CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-19c D24.301244 ontwerpbestemmingsplan bij raadsvoorstel ontwerpbestemmingsplan bij raadsvoorstel

Raadsvergadering 26 maart 2024, gemeente KapelleBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan landgoed en uitbreiden Schore23.086 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Juust

25

Landgoed en uitbreiding Schore

een ruime afstand aanwezig. De te realiseren woningen vormen een tweedelijns bebouwing waarbij tussen de woningen en de Zandweg diepe kavels zijn gelegen en de bebouwing hierop een afschermende werking hebben. In het kader van het wijzigingsplan is destijds een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De geluidbelasting bedroeg in dit onderzoek slechts 28 dB. Sindsdien zijn er geen wijzigen opgetreden met grote verkeersaantrekkende werking. Verder worden de woningen gerealiseerd conform de actuele eisen van het Bouwbesluit voor nieuwbouw. Dit betekent dat voorzien wordt in goede isolatie met een minimale geluidswering van 20 dB. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect geluidhinder vormt derhalve geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.7

Kabels en leidingen

In het bestemmingsplan worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben, of van belang zijn in het kader van externe veiligheid, beheer of gezondheidsrisico. Voor deze kabels en leidingen geldt een waarborgzone omdat deze wellicht een risico met zich meebrengen. Het gaat hier met name om een verhoogd risico als ze bij werkzaamheden worden geraakt. Aan de zuidkant is een hoogspanningsverbinding aanwezig. De woningen vallen niet binnen de zakelijk rechtstrook van deze verbinding. Overigens vervalt deze hoogspanningsverbinding nadat de nieuwe verbinding is gerealiseerd en in gebruik is genomen. De verwachting is dat dit voor het in gebruik nemen van de nieuwe woningen zal zijn. Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor het planologisch mogelijk maken van deze ontwikkeling.

4.8

Luchtkwaliteit

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met luchtkwaliteit. Als het een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit betreft, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is, is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig. Beoordeeld moet worden of de ontwikkeling 'Niet In Betekende Mate' (NIBM) bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht. Als een project tot een toename voor NO2 en PM10 leidt die lager is dan de NIBM grens van 1,2 µg/m3 hoeft het project niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Vanzelfsprekend moet er wel sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. In de regeling NIBM is aangegeven, dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen en één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de toename aan NO2 en PM10 inzichtelijk gemaakt aan de hand van de NIBM tool. In paragraaf 4.11 is de verkeersgeneratie van het project inzichtelijk gemaakt en dit komt uit op 123,2 verkeersbewegingen per etmaal. De NIBM tool laat zien dat deze verkeerstoename niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

Juust

26

Landgoed en uitbreiding Schore

Afbeelding 6 | NIBM-tool (bron: Ministerie van Infrastructuur en Milieu/infoMil)

4.9

Natuur

De Wet natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. De beschermde flora en fauna mag niet worden verstoord, verjaagd of worden gedood. Voorafgaand aan een ontwikkeling moet worden onderzocht of er beschermde dieren- of plantensoorten in het plangebied leven. Beoordeeld moet worden of er negatieve effecten te verwachten zijn op natuurgebieden of beschermde flora en fauna. Gebiedsbescherming In de omgeving van het plangebied zijn diverse Natura 2000-gebieden gelegen. De dichtstbij gelegen Natura 2000-gebieden betreffen: Westerschelde & Saeftinghe op 650 m; Yerseke en Kapelse Moer op 1,5 km; Oosterschelde op ca. 4,0 km. Gezien de afstand van het plangebied tot deze natuurgebieden treden er geen directe effecten op (zoals geluiden lichthinder). Onderzocht dient te worden of als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling significante effecten op de Natura2000-gebieden kunnen optreden als gevolg van stikstofdepositie. Hiertoe is door NOX-advies een stikstofberekening uitgevoerd met de meest recente versie van de AERIUS-calculator (zie Bijlage 9). Uit het onderzoek blijkt dat de emissie die als gevolg van de ontwikkeling vrijkomt, in zowel de bouw- als gebruiksfase, leidt tot een depositieresultaat van 0,00 mol N/ha/jaar ten opzichte van de referentiesituatie.

In de gebruiksfase is zelfs sprake van kleine positieve stikstofeffecten, omdat een afname aan depositie van 0,01 mol/ha/jaar berekend wordt ten opzichte van de referentiesituatie, waarin mestaanwending plaatsvindt. Om die reden zijn significante gevolgen op Natura 2000-gebieden uit te sluiten en vormt het project geen bedreiging voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Een passende beoordeling is derhalve niet aan de orde. Stikstofdepositie vormt daarmee geen belemmeringen voor het verlenen van de omgevingsvergunning. Soortenbescherming Nieuwe ontwikkelingen kunnen effect hebben op beschermde soorten (dieren en planten). De gronden binnen het plangebied zijn agrarisch in gebruik (fruitteelt en (hobbymatig) weiland). Binnen het plangebied zijn verschillende bomen aanwezig die gekapt gaan worden. Daarnaast worden er mogelijk watergangen gedempt of gegraven. Aangezien het plangebied niet intensief wordt gebruikt, is het mogelijk dat er beschermde soorten aanwezig zijn. Op 17 november 2021 is door Ecolybrium een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd (zie Bijlage 8). Uit het onderzoek blijkt dat er geen nesten aanwezig zijn voor broedvogels met jaarrond beschermde nesten. Wel moeten de nesten van de zwarte kraaien behouden worden, zodat dit potentieel geschikte nestlocaties voor ransuilen en sperwers blijven. Nader onderzoek is echter niet nodig.

Dit is pas nodig als ransuilen of sperwers erop liggen. Effecten op aanwezige broedvogels in de directe omgeving kunnen voorkomen worden door de werkzaamheden zoveel als mogelijk uit te voeren buiten de broedperiode, of te starten voorafgaande aan de broedperiode. De broedperiode loopt vanaf half maart tot half juli. Er is geen sprake van primaire vliegroutes of essentiële foerageergebieden. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van en de functie voor vleermuizen van de locatie is daarmee niet nodig. Op basis van de onderzoeksresultaten kan gesteld worden dat er, in het kader van de Wet natuurbescherming, geen effecten op andere soorten (amfibieën, reptielen, vissen, libellen, dagvlinders, overige ongewervelden en grondgebonden soorten) optreden als de adviezen worden opgevolgd en dat daarmee geen knelpunten ontstaan in de het kader van de Wet natuurbescherming. Het aspect 'natuur' vormt geen belemmering voor het planologisch mogelijk maken van de voorgenomen ontwikkeling.

Juust

27

Landgoed en uitbreiding Schore

4.10

Niet gesprongen explosieven

In de Tweede Wereldoorlog is in Zeeland veel gevochten. Doordat tijdens de gevechten niet alle munitie is ontploft zijn er tot op de dag van vandaag blindgangers in de bodem te vinden. De Provincie Zeeland heeft een kaart ontwikkeld waar op te zien is waar gevochten is en waar een grote kans is om blindgangers in de bodem aan te treffen. Op de provinciale kaart is het gebied Schore als aandachtsgebied aangegeven voor niet gesprongen explosieven, omdat hier gevechtshandelingen hebben plaatsgevonden. Ter plaatse van de nieuwe woonbestemmingen wordt onderzoek uitgevoerd naar niet gesprongen explosieven. Door BeoBom is op 3 september 2021 een historisch vooronderzoek (Bijlage 4) ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd waaruit blijkt dat het gebied verdacht is op niet gesprongen explosieven (afbeelding 7 en 8). Het plangebied is specifiek verdacht op de aanwezigheid van afwerpmunitie (1.000 lb General Purpose) en verschoten geschutmunitie (5 cm t/m 10,5 cm).

Afbeelding 7 | Bodembelastingkaart (bron: BeoBom)

Juust

28

Landgoed en uitbreiding Schore

Afbeelding 8 | Gebeurtenissenkaart (bron: BeoBom) In het kader van het bestemmingsplan is vervolgonderzoek niet direct noodzakelijk, maar wel voor de uitvoering. Voordat overgaan wordt tot uitvoering zal er een nader onderzoek uitgevoerd worden.

4.11

Verkeer en parkeren

Een goede ontsluiting en voldoende parkeerfaciliteiten zijn belangrijk voor een goed functionerende ontwikkeling. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de gevolgen van het plan op de verkeerssituatie in de omgeving, de verkeersgeneratie, de ontsluiting en de wijze waarop voldoende parkeergelegenheid in het plan is gewaarborgd. Parkeren Op basis van de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' is het parkeerkencijfer bepaald. Voor de woningen aan de Boomweidelaan is uitgegaan van de stedelijkheidsgraad 'niet stedelijk gebied' en gebiedstype 'rest bebouwde kom'. Voor de vrijstaande woningen en de landhuizen ter plaatse van het landgoed is uitgegaan van de stedelijkheidsgraad 'niet stedelijk gebied' en gebiedstype 'buitengebied'. Voor de woningen in het verlengde van de Boomweidelaan is uitgegaan van rijwoningen (koop, huis, tussen/hoek). Uit onderstaande berekening volgt dat er in totaal 34,4 (afgerond 35) parkeerplaatsen benodigd zijn binnen het plangebied.

Rijwoningen Vrijstaande woningen Totaal

Aantal woningen 10 6

Gemiddeld parkeerkencijfer 2,0 2,4

Totaal parkeerplaatsen 20 14,4 34,4

De oppervlakte van de kavels van de landhuizen zijn zodanig ruim, dat op eigen terrein voorzien kan worden in het aantal benodigde parkeerplaatsen (3 x 2,4 = .7,2). Voor de vrijstaande woningen wordt rekening gehouden met 1 parkeerplaats op eigen terrein en in totaal 5 parkeerplaatsen als langsparkeren langs de ontsluitingsweg (3 x 1 + 5 = 8). Hiermee wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Voor de rijwoningen zijn 6 parkeerplaatsen aanwezig in de openbare ruimte die tegen het plangebied aan liggen en toegerekend kunnen worden aan dit plan. Tevens worden twee parkeerplaatsen hieraan toegevoegd. De overige 12 parkeerplaatsen worden voorzien op eigen terrein of in de aan te leggen openbare ruimte. Hiermee wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

Juust

29

Landgoed en uitbreiding Schore

Verkeersgeneratie Daarnaast is de gemiddelde verkeersgeneratie berekend. Hierbij zijn dezelfde uitgangspunten gehanteerd als bij het berekenen van het aantal parkeerplaatsen. Uit onderstaande berekening volgt dat de totale verkeersgeneratie van het plan 123,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal bedraagt. Rijwoningen Vrijstaand Totaal

Aantal woningen 10 6

Gemiddelde verkeersgeneratie Totale verkeersgeneratie 7,4 74,0 8,2 49,2 123,2

Ontsluiting De verkeersbewegingen van de woningen in het verlengde van de Boomweidelaan worden afgewikkeld via de Boomweidelaan. De vrijstaande woningen en landhuizen worden ontsloten via de Zandweg. De capaciteit van de omliggende wegen en straten is zodanig dat deze beperkte toename geen nadelige invloed zal hebben op de verkeersafwikkeling op deze wegen en straten.

4.12

Water

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen. Thema en water(beheer)doelstelling Uitwerking Veiligheid waterkeringen Het plangebied ligt niet nabij een waterkering en heeft Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening hiervoor geen gevolgen. houden met de daarvoor benodigde ruimte.

Juust

30

Landgoed en uitbreiding Schore

Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het Huidige situatie vasthouden, bergen en afvoeren van water. In de huidige situatie is er ter hoogte van de asfaltweg, Waarborgen van voldoende bouwpeil om welke aansluit op de Zandweg, circa 1.322 m2 dichte overstroming vanuit oppervlaktewater in bodemverharding aanwezig. Er is geen dakoppervlak of maatgevende situaties te voorkomen. Rekening doorlatende bodemverharding aanwezig binnen het houden met de gevolgen van klimaatverandering en de plangebied. Binnen het plangebied zijn twee kans op extreme weersituaties. waterpartijen aanwezig met een gezamenlijke oppervlakte van ca. 2.250 m2 . Deze waterpartijen zijn aangelegd om in de watercompensatie van het destijds voorgenomen landgoedplan te voorzien. De bestaande watergangen ter hoogte van de Boomweidelaan hebben een oppervlakte van 812 m2 . Toekomstige situatie Voor de berekening van de toekomstige situatie is onderscheid gemaakt tussen de landhuizen en de overige woningen. In de toekomstige situatie worden in het noordelijke deel maximaal 10 (levensloopbestendige) woningen gerealiseerd. Aangezien er nog geen concreet bouwplan aanwezig is, wordt een schatting gemaakt van het dakoppervlak en erfverharding. Op basis van gemaakte berekeningen NXXS is uitgegaan van een kavelverharding van 1.706 m2 (75%).

De oppervlakte aan openbare verharding (verlengde Boomweidelaan) bedraagt 350 m2 . De totale oppervlakte aan verharding bedraagt daarmee in totaal 2.056 m2 . Naast de realisatie van extra verhard oppervlak worden er een aantal watergangen gedempt welke gecompenseerd dienen te worden. Compensatie verhard oppervlak bedraagt 2.056 x 75 mm = 154 m3. De compensatie van de te dempen watergangen bedraagt 93 m3. De totale bergingsopgave voor dit deel bedraagt 247 m3 . Door de nieuwe aan te leggen watergangen en een bestaande watergang te verbreden, kan er circa 255 m3 waterberging worden gerealiseerd. Hiermee wordt voorzien in voldoende waterberging. Voor de drie vrijstaande woningen is uitgegaan van een kavelverharding van 60% (1.293 m2 ). Voor de drie landhuizen is uitgegaan van een kavelverharding van 20% (1.800 m2 ). De totale oppervlakte aan kavelverharding bedraagt daarmee 3.093 m2 . De oppervlakte aan wegverharding bedraagt 264 m2 . De berekening van de watercomensatie is als volgt: 3.357 m2 x 75 mm = 252 m3. De oppervlakte van de vijver is ruim 2.383 m2 . Deze vijver is destijds al als watercompensatie aangelegd. Daarnaast is er extra waterberging met een oppervlakte van 1.615 m2 aansluitend op de waterpartijen in de

Juust

31

Landgoed en uitbreiding Schore

lagere delen van het maaiveld. De extra benodigde waterberging is berekent op nog geen 2 cm stijging van het waterpeil in de vijver. Het maximale peil van de vijver ligt enkele decimeters boven het normale peil. Hiermee wordt ruim voldaan aan de benodigde watercompensatie.

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Ter hoogte van de 10 met name levensloopbestendige Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ woningen en de 3 vrijstaande woningen wordt het RWZI's en van de (gemeentelijke) rioleringen. huishoudelijk afvalwater (DWA) gescheiden van het Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in hemelwater (HWA). Het huishoudelijk afvalwater wordt verband met de reductie van hydraulische belasting van afgevoerd op het aanwezige rioolstelsel. Het de RWZI, het transportsysteem en het beperken van hemelwater wordt afgevoerd naar de sloten en wadi. overstorten. Ter hoogte van de landhuizen wordt het hemelwater afgevoerd wordt naar de bestaande waterpartij. Het huishoudelijk afvalwater (DWA) wordt afgevoerd via een op eigen terrein aan te leggen drukrioleringssysteem en deze aan te sluiten op de bestaande gemeentelijke vrijvervalriolering in de Boomweidelaan. Ter hoogte van de laatste inspectieput voor het pompgemaal van het waterschap. Op deze manier hoeft er geen afsluiter te worden geplaatst, en kan er gebruik gemaakt worden van het gemeentelijke stelsel om te bufferen indien het gemaal stil gezet dient te worden. Grondwaterkwantiteit en verdroging De ontwikkeling voorziet niet in het onttrekken van Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast grondwater. De ontwikkeling veroorzaakt evenmin en -tekort.

Rekening houdend met de gevolgen mogelijke grondwateroverlast. van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden. Grondwaterkwaliteit Zowel tijdens de bouwfase als de gebruiksfase worden Behoud of realisatie van een goede geen uitlogende materialen gebruikt. Er zijn (daardoor) grondwaterkwaliteit. Denk aan geen nadelige gevolgen voor de waterkwaliteit te grondwaterbeschermingsgebieden. verwachten. Oppervlaktewaterkwaliteit Er zal geen gebruik worden gemaakt van uitloogbare Behoud of realisatie van goede materialen. Er zijn (daardoor) geen nadelige gevolgen oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht voor de waterkwaliteit te verwachten. van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren. Volksgezondheid De ontwikkeling heeft geen nadelige invloed op de Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en volksgezondheid. De waterpartij is niet dieper dan 2 plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via meter en heeft een flauw talud waardoor o.a. de daarvoor benodigde ruimte. verdrinkingsgevaar is geminimaliseerd. Bodemdaling De polderpeilen worden niet aangepast. Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) zal niet optreden. maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.

Juust

32

Landgoed en uitbreiding Schore

Natte natuur In het plangebied is geen natte natuur aanwezig. Het Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en plangebied grenst evenmin aan natte natuurgebieden. natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. Onderhoud oppervlaktewater Langs de bestaande en toekomstige watergangen Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden moet rekening gehouden worden met een vrije worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstrook van minimaal 5 meter aan beide onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande zijden. Oppervlaktewater is in beheer bij het (hout)beplanting. waterschap. Anderer belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder In het plangebied zijn geen gronden van het Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de waterschap gelegen. werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren. Wegen in beheer bij het waterschap Het plangebied wordt niet ontsloten op wegen die in (alleen invullen voor zover van toepassing) beheer zijn bij het waterschap. * in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen? * na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer? *na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plan kunnen bereiken.

Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? * na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? * na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).

4.13

Milieu Effect Rapportage

In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de dremeplwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het bestemmingsplan maakt geen activiteit mogelijk die genoemd is in onderdeel D van het Besluit m.e.r.. Een beoordeling of besluit is dan ook niet benodigd.

Juust

33

Landgoed en uitbreiding Schore

In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. is de volgende activiteit opgenomen: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen (D.11.2). De bijbehorende drempelwaarde is: a) een oppervlakte van 100 hectare of meer, b) een aaneengesloten gebied en 2000 woningen of meer, of c) 200.000 m² bedrijfsvloeroppervlakte of meer. Activiteit D11.2 is van toepassing. De gewenste ontwikkeling valt ver onder de bijbehorende drempelwaarden. Het gewenste plan is een stedelijk ontwikkelingsproject gezien de aard en omvang (zie voorgaande paragrafen). Een vormvrije m.e.r-beoordeling is noodzakelijk. Hiervoor is een aanmeldnotitie opgesteld (zie Bijlage 10). Op basis van deze notitie (en voorgaande paragrafen) is gebleken dat het gewenste plan niet leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen.

4.14

Conclusie

Omgevingsaspecten zijn onderzocht en vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Planologische medewerking aan het initiatief ligt dan ook in de rede.

Juust

34

Landgoed en uitbreiding Schore

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Financiële uitvoerbaarheid

Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs. Er is sprake van een bouwplan zoals hierboven is beschreven. Een deel van de gronden is in eigendom van de gemeente en een deel is in eigendom van een ontwikkelende partij. Met deze partij wordt een anterieure overeenkomst gesloten. Hiermee zijn de kosten anderszins verzekerd.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het plan in ieder geval toegezonden aan de provincie, het waterschap en de veiligheidsregio. Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro in combinatie met afdeling 3.4 Awb wordt een ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is dan in de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen.

Juust

35

Landgoed en uitbreiding Schore

Juust

36

Landgoed en uitbreiding Schore

Regels

Juust

381

Landgoed en uitbreiding Schore

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan

Het bestemmingsplan Landgoed en uitbreiding NL.IMRO.0678.landgoedschore-OW01 van de gemeente Kapelle

1.2

Schore

met

identificatienummer

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen.

1.3

aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4

aanduidingsgrens

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.5

aan- en uitbouw

een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw.

1.6

aan-huis-gebonden beroep

een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

1.7

archeologische waarde

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden.

1.8

bebouwing

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.9

bestaand gebruik

het op het tijdstip van het inwerking treden van het plan bestaande gebruik.

1.10

bestemmingsgrens

De grens van een bestemmingsvlak.

1.11

bestemmingsvlak

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.12

bevoegd gezag

het bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.13

bijbehorend bouwwerk

Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.

1.14

bijgebouw

een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.

Juust

382

Landgoed en uitbreiding Schore

1.15

bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

1.16

bouwgrens

De grens van een bouwvlak.

1.17

bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.18

bouwperceelgrens

De grens van een bouwperceel.

1.19

bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.20

bouwwerk

Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.21 a.

b.

cultuurhistorische waarde

het cultuurpatroon van een gebied, dat kenmerkend is voor het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van de gronden gemaakt heeft, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de kavelindeling, de waterhuishouding, het bodemreliëf, de beplanting en de bebouwing; de aan een bouwwerk eigen zijnde waarde in verband met de herkenbaarheid van de in het verleden ontstane elementen van het bouwwerk in relatie tot de geschiedkundige ontwikkeling van het gebied; architectonische waarden worden hieronder mede begrepen.

1.22

deskundige

een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen aangaande een specifiek aspect van de ruimtelijke ordening, zoals bijvoorbeeld een archeologisch deskundige, landschapsdeskundige, milieudeskundige en natuurdeskundige.

1.23

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.24

dienstverlening

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren, internetwinkels en bankfilialen.

1.25

extensieve dagrecreatie

niet-gemotoriseerde recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, vissen, zwemmen en natuurobservatie.

1.26

gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.27

hoofdgebouw

Een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

Juust

383

Landgoed en uitbreiding Schore

1.28

huishouden

de bewoning door een persoon of meerdere personen in de vorm van een vast samenlevingsverband, niet zijnde kamerverhuur of een bijzondere woonvorm, van een woning.

1.29

kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten

het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen meldingof vergunningplicht op grond van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer geldt en waarbij de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past.

1.30

logies

het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, waarbij het kenmerk is dat de betreffende personen het hoofdverblijf ter plaatse of elders hebben.

1.31

nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.

1.32

overig bouwwerk

Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.33

overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak.

1.34

peil

a. b.

voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van de landgoedkavels bestemd als Wonen - Landgoed: de hoogte van de weg (ter plaatse van de hoofdtoegang) + 15 cm; wanneer onduidelijkheid bestaat over het peil kunnen burgemeester en wethouder een peil aanwijzen.

1.35

praktijkruimte

een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dient voor het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch, medisch, paramedisch, therapeutisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied.

1.36

voorste perceelsgrens

de naar de weg gekeerde grens van een perceel; indien meerdere zijden van het perceel naar de weg zijn gekeerd, wijzen burgemeester en wethouders een voorste perceelsgrens aan.

1.37

woning

een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouden, niet zijnde een bijzondere woonvorm of kamerverhuur /logies voor meer dan drie personen inclusief de huishouding dan wel vier personen wanneer er daarnaast geen huishouding in het gebouw is ondergebracht.

Juust

384

Landgoed en uitbreiding Schore

Artikel 2 2.1

Wijze van meten

afstand

afstanden tussen bouwwerken onderling, alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn.

2.2

bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.3

bouwhoogte van een ander bouwwerk

tussen het hoogste punt van het bouwwerk en het peil; bij constructies worden de werken in verticale stand meegerekend.

2.4

breedte, lengte of diepte van een gebouw

tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidsmuren.

2.5

goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, indien zich op enige zijde van een gebouw één of meer dakkapellen bevinden waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 50% van de gevelbreedte (op de achterzijde van een gebouw meer dan 70%), wordt de goot of boeibord van de dakkapel als goothoogte aangemerkt.

2.6

inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.7

oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Juust

385

Landgoed en uitbreiding Schore

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.

groenvoorzieningen; extensief recreatief medegebruik; nutsvoorzieningen; plantsoen; speelvoorzieningen; wandel- en fietspaden; water.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Bouwregels voor de bestemming

Voor het bouwen gelden de volgende regels: a.

Ter plaatse zijn uitsluitend toegestaan: 1. nutsgebouwen; 2. bouwwerken geen gebouwen zijnde.

3.2.2

Hoogte, oppervlakte en inhoud

De goothoogte, bouwhoogte, de oppervlakte en / of de inhoud van een bouwwerk bedragen ten hoogste: a. b. c. d.

Juust

de goot- respectievelijk bouwhoogte van nutsgebouwen bedraagt ten hoogste 3,5 m / 7 m; de maximale vloeroppervlakte van nutsgebouwen bedraagt 25 m2 ; de hoogte van terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m; de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 m.

386

Landgoed en uitbreiding Schore

Artikel 4 4.1

Natuur - Landgoed

Bestemmingsomschrijving

De voor Natuur - Landgoed aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

natuur; bos; water; bescherming en ontwikkeling van de actuele en potentiële landschappelijke waarden; het beweiden van dieren; wandelpaden; perceelsontsluitingen; extensief recreatief medegebruik; ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' tevens voor wegen, fiets- en voetpaden.

4.2

Bouwregels

4.2.1

bouwregels voor de bestemming

Voor het bouwen gelden de volgende regels: a.

Ter plaatse zijn uitsluitend toegestaan: 1. maximaal 3 schuilhutten; 2. bouwwerken geen gebouwen zijnde.

4.2.2

Hoogte, oppervlakte en inhoud

De goothoote, bouwhoogte, de oppervlakte en/of de inhoud van een bouwwerk bedraagt ten hoogste: a. b. c. d.

de oppervlakte van een schuilhut bedraagt ten hoogste 15 m2 ; de bouwhoogte van een schuilhut bedraagt ten hoogste 3 m; de hoogte van terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m; de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.

4.3

Specifieke gebruiksregels

Het gebruik van woningen, zoals bedoeld in lid 8.1, is uitsluitend toegestaan, indien binnen twee jaar na het realiseren van woningen de landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in Bijlage 3 bij deze regels, is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden.

4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1

Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op de in lid 4.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e.

het aanbrengen van bebossing; de aanleg van verhardingen met een oppervlakte van meer dan 100 m2 ; het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; het graven, verbreden of dempen van watergangen; het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

4.4.2

Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod

Het verbod van lid 4.4.1 geldt niet voor het uitvoeren van werken, of werkzaamheden die: a. b.

Juust

behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;

387

Landgoed en uitbreiding Schore

c. d. e. f.

reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning; passen binnen doelstellingen van de inrichtingsplannen zoals opgenomen als Bijlage 3 bij deze regels; zien op de aanleg van een weg ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting'; zien op de aanleg van perceelsontsluitingen, waarbij maximaal 1 ontsluiting per perceel mag worden aangelegd.

4.4.3

Voorwaarde voor een omgevingsvergunning

Werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 4.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien daardoor de in lid 4.1 genoemde waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.

4.4.4

Advisering over de omgevingsvergunning

Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige.

Juust

388

Landgoed en uitbreiding Schore

Artikel 5 5.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor Tuin aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Bouwregels voor de bestemming

Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal gebouwen' waar ten hoogste het aantal aangeduide gebouwen mag worden gebouwd.

5.2.2

Bouwhoogte, oppervlakte

De goothoogte, bouwhoogte, de oppervlakte en / of de inhoud van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedragen ten hoogste: a. b.

de hoogte van terreinafscheidingen voor respectievelijk achter de voorgevel van een hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 1 m / 2 m; de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.

5.3

Afwijken van de bouwregels

5.3.1

Aan-, uit- en bijgebouwen en overkappingen

Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 5.2.1, ter plaatse van de bestemming, voor het aan- of uit- van gebouwen en overkappingen bij de op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen, met inachtneming de volgende regels: a. b. c.

Juust

de gezamenlijke oppervlakte van aan-, uit- of bijgebouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan 8 m², de goothoogte niet meer dan 3,5 meter en de bouwhoogte niet meer dan 5 meter; verlening van omgevingsvergunning mag niet tot gevolg hebben dat het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld of de verkeersveiligheid onevenredig worden aangetast; omgevingsvergunning mag niet worden verleend indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

389

Landgoed en uitbreiding Schore

Artikel 6 6.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor Verkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

wegen bestaande uit ten hoogste twee rijbanen; bermen en bermsloten; fiets- en voetpaden; parkeerplaatsen; nutsleidingen bij deze bestemming behorende voorzieningen.

6.2

Bouwregels

6.2.1

Bouwregels voor de bestemming

Voor het bouwen gelden de volgende regels: a.

ter plaatse zijn uitsluitend toegestaan: 1. nutsgebouwen; 2. bouwwerken geen gebouwen zijnde.

6.2.2

Bouwhoogte, oppervlakte

De goothoogte, bouwhoogte, de oppervlakte en/of de inhoud van een bouwwerk bedraagt ten hoogste: a. b. c. d. e.

Juust

de goot- respectievelijk bouwhoogte van nutsgebouwen bedraagt ten hoogste 3,5 m / 7 m; de hoogte van terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m; de oppervlakte van gebouwen bedraagt ten hoogste 25 m2 per gebouw; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor de bij de bestemming behorende voorzieningen bedraagt ten hoogste 10 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste 3 m.

390

Landgoed en uitbreiding Schore

Artikel 7 7.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

het wonen in een woning en in samenhang daarmee aan-huis-gebonden beroepen en bedrijfsmatige activiteiten; ter plaatse van de aanduiding 'groen' uitsluitend voor een natuurlijke groene afscheiding van het perceel; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen en water.

7.2

Bouwregels

7.2.1

Bouwregels voor de bestemming

Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet meer bedragen dan is aangegeven; ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' mogen uitsluitend vrijstaande woningen worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' bedraagt de afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens ten minste 3 meter; de afstand van een hoofdgebouw tot de voorste perceelsgrens bedraagt ten minste 4 m; de diepte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 14 meter; de afstand van gebouwen onderling, niet aaneengebouwd, bedraagt ten minste 1 meter; van aan-, uit- en bijgebouwen ligt de voorgevel ten minste 1 meter naar achteren ten opzichte van de voorgevel van het hoofdgebouw; de afstand tussen de voorgevel van een aan-, uit- en bijgebouw dat als garage wordt gebouwd en de naar de weg gekeerde perceelsgrens bedraagt ten minste 5 meter; de totale oppervlakte van aan-, uit- en bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 50% van het bouwperceel en bedraagt per perceel niet meer dan voor: 1. percelen kleiner dan 450 m2 45 m2 ; 2. percelen vanaf 450 m2 60 m2 ; 3. percelen vanaf 800 m2 75 m2 .

7.2.2

Hoogte, oppervlakte

De goothoogte, bouwhoogte, de oppervlakte en / of de inhoud van een bouwwerk, bedragen ten hoogste: a. b. c. d. e. f.

7.3

de goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum goothoogte (m) aangegeven goothoogte; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 8 m; in afwijking van het bepaalde onder b, mag ter plaatse van de aanduiding vrijstaand de bouwhoogte niet meer bedragen dan 5 m boven de goothoogte; de hoogte van terreinafscheiding grenzend aan openbaar gebied bedraagt ten hoogste 1 m; de hoogte van terreinafscheidingen voor respectievelijk achter de voorgevel van een hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 1 m / 2 m; de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, alsmede de kapvorm, ten behoeve van: a. b. c.

Juust

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; het beeldkwaliteitsplan; toetsing aan welstand.

391

Landgoed en uitbreiding Schore

7.4

Afwijken van de bouwregels

7.4.1

Afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen

Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van lid 7.2.1 voor het bouwen van gebouwen op een kleinere afstand tot de perceelsgrens, met inachtneming van de volgende regels: a. b.

omgevingsvergunning wordt verleend indien de vorm van het perceel onevenredig nadelig is voor de bouwen gebruiksmogelijkheden van een perceel; de afstand bedraagt ten minste 1 meter.

7.4.2

Oppervlakte aan-, uit- en bijgebouwen

Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van lid 7.2.2 onder g voor het vergroten van de gezamenlijke oppervlakte aan-, uit- en bijgebouwen, met inachtneming van de volgende regels: a.

b.

ter plaatse van percelen: 1. kleiner dan 450 m² tot een gezamenlijke oppervlakte van 60 m²; 2. vanaf 450 m² tot 800 m² een gezamenlijke oppervlakte van 75 m²; 3. percelen vanaf 800 m² een gezamenlijke oppervlakte van 100 m²; omgevingsvergunning wordt verleend indien de gronden buiten het bouwvlak niet meer dan 50% worden bebouwd.

7.5

Specifieke gebruiksregels

7.5.1

Voorwaardelijke bepaling beeldkwaliteitsplan

Het realiseren van gebouwen is ter plaatse van het bestemmingsvlak uitsluitend toegestaan indien deze gebouwen voldoen aan het beeldkwaliteitsplan, zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels.

7.6

Afwijken van de gebruiksregels

7.6.1

Logies en ontbijt

Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van lid 7.1 voor logies en ontbijt in hoofdgebouwen en in aan-, uit- en bijgebouwen, met inachtneming van de volgende regels: a. b. c.

omgevingsvergunning wordt verleend indien het bouwperceel ten minste 800 m² bedraagt; omgevingsvergunning wordt verleend indien geen sprake is van nadelige gevolgen voor de omgeving; omgevingsvergunning wordt verleend tot een omvang van 120 m².

7.6.2

Kleinschalige beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten

Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van lid 7.1 voor het uitoefenen van kleinschalige beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten in de woning, aanbouwen en / of bijgebouwen, met inachtneming van de volgende regels: a. b. c. d. e. f.

Juust

de woonfunctie blijft de hoofdfunctie van het bouwperceel; de gebruiker van de woning is tevens degene die de kleinschalige beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten uitvoert bij de woning; verlening van omgevingsvergunning leidt niet tot verkeersaantrekkende werking of onevenredige parkeerdruk; detailhandel, anders dan verkoop van de beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten is niet toegestaan; het gezamenlijk oppervlak voor kleinschalige beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten in de woning, aan-, uit- en bijgebouwen is voor ten hoogste 50 m² toegestaan; verlening van omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bestemmingen, functies en indien van toepassing cultuurhistorische waarden;

392

Landgoed en uitbreiding Schore

g. h. i.

Juust

er mag geen omgevingsvergunning worden verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid die onder de werking van de Wet milieubeheer valt; Bevi-inrichtingen zijn niet toegestaan; Wgh-inrichtingen zijn niet toegestaan.

393

Landgoed en uitbreiding Schore

Artikel 8 8.1

Wonen - Landgoed

Bestemmingsomschrijving

De voor Wonen - Landgoed aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

het wonen in een woning en in samenhang daarmee aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen en water.

8.2

Bouwregels

8.2.1

Bouwregels voor de bestemming

Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.

ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet meer bedragen dan is aangegeven; de inhoud per hoofdgebouw bedraagt ten minste 750 m3 en ten hoogste 1.500 m3; de afstand van gebouwen tot de perceelsgrens bedraagt ten minste 3 meter; de afstand van gebouwen onderling, niet aangebouwd, bedraagt ten minste 1 meter; de totale oppervlakte van aan-, uit- en bijgebouwen en overkappingen bedraagt per bouwperceel ten hoogste 120 m2 .

8.2.2

Hoogte, oppervlakte

De bouwhoogte, de oppervlakte en/of de inhoud van een bouwwerk, bedragen ten hoogste: a. b. c. d.

de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; de bouwhoogte van aan-, uit- en bijgebouwen bij de woning bedraagt ten hoogste 8,5 m; de bouwhoogte van een terreinafscheiding bedraagt ten hoogste 2 m; de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.

8.3

Specifieke gebruiksregels

8.3.1

Voorwaardelijke bepaling beeldkwaliteitsplan

Het realiseren van gebouwen is ter plaatse van het bestemmingsvlak uitsluitend toegestaan indien deze gebouwen voldoen aan het beeldkwaliteitsplan, zoals opgenomen in Bijlage 2 bij deze regels.

Juust

394

Landgoed en uitbreiding Schore

Artikel 9 9.1

Leiding - Hoogspanningsverbinding

Bestemmingsomschrijving

De voor Leiding - Hoogspanningsverbinding aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor: a. b.

een bovengrondse hoogspanningsverbinding van ten hoogste 150 kV, met een beschermingszone van 30 m; een bovengrondse hoogspanningsverbinding van ten hoogste 380 kV, met een beschermingszone van 36 m.

9.2

Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. b.

op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 9.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 50 m; ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid, gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering en de bouwhoogte niet wordt verhoogd.

9.3

Afwijken van de bouwregels

9.3.1

Afwijking

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde in lid 9.2 onder b, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad.

9.3.2

Advisering over de afwijking

Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en).

9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1

Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op de in lid 9.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.

het aanleggen van paden, wegen en parkeergelegenheden alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; het aanbrengen van boven- en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; het ontginnen, verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; het vellen of rooien van struiken of bomen; het beplanten van gronden met struiken of bomen; het afbranden van de vegetatie.

9.4.2

Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod

Het verbod van lid 9.4.1 geldt niet voor het uitvoeren van werken, of werkzaamheden die: a. b.

Juust

behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;

395

Landgoed en uitbreiding Schore

c.

reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.

9.4.3

Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

Werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 9.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien daardoor de in lid 9.1 genoemde aanwezige verbindingen niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.

9.4.4

Advisering over de omgevingsvergunning

Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de leidingbeheerder.

Juust

396

Landgoed en uitbreiding Schore

Artikel 10 10.1

Waarde - Archeologie 4

Bestemmingsomschrijving

De voor Waarde - Archeologie 4 aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden in de vorm van gronden met een hoge archeologische verwachtingswaarde.

10.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b.

c.

op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 10.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 2 m; ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; het bepaalde in dit lid onder b.1 en b.2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2.

een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 250 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.

10.3

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

10.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.

het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 40 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van bos waarbij stobben worden verwijderd; het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen.

10.3.2 Uitzondering op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 10.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. b. c. d.

Juust

noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 10.2 in acht is genomen; een oppervlakte beslaan van ten hoogste 250 m²; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.

397

Landgoed en uitbreiding Schore

10.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 10.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a.

b.

Juust

de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige.

398

Landgoed en uitbreiding Schore

Hoofdstuk 3 Artikel 11

Algemene regels

Antidubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Juust

399

Landgoed en uitbreiding Schore

Artikel 12 12.1

Algemene bouwregels

Overschrijding bouwgrenzen

De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingsgrenzen, aanduidingen en bestemmingsregels worden overschreden door: a.

b. c.

tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, alsmede andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer dan 2,5 m bedraagt; tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 m bedraagt; andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt.

12.2 a.

b. c.

Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten

voor een bouwwerk, dat krachtens een bouwvergunning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de maatvoeringsbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden; in geval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt; op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing.

12.3

Radarverstoringsgebied

12.3.1 Verbod Binnen het gehele plangebied geldt een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde hoger dan 113 meter boven NAP teneinde de verstoring van het radarbeeld te voorkomen.

12.3.2 Afwijken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 12.3.1 onder de voorwaarde: a. b.

Juust

dat de werking van de radar niet in onaanvaardbare mate negatief wordt beïnvloed; dat voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning schriftelijk advies is ingewonnen van het Ministerie van Defensie, DGW&T, directie Brabant.

400

Landgoed en uitbreiding Schore

Artikel 13 13.1

Algemene aanduidingsregels

Vrijwaringszone - hoogspanningsverbinding te vervallen

Ter plaatse van de 'Gebiedsaanduiding Vrijwaringszone - hoogspanningsverbinding te vervallen' komt de onderliggende (dubbel)bestemming of aanduiding ten behoeve van een bovengrondse solo 150 kV- en solo 380 kV- hoogspanningsverbinding met bijbehorende voorzieningen te vervallen vanaf het moment dat de hoogspanningsverbindingen 150 kV-ondergronds en 150/380 kV en 380 kV in gebruik zijn genomen. De andere daar voorkomende (dubbel)bestemming(en) en/of aanduiding(en) blijven onverkort van toepassing.

Juust

401

Landgoed en uitbreiding Schore

Artikel 14 14.1

Algemene afwijkingsregels

Algemeen

Het bevoegd gezag kan – tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking kan worden verleend – bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. b.

c. d.

Juust

afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot; afwijking wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; voor de bouw van gebouwen voor nutsvoorzieningen met een oppervlakte van ten hoogste 50 m² en een maximale bouwhoogte van ten hoogste 3 m, met dien verstande dat ter plaatse van de bestemming Waarden - Archeologie de bouw van gebouwen voor nutsvoorzieningen met een oppervlakte van ten hoogste 30 m² is toegestaan.

402

Landgoed en uitbreiding Schore

Artikel 15 15.1

Algemene wijzigingsregels

Overschrijding bestemmingsgrenzen

Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.

15.2

Verkeer, Groen en Water

Burgemeester en wethouders kunnen bestemmingen wijzigen in de bestemmingen Verkeer, Groen en Water, met inachtneming van de volgende: a. b.

wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; wijziging wordt toegepast nadat is gebleken dat de bodemkwaliteit ter plaatse geschikt is voor de beoogde functie.

15.3

Waarde archeologie

15.3.1 Wijziging ten behoeve van de verwijdering van de bestemming Burgemeester en wethouders kunnen een of meer bestemmingsvlakken de van bestemming Waarde – Archeologie 2 t/m 7 geheel of gedeeltelijk laten vervallen, met inachtneming van de volgende regels: a. b.

uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.

15.3.2 Wijziging voor verandering van een bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen de vorm van de bouwvlakken veranderen, indien dit op grond van archeologisch onderzoek noodzakelijk is met het oog op de bescherming of de veiligstelling van de ter plaatse aanwezige archeologische waarden, met inachtneming van de volgende regels: a. b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13929949/1