2023-34a D23.291209 Ontwerpbestemmingsplan Frisostraat BP Frisostraat 2 Schore incl bijlagen pdf versie
Tekst van het document
Deze indicatoren vallen mogelijk te relateren aan de nabijheid van de middeleeuwse dorpskern en/of kloosterstede, maar kan ook te relateren zijn aan de motte- of vliedberg die direct ten oosten van het plangebied heeft gelegen. Naar de datering, precieze aard en het gebruik van deze berg is nog geen onderzoek gedaan. Aan de westkant van het plangebied bevond zich in het verleden een sloot of waterloop, die op enig moment is gedempt. Verder blijkt uit historische gegevens dat een zuidelijk deel van het plangebied in de Midden Nieuwe Tijd deel uitmaakte van een burgemeesterswoning met erf. Voor de rest van het plangebied zijn geen aanwijzingen voor bebouwing gevonden. Vanaf de tweede helft van de 20 ste eeuw is het hele plangebied gebruikt als boomgaard. ⎯ Is de bodem intact of werden verstoringen vastgesteld? Onder de recent geroerde bovenlaag dan wel bouwvoor, die meestal reikt tot 0,40 m -mv, is een goeddeels intact bodemprofiel aanwezig. De gevlekte menglaag in de bovenzijde van het Laagpakket van Walcheren lijkt een doorwerkte natuurlijke bodem te zijn, die zich kan hebben gevormd door antropogene activiteit en/of bioturbatie. Dit lijkt echter eerder de bovenzijde van een archeologisch niveau dan een verstoring te zijn.
⎯ Werden binnen het plangebied (aanwijzingen voor de aanwezigheid van) vindplaatsen vastgesteld? Zo ja, binnen welk deel van het plangebied en op welk niveau/diepte? De menglaag met hierin zachtgebakken spikkels en brokjes baksteen dan wel houtskool vormt een aanwijzing voor de aanwezigheid van een mogelijke middeleeuwse vindplaats. De nabijheid van de afgegraven motte- of vliedberg, de middeleeuwse dorpskern en de kloosterstede vormen op zichzelf geen aanwijzingen, maar maken de mogelijke aanwezigheid van een middeleeuwse vindplaats wel plausibeler. De genoemde indicatoren in de menglaag zijn in de noordelijke helft van het plangebied aangetroffen, maar de menglaag werd ook in de meest zuidelijke boring vastgesteld. De menglaag is direct onder de geroerde bovenlaag dan wel bouwvoor aan te treffen, vanaf 0,40 m -mv/ 1,00 m -NAP (in boring 1 al op 0,43 m -NAP). Het gedempte water in boring 2 valt an sich niet direct als aanwijzing voor een vindplaats op te vatten. In een zuidelijk deel van het plangebied valt echter op basis van historische gegevens een vindplaats uit de Nieuwe Tijd te verwachten in de vorm van restanten van bebouwing met eventuele erfstructuren. Daar waar aanwezig, kunnen deze eveneens direct onder de geroerde bovenlaag dan wel bouwvoor aanwezig zijn, oftewel vanaf 0,40 m -mv/ 1,00 m -NAP (in boring 1 al op 0,43 m -NAP).
54
ARTEFAC T RAPPORT 730
SCHORE FRISOSTRAAT
⎯ Bestaat binnen het plangebied een verwachting op het voorkomen van vindplaatsen? Zo ja, binnen welk deel van het plangebied en op welk niveau/diepte? Met andere woorden: kan het verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek worden bijgesteld? Het verwachtingsmodel kwam op basis van het bureauonderzoek tot een middelhoge verwachting voor het Neolithicum (Laagpakket van Wormer) in het grootste deel van het plangebied, een lage verwachting voor de Bronstijd t/m Midden-IJzertijd (Hollandveen Laagpakket) in het hele plangebied, een hoge verwachting voor de Late IJzertijd en Romeinse tijd (Hollandveen Laagpakket) in het grootste deel van het plangebied, een hoge verwachting voor de Middeleeuwen (Laagpakket van Walcheren) in het hele plangebied en een hoge verwachting voor de Nieuwe Tijd in de zuidelijke helft van het plangebied. Op basis van het booronderzoek kan de verwachting deels worden bijgesteld: ⎯ In het grootste deel van het plangebied is de top van het Laagpakket van Wormer als gevolg van erosie vanuit het Laagpakket van Walcheren niet meer aanwezig. In het noorden nog wel. Hierin duiden de aangetroffen wadafzettingen met riet op natte omstandigheden en een omgeving die ongeschikt was voor bewoning gedurende het Neolithicum. Zodoende kan de verwachting voor dit niveau worden bijgesteld naar laag.
⎯ In het grootste deel van het plangebied is van het Hollandveen Laagpakket als gevolg van erosie vanuit het Laagpakket van Walcheren niets meer aanwezig. In het noorden is nog een deel van de onderzijde aanwezig. Het booronderzoek geeft echter geen aanleiding om de lage verwachting voor de Bronstijd t/m MiddenIJzertijd bij te stellen; ⎯ In het hele plangebied is de top van het Hollandveen Laagpakket als gevolg van erosie vanuit het Laagpakket van Walcheren verdwenen. Als er ooit resten uit de Late IJzertijd of Romeinse tijd aanwezig zijn geweest, zijn deze vernietigd. Zodoende kan de verwachting voor deze perioden naar laag worden bijgesteld. ⎯ Verspreid over het plangebied is in de bovenzijde van het Laagpakket van Walcheren een menglaag aangetroffen, met hierin plaatselijk archeologische indicatoren die kunnen duiden op een middeleeuwse vindplaats. Het plangebied ligt in de nabijheid van een afgegraven motte- of vliedberg, de middeleeuwse dorpskern van Schore en een kloosterstede. Zodoende geeft het booronderzoek geen aanleiding om de hoge verwachting voor de Middeleeuwen bij te stellen. Een klein westelijk hoekje van het plangebied maakt geen deel uit van de zone waar een hoge verwachting geldt; hier bevindt zich op de Kadastrale Minuut een waterloop.
Een potentieel aanwezige vindplaats is te verwachten direct onder de geroerde bovenlaag dan wel bouwvoor, oftewel 0,40 m -mv. ⎯ In het veld is geen aanwijzing gezien voor een vindplaats uit de Nieuwe Tijd. Niettemin geeft het booronderzoek geeft geen aanleiding om de hoge verwachting voor de Nieuwe Tijd helemaal naar beneden bij te stellen. Booronderzoek is immers niet de meest geschikte methode om de aanwezigheid van een vindplaats vast te stellen. De historische gegevens wijzen vrij duidelijk op een deel van een huis plus erf in het zuiden van het plangebied. Op de verwachtingskaart wordt hierbij het deel van het plangebied aangehouden dat volgens de Kadastrale Minuut deel uitmaakte van het toenmalige huis en erf. Een potentieel aanwezige vindplaats is te verwachten direct onder de geroerde bovenlaag dan wel bouwvoor, oftewel 0,40 m -mv. Op onderstaande verwachtingskaart wordt een overzicht gegeven van de bijgestelde verwachting voor het plangebied.
55
ARTEFAC T RAPPORT 730
SCHORE FRISOSTRAAT
Figuur 28 Verwachtingskaart op basis van het bureau- en booronderzoek. Beide niveaus zijn aan te treffen vanaf 0,40 m -mv. Voor alle vroegere perioden geldt een lage verwachting. Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors.
⎯ Worden de (vastgestelde of verwachte) archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen planontwikkeling? Voor het hele plangebied wordt uitgegaan van een hoge archeologische verwachting voor de Middeleeuwen vanaf 0,40 m -mv; voor de zuidelijke helft van het plangebied wordt tevens uitgegaan van een hoge verwachting voor de Nieuwe Tijd, eveneens vanaf 0,40 m -mv. Van de voorgenomen planontwikkeling is in het huidige stadium alleen de ligging van het bouwvlak bekend en het gegeven dat hier twee woningen worden voorzien. In de rest van het plangebied zijn geen bodemingrepen voorzien. Het bouwvlak bevindt zich in de zuidelijke helft van het plangebied, waar dus wordt uitgegaan van een hoge verwachting voor zowel Middeleeuwen als Nieuwe Tijd vanaf 0,40 m -mv. Al zijn de ontgravingsdiepten en funderingsmethode nog niet bekend, normaal gesproken valt te verwachten dat met de bouw van de woningen dieper zal worden verstoord dan 0,40 m -mv. Zodoende worden verwachte archeologische waarden ter plaatse van het bouwvlak bedreigd door de voorgenomen planontwikkeling. De rest van het plangebied wordt door de voorgenomen planontwikkeling niet bedreigd. ⎯ Is het plangebied in voldoende mate onderzocht? Zo nee, welke vorm van vervolgonderzoek wordt geadviseerd? Het plangebied is niet in voldoende mate onderzocht.
Indien planaanpassing niet mogelijk is, wordt vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Dit wordt toegelicht in hoofdstuk 4.2.
56
ARTEFAC T RAPPORT 730
4.2
SCHORE FRISOSTRAAT
Advies
In het hele plangebied geldt een hoge verwachting op archeologische waarden uit de Middeleeuwen en in een zuidelijk deel van het plangebied geldt tevens een hoge verwachting op archeologische waarden uit de Nieuwe Tijd. Beide niveaus zijn aan te treffen onder de geroerde bovenlaag dan wel bouwvoor, oftewel vanaf 0,40 m -mv. Ten aanzien van de benodigde bestemmingsplanwijziging wordt dan ook geadviseerd om het plangebied in het nieuwe bestemmingsplan planologisch te beschermen middels een dubbelbestemming waarde archeologie, met hierbinnen een verbod op het uitvoeren van (graaf)werkzaamheden die groter zijn dan 50 m² én dieper reiken dan 0,40 m -mv. Aangezien dit advies geldt voor het hele plangebied, is geen advieskaart in dit rapport opgenomen. Voor de thans voorgenomen planvorming zal dit betekenen dat voor het grootste deel van het plangebied – namelijk buiten het bouwvlak – geen bodemingrepen zijn voorzien en dus geen vervolgonderzoek noodzakelijk zal zijn. Voor het bouwvlak (oppervlakte: 897 m2) wordt geadviseerd te onderzoeken of hier een archeologievriendelijke bouwmethode mogelijk is, zoals ophoging van het bouwterrein, zodat eventueel aanwezige archeologische resten in situ bewaard kunnen blijven. Hiertoe wordt verwezen naar de Handreiking Archeologievriendelijk Bouwen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
65 Blijkt dit niet mogelijk te zijn, dan wordt vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Conform de AMZ-cyclus (Archeologische Monumenten Zorg-cyclus) dient het vervolgonderzoek te bestaan uit een karterend en/of waarderend inventariserend veldonderzoek. Gezien de aard van de verwachte vindplaatsen (middelgrote tot grote vindplaatsen met grondsporen) is het uitvoeren van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (karterende en waarderende fase) de meest geschikte onderzoeksmethode. Tijdens een dergelijk gravend onderzoek kan de daadwerkelijke aan- of afwezigheid van vindplaatsen, en de behoudenswaardigheid daarvan, vastgesteld worden. Op basis daarvan kan de bevoegde overheid een selectiebesluit nemen: vrijgeven, behoud in situ of opgraven. Indien een voorafgaand proefsleuvenonderzoek niet mogelijk blijkt, kan het onderzoek ook onder de variant Archeologische Begeleiding worden uitgevoerd, een en ander ter beoordeling van de bevoegde overheid en afhankelijk van de omvang, aard en diepte van de toekomstige bodemingrepen. Voorafgaand aan het veldonderzoek dient een Programma van Eisen te worden opgesteld dat ter beoordeling en goedkeuring moet worden voorgelegd aan de bevoegde overheid. Hierbij dient het volgende opgemerkt.
Het is nooit helemaal uit te sluiten dat, ook daar waar geen vervolgonderzoek is geadviseerd, toch relevante archeologische vindplaatsen in de bodem verborgen zijn die in de uitvoeringsfase van de toekomstige graafwerkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke vondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet (2016). Om ervoor te zorgen dat aan deze wettelijke plicht wordt voldaan bij het eventueel aantreffen van sporen en/of vondsten tijdens de uitvoering van de werkzaamheden, wordt verzocht om navolgende tekst in het uitvoeringsbestek op te nemen: Archeologie Ondanks dat er bij het vooronderzoek geen behoudenswaardige archeologische waarden werden aangetroffen, is niettemin de kans aanwezig dat archeologische sporen en vondsten in de bodem aanwezig zijn en dat deze in de uitvoeringsfase van de graaf- en inrichtingswerkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke vondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht ex. artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit 2016. Bij graafwerkzaamheden dient men dan ook attent te zijn op eventuele vondsten. Opdrachtgever verplicht de aannemers om attent te zijn op eventuele vondsten en/of sporen tijdens de werkzaamheden en verplicht hen archeologische vondsten direct te melden bij de bevoegde overheid.
Voorliggend conceptrapport dient te worden beoordeeld en goedgekeurd door de bevoegde overheid.
65 Roorda & Stover 2016.
57
ARTEFAC T RAPPORT 730
SCHORE FRISOSTRAAT
Lijst met figuren Figuur 1 Ligging in Nederland. Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors............................................ 7 Figuur 2 Ligging van het plangebied op een uitsnede van de Topografische Kaart. Bron: Esri Nederland, Jan Willem van Aalst – www.imergis.nl. ........................................................................................................................ 9 Figuur 3 Situering van het plangebied (blauwgroene polygoon) op de Maatregelenkaarten-in-Lagen. De linker figuur is van toepassing op zowel het Laagpakket van Wormer als het Hollandveen; rechts op het Laagpakket van Walcheren. De kaart voor het Pleistoceen (geen verwachting) wordt niet getoond. Bron: Brugman et al. 2011. ........11 Figuur 4 Plangebied (rode polygoon) en de locatie van de voorgenomen nieuwbouw (blauwgroen gearceerde vlak) op een uitsnede van een luchtfoto. Bron: Beeldmateriaal.nl. .......................................................................... 12 Figuur 5 Paleogeografische ontwikkeling Zeeland. Blauwe stip: globale ligging plangebied. Bron: Vos et al. 2018. . 16 Figuur 6 Projectie van het plangebied (rode polygoon) en vier nabijgelegen DINO-boringen op een uitsnede van de Geologische Kaart. Bron: Van Rummelen 1978. ............................................................................................
18 Figuur 7 Projectie van het plangebied (rode polygoon) op de Bodemkaart van Nederland. Bron: Bazen 1987. ........ 20 Figuur 8 Projectie van het plangebied (rode polygoon) op een uitsnede van de Bodemkaart van “De Brede Watering bewesten Yerseke”. Bron: Van der Meer et al. 1952. ...................................................................................... 21 Figuur 9 Projectie van het plangebied (rode polygoon) op een uitsnede van de Geomorfologische Kaart van Nederland. Bron: Brus & De Lange 1986...................................................................................................... 22 Figuur 10 Projectie plangebied (zwarte polygoon) op bewerkte uitsnede Actueel Hoogtebestand Nederland. Bron: www.pdok.nl (AHN4 0,5 meter raster DTM). ............................................................................................... 23 Figuur 11 Projectie plangebied (zwarte polygoon) op bewerkte uitsnede Actueel Hoogtebestand Nederland. Bron: www.pdok.nl (AHN4 0,5 meter raster DTM). ............................................................................................... 24 Figuur 12 Projectie plangebied (zwarte polygoon) op uitsnede oudere versie Actueel Hoogtebestand Nederland (2007-2012). Rechts van het plangebied: een afgegraven vlied- of motteberg. Bron: www.pdok.nl (AHN2 0,5 meter maaiveld).
............................................................................................................................................. 24 Figuur 13 Overzichtskaart met de voormalige eilanden van Zuid-Beveland in de Middeleeuwen. Het plangebied is bij benadering te situeren ter hoogte van de rode stip. Bron: Wilderom 1968: 41. ................................................... 26 Figuur 14 Overzichtskaart met o.a. 12 de -eeuwse dijkaanleg. De ligging van het plangebied wordt bij benadering aangegeven met een rode pijl. Bron: Dekker 1971: 100, afb. 15. ....................................................................... 28 Figuur 15 Ligging plangebied bij benadering (gele pijl) op uitsnede uit Ostium Scaldis, Kaart van de Zeeuwse Delta, door C. Sgrooten, 1573. Bron: Koninklijke Bibliotheek van België..................................................................... 29 Figuur 16 Globale ligging van het plangebied, aangegeven met rode cirkel, op uitsnede van een kaart van Visscher en Roman uit de tweede helft van de 17de eeuw. Bron: Zeeuws Archief, Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata, Deel I, nr 428. ..................................................................................................................................................
30 Figuur 17 Situering van het plangebied (rode cirkel; bij benadering) op een uitsnede van kaart uit omstreeks 1750, vervaardigd door Hattinga. Bron: Geoloket Cultuurhistorie Provincie Zeeland. ...................................................31 Figuur 18 Projectie van het plangebied (roze polygoon) op een uitsnede van de gedigitaliseerde Kadastrale Minuut. Bron: Geoloket Provincie Zeeland. ............................................................................................................. 32 Figuur 19 Projectie van het plangebied (rode polygoon), bij benadering, op een kaart uit de Gemeente-atlas van Zeeland (J. Kuyper, 1866). Bron: Zeeuws Archief, Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata, Deel I, nr 484. .............33 Figuur 20 Plangebied (roze polygoon) geprojecteerd op topografische (militaire) kaarten tussen 1916 en 2005. Bron: Esri Nederland, Kadaster. ......................................................................................................................... 34 Figuur 21 Monumenten, onderzoeken en vondstlocaties. Gegevens ontleend aan Archis 3. Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors. .................................................................................................................. 36 Figuur 22 Plangebied geprojecteerd op een luchtfoto uit 2008.
Centraal op de foto zijn soilmarks zichtbaar die te relateren zijn aan de afgegraven vlied- of motteberg. Bron: Geoloket Atlas van Zeeland. .................................... 42 Figuur 23 Plangebied geprojecteerd op een luchtfoto uit 2009. Centraal op de foto zijn cropmarks zichtbaar die te relateren zijn aan de afgegraven vlied- of motteberg. Bron: Geoloket Atlas van Zeeland. .................................... 42
58
ARTEFAC T RAPPORT 730
SCHORE FRISOSTRAAT
Figuur 24 Delen van het plangebied (zwart gearceerd) waar een intact Laagpakket van Wormer en Hollandveen Laagpakket verwacht worden. Gebaseerd op: Brugman et al. 2011 (zie ook hoofdstuk 1.3). Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors. .................................................................................................................. 44 Figuur 25 Deel van het plangebied (roze gearceerd) waar de verwachting op archeologische resten uit de Nieuwe Tijd hoog wordt ingeschat. Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors. ...............................................47 Figuur 26 Boorpuntenkaart op een uitsnede van de Topografische Kaart. Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors. ......................................................................................................................................... 50 Figuur 27 Resultatenkaart met situering van de boringen waar respectievelijk het mogelijke grondspoor en de menglaag zijn vastgesteld, alsook waar houtskool (HK) dan wel baksteen (BS) in de menglaag is aangetroffen. Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors. ............................................................................................ 52 Figuur 28 Verwachtingskaart op basis van het bureau- en booronderzoek. Beide niveaus zijn aan te treffen vanaf 0,40 m -mv. Voor alle vroegere perioden geldt een lage verwachting.
Bron: Esri Nederland, Community Map Contributors. ......................................................................................................................................... 56
59
ARTEFAC T RAPPORT 730
SCHORE FRISOSTRAAT
Bronnen Literatuur Alkemade, M., R.M. van Heeringen en W.A.M. Hessing, 2011. Archeologiebeleid gemeente Kapelle. Deel A: Beleidsnota archeologie, Amersfoort. Bazen, M.A.,1987. Bodemkaart van Nederland schaal 1 : 50.000, Toelichting bij de kaartbladen 48 Oost Middelburg en 49 West Bergen op Zoom, Wageningen, Stichting voor Bodemkartering. Besuijen, G.P.A., F.G.R. D’hondt, R. Emaus en J.E.M. Wattenberghe, 2015. Nieuwe Zuid‐West 380 kV Hoogspanningsverbinding Borssele‐Tilburg. Deel Zeeland. Artefact! Rapport 99, Middelburg. Besuijen, G.P.A. en G. de Boer, 2019. Kloetinge en omgeving – Archeologische Verwachtingskaart. Gemeente Goes. Archeologisch Bureauonderzoek. Artefact! Rapport 348, Zaamslag. Blom, J.M., 2009. Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase (d.m.v. boringen). Landgoed Schore, Schore. Gemeente Kapelle. Becker & Van de Graaf B.V., Noordwijk. Bouma, N., 2013. Grootschalige veenwinning in Kapelle Smokkelhoek. Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven. ADC Rapport 3348, Amersfoort. Brugman, B.A., R.M. van Heeringen en R. Schrijvers, 2011. Archeologiebeleid gemeente Kapelle. Deel B: Toelichting beleidskaart. Brus, D.J. en G.W. de Lange, 1986. Geomofologische Kaart van Nederland, kaartblad 48 (gedeeltelijke) – 42 (gedeeltelijk) – 47 (gedeeltelijk) Middelburg – Zierikzee - Cadzand, Schaal 1:50.000.
Wageningen, Stichting voor Bodemkartering. Clercq, W. de en R. M. van Dierendonck, 2008. Extrema Galliarum, Zeeland en Noordwest-Vlaanderen in het Imperium Romanum. Zeeuws Tijdschrift, 58/3-4, 5-34. Coen, I., 2008. De eeuwige Schelde? Ontstaan en ontwikkeling van de Schelde. Borgerhout. Dekker, C., 1971. Zuid-Beveland: de historische geografie en de instellingen van een Zeeuws eiland in de Middeleeuwen, Van Gorcum, Assen. Dierendonck, R.M. van, 2012. Romeinse Tijd. In: P. Brusse en P. Henderickx (eds.), De Geschiedenis van Zeeland, prehistorie - 1500. Zwolle, 42-55. Dierendonck, R.M. van, 2016. Nieuwe wijn uit oude zak(k)en, Evaluatie van de Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie Zeeland (POAZ) 2009-2015. SCEZ, Middelburg. Groot, R.W. de, 2017. Verbreden watergangen gemaal Schore. Gemeente Kapelle. Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (proefsleuven). RAAP-rapport 3266, Weesp. Groot, R.W. de, 2022. Hoogspannend onderzoek dwars door Romeins en middeleeuws Zuid-Beveland, gemeenten Borsele, Kapelle en Reimerswaal. Een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen (IVO-O: protocol 4003), een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven (IVO -P: protocol 4003) en een opgraving (protocol 4004) in het kader van de aanleg van de 380kV-verbinding Borssele-Rilland. Heeringen, R.M. van, P.A. Henderikx en A. Mars (red.), 1995.
Vroegmiddeleeuwse ringwalburgen in Zeeland, Goes.
60
ARTEFAC T RAPPORT 730
SCHORE FRISOSTRAAT
Jongepier, J., 2002. Rapport Aanvullende Archeologische Inventarisatie (AAI) Schore-Steenweg 23. Document verkregen via het Zeeuws Archeologisch Depot, Middelburg. Kort, J.W. de, 2006. Plangebied Zandweg 2 te Schore. Gemeente Kapelle. Archeologisch vooronderzoek: een bureauen inventariserend veldonderzoek. RAAP-notitie 1525, Amsterdam. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1, 19 februari 2018, Stichting Infrastructuur en Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Loopik, J., 2016. Kapelle Smokkelhoek – perceel S492. Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven. ADC Rapport 4246, Amersfoort. Man, J.C. de, 1897 (tweede druk). De Vluchtbergen in Schouwen, de Bevelanden en Tholen. Vroegere en latere mededelingen voornamelijk met betrekking tot Zeeland (achtste deel). Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, Middelburg. Meer, K. van der, I. Ovaa en J. de Buck, 1952. De bodemgesteldheid van de Brede Watering bewesten Ierseke. Stichting voor Bodemkartering Wageningen, rapport nr. 292. Mulder, E.F.J. de, e.a. (red.), 2003. De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Provinciaal Blad van Zeeland, nr. 8080, 2019. Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland van 10 december 2019, kenmerk 19434306, houdende vaststelling regeling aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland 2019.
Provincie Zeeland, 2017: Wie wat bewaart, die heeft wat. Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie Zeeland 20172020. Middelburg. Ras, J. 2015. Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen project ‘Verruiming waterlopen naar Gemaal Schore’, Schore, Gemeente Kapelle. SOB Research, Heinenoord. Regt, M.J. de, 2004. Kleine monumenten in Kapelle, Biezelinge, Eversdijk en Schore. Heemkundige Kring ’De Bevelanden’, Goes. Roorda, I. en J. Stover, 2016. Handreiking Archeologievriendelijk Bouwen. RCE, Amersfoort. Rummelen, F.F.F.E. van, 1978. Geologische Kaart van Nederland, Beveland, 1:50.000. Rijks Geologische Dienst, Haarlem. Rummelen, F.F.F.E. van, 1978. Toelichtingen bij de Geologische Kaart van Nederland, Beveland, 1:50.000. Rijks Geologische Dienst, Haarlem. Sier, M.M. (red.), 2003. Ellewoutsdijk in de Romeinse tijd. ADC-rapport 200, Amersfoort. Vos, P.C. en R.M. van Heeringen, 1997. Holocene geology and occupation history of the province of Zeeland (SW Netherlands), in: M.M. Fischer, Holocene evolutions of Zeeland (SW Netherlands), Mededelingen Nederlands Instituut voor Toegapaste Geowetenschappen TNO 59, 5-109. Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans, 2018. Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu. Prometheus, Amsterdam. Weerts, H.J.T., 2003. Formatie van Naaldwijk.
In: Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond, NITG-TNO, Utrecht.
61
ARTEFAC T RAPPORT 730
SCHORE FRISOSTRAAT
Wilderom M.H., 1968. Tussen afsluitdammen en deltadijken. Deel 3: Midden Zeeland (Walcheren en Zuid-Beveland), Vlissingen. Ysseldijk, W.E.P. van, 1968. De Geschiedenis van Kapelle (Z.-B.) (Kapelle, Biezelinge, Eversdijk, Schore), Kapelle.
Websites Archis: archis.cultureelerfgoed.nl Bestemmingsplan: http://www.ruimtelijkeplannen.nl Bodeminformatie Zeeland: https://zeeland.nazca4u.nl/Rapportage/ Bodemloket: www.bodemloketl.nl Canon van Kapelle: www.kapelle.nl/canon-van-kapelle Cultuurhistorische Hoofdstructuur: geraadpleegd op http://zldgwb.zeeland.nl/gwbh5/?Viewer=Cultuur%20Historie Databank RCE: http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ DINOloket: www.dinoloket.nl Esri Nederland: www.beeldmateriaal.nl Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME): www. Ime.nl/ Krantenbank Zeeland: https://krantenbankzeeland.nl Topotijdreis: www.topotijdreis.nl Wageningen University & Research (luchtfoto’s Tweede Wereldoorlog): https://library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf Zeeuws Archief: https://www.zeeuwsarchief.nl/
62