CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-20a D24.297871 ontwerpbestemmingsplan Maalstede 1a PDFsam merge

Raadsvergadering 26 maart 2024, gemeente KapelleBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Maalstede 1a te Kapelle20.118 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BCDECFFGHIDJKLH MNNOPQRSRTUN VCFCCHECTWLJCKKC

PQNQXPY

Z[Q\R]^

SNQXMY

_UTH`aCFbCcT_d_e

fM]ZTfS[Y

[OgfM]ZgdhijgkLJbGClmnd_doZ\dU

Z^S]NpmQ[RMR] IJKLMNOPQRSTUT VKPWWPJXYYJRZ[ Z\[]R^VR_Y``OJaNPPJ KPXPbccJRdefZRg]d[fd OJbchOJKWcNOPQTJX QQQTOJKWcNOPQTJX

Z^S]NpmQVRqR] SXcijPWkRSTUT LOlmnQPkRZgY []dgRo_RpOPiQPWmPWm

PQNQXP qcJrPsKt UccWcJKQPWst MJKQPWst UYnKkPnKPX`t

SNQXM \RnPsKPujPWRZdZ] egRcmKcjPWRZdZ] ZeRJcNPujPWRZdZ]

qR]PfR ZPRNPWnOP ePRNPWnOP ZPRNPWnOP

bestemmingsplan Maalstede 1a

Toelichting

Toelichting

3

bestemmingsplan Maalstede 1a

4

Toelichting

bestemmingsplan Maalstede 1a

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

7 7 7 7 8

Hoofdstuk2 Projectbeschrijving 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur 2.2 Nieuwe situatie

9 9 10

Hoofdstuk3

13

3.1 3.2 3.3 3.4

Beleidskader

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

13 15 16 18

Hoofdstuk4 Milieu en omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Archeologie en cultuurhistorie 4.3 Bedrijven en milieuzonering 4.4 Bodem- en grondwaterkwaliteit 4.5 Ecologie 4.6 Externe veiligheid 4.7 Geluid 4.8 Kabels en leidingen 4.9 Luchtkwaliteit 4.10 Verkeer en parkeren 4.11 Watertoets

21 21 22 25 27 28 32 33 35 35 37 39

Hoofdstuk5 Toelichting op juridische regeling 5.1 Algemeen 5.2 Verbeelding 5.3 Regels 5.4 Handhaving bestemmingsplan

45 45 45 45 47

Hoofdstuk6 Uitvoerbaarheid 6.1 Financiële haalbaarheid 6.2 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 6.3 Communicatie 6.4 Zienswijzen

49 49 49 49 49

Regels

51

Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2

Toelichting

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

52 52 56

5

bestemmingsplan Maalstede 1a

Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Tuin Wonen Waarde - Archeologie 1

57 57 58 61

Hoofdstuk3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels

64 64 65 66 67 68 69

Hoofdstuk4

Overgangs- en slotregels

70

Artikel 12 Artikel 13

Overgangsrecht Slotregel

70 71

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Onderzoek archeologie

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 3

AERIUS-berekeningen

Bijlage 4

Ecologisch onderzoek

Bijlage 5

Aanvullend onderzoek vleermuizen en grondgebonden zoogdieren

Bijlage 6

Akoestisch onderzoek

6

Inhoudsopgave

bestemmingsplan Maalstede 1a

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op het perceel Maalstede 1a in Kapelle was tot 2020 een uitvaartcentrum gevestigd. Hierna is het gebouw leeg komen te staan. Initiatiefnemer is daarom voornemens om op dit perceel een kleinschalig appartementengebouw te realiseren met acht wooneenheden voor de doelgroep senioren waaraan grote behoefte is. Hierachter kunnen twee levensloopbestendige woningen worden gerealiseerd voor eveneens de doelgroep senioren. Het toevoegen van tien woningen in bestaand dorpsgebied is vanuit planologische en volkshuisvestelijke overwegingen inpasbaar. Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van tien woningen juridisch planologisch mogelijk.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan de Maalstede 1a in Kapelle. Aan weerszijden van het plangebied staan woningen. Ten noorden van het plangebied ligt een weidegebied. Aan de zuidzijde ligt aan de overzijde van de Maalstede een parkje en de reconstructie van een voormalig kasteel. Een situatietekening met omgeving is opgenomen in figuur 1.

Figuur 1: Situering plangebied en omgeving. Plangebied rood gestippeld omkaderd.

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Voor het plangebied geldt het volgende bestemmingsplan: Bestemmingsplan “Kapelle - Biezelinge"

Toelichting

Raadsbesluit 9 februari 2010

Uitspraak ABRvS N.v.t.

7

bestemmingsplan Maalstede 1a

De gronden zijn in het bestemmingsplan "Kapelle - Biezelinge" bestemd voor 'Maatschappelijk' en 'Agrarisch'. Een uitsnede van de verbeelding is opgenomen in figuur 2. Verder geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1'. De planontwikkeling is hiermee in strijd. Om een bestemmingswijziging naar wonen mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan nodig.

Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Kapelle - Biezelinge'. Plangebied rood omkaderd.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is de bestaande situatie en een planbeschrijving van de nieuwe toestand beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. Hoofdstuk 4 omvat de milieuaspecten en de waterparagraaf. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 5 wordt de keuze voor de planmethodiek toegelicht. Hoofdstuk 6 is gewijd aan de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hierin wordt ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

8

Toelichting

bestemmingsplan Maalstede 1a

Hoofdstuk 2 2.1

Projectbeschrijving

Ruimtelijke en functionele structuur

Het plangebied ligt aan de rand van het dorp, binnen twee minuten van het centrum van Kapelle. De oorspronkelijke boerderij is in 1980 afgebroken. Hierna is een nieuwe schuur gebouwd. Tot 2020 is deze schuur in gebruik geweest als uitvaartcentrum. Aan weerszijden van het plangebied staan woningen. De achtertuin grenst aan een weiland met hoogstamfruit. Aan de voorzijde ligt een klein wandelparkje en de reconstructie van het voormalig Slot Maalstede. Een situatietekening van de bestaande toestand is opgenomen in figuur 3.

Figuur 3: Situatietekening bestaande toestand.

Toelichting

9

bestemmingsplan Maalstede 1a

Woning aan Maalstede 1.

Woningen aan Maalstede 3 en 5.

Park met reconstructie voormalig kasteel.

Achterzijde Maalstede 1 en 1a vanaf Ooststraat.

Voorzijde bestaand pand Maalstede 1a.

Achterzijde bestaand pand Maalstede 1a.

2.2

Nieuwe situatie

Appartementengebouw De bestaande schuur wordt gesloopt. In de plaats hiervan wordt een kleinschalig appartementengebouw in twee bouwlagen met een kap teruggebouwd. De bestaande korrelgrootte wordt aangehouden, zodat het gebouw passend is binnen de schaal en maat van de directe omgeving. Dit sluit aan op de bestaande bouwkarakteristiek in de omgeving. De inrichting en het ontwerp is gebaseerd op het herstel van een boerenerf. Op de begane grond komen vier appartementen met een gebruiksvloeroppervlakte van 86 m² tot 91 m². De vier appartementen op de eerste bouwlaag hebben een gebruiksvloeroppervlakte van 107 m² tot 118 m² met elk een slaapkamer en badkamer op de tweede bouwlaag. De goothoogte van het appartementengebouw is circa 3,2 meter met een nokhoogte van 10 meter. Het verkavelingsplan is opgenomen in figuur 4. In figuur 5 is een aanzichttekening opgenomen vanaf de straatzijde.

10

Toelichting

bestemmingsplan Maalstede 1a

Figuur 4: Verkavelingsvoorstel plangebied (indicatief).

Figuur 5: Aanzichttekening appartementengebouw vanaf de Maalstede. Twee-onder-één-kapwoning Achter het appartementengebouw wordt een twee-onder-één-kapwoning in één bouwlaag met een kap gerealiseerd voor de doelgroep senioren. De korrelgrootte is afgestemd op het hiervoor gelegen appartementengebouw. Het woon- en slaapgedeelte vindt plaats op de begane grond met een

Toelichting

11

bestemmingsplan Maalstede 1a

gebruiksvloeroppervlakte van 72 m². De goothoogte wordt maximaal 3,5 meter met een nokhoogte van maximaal 6,5 meter. Aan weerszijden van de twee woningen worden vier bergingen opgericht voor de acht appartementen, alsmede twee bergingen voor de seniorenwoningen. Het verkavelingsplan is opgenomen in figuur 4. In figuur 6 is aan aanzichttekening opgenomen van de voor- en achterzijde.

Figuur 6: Aanzichttekeningen twee-onder één-kapwoning (indicatief).

12

Toelichting

bestemmingsplan Maalstede 1a

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.

De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.

Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken.

Toelichting

13

bestemmingsplan Maalstede 1a

Het liefst binnen de bestaande stads- en dorpsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het toevoegen van tien woningen in bestaand dorpsgebied. De rijksbelangen worden niet geraakt. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. De rijksbelangen zijn bij dit plan niet in het geding.

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een ruimtelijk plan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt.

Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. In dit bestemmingsplan wordt het oprichten van tien woningen mogelijk gemaakt. Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Het toevoegen van tien woningen in het plangebied levert vanuit de verstedelijkingsladder geen belemmering op. In paragraaf 3.2.2 wordt dit toegelicht. 3.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.

De woning is in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.

14

Toelichting

bestemmingsplan Maalstede 1a

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Zeeuwse Omgevingsvisie Provinciale Staten van Zeeland hebben op 12 november 2021 de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. De Zeeuwse Omgevingsvisie is een strategische langetermijnvisie voor Zeeland en beschrijft de volle breedte van de leefomgeving en alle andere onderwerpen die van belang zijn voor de toekomst van Zeeland. De visie voldoet aan de vereisten die de Omgevingswet stelt aan een Omgevingsvisie en heeft tot inwerkingtreding van de Omgevingswet een wettelijke basis in de Wet ruimtelijke ordening (artikel 2.2), Wet Milieubeheer (artikel 4.9), Waterwet (artikel 4.4) en Planwet verkeer en vervoer (artikel 5). De uitdagingen voor Zeeland bestaan voornamelijk uit de klimaatverandering, stijging van de zeespiegel, afname van biodiversiteit, andere bevolkingssamenstelling door vergrijzing. Deels is het de uitdaging te behouden wat er is, deels is het de uitdaging in te spelen op de ontwikkelingen die komen gaan. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden en tegelijkertijd te werken aan brede welvaart, beschrijft de Zeeuwse Omgevingsvisie vier Zeeuwse Ambities voor 2050. Deze ambities betreffen: 1. uitstekend wonen en werken in Zeeland; 2. balans in grote wateren en het landelijk gebied; 3. een duurzame en innovatieve economie; 4. een klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland.

Deze vier Zeeuwse ambities vragen om een goede afweging van keuzes, zowel op regionaal als op lokaal niveau. De drie afwegingsprincipes die het Rijk daarvoor heeft bedacht -zoals aangegeven in de NOVI- zijn in de Omgevingsvisie vertaald naar vier afwegingsfactoren. Deze zijn nodig om een zorgvuldige afweging te kunnen maken bij concrete initiatieven en activiteiten in Zeeland. Deze afwegingsfactoren zijn: 1. Doe meer met minder grond. 2. Werk samen en deel kosten en baten. 3. Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten. 4. Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld. De vier ambities zijn algemene strategische ambities met 2050 als horizon. Deze moeten ook richting geven aan beleidsdoelstellingen voor de kortere termijn (2030). In de Omgevingsvisie Zeeland is dan ook het beleid voor de periode tot 2030 vormgegeven. Dit beleid is onderverdeeld in doelen voor 2030, de huidige situatie, acties voor de periode tot 2030 én afwegingsfactoren voor de uitvoering. Er zijn 27 thema's (bouwstenen) uitgewerkt waarbij het beleid voor de komende 10 jaar is weergegeven en waarvoor instrumenten, waaronder de Zeeuwse Omgevingsverordening, kunnen worden ingezet. In de Zeeuwse Omgevingsverordening is het beleid uit de Zeeuwse Omgevingsvisie verankerd. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Het initiatief ziet op de realisatie van 10 duurzame woningen.

Het plangebied valt binnen de bestaande dorpskern. Met het initiatief wordt invulling gegeven aan de ambitie 'uitstekend wonen en werken in Zeeland'. Het plan is passend in de omgeving en geeft invulling aan de lokale woonbehoefte. De ontwikkeling is in lijn met de provinciale omgevingsvisie. 3.2.2 Omgevingsverordening Zeeland (2018) In de Omgevingsverordening van de provincie Zeeland zijn regels opgenomen ten aanzien van de fysieke leefomgeving van de provincie Zeeland. Hierbij zijn de uitgangspunten opgenomen die zijn vastgelegd in het provinciale omgevingsplan. In de Omgevingsverordening is de volgende bepaling opgenomen over Wonen. Artikel 2.7 Wonen In lid 1 is opgenomen dat in de toelichting bij een bestemmingsplan waarin een nieuwe kleinschalige woningbouwlocatie in het landelijk gebied wordt toegelaten aannemelijk wordt gemaakt dat wordt voldaan aan de in bijlage C bedoelde voorwaarden. Nieuwe kleinschalige woningbouwlocaties in het landelijk gebied, die niet voldoen aan de in bijlage C bedoelde voorwaarden, worden in een bestemmingsplan niet toegelaten.

Toelichting

15

bestemmingsplan Maalstede 1a

Naast het beoordelingskader van artikel 2.7 van de Omgevingsverordening is artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Ladder duurzame verstedelijking) van toepassing indien sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met de term "kleinschalige woningbouwmogelijkheden" wordt beoogd een afzonderlijke categorie aan te duiden die wordt onderscheiden van reguliere uitbreidingslocaties/ nieuwe woonwijken die, in hoofdzaak, in of aansluitend aan het bestaand stedelijk gebied worden ontwikkeld. Artikel 2.7 is daarop niet van toepassing, omdat hier sprake is van een ontwikkeling in bestaand dorpsgebied door het toevoegen van tien woningen in een bebouwingslint met hoofdzakelijk woningen. Toetsing aan Omgevingsverordening Het toevoegen van tien woningen valt onder de mogelijkheden voor verbetering, uitbreiding en verplaatsing van (bestaande) individuele burgerwoningen in bestaand dorpsgebied. Vanuit een goede ruimtelijke ordening is deze planontwikkeling goed inpasbaar. Het plan maakt onderdeel uit van de lokale en regionale woningbehoefte. Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van tien woningen mogelijk. Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang.

Het bouwen van 11 woningen is geen stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder (ABRvS 16 september 2015, nr. 201308263/2/R4). Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Toetsing aan de Ladder is derhalve niet nodig. Conclusie Deze planontwikkeling maakt het oprichten van tien woningen mogelijk in bestaand dorpsgebied. De ruimtelijke- en beeldkwaliteit krijgen een kwaliteitsimpuls. De provinciale belangen zoals verwoord in de Omgevingsverordening Zeeland (2018) zijn niet in het geding.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Regionale Woonvisie De Bevelanden 2019-2023 Met de Regionale Woonvisie De Bevelanden 2019 - 2023 beogen de vijf Bevelandse gemeenten inzicht te geven in de gezamenlijke missie en ambities van de regiogemeenten op het gebied van het wonen (oktober 2019). De visie is een parapluvisie voor verdere uitwerking in lokaal beleid. De Regionale Woonvisie bevat de volgende missie: 'Wij willen een aantrekkelijke regio zijn waar men graag woont, met een regionaal passend, duurzaam en toekomstbestendig woningaanbod'. Vanuit deze missie zijn de volgende vijf ambities geformuleerd: 1. De Bevelanden zet in op een duurzame en toekomstbestendige woningvoorraad. De Bevelanden heeft forse ambities op het gebied van duurzaamheid. In de woningvoorraad kan nog veel energie bespaard worden. 2. De Bevelanden voor iedereen. De regio De Bevelanden wil een complete regio zijn, met een passend woningaanbod voor jong en oud, rijk en arm, kleine en grote huishoudens, met en zonder ondersteuning, permanent en tijdelijk. 3. De Bevelanden zet alleen in op nieuwbouw die echt iets toevoegt. De Bevelanden streeft naar evenwicht in vraag en aanbod op de woningmarkt. De verwachte huishoudensgroei is de belangrijkste onderlegger voor het regionale woningbouwprogramma. 4. De Bevelanden benut het bestaande. De Bevelanden streeft naar een toekomstbestendige woningvoorraad.

Dit betekent continu investeren in onderhoud, aanpasbaarheid en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Naast de focus op vastgoed zal er ook aandacht moeten zijn voor de aanpak van sociale problematiek en de kwaliteit van de openbare ruimte. 5. De Bevelanden zorgt. Regio De Bevelanden wil een zorgzame regio zijn, waar vraag en aanbod naar wonen met zorg in balans zijn, ook voor de meest kwetsbare groepen. Hiervoor is samenwerking tussen alle betrokken partijen en een goede koppeling tussen sociaal en fysiek domein een voorwaarde.

16

Toelichting

bestemmingsplan Maalstede 1a

Toetsing planinitiatief Het toevoegen van tien woningen in de bebouwde kom van Kapelle voorziet in een passend woningaanbod voor jong en oud met een goed product op een goede plek in de dorpskern. De woningen voor de doelgroep senioren leveren een bijdrage aan de doorstroming vanuit hun oude (koop)woning naar een nieuwe woning. Hierdoor wordt de doorstroming vanuit de bestaande voorraad gestimuleerd wat kansen biedt voor andere doelgroepen zoals starters op de woningmarkt. Conclusie Voorliggend initiatief ziet op de realisatie van acht appartementen en twee levensloopbestendige woningen voor de doelgroep senioren in bestaand stedelijk gebied. Deze ontwikkeling levert een bijdrage aan het meerjarenprogramma woningbouw om voldoende woningen te realiseren voor de doelgroep senioren. De ontwikkeling is passend binnen de regionale Woonvisie. 3.3.2 Woningmarktafspraken De Bevelanden 2020-2030 Sinds 2013 maken de vijf gemeenten op De Bevelanden afspraken over het wonen in de regio. In de vorm van de Agenda Wonen in De Bevelanden zijn afspraken vastgelegd over woningbouw en inhoudelijke zaken ten aanzien van het wonen, zoals herstructurering, wonen en zorg, huisvesting van arbeidsmigranten en prestatieafspraken met de woningcorporaties. In de 'Woningmarktafspraken De Bevelanden 2020 - 2030' (mei 2020) is de Woonvisie De Bevelanden 2019-2030 vertaald naar de volgende uitgangspunten.

Algemeen Niet méér bouwen dan de behoefte; Uitsluitend producten die echt iets toevoegen; goede producten op goede plekken; Lokaal maatwerk, aansluiten bij DNA van de plek; Flexibiliteit in de plannen; Onderling bespreken en afstemmen aan de voorkant. Ruimtelijk Hoge dichtheid in de kernen, lage in het landschap; In principe binnen de kernen, bij voorzieningen; Inbreiden voor uitbreiden; Vooral focus op kleine huishoudens in stad en dragende kernen; Inzetten op “mooie woondorpen”. Programmatisch Duurzaam, extra energiebesparende maatregelen; Levensloop- en toekomstbestendig; Aandacht voor groen en water; Omvang voorraad sociale huurwoningen gelijk; Extra middenhuurwoningen; Meer hoogwaardige grondgebonden nultreden en semipermanente woningen. Vanuit het afsprakenkader wordt ingezet op: 1. Realistische woningbouwproductie met ambitie. Binnen het programma wordt ruimte gecreëerd om in te kunnen spelen op de behoefte uit de markt. 2. De juiste kwaliteit, Product Markt Combinaties en woonmilieus. Er wordt gestreefd naar een optimale match tussen vraag en aanbod. Toetsing planinitiatief De planlocatie ligt in bestaand stedelijk gebied nabij voorzieningen. De woningen worden duurzaam gebouwd. De planontwikkeling maakt onderdeel uit van het nieuwbouw- en herstructureringsprogramma De Bevelanden van de gemeente Kapelle (totaal 441 woningen) in de periode 2020-2030.

Conclusie Met de voorgestane ontwikkeling worden tien woningen in het goedkope en middeldure koopsegment toegevoegd aan de woningvoorraad waaraan veel behoefte is. Het plan wordt opgenomen in de

Toelichting

17

bestemmingsplan Maalstede 1a

'Woningmarktafspraken De Bevelanden 2020-2030'. Deze woningbouwontwikkeling maakt onderdeel uit van de berekende groei van 441 woningen die voor Kapelle is opgenomen. De ontwikkeling is in overeenstemming met de regionale woningmarktafspraken.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Kapelle 2012-2030 De gemeenteraad van Kapelle heeft op 26 maart 2013 de Structuurvisie 2012-2030 vastgesteld. Met de Structuurvisie geeft de gemeente richting aan de gewenste toekomst van de gemeente. Kapelle is een bloeiende gemeente en dit wil het gemeentebestuur zo houden. Kapelle is aantrekkelijk om te wonen, te werken en te recreëren. De opgaven en kansen liggen daarom vooral in het onderhouden en versterken van bestaande kwaliteiten. Daarnaast verdienen de ruimtelijke kwaliteit, het functioneren van de bedrijventerreinen en de voorzieningen en de kansen in de recreatie nadrukkelijk de aandacht om deze toekomstgericht te maken en te behouden. De gemeentelijke ambities zijn daarom gericht op: behoud en versterking van de (in de visie benoemde) kernkwaliteiten; ruimte voor kwaliteit (het juiste initiatief op de juiste plaats). In de Structuurvisie worden de diverse sectorale en gebiedsgerichte beleidsstukken samengebracht en integraal afgewogen. Dit kan leiden tot nieuwe inzichten en herijking van beleid zoals eventuele zoekgebieden voor riant wonen in de dorpsranden en de herijking van de woningbouwprognose (waarbij de sturing gericht moet zijn op kwaliteit in plaats van kwantiteit). Het centrale thema: Kapelle bloeit Met de Structuurvisie geeft de gemeente richting aan de gewenste toekomst van de gemeente.

De Structuurvisie geeft antwoord op de vraag: wat voor gemeente wil Kapelle zijn? Het centrale thema van de Structuurvisie is: Kapelle bloeit! Behoud en versterking van de kernkwaliteiten staat voorop: een uitstekend woon- en leefklimaat; een prima voorzieningenniveau; voldoende werk in de gemeente; aantrekkelijk voor recreatie. Initiatieven die bijdragen aan versterking van deze kernkwaliteiten, kunnen rekenen op een positieve grondhouding van het gemeentebestuur. De Structuurvisie is de basis voor het gemeentebestuur om met bewoners, bedrijven en organisaties samen te werken aan kwaliteit voor een duurzame toekomst. Dit document geeft daarvoor de gewenste ontwikkelingsrichting aan. Behoud en versterking woon- en leefklimaat kernen Het beleid is gericht op het ontwikkelen van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad en leefomgeving. Waar nodig wordt de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad en woonomgeving verbeterd in een planmatige aanpak, met oog voor de samenhang van de verschillende aspecten van de leefomgeving. Er zijn op dit moment geen grote herstructureringsopgaven, wel zullen kleinschalige ingrepen in het huurwoningenbestand en de openbare ruimte nodig zijn (beheer bestaande woongebieden). De gemeente stelt zich tot taak om ruimte te bieden voor de realisatie van voldoende geschikte woningen voor de bevolkingsontwikkeling van de gemeente.

Bij woningbouwinitiatieven wordt ingezet op levensloopbestendig en duurzaam en energiezuinig bouwen. Een goede onderlinge afstemming (fasering) tussen de verschillende woningbouwinitiatieven (uitbreiding en inbreiding) is nodig, zowel uit het oogpunt van het aantal woningen (kwantitatief) als wat betreft de verdeling van de woningtypen (kwalitatief). Naast uitbreidingslocaties zullen ook inbreidingslocaties worden benut, waarbij er voor gewaakt wordt dat structureel groen behouden blijft. Het behoud en de versterking van structureel groen krijgt aandacht in een daartoe op te stellen beleidsplan. Op 21 september 2021 heeft de gemeenteraad een addendum op de structuurvisie vastgesteld. Hierin zijn in aanvulling locaties voor toekomstige woningbouw, bedrijventerrein en energielandschap opgenomen. Deze wijzigingen hebben geen betrekking op onderhavig plangebied. Toetsing planinitiatief Dit bestemmingsplan voorziet in het toevoegen van tien woningen in de bebouwde kom van Kapelle.

18

Toelichting

bestemmingsplan Maalstede 1a

Hoewel deze herontwikkeling niet concreet is benoemd kan worden gesteld dat deze planontwikkeling in overeenstemming is met de ambities uit de Structuurvisie, omdat bij het woningbouwinitiatief wordt ingezet op levensloopbestendig, duurzaam en energiezuinig bouwen. Een inbreidingslocatie wordt benut, waarbij er voor gewaakt wordt dat structureel groen behouden blijft. De woningen worden toegevoegd voor de doelgroep senioren. Conclusie De visie heeft een hoog abstractieniveau, waarin geen uitspraken worden gedaan op perceelsniveau. De nieuwbouw is in overeenstemming met de uitgangspunten van het gemeentelijk beleid. Mitsdien kan worden gesteld dat dit bestemmingsplan voor het oprichten van tien woningen in overeenstemming is met de uitgangspunten van de Structuurvisie Kapelle 2012-2030. 3.4.2 Duurzaamheid Duurzaamheidsagenda Kapelle Het duurzaamheidsbeleid voor de gemeente Kapelle wordt verwoord in de Duurzaamheidsagenda Kapelle. Deze agenda is een verzameling van de volgende bouwstenen: Elektriciteit (Deel 1 & 2) Warmte in de gebouwde omgeving Natuur en biodiversiteit Klimaatbestendige leefomgeving Mobiliteit Circulaire gemeente Eigen organisatie Waterstof Iedere bouwsteen is een beleidsdocument die zijn eigen integraal opstel- en besluitvormingsproces doorloopt. Hieronder wordt ingegaan op voor dit bestemmingsplan relevant zijnde thema's.

Duurzaam bouwen Bij woonbeslissingen wordt duurzaamheid steeds vaker meegenomen door kopers/bewoners. Duurzaamheid speelt zowel een rol in de bestaande woningvoorraad als in de nieuwbouw. Door duurzaam te bouwen of woningen te verduurzamen, wordt bijgedragen aan energiebesparing in woningen. Duurzaamheid is echter meer dan energiebesparing. Het draagt ook bij aan voorkomen van uitputting van grondstoffen, een beter woon- en leefklimaat, een gezond binnenmilieu en gezondheid van bewoners. Duurzaam bouwen heeft ook een positieve weerslag op de leefbaarheid van de woningen en de woonomgeving en op de betaalbaarheid, woonlasten worden lager. Toetsing planinitiatief Het initiatief gaat uit van een herontwikkeling van het perceel Maalstede 1a in Kapelle naar woondoeleinden. De nieuwe woningen worden gasloos en energiezuinig uitgevoerd overeenkomstig de eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Dit betekent dat de woningen een neutraal 'gebouw gebonden' energiegebruik heeft. Dit betreft het energiegebruik voor ruimteverwarming, ruimtekoeling, warmtapwater, elektriciteit voor de hiervoor benodigde installaties en (forfaitair) verlichting én 'gebruik gebonden'. Op de daken worden zonnepanelen geplaatst. De ruimte aan de voor- en achterzijde van het appartementengebouw en de twee-onder-één-kapwoning wordt als tuin ingericht.

Bij de inrichting zal rekening gehouden worden met het versterken van de groenstructuur. Klimaatadaptatie/ risico's van klimaatverandering Het klimaat in Nederland verandert. Het KNMI verwacht hogere temperaturen, nattere winters, hevigere regenbuien en kans op drogere zomers. Dit heeft gevolgen voor de stedelijke omgeving, bijvoorbeeld door meer wateroverlast, grondwaterproblemen en hittestress. Landelijk zijn deze problemen geadresseerd in de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie. Overheden kunnen hierbij gebruik maken van het stappenplan "weten, willen en werken" om het proces naar een klimaatbestendige inrichting vorm te kunnen geven. De gevolgen van de risico's van klimaatverandering zijn beoordeeld voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte.

Toelichting

19

bestemmingsplan Maalstede 1a

Wateroverlast door overvloedige neerslag Het gebied is gevoelig voor neerslag en de ontwatering is niet optimaal. De tuinen zullen niet volledig worden verhard, zodat wateroverlast kan worden voorkomen. Bij de nieuwbouw is het zaak het vloerpeil zo te kiezen dat het water van het erf niet naar binnen loopt. Overstroming In het plangebied is de maximale waterhoogte bij een dijkdoorbraak < 0,5 meter (Atlas Leefomgeving, kaart maximale hoogte bij dijkdoorbraak). Het vloerpeil van de nieuwbouw houdt hiermee rekening. Hitte Hittestress is een term die aangeeft dat een sterk verhoogde gevoelstemperatuur optreedt, die onaangenaam en zelfs schadelijk kan zijn voor mens en dier. De aanwezigheid van veel verhard oppervlak verhoogt de gevoelstemperatuur en daarmee de hittestress, terwijl de aanwezigheid van schaduw en groen deze verlaagt. Er worden bomen in de tuin geplant voor schaduwwerking. Droogte In het plangebied is er geen sprake van extra bodemdaling door droogte. De nieuwe woningen dalen niet, omdat de palen van beton zijn. Er zijn uit dien hoofde geen beperkingen. Biodiversiteit Aanplant van bomen en groen in de tuinen van de woningen heeft naast de esthetische waarde ook een toegevoegde waarde voor de biodiversiteit en het microklimaat op het erf. Bomen zorgen tevens voor schaduwwerking, een verkoelend effect en voorkomt hittestress.

Deze maatregelen dragen bij aan de bevordering van de biodiversiteit. Initiatiefnemer heeft de intentie natuur-inclusief te bouwen met het oog op de biodiversiteit. Het is nodig natuur-inclusief te bouwen met het oog op de biodiversiteit en in dit kader een aantal gewenste voorzieningen te integreren voor vleermuizen. :Voor vleermuizen worden kasten ingemetseld in de spouw op diverse plaatsen en op een aantal zijgevels vleermuiskasten geplaatst. Wat betreft straatverlichting wordt geadviseerd om amberkleurige Led-verlichting te plaatsen die voornamelijk naar beneden gericht is. Dit om verstoring door licht voor foeragerende vleermuizen te vermijden. Conclusie De woningen worden overeenkomstig de eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen en de bepalingen in het Bouwbesluit gebouwd. Bij uitwerking van de bouwplannen wordt rekening gehouden met de gemeentelijke uitgangspunten op het gebied van duurzaam bouwen, klimaatadaptatie en biodiversiteit.

20

Toelichting

bestemmingsplan Maalstede 1a

Hoofdstuk 4

Milieu en omgevingsaspecten

De beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening groeien de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe. Ook op rijksniveau wordt steeds meer aandacht gevraagd voor de wisselwerking tussen milieu en ruimtelijke ordening. Milieubeleid kan beperkingen opleggen aan de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen maar is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgevingsaspecten die een rol spelen bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen dit plan. Deze onderwerpen worden in dit hoofdstuk toegelicht.

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Wettelijk kader In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling ook uitgevoerd moet worden als een project, dat wordt genoemd in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r., nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Omdat dit project wordt genoemd in de D-lijst (categorie D 11.2, stedelijk ontwikkelingsproject), maar de omvang onder de drempelwaarde van 2.000 woningen ligt, kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling, die onderdeel moet zijn van de toelichting van dit bestemmingsplan. Onderzoek/ beoordeling Algemeen De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU Richtlijn m.e.r. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving onder andere geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (verder Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage 1994. In de bijlagen behorende bij het Besluit m.e.r. zijn de m.e.r.-plichtige activiteiten (de C-lijst) en de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten (de D-lijst) beschreven.

Plan/ besluit Dit plan voorziet in het oprichten van tien woningen. De planontwikkeling zit qua omvang ruim onder de grens voor een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. Op basis van de kenmerken genoemd in Bijlage III van de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particulier projecten' dient te worden gemotiveerd waarom geen MER noodzakelijk is voor de beoogde ontwikkeling. Het plan is getoetst aan de volgende kenmerken. Kenmerken van het project Sprake is van een geringe omvang van het plangebied, terwijl er geen cumulatie is met andere projecten. Evenmin is het gebruik van natuurlijke hulpbronnen aan de orde. Voorts is er geen sprake van productie van afvalstoffen en verontreiniging. Hinder wordt ondervangen door voldoende afstand te houden van milieubelastende activiteiten (in paragraaf 4.3 wordt hierop nader ingegaan). Risico van ongevallen speelt eveneens niet bij de voorgestelde bestemmingswijziging. Plaats van het project Het plangebied is niet van historisch, cultureel of archeologisch belang. Dit aspect is beschreven in paragraaf 4.2. De vervolgfunctie naar wonen ligt voorts buiten de invloedssfeer van verderop gelegen Natura 2000-gebieden. In paragraaf 4.5.2 wordt hierop nader ingegaan. Evenmin is er sprake van toename van stikstofdepositie, zoals dat is toegelicht in paragraaf 4.5.1.

Kenmerken van het potentiële effect Het project heeft in samenhang met de hiervoor genoemde criteria geen aanzienlijke effecten op de bevolking. Evenmin is er sprake van een grensoverschrijdend karakter. Bovendien is er geen sprake van een onomkeerbaarheid van het effect. De complexiteit is gering gelet op de omvang van het plangebied. Conclusie Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-beoordelingsplichtig, en dus ook niet m.e.r.-plichtig. Zoals de hieronder beschreven milieuparagrafen en -onderzoeken aantonen heeft het bestemmingsplan ook om

Toelichting

21

bestemmingsplan Maalstede 1a

andere redenen dan de omvang (zoals bijvoorbeeld de aard van de ontwikkeling of een ligging nabij een gevoelig gebied) geen significante nadelige gevolgen voor het milieu.

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

Wettelijk kader In 1992 is het Verdrag van Malta tot stand gekomen en in 1998 door Nederland geratificeerd. Doelstelling van het verdrag is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. In het verdrag van Malta wordt gesteld dat archeologie van wezenlijk belang is voor de geschiedschrijving van de mensheid. Het verdrag is erop gericht deze waarden voor de toekomst te behouden. De gehanteerde uitgangspunten zijn: archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren (behoud in situ); in ruimtelijke ordening (planvorming) al rekening houden met archeologische waarden; de bodemverstoorder betaalt archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen. Het verdrag is geïmplementeerd in de Erfgoedwet die per 1 juli 2016 in werking is getreden. Deze wet is in de plaats gekomen van 6 wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed. De gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van ruimtelijke plannen rekening te houden met eventueel aanwezige archeologische waarden.

Onderzoek/ beoordeling In de provincie Zeeland kan in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart. Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven. Binnen het plangebied zijn geen rijksmonumenten en beeldbepalende panden aanwezig. Op de archeologische beleidskaart heeft het plangebied 'Archeologische verwachtingswaarde hoog/ midden' (figuur 7). In het op bestemmingsplan 'Kapelle-Biezelinge' (2010) heeft het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1'. Op grond hiervan geldt een vrijstellingsgrens voor bodemingrepen dieper dan 30 cm -Mv en plangebied groter dan 100 m². In verband hiermede is een onderzoek naar archeologie uitgevoerd.

22

Toelichting

bestemmingsplan Maalstede 1a

Figuur 7: Uitsnede archeologische beleidskaart. Plangebied zwart gestippeld omkaderd. 4.2.1 Archeologisch vooronderzoek Het archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd door RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. (rapport van 26 oktober 2023, projectcode 6727, Bijlage 1). Op basis van de onderzoeksresultaten voor het ontwikkelgebied kan het volgende worden geconcludeerd (overgenomen uit rapport). Conclusies Het plangebied kenmerkt zich door de ligging op een getijdengeul, die naar verwachting actief was in de periode 250 – 600 na Chr. en zich heeft ingesneden tot een diepte van -20 m NAP of nog dieper. De afzettingen van deze geul worden gerekend tot het Laagpakket van Walcheren. Afzettingen ouder dan deze geul (Laagpakket van Wormer en Hollandveen Laagpakket) zijn hierdoor geërodeerd. Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw is er bebouwing binnen het plangebied aanwezig. Deze bebouwing is duidelijk weergegeven op de topografische kaart uit 1967. Het betreft een tweetal schuren. Op de kaart uit 1975 is te zien dat de noordelijke schuur is verdwenen. De huidige bebouwing staat op exact dezelfde plaats als de voormalige zuidelijke schuur. Het veldonderzoek heeft de aanwezigheid van de getijdengeul bevestigd. De lage verwachting voor resten ouder dan de middeleeuwen blijft daarom bestaan.

Na de actieve fase van de getijdengeul kan er op de afzettingen van deze geul zijn gewoond. Daarom was in het bureauonderzoek een hoge archeologische verwachting voor de periode middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd aan het plangebied toegekend. In slechts één boring is de top van de getijdengeulafzettingen intact aangetroffen. In twee boringen is vastgesteld dat de verstoring tot in deze afzettingen reikt. Eén boring is gestuit op 0,5 m -mv, waardoor de intactheid van dit niveau niet kon worden vastgesteld. In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren aangetroffen. Het aangetroffen puin is hoogstwaarschijnlijk afkomstig van de varkensstal die in het plangebied heeft gestaan in de periode tweede helft 19e eeuw - circa 1970 en van de voorganger van de woning aan de Maalstede 1, die begin jaren ’80 van de vorige eeuw geheel is vernieuwd. De kans dat oudere archeologische resten uit de nieuwe tijd of uit de late middeleeuwen binnen het plangebied aanwezig zijn wordt klein geacht. De hoge verwachting voor deze periode wordt daarom naar laag bijgesteld. Advies Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten

Toelichting

23

bestemmingsplan Maalstede 1a

bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Conclusie Het initiatief tast de archeologische waarden niet aan, zodat er vanuit dit gezichtspunt geen beperkingen worden gesteld aan deze planontwikkeling. Hiermee is dit bestemmingsplan uitvoerbaar ten aanzien van archeologie. 4.2.2 Cultuurhistorie In de omgeving van het dorp Kapelle hebben diverse kastelen gestaan, waarvan thans nagenoeg geen zichtbare resten meer over zijn. De monumenten dateren vooral uit de Middeleeuwen en staan bekend als slot Maalstede, Slot Bruëlis, Slot Poucques, en Huis Gistellis. Slot Maalstede (Maelstede) is gesticht door leden uit het geslacht Maalstede, die reeds in de 12e eeuw bezittingen in Zuid-Beveland in leen hadden, welke ongeveer een kwart van het eiland besloegen.

Als oudste periode van het kasteel van Maelstede is een naar schatting 12 meter hoog kasteelbergje te beschouwen waarop in het laatst van de 12e eeuw of het begin van de 13e eeuw een bakstenen toren heeft gestaan. De berg is in de loop der jaren geheel afgegraven. In 1971 is het laatste restant van de heuvel en zijn ringgracht oudheidkundig onderzocht. In de voormalige gracht werden onder andere brokstukken zwaar muurwerk - afkomstig van de top van de berg - aangetroffen alsook de ondereinden van zware eikenhouten palen van een hoge brug die waarschijnlijk de buitenkant van de gracht met de top van de berg verbond. Een klein deel van het kasteelterrein (plaatselijk bekend als het "eilandje", waarop een latere fase van het slot heeft gestaan) is als monument op de kruising van Maelstede, Ooststraat, Wemeldingse Zandweg terug te vinden. Het plangebied zelf is niet cultuurhistorisch waardevol, zoals weergegeven op de provinciale kaart 'Cultuurhistorie Zeeland' (figuur 8).

24

Toelichting

bestemmingsplan Maalstede 1a

Figuur 8: Uitsnede Cultuurhistorie Zeeland van de provincie Zeeland.

4.3

Bedrijven en milieuzonering

Wettelijk kader Bedrijvigheid is een milieubelastende activiteit. Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, Algemene Maatregelen van Bestuur onder de Wet milieubeheer en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). De richtafstanden in Bedrijven en Milieuzonering gelden ten opzichte van een milieugevoelige functie, zoals bedoeld tot de omgevingstypen rustige woonwijk of rustig buitengebied. In het geval de milieugevoelige functies zijn gelokaliseerd in omgevingstype gemengd gebied kan een afwijkende systematiek worden toegepast, die meer ruimte biedt aan bedrijven. De richtafstanden uit de VNG-publicatie voor de omgevingstypen bij verschillende hindercategorieën zijn in tabel 4.1 vermeld. Tabel 4.1: Richtafstanden en omgevingstype. Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk gemengd gebied 1 10 m 0m 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m Onderzoek/ beoordeling Aan de Maalstede staan voornamelijk grondgebonden woningen. Vroeger was aan de Maalstede 11 een benzineservicestation gevestigd.

Tegenwoordig is dit perceel in gebruik als woondoeleinden. Een benzineservicestation valt onder milieucategorie 2 met een richtafstand van 30 meter. De afstand ten

Toelichting

25

bestemmingsplan Maalstede 1a

opzichte van het appartementengebouw is minimaal 31 meter. Er is geen beperking voor het plangebied. Verder zijn aan de Ooststraat 58a een winkel en aan de Ooststraat 52a een tankstation zonder LPG aanwezig. Ondanks dit beperkt aantal milieubelastende functies kan het gebied worden beschouwd als een rustige woonwijk. Uit inventarisatie is gebleken dat binnen een zone van 100 meter een winkel aanwezig is aan de Ooststraat 58a. Een winkel valt onder milieucategorie 1 met een richtafstand van 10 meter. De afstand ten opzichte van het appartementengebouw is minimaal 55 meter. Er is geen nader onderzoek nodig. Verder is er aan de Ooststraat 52a een tankstation zonder LPG gevestigd. Een tankstation valt onder milieucategorie 2 met een richtafstand van 30 meter. De afstand ten opzichte van het appartementengebouw is minimaal 95 meter. Er is geen nader onderzoek nodig. Een tekening met hierop aangegeven de milieubelastende bedrijven is opgenomen in figuur 9. Overige milieubelastende activiteiten liggen op meer dan 100 meter afstand. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de nieuw te bouwen woningen in het plangebied milieuhygiënische knelpunten naar de omgeving zullen opleveren. Een goed verblijfs- leefklimaat blijft gegarandeerd. Conclusie Uit inventarisatie is gebleken er geen relevante milieubelastende activiteiten in de nabijheid van het plangebied zijn gevestigd.

Voor de woningen kan een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd, zodat er vanuit milieuzonering geen bezwaren bestaan tegen dit bestemmingsplan.

Figuur 9: Situatietekening met overzicht milieubelastende bedrijven in omgeving van plangebied.

26

Toelichting

bestemmingsplan Maalstede 1a

4.4

Bodem- en grondwaterkwaliteit

Wettelijk kader Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. Onderzoek/ beoordeling In verband met deze herontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. te Heerenhoek (rapport van 10 juni 2022, project 23220075, Bijlage 2). Hieruit kan het volgende worden afgeleid (overgenomen uit rapport). In zowel de boven- en ondergrond zijn achtergrondwaarde-overschrijdingen aangetoond voor meerdere zware metalen, OCB, PAK en minerale olie. In het grondwater zijn op het zuidelijke gedeelte van de locatie van nature verhoogde concentraties arseen en barium aangetoond tot boven de streefwaarde. In het grondwater op het noordelijke gedeelte van de locatie is de streefwaarde voor minerale olie overschreden. In het puin ten zuiden van de schuur is een indicatief asbestgehalte van 1,1 mg/kg.ds aangetoond.

In de overige puinanalyses is geen asbest aangetoond. Toetsing onderzoekshypotheses In het vooronderzoek zijn onderzoekshypotheses geformuleerd op basis waarvan de gebruikte veldwerken analysestrategieën zijn opgesteld. Hieronder is aangegeven in hoeverre deze hypotheses verworpen kunnen worden op basis van de overige onderzoeksresultaten. Eventuele gevolgen voor het vervolgtraject zijn hieronder in Aanbevelingen aangegeven. Voor het onderzoek naar chemische parameters is voor beide deellocaties uitgegaan van de hypotheses: Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met stoffen uit het standaardpakket voor landbodem aangevuld met OCB. Deze hypothese dient te worden aangenomen. Ondergrond: onverdacht voor bodemverontreiniging. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten te worden verworpen. Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging met mogelijk van nature verhoogde concentraties arseen, chroom, barium en/of molybdeen. Deze hypothese kan voor het zuidelijke gedeelte van de locatie worden aangenomen maar dient voor het noordelijke gedeelte van de locatie te worden verworpen. Voor het onderzoek naar asbest is uitgegaan van de hypothese(s): Bovengrond/funderingen: verdacht voor verontreiniging met asbest. Deze hypothese kan voor de grond worden verworpen en dient voor de puinfunderingen te worden aangenomen.

Halfverharding/ondergrond: onverdacht voor verontreiniging met asbest. Er is daarom geen gericht veld- of analytisch onderzoek naar asbest in deze laag uitgevoerd. Deze hypothese kan worden gehandhaafd. Aanbevelingen De op de onderzoekslocatie geconstateerde verhoogde gehalten en concentraties in de grond en het grondwater geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader bodemonderzoek. Conclusie Voor de volksgezondheid en het milieu zijn er geen risico's met betrekking tot de voorgenomen activiteiten in het onderhavige plangebied. Hiermee is dit bestemmingsplan uitvoerbaar ten aanzien van bodem. Wanneer grond van de locatie moet worden afgevoerd of ergens anders zal moeten worden toegepast zal initiatiefnemer de kwaliteit van de vrijkomende grond laten onderzoeken conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit of hetgeen is gesteld in het grondstromenbeleid van het bevoegd gezag.

Toelichting

27

bestemmingsplan Maalstede 1a

4.5

Ecologie

Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Doelen van de Wet natuurbescherming zijn het beschermen en ontwikkelen van de natuur, het behouden en herstellen van biologische diversiteit en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen. De Wet Natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. In de wet blijft de bescherming van Natura 2000-gebieden vrijwel hetzelfde. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is komen te vervallen. Wel kunnen provincies ervoor kiezen om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap. Onderzoek/ beoordeling Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied 'Yerseke en Kapelse Moer' ligt circa 2,2 km ten oosten van het plangebied. Het noordelijk gelegen Natura2000-gebied 'Oosterschelde' ligt op een afstand van circa 4,2 km. In zuidelijke richting ligt op circa 3,2 km het Natura2000-gebied 'Westerschelde & Saeftinghe' (figuur 10).

Gelet op de geringe ingreep worden geen (significante) effecten verwacht op deze Natura2000-gebieden. Er is voorts geen sprake van toename van stikstofdepositie, zoals in paragraaf 4.5.1 wordt aangetoond. Doordat er geen nabijgelegen natuurgebied is die verstoord kan worden door de bestemmingswijziging op de planlocatie, geldt er alleen zorgplicht voor de gebiedsbescherming. Daarom is een Habitattoets achterwege gelaten.

Figuur 10: Natura2000-gebieden nabij het plangebied. Plangebied met rode stip aangeduid. De dichtstbijzijnde bestaande natuur van NNN ligt op circa 950 meter ten zuidoosten van het plangebied (figuur 11). De planontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor het NNN.

28

Toelichting

bestemmingsplan Maalstede 1a

Figuur 11: Uitsnede Natuurbeheerplan Zeeland, 2023. Plangebied met rode stip aangeduid. 4.5.1 Stikstofdepositie Natura2000-gebieden kunnen gevoelig zijn voor stikstofdepositie. Binnen het invloedsgebied van de planlocatie liggen drie Natura2000-gebieden. In onderhavige situatie is er sprake van het oprichten van tien woningen. Belangrijke nadelige milieugevolgen voor de natuur vallen hierdoor niet op voorhand uit te sluiten. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking getreden onder de Wet natuurbescherming (dat ook geldt onder de in te voeren Omgevingswet op 1 januari 2024). De Wsn bevat onder andere de resultaatsverplichting om stapsgewijs de stikstofbelasting op stikstofgevoelige habitattypes in de Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde te krijgen. Hiertoe zijn een drietal omgevingswaarden opgenomen in de wet voor 2025, 2030 en 2035. Op voorhand kan de toename van stikstofdepositie niet worden uitgesloten. In verband hiermede zijn stikstofberekeningen van de aanleg- en gebruiksfase uitgevoerd door Stalbouw.NL (rapport van 1 september 2023, Bijlage 3). Uit de AERIUS-berekeningen blijkt dat aan de hand van de depositieberekeningen geconcludeerd kan worden dat het voorgenomen plan niet zal leiden tot significant negatieve effecten op de omliggende beschermde natura 2000-gebieden.

De totale depositie van de aanlegfase evenals de gebruiksfase is dan ook kleiner dan 0,00 mol per hectare per jaar. Deze bijdragen zijn zo klein dat er geen vergunningplicht is in het kader van de Wet natuurbescherming, gebiedsbescherming. Het aspect stikstofdepositie vormt voor dit bestemmingsplan geen belemmering. Kort samengevat: Op de planlocatie is géén regelgeving met betrekking tot Natura 2000 van toepassing. Met betrekking tot stikstofdepositie zijn er geen effecten te verwachten. Het plangebied vormt géén onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland.

Toelichting

29

bestemmingsplan Maalstede 1a

4.5.2 Flora- en faunatoets Bij een bestemmingsplan moet bekeken worden wat het effect is op de aanwezige flora- en fauna. In verband hiermede is een ecologisch onderzoek uitgevoerd door Natuur-Wetenschappelijk Centrum te Dordrecht (rapport van december 2022, Bijlage 4). Op basis van een inventarisatie, literatuuronderzoek en een verkennend onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd (overgenomen uit rapport). Vleermuizen Verblijfplaatsen en winterverblijfplaatsen van gebouw bewonende vleermuizen kunnen niet met zekerheid uitgesloten worden binnen het plangebied. Zowel het pand als de wilg die aan de poel is gelegen zijn geschikt als verblijfplaatsen gedurende meerdere periodes in het jaar. De schuur is geschikt om gebruikt te worden als verblijfplaats door een kraamgroep, baltsende mannetjes en als massaverblijfplaats voor de Gewone dwergvleermuis en Laatvliegen en de boom is geschikt voor kraamen zomerverblijfplaats voor de Ruige dwergvleermuis. Nader onderzoek is nodig. Vogels met een vaste verblijfplaats Binnen het plangebied zijn meerdere geschikte locaties gevonden waar vogels met vaste verblijfplaatsen een nest zouden kunnen maken. Echter, er zijn geen aanwijzingen gevonden dat deze ook in gebruik zijn. Hierdoor wordt er geen negatief effect beoogd bij de wisseling van de bestemming. Nader onderzoek is niet nodig.

Algemene broedvogels Algemene broedvogels zijn beschermd tijdens het broedseizoen wanneer deze een nest met eieren en/of jongen hebben. Er zijn in het plangebied geen nesten aangetroffen van algemene broedvogels ten tijde van het veldbezoek. De bestemmingswijziging heeft geen negatieve gevolgen op het gebruik van plangebied door algemene broedvogels. Nader onderzoek is niet nodig. Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn meerdere geschikte locaties aangetroffen waar grondgebonden zoogdieren kunnen verblijven. Deze betreffen openingen die de schuur in leiden en stapels hout in de tuin. Bij toekomstige werkzaamheden in het plangebied dient nader onderzoek gedaan te worden naar het gebruik van schuur door grondgebonden zoogdieren door middel van wildcamera's. Nader onderzoek is nodig. Reptielen en amfibieën Tijdens het veldbezoek zijn geen geschikte plaatsen gevonden voor reptielen en amfibieën. Er worden daarom geen effecten op deze soortengroep verwacht. Nader onderzoek is niet nodig. Reptielen en amfibieën Voor de reptielen en amfibieën geldt volgens de Wet natuurbescherming enkel de zorgplicht. Dit geldt voor zowel de bestemmingswisseling als de toekomstige werkzaamheden. Nader onderzoek is niet nodig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13929954/1