2024-32a D24.302970 2024 VGRP eindrapport (R007) R007 verbreed GRP Kapelle definitief
Tekst van het document
Daarnaast is het SWO-onderzoek afhankelijk van de resultaten uit het PWO (Planvorming WaterOpgave van het waterschap). De planvorming SWO dient in samenhang met deze plantrajecten plaats te vinden.
9.4.4
Planvorming Wateropgave (PWO) Naast het programma SWO kent het waterschap het programma Planvorming Wateropgave (PWO). Daarmee brengt het waterschap het watersysteem dat vooral buiten bebouwd gebied ligt op orde. In dit programma toetst het waterschap per afvoergebied aan de hand van metingen en hydrologische modelberekeningen welke waterpeilen er nu en in de toekomst optreden. Daarbij wordt gekeken naar zowel normale (dagelijkse) omstandigheden (met normen vanuit GGOR en KRW) als naar extreme omstandigheden (met normen vanuit WB21). De normen dienen dus de waterkwantiteit, maar ook de waterkwaliteit. Aanvullend onderzoekt het waterschap welke maatregelen kunnen worden genomen om aan de normen te kunnen voldoen. Op basis daarvan wordt met de belanghebbenden in het gebied de gewenste waterpeilen bepaald en vastgelegd in een peilbesluit. In 2021 moesten voor alle afvoergebieden in Zeeland peilbesluiten genomen zijn. De uitvoering van de maatregelen moet in 2027 gereed zijn. De maatregelen vanuit SWO en PWO worden zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. De gemeente Kapelle maakt onderdeel uit van het PWO-gebied Maelstede-Dekker. Voor de peilgebieden in dit gebied zijn de PWOonderzoeken reeds uitgevoerd en zijn aansluitend peilbesluiten vastgesteld.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-71-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
10
Middelen en kostendekking In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de noodzakelijke financiële en personele middelen voor de gemeentelijke watertaken. Voorts wordt aangegeven op welke wijze de kosten voor de gemeentelijke watertaken in de komende planperiode gedekt gaan worden.
10.1
Personele middelen Voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken zijn personele middelen nodig. De omvang van de personele middelen is afhankelijk van verschillende factoren, zoals het inwoneraantal, het aantal aanwezige rioolobjecten, het ambitieniveau van de gemeente en de beschikbaarheid en toegankelijkheid van actuele gegevens. Een belangrijke keuze daarnaast is de verhouding tussen het uitbesteden van werkzaamheden en het zelf uitvoeren daarvan. De gemeente Kapelle kiest ervoor om een aantal werkzaamheden uit te besteden. Daarbij voert de gemeente regie, maar heeft zij wel personele middelen nodig voor deze regievoering. Daarvoor is het belangrijk dat de betreffende medewerkers voldoende toegerust zijn qua middelen en qua kennisniveau om de uitbesteedde activiteiten aan te kunnen sturen. De omvang van de noodzakelijke personele middelen is gebaseerd op de handreikingen uit de Kennisbank Stedelijk Water en de eigen gemeentelijke ervaringen van de afgelopen planperiode. Die laatste ervaringen laten zien dat de huidige personele bezetting, met name op het gebied van projectleiding, niet volledig toereikend is om alle gemeentelijke watertaken uit te voeren. Er is externe ondersteuning noodzakelijk. De Kennisbank Stedelijk Water maakt onderscheid in vijf onderdelen van de gemeentelijke watertaken die moeten worden uitgevoerd. Dit zijn: 1. Planvorming 4. Maatregelen 2.
Onderzoek 5. Facilitair 3. Onderhoud Voor de deeltaken planvorming (1), onderzoek (2) en facilitair (5) zijn er kengetallen beschikbaar op basis van de omvang van het inwoneraantal. De onderhoudsinspanningen (3) kunnen worden bepaald op basis van de lengte riolering en het aantal voorzieningen. De personele inzet voor de maatregelen (4) is afhankelijk van het niveau van de investeringen. De uitwerking van de noodzakelijke formatie op basis van de Kennisbank Stedelijk Water is opgenomen in bijlage 8. Aanvullend aan de kentallen uit de Kennisbank Stedelijk Water is een inschatting gemaakt van de personele middelen die nodig zijn om invulling te geven aan het beleid ten aanzien van samenwerking en klimaatadaptatie. Daarvoor is op basis van de huidige inzichten vooralsnog uitgegaan van 0,20 fte. Voor de komende planperiode is er in totaal circa 2,45 fte aan (interne) personele middelen noodzakelijk voor alle gemeentelijke watertaken. De onderbouwing van deze personele
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-72-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
behoefte is opgenomen in de navolgende tabel. Hierbij is uitgegaan van 200 werkdagen (1350 productieve uren) per jaar voor 1 fte. Tabel 10.1: totaal benodigde personele middelen
Deeltaak 1. planvorming 2. onderzoek 3. onderhoud 4. maatregelen 5. facilitair Samenwerking en klimaatadaptatie Totaal
Personele inzet [dagen] [fte] 76 0,38 94 0,47 85 0,42 150 0,75 45 0,23 40 0,20 490 2,45
De beschikbare formatieve ruimte (circa 2,2 fte) is op hoofdlijnen in overeenstemming met de te realiseren ambities. Door verloop van personeel en een arbeidsmarkt waar spanning op staat, is de druk op het aanwezige personeel hoog. Voor de uitvoering van de projectmatige werkzaamheden is er vooralsnog voldoende capaciteit beschikbaar op basis van inhuur (circa 2 fte). Op beleidsniveau wordt nog invulling gezocht binnen de formatie. Het is van belang om in dit oogpunt ook een landelijk zichtbare trend te signaleren die laat zien dat personele kwetsbaarheid een steeds belangrijker aandachtspunt wordt binnen de gemeentelijke watertaken. Door klimatologische en maatschappelijke ontwikkelingen, technische innovaties en benodigde kostenbesparingen neemt de complexiteit van het werk toe, evenals de druk op de personele middelen van de gemeentelijke organisaties. Het is van belang een helder beeld te ontwikkelen van de invulling van de gemeentelijke watertaken en de kwetsbaarheden op dat gebied om deze zo goed als mogelijk te kunnen ondervangen.
10.2
Kosten Voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken worden er kosten gemaakt. Kosten voor het beheer en onderhoud van de voorzieningen, kosten voor aanleg en vervanging van rioleringsobjecten, maar ook kosten voor onderzoek en beleidsvorming. De kosten zijn onderverdeeld in investeringen enerzijds en in exploitatielasten en kapitaallasten anderzijds. In de navolgende paragrafen zijn samenvattende tabellen opgenomen van de kosten voor de gemeentelijke watertaken in de komende planperiode. Voor alle kosten geldt dat is uitgegaan van prijspeil 2022. Alle kosten (exploitatie en investeringen) zijn exclusief BTW gerekend. Bij de kostendekkingsberekening is wel een BTW-component (apart) toegevoegd.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-73-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
10.2.1
Investeringen De investeringen betreffen in hoofdzaak de kosten voor het vervangen en renoveren van de riolering en de rioolgemalen. Deze investeringen worden over langere tijd afgeschreven. De afschrijvingstermijn verschilt per onderdeel en is afhankelijk van de levensduur van het betreffende object. De kapitaallasten van de investeringen worden opgenomen in de exploitatiebegroting (onder meer conform ‘Notitie activering, waardering en afschrijving vaste activa’ gemeente Kapelle). De investeringen betreffen in hoofdzaak de kosten voor het vervangen en renoveren van de riolering en de gemalen (hoofdgemalen en drukriolering). Een deel van deze investeringen wordt over langere tijd afgeschreven. De afschrijvingstermijn verschilt per onderdeel en is afhankelijk van de levensduur van het betreffende object. De kapitaallasten van de investeringen worden opgenomen in de exploitatiebegroting. Een steeds groter deel van de investeringen echter wordt door de gemeente Kapelle direct gefinancierd. Dit is in lijn met de keuze uit 2011 om de omvang van de kapitaallasten naar de toekomst toe te beperken. Daarvoor is er een voorziening riolering beschikbaar. Deze voorziening werkt als een soort spaarpot van waaruit de investeringen (voor een deel) direct kunnen worden gefinancierd. Op die manier hoeft er minder te worden afgeschreven en minder rente te worden betaald.
Op langere termijn leidt dit tot een lagere rioolheffing (zie ook paragraaf kostendekking). Voor de investeringen is een doorkijk gemaakt over een periode van 60 jaar. Dit komt overeen met de gemiddeld langste levensduur van de rioolobjecten. Daarbij zijn de resultaten van de rioleringsberekeningen en de analyse van potentiële wateroverlastlocaties leidend geweest voor de kortere termijn. Daarnaast is gekeken waar combinaties gemaakt kunnen worden met andere werkzaamheden zoals het wegonderhoud. Ook het implementeren van klimaatadaptieve maatregelen is hierin verweven. Dat heeft geleid tot een geconcretiseerde vervangingsplanning voor de komende planperiode, waarbij diverse locaties tot op straatniveau benoemd zijn. Deze planning is opgenomen in paragraaf 7.4.5 van dit verbreed GRP Kapelle. De overige investeringen zijn gebaseerd op levensduur. De totale investeringsbehoefte is vervolgens, uit oogpunt van een gelijkmatige vraag naar personeel en middelen, gemiddeld over de totale periode. Dat leidt tot een min of meer vast gemiddeld investeringsniveau per jaar. Dit gemiddelde investeringsniveau zorgt ervoor dat pieken worden voorkomen en dat er een gelijkmatig investeringsniveau ontstaat over de tijd.
In de onderstaande tabel is een samenvatting gegeven van de geplande investeringen voor de komende planperiode, waarbij 2024 en 2025 conform de opgave uit de meerjarenplanning is. Tabel 10.2: samenvatting investeringen planperiode, prijspeil 2022
Jaar Investering (gepland)
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
2024 2025 2026 2027 2028 € 1.426.047 € 2.415.328 € 1.458.820 € 1.458.820 € 1.458.820
-74-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
10.2.2
Exploitatielasten Onder de exploitatielasten vallen alle directe kosten die jaarlijks gemoeid zijn met de uitvoering van de gemeentelijke watertaken. Dit betreft het beheer en onderhoud van de voorzieningen, maar ook de planvorming, diverse onderzoeken en de voorbereiding van uit te voeren maatregelen. Onder de exploitatiekosten vallen ook de personeelskosten, de kapitaallasten en de vulling van de voorziening riolering. In de onderstaande tabel is een samenvattend overzicht opgenomen van de exploitatielasten. Tabel 10.3: exploitatielasten planperiode (prijspeil 2022)
Jaar
2024
2025
2026
2027
2028
9.722.00 onderhoud riool € 1.479.546 € 1.558.865 € 1.668.222 € 1.742.086 € 1.813.834 9.722.01 planvorming riolering € 87.500 € 87.500 € 87.500 € 87.500 € 87.500
Totaal
10.3
€ 1.567.046 € 1.646.365 € 1.755.722 € 1.829.586 € 1.901.334
Kostendekking Tegenover de kosten voor de gemeentelijke watertaken staan ook baten. Deze baten worden grotendeels gevonden in de rioolheffing die door burgers en bedrijven wordt betaald voor het gebruik van de gemeentelijke voorzieningen. Daarnaast zijn er baten afkomstig uit nieuwe aansluitingen die worden gerealiseerd. Dit laatste is echter een zeer klein aandeel in de totale baten. Het streven van de gemeente is een kostendekkend tarief voor de rioolheffing (100% kostendekkendheid). De komende jaren wordt getracht de kosten voor de gemeentelijke watertaken niet te sterk te laten stijgen om zo de kosten voor de burger beperkt te houden. De kosten voor de gemeentelijke watertaken stijgen echter, onder meer als gevolg van het structureel vervangen van kwalitatief slechte riolering, van klimaatontwikkelingen waar op moeten worden ingespeeld om (water)overlast te voorkomen, het op peil houden van het onderhoudsniveau van de voorzieningen, uitbreiding van het areaal en het voldoen aan de gestelde eisen van de waterbeheerder. Onder meer in de samenwerking met andere (water)partners en gemeentelijke disciplines, maar ook in risico-gestuurd beheer en onderhoud worden mogelijkheden gezocht om kosten te besparen en eventuele kostenstijgingen zoveel mogelijk te beperken (minder meerkosten).
10.3.1
Heffingsgrondslag In de ‘Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing Kapelle’ wordt gesproken over een eenpersoons- of meerpersoonshuishouden dat de hoogte van de heffing bepaald. Dit gaat uit van het principe ‘de gebruiker betaalt’, waarbij een zwaarder gebruik (meer personen per huishouden) ook zwaarder wordt belast. Voor niet-woningen (veelal bedrijven) is de hoogte van de heffing gerelateerd aan de waarde in het economisch verkeer (WOZ-waarde). Daarvoor zijn verschillende categorieën onderscheiden, gestaffeld per € 50.000,-. In tabel 10.3 is ter illustratie de vastgestelde rioolheffing voor 2023 opgenomen.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-75-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
De uitvoeringswerkzaamheden van het opleggen en innen van de rioolheffing wordt gedaan door Sabewa. Sabewa is als uitvoeringsorganisatie een samenwerkingsverband van meerdere Zeeuwse gemeenten en waterschap Scheldestromen. Tabel 10.4: rioolheffing 2023
Klasse eenpersoonshuishouden meerpersoonshuishouden niet-woningen (19 categorieën) a. van minder dan € 50.000 b. van € 50.000,- tot € 250.000,s. tot meer dan € 3.500.000
Tarief gebruiker € 217,50 € 290,-€ -,-€ 339,-€ 3.010,--
In de loop van de komende planperiode wordt het systeem van de rioolheffing en de bijhorende grondslag geëvalueerd. Dit gebeurt zowel binnen de gemeentelijke organisatie zelf als in SAZ+-verband. Afhankelijk van de resultaten daarvan kan gekozen worden voor een eventuele aanpassing van de systematiek.
10.3.2
Voorziening riolering De gemeente Kapelle beschikt over een voorziening riolering. Deze voorziening is in het leven geroepen om de lastenstijging in de toekomst te beperken. Door aan de voorkant iets meer geld te innen dan direct noodzakelijk is, kan een spaarpot worden gevuld, de zogenaamde voorziening riolering. De bedoeling is om vanuit deze voorziening vervolgens de investeringen gedeeltelijk en op termijn volledig te gaan financieren. Op die manier hoeft er geen afschrijving, maar vooral ook geen (omslag)rente meer te worden doorberekend. Deze bedragen gezamenlijk vormen de kapitaallasten. De kapitaallasten worden direct doorberekend in de hoogte van de rioolheffing. Het beperken van de kapitaallasten op termijn betekent dus ook het beperken van de stijging van de rioolheffing op termijn. Deze manier van werken met een rioolvoorziening en het direct financieren van (een deel van) de investeringen is het voorzetten van een eerdere politieke keuze uit 2011. Deze keuze is in het voorgaande GRP bevestigd en wordt ook in dit GRP doorgezet. Deze keuze, met (financiële) duurzaamheid als leidend motief, leidt op lange termijn tot de laagste maatschappelijke lasten. In de afgelopen planperiode is het gedeelte van de investeringen dat direct wordt gefinancierd vanuit de voorziening gegroeid. Deze groei wordt de komende planperiode verder doorgezet.
Vooralsnog is voor de kostendekkingsberekeningen van het voorliggende verbreed GRP Kapelle uitgegaan van een groei met stappen € 50.000,- per jaar.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-76-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
10.3.3
Hoogte rioolheffing De hoogte van de rioolheffing wordt gebaseerd op de inhoud van dit verbreed GRP, de kosten van de geprogrammeerde rioolvervangingen en beheer- en onderhoudswerkzaamheden en de kosten van de gemeentelijke watertaken in het algemeen. Ook de lopende en de nieuwe kapitaallasten die voortvloeien uit de investeringen worden uit de rioolheffing gedekt. Om de exacte hoogte van de rioolheffing te bepalen, maakt de gemeente Kapelle vervolgens gebruik van de kosten inclusief BTW. De BTW component wordt over een deel van de totale exploitatielasten berekend en aan de totale kosten toegekend. Op basis van die getallen wordt vervolgens de hoogte van de rioolheffing bepaald. Zoals genoemd is bij het bepalen van de hoogte van de rioolheffing een doorkijk gemaakt naar een periode van 60 jaar. Deze periode komt overeen met de gemiddeld langste levensduur van het bestaande rioleringssysteem. Daarmee wordt een volledige cyclus van het vervangen van het complete systeem beschouwd. In tabel 10.5 is een overzicht gegeven van de hoogte van de geplande rioolheffing vanaf 2024. Daarbij is uitgegaan van twee varianten: A. Stijging van de voorziening met ieder jaar € 50.000,- tot jaarlijks € 1.000.000,B.
Stijging van de voorziening met ieder jaar € 50.000,- tot de volledige investeringsomvang van jaarlijks € 1.458.820,Het uitgangspunt bij iedere variant is dat er in de periode van de komende 10 jaar (tot 2034) een evenwicht gevonden wordt tussen de kosten en de baten. In de huidige situatie, met de toename van het jaarlijkse investeringsvolume, is er ieder jaar een structureel tekort. Dit tekort wordt gefaseerd gedicht over een periode van circa 10 jaar. Naast de autonome stijging zoals weergegeven in de onderstaande tabel dient jaarlijks inflatiecorrectie op de heffing te worden toegepast. Dit is ter compensatie van stijgende eenheidsprijzen (onder andere voor materiaal), maar ook voor bijvoorbeeld de uitbreiding van het areaal. In de afgelopen jaren zijn de regulier te hanteren eenheidsprijzen aanzienlijk gestegen, onder meer als gevolg van schaarste ten aanzien van materialen, maar ook als gevolg van prijsstijgingen voor aspecten als afvoer van grond en slibverwerking. Tabel 10.5: geplande rioolheffing
Jaar 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2035 2040
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
Variant A
Variant B
heffing 1pphh [€]
heffing 1pphh [€]
€ € € € € € € € €
225,75 234,78 244,17 253,94 264,10 277,30 291,17 337,06 337,06
€ € € € € € € € €
-77-
225,75 234,78 244,17 253,94 264,10 277,30 291,17 364,53 394,58
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
2050 2060 2070 2083 Kosten (2083)
10.3.4
€ 357,69 € 379,58 € 402,82 € 427,47 € 3.315.822
€ 394,58 € 394,58 € 378,95 € 371,38 € 2.799.087
Evaluatie kostendekkingsplan Bij het opstellen van het kostendekkingsplan zijn alle maatregelen en bijbehorende investeringen zo nauwkeurig mogelijk geraamd, evenals alle posten van de exploitatie en de personele middelen. De praktijk in de planperiode kan echter afwijken, onder meer als gevolg van onvoorziene financiële of technische ontwikkelingen. Voorbeelden hiervan zijn de gestegen transportkosten van af te voeren grond of de gestegen leveringskosten van materialen. Daarnaast is gebleken dat de omvang van de personele middelen (kosten en beschikbare menskracht) van aanzienlijke invloed is op de omvang van de exploitatie. Ontwikkelingen in beschikbaarheid, in toerekening van bijvoorbeeld overhead (vanuit de BBV), maar ook van de aard van de projecten waaraan wordt gewerkt en het realiseren van de voorgestelde investeringsplanning heeft hier direct invloed op. Het is daarom van belang de geschetste ontwikkeling van de rioolheffing als indicatief te beschouwen en deze met enige regelmaat tegen het licht te houden in het perspectief van de ontwikkelingen op langere termijn (doorkijk). Daarom wordt uitgegaan van een tussentijdse evaluatie binnen de planperiode na twee of drie jaar.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-78-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
BIJLAGE 1
VERKLARENDE WOORDENLIJST
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-79-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
BIJLAGE 1:
VERKLARENDE WOORDENLIJST
Het verbreed GRP Kapelle maakt gebruik van een groot aantal begrippen dat nauw samenhangt met de rioleringszorg. In deze bijlage wordt een aantal van deze begrippen nader verklaard. aantasting
Een wijziging van de structuur van de buiswand als gevolg van (bio)chemische of mechanische processen.
afkoppelen
De afvoer vanaf verhard oppervlak loskoppelen van de gemengde riolering en anderszins laten plaatsvinden.
afvalwater
Al het water dat is verontreinigd en waarvan men zich wenst te ontdoen.
afvalwaterketen
Het deel van de waterketen dat betrekking heeft op de inzameling, transport, zuivering en lozing van gezuiverd afvalwater, ofwel riolering en rioolwaterzuivering.
afvalwaterstelsel
Stelsel voor de inzameling en het transport van afvalwater.
afvalwatersysteem
Het geheel van rioleringstechnische en zuiveringstechnische werken.
AWZI / RWZI
Afvalwaterzuiveringsinstallatie / rioolwaterzuiveringsinstallatie
basisinspanning
Afspraak om rioleringssystemen zodanig aan te passen, dat de vuiluitworp uit de overstorten van deze systemen wordt verminderd tot een vastgestelde norm.
Basisrioleringsplan (BRP)
Plan waarin op gedetailleerde wijze wordt aangegeven hoe de inzameling en afvoer van afvalwater en neerslag binnen een bepaald gebied dient te geschieden (zie ook SSW).
BBB, BBL, BBR
Bergbezinkbassin, bergbezinkleiding, bergbezinkriool. Deze vallen onder het begrip randvoorziening.
bemalingsgebied
Een gebied dat door één rioolgemaal wordt bemalen. Bij drukriolering en vacuümriolering betreft dit het totale gebied dat op het systeem van pompputjes c.q. vacuümputten is aangesloten.
bergbezinkbassin / -riool
Een open of gesloten bassin (of riool) als onderdeel van het rioolstelsel, dat als doel heeft de lozing van vuil uit een rioolstelsel op oppervlaktewater te verminderen. Door de speciale vormgeving van het bassin (of riool) is de stroomsnelheid laag en zal bezinking van vuil optreden.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-80-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
berging
De nuttige inhoud van een rioolstelsel uitgedrukt in m3, dan wel gerelateerd aan het daarop aangesloten verhard oppervlak (mm). De inhoud van inspectieputten wordt niet bij de berging meegerekend. Het volume van de droogweerafvoer wordt daarentegen niet in mindering gebracht.
berging op straat
Dat deel van de neerslag welke op het straatoppervlak valt, maar niet direct tot afstroming komt naar het riool. Meestal gebeurt dit wel in een later stadium.
BOK, (BOB)
Binnenonderkant (buis).
bouwtechnische maatregelen
Maatregelen in de woning (in de kruipruimte, kelder of woonruimte) met als doel vochtoverlast te beperken.
CZV
Chemisch zuurstof verbruik, de zogenaamde ‘gidsparameter’ voor alle vervuilende stoffen. Deze parameter weerspiegelt de effecten op langere termijn en de regionale effecten in het oppervlaktewater.
drainage
Een systeem van doorlatende leidingen met omhulling in de bodem, waarin de opvang en afvoer van overtollig grondwater plaatsvindt om zo de grondwaterstand te beheersen.
droogweerafvoer
De hoeveelheid (vuil)water die in droogweerperioden wordt afgevoerd. Afkorting DWA.
drukriolering
Riolering waarbij het transport van afvalwater plaatsvindt via (kleine) pompen en persleidingen.
effluent
Het uitstromende gezuiverde afvalwater uit een afvalwaterzuivering.
foutieve aansluiting
Een aansluiting van een afvoer op de riolering, die niet op de juiste plaats of op de juiste leiding is aangesloten (bijvoorbeeld een vuilwaterafvoer die is aangesloten op een regenwaterriool).
gemengd rioolstelsel
Rioolstelsel waarbij het afvalwater en regenwater door hetzelfde buizenstelsel worden ingezameld en afgevoerd.
gescheiden rioolstelsel
Rioolstelsel, waarbij het afvalwater en regenwater door afzonderlijke buizenstelsels worden ingezameld. Het afvalwater wordt afgevoerd naar een RWZI. Het regenwater wordt (rechtstreeks) afgevoerd naar het oppervlaktewater.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-81-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
GGOR
Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime. GGOR is een hulpmiddel dat - onder meer in de vorm van kaarten - voor elke (gebruiks)functie in landelijk of stedelijk gebied de gewenste toestand van het grondwater en het oppervlaktewater aangeeft en wordt vastgesteld na een integrale ruimtelijke afweging.
IBA
Systeem voor Individuele Behandeling van Afvalwater.
Infiltratie
Water dat in de bodem dringt of weg zijgt.
Ingrijpmaatstaf
Grenstoestand, waarbij ingrijpen in de actuele toestand noodzakelijk is en waarbij maatregelen moeten worden opgesteld.
IT- (of infiltratie) riolering
Riolering voorzien van openingen, waardoor het water in de bodem kan infiltreren.
Kennisbank Riolering
Handreiking en kennisdocument vanuit de landelijke koepelorganisatie Stichting Rioned met daarin algemeen geaccepteerde uitgangspunten, methoden en technieken over alle aspecten van het vakgebied stedelijk waterbeheer.
klimaatadaptatie
Maatregelen om de gevolgen van klimaatveranderingen op te vangen en te verbeteren.
KRW
Europese Kaderrichtlijn Water. Dit is een Europese richtlijn die voorschrijft dat de waterkwaliteit van de Europese wateren vanaf 2015 aan bepaalde eisen moet voldoen.
KRW-waterlichaam
Een oppervlaktewater van aanzienlijke omvang, zoals een meer, een waterbekken, een stroom, een rivier, een kanaal, een deel van een stroom, rivier of kanaal, een overgangswater of een strook kustwater. Het in de regel dus om grotere oppervlaktewateren.
ledigingstijd
De tijd die nodig is om een rioolstelsel te ledigen wanneer het volledig gevuld is (bijvoorbeeld na een overstorting).
negatieve overstort
Instroming van water in het rioolsysteem via de overstorten vanuit oppervlaktewater.
OAS
Optimalisatie Afvalwater Systeem: studie naar de mogelijkheden om riolering en afvalwaterzuivering op elkaar af te stemmen tegen de laagst maatschappelijke kosten.
ontwatering
Minimale afstand van het maaiveld tot de hoogst toelaatbare grondwaterstand.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-82-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
onderdrempelberging
De inhoud van het rioolstelsel gelegen beneden het niveau van de laagste overstortdrempel.
overstort
Een voorziening waarlangs bij neerslag een teveel aan rioolwater, dat niet in het stelsel kan worden geborgen, wordt geloosd op oppervlaktewater.
overstortingsgebeurtenis Een lozing van rioolwater uit een overstort, waarvan de overstortingspauze maximaal 24 uur mag duren. POC
Pompovercapaciteit.
pompcapaciteit
De som van de droogweerafvoer en injecties en de pompovercapaciteit.
pompovercapaciteit
De theoretische regenwaterafvoercapaciteit (bestaande uit de pompcapaciteit minus de droogweerafvoer). Afgekort POC.
PWO
Planvorming Wateropgave: met dit proces neemt waterschap Scheldestromen haar watersysteem onder de loep, bepaalt de knelpunten en geeft een doorkijk naar de maatregelen om het gebied klimaatbestendig te maken.
randvoorziening
Een tot de riolering behorende voorziening in of achter het rioolstelsel met als doel de vuilemissie ten gevolge van overstortingen te reduceren (zie ook BBB).
regenwaterafvoer
Het totale debiet dat bij een regensituatie door het rioolstelsel kan worden afgevoerd. Bij een gemengd rioolstelsel is dit debiet inclusief de droogweerafvoer.
regenwaterstelsel (RWA stelsel)
Rioolstelsel waarmee uitsluitend hemelwater (regenwater) wordt afgevoerd.
relinen
Een renovatietechniek waarbij een kunststof hars geïmpregneerde kous in de bestaande rioolleiding wordt geblazen of uitgerold. De buizen worden hierbij van binnenuit bekleed (ook wel ‘kousmethode’ genoemd).
rioolvreemd water
Rioolvreemd water is water dat ongewenst in de riolering terechtkomt en vervolgens wordt afgevoerd naar de RWZI.
SSW
Systeemoverzicht Stedelijk Water: opvolger van het BRP. Plan waarin op gedetailleerde wijze wordt aangegeven hoe de inzameling en afvoer van afvalwater en neerslag binnen een bepaald gebied dient te geschieden in samenspraak met de inrichting van de openbare ruimte (bovengrond).
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-83-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
STOWA
Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer, het kenniscentrum van de Nederlandse waterschappen en provincies.
SWO
Stedelijke Wateropgave: proces waarbij waterschap Scheldestromen samen met de gemeente in beeld brengt of het huidige watersysteem toereikend is om wateroverlast en watertekort te voorkomen en wat mogelijke gevolgen voor de waterkwaliteit zijn. Op basis van de verkregen inzichten worden concrete maatregelen bepaald.
verbeterd gescheiden rioolstelsel
Een gescheiden rioolstelsel, waarbij het eerst afstromende en mogelijk verontreinigde regenwater naar de RWZI wordt afgevoerd (eventueel via het vuilwaterstelsel). Pas na vulling van het regenwaterstelsel stort het nog aanwezige, relatief schone regenwater over op oppervlaktewater. De vervuiling als gevolg van foutieve aansluitingen op het regenwaterstelsel wordt ook beperkt.
verhard oppervlak
Alle verharde oppervlakken van waar hemelwater wordt afgevoerd naar de riolering.
verloren berging
Het deel van de berging in het rioolstelsel, dat niet beschikbaar is voor het bergen van rioolwater, bijvoorbeeld ten gevolge van zettingen, waardoor het riool niet leeg kan stromen.
vuilemissie
De hoeveelheid vuil, die vanuit de riolering per tijdseenheid of per gebeurtenis geloosd wordt op het oppervlaktewater.
vuilwaterstelsel
Stelsel waarlangs uitsluitend afvalwater wordt ingezameld en afgevoerd (ook wel DWA-stelsel genoemd).
WB21
De Commissie Waterbeheer 21e eeuw bracht in augustus 2000 advies uit over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De kerngedachte van de Commissie was dat het watersysteem in 2000 niet op orde was, dat water meer ruimte nodig heeft en dat er geen rekening gehouden werd met de verwachte klimaatveranderingen. Het advies gaat uit van meer ruimte voor water, met als gedachteleidraad de drietrapsstrategie: ‘vasthouden, bergen, afvoeren’ en dat water meer ordenend moet zijn.
water-op-straat
Het verschijnsel, waarbij enige tijd water op straat blijft staan ten gevolge van een hevige regenval.
wateroverlast
Het verschijnsel, dat ten gevolge van water op straat overlast wordt ondervonden en/of schade ontstaat.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-84-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
waterkwaliteitsspoor
Het waterkwaliteitsspoor moet er voor zorgen dat het ontvangende oppervlaktewater, ondanks de lozing, aan de milieukwaliteitsnormen voldoet (= immissietoets). Voor het waterkwaliteitsspoor geldt, dat de vuiluitworp volgens de basisinspanning geen belemmering mag zijn voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit. Is dit toch het geval, dan moeten boven op de basisinspanning nog aanvullende maatregelen worden getroffen. Deze maatregelen kunnen zowel in de riolering als in de waterhuishouding worden gezocht. De toetsing aan het waterkwaliteitsspoor wordt uitgevoerd door de waterkwaliteitsbeheerder.
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-85-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024
verbreed GRP Kapelle definitief rapport
-86-
R017.P243/R007/RHOU 1 mei 2024