CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-19c D24.301244 ontwerpbestemmingsplan bij raadsvoorstel ontwerpbestemmingsplan bij raadsvoorstel

Raadsvergadering 26 maart 2024, gemeente KapelleBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan landgoed en uitbreiden Schore23.086 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Landgoed en uitbreiding Schore Bestemmingsplan Ontwerp adviseurs • ingenieurs • openbare ruimte

COLOFON Documentgegevens Titel Projectnummer Datum Status IMRO Gemeente

Landgoed en uitbreiding Schore 000563 11 mei 2023 ontwerp NL.IMRO.0678.landgoedschore-OW01 Kapelle

Opdrachtnemer Naam Adresgegevens Auteur(s) Contactgegevens

Juust Goessestraatweg 17A 4421 AD Kapelle Gerard Verweij | Janita van Gastel +31(0)113 405 051

Landgoed en uitbreiding Schore

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1 1.2 1.3 1.4

Algemeen Plangebied Doel Leeswijzer

6 6 7 7

Hoofdstuk 2

Het project

8

Beschrijving project Juridische regeling

8 11

Beleidskader

16

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

16 17 18 19

Kwaliteit van de leefomgeving

21

Inleiding Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid Geluid Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Natuur Niet gesprongen explosieven Verkeer en parkeren Water Milieu Effect Rapportage Conclusie

21 21 22 22 23 25 26 26 27 28 29 30 33 34

Uitvoerbaarheid

35

Financiële uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

35 35

2.1 2.2

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Bijlagen toelichting

37

Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan Boomweidelaan

38

Bijlage 2

Beeldkwaliteitsplan Landgoed Schore

43

Bijlage 3

Inrichtings- en beheerplan Landgoed

49

Bijlage 4

Vooronderzoek Niet Gesprongen Explosieven (NEG)

81

Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek - woonkavels Boomweidelaan

145

Bijlage 6

Verkennend bodemonderzoek - vrijstaande woningen

213

Bijlage 7

Verkennend bodemonderzoek - landgoed 1

272

Juust

2

Landgoed en uitbreiding Schore

Bijlage 8

Quickscan Wet natuurbescherming

333

Bijlage 9

Stikstofberekening

343

Bijlage 10

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

372

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Hoofdstuk 3

381 Inleidende regels

382

Begrippen Wijze van meten

382 385

Bestemmingsregels

386

Groen Natuur - Landgoed Tuin Verkeer Wonen Wonen - Landgoed Leiding - Hoogspanningsverbinding Waarde - Archeologie 4

386 387 389 390 391 394 395 397

Algemene regels

399

Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16

Antidubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

399 400 401 402 403 405

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

406

Overgangsrecht Slotregel

406 407

Artikel 17 Artikel 18

Bijlagen regels

409

Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan uitbreiding Schore (Boomweidelaan)

410

Bijlage 2

Beeldkwaliteitsplan Landgoed Schore

415

Bijlage 3

Landschappelijk inpassingsplan

421

3

Landgoed en uitbreiding Schore

Juust

Juust

4

Landgoed en uitbreiding Schore

Toelichting

Juust

5

Landgoed en uitbreiding Schore

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Algemeen

Het voornemen is om de kern Schore aan de zuidoostzijde en zuidzijde uit te breiden door het realiseren van 8 à 10 woningen in het verlengde van de Boomweidelaan. Dit zullen met name levensloopbestendige woningen worden. Daarnaast worden drie vrijstaande woningen aan de achterzijde van het perceel Zandweg 6 gerealiseerd. Tevens is een herontwikkeling voorzien van het landgoedplan: het voorgenomen plan voor een landhuis met 8 wooneenheden/appartementen is gewijzigd in drie losse percelen met elk één landhuis. Ter plaatse van het landgoed wordt natuur aangelegd met een wandelpad die aansluit op de Boomweidelaan. Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan 'Buitengebied 2e herziening' en het bestemmingsplan 'Kom Schore' van de gemeente Kapelle. Het plangebied heeft binnen deze bestemmingsplannen de bestemming 'Bos', 'Wonen', 'Agrarisch' en 'Groen'. De landhuizen worden gerealiseerd buiten de bestaande bestemming 'Wonen' en binnen de bestemming 'Agrarisch' en 'Bos'. De overige woningen woningen worden gerealiseerd op gronden met de bestemming 'Groen' en 'Agrarisch'. De gewenste ontwikkeling past niet binnen de geldende bestemmingsplannen. Om het plan te realiseren is een herziening van de geldende bestemmingsplannen noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het planologisch-juridisch mogelijk maken van de gewenste ontwikkeling.

1.2

Plangebied

Het plangebied is gelegen aan de zuidoostzijde en zuidzijde van de kern Schore. Het plangebied bestaat uit de volgende kadastrale percelen: KPL01, sectie M, perceelnummer 2428 (6.646 m2 ) - weidegrond KPL01, sectie S, perceelnummer 809 (5.920 m2 ) - fruitboomgaard KPL01, sectie S, perceelnummer 325 (39.990 m2 ) - bos met waterpartij KPL01, sectie S, perceelnummer 480 (18.880 m2 ) - waterpartij en bos RMW00, sectie S, perceelnummer 41 (130 m2 ) - agrarische grond Het plangebied heeft daarmee een totale oppervlakte van 71.566 m2 . Het plangebied bestaat uit het deel dat nu bestemd is als landgoed (wijzigingsplan 2011), het aangrenzende agrarisch perceel dat omgezet wordt in natuur met één van de drie landhuizen en 3 vrijstaande woningen en het perceel met een groenbestemming ten behoeve van de realisatie van 10 woningen.

Juust

6

Landgoed en uitbreiding Schore

Afbeelding 1 | Luchtfoto met plangrens (bron: ruimtelijkeplannen.nl; bewerking: Juust B.V.)

1.3

Doel

Het doel van dit bestemmingsplan is het voorgenomen plan planologisch mogelijk te maken. Het vaststellen van dit bestemmingsplan vormt de basis om met één of meer omgevingsvergunningen de uitvoering van het plan mogelijk te maken.

1.4

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat uit deze toelichting, regels en een verbeelding. Deze toelichting bestaat naast dit inleidende hoofdstuk uit vier hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt het initiatief toegelicht en de daarbij horende juridische regeling. Hoofdstuk 3 beschrijft het geldende beleidskader. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de verschillende omgevingsaspecten beoordeeld. In hoofdstuk 5 wordt tot slot de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven.

Juust

7

Landgoed en uitbreiding Schore

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving project

2.1.1

Huidige situatie

Het project

Het plangebied is grofweg gelegen tussen de Maarten Broersweg, de Boomweidelaan en de Zandweg. De noordzijde van het plangebied grenst direct aan het dorp Schore. De overige zijden van het plangebied worden begrensd door agrarische percelen in het buitengebied. Het noordelijke deel van het plangebied bestaat uit weidegrond en een fruitboomgaard (afbeelding 2). Het zuidelijke deel van het plangebied bestaat uit bos en twee waterpartijen (afbeelding 3). De waterpartijen zijn reeds aangelegd in het kader van het toenmalige landgoedplan. In 2011 is voor het zuidelijke deel van het plangebied een landgoedplan opgesteld. Dit plan bestond uit de aanleg van meerdere bosdelen en een landgoedhuis bestaande uit meerdere gebouwen (hoofdhuis en bijgebouwen) waarin 8 wooneenheden gerealiseerd zouden worden. Om dit plan planologisch mogelijk te maken is in 2011 het bestemmingsplan gewijzigd door middel van het vaststellen van een wijzigingsplan. De realisatie heeft echter geen doorgang meer gevonden. Over het plangebied loopt een hoogspanningsverbinding. Deze komt te vervallen zodra de nieuwe 380 kV-verbinding is gerealiseerd.

Afbeelding 2 | Huidige situatie noordzijde plangebied - bezien vanaf de Boomweidelaan (bron: Google Street View)

Afbeelding 3 | Huidige situatie zuidzijde plangebied - bezien vanaf de Maarten Broersweg (bron: Google Street

Juust

8

Landgoed en uitbreiding Schore

View)

2.1.2

Toekomstige situatie

De voorgenomen ontwikkeling bestaat enerzijds uit de woningbouwontwikkeling aan de zuidzijde van de kern Schore en anderzijds uit de realisatie van een landgoed. Uitbreiding Schore In de toekomstige situatie wordt de zuidoostzijde van de kern Schore uitgebreid. De uitbreiding bestaat uit de realisatie van maximaal 10 woningen (met name levensloopbestendige woningen) in het verlengde van de Boomweidelaan. Verderop worden 3 percelen ten behoeve van vrijstaande woningen aan de achterzijde van het perceel Zandweg 6 aangelegd. De woningen in het verlengde van de Boomweidelaan worden gerealiseerd op twee bouwkavels en worden ontsloten op de Boomweidelaan. De vrijstaande woningen worden via de zuidzijde ontsloten op de Zandweg. Hier is reeds een bestaand kavelpad gelegen ten behoeve van de ontsluiting van de agrarische percelen. Voor de woningen is nog geen concreet bouwplan aanwezig. Wel is er een beeldkwaliteitsplan opgesteld waarin de criteria voor de openbare ruimte zijn vastgelegd en ook de welstandscriteria voor de geschakelde bebouwing en vrijstaande bebouwing is opgenomen. Dit beeldkwaliteitsplan wordt gelijktijdig met het bestemmingsplan vastgesteld en is als Bijlage 1 bij de toelichting en regels van dit bestemmingsplan gevoegd. Landgoed Het bestaande landgoed wordt herontwikkeld.

Het noordelijke deel tot aan de geplande vrijstaande woningen wordt toegevoegd aan het landgoed. Op het landgoed worden drie vrijstaande landhuizen gerealiseerd. Elk landhuis bevat één woning. Twee landhuizen zijn gelegen in het zuidelijke deel van het plangebied. Eén landhuis zal halverwege het landgoed worden gerealiseerd, ongeveer ter hoogte van de speeltuin achter de woningen aan de Boomweidelaan. Vanaf de Zandweg wordt een weg aangelegd, die de percelen ontsluit. De bebouwing is zodanig op het terrein gesitueerd dat er zichtlijnen zijn naar het polderlandschap en de dijkstructuur. Ten behoeve van de landhuizen is een beeldkwaliteitsplan opgesteld waarin de stedenbouwkundige uitgangspunten en welstandscriteria zijn vastgelegd. Ook zijn een aantal referentiebeelden opgenomen voor de landhuizen. Het beeldkwaliteitsplan is als Bijlage 2 bij de toelichting en regels van dit bestemmingsplan gevoegd. De natuurontwikkeling op het landgoed bestaat uit grasland, waterpartijen, hoogstam fruitgaard en bospercelen. De inrichting van het landgoed is uitgewerkt in een landschapsplan. Dit landschapsplan (Inrichtings- en beheersplan) is opgenomen Bijlage 3. Over het landgoed komt een openbaar toegankelijk wandelpad dat aansluit op de Boomweidelaan, de ontsluiting via de Zandweg en Maarten Broersweg. Hierdoor ontstaan er vanuit de kern Schore meer mogelijkheden om een ommetje te maken.

Juust

9

Landgoed en uitbreiding Schore

Afbeelding 3 | Verkavelingstekening toekomstige situatie (bron: Juust)

Juust

10

Landgoed en uitbreiding Schore

2.2

Juridische regeling

2.2.1

Geldend bestemmingsplan

Voor het grootste deel van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied, 2e herziening' van de gemeente Kapelle. Het bestemmingsplan 'Buitengebied, 2e herziening' is op 24 februari 2015 door de gemeenteraad vastgesteld. Ten behoeve van de landgoedontwikkeling is destijds het wijzigingsplan 'Wijzigingsplan Landgoed Schore' vastgesteld. Dit wijzigingsplan is meegenomen in de 2e herziening van het bestemmingsplan 'Buitengebied'. De gronden van het plangebied zijn in het geldende bestemmingsplan bestemd voor 'Agrarisch', 'Bos' en 'Wonen'. Daarnaast geldt ter plaatse de dubbelbestemming 'Leiding Hoogspanningsverbinding' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. Verder is er ter plaatse van de woonbestemming de functieaanduiding 'landhuis' opgenomen. Ter plaatse is het mogelijk om een landgoed met landhuis te realiseren met maximaal 8 zelfstandige wooneenheden/appartementen. Voor de hoofdgebouwen geldt een maximale inhoudsmaat van 4.500 m3. Daarnaast geldt in de noordwesthoek van het plangebied het bestemmingsplan 'Kom Schore' van de gemeente Kapelle. Dit bestemmingsplan is op 20 december 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De gronden zijn in dit bestemmingsplan bestemd voor 'Agrarisch' en 'Groen'. Verder geldt ter plaatse de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 2' en de gebiedsaanduiding 'wro-zone-wijzigingsgebied 1'.

Deze wijzigingsbevoegdheid maakt het mogelijk om de groenbestemming te wijzigen in onder andere een woonbestemming ten behoeve van de realisatie van 5 woningen.

Afbeelding 4 | Uitsnede geldende bestemmingsplannen (bron: ruimtelijkeplannen.nl, bewerking: Juust)

Juust

11

Landgoed en uitbreiding Schore

2.2.2

Planuitwerking

Ter plaatse van de woningen in het verlengde van de Boomweidelaan is de bestemming 'Wonen' opgenomen. Hier geldt een maximum goothoogte van 4 meter. Ter plaatse mogen maximaal 5 wooneenheden gerealiseerd worden per bouwkavel. In de regels is opgenomen dat er uitsluitend grondgebonden woningen zijn toegestaan. Tussen deze bouwkavels is de bestemming 'Verkeer' opgenomen ter plaatse van de ontsluiting. Grenzend aan de meest noordelijk gelegen bouwkavel wordt de bestemming 'Groen' opgenomen. De kavels voor de drie vrijstaande woningen aan de noordzijde van het plangebied zijn bestemd als “Wonen”. Hier geldt de bouwaanduiding 'vrijstaand' en een maximum goothoogte van 4 meter. Ter plaatse mogen maximaal drie wooneenheden gerealiseerd worden. Voor de realisatie van het landgoed is de bestemming 'Natuur-landgoed' opgenomen. De kavels voor de drie landhuizen zijn bestemd als 'Wonen - Landgoed'. Per bouwkavel is het toegestaan om maximaal 1 landhuis te realiseren en geldt een maximum bouwhoogte van 10 meter. Voor de landhuizen geldt een minimale inhoudsmaat van 750 m3 en een maximale inhoudsmaat van 1.500 m3. De afstand van het hoofdgebouw tot de perceelsgrens bedraagt minimaal 3 meter. Aan de oostzijde van het landgoed is de aanduiding 'ontsluiting' opgenomen.

Ten behoeve van de borging van de uitvoering van het landschapsplan en instandhouding daarvan, is een voorwaardelijke bepaling opgenomen. Het landschappelijk inpassingsplan is als Bijlage 3 bij de regels van dit bestemmingsplan gevoegd. De dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 4' wordt behouden. De hoogspanningsverbinding komt te vervallen, maar de dubbelbestemming geldt nog wel voor zover de hoogspanningsverbinding in gebruik is. De gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone – hoogspanningsverbinding te vervallen' is conform het inpassingsplan Zuid-West 380 kV West overgenomen. Voor de realisatie van de landhuizen is door de raad een beeldkwaliteitsplan vastgesteld. Voor de overige delen wordt gelijktijdig met het vaststellen van het bestemmingsplan een beeldkwaliteitsplan vastgesteld. In de regels van de bestemming 'Wonen' en 'Wonen - Landgoed' is een voorwaardelijke bepaling opgenomen, dat bij de realisatie van de gebouwen voldaan moet worden aan het beeldkwaliteitsplan. De beeldkwaliteitsplannen zijn als Bijlage 1 en Bijlage 2 bij de regels van dit bestemmingsplan gevoegd.

2.2.3

Juridische planbeschrijving

In de Wet ruimtelijke ordening met bijbehorende Besluit ruimtelijke ordening heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van de gemeente, provincies en het rijk,. In de ministeriële 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening' hierna (Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP 2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen, die tot doel heeft om te komen tot een geüniformeerde en gestandaardiseerde opzet van bestemmingsplannen in Nederland. Deze methodiek is onverkort gevolgd. Het bestemmingsplan is daarbij tevens digitaal vervaardigd en is daarom ook digitaal raadpleegbaar via internet. Naast het feit dat de bestemmingen, aanduidingen en weergave van de verbeelding gestandaardiseerd zijn, vloeit de redactie van de regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti dubbeltelbepaling rechtstreeks voort uit het Besluit ruimtelijke ordening. De beleidsmatige inhoud van het bestemmingsplan is niet gestandaardiseerd. De gemeente behoudt haar vrijheid ten aanzien van de inhoud en vormgeving aangaande de toelichting. Verbeelding De verbeelding geeft de bestemmingen weer.

Binnen de bestemmingsvlakken kunnen bouwvlakken, bouw-, gebieds-, functie-, en maatvoeringsaanduidingen aangegeven worden, waarbinnen een aantal specifieke bouwregels en functies kunnen worden aangegeven. Deze hebben juridische betekenis, omdat daar in de regels naar wordt verwezen. De topografische ondergrond die gebruikt is als basis voor de verbeelding heeft geen juridische status. Regels Algemeen

Juust

12

Landgoed en uitbreiding Schore

De regels bevatten bepalingen over het gebruik van de gronden, over de toegelaten bebouwing en bepalingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn, conform de wettelijk verplicht gestelde SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: - Hoofdstuk 1 Inleidende regels - Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels - Hoofdstuk 3 Algemene regels - Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Inleidende regels Begripsbepalingen en Wijze van meten De inleidende regels omvatten de begripsbepalingen en de bepalingen omtrent de wijze van meten. De begripsbepalingen geven de definities over de in de regels gehanteerde begrippen met betrekking tot bouwen en functies. De wijze van meten geeft uitsluitsel over de wijze waarop afstanden, hoogtes, oppervlakte etc. moeten worden gemeten. Bestemmingsregels Groen Het openbaar groen in het noorden van het plangebied heeft de bestemming 'Groen'. Hiermee is aangesloten op de huidige functie en bestemming van dit gebied. De gronden ter plaatse van deze bestemming zijn bestemd voor groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, plantsoen, speelvoorzieningen, wandel- en fietspaden en water. Ten aanzien van het bouwen mogen uitsluitend nutsgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Natuur - Landgoed Het openbare gebied behorende bij het landgoed is bestemd als 'Natuur - Landgoed'.

De gronden ter plaatse van deze bestemming zijn bestemd voor natuur, bos, water, fiets-, wandel- en overige (recreatieve) wandelpaden, perceelsontsluitingen en extensief recreatief medegebruik. De gronden zijn tevens bestemd voor de bescherming en ontwikkeling van de actuele en potentiële landschappelijke waarden. Ten behoeve van de ontsluiting van de drie vrijstaande woningen aan de oostzijde is de aanduiding 'ontsluiting' opgenomen. Hier mag een weg worden aangelegd. Ten aanzien van het bouwen zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen, toegestaan, zoals terreinafscheidingen. Ten behoeve van de bescherming van de (potentiële) landschappelijke en natuurlijke waarden mogen bepaalde werken niet zonder vergunning worden uitgevoerd (aanlegvergunningstelsel). Omdat het gebied wordt heringericht conform een landschappelijk inpassingsplan zijn de werken die daarvoor uitgevoerd moeten worden, uitgezonderd. Evenals de aanleg van de weg en perceelsontsluitingen. Tuin Aan de oostzijde van het plangebied is tussen de nieuwe woonpercelen en de aangrenzende percelen een tuinbestemming opgenomen. Hierbij is aangesloten op de tuinbestemming uit het bestemmingsplan 'Kom Schore', zodat er een eenduidige regeling geldt als op de aangrenzende percelen met een tuinbestemming.

Verkeer De straat ten behoeve van de ontsluiting van de woningen in het verlengde van de Boomweidelaan is als 'Verkeer' bestemd. De gronden ter plaatse van deze bestemming zijn naast wegen ook bestemd voor bermen, bermsloten, fiets- en voetpaden, parkeerplaatsen, nutsleidingen en andere bij deze bestemming behorende voorzieningen. Binnen de bestemming mogen uitsluitend nutsgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

Juust

13

Landgoed en uitbreiding Schore

Wonen De woonpercelen die niet tot het landgoed behoren, zijn bestemd als 'Wonen'. Omdat er nog geen concrete bouwplannen zijn, is gekozen voor een globale bestemmingsmethodiek. Ter plaatse van de bestemmingsvlakken is met een aanduiding aangegeven hoeveel woningen er maximaal gebouwd mogen worden en wat de maximale goothoogte is. In de regels is onder andere vastgelegd dat de inhoud van een woning maximaal 750 m3 bedraagt en welke afstanden tot de perceelsgrenzen moet worden aangehouden. Wonen - Landgoed De woonpercelen die tot het landgoed behoren zijn bestemd als 'Wonen - Landgoed'. Per bouwvlak mag een landhuis worden gebouwd met een maximale inhoud van 1.500 m3 en een maximale bouwhoogte van 10 meter. In de regels is tevens vastgelegd welke afstand tot de perceelsgrenzen moet worden aangehouden. Waarde-Archeologie 4 Het plangebied heeft een archeologische verwachtingswaarde. Hiertoe is conform het archeologiebeleid de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' opgenomen. Grondroerende werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 250 m2 en dieper dan 40 cm zijn niet toegestaan, zonder dat vooraf met een onderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarde aanwezig is. Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening vast voorgeschreven.

Doel van deze bepaling is te voorkomen, dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd, bijv. ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Algemene bouwregels Dit artikel bevat een aantal algemene bepalingen ten aanzien van het overschrijden van de bouwgrenzen van verschillende bij gebouwen horende elementen zoals afdaken en erkers. Tevens is een regeling opgenomen die waarborgt dat er geen bouwwerken hoger dan 113 meter boven NAP kunnen worden gebouwd in verband met het radarverstoringsgebied. Algemene aanduidingsregels Vanwege het op termijn vervallen van de hoogspanningsverbinding is ter plaatse van deze verbinding de aanduiding 'vrijwaringszone - hoogspanningsverbinding te vervallen' opgenomen. Vanaf het moment dat de nieuwe hoogspanningsverbindingen in gebruik zijn genomen, komt de huidige hoogspanningsverbinding met bijbehorende dubbelbestemmingen te vervallen. Algemene afwijkingsregels In deze regels wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij omgevingsvergunning af te wijken van de maximum toegestane bouwhoogte en voor het aanbrengen van wijzigingen in de plaats, richting en/of afmetingen van bouwgrenzen voor zover dit voor een praktische uitvoering van het plan noodzakelijk is. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsregels opgenomen.

Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met een omgevingsvergunning voor afwijken geregeld kunnen worden, zoals het overschrijden van bestemmingsgrenzen. Daarnaast is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemmingen te wijzigen in de bestemming 'Verkeer', 'Groen' en 'Water' en om de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' te wijzigen. Overige regels In dit artikel is een regeling opgenomen ten aanzien van de geldigheid van de wettelijke regelingen waarin de regels naar verwezen kan worden. Overgangs- en slotregels

Juust

14

Landgoed en uitbreiding Schore

In deze regels is het overgangsrecht vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Als laatste is de slotbepaling opgenomen, welke bepaling zowel de titel van het plan als de regels bevat.

Juust

15

Landgoed en uitbreiding Schore

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur & Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur & Ruimte vastgesteld (SVIR). Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Hiernaar wordt gestreefd middels een krachtige aanpak die gaat voor een excellent internationaal vestigingsklimaat, ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Belangrijk thema in deze structuurvisie is de ladder voor duurzame verstedelijking. De ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De ladder is verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening en luidt als volgt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' In welke gevallen er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is niet concreet vastgelegd.

De jurisprudentie geeft op het gebied van woningbouw wel een constante lijn aan. Bouwplannen met minder dan 12 woningen zijn geen stedelijke ontwikkeling. In dit geval is er sprake van de ontwikkeling van 10 met name levensloopbestendige woningen, 3 vrijstaande woningen en 3 landhuizen. In totaal 16 woningen. In het woningbouwprogramma 'Agenda Wonen in 'De Bevelanden 2025' is voor de kern Schore de ontwikkeling Landgoed Schore opgenomen met 8 woningen. Daarnaast zijn voor de kern Schore nog 9 woningen in het woningbouwprogramma opgenomen. Het totaal van de realisatie van (maximaal) 16 woningen past binnen de het aantal van 17 dat in het woningbouwprogramma is opgenomen. Daarmee is de behoefte aangetoond. Als de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 Bro worden gemotiveerd waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Provincie Zeeland heeft met het Omgevingsplan Zeeland 2018 en de Omgevingsverordening Zeeland 2018 gekozen voor een verbale aanduiding van het bestaand stedelijk gebied en geen op de kaart aangegeven begrenzing. Daarmee wordt ruimte geboden aan lokaal maatwerk en wordt voorkomen dat de provinciale verbeelding slechts een momentopname laat zien die geen recht doet aan wijzigingen die voortdurend optreden in de begrenzing van bestaand stedelijk gebied.

Begripsomschrijving bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. De locatie is bestemd als 'Agrarisch', 'Bos' en 'Groen'. Bebouwing is niet mogelijk, met uitzondering van het vlak met de woonbestemming ten behoeve van het landgoed. De ontwikkeling vindt buiten bestaand stedelijk gebied plaats. De met name levensloopbestendige woningen worden echter direct grenzend aan het bebouwde gebied van Schore gebouwd. Het vormt een logische uitbreiding op de reeds aanwezige woningbouw aan de Boomweidelaan. Ter plaatse was reeds een wijzigingsbevoegdheid opgenomen ten behoeve van de realisatie van woningbouw. Binnen het bestaand stedelijk gebied van Schore is geen ruimte aanwezig om de voorziene woningen te realiseren. Dit geldt ook voor de drie kavels voor de vrijstaande woningen. De landgoedontwikkeling was reeds voorzien en planologisch mogelijk gemaakt. De opzet hiervan is gewijzigd om beter in te spelen op de huidige behoefte naar ruimere woningen op een ruime kavel in plaats van appartementen. Overigens was reeds voorzien in een ontwikkeling met een bouwvolume van 4.500 m3 voor de hoofdgebouwen.

Onderhavig bestemmingsplan maakt drie landhuizen van maximaal 1.500 m3 mogelijk. De bebouwingsmogelijkheden nemen daarmee niet toe. Voor het overige zijn geen regels opgenomen die specifiek op deze situatie van toepassing zijn. Het rijksbeleid

Juust

16

Landgoed en uitbreiding Schore

verzet zich niet tegen de ontwikkeling. Nationale Omgevingsvisie Gemeenten, provincies en het Rijk worden verplicht om een omgevingsvisie op te stellen vanuit de nieuwe Omgevingswet. Vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. De NOVI kent onder meer de volgende vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het beleid uit de NOVI bevat geen specifieke zaken die betrekking hebben op de ontwikkeling die deze ruimtelijke onderbouwing mogelijk maakt. Het rijksbeleid verzet zich niet tegen de ontwikkeling.

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsplan Zeeland 2018 Op 21 september 2018 heeft het college van Gedeputeerde Staten het Omgevingsplan 2018 vastgesteld. Het Omgevingsplan geeft de provinciale visie en provinciale belangen op Zeeland weer, waar de Provincie Zeeland een (groot) belang aan hecht. Alle hoofdlijnen voor de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. Zowel op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling, maar ook economie, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. Wonen Binnen bestaand bebouwd gebied heeft de gemeente grote vrijheid bij de regie van ruimtelijke ontwikkelingen. In de woningmarkt is er steeds meer vraag naar stedelijk wonen. Door aanvullende woningbouw te concentreren in stedelijk gebied wordt gebouwd waar de markt om vraagt en wordt draagvlak voor voorzieningen in de directe omgeving behouden. Woningbouwprojecten hebben een gemeentegrensoverschrijdende impact. Ten aanzien van het thema 'Wonen' is het provinciaal belang dat de regionale woningmarkten goed functioneren. Gestreefd moet worden naar een woningvoorraad die qua omvang, locatie en type is afgestemd op de woonwensen van de Zeeuwse huishoudens. Om die reden is regionale afstemming nodig over woningbouwplannen. Dit is vormgegeven door vaststelling van de regionale woningmarktafspraken (zie onder Regionaal beleid).

Om de provinciale ambitie van een toekomstbestendige woningvoorraad in 2040 te kunnen halen heeft de provincie, in samenwerking met alle Zeeuwse gemeenten, een uitgebreide woningmarktanalyse laten uitvoeren door Stec-groep. Dit betreft het Kwalitatief Woningmarkt Onderzoek Zeeland 2019 (KWOZ). De belangrijkste conclusies uit het KWOZ die relevant zijn voor de voorliggende planontwikkeling luiden voor de regio Kapelle als volgt: Tot 2040 wordt er een groei verwacht in de groep 65+ en 80+-huishoudens. Ook het aantal gezinnen groeit nog relatief licht. Er is een sterke verschuiving gesignaleerd in behoefte van reguliere grondgebonden woningen naar nultredenwoningen als gevolg van aanhoudende vergrijzing. Binnen het nultredensegment gaat het indicatief vooral om ruimere sociale huur, vrijesectorhuur en ruimere koopappartementen. Er zal een overschot ontstaan in de kleine reguliere grondgebonden sociale huurwoningen, kleine goedkope koopwoningen en ruime, dure grondgebonden koopwoningen. Bij het toevoegen van woningen aan de woningmarkt moet rekening gehouden worden met deze conclusies. In het onderhavige plan zijn 10 met name levensloopbestendige woningen en 3 vrijstaande woningen voorzien. Het plan voorziet in de gewenste kwalitatieve behoefte. Het plan past binnen het Omgevingsplan Zeeland.

Nieuwe landgoederen en buitenplaatsen Uitgangspunt voor een nieuw landgoed of buitenplaats vormt de door de particuliere sector betaalde aaneengesloten natuur- en of landschapsontwikkeling (bijv. aanleg van bos). Subsidie voor de realisatie van een landgoed of buitenplaats is niet mogelijk. Om aanleg, onderhoud en beheer te kunnen financieren mag bebouwing worden gerealiseerd. Toegestane functies voor het gebruik van deze bebouwing zijn wonen, verblijfsrecreatie en zorg. De volgende randvoorwaarden zijn van toepassing: De maximale omvang van bebouwing bedraagt 4500 m3 bij een oppervlakte van 5 ha. Als een qua oppervlak groter of kleiner landgoed wordt gerealiseerd neemt de maximale omvang van de bebouwing

Juust

17

Landgoed en uitbreiding Schore

verhoudingsgewijs toe of af; De minimale oppervlakte van een landgoed of buitenplaats bedraagt 1,5 ha (het maximale bouwvolume bedraagt dan 1350 m3). Om in aanmerking te komen voor de fiscale voordelen die een landgoed of buitenplaats biedt moet voldaan worden aan aanvullende voorwaarden die op basis van de Natuurschoonwet worden gesteld; Op een landgoed of buitenplaats kunnen meerdere gebouwen worden gerealiseerd. Het maximale bebouwingspercentage bedraagt 3% van de totale oppervlakte; Een landgoed of buitenplaats is openbaar toegankelijk. Maximaal 20% van de totale oppervlakte mag aan de openbaarheid worden onttrokken; De te realiseren landschapswaarden worden planologisch en privaatrechtelijk vastgelegd. Het landgoed heeft een oppervlakte van meer dan 5 hectare (circa 6,5 hectare), waardoor de maximale omvang van de bebouwing maximaal 4.500 m3 mag bedragen. Deze inhoud is verdeeld over de drie kavels (maximaal 1.500 m3 per kavel). Het landgoed is openbaar toegankelijk voor wandelaars door het realiseren van een wandelpad over het terrein. De drie kavels behorende bij de woningen blijven privé-kavels. Deze kavels hebben een totale oppervlakte van 0,9 hectare. Het landgoed heeft een totale oppervlakte van circa 6,5 hectare. Daarmee wordt minder dan 20% (1,3 hectare) aan de openbaarheid onttrokken.

Voor de inrichting en het beheer van het landgoed is een Inrichtings- en beheersplan gemaakt. Deze is te vinden in Bijlage 3. Omgevingsverordening Zeeland 2018 De Omgevingsverordening Zeeland 2018 gaat net als het Omgevingsplan ook over de fysieke leefomgeving van de provincie. Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen is vooral hoofdstuk 2 welke gaat over het ruimtelijk domein van belang. Er zijn in de omgevingsverordening geen specifieke regels opgenomen die dit plan raken. Provinciaal beleid staat de vaststelling van het plan niet in de weg.

3.3

Regionaal beleid

Agenda Wonen In 2013 hebben de vijf gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland en Reimerswaal binnen het samenwerkingsverband De Bevelanden afspraken gemaakt over het wonen in de regio. De afspraken en het programma die toen gemaakt zijn, zijn in de Agenda Wonen in De Bevelanden 2025 geactualiseerd. Dit programma heeft een looptijd tot 2025 en is afgestemd op de huishoudensprognose en de woonvoorkeuren. De kernthema's die de basis vormen voor de woningmarktafspraken zijn: 1. realistische woningbouwproductie; 2. bundeling op basis van de lange termijn behoefte in de markt, de vraagkant dus; 3. kwaliteit voor kwantiteit; 4. aanpak bestaande woningvoorraad, ook particuliere koopvoorraad; 5. wonen en zorg; 6. regionale prestatieafspraken met corporaties; 7. arbeidsmigranten; 8. grondprijzen voor woningbouw; 9. monitoring. Voornamelijk thema 3 is relevant voor de voorgenomen ontwikkeling. In de Agenda Wonen in De Bevelanden wordt gesteld dat de Bevelanden staat voor een bescheiden groei van de woningbehoefte die bovendien vraagt om (deels) andere producten, type locaties en productmarktcombinaties dan voorheen. Het gaat om de combinatie woningtype, type locatie, milieu en productmarktcombinatie. Het moet gaan om kwaliteit die op lange termijn wat toevoegt aan de bestaande voorraad. Een kansrijke productmarktcombinatie is o.a.

een levensloopbestendig appartement in centrumdorps milieu. Het plan voorziet in 3 vrijstaande woningen en in de realisatie van maximaal 10 met name levensloopbestendige woningen. Het plan zet hierdoor in op het toevoegen van kwaliteit in plaats van kwantiteit en een mix van verschillende woningtypes waardoor doorstroming op de woningmarkt kan plaatsvinden. De woningbouwontwikkeling is in het woningbouwprogramma van de gemeente opgenomen.

Juust

18

Landgoed en uitbreiding Schore

3.4

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie 2012-2030 Deze structuurvisie is op 26 maart 2013 door de gemeenteraad van de gemeente Kapelle vastgesteld. In dit beleidsstuk is de gemeentelijke visie op de ruimtelijke ontwikkeling uitgewerkt. Als hoofddoel geldt hier het behoud en verdere ontwikkeling van de gemeente Kapelle. De twee belangrijkste gemeentelijke ambities zijn gericht op behoud en versterking van de kernkwaliteiten en daarnaast ruimte voor kwaliteit (het juiste initiatief op de juiste plaats). Wonen Dit initiatief sluit aan bij de kernkwaliteit 'een uitstekend woon- en leefklimaat' te hebben waarbij Kapelle aantrekkelijk is voor bewoners, ondernemers en recreanten. De ontwikkeling vindt plaats op gronden die zijn aangewezen als 'agrarische ontwikkeling'. Deze gronden zijn bedoeld voor de ontwikkeling van grondgebonden landbouw in combinatie met behoud en versterking van de landschapswaarden. Het plangebied is gelegen aansluitend aan de kern van Schore. In de structuurvisie is opgenomen dat het beleid gericht is op de ontwikkeling van inbreidingslocaties op kleine locaties binnen de kern ter versterking van de structuur: Boomweidelaan; Smederij; Garage Steenweg; Kerk. Onderhavige ontwikkeling is weliswaar niet aan te merken als een inbreidingsproject, maar voorziet wel in de realisatie van maximaal 10 met name levensloopbestendige woningen aan de Boomweidelaan.

Daarnaast draagt de realisatie van zowel de met name levensloopbestendige woningen als de vrijstaande woningen bij aan het 'uitstekend woon- en leefklimaat' van de gemeente Kapelle. Mogelijkheden landgoedwonen Het afwisselend landschap en de differentiatie in woonmilieus kunnen versterkt worden door mogelijkheden te bieden voor landgoedwonen. Dit landgoedwonen kan in het gehele buitengebied worden toegestaan, met uitzondering van de Willem-Annapolder, de zone tussende Kapelse Moer en Kapelle en de Stelhoek. Landgoedwonen wordt alleen toegestaan op bestaande erven/bouwvlakken. Eventueel mag bij sanering van een bestaand erf een nieuw landgoed op een nieuwe locatie worden gerealiseerd. Een landgoed heeft een oppervlakte van minimaal 1,5 ha bos of natuur, waarvan minimaal 80% openbaar toegankelijk is. De volgende voorwaarden worden gehanteerd voor de ontwikkeling van het landgoedwonen: Het landgoedwonen lost een bestaand ruimtelijk kwaliteitsprobleem op of heeft een duidelijke toegevoegde waarde voor natuur, landschap en/of recreatieve gebruiksmogelijkheden Landgoedwonen mag geen nadelige effecten hebben voor landbouw (in vergelijking met een gewone woonfunctie). Naast de woonfunctie kunnen ook nieuwe landgoederen worden gerealiseerd voor verblijfsrecreatie en/of zorg. Nieuwe natuur- en landschapsontwikkeling wordt zorgvuldig afgestemd op en ingepast in de omgeving.

Met betrekking tot de bouwmogelijkheden wordt aangesloten bij het provinciaal beleid uit het Omgevingsplan (maximaal 4.500 m3, bij een oppervlakte van 5 hectare; bij een grotere of kleinere oppervlakte van het landgoed neemt de maximale inhoudsmaat van de bebouwing evenredig toe of af; maximaal 3% van de totale oppervlakte mag bebouwd worden). De voorgenomen ontwikkeling van het landgoed voldoet aan bovenstaande uitgangspunten en voorwaarden. Het ontwikkelen van een landgoed op deze locatie betekent een ruimtelijke kwaliteitsverbetering in de vorm van openbaar toegankelijke natuur, in de nabijheid van de kern Schore. Op de locatie was reeds de ontwikkeling van een landgoed planologisch mogelijk gemaakt. Het gewijzigde besluit sluit beter aan op de de huidige behoefte. Nota Ruimtelijke Kwaliteit De gemeente Kapelle heeft de nota Ruimtelijke Kwaliteit vastgesteld (januari 2016). In deze nota ligt de ontwikkelingslocatie voor het landgoed Schore in het gebied 4.6 Landelijk gebied. Dit gebied is door de gemeente gewaardeerd met het welstandsniveau "bijzonder".

Juust

19

Landgoed en uitbreiding Schore

Het beleid is vooral gericht op een zorgvuldige inpassing, rekening houdend met de landschappelijke uitstraling en de zichtbaarheid van bebouwing over een grote afstand. De situering van de bebouwing op de kavel en de relatie met de openbare weg is hier richtinggevend. In de welstandsnota zijn voor het Landelijk gebied de volgende uitgangspunten opgenomen: Waarborgen van de aanwezige landschappelijke setting. Bij iedere toevoeging of verandering is de bestaande landschappelijke structuur, de karakteristiek van de gebouwen en de detaillering, het kleur- en materiaalgebruik het uitgangspunt. Behouden van de bestaande oriëntatiemogelijkheden en zichtrelaties met het landschap. Bijzondere functies kennen een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Voor deze ontwikkeling zijn twee beeldkwaliteitsplannen opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan voor de landgoederen is reeds door de raad vastsgesteld. Het beeldkwaliteitsplan voor het overige terreindeel is door het college vastgesteld en wordt gelijktijdig met het bestemmingsplan door de raad vastgesteld. De beeldkwaliteitsplannen zijn als bijlage bij de toelichting en regels toegevoegd. Daarnaast is voor de landgoederen een landschappelijke inpassingsplan opgesteld. De terreininrichting van de landhuizen met de bijbehorende bouwmogelijkheden is integraal onderdeel van de ontwerpopgave.

Woonvisie gemeente Kapelle 2017+ De woonvisie is in mei 2017 vastgesteld. De gemeente benoemt hier belangrijke kansen en uitdagingen voor de woningmarkt van Kapelle en daarnaast de ambities en koers op lange termijn. De woonvisie sluit aan bij de ambities uit de structuurvisie; behouden en versterken van dat wat Kapelle definieert, namelijk een aantrekkelijke woon- en leefomgeving. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan het behouden en versterken van een aantrekkelijke woon- en leefomgeving door het realiseren van een mix van woningen bestaande uit levensloopbestendige woningen of reguliere woningen, vrijstaande woningen en landhuizen. De landhuizen voegen een extra woonbeleving toe binnen de gemeente Kapelle. De ontwikkeling past binnen het gemeentelijk beleid.

Juust

20

Landgoed en uitbreiding Schore

Hoofdstuk 4 Kwaliteit leefomgeving 4.1

van

de

Inleiding

Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieubeleid en ruimtelijke ordening. De laatste decennia groeien deze beleidsvelden dan ook naar elkaar toe. De milieukwaliteit vormt een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling wordt dan ook onderzocht welke omgevingsaspecten daarbij een rol (kunnen) spelen. Het is van belang om milieubelastende functies (zoals bepaalde bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden ten opzichte van milieugevoelige functies zoals woningen. Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende situaties moeten voorkomen worden.

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie In Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. In juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt diverse wetten en regels voor behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe Nederland omgaat met roerend cultureel erfgoed, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe Nederland daar toezicht op houdt. Ter plaatse van de Bomenweidelaan geldt de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 2'. Hiervoor geldt dat er geen archeologisch onderzoek nodig is wanneer de bodemingrepen een kleinere oppervlakte beslaan dan 100 m2 en niet dieper reiken dan 30 centimeter. Ter plaatse van het landgoed geldt de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 4'. Hiervoor geldt dat er geen archeologisch onderzoek nodig is wanneer de bodemingrepen een kleinere oppervlakte beslaan dan 250 m2 en niet dieper reiken dan 40 centimeter. Aangezien de vrijstellingswaarden van zowel de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 2' als de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 4' door de ontwikkeling overschreden wordt, is archeologisch onderzoek benodigd.

Omdat het gebied ook is aangegeven als aandachtsgebied voor niet gesprongen explosieven, wordt het uitvoeren van het archeologisch onderzoek uitgesteld tot de fase van het aanvragen van de omgevingsvergunning. De dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 4' wordt in dit bestemmingsplan opgenomen om zodoende de archeologische waarden te waarborgen. Cultuurhistorie Met de Erfgoedwet beschermt de overheid het cultureel erfgoed in Nederland. De Erfgoedwet heeft zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed vervangen waaronder de Monumentenwet 1988. Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het wettelijk verplicht om in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden of monumenten rekening is gehouden. Cultuurhistorisch waardevolle objecten in of in de directe omgeving van het plangebied, waarmee in het plan rekening moet of kan worden gehouden, zijn niet aanwezig. Het aspect 'archeologie en cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor het planologisch mogelijk maken van de voorgenomen ontwikkeling.

Juust

21

Landgoed en uitbreiding Schore

4.3

Bedrijven en milieuzonering

Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Sommige activiteiten die planologisch mogelijk worden gemaakt, veroorzaken milieubelasting voor de omgeving. Andere (gevoelige) functies moeten juist beschermd worden tegen milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Het doel van milieuzonering is om te komen tot een optimale kwaliteit van de leefomgeving. Bij nieuwbouw van woningen dient onderbouwd te worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Beoordeeld moet worden of voldaan wordt aan de richtafstanden van de VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering'. Het plangebied is, gezien de woonbestemmingen en de agrarische bestemmingen in de omgeving, gelegen binnen het omgevingstype 'rustig woongebied' en 'rustig buitengebied'. Relevant in dit geval zijn de boomgaarden aan de Zandweg. De richtafstand tot een boomgaard (SBI2008 011, milieucategorie 2) betreft 30 meter tot het omgevingstype 'rustig woongebied'.

Daarnaast hanteert de Raad van State een indicatieve afstand van 50 meter tussen percelen waar gewasbeschermingsmiddelen worden ingezet en gevoelige (woon)functies om daarmee zoveel mogelijk drift uit te kunnen sluiten. Doordat de boomgaard achter de kavels Zandweg 6 en 8 omgevormd wordt tot natuur en onderdeel wordt van het landgoed, vormt dit perceel geen belemmering meer voor de te realiseren woonkavels. Het meest zuidoostelijk gelegen kavel van de vrijstaande woningen is op een afstand van 50 meter van de boomgaard aan het zuidelijk deel van de Zandweg gesitueerd. Hiermee wordt voldaan aan de afstand van 50 meter die gebruikelijk is om te hanteren en waarbij doorgaans sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Tevens worden tussen dit woonperceel en de boomgaard bomen aangeplant. Zodoende vormt dit een extra buffer ten behoeve van de spuitzone. Ook het landgoedkavel ten zuiden van de vrijstaande woningen is op een afstand van 50 meter van de boomgaard gesitueerd. Ten aanzien van de twee zuidelijke landgoedkavels bedraagt de afstand van de spuitzone binnen het plangebied 25 meter, omdat met de eigenaar van de boomgaard overeen is gekomen dat binnen een zone van 25 meter de bomen in de boomgaard niet bespoten wordt. Een deel van de spuitzone ligt daarmee ook buiten het plangebied.

De landgoedkavels zijn gesitueerd op een afstand van 25 meter tot het bestemmingsvlak van de boomgaard. Ten opzichte van de zuidelijke en oostelijke boomgaarden bedraagt de afstand tot de landgoedkavels meer dan 50 meter. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstand. Nader onderzoek is niet benodigd. In het landschapsplan is voor het noordelijke deel ook een boomgaard voorzien. Dit betreft echter een hoogstamboomgaard die niet bedoeld is voor de productie en in dat kader ook niet bespoten zal worden. Op het perceel Steenweg 23 is een intensieve veehouderij (pluimveehouderij) aanwezig. Voor een pluimveehouderij (milieucategorie 4.1) geldt, conform de VNG-brochure 'Bedrijven- en milieuzonering' een richtafstand van 200 meter. Hierbij is geluid het maatgevend aspect. Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 220 meter. Er wordt voldaan aan de richtafstand. In het wijzigingsplan Landgoed Schore is aangegeven dat voor de landgoedontwikkeling reeds een geuronderzoek is uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat de pluimveehouderij ter hoogte van de destijds beoogde locatie van de woningbouw een geurbelasting heeft van 3,6 ouE /m³. Dit is ruim beneden de grenswaarde van 8 ouE /m³ die de Wet geurhinder en veehouderij aangeeft als beoordelingskader voor geurgevoelige objecten gelegen in het landelijk gebied. De huidige woningbouw is op nagenoeg dezelfde locatie gesitueerd.

Daarnaast is de eigenaar van de pluimveehouderij voornemens twee stallen te vervangen voor stallen met minder geuremissie. Het aspect 'bedrijven- en milieuzonering' vormt geen belemmering voor het planologisch mogelijk maken van de voorgenomen ontwikkeling.

4.4

Bodem

Om het risico uit te sluiten, dat mensen gezondheidsproblemen krijgen als gevolg van een langdurig verblijf op verontreinigde grond, dient aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie.

Juust

22

Landgoed en uitbreiding Schore

De gronden hebben in de huidige situatie de bestemming 'Agrarisch', 'Bos' en 'Groen' en worden gewijzigd in een gevoeligere bestemming. Aangetoond moet worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie. Hiertoe dient een verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd ter plaatse van de woonkavels aan de Boomweidelaan, de drie kavels voor vrijstaande woningen en ter plaatse van het bouwkavel voor het landhuis. Op 9 november 2021 is door ATKB een verkennend bodemonderzoek (Bijlage 5) uitgevoerd ter plaatse van de woonkavels aan de Boomweidelaan. Uit het onderzoek blijkt dat de bodem op de locatie tot de maximale boordiepte bestaat uit klei en veen. De stijghoogte van het grondwater is vastgesteld op 0,75 m-mv. In de bodem zijn bijmengingen met baksteen aangetroffen. Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. In het opgeboorde materiaal is wel (een bijmenging met) bodemvreemd materiaal vastgesteld. Bodemvreemd materiaal (met name puin en ander sloopafval) kan duiden op aanwezigheid van asbest(verontreiniging). Om aan- of afwezigheid van asbest in grond met enige zekerheid vast te stellen, is een onderzoek conform NEN 5707 (grond) of NEN 5897 (puin) altijd noodzakelijk. De behaalde resultaten dienen daarom als indicatief te worden beschouwd. De bijmenging met baksteen maakt de bodem niet asbestverdacht.

In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten molybdeen en lood aangetoond. In de ondergrond zijn licht verhoogde gehalten minerale olie en kobalt aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met barium en xylenen. Nader onderzoek wordt in het kader van de doelstelling van het onderzoek niet noodzakelijk geacht. Uit het verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de vrijstaande woningen (Bijlage 6) blijkt dat de bodem tot de maximale boordiepte bestaat uit klei en veen. De stijghoogte van het grondwater is vastgesteld op 1,0 m-mv. In de bodem zijn bijmengingen met baksteen aangetroffen. Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. In het opgeboorde materiaal is wel (een bijmenging met) bodemvreemd materiaal vastgesteld. Bodemvreemd materiaal (met name puin en ander sloopafval) kan duiden op aanwezigheid van asbest(verontreiniging). Om aan- of afwezigheid van asbest in grond met enige zekerheid vast te stellen, is een onderzoek conform NEN 5707 (grond) of NEN 5897 (puin) altijd noodzakelijk. De behaalde resultaten dienen daarom als indicatief te worden beschouwd. De bijmengingen met enkel baksteen maakt de bodem niet asbestverdacht. In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten zware metalen aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties barium aangetoond.

Nader onderzoek wordt in het kader van de doelstelling van het onderzoek niet noodzakelijk geacht. Uit het verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de bouwkavel voor het landhuis halverwege het landgoed (Bijlage 7) blijkt dat de bodem tot op de maximale boordiepte bestaat uit klei en veen. De stijghoogte van het grondwater is vastgesteld op 1,0 m-mv. In de bodem zijn bijmengingen met grind aangetroffen. Er is in één boring een stukje dakpan aangetroffen. Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. In het opgeboorde materiaal is wel (een bijmenging met) bodemvreemd materiaal vastgesteld. Bodemvreemd materiaal (met name puin en ander sloopafval) kan duiden op aanwezigheid van asbest(verontreiniging). Om aan- of afwezigheid van asbest in grond met enige zekerheid vast te stellen, is een onderzoek conform NEN 5707 (grond) of NEN 5897 (puin) altijd noodzakelijk. De behaalde resultaten dienen daarom als indicatief te worden beschouwd. De bijmengingen met grind maken de bodem niet asbestverdacht. In de bovengrond is een licht verhoogd gehalte PAK aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met nikkel en barium. Nader onderzoek wordt in het kader van de doelstelling van het onderzoek niet noodzakelijk geacht. De overige twee kavels voor de landhuizen zijn grotendeels gesitueerd binnen de geldende woonbestemming.

In het kader van het wijzigingsplan Landgoed Schore is in 2009 reeds een bodemonderzoek uitgevoerd. Aangezien er geen sprake is van een functiewijziging ter plaatse is, in het kader van het bestemmingsplan, een verkennend bodemonderzoek voor deze zuidelijk gelegen landgoedkavels niet nodig.

4.5

Externe veiligheid

De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving door het beheersen van risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen (zoals het gebruik, de opslag, de productie als het transport). Het beleid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met risicobronnen in de omgeving. Kwetsbare objecten (woningen) moeten bij ruimtelijke planvorming beschermd worden tegen externe veiligheidsrisico's. Op een afstand van circa 430 kilometer is het Kanaal door Zuid-Beveland gelegen waarover

Juust

23

Landgoed en uitbreiding Schore

vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De transportroute gevaarlijke stoffen vormt, gezien de grote afstand, geen onaanvaardbaar risico voor de gebruikers van de woonpercelen. Ten zuiden van het plangebied is op een afstand van circa 150 meter een leidingtracé met twee buisleidingen aanwezig (zie afbeelding 5). De maximale PR 10-6 contour van het leidingtracé bedraagt ca. 75 meter. Deze contour ligt op een afstand van 75 meter van het plangebied en loopt daarmee niet over het plangebied. Het plangebied is wel gelegen binnen het invloedsgebied van de hogedruk gasleiding die aanwezig is in het leidingtracé. Vanwege de ligging binnen het invloedsgebied van de hogedruk aardgasleiding is een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Verantwoording groepsrisico leidingtracé Het groepsrisico wordt bepaald door de afstand van woningen tot het leidingtracé, de aanwezigheidsdichtheid in het gebied, de aard van de vervoerde stoffen en de aantallen van de vervoerde stoffen. Aan de hand van de vuistregels uit de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) en het Basisnet Weg is het aannemelijk dat het groepsrisico als gevolg van de hogedruk aardgasleiding ter hoogte van het plangebied onder de waarde 0,1 x OW (oriëntatiewaarde) blijft. Ter plaatse is sprake van een lage personendichtheid.

Omdat de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet wordt overschreden kan worden volstaan met een beknopte verantwoording. In deze verantwoording wordt ingegaan op de aspecten bereikbaarheid, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. In het kader van het wettelijk vooroverleg zal aanvullend advies gevraagd worden aan de Veiligheidsregio. Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten, in hoeverre zij in staat zijn hun taken goed uit te voeren en om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/ adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen, maar ook de brandweerzorgnorm wordt hier onder geschaard. Ten aanzien van de aspecten bereikbaarheid en bluswatervoorziening hanteert de regionale brandweer de richtlijnen zoals beschreven in de NVBR publicatie “Handleiding bluswatervoorziening en bereikbaarheid”. Uit bovengenoemde handreiking volgt dat het plangebied goed bereikbaar moet zijn voor de hulpverleningsdiensten via twee van elkaar onafhankelijke aanvalswegen, waardoor ook in geval van werkzaamheden of calamiteiten het plangebied goed bereikbaar is.

De woningen in het verlengde van de Boomweidelaan worden ontsloten op de Boomweidelaan, de vrijstaande woningen worden via de zuidzijde ontsloten op de Zandweg en de bouwkavels van de landhuizen worden ontsloten via de weg vanaf de Zandweg. De (nood)uitgangen worden voornamelijk van de risicobron (hogedruk aardgasleiding) af gericht. Gelet op bovenstaande zijn de bestrijdbaarheid en bereikbaarheid voor hulpdiensten goed te noemen. De locatie is vanuit zowel de noordwestelijke als vanuit noordoostelijke richtingen via de N289 uitstekend bereikbaar voor hulpdiensten. Zelfredzaamheid Groepen ouderen en kinderen worden gezien als minder zelfredzaam. De ontwikkeling voorziet in de realisatie van een combinatie van levensloopbestendige woningen en/of reguliere woningen, vrijstaande woningen en landhuizen. De levensloopbestendige woningen zijn voornamelijk gericht op ouderen. Het maatgevende scenario voor een aardgasleiding is een fakkelbrandincident. Omdat het hier om een kwetsbare functie gaat, woningen, wordt uitgegaan van een worst-case scenario. Door een beschadiging van een leiding kan gas vrijkomen dat vervolgens ontsteekt en een fakkelbrand vormt. De richting van de fakkel is afhankelijk van het punt waar de brandbare gassen vrijkomen. Het invloedsgebied van een fakkelbrandincident ligt op 75 meter van de leiding.

Het plangebied is niet gelegen binnen de 100% letaliteitsgrens van de hogedruk aardgasleiding. Een fakkelbrand is zichtbaar en hoorbaar voor aanwezige personen. Ontvluchting is mogelijk buiten de 100% letaliteitszone, mits er geen beperkingen zijn ten aanzien van zelfredzaamheid van aanwezigen. De landhuizen kunnen ontvlucht worden in noordoostelijke richting. Aan de westzijde van het plangebied (vrijstaande woningen en levensloopbestendige woningen) bevinden de personen zich reeds in voldoende veiligheid. Het plangebied ligt verder niet binnen de invloedzone van een risicovolle inrichting. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig. Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor het planologisch mogelijk maken van de voorgenomen ontwikkeling.

Juust

24

Landgoed en uitbreiding Schore

Afbeelding 5 | Uitsnede risicokaart (bron: Risicokaart.nl, bewerking: Juust B.V.)

4.6

Geluid

Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Bij ruimtelijke plannen kan akoestisch onderzoek nodig zijn om geluidhinder bij geluidgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) te voorkomen. De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een bestaande geluidbron of indien het plan een nieuwe geluidbron mogelijk maakt. Woningen zijn geluidsgevoelige functies in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh). De locatie is niet gelegen in een zone industrielawaai, of in de nabijheid van spoorwegen. Nader onderzoek naar industrie- en spoorweglawaai is voor deze ontwikkeling daarom niet noodzakelijk. Het plangebied is gelegen aan de Boomweidelaan en de Zandweg. Hier geldt een maximale snelheid van 30 km/uur. Dit soort wegen zijn op basis van de Wgh uitgesloten van akoestisch onderzoek. Hierdoor is geen akoestisch onderzoek benodigd.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient wel te worden aangetoond dat er sprake is van een goed woonen leefklimaat. De Boomweidelaan is geen doorgaande route, maar wordt hoofdzakelijk gebruikt voor bestemmingsverkeer. De uitbreiding ligt daarbij ook nog op het gedeelte waar weinig verkeer zal komen, omdat de woningen van de Boomweidelaan via twee kanten worden ontsloten op de Steenweg. Dit zal leiden tot een geringe verkeersintensiteit wat er voor zal zorgen dat de geluidsbelasting ter plaatse laag is. De Zandweg is een ontsluitingsroute. Ten aanzien van de kavels voor vrijstaande woningen is er tussen deze kavels en de Zandweg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13930078/1