CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-22a D24.297875 ontwerpbestemmingsplan Bonzijweg PDFsam merge

Raadsvergadering 26 maart 2024, gemeente KapelleBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Bonzijweg Wemeldinge18.808 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De beoogde ontwikkeling zal daarom niet resulteren in een (significante) verkeerstoename. De waarde van stikstofdepositie zal daarom naar verwachting niet toenemen ten opzichte van de huidige planologische situatie. Volledigheidshalve zij het volgende opgemerkt. Als (een wijziging van) een bestemmingsplan negatieve gevolgen heeft voor de Natura 2000-gebieden kan het plan in beginsel niet worden vastgesteld. In dat geval moet het bevoegd gezag volgens artikel 2.8, van de Wet natuurbescherming (Wnb) eerst een passende beoordeling opstellen. Uit de passende

33

concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023

beoordeling moet blijken dat de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden niet aangetast worden door het plan. Eventueel worden maatregelen opgenomen die getroffen worden om dit te bereiken. Als niet aangetoond wordt dat aan de instandhoudingsdoelstellingen voldaan wordt, kan het plan geen doorgang vinden. Met behulp van een voortoets kan het bevoegd gezag bepalen of op voorhand negatieve gevolgen uit te sluiten zijn. Hierbij moet voor de gewenste situatie worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden. Voor plannen die ten opzichte van de uitgangssituatie op het referentiemoment geen significante toename in stikstofdepositie veroorzaken, zijn negatieve effecten ten aanzien van dit aspect uit te sluiten. In dat geval hoeft geen passende beoordeling te worden opgesteld. Gelet op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019, kan het Programma Aanpak Stikstof niet meer worden gehanteerd als toetsingskader op grond van de Wet natuurbescherming. Met de meest recente versie van het rekenprogramma AERIUS is door het bureau Plan & Omgeving de stikstofdepositie op natuurgebieden berekend. De berekeningen laten zien dat geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Stikstof vormt derhalve geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Het volledige stikstofdepositieonderzoek is opgenomen in de bijlagen.

Conclusie Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.6

Milieuhinder

Door het aanbrengen van een zone tussen bedrijvigheid en gevoelige bestemmingen (zoals woningbouw) kan de overlast ten gevolge van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden worden. Zonering is met name van toepassing bij nieuwbouw van woningen en andere gevoelige functies in de directe omgeving van een bedrijf en bij vestiging van een nieuw bedrijf in de directe omgeving van gevoelige bestemmingen.

Toetsing Zoals hiervoor is aangegeven, ziet de ontwikkeling op het realiseren van een woning. Een woning is een gevoelige bestemming. In de directe omgeving zijn geen activiteiten die van invloed kunnen zijn op de beoogde gevoelige bestemming. Aan de Bonzijweg nr. 12 is een agrarisch bedrijf gelegen met een indicatieve richtafstand volgens de VNG brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ versie 2009 van 100 meter. De beoogde woning is geprojecteerd op circa 200 meter en valt derhalve buiten de indicatieve richtafstand.

Conclusie Het aspect milieuhinder vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

34

concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023

Figuur 11: Afstand planlocatie t.o.v. Bonzijweg nr. 12

4.7

Geluidhinder

Ingevolge artikel 74 Wet geluidhinder (Wgh) zijn in principe alle wegen gezoneerd. Als een geluidzone geheel of gedeeltelijk binnen het plangebied valt, moet bij de voorbereiding van een bestemmingsplan akoestisch onderzoek worden verricht naar de geluidsbelasting op nieuwe woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen die geluidszone (artikel 77 Wgh). Gelet op het realiseren van een woning is een geluidsonderzoek noodzakelijk. Door het bureau Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing op 28 juni 2023 een akoestisch onderzoek uitgevoerd.

Toetsing en conclusie De conclusie en het advies uit dit bodemonderzoek volgt hierna:

35

concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023

Uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse van het beoogde bouwvlak de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden wordt. Het plan ontmoet derhalve voor het aspect geluid geen belemmering, zodat maatregelen ter reductie van de geluidbelasting niet aan de orde zijn. Bij een standaard geluidwering van 20 dB, als vermeld in artikel 3.2 van het Bouwbesluit 2012, zal te allen tijde voldaan worden aan een binnenwaarde van 33 dB. In bijlage III van het akoestisch onderzoek zijn de rekenresultaten van de verschillende wegen op de beoogde bouwvlakken opgenomen. Op de in bijlage III gepresenteerde geluidbelastingen is geen correctie, als bedoeld in art. 110g Wgh, toegepast. In figuur 5 van het akoestisch onderzoek is de geluidbelasting vanwege de Bonzijweg, inclusief de correctie als bedoeld in art. 110g Wgh, op de verschillende bouwvlakken grafisch gepresenteerd. In figuur 6 van het akoestisch onderzoek is de geluidbelasting, vanwege de Chezeeweg, inclusief de correctie als bedoeld in art. 110g Wgh, op de verschillende bouwvlakken grafisch gepresenteerd. Figuur 7 van het akoestisch onderzoek geeft een grafische presentatie van de geluidbelasting vanwege de Zwaakseweg, inclusief de correctie als bedoeld in art. 110g Wgh, weer. Uit bijlage III blijkt dat de geluidbelasting, exclusief de inclusief correctie conform art.

110g Wgh, ten hoogste: - 52 dB vanwege de Bonzijweg; - 33 dB vanwege de Chezeeweg; - 45 dB vanwege de Zwaakseweg bedraagt.

Cumulatie van geluid De voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai, die op gezoneerde wegen van toepassing is, wordt niet overschreden, zodat formeel geen onderzoek naar de effecten zijn van de samenloop van de verschillende bronnen ingesteld te worden. In bijlage IV van het akoestisch onderzoek zijn, evenals in figuur 8 van het akoestisch onderzoek, de rekenresultaten van de gecumuleerde geluidbelasting vanwege de relevante wegen opgenomen. Uit bijlage IV blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting ten hoogste 52 dB bedraagt.

Contouren Omdat nog niet expliciet bekend is waar het bouwvlak komt, zijn ook contourberekeningen verricht op 1,5 m en 4,5 m hoogte. De contouren zijn berekend met behulp van een grid met om de 2 m een rekenpunt. In de figuren 9 tot en met 11 van het akoestisch onderzoek zijn de geluidbelastingen vanwege respectievelijk de Bonzijweg, de Chezeeweg en de Zwaakeweg door middel van contouren op een hoogte van 1,5 m weergegeven. De gepresenteerde geluidbelastingen zijn inclusief de aftrek conform de aftrek art. 110g Wgh. In de figuren 12 tot en met 14 van het akoestisch onderzoek zijn de geluidbelastingen vanwege respectievelijk de Bonzijweg, de Chezeeweg en de Zwaakeweg door middel van contouren op een hoogte van 1,5 m weergegeven. De gepresenteerde geluidbelastingen zijn inclusief de aftrek conform de aftrek art. 110g Wgh.

36

concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023

In de figuren 15 en 16 van het akoestisch onderzoek zijn de gecumuleerde geluidbelastingen vanwege de relevante wegen op een hoogte van 1,5 m respectievelijk 4,5 m weergegeven. De gepresenteerde geluidbelastingen zijn exclusief de aftrek conform de aftrek art. 110g Wgh. In de figuren 9 tot en met 16 is een blauwe lijn opgenomen, die op een afstand van 14 m van de Bonzijweg gelegen is. De beoordeling van de geluidbelasting dient dus ten zuiden van de blauwe lijn plaats te vinden. 4.8

Luchtkwaliteit

De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet Milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waarvan de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio’s om samen te werken aan een schonere lucht waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen. Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in het NSL in de provincies c.q. regio’s waar overschrijdingen plaatsvinden. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt.

Plannen die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10. betekent dit dat aannemelijk moet worden gemaakt dat het plan tot maximaal 1,2 ųg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het plan op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het plan ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging.

Toetsing/conclusie De ontwikkeling ziet op de realisatie van 1 woning. Deze ontwikkeling is dan ook dermate kleinschalig dat om deze reden kan worden aangenomen dat het project niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Een onderzoek naar luchtkwaliteit hoeft derhalve niet plaats te vinden. 4.9

Externe veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid van degenen die niet bij de risicovolle activiteit zelf zijn betrokken, maar als gevolg van die activiteit wel risico’s kunnen lopen, zoals omwonenden. Bij ruimtelijke plannen dient aandacht te worden besteed aan de vraag of er risicovolle activiteiten

37

concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023

in en/of nabij het plangebied aanwezig zijn dan wel komen en zo ja, of er sprake is van een toelaatbaar risico. Risicovolle activiteiten zijn:  het opslaan, gebruiken en/of produceren van gevaarlijke stoffen (inrichtingen);  het vervoer van gevaarlijke stoffen over auto-, spoor- en waterwegen of door buisleidingen (transportroutes). De adviesrol op het gebied van externe veiligheid in Zeeland is weggelegd bij de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ). De VRZ gaat steeds meer risicogericht werken, wat inhoudt dat zij enkel gaat adviseren op ruimtelijke plannen, waarin veiligheidsrisico’s gelopen worden en middels maatregelen er een veiligere omgeving kan worden ontwikkeld. Aan de hand van het wettelijk kader en de mogelijke incidentscenario’s is bepaald bij welke ontwikkelingen veiligheidswinst kan worden behaald. De beoordeling of er bij een ruimtelijke ontwikkeling veiligheidswinst kan worden behaald, gebeurt in twee stappen: 1. Het bepalen van het type ontwikkeling; 2. Het beoordelen van de locatie van de ontwikkeling. Ad. 1 De eerste stap vindt plaats door te beoordelen wat voor type ontwikkeling het betreft.

De VRZ wil betrokken zijn bij en adviseren op een ruimtelijke ontwikkeling als deze: - Meer dan 10 personen toevoegen aan de omgeving; - Een risico volle activiteit mogelijk maakt, zoals bedoeld in het Brzo, Bevi, Bevt of Bevb; - Een woonwijk of een bedrijventerrein betreft; - Vitale infrastructurele en infrastructurele werken betreft, waaronder bijvoorbeeld windturbines. Ad. 2 De tweede stap is het beoordelen van de locatie van de ontwikkeling. Voor de beoordeling of er op de ontwikkelingslocatie veiligheidsrisico’s spelen, heeft de VRZ een kaart ontwikkeld: de signaleringskaart. Deze kaart geeft 3 signaleringszones weer. Wanneer de locatie van de ontwikkeling binnen één van deze zones ligt, dan spelen er veiligheidsrisico’s en wil de VRZ betrokken worden bij deze ontwikkeling. Gelet op het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de VRZ niet betrokken hoeft te worden bij de beoogde ontwikkeling. Het gaat om het toevoegen van 1 woning, waarin niet meer dan 10 personen zullen worden gehuisvest. Inrichtingen Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. Dit besluit moet individuele en groepen burgers een basisbeschermingsniveau garanderen tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen bij een inrichting.

Op basis van het Bevi geldt voor het PR rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten1. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Dat wil zeggen een

1

Grenswaarden moeten in acht worden genomen, van richtwaarden kan enkel om zwaarwegende

redenen worden afgeweken. Voorbeelden van kwetsbare objecten zijn woningen (enkele uitzonderingen daargelaten), gebouwen

38

concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023

kans van één op de miljoen per jaar dat een persoon die permanent en onbeschermd op een plaats aanwezig is, als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen overlijdt. Het Bevi legt daarnaast een verantwoordingsplicht voor een gemeente of provincie op voor het groepsrisico (indien dit risico verandert). Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen. Dit is de zogenaamde 1%-letaliteitsgrens; de afstand vanaf de inrichting waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval bij een inrichting. Bij de verantwoording moet de gemeente of provincie onder andere de zelfredzaamheid van de bevolking en de mogelijkheden voor hulpverlening meewegen. Zij moet hierover advies vragen bij de regionale brandweer. In Zeeland wordt aan deze adviestaak invulling gegeven door de Veiligheidsregio Zeeland. Op basis van de professionele risicokaart zijn er geen risicovolle inrichtingen in de nabijheid van de ontwikkelingslocatie aanwezig Transportroutes

Buisleidingen Op basis van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) zijn gemeenten verplicht de leidingen die niet in stroken liggen, reeds bestaand of nieuw op te nemen in het bestemmingsplan met een belemmeringenstrook van 5 meter ter weerszijden van de leiding. Verder dient op grond van het Bevb voor alle leidingen rekening te worden gehouden met de risiconormering die voor buisleidingen voor gevaarlijke stoffen geldt. Op basis van de professionele risicokaart liggen er geen buisleidingen in de buurt van de planlocatie.

Verkeersroutes gevaarlijke stoffen Voor transport van gevaarlijke stoffen is met name de Wet vervoer gevaarlijke stoffen relevant. Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden waarmee het verplicht is geworden transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd vast te leggen in het bestemmingsplan. Op 1 april 2015 is de Regeling basisnet in werking getreden. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het Basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen (enkele uitzonderingen daargelaten). Aan de oostzijde van de planlocatie op circa 955 meter is het Kanaal door Zuid-Beveland gelegen. Dit is een verkeersroute voor gevaarlijke stoffen. De ontwikkeling ligt wel binnen het invloedsgebied van de vaarroute Kanaal door Zuid-Beveland. Volgens het Bevt (zie artikel 7) moet in dat geval wel worden ingegaan op de gevolgen van het voorgenomen besluit voor de bestrijdbaarheid bij een ramp en de zelfredzaamheid van de bevolking. bestemd voor het verblijf van kwetsbare groepen en gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn.

Voorbeelden van beperkt kwetsbare objecten zijn sport- en kampeerterreinen, sporthallen, zwembaden en speeltuinen, kantoorgebouwen en hotels met een brutovloeroppervlak van minder dan 1.500 m².

39

concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023

Bestrijdbaarheid Bestrijdbaarheid wil zeggen dat de hulpverleningsdiensten met de beschikbare voertuigen binnen de gestelde opkomsttijd ter plaatse zijn en de calamiteit ook kunnen beperken en bestrijden. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de bereikbaarheid en de beschikbare bluswatervoorzieningen. Bonzijweg 26B is goed bereikbaar. De boerderij is rondom bereikbaar door de brandweer waardoor in geval van werkzaamheden of calamiteiten het plangebied bereikbaar is. Beheersbaarheid De gemeentelijke brandweer oefent volgens een oefenschema overeenkomstig de landelijke richtlijnen ‘leidraad oefenen’. In deze leidraad is ook het oefenen in geval van bijzondere risico’s een onderdeel. De brandweer is dus voldoende geoefend in het bestrijden van dergelijke situaties. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin de aanwezigen (bewoners, werkenden bezoekers) zich op eigen kracht in veiligheid kunnen brengen.

Aspecten die de zelfredzaamheid beïnvloeden zijn: - Preventieve voorlichting/communicatie in de richting van bewoners; - De planning van functies met gebruikers met een hoge dan wel een verminderde zelfredzaamheid; - Infrastructurele voorzieningen om de gevarenzone te ontvluchten, vluchtrichtingen e.d., - Maatregelen voor het alarmeren en informeren van bewoners; - Indien wenselijk en reëel mogelijkheden om bouwwerken via maatregelen beter te beveiligen, zoals de ventilatie van gebouwen af te sluiten, beter glas, nooduitgangen, etc.. Bovenstaande aspecten worden voor zover mogelijk in achtgenomen bij het omzetten van de functie aan de Bonzijweg 26B. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering. 4.10

Overige belemmeringen

Bij de bouwwerkzaamheden zal rekening moeten worden gehouden met eventueel overige aanwezige kabels en leidingen. Hiervoor zal een klicmelding worden gedaan. Er zijn geen planologisch relevante leiding in het plangebied aanwezig.

40

concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023

5

JURIDISCHE ASPECTEN Inleiding In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de juridische opzet van het bestemmingsplan als uitwerking van het wettelijke kader en het beleidskader in het juridische gedeelte van het bestemmingsplan, namelijk de verbeelding en regels. Het bestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ bestaat uit de volgende onderdelen:

De regels Deze regels bevatten de bouw- en gebruiksregels binnen de verschillende bestemmingen. Daarnaast zijn bevoegdheden opgenomen om door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van het bestemmingsplan en zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen om het plan de benodigde flexibiliteit te geven.

De verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen en de waarden (zoals archeologische waarden) opgenomen die kenmerkend zijn voor het gebied. Voor de categorieën waarbij bebouwing voorkomt, zijn op de verbeelding tevens bouwvlakken en eventueel aanduidingen opgenomen over bijvoorbeeld de maximaal te bebouwen oppervlakte. In de desbetreffende regels wordt daarnaar verwezen. De verbeelding en de regels zijn niet los van elkaar te zien. De opzet van het plan Het bestemmingsplan is een juridisch plan dat bindend is voor de burgers en voor de overheid. In het plan zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen en tevens zijn er mogelijkheden opgenomen om door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van het bestemmingsplan. Deze verschillende regelingen bieden ruimte voor bepaalde ontwikkelingen, maar er kunnen geen directe rechten en/of plichten aan worden ontleend. Er zal altijd een belangenafweging plaatsvinden. Daarnaast geldt voor de wijzigingen een uitgestelde exploitatieplanplicht. 5.2

Verbeelding

Bestemmingen Op de verbeelding zijn de diverse bestemmingen te onderscheiden. De bestemmingen zijn afgeleid uit het gebruik (de aanwezige functies) en de aan een gebied toegekende waarde. De bestemmingen vormen het zogenaamde casco van het plan, waarvan in beginsel niet mag worden afgeweken. Aanduidingen We onderscheiden, bouwaanduidingen en maatvoeringsaanduidingen. Er zijn bouwaanduidingen op de verbeelding aangegeven. Deze aanduidingen geven bijvoorbeeld aan waar een hoofdgebouw kan worden gebouwd. De maatvoeringsaanduidingen die op de verbeelding zijn weergegeven, geven de verschillende maten aan met betrekking tot bouw- en goothoogte.

41

concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023

5.3

Regels

De systematiek van de regels De systematiek van de regels kan worden samengevat aan de hand van de hoofdstukindeling. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken.  Hoofdstuk 1 'Inleidende Regels' gaat in op de begripsomschrijvingen en de wijze van meten.  Hoofdstuk 2 'Bestemmingsregels’ gaat in op de bestemmingen. Hierin wordt een regeling gegeven voor de functies die in het plangebied zijn toegestaan. Bepaald is welke vormen van gebruik en bouwwerken rechtstreeks (dus zonder voorafgaande wijziging, afwijking van het bestemmingsplan of omgevingsvergunning) zijn toegestaan.  In hoofdstuk 3 zijn de algemene regels weergegeven die voor alle bestemmingen gelden (anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels etcetera).  In hoofdstuk 4 zijn de overgangs- en slotbepalingen opgenomen. Hierna worden de hoofdstukken nader toegelicht. 5.3.1

HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS Dit hoofdstuk bevat artikelen, die van belang zijn voor een juiste toepassing van deze regels. Begrippen Deze geven een nadere uitleg van een aantal in de regels gehanteerde begrippen. Hierdoor wordt de eenduidigheid en daarmee de rechtszekerheid vergroot. Wijze van meten Dit artikel bevat bepalingen die aangeven op welke wijze bepaalde zaken, zoals oppervlakte en inhoud van gebouwen, dienen te worden gemeten.

5.3.2

HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS Opbouw bestemmingsregels Dit hoofdstuk bevat regels waarin bepalingen zijn opgenomen betreffende de bestemmingen en de aanduidingen. Bij de opzet van deze regels is een alfabetische volgorde gehanteerd alsmede een standaardvolgorde zoals opgenomen in SVBP2012.  Bestemmingsomschrijving In dit onderdeel wordt de materiële inhoud van de bestemming aangegeven. Dit houdt in: de functies die binnen de bestemming ‘bij recht’ zijn toegestaan. De bestemmingsomschrijving vormt de eerste ‘toetssteen’ voor gebruiksvormen en ook voor bouwactiviteiten (past het beoogde gebruik van het gebouw in de bestemming). Beide zijn slechts toegestaan, voor zover zij zullen plaatsvinden binnen de opgenomen omschrijving.  Bouwregels Dit onderdeel geeft aan welke bouwwerken mogen worden opgericht. Voorop staat dat slechts mag worden gebouwd ten behoeve van de voor de bestemming aangegeven bestemmingsomschrijving.  Afwijken van de bouwregels De bevoegdheid tot afwijken van de bouwregels is in dit deel van de regels opgenomen.  Specifieke gebruiksregels

42

concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023

In dit onderdeel wordt ten opzichte van de bestemmingsomschrijving, specifiek bepaald welke functies al dan niet specifiek zijn toegestaan. Deze bepaling vormt een aanvulling op de Bestemmingsomschrijving. 

Afwijken van de gebruiksregels In dit deel van de regels is de bevoegdheid tot afwijken van de bestemmingsomschrijving en van de specifieke gebruiksregels opgenomen.

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Voor zover nodig zijn hierin de regels opgenomen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden, voorzien van uitzonderingsregels en criteria.

Wijzigingsregels Enkele bestemmingen of locaties binnen een bestemming kunnen worden gewijzigd wat betreft gebruik of bouwmogelijkheden. De bevoegdheden staan in dit deel vermeld.

Wonen Binnen deze bestemming zijn de volgende bouwwerken toegestaan: hoofdgebouwen (de woning), aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De beoogde woning is met de aanduiding ‘vrijstaand’ aangegeven.. Aan de voormelde functies zijn bouwregels verbonden. Ten aanzien van het hoofdgebouw zijn onder meer bepalingen opgenomen betreffende de goot- en de bouwhoogte. Ten aanzien van de aan- en uitbouwen en de bijgebouwen zijn onder meer regels opgenomen betreffende de gooten de bouwhoogte. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn bouwregels opgenomen betreffende de toegestane bouwhoogte. Uit oogpunt van flexibiliteit zijn enkele afwijkingsbevoegdheden opgenomen. Waarde – Archeologie 4 De gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ zijn mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden van de gronden. Bouwwerken ten dienste van de andere aldaar geldende bestemmingen mogen onder voorwaarden vernieuwd of veranderd worden. Ter bescherming van de archeologische waarden dient de aanvrager ter plaatse van de bestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ voor het bouwen voor een bouwwerk waarbij de bodemverstoring groter is dan 250 m² en dieper dan 40 cm een archeologisch rapport te overleggen.

Indien het oprichten van een bouwwerk kan leiden tot een onevenredige verstoring van behoudenswaardige archeologische waarden kunnen burgemeester en wethouders naar aanleiding daarvan voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning. Daarnaast is een omgevingsvergunningstelsel opgenomen voor werken en werkzaamheden die de grond roeren (voorheen genoemd: aanlegvergunningsstelsel). 5.3.3

HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS Dit hoofdstuk bevat een aantal bepalingen die op de bestemmingen als bedoeld in hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Het betreffen de volgende bepalingen.  Anti-dubbeltelregel Hiermee wordt voorkomen dat gronden oneigenlijk worden gebruikt voor het optimaliseren van bouwmogelijkheden.

43

concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023

Algemene bouwregels Bestaande maten (uitgezonderd van de overgangsregels), overschrijding van bouwgrenzen, percentages. Met de regels inzake bestaande maten wordt voorkomen dat (ondergeschikte) afwijkingen onder het overgangsrecht komen te vallen.

Algemene aanduidingsregels In deze regels is de molenbiotoop van de molens opgenomen.

Algemene afwijkingsregels In deze regels is een aantal algemene afwijkingsregels opgenomen. Deze afwijkingen bij omgevingsvergunning betreffen het bouwen van gebouwtjes van openbaar nut, beperkte overschrijding van de naar de weg gekeerde bebouwingsgrens, geringe afwijkingen met betrekking tot de plaatsing van bouwwerken en het oprichten van masten en antennes tot een bepaalde bouwhoogte.

Algemene wijzigingsregels In deze regels zijn de wijzigingsmogelijkheden opgenomen van onder meer archeologische waarden en verandering van een bouwvlak.

5.3.4

HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Overgangsregels De overgangsregels hebben tot doel de rechtstoestand te begeleiden van bouwwerken die gebouwd zijn of kunnen worden gebouwd en die afwijken van de bebouwingsbepalingen van het plan. Tevens is bepaald dat het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken in het plan, voor zover dit gebruik op het tijdstip van het rechtskracht verkrijgen van het plan (rechtens) afwijkt van de in het onderhavige plan gegeven bestemming, kan worden voortgezet. Deze regels zijn opgenomen in het Bro en zijn op voorgeschreven wijze overgenomen. Slotregel Dit artikel geeft ten slotte aan dat de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald als het bestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’.

44

concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023

6

ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

6.1

Economische uitvoerbaarheid

In de Wro is in afdeling 6.4 de regelgeving rondom grondexploitatie opgenomen. Centrale doelstelling van de wet is om in de situatie van particuliere grondexploitatie te komen tot een verbetering van het gemeentelijk kostenverhaal en de versterking van de gemeentelijke regie bij locatieontwikkeling. In artikel 6.12 van de Wro is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 Bro is vastgelegd wat onder een bouwplan wordt verstaan. De bouw van een of meerdere hoofdgebouwen is in het betreffende artikel van het Bro opgenomen. Een exploitatieplan dient tegelijkertijd met een bestemmingsplan te worden vastgesteld. In de Wro is tevens opgenomen, dat kan worden afgeweken van de verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is. Dit is onder andere het geval indien de gemeente en de initiatiefnemer en/of de ontwikkelende partij een privaatrechtelijke overeenkomst hebben gesloten over de verdeling van kosten bij de grondexploitatie. De beoogde ontwikkeling aan de Bonzijweg 26B is een particulier initiatief. De gronden ter plaatse van de ontwikkelingslocatie zijn in bezit van de initiatiefnemer.

Bij onderhavige ontwikkeling is een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer ofwel de ontwikkelende partij gesloten, waardoor het niet noodzakelijk is een exploitatieplan op te stellen. Conform artikel 3.1.6, lid 1 sub f van het Bro heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkeling wordt uit eigen middelen betaald. Er is gebleken dat het plan economisch uitvoerbaar is. 6.2

Maatschappelijke toetsing

6.2.1

PROCEDURE Ingevolge de inspraakverordening van de gemeente Kapelle dient de gemeente de bevolking te betrekken bij de voorbereiding van plannen op ruimtelijk gebied. Het ontwerp van het bestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ zal in verband daarmee zes weken ter visie liggen op het gemeentehuis, alsmede is deze gepubliceerd op de website www.ruimtelijkeplannen.nl.

6.2.2

VOOROVERLEG Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg gepleegd te worden met besturen van gemeenten, met Rijks- en provinciale diensten, etc. Voor dit plan is overleg gepleegd met: Provincie Zeeland; Waterschap Scheldestromen Veiligheidsregio Zeeland.

45

concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023

46

Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge

Ontwerpbestemmingsplan Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

4 4 9

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Tuin Wonen Waarde - Archeologie 4

11 11 12 14

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

16 16 17 18 19 20 22

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

23 23 24

2

Ontwerpbestemmingsplan Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge

Regels

3

Ontwerpbestemmingsplan Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

Plan

het bestemmingsplan 'Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge' met NL.IMRO.0678.buitengebiedHZ013-OW13 van de gemeente Goes; 1.2

Bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

Aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5

aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit

een beroeps- of bedrijfsactiviteit, niet zijnde prostitutie, die in hoofdzaak niet-publieksaantrekkend is en die door een bewoner op kleine schaal in of bij een woning wordt uitgeoefend, bed & breakfast daaronder begrepen, waarbij de woning haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie, met inachtneming van de volgende regels: a. ten hoogste 40% van de netto vloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken gezamenlijk, met een maximum van 40 m², mag ten behoeve van beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in gebruik zijn; b. het gebruik leidt niet tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; c. de uitoefening van detailhandel is niet toegestaan, tenzij de detailhandel een ondergeschikte nevenactiviteit is in verband met de beroeps- of bedrijfsmatige activiteit, dan wel de verkoop van goederen uitsluitend via internet plaatsvindt en ter plaatse opgeslagen goederen slechts op afspraak kunnen worden afgehaald, waarbij geen sprake is van een voor het publiek toegankelijke winkel- of uitstallingsruimte; 1.6

antennemast

een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbijbehorende bevestigingsconstructie; 1.7

archeologische waarde

de aan het gebied toegekende waarde gekenmerkt door voorwerpen of bewoningssporen van vroegere samenlevingen direct onder het aardoppervlak; 1.8

architectonische waarde

de aan een gebouw toegekende waarde gekenmerkt door de opbouw en/of indeling van de buitengevel, de dakopbouw en het materiaal en/of kleurgebruik, eventueel in samenhang met de omgeving;

4

Ontwerpbestemmingsplan Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge 1.9

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.10

bedrijf

een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van de ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen; 1.11

bedrijfswoning

een gebouw in of bij een bedrijf of op een terrein behorende bij een bedrijf, dat dient voor de huisvesting van een huishouden of een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van de grond ter plaatse van het bedrijf of het terrein behorende bij het bedrijf, noodzakelijk is; 1.12

bestaande afstands-, hoogte-, inhouds-, en oppervlaktematen en aantallen

afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen en aantallen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand kunnen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.13

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak; 1.14

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.15

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.16

bouwgrens

de grens van een bouwvlak; 1.17

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond waarop ingevolge de regels zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.18

bouwperceelsgrens

de grens van een bouwperceel; 1.19

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.20

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.21

bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw of ander bouwwerk, met een dak; 1.22

carport

5

Ontwerpbestemmingsplan Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een overdekte ruimte, al dan niet omsloten met maximaal driewanden, waaronder voertuigen geplaatst kunnen worden; 1.23

cultuurhistorische waarde

de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied; 1.24

deskundige

een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake een specifiek aspect van de ruimtelijke ordening; 1.25

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.26

dienstverlening

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen; 1.27

erf

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.28

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.29

hoofdgebouw

gebouw of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.30

huishouden

een meerderjarige alleenstaande, dan wel twee of meer personen waarvan er ten minste één meerderjarig is, die in een vast verband samenleven en duurzaam een gemeenschappelijke huishouding voeren, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Het voeren van een huishouding gaat derhalve de enkele wil om gezamenlijk te wonen te boven en heeft de intentie in zich om langdurig samen te blijven; 1.31

kamerverhuur

de verhuur van een (deel van een) woning aan meer dan twee personen die geen gezamenlijk huishouden vormen, waarbij de bewoners beschikken over een eigen (slaap)kamer en waarbij zij afhankelijk zijn van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen (keuken, douche en/of toilet) buiten die kamer; 1.32

kamerverhuurpand

pand dat wordt gebruikt ten behoeve van kamerverhuur en waarin zich meerdere onzelfstandige woonruimtes bevinden;

6

Ontwerpbestemmingsplan Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge 1.33

leidingbelang

de belangen uit een oogpunt van een ongestoorde nuts- en energievoorziening en de veiligheid met betrekking tot een leiding; 1.34

maatschappelijke voorzieningen

educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke en religieuze, sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel ten dienste van deze voorzieningen; 1.35

milieudeskundige

een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake milieu; 1.36

NAP

Normaal Amsterdams Peil; 1.37

nutsvoorziening

een voorziening ten behoeve van het openbaar nut, zoals een transformatorhuisje, schakelhuisje, duiker of gemaalgebouwtje; 1.38

onzelfstandige woonruimte

woonruimte die geen eigen toegang heeft en waarbij de bewoner afhankelijk is van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen (keuken, douche en/of toilet) buiten die woonruimte; 1.39

overkapping

een bouwwerk geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak; 1.40

passend in het straat- en bebouwingsbeeld:

a. een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; b. een goede hoogte-/breedteverhouding tussen de bebouwing onderling; c. een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; d. de cultuurhistorische samenhang in de omgeving; 1.41 peil a. voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk grenst aan een weg: de hoogte van die weg (ter plaatse van de hoofdtoegang); b. bij ligging in het water: de gemiddelde hoogte van de aangrenzende oevers; c. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.42 perceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.43

seksinrichting

een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotisch-massagesalon, een seksbioscoop, raamprostitutie, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.44

voorgevelrooilijn

denkbeeldige dan wel op de verbeelding aangegeven lijn die strak loopt langs de voorgevel van een hoofdgebouw tot aan de perceelsgrenzen; 1.45

voorgevel van een hoofdgebouw

7

Ontwerpbestemmingsplan Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge het naar de wegzijde gekeerde deel van een hoofdgebouw. Indien meerdere delen van het hoofdgebouw naar de weg gekeerd zijn, is de op de verbeelding aangegeven voorgevelrooilijn bepalend; 1.46

woning

een complex van ruimtes, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, dan wel voor de huisvesting van maximaal twee personen die geen gezamenlijk huishouden voeren.

8

Ontwerpbestemmingsplan Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge

Artikel 2

Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstanden afstanden tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn; 2.2 bouwhoogte van een bouwwerk de hoogte van een bouwwerk wordt gemeten vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 bebouwd oppervlak het bebouwd oppervlak van een bouwperceel of een ander terrein wordt bepaald door de oppervlakten van alle op een terrein gelegen gebouwen bij elkaar op te tellen, tenzij in de regels anders is bepaald; 2.4 Bebouwingspercentage een op de verbeelding of in de regels aangeduid percentage, dat de grootte van het deel van een bouwperceel, toebehorend aan één eigenaar, aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 2.5 Breedte en diepte van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels van het hart van de scheidsmuren; 2.6 Dakhelling de dakhelling van een bouwwerk wordt gemeten langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.7 Goothoogte van een bouwwerk de goothoogte van een bouwwerk wordt gemeten vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.

de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.8 Hoogte van een windmolen of windturbine de hoogte van een windmolen of windturbine wordt gemeten vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windmolen of windturbine; 2.9 Inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.10 Oppervlakte van een bouwwerk

9

Ontwerpbestemmingsplan Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge de oppervlakte van een bouwwerk wordt gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.11 Verschillende goothoogte van een bouwwerk: indien een gebouw met betrekking tot de constructiedelen als bedoeld onder 2.7 over verschillende hoogten beschikt, wordt als volgt gemeten: a. indien zich aan de voorgevelzijde een goot/druiplijn, boeibord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel bevindt, wordt uitgegaan van de hoogte aan de voorgevelzijde; b. indien zich – in geval van een lessenaarsdak – aan de voorgevelzijde van het gebouw geen goot/druiplijn, boeibord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel bevindt, wordt uitgegaan van de laagste hoogte; 2.12 Vloeroppervlakte de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN2580.

10

Ontwerpbestemmingsplan Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor Tuin aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Bouwregels voor de bestemming

Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. 3.2.2

Hoogte, oppervlakte en inhoud bouwwerk

goothoogte bouwhoogte oppervlakte/inhoud

1

terreinafscheiding voor de gevel van het hoofdgebouw

1m

2

overige terreinscheidingen

2m

3

bouwwerken, geen gebouwzijnde

3m

3.3

Afwijken van de bouwregels

3.3.1

Aan- of uitbouwen en overkappingen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde in lid 3.2.1 ter plaatse van de bestemming, voor het aan- of uitbouwen van gebouwen en overkappingen bij de op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen, met inachtneming de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van aan- of uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan 8 m², de goothoogte niet meer dan 3,5 m en de bouwhoogte niet meer dan 5 m; b. verlening van afwijking mag niet tot gevolg hebben dat het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld of de verkeersveiligheid onevenredig worden aangetast; c. c. afwijking mag niet worden verleend indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

11

Ontwerpbestemmingsplan Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge

Artikel 4 4.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning met aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen,tuinen en water. 4.2

Bouwregels

4.2.1

Bouwregels voor de bestemming

Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. aan-, uit- en bijgebouw zijn toegestaan op het bouwperceel; c. tenzij anders is bepaald aangeduid , is per bouwvlak ten hoogste één woning met aan-, uit- en bijgebouwen toegestaan; d. de afstand van de woning tot de voorste bouwgrens mag niet meer bedragen dan 5 m; e. de afstand van gebouwen tot de perceelsgrens bedraagt ten minste 3 m, tenzij anders op de verbeelding is aangegeven; f. de afstand van gebouwen onderling, niet aaneengebouwd, bedraagt ten minste 1 m; g. van aan-, uit- en bijgebouwen ligt de voorgevel ten minste 3 m naar achteren ten opzichte van de voorgevel van het hoofdgebouw; h. de afstand tussen de voorgevel van een aan-, uit- en bijgebouw dat als garage wordt gebouwd en de naar de weg gekeerde perceelsgrens ten minste 5 m; 4.2.2

Bouwregels buiten bouwvlakken

Buiten bouwvlakken zijn toegestaan: a. aan-, uit-, en bijgebouwen; b. terreinafscheidingen. 4.2.3

Hoogte, oppervlakte en inhoud bouwwerk

goothoogte

bouwhoogte

oppervlakte/inhoud

1

woning

zie maatvoeringsaanduiding

4 meter hoger dan de goothoogte

750 m2

2

aan-, uit- en bijgebouwen inclusief 3 m overkappingen

6m

60 m2 tenzij met een maatvoeringsaanduid ing anders is aangegeven

3

terreinafscheiding grenzend aan openbaar gebied

1m

4

overige terreinafscheidingen

2m

5

overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

3m

12

Ontwerpbestemmingsplan Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge 4.3

Afwijken van de bouwregels

4.3.1

afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde in lid 4.2.1 voor het bouwen van gebouwen op een kleinere afstand tot de perceelsgrens, met inachtneming van de volgende regels: a. afwijking wordt verleend indien de vorm van het perceel onevenredig nadelig is voor de bouw- en gebruiksmogelijkheden van een perceel; b. de afstand moet ten minste 1 m bedragen. 4.3.2

Oppervlakte tot zijlingseperceelsgrenzen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde in lid 24.2.2 en lid 24.2.3 voor het vergroten van de gezamenlijke oppervlakte bijgebouwen en aanbouwen buiten het bouwvlak, met inachtneming van de volgende regels: a. ter plaatse van percelen: 1. vanaf 450 m² tot 800 m² een gezamenlijke oppervlakte van 100 m²; 2. percelen vanaf 800 m² een gezamenlijke oppervlakte van 120 m²; b. afwijking wordt verleend indien niet meer dan 50% van de gronden buiten het bouwvlak worden bebouwd. 4.4

Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden tevens de volgende regels: a. logies zijn binnen het hoofdgebouw en binnen 15 m van het hoofdgebouw, in aan-, uit- en bijgebouwen, toegestaan; b. logies zijn in het hoofdgebouw en in aan-, uit- en bijgebouwen toegestaan met een omvang tot ten hoogste 50 m², tenzij het vloeroppervlak meer bedraagt dan 30% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw. 4.5

Afwijken van de gebruiksregels

4.5.1

Kleinschalige beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde in lid 24.1 voor het uitoefenen van kleinschalige beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten in de woning, aanbouwen en/of bijgebouwen, met inachtneming van de volgende regels: a. de woonfunctie blijft de hoofdfunctie van het bouwperceel; b. kleinschalige beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten zijn uitsluitend op het bouwvlak toegestaan; c. de gebruiker van de woning is tevens degene die de kleinschalige beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten uitvoert bij de woning; d. afwijking leidt niet tot verkeersaantrekkende werking of onevenredige parkeerdruk; e. detailhandel, anders dan verkoop van de beroeps of bedrijfsmatige activiteiten is niet toegestaan; f. het gezamenlijk oppervlak voor kleinschalige beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten in de woning, aanbouwen en bijgebouwen is voor ten hoogste 50 m² toegestaan; g. afwijking leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bestemmingen, functies en indien van toepassing cultuurhistorische waarden; h. Bevi-inrichtingen zijn niet toegestaan; i. Wgh-inrichtingen zijn niet toegestaan.

13

Ontwerpbestemmingsplan Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge

Artikel 5

5.1

Waarde - Archeologie 4

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden in de vorm van gronden met een hoge archeologische verwachtingswaarde.

5.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 34.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 2 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; c. het bepaalde in dit lid onder b.1 en b.2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1.

vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 250 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 5.3

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of

5.3.1

Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 40 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen of rooien van bos waarbij stobben worden verwijderd; e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee f. verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen.

14

Ontwerpbestemmingsplan Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge 5.3.2

Uitzondering op het uitvoeringsverbod

Het verbod van lid 5.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 5.2 in acht is genomen; b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 250 m²; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 5.3.3

Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

De werken en werkzaamheden, zoals in lid 5.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige.

15

Ontwerpbestemmingsplan Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

16

Ontwerpbestemmingsplan Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge

Artikel 7 7.1

Algemene bouwregels

Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten

a. voor een bouwwerk, dat krachtens een bouwvergunning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de maatvoeringsbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden; b. in geval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt; c. op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing.

17

Ontwerpbestemmingsplan Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge

Artikel 8 8.1

Algemene aanduidingsregels

Vrijwaringszone - molenbiotoop

In afwijking van hoofdstuk 2 gelden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' de volgende regels: a. binnen een afstand van 100 m tot het middelpunt van de molen wordt geen bebouwing opgericht hoger dan het laagste punt van de verticaal staande wiek; b. binnen een afstand van 100 tot 400 m tot het middelpunt van de molen wordt geen bebouwing opgericht met een hoogte die meer bedraagt dan 1/30 van de afstand van het bouwwerk tot het middelpunt van de molen, gerekend vanaf het laagste punt van de verticaal staande wiek; c. het bepaalde onder a en b is niet van toepassing op: 1. een bouwwerk dat, gezien vanuit de molen, aan de achterzijde van bebouwing wordt opgericht en waarbij de hoogte en de breedte blijft binnen de hoogte en de breedte van de bestaande bebouwing waarachter het bedoelde bouwwerk wordt opgericht; 2. een bouwwerk ter vervanging van bestaande bebouwing en dat niet wordt vergroot; d. burgemeester en wethouders kunnen afwijking verlenen van het bepaalde onder b, indien toepassing van de afstands en/of hoogtematen de belangen in verband met de nieuw op te richten bebouwing onevenredig zouden schaden; alvorens afwijking te verlenen vraagt het bevoegd gezag schriftelijk advies bij de molendeskundige (Vereniging Zeeuwse Molen).

18

Ontwerpbestemmingsplan Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge

Artikel 9 9.1

Algemene afwijkingsregels

Algemeen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van de regels in dit plan voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot; c. afwijking wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; d. voor de bouw van gebouwen voor nutsvoorzieningen met een oppervlakte van ten hoogste 50 m² en een maximale bouwhoogte van ten hoogste 3 m, met dien verstande dat ter plaatse van de bestemming Waarden - Archeologie de bouw van gebouwen voor nutsvoorzieningen met een oppervlakte van ten hoogste 30 m² is toegestaan.

19

Ontwerpbestemmingsplan Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge

Artikel 10 10.1

Algemene wijzigingsregels

Overschrijding bestemmingsgrenzen

Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.

10.2

Verkeer, Groen en Water

Burgemeester en wethouders kunnen bestemmingen wijzigen in de bestemmingen Verkeer, Groen en Water, met inachtneming van de volgende: a. wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; b. wijziging wordt toegepast nadat is gebleken dat de bodemkwaliteit ter plaatse geschikt is voor de beoogde functie. 10.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13929935/1