2024-22a D24.297875 ontwerpbestemmingsplan Bonzijweg PDFsam merge
Tekst van het document
GEMEENTE KAPELLE Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’
’s Heer Abtskerke
opdrachtgever titel IMRO-nummer
Fam Warbout Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ NL.IMRO.0678.buitengebiedHZ013-OW01
projectnummer status
KA 2004 Defenitief
Polderweg 6, 4444 AA tel: +31 6 11782614 e-mail: info@planomgeving.nl URL: www.planomgeving.nl
ontwerp vastgesteld
3 augustus 2023
TOELICHTING
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
PRINCIPEVERZOEK behorende bij het bestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’
INHOUD 1
INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Vigerend bestemmingplan 1.3 Leeswijzer
5 5 5 5
2
BESTAANDE EN BEOOGDE SITUATIE 2.1 Bestaande locatie 2.2 Beoogde situatie
7 7 7
3
BELEID 11 3.1 Rijksbeleid 11 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie 11 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening 11 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening 12 3.2 Provinciaal beleid 13 3.2.1 Omgevingsvisie Zeeland 13 3.2.2 Omgevingsverordening Zeeland 2018 13 3.3 Regionaal beleid 15 3.3.1 Regionale Woningmarktafspraken 15 3.3.2 Regionale Woonvisie 15 3.4 Gemeentelijk beleid 16 3.4.1 Structuurvisie 2012-2030 van de gemeente Kapelle 16 3.4.2 Uitwerking Structuurvisie 2012-2030 met betrekking tot de bouw van woningen in de kernrandzones (Interimbeleid) 18 3.4.3 Woonvisie gemeente Kapelle 2017+ 20 3.4.4 Strategisch Kompas 20 3.4.5 Duurzaamheidsagenda Kapelle 21 3.4.6 Bestemmingsplannen ‘Buitengebied 2e en 3e herziening’ 23
4
KWALITEIT VAN DE LEEFOMGEVING 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Bodem 4.2.1 Conclusies 4.2.3 Advies 4.3 Archeologie en Cultuurhistorie 4.4 Water 4.5 Ecologie / flora en fauna 4.6 Milieuhinder 4.7 Geluidhinder 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 Externe veiligheid 4.10 Overige belemmeringen
1
25 25 25 25 26 27 29 31 34 35 37 37 40
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
5
JURIDISCHE ASPECTEN 5.2 Verbeelding 5.3 Regels 5.3.1 Hoofdstuk 1 Inleidende regels 5.3.2 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels 5.3.3 Hoofdstuk 3 Algemene regels 5.3.4 Hoofdstuk 4 Overgangs- en Slotregels
41 41 42 42 42 43 44
6
ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke toetsing 6.2.1 Procedure 6.2.2 Vooroverleg
45 45 45 45 45
BIJLAGEN: 1. Vormvrije m.e.r.-beoordeling; 2. Bodemonderzoek; 3. Quickscan flora en fauna; 4. Stikstofdepositieberekeningen; 5. Akoestisch onderzoek
2
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
Plangebied Figuur 1: Topografische kaart met ligging van het plangebied
Plangebied Figuur 2: Luchtfoto ligging plangebied
3
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
4
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding
Aan de zuidzijde van de Bonzijweg, gelegen tussen de nummers Bonzijweg 26A en 28, is een perceel agrarische grond gelegen. Op het perceel is een boomgaard aanwezig. De initiatiefnemer beoogt de boomgaard deels te rooien en een vrijstaande woning op het perceel te realiseren. De ligging van de planlocatie is weergegeven in figuur 1. In figuur 2 is een luchtfoto van het omliggende gebied opgenomen. 1.2
Vigerend bestemmingplan
Het plangebied is gelegen in de vigerende bestemmingsplannen ‘Buitengebied 2e en 3e herziening’ van de gemeente Kapelle (vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 24 februari 2015 respectievelijk 24 januari 2017). Het plangebied kent de bestemming ‘Agrarisch’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4, alsmede de gebiedsaanduiding ‘molenbiotoop’. Binnen de agrarische bestemming is het niet mogelijk om een woning te realiseren. In de voormelde bestemmingsplannen is geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen dan wel een andere flexibiliteitsmogelijkheid die de beoogde ontwikkeling op deze locatie mogelijk maakt. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken, is het derhalve noodzakelijk een planologische procedure te doorlopen. In het onderhavige geval, heeft de gemeente Kapelle aangegeven dat de ontwikkeling wordt opgenomen in een zogenaamd ‘postzegelplan’ (een klein bestemmingsplan). Het voorliggende bestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ vormt de planologisch-juridische basis voor de voorgestane ontwikkeling. 1.3
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, de regels en de verbeelding. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende gedeelte van het plan. Daarop wordt een toelichting gegeven. In de onderhavige toelichting worden de uitgangspunten voor het bestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ weergegeven. Hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande situatie en de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt getoetst aan het ruimtelijk beleid dat op de beoogde ontwikkeling van toepassing is. De kwaliteit van de leefomgeving wordt behandeld in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 wordt de juridische vorm van het bestemmingsplan beschreven. De economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke toetsing en overleg worden tot slot in hoofdstuk 6 behandeld.
5
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
6
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
2
BESTAANDE EN BEOOGDE SITUATIE
2.1
Bestaande locatie
Omgeving plangebied De Bonzijweg is de meest zuidelijk gelegen weg van de kern Wemeldinge in overgang naar het landelijke gebied. Aan beide zijde van de Bonzijweg is woonbebouwing gelegen, waarbij deze woonbebouwing aan de zuidzijde wordt onderbroken door een agrarisch perceel (westzijde Bonzijweg) met daarop een boomgaard en door een agrarisch perceel met daarop een boomgaard en een agrarisch bedrijf (oostzijde Bonzijweg). Ten zuiden van de Bonzijweg is het landelijk gebied gelegen. De woonbebouwing aan de Bonzijweg bestaat voornamelijk uit vrijstaande woningen van één laag met een kap. De kapvormen wisselen elkaar af in ‘langskappen’ en ‘haaksekappen’. De rooilijn aan de Bonzijweg laat een verspringend beeld zien. Huidige inrichting plangebied Het plangebied betreft een agrarisch perceel, gelegen tussen de nummers Bonzijweg 26A en 28, met daarop een boomgaard. Het perceel, kadastraal bekend gemeente Kapelle, sectie R, nummer 345, is 5800 m2 groot. Het perceel heeft een breedte van circa 44 meter en een lengte van circa 132 meter en ligt ingeklemd tussen woonbebouwing. Aan de zuidzijde grenst het perceel aan een brede watergang. 2.2
Beoogde situatie
De initiatiefnemer beoogt op het perceel aan de Bonzijweg 26B één vrijstaande woning te realiseren. Het perceel, kadastraal beken gemeente Kapelle, sectie R, nummer 345, heeft een omvang van 5.800 m2. Ongeveer de helft van het perceel, circa 2.900 m2 zal worden aangewend voor de woonfunctie. Op de overige helft van het perceel zal de bestaande boomgaard behouden blijven en hobbymatig in gebruik worden genomen.
7
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
Figuur 3: Kadastrale uitsnede perceel R 345
Beoogde woning Om de woning ter plaatse te realiseren, zal de aanwezige boomgaard deels worden gerooid. De voorgevel van de woning zal op maximaal 14 meter van de Bonzijweg worden gerealiseerd op een bouwvlak van 30 meter breed bij 20 meter diep. Er wordt een ‘u-vormige’ woning beoogd (patiowoning) van 1 laag met een kap. Hierbij zal de entree aan de voorzijde (zijde Bonzijweg) zijn gelegen. Het leefprogramma (woonkamer, keuken etc.) zal op het buitengebied (zuidzijde) zijn georiënteerd. De garage en de slaapkamers worden aan de voorzijde van de woning beoogd. Daarnaast is het de bedoeling om aan de zuidzijde van het perceel een bijgebouw van 150 m2 te realiseren. In figuren 4a en 4b is de indicatieve weergaven van de inrichting van het perceel en de woning opgenomen.
Landschappelijke inpassing De beoogde ontwikkeling is gelegen in de kernrand van Wemeldinge. Deze zones bieden veelal een overgang van kern naar landelijk gebied en zijn in die zin van belang voor het woon- en leefklimaat. Van belang bij de realisatie van de woning is dat de waardevolle overgang van kern naar landelijk gebied behouden blijft. Door het aanhouden van bebouwingsvrije zones tussen de beoogde woning en de bestaande bebouwing van de percelen Bonzijweg 28 en 26A, blijft er een kwalitatief goede overgang bestaan van kern naar landelijk gebied. De tuin bij de woning zal aangelegd worden rekening houdende met het karakter van het gebied, waarbij ook de in te planten soorten streekeigen zijn. De boomgaard op het achterste gedeelte van het perceel zal behouden blijven en hobbymatig worden beheerd.
8
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
Verkeer en parkeren Verkeer Het toevoegen van één woning aan de Bonzijweg, zoals hiervoor is omschreven, levert geen onevenredige verkeersaantrekkende werking op. De beoogde locatie wordt ontsloten op de Bonzijweg. De Bonzijweg is goed te bereiken vanaf de Westelijke Kanaalweg of de Zwaakseweg die vervolgens weer aantakt op de Westelijke Kanaalweg. De Westelijke Kanaalweg takt via de Kanaalweg en de Oude Rijksweg aan op Rijksweg A58. Parkeren Parkeren zal op eigen terrein geschieden. Het perceel is groot genoeg om meerder auto’s te parkeren.
9
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
Max. 14 mtr Bouwblok 30m breed x 20m diep
Bebouwingsvrije zones
Bijgebouw 150 m2
Behoud hobby boomgaard
Figuur 4: Indicatief beeld van de inrichting Bonzijweg 26B
10
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
3
BELEID In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het voor de beoogde ontwikkeling relevante beleid van Rijk, provincie en gemeente. Aan het eind van dit hoofdstuk wordt in de paragraaf ‘Toetsing beleidskaders’ beschreven waarom de beoogde ontwikkeling past binnen het vigerende beleid van de genoemde overheden.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
NATIONALE OMGEVINGSVISIE
Beleidskader Gemeenten, provincies en het Rijk worden verplicht om een omgevingsvisie op te stellen vanuit de nieuwe Omgevingswet. Vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. De NOVI kent onder meer de volgende vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Toetsing De Nationale Omgevingsvisie wordt gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau en kent geen ruimtelijke relevantie voor het onderhavige project.
Conclusie In de NOVI is geen specifiek ruimtelijk beleid opgenomen voor de omgeving van het projectgebied. 3.1.2
BESLUIT ALGEMENE REGELS RUIMTELIJKE ORDENING
Beleidskader Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de juridische vertaling op rijksniveau van het beleid dat geschetst is in de SVIR. Dit beleidsdocument bevat regels die doorwerken naar lagere overheden. Dit betekent dat de regels uit het Barro ook geïmplementeerd moeten worden in provinciale en gemeentelijke ruimtelijke plannen.
Toetsing Evenals de NOVI wordt het Barro gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau. Vanuit het Barro zijn er geen artikelen relevant voor de beoogde ontwikkeling, c.q. het projectgebied.
Conclusie In het Barro is geen specifiek ruimtelijk beleid opgenomen voor de omgeving van het projectgebied.
11
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
3.1.3
BESLUIT RUIMTELIJKE ORDENING
Eisen aan de toelichting In artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (verder: Bro) is geregeld dat een bestemmingsplan alsmede een ontwerp hiervoor gaan vergezeld van een toelichting, waarin zijn neergelegd: een verantwoording van de in het plan gemaakte keuze van bestemmingen; een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; de uitkomsten van het overleg met officiële instanties de uitkomsten van het verrichte onderzoek; een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan. Op al deze punten wordt in de voorliggende ruimtelijke onderbouwing ingegaan. Ingevolge artikel 5.20 van het Besluit omgevingsrecht (hierna: het Bor) is dit artikel ook van toepassing voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling die met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo mogelijk wordt gemaakt. Verder is in (artikel 3.1.6. lid 2) van het Bro vastgelegd dat voor stedelijke ontwikkelingen de zogenoemde ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ moet worden gehanteerd. Deze luidt als volgt:
De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In welke gevallen er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is niet concreet vastgelegd. De jurisprudentie geeft op het gebied van woningbouw wel een constante lijn aan. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ‘Ladderplichtig’ is.
Stedelijke ontwikkeling en de ladder voor duurzame verstedelijking Door de aard en omvang is de beoogde ontwikkeling niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling conform de ladder voor duurzame verstedelijking. Het gaat om het toevoegen van slechts 1 woning.
Toetsing en conclusie De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er
12
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Gelet op het bovenstaande is een afweging op basis van de duurzaamheidsladder niet noodzakelijk nu het om de toevoeging van 1 woning gaat. 3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
OMGEVINGSVISIE ZEELAND
Beleidskader De Zeeuwse Omgevingsvisie is een strategische langetermijnvisie voor Zeeland en beschrijft de uitdagingen die op ons afkomen, de Zeeuwse ambities voor 2050 en tussendoelen voor 2030. Woningvoorraad De doelstelling voor 2030 met betrekking tot de woningvoorraad is: Een toekomstbestendige en CO2-neutrale woningvoorraad die in kwaliteit en kwantiteit aansluit op de vraag. Ontwikkelingen op de woningmarkt en een verhoogde instroom van inwoners, zetten de woningmarkt in Zeeland sterk onder druk. Naast de uitbreidingsbehoefte van de Zeeuwse woningvoorraad moet de focus van het woonbeleid ook op de bestaande voorraad komen te liggen. Zo wordt optimaal gebruik gemaakt van de reeds gebouwde woningvoorraad.
Subdoel 1: De bestaande woningvoorraad is toekomstbestendig: CO2-neutraal en levensloopbestendig. Subdoel 2: Nieuwbouw is passend bij de huidige en toekomstige behoefte en minimaal 50% circulair: focus op kwaliteit in woningtypen en locaties. Subdoel 3: Er wordt ingespeeld op de behoefte aan specifieke segmenten op de woningmarkt.
Bij nieuwbouw gaat het veel meer om kwaliteit en minder dan vroeger om kwantiteit. Het gaat om het toevoegen van de juiste woningen aan de voorraad op de juiste plekken, complementair aan de bestaande voorraad. Zo draagt nieuwbouw maximaal bij aan een toekomstige woningvoorraad die in kwaliteit en kwantiteit aansluit bij de vraag.
Toetsing De ontwikkeling ziet op de realisatie van 1 woning. De woning is opgenomen in de Regionale Woningmarktafspraken (zie hierna paragraaf 3.3). De woning zal duurzaam in de meest ruime zin van het woord worden gerealiseerd.
Conclusie De te realiseren appartementen is passend binnen de Omgevingsvisie Zeeland, de Regionale Woningmarktafspraken. 3.2.2
OMGEVINGSVERORDENING ZEELAND 2018 Samenwerking tussen de provincie, andere overheden en maatschappelijke organisaties staat in
13
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
het Omgevingsplan centraal. Een aantal uitgangspunten vindt de provincie van zo’n groot belang dat ze worden opgenomen in een verordening die bindend is voor gemeenten. Met de aanpassing van het beleid, verandert ook de verordening ruimte. Gedeputeerde Staten hebben daarom ook de Verordening ruimte provincie Zeeland vastgesteld. Hierin zijn onder andere regels over uitbreiding van bedrijventerreinen, bescherming van natuurgebieden en regionale waterkeringen in opgenomen. Artikel 2.29 Molenbiotoop De bescherming van molenbiotopen betreft vooral behoud van een vrije windvang en het behoud van de belevingswaarde/het historisch karakter van de omgeving. De verordening schrijft voor dat de plantoelichting inzicht moet bieden in de cultuurhistorische waarde van windmolens en het omringende gebied. Artikel 2.29 luidt:
1. In de toelichting bij een bestemmingsplan wordt inzicht gegeven in de cultuurhistorische waarde van in of nabij het plangebied aanwezige traditionele windmolens. 2. Een bestemmingsplan bevat regels tot behoud van windvang van de in of nabij het plangebied aanwezige traditionele windmolens. In ieder geval worden in een bestemmingsplan op zodanige wijze bestemmingen aangewezen dan wel regels gegeven dat binnen een straal van 100 meter gerekend vanaf het middelpunt van de traditionele windmolen geen nieuwe bebouwing en beplanting wordt toegelaten hoger dan het laagste punt van de verticaal staande wieken. 3. Het bepaalde in het tweede lid, tweede volzin is niet van toepassing op: a. bestaand gebruik en bestaande bebouwing; b. het toelaten van een bouwwerk dat, gezien vanuit de molen, aan de achterzijde van bestaande bebouwing wordt opgericht en waarbij de hoogte en de breedte blijft binnen de hoogte en de breedte van de bestaande bebouwing waarachter het bedoelde bouwwerk wordt opgericht. c. het toelaten van een bouwwerk dat strekt ter vervanging van bestaande bebouwing en dat al dan niet wordt gebouwd ten behoeve van een andere functie dan de functie van de bestaande bebouwing voor zover de bebouwingsmogelijkheden, krachtens het vigerende bestemmingsplan waarin de bestaande bebouwing is toegelaten, niet worden vergroot.
In afwijking van de vorige volzin mogen meer bebouwingsmogelijkheden worden geboden indien in de toelichting bij het bestemmingsplan aannemelijk wordt gemaakt dat geen nadelige effecten zullen optreden voor de windvang en de cultuurhistorische waarde van de molen. 4. In een bestemmingsplan worden voorts op zodanige wijze bestemmingen aangewezen dan wel regels gegeven dat binnen een straal van 400 meter gerekend vanuit het middelpunt van de traditionele windmolen een zekere mate van vrije windvang is gewaarborgd. Toetsing en conclusie De regels voor duurzame verstedelijking zijn reeds op nationaal niveau gereguleerd. Zie hiervoor hetgeen is opgenomen in paragraaf 3.1. Voor wat betreft artikel 2.29 Molenbiotoop, wordt verwezen naar hoofdstuk 4.
14
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
REGIONALE WONINGMARKTAFSPRAKEN De provincie stelt in het omgevingsplan dat regionale woningmarktafspraken nodig zijn om in te spelen op de demografische veranderingen en te zorgen voor een goed functionerende en Dynamische woningmarkt. De regio De Bevelanden heeft dergelijke woningmarktafspraken opgesteld en opgenomen in de ‘Woningmarktafspraken De Bevelanden 2020-2030’. In het document is een gezamenlijk woningbouwprogramma voor de komende jaren opgenomen. Daarnaast zijn er algemene, ruimtelijke en programmatische uitgangspunten geformuleerd. Het gaat er hierbij om: Algemeen - Niet méér bouwen dan de behoefte; - Uitsluitend producten die echt iets toevoegen; goede producten op goede plekken; - Lokaal maatwerk, aansluiten bij DNA van de plek; - Flexibiliteit in de plannen; - Onderling bespreken en afstemmen aan de voorkant; Ruimtelijk - Hoge dichtheid in de kernen, lage in het landschap; - In principe binnen de kernen, bij voorzieningen; - Inbreiden voor uitbreiden; - Vooral focus op kleine huishoudens in stad en dragende kernen; - Inzetten op “mooie woondorpen”; Programmatisch - Duurzaam, extra energiebesparende maatregelen; - Levensloop- en toekomstbestendig; - Aandacht voor groen en water; - Omvang voorraad sociale huurwoningen gelijk; - Extra middenhuurwoningen; - Meer hoogwaardige grondgebonden nultreden en semipermanente woningen.
Deze ontwikkelingen zijn ook opgenomen in de Regionale Woonvisie De Bevelanden 2019 - 2023. Deze regionale woonvisie is in het najaar van 2019 door alle Bevelandse gemeenten vastgesteld.
Toetsing en conclusie De ontwikkeling van 1 woning is passend binnen de Regionale Woningmarktafspraken. Het gaat om lokaal maatwerk waarbij aangesloten wordt bij de huidige locatie. 3.3.2
REGIONALE WOONVISIE Met de Regionale Woonvisie De Bevelanden 2019 - 2023 beogen de vijf Bevelandse gemeenten inzicht te geven in de gezamenlijke missie en ambities van de regiogemeenten op het gebied van het wonen (oktober 2019). De visie is een parapluvisie voor verdere uitwerking in lokaal beleid.
15
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
De Regionale Woonvisie bevat de volgende missie: 'Wij willen een aantrekkelijke regio zijn waar men graag woont, met een regionaal passend, duurzaam en toekomstbestendig woningaanbod'. Vanuit deze missie zijn de volgende vijf ambities geformuleerd: De Bevelanden zet in op een duurzame en toekomstbestendige woningvoorraad. De Bevelanden heeft forse ambities op het gebied van duurzaamheid. In de woningvoorraad kan nog veel energie bespaard worden. De Bevelanden voor iedereen. De regio De Bevelanden wil een complete regio zijn, met een passend woningaanbod voor jong en oud, rijk en arm, kleine en grote huishoudens, met en zonder ondersteuning, permanent en tijdelijk. De Bevelanden zet alleen in op nieuwbouw die echt iets toevoegt. De Bevelanden streeft naar evenwicht in vraag en aanbod op de woningmarkt. De verwachte huishoudensgroei is de belangrijkste onderlegger voor het regionale woningbouwprogramma. De Bevelanden benut het bestaande. De Bevelanden streeft naar een toekomstbestendige woningvoorraad. Dit betekent continu investeren in onderhoud, aanpasbaarheid en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Naast de focus op vastgoed zal er ook aandacht moeten zijn voor de aanpak van sociale problematiek en de kwaliteit van de openbare ruimte. De Bevelanden zorgt.
Regio De Bevelanden wil een zorgzame regio zijn, waar vraag en aanbod naar wonen met zorg in balans zijn, ook voor de meest kwetsbare groepen. Hierbij ziet de regio kansen voor innovatieve vormen van wonen met zorg die de diversiteit aan woonmilieus voor regionale woningmarkt als geheel zullen vergroten.
Toetsing en conclusie De ontwikkeling van de vrijstaande woning is naar aanleiding van de marktvraag. Dit is in overleg met gemeente gebeurt omdat is gebleken dat hier ter plaatse behoefte aan is. De ontwikkeling geeft daarmee invulling aan het beleid uit de Woonvisie. 3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
STRUCTUURVISIE 2012-2030 VAN DE GEMEENTE KAPELLE Op 26 maart 2013 is door de gemeenteraad van de gemeente Kapelle de Structuurvisie 20122030 vastgesteld. De Structuurvisie bevat de gemeentelijke visie op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente met als hoofddoel behoud en verdere ontwikkeling van een aantrekkelijke gemeente Kapelle. De gemeentelijke ambities zijn gericht op: - behoud en versterking van de (in de visie benoemde) kernkwaliteiten; - ruimte voor kwaliteit (het juiste initiatief op de juiste plaats). Op de structuurvisiekaart is het plangebied aangewezen als ‘Behoud en versterking woon-en leefklimaat kernen’. Hierover is het volgende gemeld:
16
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
Het beleid is gericht op het ontwikkelen van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad en leefomgeving. Waar nodig wordt de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad en woonomgeving verbeterd in een planmatige aanpak, met oog voor de samenhang van de verschillende aspecten van de leefomgeving. Er zijn op dit moment geen grote herstructureringsopgaven, wel zullen kleinschalige ingrepen in het huurwoningenbestand en de openbare ruimte nodig zijn (beheer bestaande woongebieden). De gemeente stelt zich tot taak om ruimte te bieden voor de realisatie van voldoende geschikte woningen voor de bevolkingsontwikkeling van de gemeente. Bij woningbouwinitiatieven wordt ingezet op levensloopbestendig en duurzaam en energiezuinig bouwen. Een goede onderlinge afstemming (fasering) tussen de verschillende woningbouwinitiatieven (uitbreiding en inbreiding) is nodig, zowel uit het oogpunt van het aantal woningen (kwantitatief) als wat betreft de verdeling van de woningtypen (kwalitatief). Naast uitbreidingslocaties zullen ook inbreidingslocaties worden benut, waarbij er voor gewaakt wordt dat structureel groen behouden blijft. Het behoud en de versterking van structureel groen krijgt aandacht in een daartoe op te stellen beleidsplan.
Versterken kwaliteiten landschappelijke aandachtszones kernranden De Kapelse kernen worden gekenmerkt door karakteristieke kernrandzones. In veel gevallen worden deze kernrandzones bepaald door fruitteelt of bos. Deze zones bieden veelal een mooie overgang van kern naar buitengebied en zijn in die zin waardevol voor het woon‐ en leefklimaat. Behoud en versterking van deze kwaliteiten is dan ook belangrijk. Verrommeling door nieuwe functies die strijdig zijn met dit karakter moet worden voorkomen. Woningbouw past daar in beginsel niet in. Wat betreft de agrarische ontwikkeling worden de mogelijkheden uit het geldende bestemmingsplan Buitengebied voortgezet.
Toetsing en conclusie In figuur 5 is te zien dat het plangebied en de omgeving is aangeduid voor versterken kwaliteiten landschappelijke aandachtszones kernranden. De beoogde ontwikkeling is hierin gelegen. Een nadere uitwerking van deze zones is opgenomen in de Uitwerking Structuurvisie 2012-2030 met betrekking tot de bouw van woningen in de kernrandzones. De beoogde ontwikkeling voldoet aan de uitwerking van de structuurvisie. Zie onder subparagraaf 3.4.2. Zodoende sluit de ontwikkeling aan bij de doelen uit de structuurvisie.
17
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
Figuur 5: Structuurvisiekaart
3.4.2
UITWERKING STRUCTUURVISIE 2012-2030 MET BETREKKING TOT DE BOUW VAN WONINGEN IN DE KERNRANDZONES (INTERIMBELEID)
Om te kunnen bepalen of bouwen in de kernrandzones aanvaardbaar is en de karakteristiek daarvan niet onevenredig wordt aangetast, is een matrix opgesteld. In deze matrix worden twee criteria tegen elkaar afgezet. Ligt de locatie in de bebouwde kom én ligt de locatie in bestaand stedelijk gebied. Hierdoor ontstaan vier scenario’s. Als bebouwde kom geldt hier de bebouwde kom als bedoeld in de Wegenverkeerswet. Voor bestaand stedelijk gebied geldt de definitie uit artikel 1.1.1, lid 1, onder h van het Besluit ruimtelijke ordening: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. In de praktijk komt het erop neer dat als grond een agrarische bestemming heeft er geen sprake is van bestaand stedelijk gebied. a. Wanneer een locatie is gelegen binnen de bebouwde kom en binnen bestaand stedelijk gebied dan kan een bouwplan worden ontwikkeld binnen de daarvoor geldende reguliere voorwaarden bij het opstellen van een bestemmingsplan of een ruimtelijke procedure (onder meer moet sprake zijn van een goede ruimtelijke onderbouwing).
Bovendien worden de plankosten als bedoeld in artikel 6.2.4 Bro verhaald en vraagt de gemeente aan initiatiefnemers die een locatie ontwikkelen een financiële bijdrage aan ruimtelijke kwaliteit. Planschade wordt verhaald op de initiatiefnemer. Een en ander overeenkomstig de Nota grondbeleid; 18
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
b. Wanneer een perceel binnen de bebouwde kom is gelegen maar niet binnen bestaand stedelijk gebied kan alleen een bouwplan worden ontwikkeld als naast de genoemde voorwaarden onder A ook aantoonbaar sprake is van één van de volgende vormen van verevening: 1. Natuur- en/of landschapsontwikkeling; 2. Behoud- of herstel van cultuurhistorische waarden; 3. Verbeteren van het woon- of leefklimaat. c. Een locatie kan buiten de bebouwde kom liggen maar wel onder de definitie bestaand stedelijk gebied vallen. Te denken valt aan gaten in lintbebouwing of bebouwingsconcentraties buiten de bebouwde kom. Ook in dit geval kan alleen worden meegewerkt onder de voorwaarden genoemd onder A en moet sprake zijn van verevening als bedoeld onder B onder 1 t/m 3. Hierbij dient nadrukkelijk te worden overwogen dat de extra verstening de kwaliteit van de overgang naar c.q. de beleving van het buitengebied ter plaatse niet aantast. d. Als een locatie niet in de bebouwde kom is gelegen en ook niet in bestaand stedelijk gebied ligt, kan alleen worden meegewerkt onder de voorwaarden genoemd onder A door toepassing te geven aan de daartoe in het bestemmingsplan Buitengebied opgenomen wijzigingsbevoegdheden (rood-voor-rood, rood-voor-groen of ruimte-voorruimte). Verevening door bijvoorbeeld de sloop van gebouwen vindt daarbij plaats binnen de gemeentegrenzen.
Figuur 6: Matrix Interimbeleid
Toetsing en conclusie De beoogde ontwikkeling, het realiseren van een vrijstaande woning aan de Bonzijweg, is gelegen in de kernrandzone van Wemeldinge. De beoogde ontwikkeling kan geschaard worden onder sub b, locatie is gelegen binnen de bebouwde kom, buiten bestaand stedelijk gebied. Voldaan kan worden aan het gestelde onder 3 verbeteren van woon- en leefklimaat. Door het realiseren van de woonbestemming ter plaatse, wordt de kwaliteit van het woon- en leefklimaat verder verbeterd 19
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
doordat de boomgaard nu deze (deels) gerooid wordt, niet meer hoeft te worden bespoten, een activiteit waarvoor een spuitzone van 50 meter in acht dient te worden gehouden volgens de Omgevingsvisie Zeeland, maar waaraan momenteel niet (kan) wordt (worden) voldaan. Daarnaast zal de initiatiefnemer een vereveningsbijdrage voldoen van €20,-- per m3 bebouwing. 3.4.3
WOONVISIE GEMEENTE KAPELLE 2017+ In mei 2017 heeft de gemeente Kapelle een nieuwe woonvisie vastgesteld. In deze woonvisie benoemd de gemeente Kapelle belangrijke kansen en uitdagingen die zij zien voor de Kapelse woningmarkt en ambities en koers op lange termijn. De woonvisie sluit aan bij de ambities zoals neergelegd in de Structuurvisie: behouden en versterken van wat Kapelle definieert, namelijk een aantrekkelijke woon- en leefomgeving. De uitvoeringsagenda bevat de prioriteitenstelling, te voeren beleid en instrumenten die de gemeente voorstelt voor de komende vijf jaar en een doorkijk naar tien jaar. De volgende thema’s staan centraal in het woningmarktbeleid voor de komende vijf jaar: 1. Verbetering en verduurzaming van woningen. 2. (Ver)bouwen naar behoefte. 3. Anticiperen op langer thuis wonen. 4. Nieuwe en flexibele woonoplossingen voor ouderen en andere doelgroepen met zorgvraag. 5. Werken aan betere toegankelijkheid van woningen voor lage inkomenshuishoudens. 6. Beter bedienen van (lage) middeninkomens. De gemeente Kapelle hecht veel waarde aan verduurzaming van de woningvoorraad, energiebesparing en de overstap van aardgas naar duurzamere warmtevoorziening via bijvoorbeeld zonneboilers en warmtepompen. Verduurzaming is goed voor mens en milieu, maar draagt ook bij aan het verlagen van de woonlasten, vooral voor lagere inkomensgroepen.
Duurzaamheid wordt bij planvorming al besproken met initiatiefnemers en meegenomen bij de selectie van marktpartijen bij de uitgifte van bouwgrond. De toekomstige woningmarktopgave ligt nog maar beperkt bij nieuwbouw. Op korte tot middellange termijn, komende tien jaar, is er nog vraag naar zo’n 250 tot 300 woningen: de laatste grote uitbreidingsgolf. De gemeente werkt in de programmering aan oplossingen voor structurele mismatches tussen vraag en aanbod op de woningmarkt en stuurt via lopende projecten op korte termijn vraag en afzetbaarheid. Voor de komende vijf tot tien jaar betekent dit focus op grondgebonden nieuwbouwwoningen, in de goedkope en middeldure koop voor gezinnen en levensloopbestendige grondgebonden en nultredenwoningen voor ouderen.
Toetsing en conclusie De nieuwbouw voldoet op langere termijn aan het uitbreiden van de woningvoorraad en sluit kwalitatief gezien ook aan op de woningvoorraad. De ontwikkeling sluit aan bij de doelen uit de woonvisie. 3.4.4
STRATEGISCH KOMPAS In het Strategisch Kompas van de gemeente Kapelle is de ambitie opgenomen dat het woningaanbod woonruimte biedt voor ‘iedereen’, waarbij het kenmerk van de gemeente is dat je
20
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
er dorps woont in het groen. Door te streven naar een aantrekkelijk woonklimaat voor zowel jonge gezinnen als ouderen kiest de gemeente voor een actieve sturing op een evenwichtige bevolkingsopbouw met bijpassende woningen, verspreid over de kernen.
Toetsing en conclusie De voorliggende ontwikkeling betreft een inbreidingslocatie voor een vrijstaande woning in de lintbebouwing aan de Bonzijweg. De ontwikkeling sluit dan ook aan bij de kwalitatieve vraag naar woningen voor ‘iedereen’. 3.4.5
DUURZAAMHEIDSAGENDA KAPELLE Het duurzaamheidsbeleid voor de gemeente Kapelle wordt verwoord in de Duurzaamheidsagenda Kapelle. Deze agenda is een verzameling van de volgende bouwstenen: Elektriciteit (Deel 1 & 2) Warmte in de gebouwde omgeving Natuur en biodiversiteit Klimaatbestendige leefomgeving Mobiliteit Circulaire gemeente Eigen organisatie Waterstof Iedere bouwsteen is een beleidsdocument die zijn eigen integraal opstel- en besluitvormingsproces doorloopt. Per bouwsteen is hierna kortweg aangegeven wat de inhoud betreft. Elektriciteit Status: Vastgesteld In de bouwsteen deel 1 is de ambitie van de gemeente Kapelle verwoord. Dit is kortweg een opwek van hernieuwbare energie van 60 MW in 2030. Hiervan wordt 30 op dak en 30 op land gerealiseerd. In de bouwsteen deel 2 is de ambitie verder uitgewerkt en wordt ingegaan op welke wijze en onder welke voorwaarde de ambitie gerealiseerd kan worden. Ook wordt hier ingegaan op de mogelijkheid voor kleine windmolens. Op 18 oktober 2022 heeft de gemeenteraad een wijziging vastgesteld die betrekking heeft op kleine windmolens. Warmte in de gebouwde omgeving Status: Vastgesteld In de bouwsteen warmte is de ambitie verwoord hoe de gemeente aardgasvrij gaat worden. In het verlengde hiervan ligt dit Transitievisie warmte en de regionale structuur warmte. Al deze kaders zijn vastgesteld door de gemeenteraad.
In deze beleidsdocumenten worden ook kort ingegaan op nieuwe ontwikkelingen. Natuur en biodiversiteit Status: Vastgesteld
21
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
In de bouwsteen natuur en biodiversiteit en de bijlage met het visiedocument wordt de ambitie verwoord met de groei van natuur in de gemeente. Ook is verwoord hoe deze vormgegeven kan worden en welke functies minimaal moet worden toegekend aan groen. Klimaatbestendige leefomgeving Status: Vastgesteld op 27 september 2022 In deze bouwsteen wordt ingegaan hoe de gemeente komt tot een klimaatbestendige leefomgeving. Dit gaat over het brede palet van hittestress, extreem weer tot overstroming. Dit inrichting van de openbare ruimte speelt hier een belangrijke rol in. Mobiliteit Status: Vastgesteld op 24 januari 2023 In deze bouwsteen wordt ingegaan op CO2 besparing binnen mobiliteit. Dit wordt o.a. gedaan door te zorgen voor een robuust laadnetwerk. Wandelen en fietsen aantrekkelijker te maken dan auto gebruik en een duurzame grond- weg en waterbouw. De Laadvisie zoals bedoeld in het Klimaatakkoord maakt onderdeel uit van deze Bouwsteen. Circulaire gemeente Status: in ontwikkeling Deze bouwsteen moet nog opgesteld worden. De voorbereiding lopen op dit moment. In oktober wordt de raadswerkgroep hierin betrokken. Hoofddoel in een circulaire economie in 2050. Besluitvorming is voorzien in 2023. Eigen organisatie Status: in ontwikkeling Deze bouwsteen wordt opgesteld. 7 november 2023 is een beeldvormende raadsvergadering voorzien.
In deze bouwsteen wordt aan de hand van de ambities uit de overige bouwstenen vastgelegd hoe de eigen organisatie hier uitvoering aan geeft. Besluitvorming is voorzien in Q1 2024. Waterstof Status: Oordeelsvormend behandeld in de raad van 26-09-2023, vaststelling voorzien op 31-102023 Deze bouwsteen is opgesteld. In deze bouwsteen worden de beleidskaders voor waterstof in beeld gebracht, ambities per doelgroep bepaald en de rol van de gemeente. Besluitvorming is voorzien op 31 oktober 2023
Toetsing en conclusie De ontwikkeling betreft het realiseren van een vrijstaan de woning. Deze woning zal niet meer op het gasnet worden aangesloten. Daarnaast beoogt de initiatiefnemer de nieuwe woning te voorzien van zonnepanelen voor de elektriciteitsvoorziening alsmede het realiseren van een laadpunt voor een elektrische auto. Gelet op het bovenstaande voldoet de ontwikkeling aan de Duuzaamheidsagenda van de gemeente Kapelle.
22
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
3.4.6
BESTEMMINGSPLANNEN ‘BUITENGEBIED 2E EN 3E HERZIENING’ Het plangebied is gelegen in de vigerende bestemmingsplannen ‘Buitengebied 2e en 3e herziening’ van de gemeente Kapelle (vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 24 februari 2015 respectievelijk 24 januari 2017). Het plangebied kent de bestemming ‘Agrarisch’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4, alsmede de gebiedsaanduiding ‘molenbiotoop’. Binnen de agrarische bestemming is het niet mogelijk om een woning te realiseren.
Figuur 7: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Buitengebied’
Toetsing en conclusie In de voormelde bestemmingsplannen is geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen dan wel een andere flexibiliteitsmogelijkheid die de beoogde ontwikkeling op deze locatie mogelijk maakt. Hierdoor is het noodzakelijk om een planologische procedure te doorlopen om de beoogde ontwikkeling te kunnen realiseren.
23
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
24
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
4
KWALITEIT VAN DE LEEFOMGEVING In dit hoofdstuk komen onderwerpen als bodemkwaliteit, archeologische waarden , ecologische waarden, geluidsaspecten, et cetera aan de orde. Onder de noemer ‘de kwaliteit van de leefomgeving’ zijn voor diverse (milieu)aspecten onderzoek gedaan welke terug zijn te vinden in de bijlagen.
4.1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Vormvrije m.e.r.-beoordeling De vormvrije m.e.r.-beoordeling is het gevolg van de uitspraak van het Europese hof over de manier waarop de EU-richtlijn in de Nederlandse regelgeving was geïmplementeerd. De essentie van die uitspraak is dat altijd m.e.r. noodzakelijk is als belangrijke nadelige milieugevolgen niet kunnen worden uitgesloten. De drempelwaarden in het Besluit m.e.r. (kolom 2 'gevallen' in de D-lijst) zijn gebaseerd op algemene kenmerken van een activiteit en een globale aanname dat bij gevallen onder de drempelwaarde geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden. Dat hoeft echter niet altijd het geval te zijn. In bepaalde gevallen kan een activiteit met een kleinere omvang wel degelijk belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Dat kan bijvoorbeeld doordat die activiteit in of bij een kwetsbaar gebied is gepland. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is bedoeld als waarborg dat in dergelijke gevallen de m.e.r.(beoordelingsplicht) niet over het hoofd wordt gezien. Het ten onrechte niet doorlopen van een m.e.r. doet immers geen recht aan de bedoeling van m.e.r. en is een risico in de procedure. Voor de beoogde ontwikkeling van het realiseren van 1 woning is een notitie vormvrije m.e.r.beoordeling opgesteld. De algehele conclusie is op grond hiervan dat geen belangrijke nadelige milieugevolgen worden verwacht.
Bij de beoordeling is rekening gehouden met de in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling aangegeven criteria. Deze notitie vormvrije m.e.r.beoordeling is opgenomen in de bijlagen bij dit plan. 4.2
Bodem
Op grond van artikel 8, lid 2 sub c van de Woningwet in samenhang met de Bouwverordening van de gemeente Kapelle mag niet worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. Een onderzoek naar de bodemkwaliteit ter plaatse is derhalve noodzakelijk.
4.2.1
CONCLUSIES Door het bureau MCG Zuidwest is op 28 september 2023 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De conclusie en het advies uit dit bodemonderzoek volgt hierna:
25
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
Uit de resultaten van het verrichte onderzoek blijkt dat in de bovengrond lichte verontreinigingen met diverse organochloor bestrijdingsmiddelen zijn aangetoond. In twee grondmengmonsters zijn gehalten DDE aangetoond welke de index 0,5 (bijna) overschrijdt. De desbetreffende grondmonsters zijn uitgesplist, waarna de separate grondmonsters zijn geanalyseerd op de aanwezigheid van OCB’s. In twee van de twaalf separaat onderzochte grondmonsters zijn gehalten aangetoond welke de interventiewaarde overschrijdt. Verder zijn gehalten aangetoond welke de index 0,5 overschrijden. De sterk verontreiniging met OCB is aangetoond binnen een oppervlakte van circa 470 m2 in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot 0,5 m-mv. De ondergrond is niet onderzocht, echter gezien het gebruik van de onderzoekslocatie is aannemelijk dat de verontreiniging met OCB’s beperkt of niet aanwezig zullen zijn in de ondergrond. Hiermee kan geconcludeerd worden dat circa 235 m3 grond sterk verontreinigd is. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen met de geanalyseerde parameters aangetoond. In het grondwater is een lichte verontreiniging met xylenen aangetoond. Gezien de verkregen resultaten dient de hypothese ‘verdachte locatie’ formeel te worden aanvaard. In het grondwater is een lichte verhoging aangetoond.
In de boven- en ondergrond zijn voor wat betreft de standaard parameters geen verhoogde gehalten aangetoond.
4.2.3
ADVIES Strikt formeel geeft de onderzoekslocatie aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek ten behoeve van de verticale afperking van de aangetoonde sterke verontreiniging met OCB. Het is echter aannemelijk, gezien het langdurig gebruik van de onderzoekslocatie als boomgaard, dat de aangetoonde verontreiniging zich beperkt tot de bovengrond. Derhalve wordt een nader bodemonderzoek voor de verticale afperking van de verontreiniging niet geheel zinvol geacht. Op de onderzoekslocatie blijkt meer dan 25 m3 grond aanwezig te zijn met gehalten OCB’s boven de interventiewaarden. Het is aannemelijk dat de verontreiniging is ontstaan vóór 1987. Daarmee is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Indien (graaf)werkzaamheden zijn voorzien ter plaatse van een geval van ernstige bodemverontreiniging, zullen deze werkzaamheden moeten worden gecombineerd met saneringsmaatregelen. Hiertoe moet een saneringsplan worden opgesteld dat door het bevoegd gezag Wet bodembescherming (RUD Zeealnd namens de provincie Zeeland) deint te worden goedgekeurd. De uitvoerende partijen van de saneringswerkaamheden dienen BRL 6000 c.q. 7000 gecertificeerd te zijn. De saneringsmethode kan vaak goed worden afgestemd op de herinrichtingsplannen en kan in overleg met een bodemadviesbureau worden uitgewerkt.
In dit geval voldoet de sanering mogelijk aan de BUS criteria, waardoor volstaan kan worden met de sanering volgens een BUSprocedure. Hierbij geldt een kortere startproceduretijd (ca. vijf weken) dan bij een generieke saneringsprocedure, maar zijn er veel minder mogelijkheden tot maatwerk.
26
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
Ten behoeve van het geschikt maken van de onderzoekslocatie voor toekomstig gebruik als wonen met tuin, dient rekening gehouden te worden met eveneens de matige verontreinigingen (overschrijding index 0,5) met OCB’s in de bovengrond buitenom de aanwezige sterke verontreiniging. 4.3
Archeologie en Cultuurhistorie
Archeologie De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals dat in de oude wetten en regelingen gold, blijft gehandhaafd. De Erfgoedwet vormt straks samen met de nieuwe nog vast te stellen Omgevingswet het wettelijke fundament voor de archeologie in Nederland. Onderdelen van de voormalige Monumentenwet over archeologie worden te zijner tijd overgeheveld naar de Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Op 20 december 2011 heeft de gemeenteraad van Kapelle de ‘beleidsnota archeologie gemeente Kapelle’ vastgesteld. De aanleiding van deze beleidsnota was de invoering van de Wet op de archeologische monumentenzorg (nu opgenomen in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet). Hiermee wil de gemeente niet alleen voldoen aan de wettelijke verplichtingen omtrent archeologie maar ook een formeel afwegingskader bieden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Volgens het gemeentelijk archeologiebeleid is het plangebied (zie figuur 7) aangemerkt met categorie 4.
Bij categorie 4 geldt dat als het plangebied groter is dan 250 m² én de grond dieper wordt geroerd dan 0,40 meter een archeologisch vooronderzoek noodzakelijk is. Voor de onderhavige ontwikkeling dient een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Voor de initiatiefnemer is het evenwel momenteel nog niet duidelijk hoe de woning eruit ziet en waar de grond geroerd gaat worden. Bij het indienen van de omgevingsvergunning voor het realiseren van de bouw van de woning zal derhalve een archeologisch onderzoek worden overgelegd.
27
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
plangebied Figuur 8: Uitsnede maatregelenkaart 1
Cultuurhistorie Per 1 januari 2012 is de Monumentenwet 1988 gewijzigd en gelijktijdig, als gevolg daarvan, ook het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Hiermee is het wettelijk verplicht om in de toelichting van een bestemmingsplan of in een wijzigingsplan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Naast archeologie dienen ook de facetten historische (stede)bouwkunde en historische geografie te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.
Historische (stede)bouwkunde Op het perceel is geen bebouwing aanwezig. Verder zijn in en rondom het plangebied ook geen monumenten aanwezig. Het plangebied is gelegen in de Polder De Breede Watering Bewesten Yerseke, ook wel Westwatering genoemd. Dit is één van de oudste en grootste polders Zeeland. Van de oorspronkelijke 50 km ringdijk doet momenteel nog ruim 10 km dienst als eerste waterkering Middeleeuwse polder. Daarnaast zijn op circa 900 meter ten noordwesten van het plangebied een vlietberg en een kerk gelegen. De vlietberg is de hoogste vlietberg van Zeeland en is 12 meter hoog. Het is een van de tientallen aarden heuvels die Zeeland nog telt. Ze werden in de middeleeuwen opgeworpen, veelal om plaats te bieden aan het mottekasteel van een ambachtsheer. De kerk betreft de Maartenskerk en is een protestantse kerk. De parochie werd in de 11e eeuw gesticht als dochterkerk van de Westmonsterkerk in Middelburg die ook als patroonheilige SintMaarten had. De eerst houten kerk werd mogelijk al in de 12e eeuw vervangen door een stenen kerk en is vermoedelijk de oudste kerk van Zuid-Beveland. De circa 25 meter hoge kerktoren werd omstreeks 1350 gebouwd. Oorspronkelijk waren er ook hoektorens aanwezig die in 1607
28
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
werden afgebroken. De kerk werd gebouwd op een vliedberg en opvallend is de tweede vliedberg ten oosten van de kerk. Kort na de bouw van de toren werd een gotische driebeukige kerk gebouwd die rond 1411 werd verhoogd en onder één kap gebracht. Het koor, het schip, zuidbeuk en sacristie dateren uit de 15e eeuw.[ Het plangebied is op grote afstand van de voormelde kerk en vlietberg gelegen, zodat de beoogde woning daarop geen invloed heeft.
Molenbiotoop De bescherming van molenbiotopen betreft vooral behoud van een vrije windvang en het behoud van de belevingswaarde/het historisch karakter van de omgeving. In het vigerende bestemmingsplan, alsmede in het voorliggende bestemmingsplan worden waarborgen geboden ter bescherming van de molenbiotopen en van (een bepaalde mate van) vrije windvang. Hiertoe is een zogenaamde molenbiotoop opgenomen. In dit geval betreft het de molens ‘De Hoop’ aan de Westelijke Kanaaldijk 55 en ‘Aeolus’ aan de Molenstraat.
Maximale bouwhoogte op basis van de molenbiotoop De beoogde bouwlocatie is gelegen aan de Bonzijweg tussen de nummers 26A en 28. De afstand tussen het middelpunt van molen ‘Aeolus’ en de beoogde ontwikkelingslocatie is circa 275 meter en tussen het middelpunt van molen ‘De Hoop’ en de beoogde ontwikkelingslocatie circa 366 meter. De ontwikkelingslocatie valt in de bestemmingsplan ‘Buitengebied 2e en 3e herziening’ en kent de gebiedsaanduiding ‘Vrijwaringszone – molenbiotoop’. Hierin wordt bepaald dat tussen de afstaand 100-400 meter vanaf de molen een maximale bouwhoogte is toegestaan van 1/30ste van de afstand van het bouwwerk tot het middelpunt van de molen, gerekend vanaf de onderste punt van de verticaal staande wiek. De maximale bouwhoogte in het geval van ‘De Hoop’ bedraagt, 4,90 + 366/30 = 17,10 meter. In het geval van molen ‘Aeolus’ bedraagt de maximale bouwhoogte 8,90 + 275/30 = 18,00 meter. De beoogde ontwikkeling zal geen hogere bouwhoogte hebben dan meer dan 17,10 meter. Dat betekent dat de windvang voor molens ‘De Hoop’ en ‘Aeolus’ als gevolg van de beoogde ontwikkeling, niet nadelig wordt beïnvloed. 4.4
Water
Water en ruimtelijke ordening hebben met elkaar te maken. Enerzijds is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Anderzijds kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, te voorkomen. Volgens het Besluit ruimtelijke ordening is een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan.
29
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
Overleg waterbeheerder In het kader van de watertoets wordt overleg gevoerd tussen de gemeente en het Waterschap Scheldestromen. Thema en water(beheer)doelstelling
Uitwerking
Veiligheid waterkeringen
De ontwikkeling is niet op of in de nabijheid van een
Waarborgen van het veiligheidsniveau en
waterkering gelegen.
rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte. Voorkomen overlast door oppervlaktewater
Het plan biedt geen ruimte voor het vasthouden,
Waarborgen van voldoende bouwpeil om
bergen en afvoeren van water.
inundatie vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties. Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater
Het verhard oppervlak zal met maximaal 750 m2
(inclusief water op straat / overlast)
toenemen in verband met de realisatie van de
Waarborgen optimale werking van de
woning, terrasverhardingen en het realiseren van
zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke)
een bijgebouw van circa 150 m2. De Hwa’s van de
rioleringen.
bebouwing worden opgevangen in een waterberging
Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken
welke ontstaat door de sloot aan de zuidzijde van het
in verband met de reductie van hydraulische
perceel te vergroten. Deze zal met (750 x 0,075mm)
belasting van de RWZI, het transportsysteem en
57 m3 worden vergroot. Er bestaat ook de
het beperken van overstorten.
mogelijkheid dat de initiatiefnemer een vijver met deze capaciteit aanlegd. Middels een vuilwaterafvoer zal aangesloten worden op de gemeentelijke riolering.
Grondwaterkwantiteit en verdroging
Het plangebied ligt niet in een infiltratiegebied en niet
Tegengaan / verhelpen van grondwateroverlast
in
en -tekort. Rekening houden met de gevolgen
drinkwatervoorziening. Er is geen sprake van invloed
van klimaatverandering. Beschermen van
op de grondwaterkwaliteit. Er is geen sprake van het
infiltratiegebieden en –mogelijkheden.
onttrekken van grondwater of het infiltreren van
een
natuurgebied
of
gebied
voor
grondwater met als doel het later weer op te pompen in het plangebied, dus verdroging is hier niet aan de orde. Grondwaterkwaliteit
Het plangebied ligt niet in een infiltratiegebied en niet
Behoud / realisatie van een goede grondwater-
in
kwaliteit. Denk aan
rinkwatervoorziening. Er is geen sprake van invloed op
grondwaterbeschermingsgebieden.
de grondwaterkwaliteit.
Oppervlaktewaterkwaliteit
Het afgekoppelde regenwater van daken en
Behoud / realisatie van goede
verhardingen is relatief schoon. Het te gebruiken
oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de
materiaal van de afvoerleidingen moet voldoen aan
veerkracht van het watersysteem. Toepassing
het bouwbesluit.
van de trits schoonhouden, scheiden en zuiveren.
30
een
natuurgebied
of
gebied
voor
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
Het hemelwater wordt afgekoppeld/aangesloten het bestaande riool. Er zijn (daardoor) geen nadelige gevolgen voor de waterkwaliteit. Volksgezondheid (water gerelateerd)
Er is aan de zuidzijde van het perceel een sloot
Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten
gelegen.
en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte. Bodemdaling
Er zullen geen veranderingen in het peilregime
Voorkomen van maatregelen die (extra)
plaatsvinden die voor bodemdaling zorgen.
maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken. Natte natuur
Er bevindt zich geen natte natuur in of nabij het
Ontwikkeling/bescherming van een rijke
plangebied.
gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. Onderhoud oppervlaktewater
Er bevinden zich in het plangebied geen waterlopen.
Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting. Relatie met eigendom waterbeheerder
Er zijn geen objecten van de waterbeheerder
Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de
aanwezig.
werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren. Scheepvaart en/of wegbeheer
Er zijn geen waterwegen in het plangebied
Goede bereikbaarheid en in stand houden van
aanwezig. De wegen in het plangebied betreffen
veilige vaarwegen en wegen in beheer en
geen waterschapswegen.
onderhoud bij Rijkswaterstaat, de provincie en/of het waterschap.
4.5
Ecologie / flora en fauna
Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Op basis van de Wet natuurbescherming is het van belang bij de ruimtelijke planvorming vooraf te onderzoeken of en welke dier -en plantensoorten er in en nabij het plangebied voorkomen, wat hun beschermingsstatus is en wat de effecten zijn van de ingreep op het voortbestaan van de gevonden soorten. Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze nieuwe wet vervangt drie voormalige wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Op basis van de Wet natuurbescherming is het van belang bij de ruimtelijke planvorming vooraf te onderzoeken of en welke dier- en plantensoorten er in en nabij het plangebied voorkomen, wat hun beschermingsstatus is en wat de effecten zijn van de ingreep op het voortbestaan van de gevonden soorten.
31
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
Het plangebied is niet gelegen in een natuurgebied. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied de Oosterschelde is gelegen op een afstand van circa 910 meter. Daarnaast is het plangebied op circa 860 meter afstand van een natuurgebied in het kader van het Natuurnetwerk Zeeland gelegen. Het betreft hier de Vliedberg Wemeldinge (gebiednummer 5075) In figuren 9 en 10 zijn de natuurgebieden weergegeven.
Figuur 9: Natura 2000-gebied
Figuur 10: Natuurnetwerk Zeeland
De plangebieden zijn gelegen buiten de 100 meter ‘Afwegingszone natuurgebieden’ ex artikel 2.27 van de Omgevingsvergunning Zeeland 2018 gelegen van een natuurgebied in het kader van het NNZ. De soortenbescherming in het kader van de Wet natuurbescherming heeft evenwel ook betrekking op beschermde planten- en diersoorten buiten de aangewezen gebieden. Ten behoeve 32
concept Ontwerpbestemmingsplan ‘Inbreidingslocatie Bonzijweg 26B, Wemeldinge’ – 3 augustus 2023
hiervan moet worden onderzocht of en welke dier- en plantensoorten er in het plangebied voorkomen en wat hun beschermingsstatus is. Door het bureau BEC B.V. is op 14 oktober 2023 een quickscan flora & fauna uitgevoerd. De conclusie en het advies uit dit bodemonderzoek volgt hierna: 1. De planlocatie is niet gelegen in en/of nabij Natura2000/ NNN-gebied. Aangezien geen sprake is van werkzaamheden in Natura 2000 en/of NNN gebied is kwaliteitsverlies danwel versnippering van deze natuurgebieden als gevolg van de plannen is niet aan de orde. Effecten van stikstofdepositie is geen onderdeel van de onderhavige rapportage; 2. Vanwege de voorgenomen ontwikkeling is zorgvuldig handelen volgens Wet natuurbescherming van toepassing (bij voorkeur voorbereidend werk buiten broed/voortplantingsseizoen en/of voorafgaande aan werkzaamheden aan werkzaamheden controle op aanwezigheid van bezette nesten en evt. van toepassing zijnde beschermingszone; 3. Op de planlocatie zelf zijn verder algemeen voorkomende soorten te verwachten. Voor ruimtelijke ontwikkelingen geldt voor deze soorten een provinciale vrijstelling; 4. Door de (voorbereidings)werkzaamheden, opruimen en evt. beperkte kap, buiten het broed-/voortplantingsseizoen (15 maart t/m 15 juli) uit te voeren wordt invulling gegeven aan het principe van zorgvuldig handelen.
Hiermee wordt voorkomen dat nesten van vogels en/of kleine grondgebonden zoogdieren worden verstoord en/of vernietigd; 5. Door verder tijdelijk water en lange periode met zanddepots te voorkomen wordt aantrekking van een soort als rugstreeppad voorkomen. Stikstofdepositie Op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in de Europese Unie waardevolle natuurgebieden aangewezen en beschermd die gezamenlijk een Europees ecologisch netwerk vormen, Natura 2000 genaamd. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd. Het per gebied behalen van deze doelstellingen moet er toe leiden dat op landelijk niveau een gunstige staat van instandhouding van bepaalde soorten en habitattypen behouden of hersteld wordt. Stikstof vormt een van de grootste belemmeringen voor de realisatie van de Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen. Deze stikstof is voornamelijk afkomstig uit de landbouw en voor een klein deel uit het verkeer en de industrie. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient onderzocht te worden of de betreffende ontwikkeling al dan niet significant bijdraagt aan de stikstofuitstoot en daarmee een bedreiging vormt voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 1 woning, alsmede de realisatie van een rust- en picknickplaats..