CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-03a D23.287285 ontwerp ruimtelijke onderbouwing Wemeldinge 001083 RO01 ON01 Flexwonen Wemeldinge

Raadsvergadering 30 januari 2024, gemeente KapelleBij agendapunt: Bevestiging verklaring van geen bedenkingen flexwonen Wemeldinge26.250 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Flexwonen Wemeldinge Omgevingsvergunning Ontwerp adviseurs • ingenieurs • openbare ruimte

COLOFON Documentgegevens Titel Projectnummer Datum Status IMRO Gemeente

Flexwonen Wemeldinge 001083 06-06-2023 ontwerp NL.IMRO.0678.001083x-0001 Kapelle

Opdrachtnemer Naam Adresgegevens Auteur(s) Contactgegevens

Juust Goessestraatweg 17A 4421 AD Kapelle Jessica Ocké en Raoul Lobbezoo +31(0)113 405 051

Flexwonen Wemeldinge

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk 1

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3 1.4

Algemeen Plangebied Doel Leeswijzer

4 4 5 5

Hoofdstuk 2

Het project

6

Beschrijving project Juridische regeling

6 9

Beleidskader

11

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

11 12 14 15

Kwaliteit van de leefomgeving

17

Inleiding Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid Geluid Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Natuur Niet gesprongen explosieven Verkeer en parkeren Water Milieu Effect Rapportage Conclusie

17 17 18 18 19 19 19 19 20 21 21 21 24 25

Uitvoerbaarheid

26

Financiële uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

26 26

2.1 2.2

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

Juust

27

Archeologisch vooronderzoek Verkennend bodemonderzoek Stikstofberekening

28 95 164

2

Flexwonen Wemeldinge

Toelichting

Juust

3

Flexwonen Wemeldinge

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Algemeen

Tussen de Prinses Beatrixweg/Spoorlaan en de Oranjeboomstraat in Wemeldinge is een sportveld gesitueerd, tijdens vorstperiodes fungeert het veld tevens als schaatsbaan. Het voornemen is om op deze locatie 24 flexwoningen te plaatsen. In het geldende bestemmingsplan 'Kom Wemeldinge' heeft het plangebied de bestemmingen 'Sport', 'Groen', 'Verkeer' en 'Recreatie - Dagrecreatie'. Het realiseren van woningen is binnen deze bestemmingen niet toegestaan. Hierdoor is de ontwikkeling in strijd met het geldende bestemmingsplan. De wens is om de beoogde ontwikkeling te vergunnen voor een periode van 30 jaar, hierdoor is het niet mogelijk om gebruik te maken van de regeling in het Besluit Omgevingsrecht (Bor) bijlage 2 artikel 4 lid 11 aangezien deze AMvB slechts van toepassing is voor het afwijken voor een periode van 10 jaar. De gemeente Kapelle heeft het plan aangemeld als innovatief experiment bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Op grond van artikel 6 van de Crisis- en Herstelwet is het mogelijk om af te wijken van wettelijke bepalingen zoals opgenomen in de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo).

Ten behoeve van het bevorderen van duurzame en innovatieve toepassingen voor een activiteit waarbij voor een bepaalde termijn toepassing wordt gegeven aan artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo, is het mogelijk om af te wijken van artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a van de Wabo. Het plan is opgenomen in de Regeling van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening tot wijziging en aanvulling van de Regeling uitvoering Crisis- en herstelwet (Regeling uitvoering Crisis- en herstelwet (eenentwintigste tranche)) en is op 11 mei 2023 in werking getreden. De aanvraag moet voorzien worden van een ruimtelijke onderbouwing. Voorliggend document betreft deze ruimtelijke onderbouwing.

1.2

Plangebied

Het plangebied bestaat uit een openbaar sportveld omringd door bossages en is gelegen aan zuidkant van het dorp Wemeldinge, gesitueerd ten zuiden van de Prinses Beatrixweg en ten westen van de Oranjeboomstraat. Het plangebied grenst in het zuiden en zuidwesten aan een volkstuinencomplex. Het park 'Onder de linden' is gelegen naast het volkstuinencomplex. Het plangebied bestaat uit een gedeelte van het kadastrale perceel bekend als Kapelle, sectie F, perceelnummer 1990 en het gehele kadastrale WEM 02, sectie C, perceelnummer 3712, perceel (9870 m2 ) en een klein gedeelte van de kadastrale percelen WEM 02, sectie C, percelen 3944 (circa 400 m2 ) en 4209 (circa 150 m2 ). Het volledige plangebied heeft een oppervlakte van circa 10.420 m².

Juust

4

Flexwonen Wemeldinge

Afbeelding 1 | Luchtfoto met plangrens (bron: Atlas van Zeeland, bewerking Juust)

1.3

Doel

Het doel van deze ruimtelijke onderbouwing is om inzichtelijk te maken dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening en het initiatief niet strijdig is met de relevante wet- en regelgeving. Deze ruimtelijke onderbouwing wordt als bijlage bij de omgevingsvergunning bijgevoegd.

1.4

Leeswijzer

Deze ruimtelijke onderbouwing bestaat, naast dit inleidend hoofdstuk, uit vier hoofdstukken. In hoofdstuk twee wordt het initiatief nader toegelicht. Hoofdstuk drie beschrijft het geldende beleidskader en in hoofdstuk vier worden de verschillende milieuaspecten beoordeeld. Tot slot wordt in hoofdstuk vijf ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

Juust

5

Flexwonen Wemeldinge

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving project

2.1.1

Huidige situatie

Het project

Het plangebied bestaat volledig uit een sportveld omringd door bossages. Er zijn voetbaldoeltjes geplaatst met daarachter een hekwerk van circa 5 meter hoog. Gedurende vorstperiodes kan het sportveld onder water worden gezet en fungeren als schaatsbaan. In de bodem is een zeil geplaatst waardoor het water kan blijven staan, daarnaast is het veld omringd door een dijkje. Verder bestaat het plangebied voor een klein deel uit volkstuinen en een park. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrenst door volkstuinen. Aan de oostzijde wordt het perceel begrensd door woningen aan de Oranjeboomstraat. Ten noorden van het plangebied zijn woningen aan de Prinses Beatrixweg gelegen, met aan de noordwestzijde woonzorgcentrum de Beatrixhof, een praktijkruimte voor fysiotherapie en een kantoorruimte van het Cederhof. Aan de westzijde grenst het plangebied aan volkstuinen en een parkje.

Afbeelding 2 | Huidige situatie plangebied gezien vanuit de Beatrixhof (bron: Frank Bogers)

2.1.2

Toekomstige situatie

Het initiatief ziet op het plaatsen van 24 flexwoningen met bijbehorende infrastructuur en parkeerplaatsen. Beveland Wonen plaatst de woningen, beheert deze en verzorgt de toewijzingen. De flexwoningen zijn bedoeld voor 3 doelgroepen, namelijk starters, spoedzoekers en statushouders. De beoogde verdeling is als volgt: starters bezetten minimaal 50% van de flexwoningen, spoedzoekers 20% en statushouders maximaal 30%. Statushouders zijn asielzoekers die beschikken over een verblijfsvergunning en dus onderdeel gaan uitmaken van de Nederlandse samenleving. Onder spoedzoekers wordt verstaan: 'woningzoekenden die door uitzonderlijke situaties per direct op zoek zijn naar onderdak, zoals bij tijdelijke huisvesting door herstructurering, gedwongen verkoop of personen in echtscheidingen of andere verbroken relaties'.

Juust

6

Flexwonen Wemeldinge

Afbeelding 3 | Schets plangebied (bron: Architecten Alliantie) De flexwoningen worden in twee formaten geplaatst, namelijk de PMC (Product Markt Combinatie) 12 van circa 30m2 en de PMC13 van circa 45m2 . De PMC 12 woningen zijn geschikt voor 1 of 2 personen en bestaan uit een woonkamer/keuken, badkamer en slaapkamer. De PMC 13 woningen zijn geschikt voor maximaal 3 personen en bestaan uit een woonkamer/keuken, badkamer, twee slaapkamers en een berging. De flexwoningen beschikken over een tuin. De buitenbergingen worden geclusterd gesitueerd.

Juust

7

Flexwonen Wemeldinge

Afbeelding 4 | Plattegrond flexwoningen PMC 12 en PMC 13 (bron: Beveland Wonen)

Afbeelding 5 | Impressie PMC 12 (bron: Beveland Wonen)

Juust

8

Flexwonen Wemeldinge

Afbeelding 6 | Impressie PMC 13 (bron: Beveland Wonen) Verkeersontsluiting Het plangebied wordt aan de westzijde ontsloten op de Spoorlaan. De flexwoningen worden aan weerszijden van de weg geplaatst. De flexwoningen zijn te bereiken met de auto voor het afleveren van boodschappen en dergelijke. Parkeren vindt plaats aan de westzijde en de oostzijde van het plangebied, naast de inrit. Aan de oostzijde van het plangebied is een toegangspad voor voetgangers gelegen. Voor de toetsing van de aspecten verkeer en parkeren zie 4.11 Verkeer en parkeren. Tijdelijkheid Het betreft tijdelijke bebouwing voor een periode van 30 jaar. De te verlenen omgevingsvergunning heeft een maximale looptijd van 30 jaar. De mogelijkheid bestaat dat de flexwoningen naar behoefte verplaatst worden binnen de woningbouwregio de Bevelanden.

2.2

Juridische regeling

2.2.1

Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Kom Wemeldinge' van de gemeente Kapelle. Dit bestemmingsplan is op 1 november 2010 door de gemeenteraad vastgesteld. De gronden zijn in dit bestemmingsplan bestemd voor de enkelbestemmingen 'Sport', 'Groen', 'Recreatie - Dagrecreatie' en 'Verkeer'. Voor het gehele plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 1'. Het plangebied valt binnen de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop'. Ter plaatse van de bestemming 'Sport' is een bouwvlak gesitueerd, hier geldt een maximale goothoogte van 3 meter en een maximum bebouwingspercentage van 2%. De gronden met de enkelbestemming 'Recreatie - Dagrecreatie' hebben de functieaanduiding 'volkstuin' (zie afbeelding 7). Het plaatsen van flexwoningen voor een periode van 30 jaar is niet toegestaan, omdat wonen niet is toegestaan binnen de bestemming 'Sport'.

Juust

9

Flexwonen Wemeldinge

Afbeelding 7 | Uitsnede geldend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl, bewerking: Juust)

Juust

10

Flexwonen Wemeldinge

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. In de NOVI wordt aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 de langetermijnvisie in beeld gebracht. Het Rijk wil sturen op de nationale belangen. De inzet van het Rijk is samengevat in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dit houdt in dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en Afwentelen wordt voorkomen. De beleidsdoorwerking van de NOVI vindt plaats door middel van wet- en regelgeving, NOVI-gebieden, Gebiedsagenda's Grote Wateren en de Omgevingsagenda's. Het beleid heeft derhalve geen directe doorwerking voor deze onderbouwing. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Bij alle ruimtelijke plannen streeft het Rijk naar zorgvuldige afwegingen en heldere besluitvorming.

Dit doet het Rijk via het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het Bro is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen (artikel 3.1.6). De Ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De Ladder luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het wijzigingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Toetsing aan de ladder is volgens artikel 5.20 van het Besluit omgevingsrecht niet alleen nodig voor bestemmingsplannen maar ook voor omgevingsvergunningen die worden verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In dit geval is er geen sprake van een wijziging van het bestemmingsplan, maar wordt wel artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 van de Wabo toegepast. Een toetsing aan de ladder is dus benodigd. In welke gevallen er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is niet concreet vastgelegd.

Op het gebied van woningbouw geeft jurisprudentie een constante lijn aan. Bouwplannen met ten hoogste 11 woningen zijn geen stedelijke ontwikkeling. Voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 24 tijdelijke flexwoningen. Er is sprake van een stedelijke ontwikkeling. De vraag die vervolgens moet worden beantwoord is: is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Beoordeeld moet worden of er sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologisch regime aanwezig was. In de huidige situatie is er geen bebouwing aanwezig. Het

Juust

11

Flexwonen Wemeldinge

bebouwd oppervlak van de toekomstige situatie zal toenemen ten opzichte van de huidige situatie. Er kan dus gesproken worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De behoefte moet in het kader van de ladder nader getoetst worden. In paragraaf 3.3 Regionaal beleid wordt nader ingegaan op de behoefte, daaruit blijkt dat er voldoende behoefte is aan flexwoningen in de gemeente Kapelle. Daarnaast ligt de locatie binnen bestaand stedelijk gebied. Het plan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Zeeland De Provincie Zeeland heeft de Zeeuwse Omgevingsvisie op 21 november 2021 vastgesteld. Deze visie benoemd de vier Zeeuwse ambities voor 2050 voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in de provincie Zeeland. Deze sluiten aan bij de prioriteiten van de NOVI en geven daar een Zeeuwse invulling aan. De Zeeuwse ambities geven richting aan al het provinciale beleid en de uitvoering daarvan. Deze ambities zijn: Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland. Balans in de grote wateren en het landelijk gebied. Een duurzame en innovatieve economie. Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland. Deze vier Zeeuwse ambities vragen om een goede afweging van keuzes, zowel op regionaal als op lokaal niveau. De drie afwegingsprincipes die het Rijk daarvoor heeft bedacht -zoals aangegeven in de NOVI- zijn in de Omgevingsvisie vertaald naar vier afwegingsfactoren. Deze zijn nodig om een zorgvuldige afweging te kunnen maken bij concrete initiatieven en activiteiten in Zeeland. Deze afwegingsfactoren zijn: Doe meer met minder grond. Werk samen en deel kosten en baten. Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten. Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld. De vier ambities zijn algemene strategische ambities met 2050 als horizon. Deze moeten ook richting geven aan beleidsdoelstellingen voor de kortere termijn (2030).

In de Omgevingsvisie Zeeland is dan ook het beleid voor de periode tot 2030 vormgegeven. Dit beleid is onderverdeeld in doelen voor 2030, de huidige situatie, acties voor de periode tot 2030 én afwegingsfactoren voor de uitvoering. Er zijn 27 thema's (bouwstenen) uitgewerkt waarbij het beleid voor de komende 10 jaar is weergegeven en waarvoor instrumenten, waaronder de Zeeuwse Omgevingsverordening, kunnen worden ingezet. In de Zeeuwse Omgevingsverordening, welke nog vastgesteld moet worden, is het beleid uit de Zeeuwse Omgevingsvisie verankerd. Het onderhavige bouwplan sluit aan op de ambities uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland. Het plan past binnen bouwsteen Woningvoorraad omdat het voorziet in een kwalitatief en kwantitatief passende ontwikkeling. De Omgevingsvisie staat vaststelling van het plan niet in de weg. Omgevingsverordening Zeeland 2018 De Omgevingsverordening Zeeland 2018 gaat net als het Omgevingsplan ook over de fysieke leefomgeving van de provincie. Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen is vooral hoofdstuk 2 welke gaat over het ruimtelijk domein van belang. Er zijn in de omgevingsverordening geen specifieke regels opgenomen die dit plan raken. De hierboven genoemde provinciale beleidsdocumenten staan de vaststelling van het plan niet in de weg.

Zeeuwse Woonagenda De Zeeuwse Woonagenda is een gezamenlijke leidraad van de Zeeuwse gemeenten en de Provincie Zeeland om de woonopgaven aan te pakken. Hierin zijn ambities en actielijnen geformuleerd die aansluiten bij de visie op wonen en passen binnen de integrale aanpak voor de toekomstige woningvoorraad. De visie op wonen is als volgt geformuleerd: "In 2040 hebben we in Zeeland een

Juust

12

Flexwonen Wemeldinge

toekomstbestendige woningvoorraad die in kwaliteit en kwantiteit 100% aansluit bij de vraag". De ambities vloeien voort uit de belangrijkste opgaven en dienen als richtlijn voor actie. Het gaat om: 1. 2. 3.

Een toekomstbestendige woningvoorraad Kwalitatief complementaire woningbouw Innovatieve en fexibele woonvormen

De ambities zijn verder uitgewerkt en voorzien van concrete actielijnen. In die actielijnen werken gemeenten en provincie vanuit een concreet stappenplan aan acties richting de gestelde doelen. Deze ambities en actielijnen hangen sterk met elkaar samen en laten zich het best vertalen in een schematische afbeelding. Zie afbeelding 8.

Afbeelding 8 | Schematische afbeelding ambities en actielijnen (bron: Zeeuwse Woonagenda) Het plan past binnen de Zeeuwse Woonagenda omdat het voorziet in innovatieve en flexibele woonvormen die kwalitatief goed aansluiten bij de bestaande vraag naar woningen voor starters, spoedzoekers en statushouders. Zeeuwse Woondeal Het Rijk heeft de provincies en gemeenten gevraagd om met woningbouwplannen te komen in de vorm van zogenaamde woondeals. Die woondeals geven regionale invulling aan de nationale woningbouwambities. De Zeeuwse Woondeal is de uitwerking van het provinciale bod dat in 2022 is vormgegeven in afstemming met de Zeeuwse gemeenten. De woondeal is 6 maart 2023 ondertekend door de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en vertegenwoordigers namens de colleges van GS en B&W van de Zeeuwse gemeenten. De hoofdlijnen van de Woondeal Zeeland zijn als volgt: streven naar 16.500 extra woningen in Zeeland in de periode t/m 2030; het streven is 2/3e van die woningen in de categorie ‘betaalbaar’ te realiseren; elke gemeente neemt een eerlijk deel van de regionale opgave op zich; de gemeente Kapelle heeft een aandeel van 700 woningen. Om de behoefte en ambitie van het aantal flexwoningen in beeld te brengen heeft de werkgroep Flexwonen van de Zeeuwse woonagenda een behoefteonderzoek laten doen naar flexwonen, specifiek spoedzoekers, starters en statushouders.

Op basis van alle vraag en aanbodgegevens hebben diverse gesprekken plaatsgevonden met gemeenten, corporaties en marktpartijen. Tijdens deze gesprekken is het realiteitsgehalte van de nieuwbouwplannen besproken, en onder welke voorwaarden het realistisch is. Uit het 'Onderzoek flexwonen voor Zeeuwse starters' uitgevoerd door STEC blijkt dat er in Zeeland behoefte is aan 275 tot 375 flexwoningen voor spoedzoekers en 190 tot 420 flexwoningen voor statushouders. De behoefte voor flexwonen voor starters op de Bevelanden tussen de 70 en 95 woningen ligt. In de gemeente Kapelle worden er in de eerste fase 51 flexwoningen geplaatst, waarvan 27 in Kapelle en 24 in Wemeldinge.

Juust

13

Flexwonen Wemeldinge

Om de woningmarkt toegankelijk te maken voor starters en jongeren worden in de regio De Bevelanden flexwoningen in het sociaal huursegment gerealiseerd. Uitgangspunt is dat circa 50% van de te plaatsen flexwoningen beschikbaar wordt gesteld aan woningzoekenden tot 35 jaar die voor het eerst zelfstandig een woning betrekken. De taakstelling bepaalt de omvang van de te huisvesten statushouders. Statushouders worden opgevangen in de reguliere woningen en aangevuld met flexwoningen. Elke gemeente in de regio De Bevelanden huisvest op grond van de Zeeuwse afspraken asielketen alleenstaande minderjarige. De Bevelandse gemeenten willen de woningvoorraad voorzien van een flexibele schil en realiseren daarvoor in de periode 2023-2028 450 flexwoningen in de regio, met name bedoeld voor starters, jongeren, statushouders, vluchtelingen en andere 'spoedzoekers'. Het voorgenomen plan maakt onderdeel uit van de 450 flexwoningen zoals is opgenomen in de Zeeuwse Woondeal. Het plan komt voort uit het beleid en sluit daarmee aan op de vraag en behoeftes binnen de provincie, regio en gemeente.

3.3

Regionaal beleid

Regionale woningmarktafspraken Sinds 2013 maken de vijf gemeenten op De Bevelanden afspraken over het wonen in de regio. In de vorm van de Agenda Wonen in De Bevelanden 2025 zijn afspraken vastgelegd over woningbouw en inhoudelijke zaken ten aanzien van het wonen, zoals herstructurering, wonen en zorg, huisvesting van arbeidsmigranten en prestatieafspraken met de woningcorporaties. In 2020 zijn de woningmarktafspraken geactualiseerd in de 'Woningmarktafspraken De Bevelanden 2020-2030'. De basis voor deze woningmarktafspraken is de Woonvisie De Bevelanden 2019-2023, hierin is een visie opgenomen op het wonen in de regio. Deze visie is vertaald naar een aantal algemene, ruimtelijke en programmatische uitgangspunten. Van toepassing op voorgenomen ontwikkeling is het ruimtelijk uitgangspunt 'inbreiden voor uitbreiden'. Uitbreiding is alleen mogelijk als inbreiden niet wenselijk en/of mogelijk is en er wel aantoonbaar behoefte is. Voor woningen die door nieuwbouw aan de woningvoorraad worden toegevoegd geldt dat deze zoveel mogelijk levensbestendig (nultreden) en aanpasbaar aan de woonvoorkeur van meerdere doelgroepen moet zijn. Het plan voorziet in 24 flexwoningen. Het plan zet hierdoor in op het toevoegen van passend product voor meerdere doelgroepen (starters, spoedzoekers en statushouders) en is tevens aan te merken als een binnenstedelijk inbreidingsproject.

Het plan voldoet hiermee aan de woningmarktafspraken. Regionale Woonvisie 2019 Met de Regionale Woonvisie De Bevelanden 2019 - 2023 beogen de vijf Bevelandse gemeenten inzicht te geven in de gezamenlijke missie en ambities van de regiogemeenten op het gebied van het wonen (oktober 2019). De visie is een parapluvisie voor verdere uitwerking in lokaal beleid. De Regionale Woonvisie bevat de volgende missie: 'Wij willen een aantrekkelijke regio zijn waar men graag woont, met een regionaal passend, duurzaam en toekomstbestendig woningaanbod'. Vanuit deze missie zijn de volgende vijf ambities geformuleerd: 1. 2.

3.

4.

5.

Juust

De Bevelanden zet in op een duurzame en toekomstbestendige woningvoorraad. De Bevelanden heeft forse ambities op het gebied van duurzaamheid. In de woningvoorraad kan nog veel energie bespaard worden. De Bevelanden voor iedereen. De regio De Bevelanden wil een complete regio zijn, met een passend woningaanbod voor jong en oud, rijk en arm, kleine en grote huishoudens, met en zonder ondersteuning, permanent en tijdelijk. De Bevelanden zet alleen in op nieuwbouw die echt iets toevoegt. De Bevelanden streeft naar evenwicht in vraag en aanbod op de woningmarkt. De verwachte huishoudensgroei is de belangrijkste onderlegger voor het regionale woningbouwprogramma. De Bevelanden benut het bestaande. De Bevelanden streeft naar een toekomstbestendige woningvoorraad. Dit betekent continu investeren in onderhoud, aanpasbaarheid en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Naast de focus op vastgoed zal er ook aandacht moeten zijn voor de aanpak van sociale problematiek en de kwaliteit van de openbare ruimte. De Bevelanden zorgt. Regio De Bevelanden wil een zorgzame regio zijn, waar vraag en aanbod naar wonen

14

Flexwonen Wemeldinge

met zorg in balans zijn, ook voor de meest kwetsbare groepen. Hierbij ziet de regio kansen voor innovatieve vormen van wonen met zorg die de diversiteit aan woonmilieus voor regionale woningmarkt als geheel zullen vergroten. Het plan levert een bijdrage aan de ambities voor duurzame en toekomstbestendige woningen te realiseren. Ook voorziet het plan in een woningaanbod voor meerdere doelgroepen, zoals starters, spoedzoekers en statushouders. Het is een woonvorm die momenteel nog niet wordt aangeboden binnen de gemeente Kapelle en is daarmee een waardevolle toevoeging aan de bestaande woningvoorraad.

3.4

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie 2012-2030 Op 26 maart 2013 is door de gemeenteraad van de gemeente Kapelle de Structuurvisie 2012-2030 vastgesteld. De Structuurvisie bevat de gemeentelijke visie op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente met als hoofddoel behoud en verdere ontwikkeling van een aantrekkelijke gemeente Kapelle. De gemeentelijke ambities zijn gericht op: behoud en versterking van de (in de visie benoemde) kernkwaliteiten; ruimte voor kwaliteit (het juiste initiatief op de juiste plaats). Op de structuurvisiekaart is het plangebied aangewezen als 'Behoud en versterking woon- en leefklimaat kernen'.

Afbeelding 9| Structuurvisiekaart gemeente Kapelle

Juust

15

Flexwonen Wemeldinge

Hierover is het volgende gemeld: Het beleid is gericht op het ontwikkelen van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad en leefomgeving.Waar nodig wordt de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad en woonomgeving verbeterd in een planmatige aanpak, met oog voor de samenhang van de verschillende aspecten van de leefomgeving. Er zijn op dit moment geen grote herstructureringsopgaven, wel zullen kleinschalige ingrepen in het huurwoningenbestand en de openbare ruimte nodig zijn (beheer bestaande woongebieden). De gemeente stelt zich tot taak om ruimte te bieden voor de realisatie van voldoende geschikte woningen voor de bevolkingsontwikkeling van de gemeente. Bij woningbouwinitiatieven wordt ingezet op levensloopbestendig en duurzaam en energiezuinig bouwen. Een goede onderlinge afstemming (fasering) tussen de verschillende woningbouwinitiatieven (uitbreiding en inbreiding) is nodig, zowel uit het oogpunt van het aantal woningen (kwantitatief) als wat betreft de verdeling van de woningtypen (kwalitatief). Naast de uitbreidingslocaties zullen ook inbreidingslocaties worden benut, waarbij er voor gewaakt wordt dat structureel groen behouden blijft. Het behoud en de versterking van structureel groen krijgt aandacht in een daartoe op te stellen beleidsplan.

Het plaatsen van de flexwoningen op het perceel aan de Prinses Beatrixweg past binnen de structuurvisie zoals hierboven beschreven. Er is sprake van een inbreidingslocatie die wordt benut, met woningen die aansluiten op de kwalitatieve en kwantitatieve vraag.

Juust

16

Flexwonen Wemeldinge

Hoofdstuk 4 Kwaliteit leefomgeving 4.1

van

de

Inleiding

Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieubeleid en ruimtelijke ordening. De laatste decennia groeien deze beleidsvelden dan ook naar elkaar toe. De milieukwaliteit vormt een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling wordt dan ook onderzocht welke milieuaspecten daarbij een rol (kunnen) spelen. Het is van belang om milieubelastende functies (zoals bepaalde bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden ten opzichte van milieugevoelige functies zoals woningen. Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende situaties moeten voorkomen worden.

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

In Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. In juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt diverse wetten en regels voor behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe Nederland omgaat met roerend cultureel erfgoed, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe Nederland daar toezicht op houdt. Archeologie Op het perceel ligt, conform het bestemmingsplan 'Kom Wemeldinge' (2010), de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie - 1’. Archeologisch onderzoek is nodig wanneer een bouwwerk en de fundering dieper komen te liggen dan 30 cm beneden maaiveld en/of een oppervlakte betreft van meer dan 100 m². In april 2023 heeft Artefact! archeologisch onderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied (zie bijlage 1). Dit onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek waarbij een gespecificeerd verwachtingsmodel werd opgesteld voor het plangebied. Op basis van de resultaten kan gesteld worden dat: Het plangebied gelegen is op een getij-inversierug. De geulafzettingen maken onderdeel uit van het Laagpakket van Walcheren.

De geulafzettingen tot een diepte van 30,0 meter beneden maaiveld kunnen reiken en het ondergelegem veen, de afzettingen van het Laagpakket van Wormer volledig hebben geerodeerd alsook de top van het Pleistoceen dekzand. Binnen het plangebied geen verwachting geldt op het voorkomen van vindplaatsen uit het Paleolithicum tot en met de Romeinse Tijd. Er een middelhoge kans bestaat op de aanwezigheid van resten uit de Vroege en Late Middeleeuwen, maar daarentegen een lage uit de Nieuwe Tijd. Dit model is vervolgens getoetst door het uitvoeren van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen. Tijdens de verkennende fase werden de landschappelijke vormeenheden bepaald met als doel kansarme zones uit te sluiten en kansrijke zones aan te duiden voor eventuele volgende vormen van onderzoek. Dit heeft geleid tot de volgende resultaten: Binnen het gehele plangebied diepreikende geulafzettingen van het Laagpakket van Walcheren voorkomen waarvan de top tot minimaal 0,45 m.mv is vergraven ten behoeve van de aanleg van de sportvelden. Er geldt geen verwachting voor het Paleolithicum tot en met de Romeinse Tijd, aangezien de afzettingen van het Laagpakket van Wormer en het Hollandveen zijn weggeslagen door de jonge getijdengeul. Er een lage verwachting geldt voor de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd.

Juust

17

Flexwonen Wemeldinge

Op basis van de resultaten van het onderzoek kan worden geconcludeerd dat de archeologische waarde van het plangebied in voldoende mate is vastgesteld en archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. Ondanks dat er geen vervolgonderzoek is geadviseerd, bestaat er een wettelijke meldingsplicht ex. artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit 2016, indien eventuele archeologische sporen en vondsten aan het licht komen tijdens de uitvoeringsfase van de graaf- en inrichtingswerkzaamheden. Cultuurhistorie In of in de nabijheid van het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle objecten gesitueerd.

4.3

Bedrijven en milieuzonering

Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Sommige activiteiten die planologisch mogelijk worden gemaakt, veroorzaken milieubelasting voor de omgeving. Andere (gevoelige) functies moeten juist beschermd worden tegen milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Het doel van milieuzonering is om te komen tot een optimale kwaliteit van de leefomgeving. Om te beoordelen of de afstanden tussen de milieubelastende activiteit en de milieugevoelige functies acceptabel is, kan worden aangesloten bij de richtafstanden zoals opgenomen in de VNG-handreiking 'Bedrijven en milieuzonering'. Er is sprake van rustig woongebied zoals is omschreven in de VNG handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’. In de onderstaande opsomming zijn de relevante bedrijven en inrichtingen die in de nabijheid van het plangebied zijn gelegen benoemd. Voor een woonzorgcentrum geldt een richtafstand van 10 meter, het maatgevend aspect hiervoor is geluid. Met een afstand van 12 meter tot de flexwoningen wordt er voldaan aan de richtafstand.

Voor een praktijkruimte voor fysiotherapie geldt een richtafstand van 10 meter, het maatgevend aspect hiervoor is geluid. Met een afstand van 15 meter tot de flexwoningen wordt er voldaan aan de richtafstand. Voor een basisschool geldt een richtafstand van 30 meter, het maatgevend aspect hiervoor is geluid. Met een afstand van 60 meter tot de flexwoningen wordt er voldaan aan de richtafstand. Gelet op bovenstaande kan geconcludeerd worden dat er wordt voldaan aan de richtafstanden. Het aspect bedrijven- en milieuzonering vormt op basis van het bovenstaande geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.4

Bodem

Om het risico uit te sluiten, dat mensen gezondheidsproblemen krijgen als gevolg van een langdurig verblijf op verontreinigde grond, dient aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie. In maart-april 2023 is door ABO-Milieuconsult B.V. een vooronderzoek en een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5725 en NEN 5740 uitgevoerd (zie bijlage 2). Op basis van de onderzoeksresultaten wordt het volgende geconcludeerd: De boven- en de ondergrond tot 2,2 m -mv (maximale boordiepte) bestaat uit klei met in de diepere bodemlagen zand. In het grondwater uit peilbuis 1a geen van de geanalyseerde parameters verhoogd aangetoond ten opzichte van de streefwaarde. De hypothese "De onderzoekslocatie is verdacht" dient op basis van de resultaten aangenomen te worden. De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de aanvraag voor de omgevingsvergunning activiteit bouwen en de voorgenomen (nieuw) bouwplannen. Aanbevolen wordt om bij graafwerkzaamheden vrijkomende grond zo veel mogelijk op de locatie te verwerken. Indien in het kader van de nieuwbouw grond

Juust

18

Flexwonen Wemeldinge

moet worden afgevoerd moet rekening gehouden worden met het volgende: In het onderhavige rapport is geen onderzoek naar PFAS en/of GenX gedaan. Voor toepassingen van grond buiten de gemeente Kapelle gelden mogelijk andere beleidsregels, benodigde bewijsmiddelen en/of milieuhygiënische verklaringen (zoals een partijkeuring met AP04 onderzoek). Voldaan moet worden aan het Besluit bodemkwaliteit. Voor de ontwikkeling wordt uitgegaan van een gesloten grondbalans.

4.5

Externe veiligheid

De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving door het beheersen van risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen (zoals het gebruik, de opslag, de productie als het transport). Het beleid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met risicobronnen in de omgeving. In het plangebied of in de directe omgeving zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig. Het plangebied ligt op een afstand van circa 1 kilometer van het kanaal door Zuid-Beveland. Dit kanaal is een verbinding tussen de Oosterschelde en de Westerschelde en behoort tot het Basisnet water voor binnenvaartroutes. De contour voor het plaatsgebonden risico ligt op de grens van het kanaal en ligt daarom op voldoende afstand van het plangebied. Dit aspect vormt daarom geen belemmering voor het voorgenomen plan.

4.6

Geluid

Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Bij ruimtelijke plannen kan akoestisch onderzoek nodig zijn om geluidhinder bij geluidgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) te voorkomen. De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. De locatie ligt binnen een geluidzone van wegen zoals die bedoeld zijn in de Wet geluidhinder, namelijk binnen 250 meter van het Paardeweegje (60km/u). Op basis van jurisprudentie moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening aannemelijk worden gemaakt dat sprake is van een aanvaardbaar geluidniveau. Het plangebied is gelegen op 230 meter afstand van het Paardeweegje, een doodlopende weg van 3 meter breed. Door de combinatie van een doodlopende weg met lage verkeersintensiteit, reeds aanwezige bebouwing tussen de weg en het plangebied en de ruime afstand tot het plangebied (230 meter) vormt het aspect geluid geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.7

Kabels en leidingen

In het bestemmingsplan worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben, of van belang zijn in het kader van externe veiligheid, beheer of gezondheidsrisico. Voor deze kabels en leidingen geldt een waarborgzone omdat deze wellicht een risico met zich meebrengen. Het gaat hier met name om een verhoogd risico als ze bij werkzaamheden worden geraakt. In of in de nabijheid van het plangebied liggen geen planologisch relevante kabels en/of leidingen.

4.8

Luchtkwaliteit

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met luchtkwaliteit. Als het een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit betreft, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is, is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig. Beoordeeld moet worden of de ontwikkeling 'Niet In Betekende Mate' (NIBM) bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht. Als een project tot een toename voor NO2 en PM10 leidt die lager is dan de NIBM grens van 1,2 µg/m3 hoeft het project niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Vanzelfsprekend moet er wel sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. In de regeling NIBM is aangegeven, dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen en één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

Juust

19

Flexwonen Wemeldinge

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de toename aan NO2 en PM10 inzichtelijk gemaakt aan de hand van de NIBM tool. In paragraaf 4.11 is de verkeersgeneratie van het project inzichtelijk gemaakt. Deze wordt geschat op gemiddeld 135 motorvoertuigen per etmaal. De NIBM tool laat zien dat deze verkeerstoename niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

Afbeelding 13 | NIBM-tool (bron: Infomil) Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.9

Natuur

De Wet natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. De beschermde flora en fauna mag niet worden verstoord, verjaagd of worden gedood. Voorafgaand aan een ontwikkeling moet worden onderzocht of er beschermde dieren- of plantensoorten in het plangebied leven. Gebiedsbescherming Het plangebied is gelegen op circa 600 meter van het Natura 2000-gebied 'Oosterschelde', op een afstand van circa 2 kilometer tot het Natura 2000-gebied 'Yerseke en Kapelse Moer' en op circa 3,6 kilometer van het Natura 2000-gebied 'Westerschelde en Saeftinghe'. De ontwikkeling betreft de realisatie van 24 flexwoningen. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling op enige afstand van beschermde Natura 2000-gebieden plaatsvindt worden geen negatieve effecten als gevolg van externe werking (middels visuele verstoring en verstoring door productie van geluid, trilling en licht) verwacht. Voor dit plan is de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden berekend (Bijlage 3). De uitkomst is dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/j. Het project heeft daarmee geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Er is geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig, er geldt ook geen 'aanhaakplicht' in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning.

Soortenbescherming Nieuwe ontwikkelingen kunnen effect hebben op beschermde gebieden en beschermde soorten (dieren en planten). Het plangebied is in gebruik als sportveld en uit een recente luchtfoto (2022) blijkt dat het plangebied wordt onderhouden. Voor zover bekend worden er geen bomen gekapt of watergangen gedempt, wel wordt er een gedeelte van de huidige bossage verwijderd. Deze bossage wordt gedurende regulier onderhoud van de gemeente ook regelmatig bijgehouden. Een quickscan Wet natuurbescherming is om deze reden niet benodigd.

Juust

20

Flexwonen Wemeldinge

4.10

Niet gesprongen explosieven

In de Tweede Wereldoorlog is in Zeeland veel gevochten. Doordat tijdens de gevechten niet alle munitie is ontploft zijn er tot op de dag van vandaag blindgangers in de bodem te vinden. De Provincie Zeeland heeft een kaart ontwikkeld waarop te zien is waar gevochten is en waar een grote kans is om blindgangers in de bodem aan te treffen. Als er op verdachte locaties werkzaamheden gepland staan, moet men eerst op zoek naar de mogelijke explosieven. Het aspect NGE vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling, omdat het plangebied reeds na-oorlogs is geroerd met het aanleggen van het bodemzeil.

4.11

Verkeer en parkeren

Een goede ontsluiting en voldoende parkeerfaciliteiten zijn belangrijk voor een goed functionerende ontwikkeling. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de gevolgen van het plan op de verkeerssituatie in de omgeving, de verkeersgeneratie, de ontsluiting en de wijze waarop voldoende parkeergelegenheid in het plan is gewaarborgd. Parkeren De gemeente Kapelle beschikt niet over een eigen parkeerbeleid. De parkeerbehoefte kan worden bepaald op basis van de parkeerkencijfers van het CROW (publicatie 381). In dit geval is er sprake van een locatie waarbij de stedelijkheidsgraad 'weinig stedelijk' is. De locatie ligt in een gebied dat aangemerkt kan worden als 'rest bebouwde kom'. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte kan aansluiting worden gevonden bij de categorie 'kamerverhuur, zelfstandig (niet-studenten)'. In het voorliggende plan zijn 2 (type PMC12) of 3 (type PMC 13) bewoners per woning mogelijk. De bandbreedte voor kamerverhuur ligt tussen 0,6 en 0,8 parkeerplaatsen per woning. Gelet op de aanwezigheid van de PMC 13 woningen wordt uitgegaan van de bovengrens van de bandbreedte, namelijk 0,8 parkeerplaatsen per woning inclusief bezoekersparkeren. Indien we uitgaan van 0,8 parkeerplaatsen per woning dan zijn er voor het plan 19 (afgerond) parkeerplaatsen nodig. Het plan voorziet in 19 parkeerplaatsen en voorziet daarmee in voldoende parkeerplaatsen.

Verkeersgeneratie en ontsluiting Voor het berekenen van de verkeersgeneratie is eveneens uitgegaan van de kenmerken 'weinig stedelijk' en 'rest bebouwde kom'. De verkeersgeneratie bedraagt tussen 1,8 en 2,4 voertuigbewegingen per woning per etmaal. Ook hier wordt om de redenen zoals benoemd onder parkeren uitgegaan van de bovengrens van de bandbreedte, namelijk 2,4. De totale verkeersgeneratie voor het plangebied komt daarmee op 58 voertuigbewegingen per etmaal. Het verkeer wordt ontsloten op de Biezelingseweg.

4.12

Water

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen. In het plan worden nieuwe bouwwerken gerealiseerd. Zie onderstaand tabel voor de verdere uitwerking van de watertoets. Thema en water(beheer)doelstelling Uitwerking Veiligheid waterkeringen Het plangebied lig niet in en niet in de nabijheid van Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening een waterkering. houden met de daarvoor benodigde ruimte.

Juust

21

Flexwonen Wemeldinge

Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

Door de ontwikkeling zal meer dakoppervlak worden gerealiseerd. In de huidige situatie is het plangebied onbebouwd. In de bodem is een zeil aanwezig, dit is ten behoeve van het vasthouden van water voor de schaatsbaan. Dit zeil heeft een oppervlakte van 4600 m2 en komt te vervallen met het plaatsen van de flexwoningen. In de nieuwe situatie zal er naar verwachting 1014m2 aan dakoppervlak en 870 m2 aan dichte bodemverharding aanwezig zijn. In totaal wordt er 1884m² aan verhard oppervlakte toegevoegd en komt er 4600m2 aan bodemverharding (dicht zeil) te vervallen. Er is sprake van een afname van 2.716m2 aan dakoppervlak en dichte bodemverharding. Watercompensatie is niet benodigd.

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Afvoer van afvalwater zal gebeuren middels een Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ aansluiting op een persleiding riolering, deze zal RWZI's en van de (gemeentelijke) rioleringen. aangelegd worden in het plangebied. Hemelwater kan Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in binnen het plangebied opgevangen worden en verband met de reductie van hydraulische belasting van infiltreren in de bodem. de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.

Juust

22

Flexwonen Wemeldinge

Grondwaterkwantiteit en verdroging De ontwikkeling voorziet niet in het onttrekken van Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast grondwater. Er wordt eventuele grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen voorkomen door het realiseren van de waterberging. van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden. Grondwaterkwaliteit De grondwaterkwaliteit zal als gevolg van de Behoud of realisatie van een goede ontwikkeling niet verslechteren. Er worden duurzame, grondwaterkwaliteit. Denk aan niet uitloogbare materialen toegepast. grondwaterbeschermingsgebieden. Oppervlaktewaterkwaliteit Er zijn geen nadelige gevolgen voor de waterkwaliteit Behoud of realisatie van goede te verwachten. oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren. Volksgezondheid De ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en volksgezondheid. plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via o.a. de daarvoor benodigde ruimte. Bodemdaling Er zal geen bodemdaling optreden als gevolg van de Voorkomen van maatregelen die (extra) voorgenomen ontwikkeling. maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.

Natte natuur Met de gewenste ontwikkeling worden waardevolle Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en wateren en natte natuur niet aangetast. natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. Onderhoud oppervlaktewater Rekening wordt gehouden met de regels van de Keur Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden voor wat betreft de ruimte en bereikbaarheid voor worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken van de waterlopen rondom het onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande plangebied. (hout)beplanting. Anderer belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.

Juust

Het waterschap is waterbeheerder. In het ontwerp is rekening gehouden met obstakelvrije en goed toegankelijke onderhoudsstroken voor al het oppervlaktewater.

23

Flexwonen Wemeldinge

Wegen in beheer bij het waterschap Niet van toepassing, de Spoorlaan en Prinses (alleen invullen voor zover van toepassing) Beatrixweg vallen onder beheer van de gemeente * in de bouwfase: Kapelle. Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen? * na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer? *na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plan kunnen bereiken. Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? * na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? * na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).

4.13

Milieu Effect Rapportage

In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de drempelwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling. In onderdeel D van het Besluit m.e.r. is de activiteit 'stedelijk ontwikkelingsproject' opgenomen met een drempelwaarde van 100 hectare of 2.000 of meer woningen.

Onderhavige ontwikkeling betreft een stedelijk ontwikkelingsproject en daarmee een activiteit die voorkomt in Bijlage D van het Besluit m.e.r. De ontwikkeling ligt ruim onder de drempelwaarde. De activiteit genoemd in onderdeel 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r betreft: "De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen." Een 'formele' besluit-m.e.r.-beoordeling is dan vereist, indien sprake is van een van de aangewezen besluiten in kolom 4 van de bijlage bij het Besluit m.e.r en indien sprake is van een geval zoals opgenomen in kolom 2. Voor categorie D.11.2 is sprake van een dergelijk geval indien de activiteit betrekking heeft op 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer betreft. Onderhavige ontwikkeling betreft geen stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in bovengenoemde activiteit. Gelet op de schaal, tijdelijkheid en locatie van de ontwikkeling kan er gesteld worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Een vormvrije m.e.r-beoordeling is niet noodzakelijk.

Juust

24

Flexwonen Wemeldinge

4.14

Conclusie

De milieu- en andere sectorale aspecten ten aanzien van het onderhavige plan zijn onderzocht en hierboven toegelicht. Deze aspecten vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Planologische medewerking aan het initiatief ligt dan ook in de rede.

Juust

25

Flexwonen Wemeldinge

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Financiële uitvoerbaarheid

Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs. In dit geval is er sprake van een bouwplan. Met de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten. Hierin is vastgelegd dat de gemeente de locatie bouwrijp maakt en dat de woningcorporatie de woningen realiseert en toewijst. De economische uitvoerbaarheid is daarmee aangetoond. De gemeente is zelf initiatiefnemer en draagt daarmee de risico's.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Bewonersbijeenkomsten Op 1 maart 2023 is er een bewonersbijeenkomst georganiseerd. De omwonenden en geïnteresseerden werden meegenomen in de ontwikkeling van het project. Er is toelichting gegeven op het plan en er was mogelijkheid om vragen te stellen of opmerkingen te geven. In het proces om te komen tot een omgevingsvergunning wordt er nog een informatieavond georganiseerd. Procedure PM

Juust

26

Flexwonen Wemeldinge

Bijlagen bij toelichting

Juust

27

Flexwonen Wemeldinge

Bijlage 1 Archeologisch vooronderzoek

Juust

28

Flexwonen Wemeldinge

ARTEFACT! RAPPORT 784

Wemeldinge Prinses Beatrixweg Gemeente Kapelle Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen

S. Depuydt F.M.J. Delporte

Colofon Titel

Wemeldinge Prinses Beatrixweg. Gemeente Kapelle. Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen

Auteur(s)

S. Depuydt en F.M.J Delporte

Artefact rapport

AR784

Status rapport

Concept Voorliggend conceptrapport moet ter beoordeling en goedkeuring voorgelegd worden aan de bevoegde overheid.

Datum

11 april 2023

Projectcode

2023ART39

Projectleider veldwerk

Drs. J.E.M. Wattenberghe (Senior KNA Prospector)

Projectmedewerker(s)

Drs. F.G.R. D’hondt (Senior KNA Prospector)

ISSN

2213 7424

Autorisatie

Naam

Drs. J.E.M. Wattenberghe (Senior KNA Prospector)

Paraaf

Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed B.V. Riemensstraat 9 4543 BW Zaamslag T 0115 851614 E info@artefact‐info.nl W www.artefact‐info.nl

© Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed B.V., 2023 Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van het hierin verwoorde advies. Alle figuren zijn vervaardigd door de auteur(s) tenzij anders vermeld.

ARTEFACT RAPPORT 784

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

Inhoud Samenvatting ............................................................................................................................................................. 4 Administratieve Gegevens ...........................................................................................................................................5

1

Inleiding ........................................................................................................................... 7 1.1 Aanleiding van het onderzoek ..................................................................................................................... 7 1.2 Doel van het onderzoek en onderzoeksvragen............................................................................................. 8 1.3 Wettelijk kader en beleid ........................................................................................................................... 10 1.4 Plangebied en planvorming ....................................................................................................................... 11

2

Archeologisch bureauonderzoek....................................................................................... 12 2.1 Methoden .................................................................................................................................................. 12 2.2 Landschap en geologie .............................................................................................................................. 13 2.2.1

Landschappelijke ontwikkeling ..................................................................................................... 13

2.2.2

Aardkundige waarden .................................................................................................................. 16

2.3 Historie...................................................................................................................................................... 22 2.3.1

Historisch‐geografische ontwikkeling .......................................................................................... 22

2.3.2

Verstoringsgeschiedenis ............................................................................................................... 32

2.4 Archeologische waarden ........................................................................................................................... 33 2.5 Bouw‐ en cultuurhistorische waarden ........................................................................................................ 44 2.6 Archeologisch verwachtingsmodel ............................................................................................................ 45

3

Inventariserend veldonderzoek ........................................................................................ 47 3.1 Methoden .................................................................................................................................................. 47 3.2 Geologie en bodem ...................................................................................................................................49 3.3 Archeologie ...............................................................................................................................................49

4

Conclusie en advies ......................................................................................................... 50 4.1 Conclusie: beantwoording onderzoeksvragen ........................................................................................... 50 4.2 Advies ....................................................................................................................................................... 50

Lijst met figuren ........................................................................................................................................................52 Bronnen..................................................................................................................................................................... 53

Bijlage 1

AMZ‐cyclus

Bijlage 2

Verklarende woordenlijst en afkortingen

Bijlage 3

Tijdstabel

Bijlage 4

Inrichtingsschets

Bijlage 5

Boorstaten

3

ARTEFACT RAPPORT 784

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

Samenvatting Juust heeft het voornemen om de bestaande sportterreinen in te richten met 20 flexwoningen. In het kader van de hiertoe benodigde bestemmingsplanwijziging heeft Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed in opdracht van Juust een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek bestond in eerste instantie uit een bureauonderzoek waarbij een gespecificeerd verwachtingsmodel werd opgesteld voor het plangebied. Op basis van de resultaten kan gesteld worden dat:  Het plangebied gelegen is op een getij‐inversierug. De geulafzettingen maken onderdeel uit van het Laagpakket van Walcheren.  De geulafzettingen tot een diepte van 30,0 meter beneden maaiveld kunnen reiken en het ondergelegen veen, de afzettingen van het Laagpakket van Wormer volledig hebben geërodeerd alsook de top van het Pleistoceen dekzand..  Binnen het plangebied geen verwachting geldt op het voorkomen van vindplaatsen uit het Paleolithicum tot en met de Romeinse Tijd.  Er een middelhoge kans bestaat op de aanwezigheid van resten uit de Vroege en Late Middeleeuwen, maar daarentegen een lage uit de Nieuwe Tijd. Dit model is vervolgens getoetst door het uitvoeren van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen.

Tijdens de verkennende fase werden de landschappelijke vormeenheden bepaald met als doel kansarme zones uit te sluiten en kansrijke zones aan te duiden voor eventuele volgende vormen van onderzoek. Dit heeft geleid tot de volgende resultaten:  Binnen het gehele plangebied diepreikende geulafzettingen van het Laagpakket van Walcheren voorkomen waarvan de top tot minimaal 0,45 m‐mv is vergraven ten behoeve van de aanleg van de sportvelden.  Er geldt geen verwachting voor het Paleolithicum tot en met de Romeinse Tijd, aangezien de afzettingen van het Laagpakket van Wormer en het Hollandveen zijn weggeslagen door de jonge getijdengeul.  Er een lage verwachting geldt voor de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Op basis van de resultaten van het onderzoek kan worden geconcludeerd dat:  De archeologische waarde van het plangebied in voldoende mate is vastgesteld.  Archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. Op basis van het voorliggend onderzoek is het niet nodig in het nieuwe bestemminsplan een dubbelbestemming waarde archeologie op te nemen. Ondanks dat er geen vervolgonderzoek is geadviseerd, bestaat er een wettelijke meldingsplicht ex. artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit 2016, indien eventuele archeologische sporen en vondsten aan het licht komen tijdens de uitvoeringsfase van de graaf‐ en inrichtingswerkzaamheden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13726090/1