2023-08d D21.252699 BKK wegbermen Zeeland eindrapport 26 BKK-wegbermen-Zeeland-eindrapport-26november2020
Tekst van het document
BKK wegbermen Zeeland
27/37
Eindrapport, 26 november 2020
MARMOS bodemmanagement
Melding bij landelijk meldpunt De melding wordt digitaal gedaan via de website: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Het Meldpunt Bodemkwaliteit stuurt de melding inclusief de eventuele pdf-bestanden van milieuhygiënische verklaringen per e-mail door naar het bevoegde gezag.
4.4
Toepassingseisen voor de wegbermen
Voor de wegbermen gelden de volgende toepassingseisen (exclusief PFAS): Zone Ontgravingsklasse Toepassingseis voor gezoneerde bermgrond Industrie MaxINDUSTRIE
A: Voorheen teerhoudende asfaltwegen
Industrie
overige gemeentes: MaxINDUSTRIE
B: Niet teerhoudende bitumineuze wegen
C: Elementenwegen
Zeeuws-Vlaanderen: MaxWONEN
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Toepassingseis voor overige grond en bagger4 Zeeuws-Vlaanderen: MaxINDUSTRIE overige gemeentes: Achtergrondwaarde, met uitzondering van: PAK-totaal: MaxWONEN Minerale olie: MaxWONEN Zeeuws-Vlaanderen: MaxINDUSTRIE overige gemeentes: Achtergrondwaarde, met uitzondering van: PAK-totaal: MaxWONEN Minerale olie: MaxWONEN Achtergrondwaarde
Aan de gekozen toepassingseisen liggen de volgende overwegingen ten grondslag: de mogelijkheid behouden om al of niet gekeurde bermgrond in bermen te kunnen blijven toepassen; per saldo geen verdere verslechtering van de wegbermen; een alternatief creëren voor het gebruik van schone grond bij een lokaal tekort aan bermgrond (toepassing van schone grond is niet duurzaam, omdat belasting vanuit de omgeving en interactie in de bermgrondketen ervoor zorgt dat deze schone grond licht verontreinigd raakt). Voor de zones ‘A: Voorheen teerhoudende asfaltwegen’ en ‘B: niet teerhoudende bitumineuze wegen’ gelden in de gemeentes ten noorden van de Westerschelde andere toepassingseisen dan in ZeeuwsVlaanderen.
4
Grond en bagger niet afkomstig uit een in voorliggende bodemkwaliteitskaart gezoneerde wegberm
BKK wegbermen Zeeland
28/37
Eindrapport, 26 november 2020
MARMOS bodemmanagement
In de gemeentes ten noorden van de Westerschelde gelden voor deze zones verschillende toepassingseisen, afhankelijk van of er sprake is van het toepassen van bermgrond dan wel grond die van buiten de bermgrondketen afkomstig is. Deze Lokale Maximale Waarden (LMW) worden verderop nader toegelicht. In Zeeuws-Vlaanderen gelden de toepassingseisen uit het landelijke, generieke beleidskader en worden voor de wegbermen geen LMW vastgesteld. Daarbij hebben de wegen met inbegrip van hun bermen de bodemfunctieklasse industrie. Conform het generieke beleidskader gelden in Zeeuws-Vlaanderen voor de zones ‘A: Voorheen teerhoudende asfaltwegen’ en ‘B: niet teerhoudende bitumineuze wegen’ als toepassingseis de Maximale waarden voor Industrie (MaxINDUSTRIE) respectievelijk de Maximale waarden voor Wonen (MaxWONEN) ongeacht of er bermgrond wordt toegepast dan wel sprake is van een toepassing van grond of bagger afkomstig van buiten de wegbermketen. De classificatie van de zone ‘C: Elementenwegen’ op basis van het rekenkundig gemiddelde voldoet aan de Achtergrondwaarde. Voor deze zone geldt in de hele provincie als generieke toepassingseis de Achtergrondwaarde (rekening houdend met de toetsingsregel zoals beschreven in paragraaf 2.2).
Toelichting op de Lokale Maximale Waarden (LMW) Het grondverzet in de wegbermen vormt in beginsel een gesloten systeem: bij werkzaamheden vrijgekomen bermgrond blijft binnen de keten van wegbermen. Om deze reden wordt in de gemeentes ten noorden van de Westerschelde onderscheid gemaakt tussen bermgrond, die na tijdelijke opslag weer elders in een wegberm wordt toegepast en de import en export van grond in en uit de keten van bermgrond. Voor het opnieuw in een berm toepassen van grond uit gezoneerde bermen (ongeacht de herkomstzone) gelden voor de zone ‘A: Voorheen teerhoudende wegen’ in de hele provincie als toepassingseisen de Maximale waarden voor Industrie (MaxINDUSTRIE). Dit geldt voor alle in de bodemkwaliteitskaart opgenomen stoffen. In de gemeentes ten noorden van de Westerschelde geldt voor grond afkomstig van buiten de wegbermketen een strengere toepassingseis. Voor grond afkomstig van buiten de wegbermketen geldt voor PAK en minerale olie5 als toepassingseis MaxWONEN en de Achtergrondwaarde voor de overige stoffen. Bij de overige stoffen wordt nog wel de toetsingsregel uit de Regeling bodemkwaliteit gehanteerd (zie paragraaf 2.2). Als gevolg van de toetsingsregels uit de Regeling bodemkwaliteit wijkt de ontgravingsklasse van de zone ‘B: Niet teerhoudende bitumineuze wegen’ af van de toepassingsklasse.
Hierdoor is hergebruik van bermgrond binnen dezelfde zone volgens het landelijke, generieke beleidskader niet meer mogelijk. De gemeenten ten noorden van de Westerschelde kiezen ervoor om in deze zone voor bermgrond de toepassingsnorm te laten aansluiten bij de ontgravingsklasse en dus voor gezoneerde bermgrond ook in deze als toepassingseisen de Maximale waarden voor Industrie (MaxINDUSTRIE) vast te stellen. Dit geldt voor alle in deze bodemkwaliteitskaart opgenomen stoffen. 5
Voor PAK bedraagt MaxWONEN 6,8 mg/kgds. Voor minerale olie is MaxWONEN gelijk aan de Achtergrondwaarde (190 mg/kgds).
BKK wegbermen Zeeland
29/37
Eindrapport, 26 november 2020
MARMOS bodemmanagement
Voornoemde toepassingseisen gelden ongeacht de bodemfunctieklasse zoals deze voor de omgeving van de wegberm is vastgelegd in de gemeentelijke bodemfunctiekaarten. Voorwaarde voor het vaststellen van deze LMW is, dat met behulp van de risicotoolbox wordt nagegaan wat de gevolgen van deze LMW zijn voor de bodemkwaliteit. De toepassing van de risicotoolbox is opgenomen in bijlage 156. De conclusie van de risicotoolbox is, dat deze LMW geen risico’s opleveren: de bodem blijft duurzaam geschikt voor het betreffende bodemgebruik. Op de LMW wordt de gangbare bodemtypecorrectie toegepast zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit.
PFAS Voor PFAS gelden de volgende toepassingseisen: Zone Toepassingseis voor gezoneerde bermgrond PFOA (som): 7 μg/kgds PFOS (som): 3 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 3 μg/kgds A: Voorheen teerhoudende asfaltwegen
PFOA (som): 7 μg/kgds PFOS (som): 3 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 3 μg/kgds B: Niet teerhoudende bitumineuze wegen
C: Elementenwegen
Toepassingsnormen zoals door de gemeente vastgesteld voor het omliggende gebied
Toepassingseis voor overige grond en bagger Zeeuws-Vlaanderen: PFOA (som): 7 μg/kgds PFOS (som): 3 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 3 μg/kgds overige gemeentes: Toepassingsnormen zoals door de gemeente vastgesteld voor het omliggende gebied Zeeuws-Vlaanderen: PFOA (som): 7 μg/kgds PFOS (som): 3 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 3 μg/kgds overige gemeentes: Toepassingsnormen zoals door de gemeente vastgesteld voor het omliggende gebied Toepassingsnormen zoals door de gemeente vastgesteld voor het omliggende gebied
Voor alle gemeenten in Zeeland zijn (regionale) bodemkwaliteitskaarten voor PFAS opgesteld. Hierin zijn tevens de door de gemeenten gehanteerde toepassingsnormen opgenomen, gebaseerd op de beleidskeuzes uit de gemeentelijke nota’s bodembeheer en het tijdelijk handelingskader voor PFAS van 2 juli 2020 (lit. 12). 6
Overgenomen uit de bodemkwaliteitskaart uit 2013. De berekeningen zijn niet opnieuw uitgevoerd aangezien het onderliggend risicomodel niet gewijzigd is.
BKK wegbermen Zeeland
30/37
Eindrapport, 26 november 2020
MARMOS bodemmanagement
De toepassingseis voor gezoneerde bermgrond is in alle zones 7 μg/kgds voor PFOA en 3 μg/kgds voor PFOS en de overige PFAS (met uitzondering van de zone C: Elementenwegen). Deze waarden sluiten aan bij de toepassingseisen voor PFAS die de gemeenten in het algemeen hanteren voor gebieden waar de toepassingseisen voor de NEN5740-stoffen klasse Wonen of klasse Industrie zijn. Met deze toepassingseis voor PFAS blijft het gesloten systeem van uitwisseling van bermgrond mogelijk. Voor de zone C: Elementenwegen zijn nog geen PFAS-gegevens beschikbaar. Bij hergebruik van bermgrond binnen deze zone wordt voor PFAS aangesloten bij de toepassingsnormen die de gemeenten voor het omliggende gebied hebben vastgesteld. Net als bij de NEN5740-stoffen wordt in Zeeuws-Vlaanderen bij de zones ‘A: Voorheen teerhoudende asfaltwegen’ en ‘B: Niet teerhoudende bitumineuze wegen’ geen onderscheid gemaakt tussen gezoneerde bermgrond en overige grond en bagger. Voor overige toepassingen van grond en bagger van buiten de bermketen gelden de toepassingseisen zoals de gemeenten die voor het omliggende gebied hebben vastgesteld.
4.5
De bodemkwaliteitskaart wegbermen als milieuhygiënische verklaring
Bijlage 13 bevat een grondstromenmatrix waarin is aangegeven in welke situaties de bodemkwaliteitskaart van de wegbermen kan dienen als bewijsmiddel (milieuhygiënische verklaring) voor de kwaliteit van de bermgrond. De bodemkwaliteitskaart dient primair als bewijsmiddel (milieuhygiënische verklaring) om hergebruik van bermgrond in een andere wegberm te faciliteren. Daarnaast kan de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel dienen wanneer de bermgrond wordt toegepast in een Grootschalige bodemtoepassing (GBT).
Hergebruik binnen wegbermen Bermgrond afkomstig uit de zone ‘A: Voorheen teerhoudende asfaltwegen’ kan op basis van de bodemkwaliteitskaart worden hergebruikt binnen dezelfde zone. In de gemeenten ten noorden van de Westerschelde geldt dit ook voor de zone ‘B: Niet teerhoudende bitumineuze wegen’. Ook kan bermgrond tussen deze zones worden uitgewisseld, met uitzondering van toepassing in de zone ‘B: Niet teerhoudende bitumineuze wegen’ in Zeeuws-Vlaanderen. Bermgrond afkomstig uit de zone ‘C: Elementenwegen’ kan op basis van de bodemkwaliteitskaart worden toegepast in alle wegbermzones.
Hergebruik in een grootschalige bodemtoepassing (GBT) op de landbodem In een grootschalige bodemtoepassing (GBT) op de landbodem mag grond worden toegepast tot MaxINDUSTRIE ongeacht de kwaliteit en functie van de ontvangende bodem. Boven bepaalde concentraties metalen (emissietoetswaarden) gelden aanvullende eisen over de maximale uitloging. Onder deze concentraties wordt de uitloging verwaarloosbaar geacht.
BKK wegbermen Zeeland
31/37
Eindrapport, 26 november 2020
MARMOS bodemmanagement
Alle zones voldoen gemiddeld aan MaxINDUSTRIE. In de dataset van de bodemkwaliteitskaart uit 2013 is bij geen van de meetpunten een gehalte metalen boven de emissietoetswaarde vastgesteld: Metaal Emissietoetswaarde (mg/kgds) Maximale meetwaarde in dataset 2013 (mg/kgds, omgerekend naar standaardbodem) arseen 42 17,5 barium 413 347,7 cadmium 4,3 1,0 kobalt 130 14,9 chroom 180 92,6 koper 113 72,9 kwik 4,8 0,4 nikkel 100 39,1 lood 308 162,6 zink 430 246,9 molybdeen 105 2,3 De dataset uit 2020 bevat incidenteel gehaltes boven de emissietoetswaarde. In alle zones zijn de 95percentielwaarden uit 2020 lager dan de bovenstaande emissietoetswaarden. Voor het toepassen van bermgrond in een grootschalige bodemtoepassing (GBT) op de landbodem geldt deze bodemkwaliteitskaart voor alle zones als bewijsmiddel (milieuhygiënische verklaring).
Overige toepassingen buiten de wegbermketen Met uitzondering van GBT geldt de bodemkwaliteitskaart van de wegbermen in de gemeentes ten noorden van de Westerschelde niet als bewijsmiddel (milieuhygiënische verklaring) voor toepassingen van bermgrond buiten de zones van deze bodemkwaliteitskaart. In Zeeuws-Vlaanderen geldt de bodemkwaliteitskaart ook buiten de bermgrondketen als bewijsmiddel voor alle toepassingen van bermgrond afkomstig uit de volgende zones: B: Niet teerhoudende bitumineuze wegen (bewijsmiddel voor klasse Industrie); C: Elementenwegen (bewijsmiddel voor klasse Achtergrondwaarde). In de zone A: Voorheen teerhoudende asfaltwegen is de kans groter dat een specifieke partij bermgrond niet aan klasse industrie voldoet. Daarom geldt voor deze zone de bodemkwaliteitskaart niet als bewijsmiddel bij toepassingen buiten de bermketen. Dit is uiteraard onder voorbehoud van de historische toets op uitzonderingssituaties.
BKK wegbermen Zeeland
32/37
Eindrapport, 26 november 2020
MARMOS bodemmanagement
4.6
Overige afstemming op de gemeentelijke Nota’s bodembeheer
Maximum percentage bodemvreemde bijmengingen In het Besluit bodemkwaliteit is voor toe te passen partijen grond en bagger een maximaal percentage bodemvreemde bijmengingen opgenomen van 20%. Gemeentes kunnen in gebiedsspecifiek beleid een afwijkend percentage vaststellen. Een aantal gemeentes in Zeeland heeft in de gemeentelijke Nota bodembeheer voor (het grootste deel van) het grondgebied een maximum percentage van 5% vastgelegd. In gebieden waarvoor een gemeente een lager maximum percentage bodemvreemde bijmengingen heeft vastgesteld geldt dit lagere percentage ook voor toepassingen in wegbermen.
Gebieden met ruimere gemeentelijke toepassingsnormen dan de in deze Nota vastgelegde normen In bepaalde gebieden gelden volgens de gemeentelijke Nota bodembeheer ruimere toepassingsnormen dan de toepassingsnormen die in dit rapport zijn opgenomen voor de wegbermzones. Indien sprake is van gemeentelijke toepassingsnormen op basis van generiek beleid gelden voor de wegbermen de ruimere normen uit de gemeentelijke Nota bodembeheer. Indien sprake is van gemeentelijke toepassingsnormen op basis van gebiedsspecifiek beleid gelden voor de wegbermen de ruimere normen uit de gemeentelijke Nota bodembeheer alleen, wanneer dit expliciet is vastgelegd in de gemeentelijke Nota bodembeheer danwel onderhavige paragraaf. Indien hierover niets is vastgelegd gelden de toepassingsnormen voor de wegbermen zoals opgenomen in voorliggend hoofdstuk. In de Nota bodembeheer van de gemeente Borsele is gebiedsspecifiek beleid opgenomen voor de verdubbeling van de Sloeweg en de Westerscheldetunnelweg. Voor dit gebied prevaleert het gebiedsspecifieke beleid uit de gemeentelijke Nota bodembeheer boven de toepassingseisen uit voorliggende Nota bodembeheer.
Toezicht en handhaving In het Besluit bodemkwaliteit is opgenomen, dat een Nota bodembeheer tevens aandacht moet besteden aan toezicht en handhaving. Voor toezicht en handhaving van grondverzet op basis van voorliggende bodemkwaliteitskaart wordt aangesloten bij hetgeen reeds is opgenomen in de algemene toezicht- en handhavingsbeleid van de gemeentes c.q. de gemeentelijke Nota’s bodembeheer.
BKK wegbermen Zeeland
33/37
Eindrapport, 26 november 2020
MARMOS bodemmanagement
BKK wegbermen Zeeland
34/37
Eindrapport, 26 november 2020
MARMOS bodemmanagement
5
BEPALING VEILIGHEIDSKLASSE CROW 400
Het CROW heeft in 2017 de CROW400 uitgebracht, een richtlijn voor het werken in en met verontreinigde bodem (lit. 13). Deze vervangt de vroegere CROW-publicaties 132 en 307 en is gericht op veilig en gezond werken conform de Arboregelgeving. Afhankelijk van de gezondheidsrisico’s die werken met verontreinigde grond eventueel met zich meebrengen kan sprake zijn van een veiligheidsklasse. De CROW400 maakt daarbij onderscheid tussen vluchtige en niet-vluchtige verontreinigingen. Er is sprake van een veiligheidsklasse bij concentraties in de bodem groter dan 75% van de SRCARBO voor niet-vluchtige stoffen; hoger dan de tussenwaarde voor vluchtige stoffen. Of bij niet-vluchtige bodemverontreiniging sprake is van een veiligheidsklasse wordt beoordeeld op basis van de humane gezondheidsrisico’s. Hiervoor hanteert de CROW400 de humaan ernstige risicowaarde (SRC: serious risk concentration). In 2019 zijn SRCARBO-waarden bepaald die specifiek toegespitst zijn op de blootstellingsscenario’s bij werkzaamheden in verontreinigde bodem (lit. 14). Voor de afzonderlijke PAK zijn de SRCARBO als volgt: Individuele PAK7 SRCARBO (lit.
14) antraceen 8030 mg/kgds benzo(a)anthraceen 1000 mg/kgds benzo(a)pyreen 100 mg/kgds benzo(ghi)peryleen 1000 mg/kgds benzo(k)fluorantheen 1000 mg/kgds chryseen 10000 mg/kgds fenanthreen 8030 mg/kgds fluorantheen 10000 mg/kgds indeno(1,2,3cd)pyreen 1000 mg/kgds Benzo(a)pyreen heeft de laagste SRCARBO. De hoogste meetwaarde voor benzo(a)pyreen in de dataset bedraagt 30 mg/kgds. Voor de overige PAK is de hoogste meetwaarde 110 mg/kgds (fluorantheen). Deze waarden zijn afkomstig uit onderzoek ten behoeve van de aanleg van doorgroeiblokken. De PAK-gehalten in de wegbermen zijn beduidend lager dan de SRCARBO. Voor minerale olie is geen SRCARBO afgeleid. Normaliter behoort minerale olie tot de vluchtige stoffen. De hogere oliegehalten in de wegbermen hangen echter samen met de verhoogde PAK-gehalten en betreffen als zodanig geen verontreiniging met vluchtige stoffen. De 95-percentielwaarden voor minerale olie zijn in alle zones lager dan de tussenwaarde.
7
Naftaleen behoort tot de vluchtige stoffen. Naftaleen wordt in de wegbermen meestal niet boven de detectiegrens aangetoond en is verder niet relevant voor de beoordeling van de veiligheidsklasse.
BKK wegbermen Zeeland
35/37
Eindrapport, 26 november 2020
MARMOS bodemmanagement
Geen veiligheidsklasse van toepassing Vanuit arbeids-hygiënisch oogpunt is er volgens CROW400 geen sprake van een veiligheidsklasse (tenzij uit het vooronderzoek blijkt dat sprake is van een uitzonderingslocatie). Er zijn geen aanvullende maatregelen nodig om veiligheid en gezondheid te waarborgen. Wel geldt dat men een minimaal niveau van basishygiëne in acht dient te nemen (voorkomen dat iemand in een kuil kan vallen, verbieden van eten drinken en/of roken op de werkplek etc.) De basishygiëne wordt behandeld in module 4, paragraaf 4.2 van CROW400.
BKK wegbermen Zeeland
36/37
Eindrapport, 26 november 2020
MARMOS bodemmanagement
LITERATUUR 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
10. 11.
12.
13. 14.
15. 16. 17. 18. 19.
Bodemkwaliteitskaart en bodembeheerplan voor wegbermen in de provincie Zeeland; Waterschap Zeeuwse Eilanden, 22 november 2005. Vrijstellingsregeling grondverzet; ministeriële vrijstellingsregeling bij het Bouwstoffenbesluit; 10 september 1999. Besluit bodemkwaliteit; Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang 2007, nr. 469. Regeling bodemkwaliteit; Staatscourant, 20 december 2007. Nota bodembeheer inclusief bodemkwaliteitskaart voor wegbermen in de provincie Zeeland; Marmos Bodemmanagement, 5 augustus 2013. Wegenverordening Zeeland 2010, gewijzigd 2012; Provincie Zeeland; Provinciaal blad nr. 32 van 2010 en provinciaal blad nr. 12 van 2012. Richtlijn bodemkwaliteitskaarten; Ministerie van VROM en Ministerie van Verkeer en Waterstaat; gepubliceerd via website NEN, 7 september 2007. NEN5740, Bodem – Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond; NEN, januari 2009. NEN5740, Bodem – Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond; NEN, april 2000, met wijzigingsblad NEN5740:1999/A1: 2008. Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie; Kamerstukken II, 2018/19, 28089 nr. 146, bijlage bij Kamerbrief van 8 juli 2019.
Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerde versie van 29 november 2019), Kamerstukken II, 2019/20, 35334 nr. 20, bijlage bij Kamerbrief van 1 december 2019. Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerde versie van 2 juli 2020), Kamerstukken II, 2019/20, 35334 nr. 116, bijlage bij Kamerbrief van 3 juli 2020. CROW-publicatie 400: werken in en met verontreinigde bodem; CROW, tweede gewijzigde druk december 2017. Notitie 2e tranche SRCARBO-waarden; J. van Tol (Tauw bv) en H. Kraayeveld (Spectrum HSE Technology), 14 mei 2019 – versie 9. Gepubliceerd op https://www.crow.nl/thema-s/arbo-enveiligheid/grondwerk-en-ondergrond/werken-in-en-met-verontreinigde-bodem. Klinkende wegen, historie van wegschap Walcheren; M. Kool, 2001. Memo Waterschap Zeeuws-Vlaanderen over bermbeheer en historie wegverhardingen; september 2003. Memo provincie Zeeland, directie Infrastructuur en Vervoer over bermbeheer en historie wegverhardingen; september 2003. Memo Rijkswaterstaat over bermbeheer en historie wegverhardingen; september 2003. Ken uw (water)bodemkwaliteit, de risico’s inzichtelijk; Grontmij, 1 september 2007.
BKK wegbermen Zeeland
37/37
Eindrapport, 26 november 2020
Bodembeheergebied wegbermen Wegbeheerder provincie Wegbeheerder waterschap Wegbeheerder gemeente Wegbeheerder Rijkswaterstaat (geen onderdeel van bodembeheergebied) Overige wegen (geen onderdeel van bodembeheergebied)
SCHAAL: 1:250.000 (op A3) DATUM: 17-11-2020
BIJLAGE:
1
Bodembeheergebied wegbermen
PROJECT:
P19-09
Bodemkwaliteitskaart wegbermen Zeeland
OPDRACHTGEVER:
Waterschap Scheldestromen en provincie Zeeland
BIJLAGE 2: HISTORIE VAN WEGVERHARDINGEN EN BERMBEHEER IN ZEELAND 2.1
Relevante historische thema’s
Ten behoeve van de voorgaande bodemkwaliteitskaart uit 2005 is een uitgebreid historisch onderzoek uitgevoerd naar wegverhardingen in Zeeland. In sommige onderdelen ligt het accent daarbij op Walcheren. Voorliggende bijlage is vrijwel integraal overgenomen uit paragraaf 2.1 van de voorgaande bodemkwaliteitskaart. In de voorgaande bodemkwaliteitskaart zijn de volgende factoren benoemd als mogelijk bepalend voor de milieuhygiënische kwaliteit van de wegbermen: aanlegmethode van de wegverhardingen; onderhoudsmethoden van de wegen; onderhoudsmethoden van de wegbermen; etmaalintensiteit over de provinciale en rijkswegen. Calamiteiten, zoals ongelukken met (vracht)auto's, zijn niet meegenomen als bepalende factor.
2.2
Historie van wegverhardingen waterschappen (lit. 15 en 16)
Aanleg van wegen tot circa 1920 Al in 1466 was er in Zeeland sprake van een 'strate', die verhard was met klinkers. Aan het eind van de 16e eeuw waren reeds enkele hoofdwegen verhard. Toen in het begin van de 19e eeuw steeds meer doorgaande wegen verhard werden, werden enkel keien en klinkers als verharding toegepast. Waar keien te duur waren, kwamen klinkers. Tussen 1804 en 1840 werd ruim 1200 kilometer rijkswegen beklinkerd. Vanaf ongeveer 1840 werd de grindwegen aangelegd, met name voor de niet al te drukke, landelijke wegen. Ze waren goedkoper in aanleg, maar duurder in onderhoud. De klinkerwegen werden zelden opnieuw bestraat, terwijl eenmaal per jaar een beetje grind op de grindwegen gereden werd. Aangelegde klinker- en grindwegen in 18521: Klinkerwegen (el) Walcheren 57.546 Tholen / Sint Philipsland 38.368 Noord- en Zuid-Beveland 30.959 West Zeeuwsch-Vlaanderen 47.310 Oost Zeeuwsch-Vlaanderen 18.552 TOTAAL 192.735
Grindwegen (el) 9.382 45.111 9.196 38.892 102.581
1
De tabel is overgenomen uit de voorgaande bodemkwaliteitskaart. De lengte van de wegen is daarin uitgedrukt in de oude lengtemaat el. In 1820 is in Nederland het metrieke stelsel ingevoerd, waarbij de lengte van de el gelijk is gesteld aan een meter. Voorheen had de el een lengte van ca. 69 cm. In voorgaande bodemkwaliteitskaart is de totale lengte aan klinkerwegen gesommeerd tot 132 km, hetgeen betekent dat voor de lengte van de el in de voorgaande bodemkwaliteitskaart is uitgegaan van 69 cm. BKK wegbermen Zeeland
1/11
Bijlage 2: historie wegverhardingen en bermbeheer 30 juli 2013
De Provinciale Staten probeerden tegemoet te komen in de kosten die waterschappen en gemeenten aan het wegenonderhoud kwijt waren. In 1852 werd geld verstrekt voor de aanleg van klinker- en grindwegen. Tot 1910 bleven de Provinciale Staten de aanleg van verharde wegen financieren. Grindwegen zijn uiteindelijk op grote schaal toegepast in de 19e eeuw. Ook puinwegen zag men vaak. Sinds de 2e helft van de 19e eeuw kregen veel wegen een verharding met steenslag. Deze waren beter geschikt voor snelle motorvoertuigen. Deze wegen werden, alleen in Zeeland, "macadamwegen" genoemd. Voor de verharding werden in Zeeland stukgeslagen porfier, grès of slakken gebruikt. Deze verhardingen worden als potentieel verdachte locaties gezien. Op Zuid Beveland was het waterschap De Breede Watering bewesten Yerseke erg vooruitstrevend en had het grootste aantal grindwegen van alle Zeeuwse Waterschappen. In 1912 had De Breede Watering bewesten Yerseke maar liefst 92 km van zijn polderwegen begrind. Anders dan andere waterschappen in Zeeland wilde de polder Schouwen sinds 1795 eigenlijk niets meer met het wegenonderhoud te maken hebben. Alleen de wegen op de dijken werden door de polder verhard. Tussen 1850 en 1860 werd echter door de polder Schouwen een weg op Schouwen-Duiveland verhard met schelpen en grind.
Deze buitengewoon kostbare uitgave werd door de ‘Commissie voor de grindwegen’ verantwoord, doordat in geval van nood snel dijkmaterialen over deze weg moesten worden getransporteerd. De aangelegde grindweg in de polder was een eerste aanzet in een uitgebreid verhardingsprogramma.
Opkomst van de eerste asfaltwegen (periode circa 1920 – 1945) In de periode 1920-1930 zijn in Zeeland veel grindwegen omgevormd tot steenslagwegen, omdat bij het toenemende snelverkeer de grindwegen mankementen gingen vertonen. De grindlaag werd bij de omvorming als fundering gebruikt en onder profiel gebracht. Daarna is de grindlaag overdekt met een laag steenslag, welke werd vastgewalst met een kleihoudend middel. Dit is langzamerhand vervangen door teer en daarna door teerhoudend asfalt. Tijdens deze ontwikkelingen rondom de grindwegen, werd er geen onderhoud gepleegd aan de klinkerwegen. In 1930 was ongeveer de helft van de rijkswegen van een klinkerverharding voorzien. Omstreeks 1930 kon de wegensituatie in Zeeland als volgt omschreven worden: Walcheren valt op door de vele klinkerwegen. Tot aan de Tweede Wereldoorlog zijn de klinkerwegen bepalend geweest voor Walcheren; Zeeuwsch-Vlaanderen valt op door de vele keiwegen; de rest van Zeeland bevatte overwegend veel grind- en steenslagwegen. In de jaren 20 van de vorige eeuw kwamen in Nederland emulsies van teer en petroleumasfalt op de markt. Sinds 1923 werd in heel Nederland spramex gebruikt - een petroleumasfalt - dat goed gebruikt kon worden als oppervlaktebehandelingmiddel. Naderhand kwamen de asfaltemulsies op de markt.
Vooral de kostenbesparing bij de veel duurzamer asfaltwegen werd een doorslaggevend argument in de discussie voor of tegen klinkerwegen.
BKK wegbermen Zeeland
2/11
Bijlage 2: historie wegverhardingen en bermbeheer 30 juli 2013
In Zeeuwsch-Vlaanderen en Noord-Beveland zijn in de jaren 20 van de vorige eeuw al teerwegen aangelegd, maar men had nog geen ervaring hoe deze wegen zich zouden houden onder druk van de boerenkarren. Het grote voorbeeld voor veel waterschappen en polderbesturen werd opnieuw waterschap De Breede Watering bewesten Yerseke. Daar was men al sinds 1910 bezig met het teren van wegen met hete koolteer, als een van de weinige waterschappen van Zeeland. Vanaf 1930 zijn in Zeeland diverse wegen geteerd. Dit gebeurde eerst nog heel simpel door het wegoppervlak te bestrijken met teer. In 1938 had waterschap De Breede Watering bewesten Yerseke ca. 42 kilometer teerwegen. De verhardingsbreedte van de wegen was 3 meter. Aanvankelijk dekte men de teer af met zand, maar dit bleek onder zware druk te slap. Later ging men split aanbrengen. De ontwikkeling van de wegverhardingen is gekoppeld aan maatschappelijke problemen. Niet alleen het belang van betere, sterkere en gladdere wegen voor het toenemend gemotoriseerd verkeer rechtvaardigde de wegenaanleg, maar ook sociale en hygiënische motieven speelden een rol en rechtvaardigden het gebruik van bepaalde verhardingsmaterialen. Voor de asfaltwegen deed men een beroep op het nationalistische argument dat alleen producten van eigen bodem gebruikt werden.
Asfalt was een bijproduct van de olieraffinaderijen en de asfaltbereiding kon dus als Nederlandse activiteit worden aangemerkt en verschafte aan veel Nederlanders werk. Intussen studeerde men verder op de beste en minst kostbare vorm van wegverharding. Via de Polderbond liet men regelmatig deskundigen komen om hun visie over de kwaliteit van verschillende verhardingstechnieken te geven. Ook de ‘Vereeniging voor Bitumeuze Wegconstructies’ vergaderde af en toe in Zeeland en veel technici van polders en waterschappen kwamen de lezingen beluisteren. Rijkswaterstaat heeft - via het hoofd district wegentechniek ir. G.J. van den Broek - van meet af aan een grote invloed uitgeoefend op de kwaliteitseisen voor het asfaltmengsel. Men heeft actief deelgenomen in de discussies over asfaltmengsels, bitumeuze kwaliteiten en hechtingsproblemen. Vooral een grof dicht asfaltbeton heeft zich in Nederland onder invloed van Rijkswaterstaat tot een specifiek Nederlands systeem ontwikkeld, dat zich in verschillende opzichten van de in het buitenland toegepaste mengsels onderscheidde. Een belangrijk punt hierbij was de kwaliteit van het asfaltmengsel. Er werden in Nederland hoge eisen gesteld aan het bitumen dat voor asfaltbeton werd gebruikt. Door een rijk asfalteus bitumen te kiezen, kon men een duurzame en toch ook stroeve constructie maken.
Verder heeft Rijkswaterstaat voorschriften gemaakt voor het vastleggen van de eisen voor zand en vulstof, zodat men een vrijwel constant bitumengehalte kreeg. Dit genormaliseerde product werd hierdoor buitengewoon betrouwbaar en bedrijfszeker. In de Tweede Wereldoorlog werden geen ingrijpende veranderingen doorgevoerd. Er was nauwelijks geld voor bestrating. Er waren geen bitumeuze materialen, geen wegenteer en geen asfaJtpreparaten. Het enige dat de wegbeheerders konden doen was 'lappen': scheuren dichten en kuilen vullen met puin of asfaltgranulaat. Na verloop van tijd lukt ook dit niet meer, omdat de slijtlaag gewoon versleten was.
BKK wegbermen Zeeland
3/11
Bijlage 2: historie wegverhardingen en bermbeheer 30 juli 2013
Aanleg en onderhoud van wegen vanaf de tweede wereldoorlog tot circa 1980 Na de oorlog nam de mechanisatie in snel tempo toe. Op de modderige polderwegen leverden de zware machines problemen op. De wegbeheerders zaten met problemen hoe ze aan de benodigde gelden voor onderhoud en verbetering moesten komen. Zowel de Unie van Waterschappen als de Stichting voor de Landbouw wendden zich tot de minister met het verzoek een afzonderlijke commissie voor de waterschapswegen in te stellen. De minister gaf hieraan geen gehoor. De inundatie van 1944 had het hele eiland Walcheren - met uitzondering van de oude dorpskernen en de hoge binnenstad van Middelburg - onder water gezet. Na de droogmaking in 1945 waren de herstelplannen in snel tempo op tafel gekomen. Op 2 augustus 1945 werd de Snelcommissie Walcheren in het leven geroepen. De opdracht was dat binnen ongeveer 8 maanden de commissie een plan moest opstellen dat kon dienen als grondslag voor de herverkaveling van het geïnundeerde Walcheren, voor het herstel van het landschap en de recreatiemogelijkheden en voor de verbetering van verkeer en industrie. In dit plan werden ideeën over wegen, waterlopen, bebouwing, recreatie en landschap opgenomen. Zowel de verdeling over het eiland als de kwaliteit van de wegen werd ontoereikend geacht.
Om landschappelijke, maar vooral om financiële redenen wilde men bij het herstel zoveel mogelijk het oude tracé van de wegen volgen. Verder vond men dat de hoofdverkeerswegen als het even kon door de dorpskernen geleid moesten worden. De Snelcommissie Walcheren heeft een nieuw en uitgebreider tertiair wegennet opgezet, met belangrijke diagonaalverbindingen en een goede aansluiting van de tertiaire wegen onderling, zodat meer doorgaande routes ontstonden. De commissie pleitte nog voor klinkerwegen, omdat die vorm van bestrating beter bij het oude Walcherse landschap zou aansluiten dan asfalt- of teerwegen. Uiteindelijk heeft men daar toch niet voor gekozen. Asfaltwegen hadden de toekomst en ook voor Walcheren koos men voor een goede toekomst. Op 6 juni 1952 berichtte de Herverkavelingcommissie Walcheren het college van Gedeputeerde Staten dat men zover was dat de wegen in het verkavelingblok overgedragen konden worden. Nog niet duidelijk was toen aan wie. Voorheen was het zo dat de verschillende gemeenten en de polder Walcheren stukjes weg onderhielden. Men achtte het aanbevelenswaardig om het beheer en onderhoud aan één lichaam over te dragen. Uiteindelijk vond men een onconventionele oplossing: het oprichten van een wegschap, dat als juridische organisatiestructuur de vorm van een waterschap gebruikte.
Het werd dus het Wegschap Walcheren, met als doel de verzorging van het openbare wegennet op Walcheren: de aanleg, het beheer en onderhoud en in toenemende mate ook de verbetering van de wegen. Het wegschap werd goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 9 oktober 1953. Bij de oprichting kreeg het Wegschap ongeveer 340 kilometer wegen onder zijn hoede. Het net van verharde wegen was aanzienlijk groter dan vroeger, omdat veel onverharde weggetjes door de ruilverkaveling wel verhard waren. In totaal waren er 9 wegen die het wegschap niet in de toenmalige staat over wilde nemen. De Herverkavelingcommissie vond een wegbreedte van 3 meter voldoende voor het landbouwverkeer. Al snel bleken de wegen te smal. De smalle wegen en onverharde wegen konden de landbouwvoertuigen en overige verkeersdrukte niet aan. De landbouw kreeg steeds zwaardere en grotere machines, zodat het passeren van bijvoorbeeld een dorsmachine op de weg alleen kon door in de wegberm uit te wijken.
BKK wegbermen Zeeland
4/11
Bijlage 2: historie wegverhardingen en bermbeheer 30 juli 2013
Het wegschap repareerde - evenals de waterschappen in de rest van de provincie - de kapotte wegbermen en vulde steeds weer de gaten langs de weg aan met hoogovenslakken, asfaltgranulaat en puin. De eerste jaren na de oprichting had het wegschap veel werk om de smalle herverkavelingwegen te verbreden tot minstens 4 meter. Ieder jaar teerde men - evenals de waterschappen - wegen en dekte men de vloeibare wegenteer met grind af. Een ander probleem werd de steeds toenemende zware belasting van de wegen. Diverse wegen waren in de oorlog versterkt met puin dat afkomstig was van de bombardementen. Op het cunet van de oude aarden wegen werd een puinlaag gevleid en daarover werd geasfalteerd. De puinfundering was echter niet voldoende. In de herverkaveling zijn veel wegen aangelegd op grond waar tot dan toe geen wegen hadden gelegen. De grond was dus nog niet voldoende gezet. Op zo'n zwak gefundeerde weg met een flexibele kleiondergrond veroorzaakte een bietenwagen direct scheuren in het asfalt. De kleiachtige ondergrond op Walcheren en Tholen zorgde na 3 opeenvolgende jaren van droogte in 1969 voor een groot probleem. De ondergrond veroorzaakte grote verschillen in inklinking. Scheuren, verzakkingen en golvingen teisterden het wegdek. De kantonniers verzorgden vanaf de jaren zestig de wegen. Zij controleerden of er gaten in de weg zaten en of er teveel hemelwater op het wegdek stond.
Zij repareerden gaten in wegen en vulden bermen aan of schaafden ze af, aanvankelijk met een platte schop. Scheuren in de wegen werden gerepareerd door het uithakken van de gescheurde deklaag en het volstoppen van het gat met teergrind. Over het algemeen werden wegen gemaakt door op een fundering een spreidlaag aan te brengen en die af te dichten met een oppervlaktebehandeling. Op sommige wegen was de oppervlaktebehandeling geheel versleten en daardoor waren de wegen extra kwetsbaar. Hierdoor traden verzakkingen op. Op Walcheren leidden de dijkversterkingen die voor de polder Walcheren door Rijkswaterstaat uitgevoerd werden tot beschadiging van de wegen. Op zeker moment had 75% van de plattelandswegen van Walcheren de status van B-weg, tegen 10% in de rest van Zeeland. Zware transporten met dijkmaterialen gingen over smalle en slappe B-wegen naar Ritthem. Ook de opkomst van het haventerrein Vlissingen-Oost betekende een stroom van zware transporten zonder dat de wegen aangepast waren. Intussen hadden diverse overheden wel zicht op het probleem. De kapotte wegen op Walcheren spraken wat dat betreft een duidelijke taal. Een aanpassing van alle wegen aan de moderne eisen vonden de wegbeheerders in de jaren zeventig echter niet haalbaar.
Als oplossing om de draagkracht te vergroten was het mogelijk om meerdere lagen asfalt over elkaar aan te brengen, die naar behoefte een dikte hadden van 10 tot 20 cm of soms zelfs nog wel meer. In 1978 werd door alle wegbeheerders in Zeeland besloten dat de B-wegen versterkt moesten worden. De Suikerunie had besloten om alle bieten per as naar de fabriek zouden moeten worden aangevoerd. Ongeveer 300 kilometer B-wegen zou aangepakt moeten worden. Hieronder viel ook het plan om de klinkerwegen van asfalt te voorzien. In principe werden de B-wegen alleen versterkt en niet verbreed. Hiervoor was echter geen geld. Zeeland kreeg slechts 4,8% uit de landelijke pot.
BKK wegbermen Zeeland
5/11
Bijlage 2: historie wegverhardingen en bermbeheer 30 juli 2013
Ondertussen was de situatie op sommige wegen onhoudbaar geworden. Vrijwel alle wegen hadden een reconstructie nodig: een versterking en een verbreding van de verharding. Ook voor de klinkerwegen was de situatie zorgelijk. Het onderhoud werd vooruit geschoven, maar op een gegeven moment kon dit niet meer. Ook de ontwikkeling van fietspaden viel onder het beleid van het wegschap en de waterschappen. In 1961 werd het eerste tegelpad vervangen door asfalt. Losliggende tegels waren een gevaar voor de verkeersveiligheid en veroorzaakten veel ongelukken. In de jaren tachtig werd de roep om fietspaden voor de recreatie en de verkeersveiligheid alleen maar sterker. Vooral fietspaden in de kuststrook waren gewild. Omstreeks 1975 - 1980 is er een actie gestart om de nog bestaande klinkerwegen te behouden. In heel Zeeland lagen nog 345 stukken niet-geasfalteerde wegen. Een groot deel hiervan was verhard met klinkers. Onverharde wegen kwamen bijna niet meer voor. De meeste stukken niet-geasfalteerde wegen lagen in Zeeuwsch-Vlaanderen: Oost Zeeuwsch-Vlaanderen: 101 stukken niet-geasfalteerde weg; West-Zeeuwsch-Vlaanderen: 84 stukken niet-geasfalteerde weg;.
Zuid-Beveland: 81 stukken niet-geasfalteerde weg (waaronder 13 groene dijken); Noord-Beveland: 16 stukken niet-geasfalteerde weg; Tholen en Sint Philipsland 15 stukken niet-geasfalteerde weg; Schouwen- Duiveland 30 stukken niet-geasfalteerde weg; Walcheren 38 stukken niet-geasfalteerde weg. Onder de niet-geasfalteerde wegen op Walcheren waren 31 klinkerwegen met een totale lengte van 45 km. Hiervan resteerde in 1980 nog maar 3 km. Op splitsingen van geasfalteerde wegen is vaak nog een restant van de oorspronkelijke bestrating te zien. Sinds 1975 is maar liefst 90% van de polderwegen geasfalteerd. Tot 1990 is door het wegschap en de waterschappen gebruik gemaakt van teerhoudend asfalt, voornamelijk uit financieel oogpunt.
Periode vanaf 1980 Als één van de eerste wegbeheerders in Zeeland heeft het wegschap Walcheren betonwegen aangelegd. Halverwege de jaren tachtig kwam er een bestedingsbeperking voor de wegen, terwijl men toch een goed wegennet wilde. De bezuinigingen dwongen de technische dienst tot creativiteit. Betonwegen konden de uitkomst zijn. Het voordeel van een betonweg is dat de onderhoudskosten 40% lager zijn dan bij asfaltwegen, dat de weg zeker 30 tot 40 jaar meegaat en het rijgemak groot is. Op een betonlaag hoeft namelijk geen slijtlaag aangebracht te worden, die om de paar jaar vervangen moet worden. In 1986 zijn de eerste betonwegen door het wegschap aangelegd. In 1988 werden ook andere experimenten toegepast. Twee wegen zijn gereconstrueerd met een nieuwe recyclingmethode. Het koud hergebruik van het teerasfalt en het funderingsmateriaal was een Franse methode. In één werkgang werd het oude verhardings- en funderingsmateriaal gefreesd, gemengd met cement en weer gespreid en geprofileerd. Na verdichting met een wals was het resultaat een gebonden steenfundering van hoogwaardige kwaliteit. Die gebonden fundering kon afgedekt worden met één laag asfaltbeton of een dubbele slijtlaag. Na deze geslaagde proef werd deze methode overgenomen door meerdere wegbeheerders van Zeeland.
BKK wegbermen Zeeland
6/11
Bijlage 2: historie wegverhardingen en bermbeheer 30 juli 2013
In de zomer van 1995 ontstond op veel plaatsen schade zoals scheuren aan wegen. Door de langdurige hitte was de bodem erg droog geworden. Wegen die toch al inklonken, zakten verder in door de droogte en het zware verkeer. De wegen van het wegschap en de waterschappen hadden hier meer last van dan de provinciale wegen. Provinciale wegen hadden een dikkere constructie en bestonden uit een laag grindasfaltbeton, een laag open asfaltbeton en een deklaag. Bij de plattelandswegen ontbrak de tussenlaag. Op zich was een dergelijke zware constructie ook niet nodig, omdat over de plattelandswegen minder vrachtverkeer kwam. De kleiachtige ondergrond op Schouwen-Duiveland, Walcheren en Tholen bleek echter toch een probleem op te leveren. Op 1 januari 1996 zijn de vier waterschappen boven de Westerschelde en het wegschap Walcheren gefuseerd. Na deze fusie is het onderhoud van de wegen binnen de bebouwde kom teruggegaan naar de gemeentes. In Zeeuwsch-Vlaanderen kan in wegonderhoud het volgende onderscheid gemaakt worden. In het gebied van het vroegere waterschap Hulster Ambacht komen meer wegen voor met wegenteer dan in de gebieden van de vroegere waterschappen De Drie Ambachten en Het Vrije van Sluis. Er is in het wegeninformatiesysteem echter nooit geregistreerd welke wegen zonder wegenteer zijn aangelegd.
Om deze reden is bij alle asfaltwegen van het waterschap in Zeeuwsch-Vlaanderen mogelijk sprake van teerhoudend asfalt. Aan het onderhoud van de wegen is feitelijk na de fusies van verschillende waterschappen niets veranderd. Indien noodzakelijk wordt een nieuwe deklaag op de bestaande wegen aangebracht. De nieuwe dek- en slijtlaag bestaat sinds 1990 uit niet teerhoudend asfalt, dat op de bestaande teerhoudende wegen wordt aangelegd. De reden hiervoor heeft een financiële oorzaak: de kosten voor het afvoeren van het gefreesde asfalt en het funderingsmateriaal zijn dusdanig, dat men ervoor gekozen heeft om het teerhoudend asfalt te laten zitten. De meeste asfaltwegen zijn inmiddels voorzien van een nieuwe, niet-teerhoudende deklaag. Op dit moment heeft minder dan 5% van de waterschapswegen nog een teerhoudende bovenlaag. Afgezien van een aantal nieuwe fietspaden zijn door het waterschap in de afgelopen jaren geen nieuwe wegen aangelegd. Overzicht van verhardingen waterschapswegen in 2012: Asfaltwegen 3143 km Cementbetonwegen 49 km Elementenwegen 50 km
Onderhoud van wegbermen Vanaf de vorige eeuw viel tevens het snoeien en onderhoud van het groen in de wegbermen onder de verantwoordelijkheid van het wegschap en de waterschappen. Vanaf de jaren 50 werd gesproeid tegen distels, omdat men krachtens de distelverordening verplicht was tot bestrijding van de distels. In 1991 is hieraan een eind gekomen, omdat dit maatschappelijk niet meer acceptabel werd geacht. In 1991 is een convenant gesloten tussen de waterschappen en de provincie waarin de betrokken partijen zich vastlegden op het niet-chemisch bestrijden van de akkerdistel. BKK wegbermen Zeeland
7/11
Bijlage 2: historie wegverhardingen en bermbeheer 30 juli 2013
Door de droge zomer van 1960 ontstonden veel bermbranden. Op meer dan 185 plaatsen op Walcheren leidden de bermbranden beschadiging of vernieling van in totaal ongeveer 9000 m2 wegbeplanting. Ook in de rest van Zeeland liepen veel bermbranden uit de hand, waardoor ook daar veel wegbeplanting beschadigd werd. De wijze van afgraven en aanvullen van de bermen was en is in alle gebieden hetzelfde. De (berm)grond wordt een aantal jaar in depot gezet, zodat eventuele vegetatie afsterft waarna de grond hergebruikt kan worden. Bij het in depot zetten van de afgegraven grond is voorheen geen onderscheid gemaakt in het type wegverharding, waardoor er vermenging plaats heeft gevonden. In de bermen van de elementenwegen vinden in de praktijk geen aanvullingen plaats. Sinds april 2001 werd voor het aanvullen van de wegbermen door het waterschap Zeeuwse Eilanden vooraf een partijbemonstering uitgevoerd om na te gaan welke kwaliteit bermgrond wordt aangebracht. Voor april 2001 werden de bermen aangevuld met grond waarvan de kwaliteit niet bekend was. Het waterschap Zeeuws-Vlaanderen is in januari 2004 begonnen met het onderzoeken van de depots met bermgrond. Vanaf 2005 vond het merendeel van het grondverzet in de wegbermen plaats op basis van de voorgaande bodemkwaliteitskaart voor de wegbermen.
Door de aanleg van elektriciteits-, telefoon- en televisiekabels wordt door diverse bedrijven regelmatig in de berm gegraven om kabels te vervangen of om extra kabels aan te leggen. Ook voor de aanleg en het onderhoud van rioleringsbuizen wordt regelmatig in de berm gegraven. Door deze werkzaamheden wordt er regelmatig in de berm geroerd.
Bermbeheer: Na een oogstperiode ligt slik op de weg dat vervolgens in de bermen wordt geborsteld
BKK wegbermen Zeeland
8/11
Bijlage 2: historie wegverhardingen en bermbeheer 30 juli 2013
2.3
Historie van wegverhardingen in eigendom en beheer van de provincie Zeeland (lit. 17)
De provincie Zeeland heeft wegen aangelegd vanaf ca. 1947. In eerste instantie zijn door de provinciale waterstaat wegen aangelegd met een verhardings- en funderingslaag van puin en slakken of klinkers met hierover een bitumineuze laag of klinkerverharding. De bitumineuze laag bestond uit een laag grindasfaltbeton en een laag open asfaltbeton. De door de provinciale waterstaat toegepaste bitumenconstructies waren van begin af aan teervrij. Later zijn hierover deklagen aangebracht om de constructie dikker en dus ook sterker te maken. Deze deklagen bestaan uit grind, open - of dicht asfaltbeton. Thans voert de directie Infrastructuur en Vervoer het asfaltonderhoud voor alle provinciale wegen uit, waarbij uiteraard geen teerhoudende producten worden toegepast. De verkeersintensiteit van de provinciale wegen varieerde van 400 tot ca. 10.000 verkeersbewegingen per dag per weg (jaargemiddelde). Het bermonderhoud van deze bitumineuze wegen bestaat uit het afgraven van de bermen indien deze bermen onvoldoende afvoermogelijkheden hebben voor het overtollige water. Eventuele onvolmaakte bermen werden tot 1998 aangevuld met vrijgekomen bermgrond (voorzover beschikbaar). In de periode tot 2005 werden de wegbermen van provinciale wegen aangevuld met schone grond.
Vanaf 2005 vond een deel van het grondverzet in de wegbermen plaats op basis van de voorgaande bodemkwaliteitskaart voor de wegbermen. Verder wordt er onderhoud gepleegd aan de bermen door het ecologisch maaien van de bermen. Vroeger werden de bermen gemaaid met een gewone maaimachine en werd het onkruid bestreden met chemische bestrijdingsmiddelen. Door ecologisch maaien is dit niet meer nodig. De provincie past dan ook sinds 1990 geen bestrijdingsmiddelen meer toe in wegbermen als onkruidbestrijding. De provinciale wegen lopen eveneens door een aantal bebouwde kommen. In het stedelijk gebied bestaan de wegen hoofdzakelijk uit beton. Veelal is in het stedelijk gebied geen wegberm aanwezig. In totaal heeft de provincie Zeeland tegenwoordig ruim 350 kilometer wegen in eigendom en beheer.
2.4
Historie van wegverhardingen in eigendorm en beheer van Rijkswaterstaat (lit. 18)
Vrijwel alle wegen in eigendom en beheer van Rijkswaterstaat directie Zeeland zijn na de 2e wereldoorlog aangelegd. Reeds vanaf de aanleg van de eerste wegen is geen teerhoudend asfalt gebruikt. In de funderingslaag zijn zand en keien of klinkers toegepast. Na 1990 zijn zand en steenfundering 0/40 (of silex) toegepast. Slechts in enkele gevallen zijn slakken toegepast. Bovenop de funderingslaag zijn één of meerdere lagen asfaltbeton aangebracht, al dan niet met een deklaag. Van de N61 is bekend dat het gedeelte tussen Stoppeldijkveer en Terhole in 1932 is aangelegd met een spreidlaag over een fundering van hoogovenslakken en een zandlaag. In 1953 is deze weg gereconstrueerd, waarbij voornoemde spreidlaag is vervangen door een niet teerhoudende asfaltlaag. Van de N59 zijn bij Rijkswaterstaat weinig geen gegevens bekend, omdat deze weg is overgenomen van de provincie. Wel is bekend, dat van Zierikzee tot Serooskerke teerhoudend asfalt is gebruikt door de provincie, waarop een laag van 6 cm asfalt ligt die niet teerhoudend is. Deze weg geldt derhalve als een BKK wegbermen Zeeland
9/11
Bijlage 2: historie wegverhardingen en bermbeheer 30 juli 2013
uitzonderingslocatie. Voor zover bekend, zijn er geen betonwegen aangelegd door Rijkswaterstaat directie Zeeland. De voorgaande bodemkwaliteitskaart uit 2005 vermeldt voor de rijkswegen een verkeersintensiteit die varieert van ca. 5.000 tot ca. 38.000 verkeersbewegingen per dag per weg (jaargemiddelde). Langs de wegen worden de bermen afgegraven als er onvoldoende waterberging is. Kleine gaten in de wegbermen worden aangevuld met schone grond. Om grote gaten aan te vullen langs de weg worden geen puin of slakken gebruikt, maar doorgroeiblokken. Langs de N57 zijn bochten bekend waarin puin of slakken zijn toegepast als halfverharding. Vroeger werden hiervoor tegels gebruikt. Om onkruid te bestrijden is tot en met 2001 Round-up in verdunde vorm gebruikt. Tegenwoordig wordt select-spray gebruikt om de vluchtstroken van ZOAB te behandelen. Er zijn enkele calamiteiten (ongevallen) uit het verleden bekend. De bermen zijn daarbij altijd geheel ontgraven en aangevuld met schone grond.
2.5
Historie van wegverhardingen gemeentelijke wegen
Reeds in de 15e eeuw zijn in de dorpen en steden wegen met klinkerverhardingen aangelegd. In de 19e eeuw zijn wegen aangelegd met een asfaltverharding en in enkele gevallen met een betonverharding. Een deel van de waterschapswegen en provinciale wegen loopt door binnen de huidige bebouwde kom. In een aantal gevallen is de gemeente eigenaar van dergelijke waterschapswegen cq. provinciale wegen. Deze trajecten zijn uiteraard aangelegd op de wijze zoals beschreven in de paragrafen 3.2 en 3.3. In het algemeen is bij de gemeentes niet bekend in hoeverre er wegen zijn aangelegd zonder wegenteer, doordat het vaak om wegen gaat die zij in beheer overgedragen heeft gekregen, waarbij de gemeente zelf geen opdrachtgever was voor bij de aanleg van de weg. Aangenomen wordt, dat de gemeentelijke wegen in principe wegenteer bevatten en dus tot de teerhoudende afaltwegen moeten worden gerekend. Na de jaren 70 is men begonnen met de aanleg van rondwegen in grotere steden, waarbij een wegberm naast de verharding is aangelegd (bijvoorbeeld de Laan der Verenigde Naties in Middelburg). Het onderhoud van deze wegbermen geschiedt op dezelfde wijze als bij het waterschap. Eventuele gaten in de wegbermen werden aangevuld met schone grond. Vroeger werden de bermen gemaaid met een gewone maaimachine en werd het onkruid bestreden met chemische bestrijdingsmiddelen.
Door ecologisch maaien is dit niet meer nodig. De gemeenten passen geen bestrijdingsmiddelen meer toe in wegbermen als onkruidbestrijding, maar onbekend is wanneer men gestopt is met spuiten.
BKK wegbermen Zeeland
10/11
Bijlage 2: historie wegverhardingen en bermbeheer 30 juli 2013
2.6
Conclusie historische gegevens
Bij de aanleg van asfaltwegen door het waterschap is in het verleden normaliter gebruik gemaakt van teerhoudend asfalt. Bij ca. 95% van de waterschapswegen ligt geen teerhoudend asfalt meer aan de oppervlakte maar bestaat het huidige wegdek uit een slijtlaag van beton of niet-teerhoudend asfalt. Onder deze slijtlaag bevindt zich meestal nog wel teerhoudend asfalt. Een beperkt deel van de waterschapswegen heeft een wegdek van klinkers of kasseien. Analoog aan de voorgaande bodemkwaliteitskaart worden deze aangeduid als elementenwegen. De wegen die in eigendom en beheer zijn van de provincie Zeeland en van Rijkswaterstaat zijn in het algemeen na de 2e wereldoorlog aangelegd. De provincie en Rijkswaterstaat hebben daarbij vanaf het begin geen teerhoudend asfalt gebruikt. Een uitzondering hierop vormt de N59 tussen Zierikzee en Serooskerke. De meeste wegen binnen de bebouwde kom zijn in beheer bij de gemeentes. Verder is een aantal wegen in het buitengebied in beheer van de gemeentes. Een deel van de gemeentelijke wegen is in het verleden qua beheer overgegaan van een toenmalig waterschap naar de gemeente. Voor de gemeentelijke wegen wordt ervan uitgegaan dat deze net als de waterschapswegen in het verleden met teerhoudend asfalt zijn aangelegd.
Op basis van de wegverharding leidt dit tot de volgende onderverdeling: Voorheen teerhoudende asfaltwegen (asfalt- en betonwegen in eigendom en beheer van het waterschap) Elementenwegen (in eigendom en beheer van het waterschap) Niet teerhoudende bitumineuze wegen (in eigendom en beheer van provincie dan wel Rijkswaterstaat). Voor zover gemeentelijke wegen deel uitmaken van de bodemkwaliteitskaart wegbermen worden deze eveneens tot de voorheen teerhoudende asfaltwegen gerekend.
BKK wegbermen Zeeland
11/11
Bijlage 2: historie wegverhardingen en bermbeheer 30 juli 2013
Wegverharding bitumineuze weg, niet teerhoudend asfalt- of cementbetonweg, voorheen teerhoudend elementenweg
SCHAAL: 1:250.000 (op A3) DATUM: 17-11-2020
BIJLAGE:
3
Wegverharding
PROJECT:
P19-09
Bodemkwaliteitskaart wegbermen Zeeland
OPDRACHTGEVER:
Waterschap Scheldestromen en provincie Zeeland
MARMOS Bodemmanagement
BIJLAGE 4: TOELICHTING OP GIS-BESTAND MET WEGEN IN ZEELAND 4.1
Inleiding
In 2019 is een geheel nieuw GIS-bestand samengesteld met vlakken van de wegen in Zeeland, ten behoeve van zowel deze actualisatie van de bodemkwaliteitskaart van de wegbermen als voor de actualisatie van de waterbodemkwaliteitskaart van het beheergebied van waterschap Scheldestromen. Dit nieuwe GIS-bestand is gebaseerd op de laag ‘wegdeel’ uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) van medio april 2019. De bodemkwaliteitskaart uit 2013 was gebaseerd op selecties uit het toenmalige Nationaal Wegenbestand (NWB), maar mist op verschillende plaatsen lijnstukken. Ook is het huidige NWB beduidend nauwgezetter dan het bestand van enkele jaren geleden. Daarom is een nieuw, beter GISbestand samengesteld. Verder is en vlakkenbestand voor de waterbodemkwaliteitskaart beter dan een lijnenbestand, omdat daarmee de afstand de weg en de watergang kan worden gekwantificeerd.
4.2
Nieuw GIS-bestand: gebaseerd op de laag wegdeel uit de BGT en op het NWB
Voor het nieuwe GIS-bestand is gebruik gemaakt van: De basisregistratie grootschalige topografie (BGT) Het Nationaal wegenbestand (NWB) Beide zijn openbaar beschikbaar via www.pdok.nl. De kaartlagen van de BGT zijn voor het grootste deel gedownload op 15 april 2019. Reimerswaal was al eerder gedownload (15 januari 2019) ten behoeve van de actualisatie van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart. Het NWB is in eerste instantie gedownload op 13 januari 2019. Op 12 augustus 2020 is een nieuwe versie van het NWB gedownload in verband met wijzigingen van wegbeheerder (met name is de Westerscheldetunnel tegenwoordig in beheer bij de N.V. Westerscheldetunnel).
De Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), specifiek de laag ‘wegdeel’. De van www.pdok.nl gehaalde laag wegdeel bevat in totaal 187823 vlakken (187823 vlakken met unieke gml-id waarbij het veld eindregistratie leeg is). Dit aantal is nog inclusief een aantal vlakken uit aangrenzende gemeenten die buiten de provincie Zeeland liggen. Op basis van het veld Bgt_functie uit de laag wegdeel is een verdere deelselectie gemaakt: Bgt_functie beginnend met “rijbaan” Bgt_functie = fietspad In aanvulling hierop is een selectie gemaakt van Bgt_functie = transitie, waarbij bgt_fysiekvoorkomen = “gesloten verharding”. Deze selectie is nagelopen en bevat met name missende stukken van de A58 in Reimerswaal, de N57 nabij het aquaduct in Middelburg en ook stukjes N59 bij Nieuwerkerk. Relevante vlakken hieruit zijn toegevoegd aan de eerste deelselectie.
BKK wegbermen Zeeland
1/5
Bijlage 5: toelichting GIS-bestand wegen in Zeeland 6 oktober 2020
MARMOS Bodemmanagement
Incidenteel zijn missende stukjes weg naar voren gekomen waar het destbetreffende vlak in de BGT niet in de laag wegdeel maar in een andere laag zit. Wanneer deze toevallig naar voren zijn gekomen zijn deze in de andere lagen van de BGT opgezocht en gekopieerd, maar er is geen actieve screening op uitgevoerd. Het veld bgt_fysiekvoorkomen bevat in voorgaande selectie de volgende items: gesloten verharding (asfaltwegen, al of niet voorheen teerhoudend) open verharding (zone elementenwegen valt in principe hierin) half verhard (niet relevant voor bodemkwaliteitskaart, in bestand gemarkeerd als zone2019 = nvt) onverhard (niet relevant voor bodemkwaliteitskaart, in bestand gemarkeerd als zone2019 = nvt) Met de geselecteerde gegevens uit de BGT kan op basis van het veld Bgt_functie een onderscheid worden gemaakt qua verkeersintensiteit: rijbaan autosnelweg rijbaan autoweg rijbaan regionale weg rijbaan lokale weg De vlakken uit de BGT-laag wegdeel zijn in principe niet gesplitst. Incidenteel is dit wel gedaan wanneer grotere stukken weg in meerdere zones vallen. Dit is niet uitputtend gedaan. Bij grensgevallen is van belang om uit te gaan van de werkelijke, lokale situatie. Grotere oeververbindingen zoals de Zeelandbrug hebben naar hun aard geen wegberm en zijn daarom als “niet gezoneerd” beschouwd.
Het Nationaal Wegenbestand (NWB) Het Nationaal Wegenbestand (NWB) betreft een bestand met lijnen. Het NWB is van belang omdat het NWB de categorie wegbeheerder vermeldt (Rijkswaterstaat, provincie, waterschap, gemeente of overige wegbeheerders). De bodemkwaliteitskaart bevat alleen wegen die zijn opgenomen in het NWB. Zonder vermelding in het NWB is immers ook de wegbeheerder niet bekend. Dit gaat bijvoorbeeld om terreinverhardingen op particulier terrein die in de laag wegdeel zitten.
Toelichting elementenwegen Bij wegen met ‘open verharding’ volgens de BGT die in de bodemkwaliteitskaart uit 2013 niet in de zone elementen zaten is gecheckt in Google Streetview (en soms op locatie) of het verhardingsmateriaal uit asfalt of uit elementen bestaat. In de bodemkwaliteitskaart uit 2013 bestond de zone elementen uit 256 lijnen, waarvan 79 met lengte minder dan 20 meter. Dit zijn vaak verkeersdrempels bij kruispunten. Dergelijke korte stukjes zijn niet meer in de zone elementen opgenomen. Alleen de langere trajecten.
BKK wegbermen Zeeland
2/5
Bijlage 5: toelichting GIS-bestand wegen in Zeeland 6 oktober 2020
MARMOS Bodemmanagement
Fietspaden In de bodemkwaliteitskaart maken recreatieve fietspaden geen deel uit van de bodemkwaliteitskaart wegbermen wanneer deze niet binnen 10 meter langs een voor gemotoriseerd verkeer bestemde weg liggen. Voor de waterbodemkwaliteitskaart is echter wel van belang of fietspaden teerverdacht zijn. Enerzijds wordt voor de fietspaden langs wegen er vanuit gegaan dat deze niet teerverdacht zijn. Vaak zijn deze pas na 1991 aangelegd, of waren dit in het verleden tegelpaden. Anderzijds geldt dat fietspaden die niet langs wegen liggen mogelijk wel teerverdacht zijn, bijvoorbeeld omdat het een oude teerverdachte weg is die tegenwoordig omgezet is naar fietspad. Er is daarom een aparte selectie fietspaden uit de BGT-laag wegdeel gemaakt. Vervolgens is met een GIS-selectie gekeken welke fietspaden niet langs een weg liggen en deze zijn afzonderlijk nagelopen en beoordeeld als wel/niet teerverdacht. Op basis daarvan is een aantal (mogelijk) teerverdachte fietspaden toegevoegd aan het GIS-bestand (zone2019 = “nvt”).
BKK wegbermen Zeeland
3/5
Bijlage 5: toelichting GIS-bestand wegen in Zeeland 6 oktober 2020
MARMOS Bodemmanagement
4.3
Attributen in het GIS-bestand Wegdeel-wegen
Het GIS-bestand wegdeel-wegen bevat de volgende attirbuten: gml_id unieke sleutel zoals “be828f257-2389-11e9-80ec-cbe8c72792b1”
Overgenomen uit BGT Identificatie-lokaalID
bronhouder bgt_functie
In principe uniek voor de records waarvan het veld ‘eindregistratie’ leeg is (blijft intact bij mutaties van het object in de BGT, in tegenstelling tot gml_id)
Overgenomen uit BGT Overgenomen uit BGT Onderverdeling type weg (rijbaan regionale weg etc.) In een aantal gevallen in BGT gevuld met “transitie” en juiste type ingevuld door veld te wijzigen in “T regionale weg”
Overgenomen uit BGT plus_functie
Klein deel gevuld met “verkeersdrempel” of “verbindingsweg”, volledigheidshalve meegenomen bij samenstellen GIS-bestand
Overgenomen uit BGT bgt_fysiekVoorkomen
Open verharding, gesloten verharding, onverhard, half verhard, transitie
Overgenomen uit BGT plus_fysiekVoorkomen
Verhardingsmateriaal, bijvoorbeeld “asfalt” of “betonstraatstenen”