2023-25a D23.285372 2023 SWVO 2e wijz. begroting - Brief BCiE Bcie SWVO advies OBG2024BG2023 wijz2
Tekst van het document
Aan de leden van het Algemeen Bestuur van het Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio
Tholen, 25 april 2023 Onderwerp: advies ten aanzien van de Ontwerp Programmabegroting 2024 en de 2e wijziging 2023 - SWVO
Geacht Algemeen Bestuur, Onlangs heeft de Begeleidingscommissie van het SWVO, waarin diverse gemeenten vertegenwoordigd zijn door beleidsmedewerkers Wmo alsmede financieel beleidsmedewerkers, zich op hoofdlijnen gebogen over de Ontwerp Programmabegroting 2024 (hierna: begroting 2024) en de 2e begrotingswijziging 2023. De Begeleidingscommissie besprak diverse aandachtspunten en enkele tekstuele en inhoudelijke wijzigingen met het SWVO. Naar aanleiding hiervan zijn een aantal aanpassingen verwerkt in de voorliggende stukken. De Begeleidingscommissie adviseert voor de 2e begrotingswijziging 2023 alsmede voor de begroting 2024 gemeenten een zienswijze in te dienen. De zienswijze betreft de toegepaste indexatie op hulpmiddelen. De begroting 2024 vermeldt hierover dat in de overeenkomst tussen Medipoint en SWVO is afgesproken dat Medipoint de tarieven per 1 juni indexeert op basis van het CPI van maart van dat jaar. Inmiddels is de CPI over maart 2023 bekend, deze komt aanzienlijk lager uit en wel op 4,4%. Het SWVO gaat echter uit van een verhoging van een indexatie van 10% vanaf juni 2023 en van 8,5% voor 2024. Uitgaan van een te hoge prijsindexatie legt naar de mening van de Begeleidingscommissie ten onrechte een te hoog beslag op de meerjarige bijdragen van de deelnemende gemeenten.
Concreet luidt de zienswijze als volgt: • In te stemmen met de 2e begrotingswijziging 2023 behalve voor Programma Uitvoering Wmo, onderdeel Hulpmiddelen; • In te stemmen met de Ontwerp Programmabegroting 2024 behalve voor het Programma Uitvoering Wmo, onderdeel Hulpmiddelen; • De meerjarenraming voor kennisgeving aan te nemen; • Het Algemeen Bestuur van het SWVO te verzoeken de geraamde lasten 2023 en 2024 voor hulpmiddelen aan te passen aan de hand van het CPI over maart 2023 ad 4,4%. Over de volgende onderwerpen is (ambtelijk) gesproken met het SWVO: - Proces: conform het VZG-rapport ‘Afspraken over samenwerken met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland’ (herzien 2022) zouden deelnemende gemeenten tot 15 juli 2023 de tijd moeten hebben om hun zienswijze kenbaar te maken. In de begeleidende brief van het SWVO wordt gevraagd om deze zienswijze uiterlijk 10 juli kenbaar te maken in verband met de op 12 juli 2023 geplande AB-vergadering. Inmiddels begreep de Begeleidingscommissie dat er een aangepaste planning komt voor wat betreft het vaststellen van de definitieve begroting 2024. Daarmee zou deze in de pas lopen met de termijnen zoals opgenomen in het VZG-rapport. - VZG-richtlijn secretariaatskosten: In de 2e begrotingswijziging 2023 is de aangepaste VZG-richtlijn van +7,2% (is +4,5% als aanvulling op de initiële richtlijn 2023) op de secretariaatskosten toegepast.
Voor de begroting 2024 is de gemeentelijke bijdrage gemiddeld verhoogd conform de VZG-richtlijn van +3,4%. Desondanks betekent dit voor 2024 dat de richtlijn voor de gemeenten Goes en Schouwen-Duiveland wordt overschreden. Reden hiervoor is dat deze gemeenten een eigen dataanalist in dienst hebben waardoor tot en met 2023 de kosten van de data-analist die in dienst is van het SWVO niet werd doorberekend aan deze twee gemeenten. Inmiddels voeren de twee gemeentelijke data-analisten echter geen specifieke werkzaamheden uit voor het SWVO terwijl Goes en Schouwen-Duiveland wel gebruik maken van de data van het SWVO, onder andere via het dashboard. De Begeleidingscommissie acht het daarom redelijk dat vanaf 2024 de gemeenten Goes en Schouwen-Duiveland meedelen in de kosten van de data-analist. Omdat de stijging van de secretariaatskosten gemiddeld 3,4% is, betekent dit dat de stijging voor de overige deelnemende gemeenten onder de VZG-richtlijn blijft. - Extra bijdrage in 2025: Het voor de jaren 2023 en 2024 verwachte negatieve resultaat wordt voorlopig onttrokken uit de reserve exploitatieresultaten. Bij een structureel negatief resultaat komt SWVO onder preventief toezicht (nu repressief) van de Provincie Zeeland.
Om dat te voorkomen, raamt het SWVO in de meerjarenraming in begrotingsjaar 2025 een extra gemeentelijke bijdrage van € 75.000 om een structureel evenwicht te realiseren. Hoewel de meerjarenraming door de
-
-
-
deelnemende gemeenten voor kennisgeving wordt aangenomen, wil de Begeleidingscommissie op dit moment al aandacht vragen bij het SWVO door maatregelen te treffen om deze mogelijke overschrijding van de VZG-richtlijn 2025 te voorkomen. Volume-indexaties: Volumestijgingen binnen het Programma uitvoering Wmo worden algemeen toegepast. Er is geen aandacht voor lokale verschillen, historische trends en demografische ontwikkelingen per gemeente. De Begeleidingscommissie vraagt nadrukkelijk de aandacht dit, ook meerjarig, verder uit te werken. Gezien de inzet en expertise van de verschillende data-analisten alsmede de investeringen de afgelopen jaren in Grip op WMO, is de Begeleidingscommissie van mening dat lokale verschillen, onder andere gebaseerd op historische trends en demografische ontwikkelingen, in de ramingen dienen te worden verwerkt. SWVO geeft aan om meerdere redenen niet mogelijk is. Toch adviseert de Begeleidingscommissie met klem het SWVO bij het opstellen van de begrotingen vanaf 2025 toe te werken naar een prognosemodel waarbij in de ramingen rekening wordt gehouden met de lokale verschillen. Analyse jaarrekening: De Zeeuwse afspraak geldt dat de begroting een analyse bevat van de laatst vastgestelde/opgestelde jaarrekening en het effect hiervan op de begroting. Zo is er inzicht in de actuele financiële positie.
De begroting 2024 bevat de verwachte cijfers van jaar t-1 in plaats van de cijfers uit de jaarrekening. Reden hiervoor is dat ten tijde van het opstellen van de begroting 2024 de jaarcijfers 2022 nog niet bekend waren. De Begeleidingscommissie adviseert vanaf de ontwerpbegroting 2025 tenminste de concept-jaarcijfers van het voorafgaande in de begroting op te nemen. Gelet op de latere datum van toezending van de ontwerpbegroting vanuit de gewijzigde Wet op de gemeenschappelijke regelingen is dat naar mening van de Begeleidingscommissie een reëel verzoek. Beleidsindicator sociaal domein: De Begeleidingscommissie constateert behoorlijke verschillen tussen de verschillende deelnemende gemeenten. SWVO geeft daarop een aantal (mogelijke) oorzaken aan: Een grotere gemeente heeft vaak een hogere concentratie van mensen die gebruik maken van een voorziening. Dit komt door de samenstelling van de bevolking, maar ook door de gemeenschapszin en samenhang in kleinere dorpen/gemeenten. Ook kan lokaal maatwerk leiden tot verschillen.
Verder merkt de Begeleidingscommissie in het kader van het VZG-rapport Afspraken over samenwerken met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland het volgende op: - VZG-bezuinigingsrichtlijn: Voor het begrotingsjaar 2024 geldt geen bezuinigingsrichtlijn. - VZG-reserverichtlijn: Deze richtlijn behelst dat reservevorming uit batige saldi beperkt wordt toegestaan, waarbij uitgegaan wordt van de norm van 5% van alle baten van de desbetreffende gemeenschappelijke regeling. Deze norm dekt dan het totaal van alle vormen van reservevorming af. De begroting 2024 voldoet aan deze norm. - Financieel en beleidsmatig onderbouwde meerjarenraming: De begroting 2024 is voorzien van een meerjarenraming. Hoewel deze geen beleidsmatige toelichting bevat, dient opgemerkt te worden dat de meerjarenraming is gebaseerd op basis van bestaand beleid. - Risicoanalyse: de begroting 2024 bevat een paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ waarin de aanwezige financiële risico’s worden genoemd. De omvang van deze risico’s is beperkt. Dit wordt uitgebreid toelicht in de betreffende paragraaf. Verder staat het gemeenten vrij om een eigen raming van de uitgaven te maken die gebaseerd is op diverse lokale activiteiten/ontwikkelingen, demografische ontwikkelingen en andere exogene factoren.
Echter, de huidige verantwoordingssystematiek, waarbij de gemeentelijke bijdragen in de jaarrekening niet langer gebaseerd zijn op de werkelijk gemaakte kosten, maar op de laatst vastgestelde begroting(swijziging), brengt een werkwijze met zich mee dat de hier vastgestelde bijdragen – ten minste conform de laatste begrotingswijziging van het SWVO voorafgaand aan het opstellen van de jaarrekening- één-op-één overgenomen moeten worden in de gemeentelijke begrotingen. Definitieve afrekening vindt een jaar later plaats. In het jaar zelf wordt elk kwartaal gerapporteerd via de kwartaalbrieven. We adviseren deze informatie frequent te toetsen, ook met behulp van de BI-tool of eigen dashboards. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groeten, Namens de Begeleidingscommissie SWVO
Hanneke Geluk – van der Plicht Voorzitter