CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-03a D23.287285 ontwerp ruimtelijke onderbouwing Wemeldinge 001083 RO01 ON01 Flexwonen Wemeldinge

Raadsvergadering 30 januari 2024, gemeente KapelleBij agendapunt: Bevestiging verklaring van geen bedenkingen flexwonen Wemeldinge26.250 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Archeologisch bureauonderzoek met controleboringen Westelijke Kanaalweg 77 (2011). Niet ‐rapportplichtig.

9

2185967100

ArcheoMedia

Archeologisch booronderzoek Zwaakseweg 9 te Wemeldinge (2008). De verwachte natuurlijke bodemopbouw is intact en mogelijk op een deel van de onderzoekslocatie in het recente verleden opgehoogd. De zandige afzettingen van de getijdengeul bevinden zich op een diepte van 0,4 tot 1,1 m ‐mv, daarboven ligt een kleilaag die is afgezet nadat de geul is verland. Er zijn in de boringen geen archeologische indicatoren aangetroffen. De resultaten van het bureauonderzoek en

34

ARTEFACT RAPPORT 784

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

het inventariserende veldonderzoek geven geen aanleiding tot aan‐ passingen in de voorgenomen bouwplannen op de onderzoeks‐ locatie. 10

4014468100

Artefact!

Archeologisch bureauonderzoek Wemeldinge Paardeweegje 3 (2016). Tot maximale boordiepte uitsluitend zandige geulafzettingen aangetroffen. Bodem bovenin verstoord tot maximaal 1,15m‐mv door bioturbatie. Geen cultuurlagen en archeologische indicatoren aangetroffen. Geen vervolgonderzoek aanbevolen.

11

2462240100

Artefact!

Archeologisch bureau‐ en booronderzoek (2013). Er zijn 4 boringen verricht tot een diepte van 2,7 m ‐mv (1,47 m ‐NAP). De bodemopbouw bestaat uit een bouwvoor met daaronder afzettingen van het Laagpakket van Walcheren. Deze zandige geulafzettingen (top vanaf 0,25 m ‐mv/ 1,02 m +NAP) bevatten kleilaagjes, roestvlekken en wat schelpmateriaal. In enkele boringen is ook verspoeld veengruis of organisch materiaal aangetroffen. In boringen 2, 3, 4 lag er onder de bouwvoor een ophooglaag met een dikte van circa 45 cm. Dit pakket is echter recent van aard. Er zijn geen archeologische indicatoren gevonden. Door de aanwezigheid van een inversierug bestaat er geen verwachting voor het laat‐paleolithicum tot de vroege middeleeuwen. Daarnaast geldt er een lage verwachting voor de vroege middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Het plangebied is gelegen op een terrein dat tot in de 20e eeuw in gebruik was als landbouwgrond. Vervolgonderzoek werd daarom ook niet noodzakelijk geacht.

12

2216705100

SOB Research

Archeologisch bureau‐ en booronderzoek (2008). In totaal werden verspreid over het plangebied 19 boringen geplaatst tot een diepte van maximaal 2 m ‐mv. De bodemopbouw bestaat uit en circa 65 cm dik verstoord pakket en daaronder bevonden zich diep reikende geulafzettingen van Duinkerke IIIa (= Laagpakket van Walcheren). Archeologische indicatoren in de vorm van aardewerk, puinbrokjes en ‐spikkels zijn voornamelijk in de bovenste lagen aangetroffen, maar de puinspikkels komen ook voor in de top van geulafzettingen. Het aardewerk komt enkel uit de bouwvoor en dateert uit de late nieuwe tijd. De scherven worden gerelateerd aan landbewerking en ‐ bemesting, aangezien er volgens de bronnen destijds geen bebouwing binnen het gebied aanwezig was. Geconcludeerd kan worden dat er binnen het plangebied een lage kans geldt op het aantreffen van archeologische resten uit de late middeleeuwen en vroege nieuwe tijd. De bodem in het zuidelijke deel, waar een boomgaard heeft gestaan, zou deels verstoord kunnen zijn. Er geldt tevens een lage verwachting voor sporen uit de prehistorie, Romeinse tijd, vroege middeleeuwen en late nieuwe tijd. Er werd dan ook geen verder vervolgonderzoek geadviseerd.

13

2464866100

Artefact!

Archeologisch bureau‐ en booronderzoek (2015). In totaal zijn er 8 boringen gezet tot maximaal 3 m ‐mv. Het plangebied zelf werd opgedeeld in een noordelijk deel (deelgebied 1) en een zuidelijk deel (deelgebied 2). In het eerste gebied is een circa 20 cm dikke bouwvoor aangeboord met daaronder Duinkerke IIIa geulafzettingen (= Laagpakket van Walcheren). Enkel in boring 3 is onder de bouwvoor een pakket sterk siltig zand waargenomen die is geïnterpreteerd als een oude akkerlaag. In boring 4 is onder de opgebracht grond wellicht de vulling van een kuil aangeboord (tot 1,4 m ‐mv/ 0,91 m ‐NAP) met puinbrokjes, houtresten en steenkeel. Vermoedelijk subrecent van 35

ARTEFACT RAPPORT 784

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

datum. In deelgebied 2 kon een gelijkaardige bodemopbouw worden vastgesteld, bestaande uit bouwvoor en geulafzettingen. Echter is hier onder de bouwvoor een heterogeen kleipakket herkend met plantenresten en puinspikkels. Deze laag heeft een dikte van minimaal 40 cm en is als ophooglaag beschreven omdat dit gebied lager ligt. Tijdens het onderzoek is een scherf aardewerk uit de nieuwe tijd gevonden en wat puinbrokjes en baksteenfragmenten. Allen in de bouwvoor of ophooglaag. Aan de hand van het veldonderzoek is er geen verwachting op het aantreffen van vindplaatsen ouder dan de late middeleeuwen. Een hoge verwachting voor de late middeleeuwen en/of nieuwe tijd kon enkel worden vastgesteld in deelgebied 1. Vervolgonderzoek werd dus enkel aanbevolen in deze zone. 14

2250288100

SOB Research

Archeologisch bureau‐ en booronderzoek (2009). Aanleiding van het onderzoek vormde de aanleg van een nieuw riool. Wat het veldonderzoek betreft, zijn er in totaal 6 boringen gezet tot een diepte tussen 2,25 en 4 m ‐mv. Uit deze boringen kwam naar voren dat er verschillende ophooglagen gelegen zijn op de natuurlijke geulafzettingen van Duinkerke IIIa (Laagpakket van Walcheren). Het ophoogpakket heeft een dikte tussen de 0,85 en 1,4 m. De bovenste laag bestaat uit schoon subrecent bouwzand met daaronder kleiigere lagen. Het aardewerk dat is verzameld is hoofdzakelijk afkomstig uit het ophoogpakket en dateert tussen de late middeleeuwen B en de late nieuwe tijd. De top van de inversierug bevindt zich op een diepte tussen 0,56 en 0,9 m ‐NAP in boring 1, in boring 5 zijn de geulafzettingen pas vanaf 2,64 m ‐NAP aangetroffen. Hier zou mogelijk een gedempte sloot kunnen liggen waaruit o.a. baksteenfragmenten van IJsselstenen tevoorschijn kwamen. Uit het Laagpakket van Walcheren zijn wat fragmentjes bot en een scherfje Paffrath aangeboord. Sporen van fosfaat komen verspreid voor in boringen 5 en 6 tussen 0,25 en 1,8 m ‐mv. Tenslotte kwam men in boring 6 op een diepte vanaf 1,27 m ‐mv een laag baksteen tegen. Mogelijk resten van een fundering of een puinlaag.

Aan de hand van het booronderzoek heeft men kunnen concluderen dat er een hoge kans is voor het aantreffen van archeologische waarden uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd en er een lage en geen verwachting geldt voor de prehistorie, Romeinse tijd (het Hollandveen en de afzettingen van het Laagpakket van Wormer zijn namelijk weggeslagen) en vroege middeleeuwen. Het advies was dan ook vervolgonderzoek.

2259514100

SOB Research

Proefsleuvenonderzoek en archeologische begeleiding (2010) als vervolgonderzoek op het hierboven besproken booronderzoek. Er is een proefsleuf gegraven van 19 m lang en 2 m breed. De bodemopbouw bestaat er onder de bestrating uit een laag bouwzand met daaronder een kleiige bewerkte laag van 40 tot 50 cm dikte op de zwak kleiige zandafzettingen van Duinkerke IIIa (Laagpakket van Walcheren, top tussen 0,3 en 0,5 m ‐mv/ 0,4 en 0,1 m +NAP). In het zuidelijk deel van de put is een deel van een dichtgeslibde restgeul aangetroffen. In het vlak kwamen de resten van een kelder tevoorschijn (tussen 0,38 en 1,34 m ‐mv/ 0,53 m +NAP en 0,43 m ‐NAP) waarvan de muren met bakstenen zijn opgebouwd uit verschillende periodes: 14e tot in de 18e eeuw. Mogelijk is hier sprake van hergebruikte materialen. De kelder komt overeen met bebouwing in dit gebied op een kaart uit het midden van de 18e eeuw. Ten noorden van de kelder is op de geulafzettingen een heterogeen pakket

36

ARTEFACT RAPPORT 784

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

waargenomen van donker bruingrijze matig humeuze klei met inclusies van puinbrokjes en ‐spikkels. Deze laag wordt in verbinding gebracht met een voormalig erf. Ten zuiden en noorden van de proefsleuf heeft een archeologische begeleiding plaatsgevonden van civiele graafwerkzaamheden. Het onder begeleiding vergraven gebied heeft een lengte van 23 m ten zuiden van de proefsleuf en ten noorden ervan over een lengte van 5 m. De breedte van de sleuf was circa 1 m. De bodemopbouw betreft net als in de proefsleuf bouwzand op een heterogene ophooglaag op de natuurlijke geulafzettingen. Ook hier zijn restanten van de dichtgeslibde restgeul in een profielkolom gedocumenteerd. Het enige aangetroffen archeologische spoor betreft een dierbegraving van een rund. 15

2473265100

Artefact!

Archeologisch bureau‐ en booronderzoek (2015). Voor het onderzoek werden in totaal 5 boringen verricht tot een diepte van 2,5 m ‐mv. Uit de boringen is naar voren gekomen dat de bodem bestaat uit verschillende cultuurlagen die dateren in de late middeleeuwen en nieuwe tijd. In twee boringen ligt hier bovenop nog een recent verrommelde laag tot max. 0,5 m ‐mv (0,07 m +NAP). Onder de cultuurlagen werd de intacte top van het Laagpakket van Walcheren geconstateerd (vanaf 1,55 m ‐mv/ 0,75 m ‐NAP). Bij één boring is men op 0,15 m ‐mv (0,61 m +NAP) gestuit op ondoordringbaar puin. Aan de hand van het bureauonderzoek in combinatie met het veldwerk kon een hoge verwachting worden gesteld voor de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Er geldt geen verwachting voor vindplaatsen die ouder zijn dan deze periode. Indien dieper zou worden gegraven dan 0,5 m ‐mv, werd er vervolgonderzoek geadviseerd.

4026180100

SOB Research

Proefsleuvenonderzoek (2017) als vervolgonderzoek op het hierboven besproken booronderzoek. Er is een proefsleuf aangelegd van 12 bij 3 m en tot een diepte van circa 0,9 m ‐mv (0,15 m ‐NAP). Onder de graszoden is een puinlaag waargenomen van 0,4 m dikte. Deze heeft een recente datering, daar het gebied tot 1995 heeft gediend als een puindepot. Hieronder kwam een zandige ophooglaag tevoorschijn die eveneens recent van aard is (top tussen 0,45 en 0,62 m ‐mv). Uit dit pakket zijn scherven aardewerk verzameld uit de late middeleeuwen tot in de late nieuwe tijd. Er werden geen archeologische sporen aangetroffen.

16

2428107100

BAAC

Archeologisch bureauonderzoek. Vervolgonderzoek aanbevolen, bij sloop en aanleg van de bouwput.

17

2053093100

RAAP

Archeologisch bureau‐ en booronderzoek (2004). In totaal zijn 10 boringen gezet tot een diepte van 2,3 m ‐mv. De bodemopbouw bestaat uit een subrecente verstoorde laag op een ophooglaag op de natuurlijk afzettingen van de kreekrug. Het ophoogpakket bestaat uit een donker bruingrijze zandlaag die tot een diepte van 1,75 m ‐mv reikt. Hierin zijn houtskoolfragmenten, bot, puin, mosselresten, fosfaat en aardewerk gevonden. Het aardewerk kan worden gedateerd tussen de late middeleeuwen en nieuwe tijd. De natuurlijke geulafzettingen bevatten eveneens een zandige textuur, grijs van kleur met inclusies van schelpen. In zes boringen is men gestuit op ondoordringbaar puin vanaf circa 0,3 m ‐mv. Enkel in 1 van deze boringen is puin verzameld, dit puin dateert uit de late middeleeuwen/ nieuwe tijd. Er bestaat dan ook enkel een verwachting voor deze

37

ARTEFACT RAPPORT 784

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

periode. Vervolgonderzoek in de vorm van een archeologische begeleiding of proefsleuvenonderzoek is geadviseerd. 2065779100

2219898100

ADC Archeoprojecten

Proefsleuvenonderzoek (2005). Vervolgonderzoek op het hierboven beschreven bureau‐ en booronderzoek. Er zijn twee proefsleuven gegraven met een lengte van 16,7 en 27,3 m en een breedte variërend tussen de 2,2 en 4,2 m. In put 1 zijn kuilen, greppels en een waterput uit de late middeleeuwen aangetroffen. Uit de nieuwe tijd dateren een waterput, paalkuilen en een greppel of ophooglaag. De sporen worden doorsneden door een recente greppel en deze is vervolgens weer afgedekt met een ophoogpakket. Ook in de tweede werkput zijn archeologische sporen gedocumenteerd. Drie greppels stammen mogelijk uit de late middeleeuwen of nieuwe tijd. De overige sporen dateren vanaf de eerste helft van de 19e eeuw (greppels, tonput, puinlagen). De sporen kunnen gelinkt worden aan bewoningssporen, waarschijnlijk van boerenerven. Enkele greppels konden gelinkt worden aan een pad dat liep richting de Dorpsstraat. De diepteligging van de sporen is circa 0,8 tot 1 m ‐mv.

SOB Research Archeologische begeleiding (2010) als vervolgonderzoek op de hierboven vermelde vooronderzoeken. Het bovenste pakket in de bodem wordt gevormd door een 70 tot 80 cm (circa 0,2 m ‐NAP) dikke ophooglaag van bruingrijze zwak zandige klei met veel puinresten, aardewerk, hout, bot, oesters, mossels en enkele fosfaatvlekken. Het vondstmateriaal uit deze laag dateert uitsluitend uit de 19e eeuw. Daaronder is een heterogeen zandpakket aangetroffen die onderdeel zou hebben uitgemaakt van de geulafzettingen. Ook hierin zijn archeologische indicatoren aangetroffen in de vorm van puinbrokjes en aardewerkscherven, maar ook met inclusies van schelpen. In totaal zijn er vier sporen gedocumenteerd: de vulling van een sloot of greppel, een mogelijke (paal)kuil, een deel van een verharde weg en een puinzone die wellicht onderdeel van deze weg is geweest. Deze laatste drie sporen kwamen pas onder het ophoogpakket tevoorschijn en dateren aan de hand van vondstmateriaal uit de late middeleeuwen B – midden nieuwe tijd. De sloot/greppel was daarentegen ingegraven in de ophooglaag en stamt uit een jongere tijd.

18

4739427100 4740244100

Artefact!

Archeologisch bureau‐ en booronderzoek Zuidelijke Achterweg 2D (2019). Onder de bestrating bevindt zich tot ca. 0,75 m‐mv een egalisatielaag‐puinpakket van sub‐recente datum. Daaronder bevindt zich de geroerde/gebioturbeerde top van het laagpakket van Walcheren, die geleidelijk over gaat in natuurlijke geulafzettingen. Geen cultuurlagen noch archeologische indicatoren. Geen vervolg‐ onderzoek noodzakelijk.

38

ARTEFACT RAPPORT 784

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

Figuur 17 Onderzoeken en vondstlocaties in de omgeving van het plangebied. Gegevens ontleend aan Archis 3. Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors 2022.

In onderstaande tabel worden zeven vondstlocaties kort besproken die in Archis bekend zijn in een straal van 500 m rond het plangebied. De nummers in de linker kolom corresponderen met de blauwe nummers op figuur 17. Nr.

Vondst locatie

Datering

Aard van de vondsten

19

1077434

MELB‐NTL

Hoort bij het bureau‐ en booronderzoek van nummer 4. De twee roodbakkende aardewerkscherven zijn aangetroffen in een ‘vuile’ laag die wellicht in verband staat met een aanwezige greppel of kuil.

20

1114710

‐

Hoort bij het bureau‐ en booronderzoek van nummer 13. Er zijn echter geen vondsten of sporen aangetroffen.

21

1164681

MEL

Op 26 juni 2018 verrichtte de SCEZ archeologische waarnemingen in een bouwput langs de Brouwerijweg te Wemeldinge, na een vondstmelding van archeologische sporen. In het vlak van de bouwput waren 5 paalkuilen en twee greppels zichtbaar. De 5 paalkuilen vormden samen een pentagram waaruit kan worden geconcludeerd dat het de sporen van een middeleeuwse hooimijt zou kunnen betreffen. Vergelijkbare sporen zijn aangetroffen in Noord‐ Brabant, maar waren in Zeeland tot nu toe onbekend. De in Noord‐Brabant opgegraven hooimijten dateren uit de twaalfde/dertiende eeuw. Een deel van een kringvormige greppel bevond zich in de nabijheid van de vermeende hooimijt en zou een huisgreppel kunnen zijn. In het vlak van de bouwput is 1 grijs aardewerkfragment aangetroffen.

39

ARTEFACT RAPPORT 784

22

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

1090188

MELA‐NTL

Hoort bij het bureau‐ en booronderzoek van nummer 14. Het meeste materiaal dat is gevonden is afkomstig uit een dik ophoogpakket. Dit bevatte onder andere bot, baksteen, pijpaarde en aardewerk (industrieel wit en roodbakkend). Een scherfje Paffrath is echter vroeger te plaatsen en is aangetroffen in de geulafzettingen. Dit is als verspoeld materiaal te beschouwen.

1092037

NTV‐NTM

Hoort bij het proefsleuvenonderzoek van nummer 14. De vondstlocatie bestaat uit verschillende funderingen van een kelder uit de nieuwe tijd.

1092038

MEL‐NT

Hoort bij de archeologische begeleiding van nummer 14. Er zijn verschillende aardewerkscherven en een dierbegraving aangetroffen in de geulafzettingen. Het dierlijk bot is afkomstig van een rund. Het aardewerk dateert uit de late middeleeuwen tot in de nieuwe tijd.

1086569

MEL‐NT

Tijdens het booronderzoek werd een ophoogpakket in de bodem geconstateerd die gelinkt kan worden aan de dam waarop de Dorpsstraat is ontstaan. Het vondstmateriaal dat hieruit is verzameld bestaat uit houtskool, baksteen en aardewerk (o.a. Paffrath, roodbakkend, blauwgrijs).

1094281

NTV‐NTL

Ondanks dat er geen bewoningssporen zijn aangetroffen tijdens het onderzoek, kunnen de scherven roodbakkend worden gelinkt aan afgebroken woningen die hier voorheen hebben gestaan aan de Dorpsstraat.

24

1102226

MEL‐NT

Hoort bij het bureau‐ en booronderzoek van nummer 15. In de boringen zijn verschillende cultuurlagen vastgesteld die stammen uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Eén boring is gestuit op ondoordringbaar puin. Hiervan is een baksteenfragment meegenomen daterend uit de nieuwe tijd.

25

1076374

MELB‐NTL

Hoort bij het bureau‐ en booronderzoek van nummer 17. Hier zijn een baksteenfragment gevonden en verschillende aardewerkscherven: roodbakkend, grijsbakkend en witbakkend. Deze kunnen mogelijk gelinkt worden aan bewoningssporen uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd.

1081335

MELB‐NTL

Hoort bij het proefsleuvenonderzoek van nummer 17. In de werkputten zijn archeologische sporen aangetroffen in de vorm van greppels, waterputten, puinlagen, ophooglagen en (paal)kuilen daterend uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Het vondstmateriaal bestaat met name uit aardewerk: steengoed, witbakkend, roodbakkend, grijsbakkend, fayence en majolica. De sporen kunnen vermoedelijk gelinkt worden aan boerenerven die langs een weg hebben gelegen die naar de Dorpsstraat leidde.

1087757

MELB‐NTM

Hoort bij de archeologische begeleiding van nummer 17. Tijdens dit onderzoek zijn eveneens sporen van bewoning aangetroffen. Deze bestaan uit een greppel of sloot, een weg, een (paal)kuil en een puinzone. Er zijn roodbakkende scherven gevonden van o.a. een grape, een deel van een majolicabord en een enkele baksteenfragment.

23

1088544

NTM‐NTL

Dit betreft een vondstmelding uit 2008. Tijdens de sloop van de 20e‐eeuwse schuur zijn funderingen van een 18e‐eeuwse voorganger waargenomen. Hierbij zijn verschillende baksteenvondsten verzameld uit de midden tot late nieuwe tijd.

Samenvattend blijkt uit bovenstaande informatie dat het plangebied is gelegen op een inversierug waarbij het onderliggende Hollandveen en de afzettingen van het Laagpakket van Wormer (grotendeels) zijn geërodeerd. Veel archeologisch graafwerk is in de onmiddellijke omgeving nog niet uitgevoerd. Eerder uitgevoerde archeologische gravende onderzoeken betreffen uitsluitend kleine onderzoeken binnen het AMK‐terrein aan en nabij de Dorpsstraat.

40

ARTEFACT RAPPORT 784

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

Hierbij zijn bewoningssporen uit de late Middeleeuwen en Nieuwe tijd aangetroffen. Het plangebied heeft tot in de 20ste eeuw deel uitgemaakt van het agrarische landschap rondom de oude kern van Wemeldinge. Bij verschillende vooronderzoeken in de omgeving van het plangebied zijn geen archeologische resten aangetroffen anders dan de vaststelling van een cultuurlaag (ontstaan bij landbewerking en ‐gebruik). Overige meldingen Navraag bij het Zeeuws Archeologisch Depot (mail helpdesk archeologie d.d. 30 maart 2023) heeft geen aanvullende informatie opgeleverd t.a.v. het plangebied. Luchtfotoanalyse In het kader van dit onderzoek zijn meerdere luchtfoto’s geraadpleegd: luchtfoto’s uit 1944 (Universiteit Wageningen), 1959, 1970, 2003 en satellietfoto’s uit 2005 en 2007 t/m 2022 (Atlas van Zeeland). Met name luchtfoto’s van onverharde en onbebouwde terrein kunnen aan de hand van herkenbare soil‐ en of cropmarks aanwijzingen geven voor de aanwezigheid van mogelijke archeologisch vindplaatsen in de bodem. Op de luchtfoto uit 1944 (figuur 18) is de situatie van het plangebied te zien ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Een groot deel van het plangebied was nog in gebruik als boomgaard. De vele bomen op de foto verhinderen het waarnemen van eventuele soil‐ of cropmarks.

Figuur 18 Luchtfoto van 13 september 1944. Bron: WUR library ID 301066.

Vanaf eind jaren ’50 worden meer en meer landbouwgronden in de omgeving van het plangebied meegezogen in de verstedelijking van het dorp en verdwijnen uiteindelijk geheel uit het dorpsbeeld. Op een luchtfoto uit 1959 is het aantal bomen binnen het plangebied aanzienlijk verminderd. Onmiddellijk ten zuiden het plangebied lijkt daarentegen een boomgaard te zijn aangeplant. Ten noorden van het plangebied is de ruilverkaveling aan de Prinses Beatrixweg een feit. 41

ARTEFACT RAPPORT 784

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

Figuur 19 Projectie van het plangebied op luchtfoto uit 1959. Bron: Geoloket Atlas van Zeeland.

Vanaf eind jaren ‘70 wordt de landbouwfunctie van het terrein uiteindelijk opgegeven en worden de terreinen in gebruik genomen als sportterreinen van Wemeldinge (figuur 20). Dit is zo tot op heden.

42

ARTEFACT RAPPORT 784

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

Figuur 20 Projectie van het plangebied op luchtfoto uit 2022. Bron: Geoloket Atlas van Zeeland.

43

ARTEFACT RAPPORT 784

2.5

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

Bouw‐ en cultuurhistorische waarden

Bouw‐ en cultuurhistorische waarden Om vast te stellen of binnen, of direct grenzend aan, het plangebied waardevolle bouwhistorische of cultuurhistorische elementen voorkomen, is het Geoloket Cultuurhistorie van de provincie Zeeland geraadpleegd. Hieruit blijkt dat zulke elementen binnen het plangebied niet voorkomen. Op ca. 250 m ten noorden van het plangebied bevinden zich langs de Dorpsstraat wel verschillende huizen die als rijksmonument zijn aangewezen, deze maken deel uit van het historische dorpsaanzicht (nummer 23491‐23493, 23495‐23505 en 508050). Op ca. 50 m ten westen van het plangebied bevinden zich twee gemeentelijke monumenten in de Chezeeweg, het betreft twee fraaie boerderijtjes. In de onmiddellijke omgeving van het plangebied komen geen dijken voor. Op iets ruimere afstand bevindt zich de Dorpstraat (de dam uit de 12de eeuw). Aan de oostelijke zijde van de Dorpstraat ligt de Oude Zeedijk die rond 1331 is aangelegd en in het verlengde ligt van de Dorpstraat (‐dam). Deze vormde tevens de zuidelijke grens van de Polder tussen Schoudee en de Lo (Polre inter Scoudee et den Lode). Tijdens de vloed van 1404 is de Oude Zeedijk echter onherstelbaar beschadigd waarna deze niet meer is heraangelegd. Ten noorden van de Bierstraat bevinden zich de Binnendijk (aangelegd tussen 1175 en 1250).

Deze vormde de noordelijke begrenzing van de Polder tussen Schoudee en de Lo en maakte ook deel uit van de bedijking van de Stromzandepolder. Deze dijk sluit in het oosten aan op de Niewendijk, een dijk die aangelegd is tussen 1600 en 1625 als onderdeel van een inlaagdijk tussen de Snoodijkpolder en de Brede Watering Bewesten Yerseke. Militair erfgoed De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) geeft een overzicht van de (verwachte) ligging van resten van ondergronds en bovengronds militair erfgoed (vooralsnog enkel uit de Tweede Wereldoorlog). Raadpleging van de kaart leert dat binnen het plangebied en in de omgeving ervan geen gekende relicten gelegen zijn en dat het gebied ook geen deel uitmaakt van een Operatieterrein.

44

ARTEFACT RAPPORT 784

2.6

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

Archeologisch verwachtingsmodel

Op basis van de in eerdere paragrafen beschreven informatie over de huidige situatie, de aardwetenschappelijke, de historische situatie en bekende archeologische waarden kan een specifieke archeologische verwachting worden opgesteld. Indien tijdens het bureauonderzoek geen argumenten werden aangetroffen die toelaten de verwachting voor dit laagpakket omhoog of omlaag bij te stellen (zoals bijvoorbeeld bekende vindplaatsen in de omgeving, erosieve werking van geulensystemen of diep reikende verstoringen) wordt de verwachting zoals opgenomen op de gemeentelijke Maatregelen in Lagen‐kaarten overgenomen. Enkel perioden met een middelhoge of hoge verwachting zijn in het onderstaande verwachtingsmodel van een verwachtingstabellen voorzien. Volgens de beschikbare geologische informatie (paragraaf 2.2) situeert het plangebied zich op een hoger gelegen inversierug, welke deel uitmaakt van het jong getijdenlandschap van het Laagpakket van Walcheren. De kreekbedding die de basis vormt voor deze rug heeft in het verleden het Hollandveen en de afzettingen van het Laagpakket van Wormer volledig weggeslagen, zoals ook kon worden aangetoond aan de hand van DINO‐boringen en archeologisch onderzoek in de nabije omgeving van het plangebied. De diep reikende geulafzettingen liggen direct op afzettingen van de Formatie van Waalre.

Er geldt dus, overeenkomstig de gemeentelijke archeologische maatregelenkaart, geen verwachting voor het Laagpakket van Wierden, Hollandveen en het Laagpakket van Wormer. Het jonge getijdenlandschap begon in de vroege middeleeuwen te verlanden. De overwegend zandige getijdenkreken waren minder aan klink onderhevig dan de kleiige en venige poelgronden. Deze zogeheten differentiële klink zorgde ervoor dat de voormalige kreekbeddingen hoger kwamen te liggen dan het omringende landschap. Vanaf de middeleeuwen vormden deze hogere getij‐inversieruggen, ook kreekruggen genoemd, preferente bewoningsplekken in het onbedijkte, jonge getijdenlandschap. Voor deze getijdengeulen geldt dan ook op de gemeentelijke archeologische maatregelenkaart standaard een hoge verwachting op het voorkomen van vindplaatsen uit de middeleeuwen. Echter, tijdens de vroege middeleeuwen was in het gebied vermoedelijk nog een restkreek actief. Deze restkreek is met de storm van 1014 ten dele opnieuw uitgesleten en pas in de 11de eeuw afgedamd. In de omgeving van Wemeldinge zijn daarenboven tot heden geen archeologische resten uit de vroege middeleeuwen vastgesteld. De verwachting voor de vroege middeleeuwen wordt dan ook op basis van bovenstaande argumenten bijgesteld naar een middelhoge verwachting. Het plangebied ligt buiten het oude dorpscentrum van Wemeldinge.

Het terrein heeft in de middeleeuwen vermoedelijk onderdeel uitgemaakt van de agrarische omgeving, de aanwezigheid van oudere of meer geïsoleerd gelegen (landbouw‐)erven is echter niet uitgesloten. Er geldt dan ook nog steeds een middelhoge verwachting voor resten uit late Middeleeuwen. Datering

Middeleeuwen

Complextype

Algemeen – niet gespecificeerd: bewoning, begraving, infrastructuur, industrie en nijverheid, agrarische productie en voedselvoorziening, grondstofwinning Vindplaatsen met alleen grondsporen; mogelijk vondststrooiing; off‐site vindplaatsen; lineaire vindplaatsen (weg/dijk); vindplaatsen met een archeologische laag

Soort vindplaats Omvang

Huisplaats: 500‐2.000 m²

Uiterlijke kenmerken

Voorkomen van archeologische indicatoren zoals aardewerk, verbrand bot, vuursteen, verbrande botanische resten. Maar ook indicatoren die niet met zekerheid als antropogeen kunnen bestempeld worden: onbewerkt natuursteen, onverbrand bot, onverbrand botanisch materiaal; voorkomen van 'vuile' laag of antropogeen doorwerkte bodem/sporen(niveau); voorkomen van leef‐, cultuur‐ of ophooglagen.

Vondstdichtheid

Laag: < 80 per m²

Diepteligging

In en op de afzettingen van het Laagpakket van Walcheren, onder de bestaande verstoring Volledige plangebied

Locatie

45

ARTEFACT RAPPORT 784

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

Gaafheid en conservering

Matig: er bestaat een kans op mogelijke verblauwing door de druk van de huidige structuren op de bodem. Daarnaast kan de vindplaats (deels) zijn aangetast door verstoringen. De kreekafzettingen bestaan hoofdzakelijk uit zandige vullingen die naar verwachting minder goede bewaringscondities voor het vondstmateriaal zullen leveren.

Mogelijke verstoringen

Het terrein is in gebruik als sportterrein/ijsbaan. Daarnaast is het terrein ook enige tijd in gebruik geweest als boomgaard. Het inrichten als sportterrein als de boomwortels kunnen de bovenste bodemlaag hebben verstoord.

Cartografische gegevens uit de Nieuwe tijd hebben aangetoond dat het plangebied gedurende de Nieuwe tijd onderdeel is geweest van de agrarische randzone van het dorp, en gedurende de 19de en eerste helft van de 20ste eeuw gebruikt is als boomgaard en bouwland. De beschikbare historische data geven dan ook geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van bewoning binnen het plangebied gedurende deze periode. Er geldt dan ook een lage verwachting voor bewoningsresten uit de Nieuwe tijd.

46

ARTEFACT RAPPORT 784

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

3

Inventariserend veldonderzoek

3.1

Methoden

Het voorliggend hoofdstuk omvat de resultaten van het Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen (IVO‐O, verkennende fase). In de aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland staat immers beschreven dat het, op basis van het voorafgaand bureauonderzoek, opgestelde archeologisch verwachtingsmodel door een verkennend booronderzoek moet worden getoetst. Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol 4003 (IVO‐O) van de KNA 4.1, de Aanvullende Richtlijnen van de Provincie Zeeland (2019) en het hiertoe opgestelde Plan van Aanpak49. De strategie en werkwijze is afgestemd op de bovengenoemde richtlijnen en in onderstaande tabel opgenomen: Aantal boringen

5

Grid

Zoveel mogelijk verspreid over het plangebied; hiervan is afgeweken indien nodig, bijv. vanwege kabels & leidingen

Dichtheid

8 boringen per hectare

Plaats‐ en hoogtebepaling

RTK‐GNSS (GPS & GLONASS, afwijking circa 2 cm)

Boorgegevens

Digitaal vastgelegd op iPad

Gebruikte codelijsten ‐ standaard

(afgeleide van) ASB (Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode) en ABR (Archeologisch Basis Register)

Boordiepte

1,35 – 2,30 m ‐mv/ 0,53 – 1,46 m ‐NAP

Gehanteerde boor Opsporen indicatoren

Edelmanboor (Ø 7 cm), Gutsboor (Ø 3 cm) In het veld visueel door versnijden/verbrokkelen

Monstername

Geen

Oppervlaktekartering

Geen

De boringen zijn zoveel mogelijk over het plangebied verspreid, rekeninghoudend met de aanwezige kabels en leidingen en beoogde nieuwbouw. Tijdens het beschrijven van de boringen is specifieke aandacht besteed aan de volgende geologische en bodemkundige kenmerken:  de aard, kleur en kalkgehalte van het sediment  aard van de laagovergangen (erosieverschijnselen)  de genese van de laag  bodemvormende kenmerken (bodemvorming/veraarding, ontkalking, rijping e.d.)  de diepteligging van het reductievlak De boorpuntenkaart wordt afgebeeld op figuur 21, de boorstaten zijn opgenomen in bijlage 5.

49 Depuydt, 31‐03‐2023: Plan van Aanpak Wemeldinge. Prinses Beatrixweg. Gemeente Kapelle. Inventariserend

Veldonderzoek door middel van verkennende boringen.

47

ARTEFACT RAPPORT 784

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

Figuur 21 Boorpuntenkaart op een uitsnede van de Topografische Kaart. Bron: Esri Nederland.

48

ARTEFACT RAPPORT 784

3.2

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

Geologie en bodem

Het booronderzoek heeft een goed beeld opgeleverd van de bodemopbouw binnen het plangebied. In deze paragraaf worden de resultaten besproken. De boringen zijn tot maximaal 2,3 meter beneden maaiveld doorgezet. Hollandveen of afzettingen van het Laagpakket van Wormer zijn, zoals verwacht, niet waargenomen en zijn volledig weggeslagen door de geul. Van de natuurlijke afzettingen zal hieronder daarom enkel het Laagpakket van Walcheren worden besproken.

Laagpakket van Walcheren Onder een verstoorde bovenlaag van minimaal 0,45 tot maximaal 0,80 m‐mv (tussen 0,38 en 0,02 m +NAP) werden tot de maximale boordiepte van 2,30 m‐mv (1,46 m ‐NAP) natuurlijke kreekbeddingafzettingen van het Laagpakket van Walcheren aangetroffen, die bestonden uit lichtblauw grijs, kalkrijk, matig siltig zand met ingeschakeld enkele dunne kleilagen en sporen van oxidatie‐reductie. Antropogeen Bovenop de niet intacte top van het laagpakket van Walcheren bevindt zich op een folie een pakket opgebrachte grond ten behoeve van de inrichting van het terrein als sportveld/ijsbaan.

3.3

Archeologie

Tijdens het veldwerk zijn in geen van de boringen archeologische indicatoren of cultuurlagen aangetroffen.

49

ARTEFACT RAPPORT 784

4

Conclusie en advies

4.1

Conclusie: beantwoording onderzoeksvragen

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

Op basis van de beschikbare aardwetenschappelijke, archeologische en historische gegevens uit het bureauonderzoek werd een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde booronderzoek kunnen de onderstaande onderzoeksvragen worden beantwoord en kan het verwachtingsmodel worden bijgesteld en verfijnd.  Wat is de geo(morfo)logische situatie binnen het plangebied? Onder een verstoorde bovenlaag van minimaal 0,45 tot maximaal 0,80 m‐mv (tussen 0,38 en 0,02 m +NAP) werden tot de maximale boordiepte van 2,30 m‐mv (1,46 m ‐NAP) natuurlijke kreekbeddingafzettingen van het Laagpakket van Walcheren aangetroffen, die bestonden uit lichtblauw grijs, kalkrijk, matig siltig zand met ingeschakeld enkele dunne kleilagen en sporen van oxidatie‐reductie.  Is de bodem intact of werden verstoringen vastgesteld? Bovenop de niet‐intacte top van het laagpakket van Walcheren bevindt zich op een folie een pakket opgebrachte grond van 0,45 m à 0,80 m dik (tussen 0,38 en 0,02 m +NAP) ten behoeve van de inrichting van het terrein als sportveld / ijsbaan.  Werden binnen het plangebied (aanwijzingen voor de aanwezigheid van) vindplaatsen vastgesteld? Zo ja, binnen welk deel van het plangebied en op welk niveau/diepte? Binnen het plangebied werden geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van vindplaatsen vastgesteld.

 Bestaat binnen het plangebied een verwachting op het voorkomen van vindplaatsen? Zo ja, binnen welk deel van het plangebied en op welk niveau/diepte? Met andere woorden: kan het verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek worden bijgesteld? Er is geen aanleiding om de lage verwachting voor het Paleolithicum tot en met de Romeinse tijd en de Nieuwe tijd bij te stellen. De middelhoge verwachting voor de Vroege en Late Middeleeuwen kan worden bijgesteld naar laag. De boringen laten een vrij natte omgeving veronderstellen zonder duidelijke (antropogeen doorwerkte) bodems. Verder werden geen vuile lagen, cultuurlagen of archeologische indicatoren aangetroffen.  Worden de (vastgestelde of verwachte) archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen planontwikkeling? De opdrachtgever is voornemens 20 flexwoningen te realiseren. Gezien de lage verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen, wordt de kans klein geacht dat bij de geplande werkzaamheden archeologische vindplaatsen zullen worden verstoord.  Is het plangebied in voldoende mate onderzocht? Zo nee, welke vorm van vervolgonderzoek wordt geadviseerd? Deze vraag wordt beantwoord in paragraaf 4.2.

4.2

Advies

Op basis van het onderzoek wordt de kans klein geacht dat binnen het onderzoeksgebied archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Archeologisch vervolgonderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Omdat het geformuleerde advies betrekking heeft op het volledige onderzoeksgebied, is in het voorliggende rapport geen advieskaart

50

ARTEFACT RAPPORT 784

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

opgenomen. Op basis van voorliggend onderzoek is het niet nodig in het nieuwe bestemmingsplan een dubbelbestemming waarde archeologie op te nemen. Het is echter niet uit te sluiten dat, ondanks dat er geen vervolgonderzoek aanbevolen is bij graafwerkzaamheden, toch relevante archeologische vindplaatsen in de bodem verborgen zijn en dat deze in de uitvoeringsfase van de toekomstige werkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke vondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet (2016). Om ervoor te zorgen dat aan deze wettelijke plicht wordt voldaan bij het eventueel aantreffen van sporen en/of vondsten tijdens de uitvoering van de werkzaamheden, wordt verzocht om navolgende tekst in het uitvoeringsbestek op te nemen: Archeologie Ondanks dat er bij het vooronderzoek geen behoudenswaardige archeologische waarden werden aangetroffen, is niettemin de kans aanwezig dat archeologische sporen en vondsten in de bodem aanwezig zijn en dat deze in de uitvoeringsfase van de graaf‐ en inrichtingswerkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke vondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht ex. artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit 2016. Bij graafwerkzaamheden dient men dan ook attent te zijn op eventuele vondsten.

Opdrachtgever verplicht de aannemers om attent te zijn op eventuele vondsten en/of sporen tijdens de werkzaamheden en verplicht hen archeologische vondsten direct te melden bij de bevoegde overheid.

51

ARTEFACT RAPPORT 784

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

Lijst met figuren Figuur 1 Ligging in Nederland. Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors 2022.......................................... 7 Figuur 2 Ligging van het plangebied. Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors 2022. ............................... 8 Figuur 3 (deze en vorige blz.) Paleogeografische ontwikkeling Zeeland. Blauwe stip: ligging onderzoeksgebied. Bron: Vos en de Vries, 2018. ................................................................................................................................................ 15 Figuur 4 Projectie van het plangebied (in rood) op een uitsnede van de Geologische Kaart. Bron: van Rummelen 1978. .......................................................................................................................................................................... 17 Figuur 5 Uitsnede van de Bodemkaart van de Polder ‘De Brede Watering bewesten Yerseke” door van der Meer, Ovaa en de Buck uit 1952. ................................................................................................................................................... 18 Figuur 6 Projectie van het plangebied op een uitsnede van de Geomorfologische Kaart van Nederland. Bron: Brus en de Lange 1986.

.......................................................................................................................................................... 19 Figuur 7 Projectie van het plangebied (in zwart) op bewerkte uitsnede Actueel Hoogtebestand Nederland. Bron: www.pdok.nl (AHN4 0,5 meter raster DTM). ............................................................................................................ 20 Figuur 8 Projectie van het plangebied (in zwart) op bewerkte uitsnede Actueel Hoogtebestand Nederland. Bron: www.pdok.nl (AHN4 0,5 meter raster DTM). ............................................................................................................. 21 Figuur 9 Reconstructie van de ligging van 11de en 12de‐eeuwse dijken en dammen rondom Wemeldinge en het verloop van de Cutzee (zwarte lijn). Bron: tekening door L.J. Vercouteren, opgenomen in Dekker 2007, 14. .............. 23 Figuur 10 Kaart met de situatie na 1134 met aanduiding van de dijkaanleg na deze periode. Bron: Dekker 1971, 100. ................................................................................................................................................................................. 24 Figuur 11 De Brede Watering Bewesten Yerseke met aanduiding van de kreekruggen (ongearceerde zones).

Bron: Dekker, 1971, 21.........................................................................................................................................................25 Figuur 12 Uitsnede kaart uit het Ostium Scaldis fluvii cum insulis quas efficit, door C. Sgrooten uit 1573. Bron: Koninklijke Bibliotheek België. .................................................................................................................................. 27 Figuur 13 Globale ligging van het plangebied op een uitsnede van de Zelandiae comitatus N. Visscher, 1656. De globale ligging van het plangebied is in rood aangegeven. Bron: Nationale Bibliotheek Frankrijk. ............................ 28 Figuur 14 Ligging van het plangebied (in rood) op een uitsnede van de Kaarte van het Oostelyk Gedeelte van Zuydbeveland, door D.W.C. Hattinga uit 1747‐1748. Bron: Zeeuws Archief, Atlassen Hattinga, nr 126....................... 29 Figuur 15 Projectie van het plangebied (in zwart) op uitsnede van de gedigitaliseerde Kadastrale Minuutkaart, omstreeks 1811‐1830. Bron: Geoloket Provincie Zeeland. .......................................................................................... 30 Figuur 16 Projectie van het plangebied (in lichtblauwgroen) op de Topografische Kaart uit 1850, 1916, 1950, 1968, 1985, 1995 en 2005. Bron: Esri Nederland, Kadaster.

................................................................................................. 31 Figuur 17 Onderzoeken en vondstlocaties in de omgeving van het plangebied. Gegevens ontleend aan Archis 3. Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors 2022. ........................................................................................ 39 Figuur 18 Luchtfoto van 13 september 1944. Bron: WUR library ID 301066. .............................................................. 41 Figuur 19 Projectie van het plangebied op luchtfoto uit 1959. Bron: Geoloket Atlas van Zeeland. ............................ 42 Figuur 20 Projectie van het plangebied op luchtfoto uit 2022. Bron: Geoloket Atlas van Zeeland. ........................... 43 Figuur 21 Boorpuntenkaart op een uitsnede van de Topografische Kaart. Bron: Esri Nederland. ............................. 48

52

ARTEFACT RAPPORT 784

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

Bronnen Literatuur Bazen, M.A., 1987. Bodemkaart van Nederland schaal 1:50.000. Toelichting bij de kaartbladen 48 Oost Middelburg en 49 West Bergen op Zoom, Wageningen, Stichting voor Bodemkartering. Brus, D.J., en de Lange, G.W., 1986. Geomorfologische Kaart van Nederland, kaartblad 48 (gedeeltelijke) – 42 (gedeeltelijk – 47 (gedeeltelijk Middelburg – Zierikzee – Cadzand, Schaal 1:50.000. Wageningen, Stichting voor Bodemkartering. Coen, I., 2008. De eeuwige Schelde? Ontstaan en ontwikkeling van de Schelde. Waterbouwkundig laboratorium 1933‐ 2008, Vlaamse Overheid, s.I. Dekker, C., 1971. Zuid‐Beveland. De historische geografie en instellingen van een Zeeuws‐eiland in de Middeleeuwen, Assen. Dekker, C., 2002. Een schamele landstede. Geschiedenis van Goes tot aan de Satisfactie in 1577, Goes. Dekker, C., 2007. Een Zeeuws dorp in de Middeleeuwen. Wemeldinge voor het jaar 1600, Goes. Jongepier, H., 2010. Archeologisch onderzoek aan het Marktplein te Biezelinge, in: De Spuije 79, 20‐26. Kruisheer, J.G., 1986. Oorkondenboek van Holland en Zeeland tot 1299. Deel II 1222 tot 1256, Assen/Maastricht. Kuipers, J.J.B., 2004. Sluimerend in Slik. Verdronken dorpen en verdronken land in zuidwest Nederland, Middelburg. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1, 19 februari 2018, Stichting Infrastructuur en Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Philipse, C., 1966.

Wemeldinge, in: Zeeuws Tijdschrift 2, 85‐86. Provinciaal Blad van Zeeland, nr. 8080, 2019. Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland van 10 december 2019, kenmerk 19434306, houdende vaststelling regeling aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland 2019. Provincie Zeeland, 2017: Wie wat bewaart, die heeft wat. Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie Zeeland 2017‐ 2020. Middelburg. Steenbergen, A.P.L.A.M., 2020. Verkennend Bodemonderzoek. Locatie Dorpsplein 6, Wemeldinge, Heinkenszand. Van Doesburg, J., van Kregten, F., en van Rooijen, C., 2006. Waarom op Beveland vroeger de weilanden ongelijk lagen. Waardestellend archeologisch onderzoek (2004/2005) naar een vliedberg in ’s‐Heer Arendskerke, provincie Zeeland, Amersfoort. Van Driel, L. en Steketee, A., 1995. Zeeuwse Plaatsnamen. Van Aardenburg tot Zonnemaire, Vlissingen. Van Heeringen, R.M. e.a., 2007. Monumenten van aarde. Beeldcatalogus van de Zeeuwse bergjes, Koudekerke. Van Rummelen, F.F.F.E., 1978. Geologische Kaart van Nederland, Beveland, 1:50.000. Rijks Geologische Dienst, Haarlem.

53

ARTEFACT RAPPORT 784

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

Van Rummelen, F.F.F.E., 1978. Toelichtingen bij de Geologische Kaart van Nederland, Beveland, 1:50.000. Rijks Geologische Dienst, Haarlem. Van Ysseldijk, W.E.P., 1968. De geschiedenis van Kapelle (Z.‐B.) (Kapelle, Biezelinge, Eversdijk, Schore), Amsterdam. Vlam, A.W., 1946. Bijdragen tot de geschiedenis van de Schelde. Archief, 1944‐1945, pp. 32‐50. Vos, P.C. en R.M. van Heeringen, 1997. Holocene geology and occupation history of the province of Zeeland (SW Netherlands), in: M.M. Fischer, Holocene evolutions of Zeeland (SW Netherlands), Mededelingen Nederlands Instituut voor Toegapaste Geowetenschappen TNO, 59, 5‐109. Vos, P. en S. de Vries, 2018. Palaeogeografische kaarten van Nederland. Deltares, Utrecht. Op 22 september 2022 gedownload van www.cultureelerfgoed.nl. Wilderom, M.H., 1968. Tussen Afsluitdammen en Deltadijken, deel III Midden‐Zeeland (Walcheren en Zuid‐Beveland), Middelburg.

Websites Actueel Hoogtebestand Nederland: pdok.nl Archis: archis.cultureelerfgoed.nl Atlas van Zeeland: https://kaarten.zeeland.nl/map/atlasvanzeeland Bestemmingsplan: http://www.ruimtelijkeplannen.nl Bodemloket: www.bodemloket.nl Bodemrapportages Zeeland: https://zeeland.nazca4u.nl/Rapportage/ Cultuurhistorische Hoofdstructuur: http://zldgwb.zeeland.nl/gwbh5/?Viewer=Cultuur%20Historie DINO‐loket: www.dinoloket.nl ESRI Nederland: beeldmateriaal.nl Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME): www.ikme.nl Krantenbank Zeeland: https://krantenbankzeeland.nl Zeeuws Archief: https://www.zeeuwsarchief.nl

54

ARTEFACT RAPPORT 784

Bijlage 1

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

AMZ‐cyclus

De KNA processen in relatie tot de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Bron: SIKB, Protocol 4001, Versie 4.1, d.d. 19 februari 2018:p.4

ARTEFACT RAPPORT 784

Bijlage 2

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

Verklarende woordenlijst en afkortingen

Afkortingen ‐ mv

beneden maaiveld

KNA

Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie

n. Chr.

na Christus

NAP

Nieuw Amsterdams Peil

v. Chr.

voor Christus

Woordenlijst Antropogeen

door menselijk handelen

ARCHIS

het geautomatiseerde Archeologisch Informatiesysteem voor Nederland. Dit bestaat uit een databank waarin allerlei gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen, daterend van de Prehistorie tot de Nieuwe Tijd

Erosie

verzamelnaam voor processen die het aardoppervlak aantasten en los materiaal afvoeren. Dit vindt voornamelijk plaats door wind, ijs en stromend water

Geul

rivier‐ of kreekbedding

Holoceen

geologisch tijdvak, vroeger Alluvium genoemd, binnen het Quartair, van ongeveer 10.000 jaar geleden tot nu, met daarin o.a. het Mesolithicum, Neolithicum, de Bronstijd, de IJzertijd, de Romeinse Tijd en de historische tijd

In situ

bewaard gebleven op de oorspronkelijke plaats. Dit met name met betrekking tot onverstoorde archeologische sporen en vondsten

Moernering

veenafgraving, hoofdzakelijk ten behoeve van zoutwinning en de winning van brandstof

OM‐nummer

het landelijk registratienummer ten behoeve van archeologisch onderzoek, uitgegeven door het Centraal Informatiesysteem

Podzol

bodemtype dat voorkomt in dekzandafzettingen. Indien intact, bestaat een podzolbodem uit achtereenvolgens een aanrijklaag (A‐horizont), een bleke uitspoelingslaag (E‐horizont), en een inspoelingslaag (B‐horizont). De moederbodem, waarop geen bodemvormende processen invloed hebben gehad, duidt men aan als de C‐horizont

Sediment

afzetting gevormd door bezinksel of neerslag

Site

een plaats waar in het verleden menselijke activiteiten hebben plaatsgevonden

Vindplaats

een ruimtelijk begrensd gebied waarbinnen zich archeologische informatie bevindt (monument, type monument, aard archeologische waarde, archeologische indicatie)

Vondst

alle soorten mobilia: roerende of roerend geraakte onderdelen van onroerende goederen afkomstig van archeologisch veldwerk of uit bestaande collecties

ARTEFACT RAPPORT 784

Bijlage 3

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

Tijdstabel

ARTEFACT RAPPORT 784

ARCHEOLOGISCHE PERIODEN ZEELAND (Bron: van Dierendonck 2016) BP = Before Present (14C‐datering ijkmoment 1950) Paleolithicum: tot 8800 v. Chr. Paleolithicum vroeg: tot 300000 BP Paleolithicum midden: 300000 BP‐35000 BP Paleolithicum laat: 35000 BP 8800 v. Chr. Paleolithicum laat A: 35000 BP‐18000 BP Paleolithicum laat B: 18000 BP‐8800 v. Chr. Mesolithicum: 8800‐4900 v. Chr. Mesolithicum vroeg: 8800‐7100 v. Chr. Mesolithicum midden: 7100‐6450 v. Chr. Mesolithicum laat: 6450‐4900 v. Chr. Neolithicum: 5300‐2000 v. Chr. Neolithicum vroeg: 5300‐4200 v. Chr. Neolithicum vroeg A: 5300‐4900 v. Chr. Neolithicum vroeg B: 4900‐4200 v. Chr. Neolithicum midden: 4200‐2850 v. Chr. Neolithicum midden A: 4200‐3400 v. Chr. Neolithicum midden B: 3400‐2850 v. Chr. Neolithicum laat: 2850‐2000 v. Chr. Neolithicum laat A: 2850‐2450 v. Chr. Neolithicum laat B: 2450‐2000 v. Chr. Bronstijd: 2000‐800 v. Chr. Bronstijd vroeg: 2000‐1800 v. Chr. Bronstijd midden: 1800‐1100 v. Chr. Bronstijd midden A: 1800‐1500 v. Chr. Bronstijd midden B: 1500‐1100 v. Chr. Bronstijd laat: 1100‐800 v. Chr. IJzertijd: 800‐20 v. Chr. IJzertijd vroeg: 800‐500 v. Chr. IJzertijd midden: 500‐200 v. Chr. IJzertijd laat: 200‐20 v. Chr. Romeinse tijd: 20 v. Chr.‐450 na Chr. Romeinse tijd vroeg: 20 v. Chr.‐70 na Chr. Romeinse tijd vroeg A: 20 v. Chr.‐25 na Chr. Romeinse tijd vroeg B: 25‐70 na Chr. Romeinse tijd midden: 70‐270 na Chr.

Romeinse tijd midden A: 70‐150 na Chr. Romeinse tijd midden B: 150‐270 na Chr. Romeinse tijd laat: 270‐450 na Chr. Romeinse tijd laat A: 270‐350 na Chr. Romeinse tijd laat B: 350‐450 na Chr. Middeleeuwen: 450‐1500 na Chr. Middeleeuwen vroeg: 450‐1050 na Chr. Middeleeuwen vroeg A: 450‐525 na Chr. Middeleeuwen vroeg B: 525‐725 na Chr. (Merovingische tijd/periode) Middeleeuwen vroeg C: 725‐900 na Chr. (Karolingische tijd/periode) Middeleeuwen vroeg D: 900‐1050 na Chr. (Ottoonse tijd/periode) Middeleeuwen laat: 1050‐1500 na Chr. Middeleeuwen laat A: 1050‐1250 na Chr. Middeleeuwen laat B: 1250‐1500 na Chr. Nieuwe tijd: 1500‐heden Nieuwe tijd A: 1500‐1650 na Chr. Nieuwe tijd B: 1650‐1850 na Chr. Nieuwe tijd C: 1850–heden

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

ARTEFACT RAPPORT 784

Bijlage 4

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

Inrichtingsschets

ARTEFACT RAPPORT 784

Bijlage 5

WEMELDINGE PRINSES BEATRIXWEG

Boorstaten

Rapportage Archeologisch Booronderzoek

Project: Prinses Beatrixweg 2023ART39 Plaats:

Wemeldinge

Gemeente:

Kapelle

Opdrachtgever: Juust

Kaartblad:

65H

OM-nummer:

5383888100

Bepaling Locatie:

Dgps

Bepaling Maaiveldhoogte:

Dgps

Verklaring boorschema Zand Klei Veen Bijmengsel 2 Bijmengsel 1 Grondsoort

Silt Humus Grind

Boring: 1

Project:

Datum: 6-4-2023 Maaiveld: Grasland

Beschrijver: Frederik D'hondt Opmerking: Sportveld Lithologie:

Prinses Beatrixweg X: 58462,89

Y: 392746,64

Z: 0,82

Bodem: Ondergrens:

Klei, sterk siltig Matig stevig Donker Grijs Grijs -gevlekt Kalkrijk Heterogeen Verstoord 40 -mv NAP: 0,42 Aard ondergr.: Scherp

Boortype: Edelman 7

Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens:

Zand, zwak siltig Matig grof Blauw-Grijs Kalkrijk Opgebrachte grond Op 55 plastic folie 55 -mv NAP: 0,27 Aard ondergr.: Scherp

Boortype: Edelman 7

Lithologie:

Klei, uiterst siltig Matig slap Blauw-Grijs Kalkrijk Heterogeen Verstoord Langs drain? Op 75 folie 75 -mv NAP: 0,07 Aard ondergr.: Scherp

Boortype: Edelman 7

Bodem: Opmerking: Ondergrens: Lithologie:

Zand, zwak siltig Matig fijn Licht Bruin-Grijs Kalkrijk Enkele dunne kleilagen Bodem: Spoor roestvlekken Oxidatie-en reductieverschijnselen Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Kreekbeddingafzettingen Ondergrens: 120 -mv NAP: -0,38 Aard ondergr.: Geleidelijk Boortype: Edelman 7 Lithologie:

Zand, zwak siltig Matig fijn Grijs Kalkrijk Gruis van schelpen Enkele dunne kleilagen Bodem: Spoor roestvlekken Volledig geoxideerd Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Ondergrens: 135 -mv NAP: -0,53 Aard ondergr.:

Artefact! Advies en onderzoek in erfgoed

Kreekbeddingafzettingen Geleidelijk Boortype: Edelman 7

Boring: 2

Project:

Datum: 6-4-2023 Maaiveld: Grasland

Beschrijver: Frederik D'hondt Opmerking: Sportveld Lithologie:

Prinses Beatrixweg X: 58490,56

Y: 392729,02

Z: 0,83

Bodem: Ondergrens:

Klei, sterk siltig Matig stevig Donker Grijs Grijs -gevlekt Kalkrijk Heterogeen Verstoord 40 -mv NAP: 0,43 Aard ondergr.: Scherp

Boortype: Edelman 7

Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens:

Zand, zwak siltig Matig grof Blauw-Grijs Kalkrijk Opgebrachte grond Op 55 plastic folie 55 -mv NAP: 0,28 Aard ondergr.: Scherp

Boortype: Edelman 7

Lithologie:

Klei, uiterst siltig Matig slap Blauw-Grijs Kalkrijk Heterogeen Verstoord Langs drain? Op 75 folie 75 -mv NAP: 0,08 Aard ondergr.: Scherp

Boortype: Edelman 7

Klei, sterk siltig Zwak humeus Matig slap Grijs-Bruin Kalkrijk Spoor plantenresten Slootvulling Oudere sloot 100 -mv NAP: -0,17 Aard ondergr.: Scherp

Boortype: Edelman 7

Bodem: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens: Lithologie:

Zand, sterk siltig Matig fijn Licht Groen-Grijs Kalkrijk Gruis van schelpen Veel dunne siltlagen Opmerking: Met ingespoelde klei vanuit sloot Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Kreekbeddingafzettingen Ondergrens: 120 -mv NAP: -0,37 Aard ondergr.: Scherp Boortype: Edelman 7 Lithologie:

Zand, zwak siltig Matig fijn Grijs Kalkrijk Gruis van schelpen Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Ondergrens: 230 -mv NAP: -1,47

Artefact! Advies en onderzoek in erfgoed

Kreekbeddingafzettingen Boortype: Edelman 7

Boring: 3

Project:

Datum: 6-4-2023 Maaiveld: Grasland

Beschrijver: Frederik D'hondt Opmerking: Sportveld Lithologie:

Prinses Beatrixweg X: 58517,57

Y: 392747,02

Z: 0,82

Bodem: Ondergrens:

Klei, sterk siltig Matig stevig Donker Grijs Grijs -gevlekt Kalkrijk Heterogeen Verstoord 40 -mv NAP: 0,42 Aard ondergr.: Scherp

Boortype: Edelman 7

Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens:

Zand, zwak siltig Matig grof Blauw-Grijs Kalkrijk Opgebrachte grond Op 60 plastic folie 60 -mv NAP: 0,22 Aard ondergr.: Scherp

Boortype: Edelman 7

Lithologie:

Klei, uiterst siltig Matig slap Blauw-Grijs Kalkrijk Heterogeen Verstoord Op 80 folie 80 -mv NAP: 0,02 Aard ondergr.: Scherp

Boortype: Edelman 7

Bodem: Opmerking: Ondergrens: Lithologie:

Zand, zwak siltig Matig fijn Licht Blauw-Grijs Kalkrijk Enkele dunne kleilagen Bodem: Spoor roestvlekken Oxidatie-en reductieverschijnselen Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Kreekbeddingafzettingen Ondergrens: 120 -mv NAP: -0,38 Aard ondergr.: Geleidelijk Boortype: Edelman 7 Lithologie:

Zand, zwak siltig Matig fijn Licht Bruin-Grijs Kalkrijk Gruis van schelpen Bodem: Spoor roestvlekken Volledig geoxideerd Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Kreekbeddingafzettingen Ondergrens: 140 -mv NAP: -0,58 Aard ondergr.: Geleidelijk Boortype: Edelman 7 Lithologie:

Zand, zwak siltig Matig fijn Grijs Kalkrijk Gruis van schelpen Bodem: Volledig gereduceerd Opmerking: Vanaf 200 geen sediment meer opgeboord Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Ondergrens: 200 -mv NAP: -1,18 Aard ondergr.:

Artefact! Advies en onderzoek in erfgoed

Kreekbeddingafzettingen Geleidelijk Boortype: Edelman 7

Boring: 4

Project:

Datum: 6-4-2023 Maaiveld: Grasland

Beschrijver: Frederik D'hondt Opmerking: Sportveld Lithologie:

Prinses Beatrixweg X: 58517,49

Y: 392712,01

Z: 0,83

Bodem: Ondergrens:

Klei, sterk siltig Matig stevig Donker Grijs Grijs -gevlekt Kalkrijk Heterogeen Verstoord 40 -mv NAP: 0,43 Aard ondergr.: Scherp

Boortype: Edelman 7

Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens:

Zand, zwak siltig Matig grof Licht Blauw-Grijs Kalkrijk Opgebrachte grond Op 45 plastic folie 45 -mv NAP: 0,38 Aard ondergr.: Scherp

Boortype: Edelman 7

Lithologie:

Zand, matig siltig Matig fijn Licht Bruin-Grijs Kalkrijk Fragmenten van schelpen Enkele dunne kleilagen Bodem: Spoor roestvlekken Volledig geoxideerd Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Kreekbeddingafzettingen Ondergrens: 120 -mv NAP: -0,37 Aard ondergr.: Diffuus Boortype: Edelman 7 Lithologie:

Zand, zwak siltig Matig fijn Licht Grijs Kalkrijk Fragmenten van schelpen Enkele dunne kleilagen Bodem: Spoor roestvlekken Volledig gereduceerd Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Kreekbeddingafzettingen Ondergrens: 150 -mv NAP: -0,67 Aard ondergr.: Geleidelijk Boortype: Edelman 7

Artefact! Advies en onderzoek in erfgoed

Boring: 5

Project:

Datum: 6-4-2023 Maaiveld: Grasland

Beschrijver: Frederik D'hondt Opmerking: Sportveld Lithologie:

Prinses Beatrixweg X: 58464,33

Y: 392711,65

Z: 0,84

Bodem: Ondergrens:

Klei, sterk siltig Matig stevig Donker Grijs Grijs -gevlekt Kalkrijk Heterogeen Verstoord 40 -mv NAP: 0,44 Aard ondergr.: Scherp

Boortype: Edelman 7

Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens:

Zand, zwak siltig Matig grof Blauw-Grijs Kalkrijk Opgebrachte grond Op 45 plastic folie 45 -mv NAP: 0,39 Aard ondergr.: Scherp

Boortype: Edelman 7

Lithologie:

Zand, matig siltig Matig fijn Licht Blauw-Grijs Lichtbruingrijs -gevlekt Kalkrijk Enkele dunne kleilagen Bodem: Weinig roestvlekken Oxidatie-en reductieverschijnselen Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Kreekbeddingafzettingen Ondergrens: 105 -mv NAP: -0,21 Aard ondergr.: Diffuus Boortype: Edelman 7 Lithologie:

Zand, zwak siltig Matig fijn Licht Grijs Kalkrijk Fragmenten van schelpen Enkele dunne kleilagen Bodem: Spoor roestvlekken Volledig geoxideerd Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Kreekbeddingafzettingen Ondergrens: 135 -mv NAP: -0,51 Aard ondergr.: Geleidelijk Boortype: Edelman 7 Lithologie:

Zand, zwak siltig Matig fijn Grijs Kalkrijk Gruis van schelpen Enkele dunne kleilagen Bodem: Spoor roestvlekken Oxidatie-en reductieverschijnselen Opmerking: Grijs zand met bruingrijze kleilaagjes Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Kreekbeddingafzettingen Ondergrens: 155 -mv NAP: -0,71 Aard ondergr.: Geleidelijk Boortype: Edelman 7 Lithologie:

Zand, zwak siltig Matig fijn Grijs Kalkrijk Gruis van schelpen Veel dunne kleilagen Bodem: Volledig gereduceerd Opmerking: Laminatie van zand met kleilagen Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Ondergrens: 195 -mv NAP: -1,11 Aard ondergr.: Zand, zwak siltig Matig fijn Grijs Kalkrijk Gruis van schelpen Lithostratigrafie: Laagpakket van Walcheren Lithogenese: Ondergrens: 230 -mv NAP: -1,46

Kreekbeddingafzettingen Scherp Boortype: Edelman 7

Lithologie:

Artefact! Advies en onderzoek in erfgoed

Kreekbeddingafzettingen Boortype: Edelman 7

Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek

Juust

95

Flexwonen Wemeldinge

VERKENNEND BODEMONDERZOEK VOLGENS NEN 5740 ORANJEBOOMSTRAAT ONG. TE WEMELDINGE

Opdrachtgever

:

Juust B.V. T.a.v. dhr. R. Lobbezoo Goessestraatweg 17a 4421 AD te Kapelle

Vestiging

:

ABO-Milieuconsult B.V. Amundsenweg 29 4462 GP Goes tel. +31 (0)113 362280

Projectnummer Periode onderzoek Datum rapportage

: : :

ANL23-7664 Maart - april 2023 11 april 2023

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ...................................................................................................................................... 3 1

INLEIDING ........................................................................................................................................ 5

2

VOORONDERZOEK ......................................................................................................................... 6

3

4

5

2.1

Algemene bodem- en locatiegegevens .................................................................................... 6

2.2

Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal ........................................................ 7

2.3

Eerder uitgevoerd bodemonderzoek......................................................................................... 7

2.4

Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie .................................................................. 8

2.5

Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit ....................................................... 9

2.6

Conclusies met betrekking tot het vooronderzoek .................................................................. 10

VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................. 11 3.1

Opzet veldwerkzaamheden .................................................................................................... 11

3.2

Resultaten veldonderzoek ...................................................................................................... 11

LABORATORIUMONDERZOEK .................................................................................................... 12 4.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13726100/1