een maximale reserve van 5% van € 45.897.121= € 2.294.886. Kengetallen Begroting 2025 Kengetallen:
Netto schuldquote (NSQ) NSQ gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
2023 2024 Jaarrekening Begroting (na wijz.) 45,20% 45,20% 5,56% 0 Nvt Nvt
55,07% 55,07% 2,52% 0 Nvt Nvt
2025 Begroting 60,67% 60,67% 1,68% 0 Nvt Nvt
Begroting 2025-2028 2026 2027 MeerjarenMeerjarenraming raming 86,17% 86,17% 0,93% 0 Nvt Nvt
98,53% 98,53% 0,77% 0 Nvt Nvt
2028 Meerjarenraming 109,74% 109,74% 0,66% 0 Nvt Nvt
33
Netto schuldquote Gecorrigeerde NSQ (bedragen x € 1.-) A Vaste schulden (cf art 46 BBV) B Netto vlottende schuld (cf art 48 BBV) C Overlopende Passiva (cf art 49 BBV) Financiele vaste activa Verstrekte leningen D Financiele activa (cf art 36 lid b,c,d,e, en f) E Uitzettingen <1jaar (cf art 39 BBV) F Liquide middelen (cf art 40 BBV) G Overlopende Activa (cf art 40a BBV) H Totale Baten (exclusief mutaties res) (cf art 17 lid C)
2023 2024 Jaarrekening Begroting (na wijz.) 21.940.314 21.436.239 4.316.899 4.316.899 1.444.891 821.734 0 0 0 0 0 0 8.358.517 2.131.816 10.387 10.387 525.810 525.810 41.606.346 43.413.410 45,20%
55,07%
2025 Begroting 22.602.435 4.316.899 198.576 0 0 0 -1.127.507 10.387 525.810 45.672.921
2026 Meerjarenraming 34.468.631 4.316.899 198.576 0 0 0 -1.192.503 10.387 525.810 46.002.280
2027 Meerjarenraming 41.434.827 4.316.899 198.576 0 0 0 -1.124.013 10.387 525.810 47.233.678
2028 Meerjarenraming 47.251.023 4.316.899 198.576 0 0 0 -1.150.566 10.387 525.810 47.729.805
60,67%
86,17%
98,53%
109,74%
De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van VRZ ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is voor VRZ gelijk aan de netto schuldquote. Solvabiliteitsratio Solvabiliteitsratio (bedragen x € 1.-) A Eigen vermogen (cf art 42 BBV) B Balanstotaal
2023 2024 Jaarrekening Begroting (na wijz.) 1.708.841 687.583 30.740.674 27.262.454 5,56% 2,52%
2025 Begroting
2026 2027 2028 MeerjarenMeerjarenMeerjarenraming raming raming 462.783 366.845 355.545 346.345 27.580.693 39.350.951 46.305.847 52.112.843 1,68% 0,93% 0,77% 0,66%
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin VRZ in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van VRZ bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan of de structurele lasten gedekt worden door structurele baten en de exploitatie hiermee in evenwicht is. VRZ heeft in de meerjarenraming een verhoging van de gemeentelijke bijdrage voorzien die verband houdt met oplopende kapitaallasten (zie 2.3.4) . De structurele exploitatieruimte bedraagt daarom € 0.
1.2.5 Paragraaf Verbonden partijen Verbonden partijen zijn in het ‘Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten’ gedefinieerd als: privaat- of publiekrechtelijke organen, waarin de provincie of gemeente c.q. de gemeenschappelijke regeling een bestuurlijk en financieel belang heeft. VRZ kent geen verbonden partijen.
34
Hoofdstuk 2: Financiële begroting en meerjarenraming
35
Deel 2.1: Uitgangspunten voor de begroting Begroting en meerjarenraming De begroting 2025 en de meerjarenraming 2026 t/m 2028 zijn opgesteld in ‘constante prijzen 2025’. Dat wil zeggen, er is voor zowel de lasten als de baten (o.a. gemeentelijke bijdrage en Brede Doeluitkering Rampenbestrijding) geen rekening gehouden met loon- en prijsbijstellingen vanaf 2026. Loon- en prijscompensatie (baten) Bijdrage deelnemende gemeenten Voor de compensatie van de loon- en prijsontwikkeling in 2025 via de gemeentelijke bijdrage is in de begroting 2025 de VZG-richtlijn van 3,9% gehanteerd, die is gebaseerd op een loonbijstelling van 3,9% (2/3) en prijsbijstelling van 2% (1/3). Deze percentages zijn gebaseerd op de prognose van het percentage overheidsconsumptie beloning werknemers (4,9%) en overheidsconsumptie materieel (2%), welke zijn gepubliceerd in de Macro Economische Verkenning (MEV) 2024. Jaarlijks beoordeelt de VZG in maart op basis van de cijfers in het Centraal Economisch Plan (CEP) of tussentijdse bijstelling van de VZG-richtlijn noodzakelijk is. Loonbijstelling VZG-richtlijn 2025
+ 4,9 %
Prijsbijstelling + 2,0 %
Gewogen gemiddelde loon- en prijsbijstelling + 3,9 %
De nieuwe systematiek voor de ‘VZG-indexatierichtlijn’ is van toepassing vanaf het jaar 2024. In de nieuwe systematiek wordt gebruik gemaakt van nacalculatie. De nacalculatie over de richtlijn 2025 vindt plaats in het jaar 2027 en wordt in de ‘VZG-indexatierichtlijn’ van 2029 verwerkt. Brede doeluitkering rampenbestrijding (BDUR) De raming van de BDUR is gebaseerd op de decembercirculaire 2023. Er is rekening gehouden met toekenningen van loon-en prijscompensatie in de BDUR, die naar verwachting in 2024 en 2025 zullen worden uitgekeerd. Deze zijn nu nog niet bekend. In 2024 is een bedrag geraamd van € 100.000 (ca. 1%). In 2025 is een bedrag geraamd van € 200.000 (ca. 2%), samen € 300.000. Loonkosten Veiligheidsregio’s hebben een eigen CAO. De Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) onderhandelt hierover met de vakbonden in het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (LOAV). De huidige CAO loopt tot 1 mei 2024. Uitgangspunt voor de ramingen van de loonkosten zijn de geldende loontabellen per 1 januari 2023 en de werkgeverspremies per 1 januari 2024, verhoogd met de loonstijging volgens de VZG-richtlijn 2025 van 4,9 %.
Formatieplaatsen zijn begroot tegen de werkelijk te verwachten salarislasten, waarbij rekening is gehouden met ‘normale doorgroei in het salarisgebouw’ en de doorgroei naar uitloopschalen (na 5 jaar beloning in het maximum van de functieschaal). Vacatures worden begroot op trede 6 van de functieschaal. Het Individueel Keuzebudget (IKB) is een budget in geld dat elke medewerker maandelijks flexibel kan inzetten voor door hem gekozen doelen. Het IKB bedraagt vanaf 1 januari 2023 18,63%. Dat is de
36
optelsom van 8,33% eindejaarsuitkering, 8% vakantietoeslag, 1,5% levensloopbijdrage en 0,8% aan (omgerekend) bovenwettelijk verlof. Inflatiecorrectie Voor de prijsontwikkeling (lasten) is rekening gehouden met de VZG-richtlijn 2025 van 2%. Kapitaallasten De afschrijvingslasten van de activa in de begroting 2025 zijn gebaseerd op de staat van activa eind 2023 en het investeringsplan 2024 t/m 2028. De (maximale) afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de ‘Nota Investeren, activeren, waardering en afschrijving van vaste activa 2023’ van VRZ. De afschrijvingstabel geeft invulling aan de betreffende uitgangspunten uit de nota investeren, waardering en afschrijving. De genoemde termijnen zijn maximale termijnen, richtinggevend en niet bindend. Wanneer wordt afgeweken van de aangegeven afschrijvingstermijnen is dit een onderdeel van het investeringsbesluit. De tabel is niet limitatief en kan aangevuld worden met nieuwe soorten activa en hun maximale afschrijvingstermijnen. a. b. c.
d. e.
f.
g. h. i. j. k. l.
maximaal 40 jaar: nieuwbouw bedrijfsgebouwen; maximaal 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop bedrijfsgebouwen, groot gereedschap, vaartuigen S&R (model KNRM); maximaal 20 jaar: liften, haakarmvoertuigen, dompelpompunits/watertransportsystemen, redvoertuigen na (midlife) revisie, (haakarm)containers, hulpverleningsvoertuigen, waterwagens, ademluchtcilinders; maximaal 17 jaar: tankautospuiten, bepakking tankautospuiten; maximaal 15 jaar: nieuwbouw tijdelijke bedrijfsgebouwen, dakbedekking, luchtbehandelingsinstallaties, cv-installaties, elektrische installaties (gebouwen), productiemachines en/of apparatuur, vaartuigen, redvoertuigen (hoogwerkers en autoladders); maximaal 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, verbindingen, overige elektrische installaties, kantoormeubilair, groot onderhoud bedrijfsgebouwen, kozijnen, netwerkbekabeling, glasvezelverbinding, verlichtingsvoorzieningen, hydraulische redmiddelen, ademluchtvulstations, klim- en hijsmiddelen, valbeveiliging, personen- en materiaalbussen, personenauto’s, aanhangwagens, (test) ademluchtapparatuur, kleding jeugdbrandweer, bluspakken, blushelmen, gaspakken, vuilwerkpakken, zaagkleding, redvesten, survivalsuits, kettingzagen, aggregaten, duikapparatuur/materiaal, stralingsmeetapparatuur; maximaal 8 jaar: hefmiddelen, CO-meetapparatuur, explosiemeetapparatuur, handlampen oplaadbaar, vluchtmaskers,
paxtassen/AED’s; maximaal 7 jaar:, warmtebeeldcamera’s, portofoons/mobilofoons, airbaghoezen; maximaal 5 jaar: lichte motorvoertuigen, software, alarmontvangers/pagers, laarzen en handschoenen; maximaal 4 jaar: apparatuur t.b.v. kantoorautomatisering; maximaal 2 jaar: (mobiele) telefoons; niet: gronden en terreinen.
In het eerste jaar na ingebruikname van een actief (1e jaar van afschrijving) wordt 100% van de afschrijving berekend. Bij het berekenen van de afschrijvingen wordt rekening gehouden met een reële restwaarde. In de praktijk gebeurt dit dat alleen bij voertuigen.
37
Voor het aantrekken van nieuwe langlopende financiering is rekening gehouden met een rente van 3,5%. Voor de omvang van de financieringsbehoefte wordt verwezen naar de paragraaf financiering. Voor kortlopende financiering is rekening gehouden met een rente van 1,5%. Vennootschapsbelasting Met ingang van 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (hierna: Vpb). De activiteiten zijn onderworpen aan de Vpb, indien en voor zover zij een onderneming drijven. Een (cluster van) activiteit (en) vormt een onderneming voor de Vpb wanneer aan de volgende drie cumulatieve criteria wordt voldaan. 1. er is sprake van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid, en; 2. er is sprake van deelname aan het economisch verkeer, en; 3. er wordt winst beoogd (het winstoogmerk wordt geacht reeds aanwezig te zijn indien structureel overschotten worden behaald of als incidenteel overschotten worden behaald en in concurrentie wordt getreden). In 2017 is met de Belastingdienst overeengekomen dat VRZ geen activiteiten uitvoert die vpb-plichtig zijn. Jaarlijks beoordeelt VRZ intern of dit nog steeds het geval is. Onvoorzien De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van nieuwe, structurele uitgaven.
38
Deel 2.2: Overzicht van baten en lasten en de toelichting 2.2.1 Totaaloverzicht op economische categorie, inclusief meerjarenraming
Saldo van baten en lasten Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden Mutaties reserves Baten 710 Mutaties reserves Eindtotaal
Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2025 2026 2027 2028 224.800 95.938 11.300 9.200 45.897.721 46.098.218 47.244.978 47.739.005 27.477.900 27.603.900 27.635.600 27.752.930 161.700 161.700 161.700 161.700 48.800 48.800 48.800 48.800 13.364.543 12.903.732 12.789.444 12.681.584 934.700 900.500 896.200 894.100 469.640 469.640 469.640 469.640 312.900 602.300 949.100 1.202.300 3.127.538 3.407.646 4.294.494 4.527.951 -45.672.921 -46.002.280 -47.233.678 -47.729.805 -19.600 -19.600 -19.600 -19.600 -309.200 -309.200 -309.200 -309.200 -9.647.854 -9.977.213 -9.974.963 -9.974.963 -35.420.267 -35.420.267 -36.653.915 -37.150.042 -276.000 -276.000 -276.000 -276.000 -224.800 -95.938 -11.300 -9.200 -224.800 -95.938 -11.300 -9.200 -224.800 -95.938 -11.300 -9.200 0 0 0 0
2.2.2 Totaaloverzicht per programma, inclusief meerjarenraming
Saldo van baten en lasten Lasten
Begroting: 2025
Begroting: 2026
Begroting: 2027
Begroting: 2028
224.800
95.938
11.300
9.200
45.897.721 46.098.218 47.244.978 47.739.005 1 Programma Toekomstbestendige brandweerzorg
29.048.254 29.001.534 30.081.050 30.564.822
2 Programma Voorbereide crisisorganisatie
6.359.158
3 Overhead / bedrijfsvoering
10.580.309 10.515.813 10.576.136 10.679.151
4 Algemene dekkingsmiddelen 5 Onvoorzien Baten
6.717.998
6.755.958
6.772.158
-140.000
-187.127
-218.166
-327.126
50.000
50.000
50.000
50.000
-45.672.921 -46.002.280 -47.233.678 -47.729.805 1 Programma Toekomstbestendige brandweerzorg
-384.200
-384.200
-384.200
-384.200
2 Programma Voorbereide crisisorganisatie
-220.600
-220.600
-220.600
-220.600
0
0
0
0
3 Overhead / bedrijfsvoering 4 Algemene dekkingsmiddelen 5 Onvoorzien Mutaties Reserves Eindtotaal
-45.068.121 -45.397.480 -46.628.878 -47.125.005 0
0
0
0
-224.800
-95.938
-11.300
-9.200
0
0
0
0
39
2.2.3 Specificatie per programma naar economische categorie, inclusief meerjarenraming Saldo van baten en lasten 1. Programma Toekomstbestendige brandweerzorg Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 2. Programma Voorbereide crisisorganisatie Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 3. Overhead en kostentoerekening Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen 4. Algemene dekkingsmiddelen Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 380 Overige goederen en diensten Baten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 5. Onvoorzien Lasten 380 Overige goederen en diensten Mutaties Reserves 1.
Programma Toekomstbestendige brandweerzorg Baten 710 Mutaties reserves Eindtotaal
Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2025 2026 2027 2028 224.800 95.938 11.300 9.200 28.664.054 28.617.334 29.696.850 30.180.622 29.048.254 29.001.534 30.081.050 30.564.822 16.718.200 16.776.900 16.788.100 16.819.830 150.500 150.500 150.500 150.500 8.326.224 7.771.691 7.668.842 7.665.842 652.100 617.900 613.600 611.500 139.900 139.900 139.900 139.900 275.800 534.100 870.000 1.097.300 2.785.530 3.010.543 3.850.108 4.079.950 -384.200 -384.200 -384.200 -384.200 -309.200 -309.200 -309.200 -309.200 -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 6.138.558 6.497.398 6.535.358 6.551.558 6.359.158 6.717.998 6.755.958 6.772.158 3.864.000 3.891.500 3.894.400 3.912.200 32.600 32.600 32.600 32.600 1.993.171 2.271.494 2.286.094 2.290.194 247.600 247.600 247.600 247.600 183.500 183.500 183.500 183.500 6.900 17.200 29.400 23.700 31.387 74.104 82.364 82.364 -220.600 -220.600 -220.600 -220.600 -19.600 -19.600 -19.600 -19.600 -201.000 -201.000 -201.000 -201.000 10.580.309 10.515.813 10.576.136 10.679.151 10.580.309 10.515.813 10.576.136 10.679.151 7.035.700 7.075.500 7.093.100 7.160.900 11.200 11.200 11.200 11.200 16.200 16.200 16.200 16.200 2.995.148 2.857.674 2.862.674 2.862.674 35.000 35.000 35.000 35.000 146.240 146.240 146.240 146.240 30.200 51.000 49.700 81.300 310.621 322.999 362.022 365.637 -45.208.121 -45.584.607 -46.847.044 -47.452.131 -140.000 -187.127 -218.166 -327.126 -140.000 -140.000
-140.000 -140.000 0 -47.127 -78.166 -187.126 -45.068.121 -45.397.480 -46.628.878 -47.125.005 -9.647.854 -9.977.213 -9.974.963 -9.974.963 -35.420.267 -35.420.267 -36.653.915 -37.150.042 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 -224.800 -95.938 -11.300 -9.200 -224.800 -95.938 -11.300 -9.200 -224.800 -95.938 -11.300 -9.200 -224.800 -95.938 -11.300 -9.200 0 0 0 0
40
2.2.4 Overzicht met vergelijkende cijfers uit de concept-jaarrekening 2023 en de begroting 2024 Jaarrekening: 2023 * Saldo van baten en lasten 1. Programma Toekomstbestendige brandweerzorg Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 720 Mutaties voorzieningen 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 360 Huren 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 2. Programma Voorbereide crisisorganisatie Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 720 Mutaties voorzieningen 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 3. Overhead / bedrijfsvoering Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 720 Mutaties voorzieningen 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 510 Rente
1.139.099 28.497.219 29.033.835 16.029.492 158.409 92.732 8.037.443 618.892 86.727 235.869 876.524 2.897.747 -536.617 -48.969 -500 -412.148 -75.000 5.154.139 4.132.826 2.859.974 84.683 754.382 232.365 149.014 648 26.778 24.982 1.021.313 -16.808 -13.194 1.246.315 -195.000 9.265.242 9.578.785 6.195.425 9.736 255.092 2.551.164 34.562 163.561 24.373 89.115 255.757 -313.543 -16.643 -2.213 -294.687
Begroting: 2024 290.700 27.589.720 28.150.720 16.070.850 147.600 302.800 7.721.374 614.100 245.238 289.400 0 2.759.358 -561.000 0 0 -285.000 -276.000 5.939.463 5.958.163 3.209.983 32.600 2.267.947 237.480 179.000 2.900 0 28.253 -18.700 -18.700 0 0 0 9.625.227 9.625.227 6.525.449 11.000 5.200 2.662.923 35.000 62.500 36.000 0 287.155 0 0 0 0
Begroting: 2025 224.800 28.664.054 29.048.254 16.718.200 150.500 0 8.326.224 652.100 139.900 275.800 0 2.785.530 -384.200 0 0 -309.200 -75.000 6.138.558 6.359.158 3.864.000 32.600 1.993.171 247.600 183.500 6.900 0 31.387 -220.600 -19.600 0 0 -201.000 10.580.309 10.580.309 7.035.700 11.200 16.200 2.995.148 35.000 146.240 30.200 0 310.621 0 0 0 0
41
Jaarrekening: 2023 * 4. Algemene dekkingsmiddelen -41.777.500 Lasten 0 110 Salarissen en sociale lasten 0 Baten -41.777.500 431 Inkomensoverdrachten - Rijk -8.810.406 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten -32.967.094 5. Onvoorzien 0 Lasten 0 380 Overige goederen en diensten 0 Mutaties Reserves -663.205 1. Programma Toekomstbestendige brandweerzorg -593.370 Baten -593.370 710 Mutaties reserves -593.370 4. Algemene dekkingsmiddelen -69.835 Lasten 137.800 710 Mutaties reserves 137.800 Baten -207.635 710 Mutaties reserves -207.635 Eindtotaal 475.894 *) De jaarrekening 2023 van VRZ is nog niet vastgesteld. Deze cijfers kunnen nog wijzigen.
Begroting: 2024
Begroting: 2025
-42.913.710 -80.000 -80.000 -42.833.710 -8.788.089 -34.045.621 50.000 50.000 50.000 -290.700 -290.700 -290.700 -290.700 0 0 0 0 0 0
-45.208.121 -140.000 -140.000 -45.068.121 -9.647.854 -35.420.267 50.000 50.000 50.000 -224.800 -224.800 -224.800 -224.800 0 0 0 0 0 0
42
2.2.5 Incidentele lasten en baten per programma Het overzicht incidentele lasten en baten geeft inzicht in de mate waarin er sprake is van structureel evenwicht of een reëel sluitende begroting. Dit houdt in dat structurele lasten zijn gedekt door structurele baten. Incidentele lasten mogen worden gedekt door incidentele baten, waaronder onttrekkingen aan de reserves. Het gaat hier om een indicatie van de incidentele baten en lasten. In onderstaand overzicht is er in 2025 sprake van structureel evenwicht. Tegenover als incidenteel aangemerkte baten staan voldoende als incidenteel aangemerkte lasten, met andere woorden de structurele lasten zijn lager dan de structurele baten. In 2025 worden lagere afschrijvingslasten verwacht dan in eerdere begrotingen opgenomen ad € 3,8 mln. Dit niveau is bijgesteld naar € 4 mln. De ontstane financiële ruimte in 2025 mag alleen voor incidentele zaken worden uitgegeven, immers vanaf 2026 is volgens de ramingen de ruimte weer nodig voor dekking van de oplopende kapitaallasten.
Saldo van baten en lasten 1. Programma Toekomstbestendige brandweerzorg Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen Baten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 3. Overhead / bedrijfsvoering Lasten 380 Overige goederen en diensten 5. Onvoorzien Lasten 380 Overige goederen en diensten Investeringen Lasten 320 Duurzame goederen Baten 750 Overige verrekeningen Mutaties Reserves 1. Programma Toekomstbestendige brandweerzorg Baten 710 Mutaties reserves Eindtotaal
Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2025 2026 2027 2028 827.771 61.738 -22.900 -25.000 617.771 11.738 -72.900 -75.000 692.771 86.738 2.100 0 10.000 0 0 0 642.171 80.338 0 0 40.600 6.400 2.100 0 -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 -75.000 160.000 0 0 0 160.000 0 0 0 160.000 0 0 0 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 0 0 0 0 6.705.100 15.242.900 11.180.900 10.361.500 6.705.100 15.242.900 11.180.900 10.361.500 -6.705.100 -15.242.900 -11.180.900 -10.361.500 -6.705.100 -15.242.900 -11.180.900 -10.361.500 -215.600 -86.738 -2.100 0 -215.600 -86.738 -2.100 0 -215.600 -86.738 -2.100 0 -215.600 -86.738 -2.100 0 612.171 -25.000 -25.000 -25.000
In paragraaf 2.3.3 Verwachte stand en verloop van de reserves is een toelichting opgenomen op de projecten die ten laste van de reserves worden uitgevoerd (€ 215.600). Voor de investeringen wordt verwezen naar paragraaf 2.3.4 Investeringsplan 2024 t/m 2028. Andere incidentele lasten en baten worden hieronder toegelicht:
Programma Toekomstbestendige brandweerzorg Onderhoud brandweermaterieel en -materiaal Het onderhoudsbudget staat onder druk; dit hangt samen met de ouderdom van de activa. Er is de afgelopen jaren (2018 t/m 2023) sprake geweest van hogere onderhoudskosten dan begroot. Het
43
investeringsplan voorziet in de vervanging van veel activa, waardoor de onderhoudskosten mogelijk zouden kunnen dalen. Vervanging van een groot aantal tankautospuiten staat gepland vanaf 2026. De vraag is echter of een daling ook daadwerkelijk gaat plaatsvinden. Naast de ouderdom zijn de complexiteit van materieel (complexe voertuigelektronica) en de prijsontwikkeling van onderdelen/arbeid van invloed op de onderhoudskosten. In 2025 is € 233.000 incidenteel ingezet om het onderhoudsbudget voor brandweermaterieel en -materiaal te verhogen. Gebruikersonderhoud brandweerkazernes Er is in 2023 meer onderhoud uitgevoerd dan begroot. In 2025 wordt € 29.171 incidenteel ingezet om het budget voor gebruikersonderhoud van de brandweerkazernes te verhogen. Opleiding en talentontwikkeling brandweer Paraatheid vraagt om voortdurende aanwas van nieuw talent en het opleiden en getraind houden van onze mensen. We richten ons daarom op het versterken van de afdeling vakbekwaamheid en het ontwikkelen van een visie op ons Regionaal Opleidingsinstituut (ROI). Deze visie moet aansluiten bij de landelijke ontwikkelingen van Brandweer Nederland en het NIPV waar een wijziging van het onderwijsstelsel wordt doorgevoerd. Daarnaast is het noodzakelijk de jeugdbrandweer steviger te verankeren in de organisatie om daarmee (voor een deel) van toekomstige aanwas vrijwilligers verzekerd te zijn.
Hiervoor is breder onderzoek nodig. Om mee te gaan in de landelijke ontwikkelingen zien wij een kostenstijging voor de transitie Jeugdbrandweer van € 50.000. Deze kosten worden in 2024 gemaakt. Ook het ROI verdient een herijkingen meer robuustheid. Wat blijven we zelf doen? Welke allianties zijn mogelijk? Voor een praktisch onderzoek naar de mogelijkheden hebben wij een extra kostenpost van € 35.000 in 2025 opgenomen. Nulmeting onderhoud huisvesting en duurzaamheid Onze medewerkers en vrijwilligers moeten in een veilige, duurzame en aantrekkelijke werkomgeving hun werk doen. Dat betekent dat de kwaliteit van huisvesting op orde moet zijn. We constateren dat in een groot aantal gevallen huisvesting niet meer voldoet aan de daaraan te stellen eisen en dat ons jaarlijks beschikbare budget hiervoor structureel tekortschiet. Onze gebouwen zijn verouderd en zorgen voor ons als gebruiker voor veel onderhoudskosten. Daarnaast voldoen ze niet aan een veilige en schone werkomgeving conform arbo-eisen. Gebouwaanpassingen in het kader van duurzaamheid zijn ook nodig. Deels komen deze kosten terecht bij de gemeenten als eigenaar van de gebouwen (eigenarenonderhoud) en voor een deel bij VRZ (gebruikersonderhoud). In onze begroting is ca. € 150.000 budget opgenomen voor het (gebruikers)onderhoud van 64 brandweerposten en (eigenaren)onderhoud van 1 hoofdlocatie.
Onze verwachting is dat dit budget komende jaren niet toereikend is. Om een beter beeld te krijgen laten we onderzoek uitvoeren om te komen tot een meerjarig onderhoudsplan. Hiervoor is in 2024 € 100.000 opgenomen. Hierna bepalen we met het bestuur het ambitieniveau van het onderhoud. Daarna wordt duidelijk wat dit betekent voor de onderhoudskosten. Duurzaamheid wagenpark We starten met het elektrificeren van ons wagenpark, rekening houdend met een natuurlijk vervangingsmoment, waarvoor we in 2024 de facilitaire infrastructuur met laadpalen realiseren. De geraamde kosten hiervoor bedragen € 150.000 (investeringsplan). Voor fleetmanagement nemen we in 2025 een post op van € 30.000. Realistisch oefenen chauffeurs (inhaalslag) Na diplomering moet een brandweerchauffeur vakbekwaam blijven. De branchestandaard beschrijft het vereiste vakbekwaamheidsniveau voor iedere chauffeur in Nederland. Hierin staan kennis en
44
vaardigheden die zijn vereist om in de praktijk op het niveau van chauffeur te kunnen blijven functioneren. Vanuit een vakbekwaamheidsperspectief maar ook als goed werkgever zijn wij verplicht mensen te trainen in hun rol als chauffeur. Hier hebben wij de afgelopen jaren onvoldoende in gedaan. Structureel wordt hiervoor € 70.000 opgenomen. Voor een inhaalslag wordt in 2024 en 2025 € 30.000 opgenomen. Bijdrage tunneltraining Meerjarige tijdelijke geldstromen waarvan de eindigheid vastligt vanwege een toekenningsbesluit worden beschouwd als incidentele baten, ook als de geldstroom (nog) langer is dan 3 jaar. Het betreft in 2025 de bijdrage van de NV Westerscheldetunnel voor de tunneltraining (€ 75.000). Indien deze bijdrage wordt beëindigd is VRZ genoodzaakt de activiteiten die met deze middelen worden uitgevoerd stop te zetten en/of ombuigingen te realiseren.
Overhead / bedrijfsvoering Huisvestingsvisie: pilot kantoorlocaties We onderzoeken welke aanpassingen in de kantoren en kantoorinrichting nodig zijn om uitvoering te geven aan onze huisvestingsvisie. Door middel van een gap-analyse wordt in beeld gebracht wat het verschil is tussen de huidige en gewenste situatie. In 2025 start op 1 locatie een experiment hiermee, waarbij flexibele inrichting en aanpassingen aan het gebouw een aannemelijke uitkomst zijn. Deze ervaringen kunnen van invloed zijn op de andere kantoorlocaties. Hiervoor nemen we een post op van € 75.000 in 2025. Versterken van het informatielandschap De doorontwikkeling van de digitale omgeving wordt komende tijd steeds belangrijker. In 2025 ontwikkelen we ons informatielandschap door. Belangrijke ontwikkelingen zijn: •
•
We maken gebruik van een vakbekwaamheid-systeem om de bekwaamheid van onze operationele medewerkers effectief te registeren en te borgen. De huidige leverancier gaat de doorontwikkeling van het product beëindigen, waardoor we genoodzaakt zijn een nieuw vakbekwaamheid-systeem te verwerven. De implementatie vraagt een eenmalige investering van € 60.000 in 2025. We beschikken als regio over steeds meer data maar zijn nog onvoldoende in staat om deze data effectief te beheren. VRZ kent verschillende dubbele registraties en er is soms sprake van verschillende waarheden. Om alle registraties en datastromen effectief in te richten is door de Veiligheidsregio’s een referentiearchitectuur afgesproken, de VeRa. De referentiearchitectuur geeft richtlijnen en standaarden voor de inrichting van het informatie landschap. Daarnaast geeft het richtlijnen op het niveau van de landelijke voorzieningen, zodat optimale informatiedeling kan plaatsvinden. Om te voldoen aan de VeRA moeten informatiestromen opnieuw worden ingericht vanuit het principe éénmalig registreren, meervoudig gebruik. Dit vraagt om het inventariseren en herijken van processen en systeeminrichtingen. Tot slot zullen technische koppelvlakken tussen de verschillende informatiesystemen mogelijk worden gemaakt om de integriteit van de data te borgen. Hiervoor is € 25.000 opgenomen in de begroting 2025.
Onvoorzien De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven.
45
Deel 2.3: Uiteenzetting financiële positie 2.3.1 Prognose begin- en eindbalans 2024 t/m 2028 Activa Omschrijving
Eind 2023 *
Eind 2024
Eind 2025
Eind 2026
Eind 2027
Eind 2028
Materiële vaste activa Investeringsplan Afschrijvingen
21.845.960 0 0
21.845.960 5.556.503 -2.808.022
24.594.441 6.705.100 -3.127.538
28.172.003 15.242.900 -3.407.646
40.007.257 11.180.900 -4.294.494
46.893.663 10.361.500 -4.527.951
Totaal vaste activa
21.845.960
24.594.441
28.172.003
40.007.257
46.893.663
52.727.212
Vlottende activa Uitzettingen (<1 jr.) Schatkistbankieren Verwachte mutatie Overige overlopende activa Liquide middelen
2.091.970 6.266.547 0 525.810 10.387
2.091.970 6.266.547 -6.226.701 525.810 10.387
2.091.970 39.846 -3.259.323 525.810 10.387
2.091.970 -3.219.477 -64.996 525.810 10.387
2.091.970 -3.284.473 68.490 525.810 10.387
2.091.970 -3.215.983 -26.553 525.810 10.387
Totaal vlottende activa
8.894.714
2.668.013
-591.310
-656.306
-587.816
-614.369
Totaal activa
30.740.674
27.262.454
27.580.693
39.350.951
46.305.847
52.112.843
Activa Vaste activa
*) De jaarrekening 2023 van VRZ is nog niet vas tges teld. Deze cijfers kunnen nog wijzigen.
Passiva Omschrijving Passiva
Eind 2023 *
Eind 2024
Eind 2025
Eind 2026
Eind 2027
Eind 2028
899.719 1.285.016 0
223.825 1.285.016 -821.258
223.825 463.758 -224.800
223.825 238.958 -95.938
223.825 143.020 -11.300
223.825 131.720 -9.200
Vaste passiva Eigen Vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve Onttrekkingen Gerealiseerd resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten
-475.894
0
0
0
0
0
Subtotaal eigen vermogen
1.708.841
687.583
462.783
366.845
355.545
346.345
Voorzieningen Vaste schulden (>1 jr) Aflossing vaste schulden (> 1jr.) Financieringsbehoefte Aflossing financieringsbehoefte Subtotaal vreemd vermogen
1.329.729 21.940.314 0 0 0 23.270.043
1.329.729 21.940.314 -1.833.804 0 0 21.436.239
1.329.729 20.106.510 -1.833.804 3.000.000 0 22.602.435
1.329.729 21.272.706 -1.833.804 14.000.000 -300.000 34.468.631
1.329.729 33.138.902 -1.833.804 10.500.000 -1.700.000 41.434.827
1.329.729 40.105.098 -1.833.804 10.400.000 -2.750.000 47.251.023
Totaal vaste passiva
24.978.884
22.123.822
23.065.218
34.835.476
41.790.372
47.597.368
4.316.899
4.316.899
4.316.899
4.316.899
4.316.899
4.316.899
1.383.759 61.132
760.602 61.132
137.444 61.132
137.444 61.132
137.444 61.132
137.444 61.132
Totaal vlottende passiva
5.761.790
5.138.633
4.515.475
4.515.475
4.515.475
4.515.475
Totaal passiva
30.740.674
27.262.454
27.580.693
39.350.951
46.305.847
52.112.843
Vlottende passiva Netto vlottende schulden met Overlopende passiva met een specifiek bestedingsdoel Overige overlopende passiva
*) De jaarrekening 2023 van VRZ is nog niet vas tges teld. Deze cijfers kunnen nog wijzigen.
46
Toelichting De komende jaren is er sprake van een fors investeringsprogramma. Hiervoor wordt verwezen naar bijlage 2.3.4. De boekwaarde van de activa stijgt daardoor van € 21,8 mln. eind 2023 naar circa € 52,6 mln. eind 2028. De lange termijnschulden van VRZ nemen mede hierdoor toe van € 22,7 mln. eind 2023 naar circa € 46,7 mln. De stijging van de lange termijn schulden is geringer dan de stijging van de boekwaarde van de activa, vooral omdat er eind 2023 nog ca. € 6,2 mln. beschikbaar is (schatkistbankieren). Voor de stand en het verloop van de reserves wordt verwezen naar paragraaf 2.3.3.
2.3.2 Geprognosticeerde EMU-saldo Omschrijving
2024 x € 1000,-
2025 x € 1000,-
2026 x € 1000,-
2027 x € 1000,-
2028 x € 1000,-
Volgens gewijzigde begroting 2024
Volgens begroting 2025
Volgens meerjarenraming in begroting 2025
Volgens meerjarenraming in begroting 2025
Volgens meerjarenraming in begroting 2025
1.
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
-1.021
-225
-96
-11
-9
2.
Mutatie (im)materiële vaste activa
2.748
3.578
11.835
6.887
5.834
3.
Mutatie voorzieningen
4.
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)