2023-48b 2023-12-11 Verslag vragenuur partnerschapsafspraken BW en opvang 2024
Tekst van het document
Vragenuur voor raadsleden inzake partnerschapsafspraken beschermd wonen en opvang 2024 11 december 2023
Context partnerschapsafspraken beschermd wonen en opvang Tijdelijke partnerschapsafspraken Eind 2022 is Justion gevraagd om tijdelijke partnerschapsafspraken op te stellen in verband met de aankomende aanbestedingsprocedure voor beschermd wonen (BW). Destijds gingen we ervan uit dat de doordecentralisatie van BW vanaf 1 januari 2024 zou plaatsvinden. Dat zou een verandering van de financieringsstromen betekenen: vóór de doordecentralisatie ontvangt enkel Vlissingen als centrumgemeente de middelen voor BW, na de doordecentralisatie ontvangen alle gemeenten middelen. Omdat die verandering tijdens de looptijd van de af te sluiten overeenkomsten plaats zou vinden, waren afspraken tussen de dertien Zeeuwse gemeenten noodzakelijk. Zo zou de gemeente Vlissingen als aanbestedende dienst kunnen blijven voldoen aan haar verplichtingen. Definitieve partnerschapsafspraken De doordecentralisatie van BW is uitgesteld tot in elk geval 1 januari 2025. Daardoor treden de tijdelijke partnerschapsafspraken niet in werking. Maar onder andere de in 2022 vastgestelde Regiovisie Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang Zeeland 2022-2025 (hierna: de regiovisie) en de Norm voor Opdrachtgeverschap verplichten de dertien Zeeuwse gemeenten om afspraken te maken over regionale samenwerking. Daarom liggen nu de definitieve partnerschapsafspraken voor ter besluitvorming.
Governance inkoop BW, MO, VO Momenteel wordt onderzocht wat de best passende governance is voor de inkoop van (onder andere) BW, maatschappelijke opvang (MO) en vrouwenopvang (VO). Het voornemen bestaat om te werken met een gemeenschappelijke regeling (GR) in plaats van met een centrumgemeenteconstructie. Vooruitlopend op de GR willen de dertien Zeeuwse gemeenten afspraken maken ten behoeve van de continuïteit van zorg en de financiering ervan. De partnerschapsafspraken gelden tot aan de start van de GR. Na de start van de GR blijven de uitgangspunten hetzelfde, maar de afspraken moeten misschien worden herijkt. Regiobudget Er wordt één regiobudget gecreëerd, dat in elk geval zal bestaan uit de door centrumgemeente Vlissingen van het Rijk te ontvangen integratie-uitkering voor BW en de decentralisatie-uitkeringen voor MO en VO. Het regiobudget wordt geoormerkt voor de uitvoering van deze taken. Daarmee wordt, is en blijft het beschikbaar voor de dertien Zeeuwse gemeenten, ook als een overschot ontstaat. Er wordt een werkbegroting opgesteld bij het regiobudget. Afstemming daarover vindt plaats in het themaoverleg sociaal domein van het Overleg Zeeuwse Overheden (OZO). Overige afspraken De gemeenten maken, ongeacht of de doordecentralisatie van BW doorgaat, samen beleid. De toegang tot beschermd wonen is lokaal ingericht.
Er zijn afspraken gemaakt over uniform werken, zodat de toelatingscriteria voor BW in alle gemeenten hetzelfde zijn. Er wordt een verdeelsleutel
vastgesteld voor de werkzaamheden rond de toegang en voor preventie. Preventie is een lokale aangelegenheid en wordt zelfstandig vormgegeven. Er zijn afspraken met elkaar over de inzet van preventie en over het monitoren van de instroom in en uitstroom uit BW monitoren. Als in een gemeente een aanzienlijk hogere instroom of lagere uitstroom heeft dan de andere gemeenten, gaan de gemeenten hierover met elkaar in overleg. Nr. Vraag Antwoord 1 Wat is het verschil tussen de eerdere, tijdelijke De voorliggende partnerschapsafspraken partnerschapsafspraken en de voorliggende, gelden ongeacht de vraag of de definitieve afspraken? doordecentralisatie van BW doorgaat of niet, en gaan op een aantal punten verder. Zoals ten aanzien van de vorming van een regiobudget. Er zijn meer en betere afspraken gemaakt over risico’s en hoe om te gaan met een overschot.
2
Wat als de Artikel 12-inspecteur niet akkoord gaat met het creëren van een regiobudget?
3
Wat is het verschil met de oude/huidige situatie?
Vlissingen ontvangt op dit moment als centrumgemeente de integratie-uitkering voor BW en decentralisatie-uitkeringen voor MO en VO. Op grond van de artikel 13, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet zijn de middelen eigendom van de gemeente die ze ontvangt. Na het afsluiten van de partnerschapsafspraken creëren de dertien Zeeuwse gemeenten een regiobudget. Ze leveren daarvoor gezamenlijk de middelen: vóór de doordecentralisatie enkel de gemeente Vlissingen, na de doordecentralisatie alle gemeenten. Vlissingen moet hiervoor wel toestemming vragen aan de Artikel 12-inspecteur en de provincie Zeeland als toezichthouder. De inspecteur kan dit in theorie verhinderen, maar zal dit naar verwachting niet doen. Hij is bekend met de regiovisie en weet dat de dertien Zeeuwse gemeenten regionaal willen samenwerken. De inspecteur toetst of de financiële risico’s voldoende zijn geborgd. Verwacht wordt dat hij met de afspraken zal instemmen. In de oude/huidige situatie zijn geen afspraken gemaakt over het oormerken van middelen. Vlissingen is juridisch eigenaar van de middelen voor BW, MO en VO. Door de
4
5
6
Artikel 12-status kan Vlissingen niet meer vrij beschikken over haar eigen middelen, ook niet over de bestemmingsreserve centrumgemeentetaken (hierna: de historische reserve Centrumtaken). Nu liggen er afspraken waarin staat dat een regiobudget wordt gecreëerd en waarin vanaf 1 januari 2024 de middelen voor BW, MO en VO worden gestort. Naar verwachting zullen de inspecteur en toezichthouder hiermee akkoord gaan, onder andere vanwege de behoefte aan regionale samenwerking. Komt het akkoord van de inspecteur en Op het moment dat de toezichthouder zwart op wit te staan? partnerschapsafspraken zijn ondertekend door de burgemeesters van de dertien Zeeuwse gemeenten én de begroting vastgesteld is waarin staat dat de middelen voor BW, MO en VO worden gestort in het regiobudget, zijn de afspraken akkoord. Hoe verhouden de afspraken zich tot het In 2017 heeft de gemeenteraad van Vlissingen raadsbesluit van Vlissingen uit 2017 over het de historische reserve Centrumtaken ingesteld instellen van de historische reserve vanwege financiële risico’s bij BW, MO en VO. Centrumtaken? Inmiddels is de historische reserve fors gestegen, onder andere door de uitstroom van cliënten BW naar de Wet langdurige zorg (Wlz). De historische reserve maakt deel uit van de financiële positie van Vlissingen en valt daardoor onder het Artikel 12-toezicht.
Staat de Financiële-verhoudingswet boven de De Financiële-verhoudingswet regelt de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)? financiering vanuit het Rijk naar gemeenten. De middelen in het gemeentefonds – algemene middelen, integratie-uitkeringen en decentralisatie-uitkeringen – zijn eigendom van de gemeente die ze ontvangt. Een gemeente kan die middelen ook aan andere zaken uitgeven. Dat is anders bij een specifieke uitkering (SPUK). In de Wmo staat dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor ondersteuning aan inwoners. Het is een uitvoeringswet. Het is in het belang van de Zeeuwse gemeenten, inclusief Vlissingen, dat het regiobudget geoormerkt wordt. Dan worden, zijn en blijven de middelen beschikbaar voor
7
In het raadsbesluit van Vlissingen uit 2017 over het instellen van de historische reserve Centrumtaken staat dat de middelen beschikbaar blijven voor de taken waarvoor ze toegekend zijn.
8
Andere gemeenten hebben last van de Artikel 12-status van Vlissingen. Er zit een weeffout in de Financiële-verhoudingswet ten aanzien van de Artikel 12-status. In het raadsbesluit van Vlissingen uit 2017 over het instellen van de historische reserve Centrumtaken staat dat de inspecteur de middelen beschikbaar stelt voor de centrumgemeentetaken en dat de historische reserve geen deel uitmaakt van het Artikel 12onderzoek.
9
10 Klopt het dat het al sinds 2020 bekend is dat Vlissingen een deel van de historische reserve Centrumtaken kan inzetten voor de tekorten sociaal domein en werk & inkomen?
11 De raden worden nu gevraagd te tekenen bij het kruisje.
het sociaal domein, totdat de Zeeuwse raden anders beslissen. Dit heeft te maken met de ambivalentie in het kader van Artikel 12. Enerzijds wordt een gemeente met financiële problemen ondersteund, anderzijds verliest die gemeente de zeggenschap over haar eigen middelen. Vanwege de Artikel 12-status is Vlissingen niet vrij in de besteding van haar middelen. Er ontstaat een bijzondere situatie als een centrumgemeente een Artikel 12-status heeft. Maar we hebben nu eenmaal te maken met de huidige wetgeving. De inspecteur heeft in hoofdstuk 3.4 van het Artikel 12-rapport Vlissingen 2019 aangegeven dat tot en met 2019 geen beroep wordt gedaan op de middelen in de historische reserve, maar dat vanaf 2020 wordt bezien of een deel van de historische reserve ingezet moet worden voor de tekorten sociaal domein en werk & inkomen. In het Artikel 12-rapport Vlissingen 2021 en 2022 adviseert de inspecteur om € 2 miljoen over 2021 en € 3 miljoen over 2022 uit de historische reserve in te zetten. Dit was ook eerder al mogelijk op grond van de Financiële-verhoudingswet. Maar de inspecteur heeft aangegeven van 2017 tot en met 2019 geen middelen uit de historische reserve in te zetten. Het betreft ontwikkelingen in de afgelopen twee jaar. Maar er is wel al melding van gemaakt in het Artikel 12-rapport Vlissingen 2019.
De raad van Vlissingen is als enige beslissingsbevoegd ten aanzien van de historische reserve Centrumtaken. De directe aanleiding voor het raadsvoorstel over de historische reserve is het advies van de inspecteur om hieruit € 2 miljoen over 2021 en € 3 miljoen over 2022 in te zetten voor de tekorten sociaal domein en werk & inkomen. Met het afsluiten van de partnerschapsafspraken stopt de discussie over een overschot vanaf 1 januari 2024.
12 Ten tijde van het raadsbesluit van Vlissingen uit 2017 over het instellen van de historische reserve Centrumtaken zaten de middelen in de jaarrekening van het CZW Bureau en had het College van Zorg en Welzijn een rol. Nu wordt afgestemd in het OZO-themaoverleg sociaal domein. Waar ligt de verantwoordelijkheid momenteel?
13 Hoe loopt de financieringsstroom?
Aan het raadsvoorstel om ± € 16 miljoen uit de historische reserve in te brengen in het te creëren regiobudget ligt een onderbouwing ten grondslag. Die is gebaseerd op de ontwikkelopgaven en afspraken in de regiovisie en een risicotaxatieonderzoek van adviesbureau AEF in opdracht van de dertien Zeeuwse gemeenten. Daarnaast is een risicotaxatieonderzoek uitgevoerd door adviesbureau Adlasz in opdracht van centrumgemeente Vlissingen. Daarin worden de risico’s voor Vlissingen gekwantificeerd op ± € 8 miljoen. Ten slotte is er een nader te bepalen bedrag uit de historische reserve nodig om de Artikel 12-status van Vlissingen te beëindigen. Na de start van de GR stelt het algemeen bestuur (AB) de begroting vast namens de dertien Zeeuwse gemeenten. Omdat er nog geen GR is, moeten afspraken worden vastgelegd in een overeenkomst. In de huidige situatie ligt de verantwoordelijkheid bij Vlissingen als centrumgemeente. Omdat er nog geen GR is die besluiten kan nemen, wordt voorgesteld om een regiobudget te creëren, in het OZO-themaoverleg sociaal domein af te stemmen over de werkbegroting. Er moet één gemeente worden aangewezen die verplichtingen kan aangaan. In dit geval is dat Vlissingen. Omdat de start van de GR is voorzien op 1 januari 2025, is afgesproken de situatie niet voor één jaar te veranderen.
Het vorenstaande laat onverlet dat alle dertien Zeeuwse gemeenten via het beleid en de werkbegroting vanaf 1 januari 2024 zeggenschap hebben over het regiobudget. Vóór de doordecentralisatie ontvangt enkel Vlissingen als centrumgemeente de middelen voor BW in een integratie-uitkering, na de doordecentralisatie ontvangen alle gemeenten middelen voor BW in een rijksbijdrage. In de partnerschapsafspraken staat dat deze middelen vanaf 1 januari 2024 gestort worden in het regiobudget.
14 Is gevraagd of een andere gemeente dan Vlissingen kan worden aangewezen als centrumgemeente? 15
16
17
18
19
Eerder zijn landelijk 44 centrumgemeenten aangewezen. Daar is Vlissingen er één van. Vlissingen blijft centrumgemeente voor BW tot aan de doordecentralisatie. Is het creëren van een regiobudget wel in het Vlissingen zou zich kunnen afvragen waarom belang van Vlissingen? ze de zeggenschap over de middelen vanaf 1 januari 2024 wil delen met de andere twaalf gemeenten. Maar het is nadrukkelijk de wens van Vlissingen om regionaal samen te werken en gezamenlijk het in de regiovisie vastgestelde beleid uit te voeren. Hadden de voorliggende, definitieve Nee, in verband met aflopende partnerschapsafspraken ook gemaakt kunnen overeenkomsten met zorgaanbieders had worden ten tijde van de eerdere, tijdelijke Vlissingen voor de start van de afspraken? aanbestedingsprocedure voor BW zekerheid nodig over de voortzetting van de samenwerking en gezamenlijke financiering tijdens de looptijd van de af te sluiten overeenkomsten. De historische reserve Centrumtaken bedraagt Met de eerdere, tijdelijke ± € 35 miljoen. Bood dat niet voldoende partnerschapsafspraken werd commitment zekerheid voor Vlissingen? gevraagd van alle dertien Zeeuwse gemeenten na de doordecentralisatie van BW, destijds voorzien vanaf 1 januari 2024. En toestemming van de andere twaalf gemeenten dat Vlissingen namens hen overeenkomsten met zorgaanbieders mocht afsluiten.
Heeft Vlissingen de afgelopen jaren te veel De historische reserve Centrumtaken is de middelen ontvangen van het Rijk om de taken laatste jaren fors gestegen, met name door de BW, MO en VO uit te voeren? Of heeft uitstroom van cliënten BW naar de Wlz. Het Vlissingen te weinig gedaan? De middelen Rijk heeft de uitstroom naar de Wlz zouden besteed moeten worden aan de meest onderschat. kwetsbare inwoners van Zeeland. Het Rijk heeft de uitstroom naar de Wlz De financiële effecten van de verkeerde onderschat. Maar waren er geen andere inschatting van het Rijk ten aanzien van de manieren om de middelen ten gunste van de uitstroom naar de Wlz zijn pas kort geleden doelgroep te laten komen? zichtbaar geworden.
20 Klopt het dat de uitstroom naar de Wlz in Zeeland hoger is dan het landelijk gemiddelde?
In Zeeland is de uitstroom naar de Wlz ± 55%. Het landelijk gemiddelde is inderdaad lager. Dat heeft te maken met de populatie in Zeeland. Het betreft veel cliënten met een indicatie voor verzorging en verpleging vanuit de oude Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten (AWBZ). Momenteel wordt zichtbaar dat de uitstroom van cliënten BW naar de Wlz stabiliseert. 21 Hebben de gemeenten invloed gehad op de Uiteindelijk moet een inwoner zichzelf uitstroom van cliënten BW naar de Wlz? aanmelden en tekenen voor de Wlz. Maar Inwoners hebben bij raadsleden geklaagd over door de grote instroom en de druk bij het de procedure. Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), heeft het CIZ een deel van de indicaties afgegeven zonder de inwoner te spreken. Het is bekend dat hierover onvrede is bij een deel van de cliënten. Momenteel worden hierover afspraken gemaakt. Zeeland verzoekt het Rijk om inwoners die in 2021 een aanvraag voor de Wlz hebben gedaan en aangeven deze niet passend of ongewenst te vinden, de mogelijkheid te bieden om opnieuw beoordeeld te worden door het CIZ. 22 Er is druk uitgeoefend op cliënten BW om een Naar verwachting is er in 2024 een overschot aanvraag in te dienen voor de Wlz. Worden zij op het te creëren regiobudget. Daarvan kan in de gelegenheid gesteld om opnieuw een onder andere de reparatie met betrekking tot beroep te doen op BW? Hoeveel cliënten de Wlz bekostigd worden als er meer BWvallen in de toekomst weer onder BW? Is deze plekken nodig zijn dan in het huidige jaar. We ontwikkeling meegenomen bij de hanteren jaarlijks een marge, waardoor BWonderbouwing van de ± € 16 miljoen? plekken bekostigd kunnen worden.
Overigens zullen er ook mensen uit BW stromen. Een algemene conclusie is dat er voldoende middelen zijn voor de dertien Zeeuwse gemeenten om het in de regiovisie vastgestelde beleid uit te voeren. De stand van de historische reserve Centrumtaken op 31 december 2022 was € 35,6 miljoen. De inspecteur heeft geadviseerd om € 2 miljoen over 2021 en € 3 miljoen over 2022 uit de historische reserve in te zetten voor de tekorten sociaal domein en werk & inkomen. Aan de raad van Vlissingen wordt voorgesteld om op grond van de ontwikkelopgaven en afspraken in de regiovisie en het risicotaxatieonderzoek van AEF (zie vraag 11) ± € 16 miljoen in te brengen in het te creëren regiobudget. Dit op voorwaarde dat de dertien raden instemmen met de partnerschapsafspraken en dat de twaalf andere Zeeuwse gemeenten schriftelijk
23
24
25
26
27
verklaren dat zij in de toekomst niet opnieuw een beroep doen (gezamenlijk of afzonderlijk) op de resterende inhoud van de historische reserve. Ten slotte moet toestemming worden gevraagd aan de inspecteur en toezichthouder. Waarom vraagt Vlissingen een schriftelijke De inspecteur eist dat er definitieve afspraken verklaring van de andere twaalf gemeenten worden gemaakt over de historische reserve als wettelijk bepaald is dat Vlissingen eigenaar Centrumtaken. Door ondertekening worden is van de middelen? de afspraken afgehecht en stopt de discussie, zodat er niet langer onzekerheid bestaat. Hierdoor is voor iedereen helder uit welke financieringsstromen we verder werken aan (blijvende) passende zorg voor mensen in BW, MO en VO. De continuïteit van zorg aan kwetsbare De partnerschapsafspraken zijn bedoeld om inwoners zou het belangrijkst moeten zijn. de continuïteit van zorg te borgen vanaf 1 januari 2024. En discussie over de zeggenschap over de middelen wordt voorkómen. Er is geen sprake van financiële risico’s ten aanzien van de continuïteit van zorg of de ontwikkeling van beleid. Kan het raadsbesluit worden uitgesteld? Het is van groot belang dat de dertien Zeeuwse gemeenten vanaf 1 januari 2024 een regiobudget creëren waarover zij allemaal zeggenschap hebben. Daarmee wordt voorkómen dat de historische reserve Centrumtaken verder toeneemt.
Is het mogelijk dat het Rijk middelen Dat zou onbehoorlijk bestuur zijn. terugvordert als gevolg van de verkeerde inschatting ten aanzien van de uitstroom naar de Wlz? Wat is de stand van de historische reserve Dat wordt zichtbaar in de jaarrekening 2023 Centrumtaken op 31 december 2023? van Vlissingen.