2022-59d. D22.274912 Bi Bijlage 2. Onderzoeksrapport Toekomstige Milieustraten Zeeland RHDHV dd. 09112020
Tekst van het document
RAPPORT Toekomstige Milieustraten Zeeland Uitwerking Scenario 3 met behoud gemeentelijke milieustraten Klant:
O.L.A.Z
Referentie: BG9912I&BRP001F02 Status:
Definitief/02
Datum:
19 november 2020
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX AMERSFOORT Industry & Buildings Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Toekomstige Milieustraten Zeeland Ondertitel: MS Zeeland Referentie: BG9912I&BRP001F02 Status: 02/Definitief Datum: 19 november 2020 Projectnaam: MS Zeeland Projectnummer: BG9912 Auteur(s): Rolph Hultermans
Opgesteld door: Rolph Hultermans Gecontroleerd door: Chris Visser Datum: 19 november 2020 Goedgekeurd door: Rolph Hultermans Datum: 19 november 2020
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
i
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Inleiding
1
2
Zicht op toekomstige milieustraten
3
2.1
Politieke ontwikkelingen: een circulaire economie
3
2.2
Economische ontwikkelingen: nieuwe verdienmodellen
4
2.3
Technologische ontwikkelingen: digitalisering en robotisering
5
2.4
Ecologische ontwikkelingen: onderdeel van klimaatbeleid
5
2.5
Wet- en regelgeving (juridische) ontwikkelingen
6
2.6
Schets milieustraat van de toekomst
7
3
Huidige situatie in beeld
9
3.1
Afvalbeleid en milieustraten
9
3.2
Basisgegevens gemeenten en milieustraten
9
3.3
Beschrijving milieustraten
10
3.4
Prestaties
17
4
Toekomstige milieustraten: Scenario 3
20
4.1
Beschrijving Scenario 3
20
4.2
Programma van eisen milieustraat
21
4.3
Uitvoeringsvormen milieustraat
29
4.4
Varianten kringloopactiviteiten in beeld
31
5
Evaluatie Scenario 3
35
5.1
Ontwikkeling volledig pakket van eisen op huidige straten
35
5.2
Gefaseerde, gedeeltelijke ontwikkeling
36
5.3
Locatievoorstellen
38
5.4
Organisatievormen
39
5.5
Impact op VANG doelstelling
40
5.6
Financiën
43
5.7
Impact regionale indeling milieustraten op financiën
48
6
Samenvatting en conclusie
49
Bijlagen 1.
Relevante aspecten in ontwikkeling van milieustraat van de toekomst
2.
Ingezamelde afvalstromen per milieustraat (2018)
3.
Parameters jaarlijkse kosten
4.
Notitie verdeling van kosten
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
ii
Projectgerelateerd
1
Inleiding
Het Openbaar Lichaam Afvalverwijdering Zeeland (O.L.A.Z.) is een gemeenschappelijke regeling van 13 Zeeuwse gemeenten. Iedere gemeente heeft één milieustraat, welke door O.L.A.Z. wordt geëxploiteerd. De uitvoering van de exploitatie is ondergebracht bij de Zeeuwse Reinigingsdienst (ZRD). Al enige jaren wordt binnen het O.L.A.Z. nagedacht over het toekomstbestendig maken van het geheel aan milieustraten in Zeeland. In 2019 is door een werkgroep binnen O.L.A.Z. een onderzoek afgerond met het rapport onderzoek milieustraten Zeeland1. Hierin staat o.a. de situatie met betrekking tot de huidige situatie: wettelijk kader, inventarisatie inwoners, hoeveelheden en kosten en zijn er bezoekverslagen van de milieustraten opgenomen. Om een beeld te krijgen is tevens een beschrijving van de milieustraat van de toekomst opgenomen en drie scenario’s voor mogelijke ontwikkeling. Scenario 1 focust op kleine aanpassingen om gedurende de komende 5 jaar te voldoen aan het inzamelen van de 18 wettelijk opgelegde afvalstromen. Scenario 2 focust op voldoen aan het wettelijk opgelegde kader met aandacht voor specifieke lokale en bestuurlijke omstandigheden. De milieustraat Goes bijvoorbeeld verplaatsen. Kleine straten verder afslanken en grotere opwaarderen, zoveel als mogelijk binnen de huidige locaties.
Scenario 3 gaat uit van een aanpak die zeker 20 jaar voldoet, waarbij wordt uitgaan van drie voorzieningen niveaus. Het Algemeen Bestuur (AB) van O.L.A.Z. heeft het rapport besproken en heeft in haar vergadering van 27 juni 2019 kaders vastgesteld en richting gegeven voor vervolgonderzoek. De vastgestelde kaders zijn: 1. Realiseren van VANG doelstellingen. De ontwikkeling van milieustraten moet op het landelijk afvalbeleid en regelgeving afgestemd zijn. 2. Het langer termijn perspectief is belangijker dan maatregelen voor de korte termijn uitvoeren. Een ontwikkeling uitwerken voor een periode van 20 jaar is het uitgangspunt. 3. De huidige opzet en spreiding van milieustraten is het uitgangspunt. Om te komen tot een geheel van toekomstbestendige milieustraten zijn opzet en spreiding onderwerp van onderzoek. 4. Differentiatie in het voorzieningenniveau van de milieustraten kan voordelen bieden en is onderwerp van onderzoek. 5. De laagdrempeligheid van milieustraten is een belangrijke kwaliteit. Om tot betere beheersing van huishoudelijke afvalstromen te komen en bedrijfsafval te weren is het onderzoeken van een toegangsregeling en of betaalregeling onderdeel van de verkenning. 6. De huidige verdeling van kosten is eenvoudig. Met het aanbrengen van differentiatie in voorzieningen zal de kostenverdeling nader beschouwd moeten worden.
In dezelfde vergadering is besloten om scenario 3 zoals genoemd in het rapport milieustraten Zeeland te onderzoeken en uit te werken. Scenario 3 gaat uit van het behouden van de gemeentelijke milieustraten. Dat wil zeggen 13 milieustraten verdeeld over 13 gemeenten. Het behoud van de huidige locatie is wenselijk, maar geen doelstelling. Indien de huidige locatie ongeschikt is, kan naar een alternatief worden gezocht. In scenario 3 worden drie typen milieustraten gedefinieerd. In de basis variant wordt slechts een beperkt aantal afvalstromen ingezameld. In Borsele, Kapelle en Noord-Beveland (tot ca. 25.000 inwoners) is een basis voorziening gepland met een beperkt aantal afvalstromen. Het tweede type is een complete versie. Deze milieustraat zamelt ten minste alle 18 afvalstromen in die zijn genoemd in het Activiteitenbesluit. Deze milieustraat is voorzien in Veere, Sluis, Hulst, Tholen, Schouwen-Duiveland en Reimerswaal (25.000 tot 35.000 inwoners). In het derde type is de milieustraat bijna identiek aan de complete versie, maar is er ruimte nodig voor kringloopactiviteiten en/of circulaire ambachtscentra en ruimte voor educatie. 1 rapport Onderzoek Milieustraten Zeeland - 13 juni 2019
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
1
Projectgerelateerd
Deze complete plus versie is voorzien in Goes (al dan niet gecombineerd met omliggende gemeenten), Terneuzen, Middelburg en Vlissingen (>35.000 inwoners). In december is RHDHV gevraagd om het volgende met betrekking op Scenario 3 verder uit te werken. 1. Effect op VANG Beleid; 2. Indien locaties wijzigen; globale locatievoorstellen (gemeente en locatie binnen de gemeente); 3. Serviceniveau per locatie op basis van een algemene indeling; 4. Investeringskosten per locatie; 5. Exploitatiekosten per locatie en voor het geheel; 6. Globale businesscase per locatie incl. het benoemen van mogelijke partners en hierin een richting bepalen; 7. Toegankelijkheid voor bezoekers (toegangsregeling, acceptatievoorwaarden); 8. Model voor doorberekening kosten naar leden van O.L.A.Z. Leeswijzer Dit rapport begint met een inventarisatie van ontwikkelingen die mede bepalen hoe de milieustraat van de toekomst eruit ziet (Hoofdstuk 2). Vervolgens wordt ingegaan op de huidige situatie en worden de prestaties met betrekking tot afvalvolume, scheidingsdoelstellingen en kosten in beeld gebracht (Hoofdstuk 3). Na de inventarisatie wordt scenario 3 verder uitgewerkt (Hoofdstuk 4) en beoordeeld Hoofdstuk 5). Het rapport wordt afgesloten met conclusies (Hoofdstuk 6).
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
2
Projectgerelateerd
2
Zicht op toekomstige milieustraten
Het uitwerken van Scenario 3 gaat over toekomstige milieustraten voor een periode van 20 jaar. Maar hoe ziet afvalmanagement er over 20 jaar uit? En hoe past een toekomstige milieustraat daarbij? In dit hoofdstuk schetsen we de ontwikkelingen die kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van afvalmanagement en wordt een beeld geschetst hoe een milieustraat er in de toekomst uit kan zien.
2.1
Politieke ontwikkelingen: een circulaire economie
In de afgelopen decennia heeft het afvalbeleid in Nederland zich flink ontwikkeld. Het afval/grondstoffenbeleid is groot geworden in de tweede helft van vorige eeuw. In de jaren zeventig en tachtig was met name de focus op bescherming van het milieu. In de jaren negentig werd storten ontmoedigd en ingezet op recycling mede om besparing op verwerkingskosten te realiseren. In het begin van deze eeuw heeft men de wetgeving ingevoerd voor specifieke afvalstromen, eventueel gekoppeld aan een producenten verantwoordelijkheid met name om grondstoffen te besparen en grootschalig terug te winnen. Later werd de cradle to cradle gedachte omarmd en is de term circulaire economie ontstaan. De ontwikkelingen volgen elkaar snel op. Naast introductie van beleid, wet- en regelgeving om recycling en hergebruik te stimuleren worden ook specifieke programma’s ontwikkeld om de ambities te halen. Zo is in 2013 het Programma VANG (Van Afval Naar Grondstof) gestart. Specifiek voor huishoudelijk afval is binnen VANG het deelprogramma VANG- Huishoudelijk Afval (HHA) opgenomen, waarin de ambitie is vastgelegd om in 2020 tot 75% afvalscheiding te komen. Deze ambitie is verder geconcretiseerd in een streven om in dat jaar nog maximaal 100 kg restafval (fijn en grof samen) per inwoner te produceren, met een doorontwikkeling naar maximaal 30 kg restafval per inwoner in 2025.
Intussen is het VANG-programma onderdeel van het Rijksbrede Programma voor de Circulaire Economie. De ambitie van het kabinet is om samen met maatschappelijke partners in 2030 een (tussen) doelstelling te realiseren van 50% minder gebruik van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen). Het kabinet wil met dit programma een perspectief schetsen voor een toekomstbestendige, duurzame economie, ook voor toekomstige generaties. Concreet betekent dit dat in 2050 grondstoffen efficiënt worden ingezet en hergebruikt, zonder schadelijke emissies naar het milieu. Met deze doelstelling op grondstoffengebruik sluit Nederland aan bij het ambitieniveau in vergelijkbare landen. Figuur 1 De circulaire economie, (bron: PBL 2018)
Naast het beleid in Nederland heeft ook de EU aangegeven dat circulaire economie belangrijk is. In november 2019 is door de nieuwe commissie aangegeven dat ontwikkeling van circulaire economie prioriteit nummer één is. Zo stelt het EU-Kaderrichtlijn Afvalstoffen dat in 2025 de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van stedelijk afval verhoogd moet zijn tot minimaal 55 gewichtsprocent, in 2030 tot 60 gewichtsprocent en in 2035 tot 65 gewichtsprocent.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
3
Projectgerelateerd
Rol van milieustraat in grondstofmanagement/afvalinzameling Binnen het programma is erkenning voor de milieustraat en het feit dat deze moet mee ontwikkelen met de ontwikkelingen in het beleid. Om de toekomstbestendige milieustraat of de concretisering daarvan, het circulair ambachtscentrum, verder te definiëren is het opgenomen als icoonproject in het uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2019 – 2023. Binnen een circulair ambachtscentrum wordt samenwerking tussen milieustraten en kringloopwinkels gestimuleerd waardoor er minder herbruikbare producten laagwaardig worden hergebruikt of in afvalovens terecht komen. Daarnaast wordt er ook gewerkt aan levensduurverlenging van producten door het repareren en opknappen van producten en door het maken van nieuwe producten van bestaande materialen. Ook kan zo’n centrum nieuwe werkgelegenheidskansen en leerwerkplekken opleveren. Het bijeenbrengen van de verschillende bouwstenen van een circulair ambachtscentrum gaat niet over één nacht ijs. Het vereist aandacht en ruimte om te experimenteren. In de periode tot 2022 verkent het Rijk hoe de bouwstenen van een circulair ambachtscentrum het best kunnen samenwerken (Pilotprojecten Circulaire Ambachtscentra). Het heeft daarvoor 10 pilotprojecten geselecteerd, waaronder het duurzaamheidsplein in Oss. De volgende figuur schetst de ontwikkeling van beleid en regelgeving omtrent milieustraten.
Figuur 2 Overzicht ontwikkelingen in afvalland die raakvlak hebben met ontwikkeling milieustraten
2.2
Economische ontwikkelingen: nieuwe verdienmodellen
De huidige afvalstromen ontstaan door aankoopgedrag van consumenten die gebaseerd zijn op huidige verdienmodellen van leveranciers. Op basis van technologische en consumententrends zijn er in het algemeen vijf hoofdtrends in verdienmodellen binnen het economisch verkeer die in de komende jaren belangrijker worden en die de mate van afval kunnen beïnvloeden: 1. Grootschalig maatwerk (‘mass customisation’): Door digitale ontwerp-platforms en fabricagetechnieken kan maatwerk worden geboden aan een groot publiek. 2. Peer-to-peer verkopen (’collaborative consumption’): Dit zijn alle verdienmodellen gebaseerd op delen, (om)ruilen, handelen of huren van producten. Dit is de tegenhanger van eigendom. 3. Abonnementsmodel (‘personal subscription’): Naast het traditionele abonnementsmodel (waarbij klanten een bedrag betalen om toegang te krijgen tot product en/ of dienst) is er een ‘Pay as You Go Subscription’-model (bijvoorbeeld HelloFresh). 4. Social merchandise: Social Merchandising is de verzamelnaam van activiteiten waarbij retailers via social media als Pinterest, Instagram, Google+, Tumblr, YouTube, Twitter of Facebook op voorhand fans/potentiële klanten vragen naar hun voorkeur voor producten. 5.
Circulaire economie: In de circulaire economie staat het maximale hergebruik van producten en de waardevolle grondstoffen die erin verwerkt zijn centraal om waardevernietiging te voorkomen en negatieve milieueffecten te minimaliseren (bijvoorbeeld: gerecyclede jeans).
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
4
Projectgerelateerd
Al deze ontwikkelingen zijn er op gericht om de hoeveelheid materiaalgebruik voor consumptiegedrag te beperken. De mate waarin ze daarin slagen hangt uiteraard samen met de mate waarin consumenten bereid zijn dit soort alternatieve (deel)producten te omarmen. De consumenten lijken zich steeds meer bewust van de ecologische voetafdruk die ze hebben door het consumeren. In toenemende mate zijn er consumenten waarvoor bezit minder belangrijk wordt. Dit biedt voor producenten dan ook kansen om te komen tot nieuwe verdienmodellen waarbij betaald wordt voor het gebruik. Vooralsnog is onduidelijk wat het kwantitatieve effect ervan zal zijn op de hoeveelheid afval. Een vermindering van het volume ligt voor de hand. De wijze van inname kan ook verschuiven voor afvalstromen van een gemeentelijk inzamelsysteem naar een door producenten georganiseerd terugname systeem.
2.3
Technologische ontwikkelingen: digitalisering en robotisering
Technologische ontwikkelingen in het algemeen hebben invloed op het afval volume en het type afval dat ontstaat. Kijkend naar de mogelijkheden nu versus 10 of zelfs 30 jaar terug, dan kunnen we concluderen dat bepaalde technologische ontwikkelingen bijzonder snel zijn gegaan: internetten, online winkelen, vliegen, digitalisering, sociale media, et cetera. Door de snelle ontwikkelingen op dit gebied zijn ontwikkelingen moeilijk te duiden. De algemene ontwikkelingen ondersteunen de ontwikkelingen van inzamel- en verwerkingsmethoden. Big data, chip-technologie en robotisering creëren nieuwe mogelijkheden om in afvalmanagement meer maatwerk of individualistische aanpak te kiezen dat moet leiden tot minder afval, betere scheiding en betere kwaliteit. Binnen afvalmanagement ontwikkelen de technologieën zich ook voortdurend. In de afvalinzameling worden systemen geïntroduceerd om het bewustzijn van de burger te vergroten en ze te motiveren afval beter te scheiden. Veranderingen vinden plaats van wekelijkse huis aan huis inzameling met een beperkt aantal fracties naar omgekeerd inzamelen met hoog serviceniveau voor meerdere gescheiden fracties, laag-frequent inzamelen, gedifferentieerde tarieven voor afvalinzameling (DIFTAR) of een combinatie van deze.
Ook in de afvalverwerking gebeurt het nodige: sec verbranden verandert meer en meer in verbranding met energieterugwinning, composteren wordt meer en meer een combinatie van vergisten en composteren en er ontstaan betere scheidingstechnologieën die nascheiding mogelijk maken. Tegelijkertijd zijn er ook nu technologieën in ontwikkeling waar men circa 10 jaar geleden ook al over sprak zoals bijvoorbeeld: vergassing, chemische recycling, pyrolyse, etc. Kortom de technologische veranderingen bepalen in hoge mate het volume maar meer het type afval dat ontstaat. Door gebruik te maken van de digitale ontwikkelingen kan binnen afvalmanagement steeds meer maatwerk worden verricht om burgers te sturen. Het verbeteren van de inzameling en verwerking zorgt ervoor dat meer maatwerk kan worden verricht voor specifieke afvalstromen.
2.4
Ecologische ontwikkelingen: onderdeel van klimaatbeleid
Er is in toenemende mate sprake van schaarste aan grondstoffen (met name edelmetalen). Dit vertaalt zich in een toenemende behoefte aan materiaalhergebruik en recycling. Vanuit een breder ecologisch perspectief geldt dat materiaalhergebruik en recycling steeds belangrijker worden. Klimaatverandering en -beleid vereisen een reductie van CO2. De circulaire economie wordt daarbij steeds meer in perspectief geplaatst als een van de oplossingsrichtingen tegen klimaatverandering.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
5
Projectgerelateerd
2.5
Wet- en regelgeving (juridische) ontwikkelingen
Er zijn een aantal maatregelen binnen de wet- en regelgeving die van invloed zijn op de afvalhoeveelheden en -samenstelling: ◼
◼
◼
◼
◼
VANG-beleid: binnen het deelprogramma VANG- Huishoudelijk Afval (HHA) is de ambitie vastgelegd:
om in 2020 tot 75% afvalscheiding te komen. Deze ambitie is verder geconcretiseerd in een streven om in dat jaar nog maximaal 100 kg restafval (fijn en grof samen) per inwoner te produceren.
doel is een doorontwikkeling naar maximaal 30 kg restafval per inwoner in 2025. Deze doelstelling is door het O.L.A.Z. bestuur overgenomen.
Rijksbrede programma Circulaire economie:
in 2030 moet Nederland al 50% minder primaire grondstoffen gebruiken (mineralen, metalen en fossiel).
in 2050 moet Nederland volledig circulair zijn en een economie hebben zonder afval, waarbij alles draait op herbruikbare grondstoffen.
EU-Kaderrichtlijn Afvalstoffen: de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van stedelijk afval moet verhoogd zijn:
in 2025 tot minimaal 55 gewichtsprocent,
in 2030 tot 60 gewichtsprocent, en
in 2035 tot 65 gewichtsprocent.
SUP-richtlijn: de Europese Unie (EU) wil wegwerpplastic verminderen en meer plastic inzamelen en recyclen om zo plastic afval in zee te verminderen. Enkele maatregelen die in de richtlijn zijn opgenomen zijn:
vanaf 2021 komt er een verbod op bepaalde plastic wegwerpproducten;
vanaf 2021 moeten lidstaten zorgen voor minder gebruik van plastic on-the-go verpakkingen (zoals drinkbekers en voedselcontainers);
vanaf 2025 moeten PET-flessen voor minstens 25% uit gerecyclede kunststoffen bestaan. In 2030 moet dit minstens 30% zijn;
in 2025 moet minimaal 77% van alle plastic drinkflessen tot 3 liter worden ingezameld. In 2029 moet dit minimaal 90% zijn.
Besluit statiegeld op blik en kleine plastic flesjes: producenten van flesjes frisdrank en water zijn verantwoordelijk voor de invoering van een statiegeldsysteem.
1 juli 2021 wordt statiegeld op kleine plastic flesjes ingevoerd;
in het najaar van 2021 moet 70-90% minder blikjes in het zwerfaval zijn gerealiseerd. Lukt dat niet, volgt ook statiegeld op blikjes.
Al deze wetgeving zorgt ervoor dat de ambitie binnen handbereik komt.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
6
Projectgerelateerd
2.6
Schets milieustraat van de toekomst
De milieustraat van de toekomst gaat over waarde toevoegen, hergebruik, scheiding, kwaliteitsgrondstoffen en vermindering restafval, maar ook over integratie in de samenleving door arbeidsparticipatie, opleiding en stimuleren bewustwording. De uitstraling van het grondstoffencentrum is belangrijk. Het grondstoffencentrum moet recycling, upcycling, circulariteit en duurzaamheid uitstralen. Wat in ieder geval duidelijk lijkt, is er dat verschillende functies mogelijk zijn rondom de milieustraat, zie Figuur 4. Figuur 3. Mogelijke rollen en functies van de toekomstige milieustraat (1)
Figuur 4. Mogelijke rollen en functies van de toekomstige milieustraat (2)
Doel is om zo hoog mogelijk op de piramide te komen. De onderste laag van de piramide staat voor de activiteiten die reeds op de milieustraat plaatsvinden. Op de één na onderste laag staan activiteiten die handelingen toevoegen aan de afvalstromen om hergebruik en scheiding te verbeteren en restafval te verminderen. De derde laag gaat over waarde toevoegen en opleiding. De bovenste laag gaat over beleving. Een toekomstbestendigheid van 20 jaar vergt verder dat de milieustraten een bepaalde mate van flexibiliteit kennen. Veranderingen in zaken als bevolkingssamenstelling, consumptiepatronen en ketenverantwoordelijkheden leiden tot andere afvalhoeveelheden en -samenstellingen. Dit maakt dat de afvalinzamelstructuur en de rol en inrichting van de milieustraten ook kan veranderen. In de uitwerking van de varianten wordt derhalve flexibiliteit meegenomen als een belangrijke randvoorwaarde. In kader van het Rijksbrede programma circulaire economie zijn door het ministerie pilots geïnitieerd die moeten leiden tot waardevolle informatie om het concept circulaire ambachtscentra nader vorm te geven. In 2022 worden de eerste uitkomsten verwacht. Onduidelijk is of de uitkomsten leiden tot een voorstel tot uniforme aanpak of dat er keuzemogelijkheden blijven.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
7
Projectgerelateerd
Rol van O.L.A.Z. in de ontwikkeling van de milieustraat van de toekomst. O.L.A.Z. heeft zelf een regierol in de verwijderingsketen van afval- en grondstoffen en kan grondstoffen uit de keten richting een circulaire economie sturen. O.L.A.Z. kan sturen, stimuleren en faciliteren. Een van de elementen die zij hiervoor in handen heeft is de milieustraat. Daaraan kunnen verschillende functies worden toegevoegd. Zo kan de milieustraat niet enkel hergebruik en recycling stimuleren, maar kan het ook worden uitgebouwd met elementen in kader van afvalpreventie en opleiding of zelfs een broedplaats voor start-ups. De toekomstige milieustraat kan een visitekaartje zijn die bijdraagt aan het versterken van de lokale cohesie en die opleidingen biedt voor nieuwe generaties. Hiermee krijgt het grondstoffencentrum een rol als ‘baken van kanteling’ naar de circulaire economie. Veel inrichtingsaspecten van een toekomstige milieustraat zijn dan ook afhankelijk van de wensen en ambities die worden gesteld. Dit geldt voor de hierboven genoemde rollen en functies. Het geldt echter ook met betrekking tot meer operationele inrichtingseisen zoals bijvoorbeeld: ◼
Toegangsbeleid: worden hier wel of geen restricties gehanteerd en zo ja, welke?
◼
Aannamebeleid: welke afvalstromen worden ingezameld?
◼
Inname faciliteiten: hoe is de inname van herbruikbare goederen georganiseerd?
◼
Beleid verdere reductie restafval: wordt er onderscheid gemaakt in betaalde en gratis stromen?
◼
Kwaliteitsbewaking grondstoffen: hoe vindt informatievoorziening en handhaving/controle plaats?
◼
Zichtbaarheid verdere be- en verwerking: hoe worden burgers meegenomen in de toepassing/hergebruik van de aangeboden stromen (fysiek aanwezige ambachtscentra, etc.)
◼
Verkeersbewegingen: in hoeverre worden professioneel en burgerverkeer van elkaar gescheiden? Wat is acceptabel?
◼
Organisatie: Hoe wordt de organisatie van samenwerkingsvormen met kringloop en ambachten zo ingeregeld dat het leidt tot maximaal hergebruik en gezonde businesscases? Is daarbij een fysieke scheiding gewenst?
Voor meer details hierover wordt verwezen naar bijlage 1.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
8
Projectgerelateerd
3
Huidige situatie in beeld
3.1
Afvalbeleid en milieustraten
De provincie Zeeland kent 13 gemeenten. Het beleid van de inzameling van fijn huishoudelijk restafval ligt bij de gemeenten. Voor de verminderen van de hoeveelheid fijn restafval hebben de gemeenten voor verschillende systemen gekozen: ◼
Laagfrequent inzamelen: Tholen (2017), Hulst (2018), Sluis (besluit invoering 2021).
◼
Diftar: Kapelle (2016), Schouwen-Duiveland (2018), Goes (2019), Middelburg (besluit invoering 2021) Veere (besluit invoering 1-1-2022).
◼
Pilot Nascheiding (2020): Terneuzen, Noord-Beveland, Reimerswaal en Borsele.
◼
Vlissingen nog onbekend.
Inzameling van grof huishoudelijk afval via de milieustraten is ondergebracht bij de Zeeuwse Reinigingsdienst (ZRD). De ZRD exploiteert 13 milieustraten, één in elke gemeente. Binnen Zeeland geldt het uitgangspunt dat Zeeuwse huishoudens van alle milieustraten in Zeeland gebruik kunnen maken. Er is geen pasjessysteem en iedereen kan zo de milieustraat oprijden. Burgers kunnen ervoor kiezen de milieustraat in een naburige gemeente te gebruiken indien deze dichterbij is of de mogelijkheid biedt een afvalstroom aan te bieden die in de dichtstbijzijnde milieustraat niet aangeboden kan worden. Het gedifferentieerd beleid in de gemeenten in Zeeland omtrent verminderen van fijn restafval heeft als consequentie dat er geen fijn restafval wordt ingezameld op de milieustraten.
3.2
Basisgegevens gemeenten en milieustraten
In totaal zijn er in 2018 in de provincie Zeeland 383.032 inwoners en 186.000 woningen. In de volgende tabel staan per gemeenten de basisgegevens als inwoner- en woningaantal en de gegevens van de milieustraat als bouwjaar, oppervlak en eigendomssituatie.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
9
Projectgerelateerd
Tabel 1. Basisgegevens gemeenten en milieustraat (2018) Gemeente
Milieustraat
Bouwjaar
Oppervlak,m2 (1)
Ingezameld afvalvolume, ton/jaar
Inwoners
Woningen
Borsele
22.800
9.785
1999
4.882
5.631
ZRD
Goes
37.653
18.251
1999
5.560
10.845
Gemeente
Hulst
27.524
13.520
2006
5.025
9.263
Gemeente
Kapelle
12.785
5.350
1995
1.180
2.340
Gemeente
Middelburg
48.544
23.532
1999
5.210
8.876
ZRD
Noord-Beveland
7.308
4.400
2005
2.185
2.471
ZRD
Reimerswaal
22.678
9.159
1999
7.200
10.096
ZRD
Schouwen-Duiveland
33.779
16.746
1995
1.594
8.740
Gemeente
Sluis
23.386
14.138
2003
5.660
9.881
ZRD
Terneuzen
54.589
26.952
2003
5.891
13.121
ZRD
Tholen
25.780
10.888
1999
5.500
8.466
ZRD
Veere
21.835
10.964
1999
5.385
10.497
ZRD
Vlissingen
44.371
22.843
1999
4.930
9.014
ZRD
Gemeente
Eigendom
Totaal 383.032 186.528 109.241 (1) Goes, Kapelle, en Schouwen- Duivenland zijn onderdeel van een grotere inrichting en de oppervlakten zijn geschat. Overige oppervlakten zijn afkomstig van Kadaster.
3.3
Beschrijving milieustraten
3.3.1
Kenmerken milieustraten
De milieustraten zijn in de jaren tussen 1995 en 2006 ontworpen. Zij zijn ontworpen voor minder afvalstromen dan op dit moment worden ingezameld. Op dit moment zamelen bijna alle straten tenminste de 18 afvalstromen in zoals genoemd in het activiteitenbesluit. Door toevoegen van afvalstromen hebben de milieustraten vrijwel alle beschikbare ruimte in gebruik. Ook maakt professioneel verkeer gebruik van de zelfde wegen als de ontdoeners. Overige kenmerken van de milieustraat zijn opgenomen in onderstaande tabel.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
10
Projectgerelateerd
Tabel 2. Informatie milieustraten
Milieustraten
Type milieustraat (1)
Perronplaatsen
Overig plaatsen (2)
Veel ruimte voor containers
Borsele
Doorrijperron
12 (+1 ingesloten positie)
Goes
Doorrijperron
14 (+ 2 ingesloten posities) Ruimte voor containers
Hulst
Perron met U route
13 (+ 2 ingesloten posities) Ruimte voor containers
Kapelle
Vlakke vloer
-
9 containers op vlakke vloer en verschillende kleine containers
Middelburg
Doorrijperron
13
Veel ruimte voor containers 17 containers op vlakke vloer en verschillende kleine containers weinig ruimte voor reserve containers
Noord-Beveland
Vlakke vloer
-
Reimerswaal
Perron met U route
14 (+ 1 ingesloten positie)
Vlakke vloer, Schouwen-Duiveland gesplitst
Sluis
Terneuzen
19 november 2020
Perron met U route
Perron met U route
-
14 (+ 1 ingesloten positie)
16 (+ 1 ingesloten positie)
MS ZEELAND
Veel ruimte voor containers 17 containers op vlakke vloer en verschillende kleine containers weinig ruimte voor reserve containers Veel ruimte voor containers
Geschatte
Geschatte voertuig standplaatsen op locatie (3)
capaciteit (bezoekers/uur) (4)
38,5
10
43
38,5
19
82
Small perron, huur opgezegd
38,5
22
95
Bedrijvenvereniging niet altijd blij met wachtrijen. Er is een gegadigde om het te kopen.
16
10
43
Toegang via gemeentewerf. Spoorwegovergang nabij toegang tot gemeentewerf
38,5
15
65
19
11
48
Openingstijden (uur/week)
Opmerking
Toezicht en logistiek een probleem
38,5
31
133
46
10
43 Onderhandelingen met buren om terrein over te nemen verlopen moeizaam
38,5
25
108
Eventueel opstellen op openbare weg.
38,5
31
133
Veel uitbereiding mogelijk.. Toegang over terrein buren. Er is een eigen toegangsweg maar die is moeilijk te gebruiken. In 2022 wordt naburig terrein aangeboden
Veel ruimte voor containers
BG9912I&BRP001F02
11
Projectgerelateerd
Milieustraten
Type milieustraat (1)
Perronplaatsen
Overig plaatsen (2)
Tholen
Doorrijperron
14 (+ 1 ingesloten positie)
Veel ruimte voor containers
Veere
Doorrijperron
14 (+ 1 ingesloten positie)
Ruimte voor containers
Vlissingen
Doorrijperron
14 (+ 1 ingesloten positie)
Veel ruimte voor containers
Totaal (1)
(2) (3) (4)
Geschatte
Geschatte voertuig standplaatsen op locatie (3)
capaciteit (bezoekers/uur) (4)
38,5
15
65
Kringloop op toegangsroute naar milieustraat. Licht aan einde doodlopende weg met keerlus.
38,5
22
95
Grenst aan Kringloop, eventueel te combineren
38,5
21
90
38,5
10
43
Openingstijden (uur/week)
Opmerking
In Zeeland zijn er grofweg drie typen milieustraten te onderscheiden, Allereerst is er een straat waar de ontdoeners en containers op gelijke hoogte staan, de zogenaamde vlakke vloer milieustraat. Een tweede type is de milieustraat waar je op een perron rijdt en rechtdoor ervan afrijd (doorrijperron) en het derde type aanwezig in Zeeland is perron met een U route. P deze straat rijdt je op en op het perron draai je 180 graden om er weer vanaf te rijden. Alle milieustraten hebben een stortvak voor groen, KCA en compost afgifte (behalve Kapelle deze heeft het op de gemeentewerf) Gebaseerd op oppervlakte perron (gecorrigeerd voor rijbaan en ruimte voor containers) + oppervlakte elders en 42 m 2 per standplaats voor een auto in buitengebied en 35 m2/standplaats in stedelijk gebied (minder aanhangers) Schatting bepaald aan de hand van aantal opstelplaatsen en verblijftijd van 13,5 min/bezoek.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
12
Projectgerelateerd
3.3.2
Ingezamelde afvalstromen
Het aantal fracties dat gescheiden ingezameld en afgevoerd wordt is door de jaren heen toegenomen van 10 naar 29 fracties. De fracties zijn: Tabel 3. Op milieustraat ingezamelde afvalstromen Afvalstromen A/B-hout*
Elektrische apparaten/Wit- en bruingoed*
Grond (schoon/cat.1)*
Puin verontreinigd
Accu’s
EPS (piepschuim)* op enkele milieustraten
Harde Kunststoffen*
Restfractie niet-brandbaar
Afgewerkte (motor)olie
Flessenglas
Klein gevaarlijk afval (KCA) van particulieren
Schoon puin*
Asbesthoudend materiaal*
Frituurvetten/oliën
Lampen TL en gasontladingslampen
Textiel*
Autobanden*
Gasflessen/drukhouders*
Matrassen* (Niet in Kapelle)
Vlakglas*
C Hout*
Gips*
Metaal* -
Dakafval*
Groenafval*
Oud papier / karton* -
Destructie-afval
Grof huishoudelijk afval
PMD-afval (m.u.v. de nascheidingsgemeenten Borsele, Noord-Beveland, Reimerswaal en Terneuzen)
-
*Afvalstromen opgenomen in het Activiteitenbesluit om in te zamelen op een milieustraat.
(Fijn) huishoudelijk restafval en GFT mogen niet op de milieustraat worden ingeleverd. In totaal wordt er 109.241 ton per jaar ingezameld op de Zeeuwse milieustraten. Dit is 285 kg/inw./jaar. Details over de afvalvolumes per afvalstroom per milieustraat staan in bijlage 2. Naast inzameling van afvalstomen vindt er ook gratis afgifte van compost plaats. Dit geldt als een soort van beloning voor het ingezamelde grof groen afval. De gemeenten Borsele, Noord-Beveland, Reimerswaal en Terneuzen zijn op 1 januari 2020 gestart met een proef voor nascheiding van plastic verpakkingsafval, metalen verpakkingsafval en drankenkartons. In deze gemeenten mag het PMD-afval samen met het restafval via de (grijze) minicontainer worden aangeboden. De plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons van deze gemeenten worden door een scheidingsinstallatie uit het restafval gehaald voor verdere sortering. Consequentie is dat geen PMD mag worden ingezameld op de milieustraten van deze gemeenten.
3.3.3
Vrij toegangsbeleid
Het vrije toegangsbeleid op de milieustraten houdt in dat de Zeeuwse milieustraten vrij toegankelijk zijn voor alle inwoners van Zeeland en toeristen die afvalstoffenheffing betalen. Er worden geen kosten verrekend voor de aangeboden afvalstoffen aan de poort. Om te controleren of er rechtmatige toegang is, wordt steekproefsgewijs gecontroleerd. 19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
13
Projectgerelateerd
De vrije toegang tot de milieustraten leidt tot oneigenlijk gebruik. Bedrijven zijn formeel niet welkom, maar ontduiken de toegangsregels op grote schaal (bijvoorbeeld met een onherkenbaar personenvoertuig). In het vorige rapport wordt op basis van interviews geschat dat één derde tot de helft van het aangeboden afval afkomstig is van bedrijven. Ook worden de milieustraten gebruikt door toeristen en burgers van aan Zeeland grenzende gemeenten. Belgen maken gebruik van de milieustraten op Zeeuws-Vlaanderen (Sluis en Hulst) en Brabanders en Zuid-Hollanders bezoeken Reimerswaal, Tholen en Schouwen Duivenland. Het controleren van voertuigen met buitenlandse kentekens op betaling van afvalstoffenheffing is tijdrovend. Op de milieustraten in Veere, Sluis, Schouwen en Noord-Beveland komen verder veel toeristen die geen afvalstoffenheffing betalen. Naast oneigenlijk gebruik is er ook een kringloopregeling en rommelmarktregeling. Afval van kringloopbedrijven zonder winstoogmerk en het afval van rommelmarkten kan met toestemming van de gemeente en de ZRD naar de milieustraat worden gebracht.
3.3.4
Verzorgingsgebied per milieustraat
Het vrije toegangsbeleid houdt in dat elke inwoner toegang heeft tot elke milieustraat in Zeeland. Om verschillende redenen kunnen inwoners besluiten om het afval naar een milieustraat in een andere gemeente te brengen. Deze mogelijkheden zorgen ervoor dat een milieustraat relatief meer of minder wordt gebruikt. Om een oordeel te vellen welke milieustraten meer of minder worden gebruikt zijn in Tabel 4 per gemeente weergegeven het percentage grof huishoudelijk afval zoals op de milieustraat in de gemeente is ingezameld en het percentage inwoners en woningen van Zeeland. Tabel 4. Per gemeente percentage grof huishoudelijk afval zoals op de milieustraat in de gemeente is ingezameld, percentage inwoners en percentage woningen van Zeeland (2018). Gemeente
Afval in milieustraat , % Zeeland
Inwoner, %Zeeland
Woningen, % Zeeland
Borsele
5,2
6
5,2
Goes
9,9
9,8
9,8
Hulst
8,5
7,2
7,2
Kapelle
2,1
3,3
2,9
Middelburg
8,1
12,7
12,6
N-Beveland
2,3
1,9
2,4
Reimersw.
9,2
5,9
4,9
Schouwen
8
8,8
9
Sluis
9
6,1
7,6
Terneuzen
12
14,3
14,4
Tholen
7,7
6,7
5,8
Veere
9,6
5,7
5,9
Vlissingen
8,3
11,6
12,2
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
14
Projectgerelateerd
Tabel 5. Vergelijken afval-, inwoner- en huizenpercentage per gemeente
De afwijkingen per gemeente worden gevisualiseerd door de gegevens uit de tabel om te zetten in bovenstaande figuur. Te zien valt dat in Middelburg relatief weinig afval wordt aangeboden ten opzichte van het percentage inwoners en in Veere relatief veel. Dit is te verklaren doordat een gedeelte van Middelburg naar Veere afvoert. Het hoge percentage afval in Kruiningen/Reimerswaal ten opzichte van het percentage inwoners is te verklaren doordat een gedeelte uit Borsele maar vooral ook Kapelle gebruik maakt van deze milieustraat. Inwoners van Terneuzen gaan naar Sluis en Hulst. Om het verzorgingsgebied van een milieustraat inzichtelijk te maken wordt aangenomen dat oneigenlijk gebruik gelijk verdeeld is over de gemeenten en dat elke woning in Zeeland even veel afval afgeeft. Dit betekent dat de in Tabel 6 genoemde hoeveelheid woningen per milieustraat zijn aangesloten. Let op, dit aantal woningen gaat over een verzorgingsgebied en wijkt af van het aantal woningen per gemeente.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
15
Projectgerelateerd
Tabel 6. Verzorgingsgebied per milieustraat uitgedrukt in aantal woningen. Aantal woningen afgeleid van op de milieustraat ingezamelde hoeveelheid ten opzichte van geheel Zeeland en totaal aantal woningen in Zeeland. Milieustraat
Woningen in verzorgingsgebied
Borsele
9.615
Goes
18.516
Hulst
15.815
Kapelle
3.996
Middelburg
15.154
N-Beveland
4.218
Reimerswaal
17.238
Schouwen
14.923
Sluis
16.870
Terneuzen
22.403
Tholen
14.455
Veere
17.923
Vlissingen
15.390
Totaal
186.516
3.3.5
Bezoek frequentie
Hoe vaak de milieustraten worden bezocht, is onbekend. Er vindt op de milieustraten geen registratie van het aantal bezoeken plaats. Dit geldt wel voor deelstromen. Voor bijvoorbeeld de acceptatie van autobanden is registratie eigenlijk verplicht volgens nieuwe regels.
3.3.6
Operationele aspecten
Minimale personele bezetting milieustraten Werknemers op de milieustraat ontvangen en begeleiden bezoekers, voeren steekproefsgewijs toegangscontroles uit (waarbij zij o.a. controleren op documenten voor het betalen van afvalstoffenheffing bij buitenlandse kentekenplaten), zien toe op veiligheid, voeren containerinspecties uit, corrigeren foutief ingeworpen afvalstoffen, nemen KCA in ontvangst en sorteren dit, houden het terrein van de milieustraat schoon en regelen wanneer containers aangedrukt of gewisseld moeten worden. Daarnaast voeren zij van alle handelingen de administratieve verwerking uit, verkopen zij asbestfolie en registreren zij het KGA van apotheken. Volgens de nieuwe regels moeten zij ook de NAW gegevens van burgers die autobanden komen brengen registreren, wat nu nog niet gebeurt. De bezetting van 2 man op doordeweekse dagen (bij enkele grotere straten 3) wordt in de huidige situatie als minimaal ervaren door de beheerders en bedrijfsleiding van ZRD. De beheerders kunnen vanwege de inrichting van het terrein niet (makkelijk) alle activiteiten bij de containers in de gaten houden, waardoor illegale dumpingen of verkeerd gestorte afvalstoffen in containers ontstaan. Agressie op locatie Bij weigering van afval aan de poort of op locatie ontstaat bijna altijd agressie.
De locaties laten formeel geen bedrijfsafval toe en ook geen ongesorteerd fijn huishoudelijk restafval en GFT. Daarnaast is het afval van (buitenlandse) toeristen en op een aantal milieustraten (vanwege nascheiding) het PMD afval niet welkom. Op de milieustraat in Kapelle worden vanwege de zeer beperkte ruimte veel volumineuze afvalstromen geweigerd.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
16
Projectgerelateerd
Planning containerwisseling en compacteren Op een milieustraat is het van belang dat containers niet vol raken tijdens drukke tijden. Bij volle containers kunnen bezoekers hun afval niet kwijt, kunnen ze niet goed scheiden of kunnen er onvoldoende losplaatsen zijn wat de doorlooptijd beïnvloedt. Indien er op de milieustraat volle containers zijn, dienen deze te worden gewisseld. Een alternatief is er bij lage dichtheidsafvalstromen. Deze afvalstromen kunnen worden gecompacteerd om extra ledig volume te genereren. Omdat er op de locaties geen vrachtwagens aanwezig zijn, wordt de wisseling van containers volgens planning gedaan (vooral voor openingsuren in de ochtend) en op afroep. Verder heeft iedere milieustraat een contract met een naburig bedrijf om op afroep de afvalstromen hout, groenafval, papier en karton en grof huishoudelijk afval te komen aandrukken/compacteren. Het is zorg om de containerhandelingen niet in drukke perioden uit te voeren. De wisseling van containers neemt veel tijd in beslag en wel om verschillende redenen. In Hulst is bijvoorbeeld de ruimte zeer krap om de wisseling te laten plaatsvinden. Daarnaast kan een lege en volle container meestal niet naast elkaar worden geplaatst wat leidt tot extra logistieke handelingen. Ook zijn er door beperkte perronplaatsen containers ingesloten.
Hierdoor moeten eerst andere containers worden verplaatst om de betreffende container te kunnen wisselen. Om containers te wisselen staan vrachtwagens meestal op de containerwisselroute en hierover rijdt ook het burgerverkeer. Bij stilstand op de containerwisselroute kan in sommige gevallen het burgerverkeer niet doorrijden en kunnen er onveilige situaties ontstaan. Wisselen en compacteren worden daarom zoveel mogelijk op een tijd gedaan, die tot minimale opstoppingen leidt. Vergrijzing burgers Er komen steeds meer oudere mensen op de milieustraat. Soms zijn zij verward en helpen beheerders hen mee. Insteek is om deze mensen uit te leggen dat deze hulp eenmalig is en dat zij een volgende keer zelf hulp moeten regelen. Redenen waarom beheerders niet (mogen) meehelpen: ◼
Risico op schadeclaims veroorzaakt door handelingen van beheerders (bijvoorbeeld planken uit auto tillen waarbij bekleding van de auto schade oploopt);
◼
Risico op beschuldiging van diefstal (uit de auto of de aanhanger);
◼
Arbo-technisch (tillen, bukken et cetera).
3.4
Prestaties
De prestaties van de huidige situatie worden in beeld gebracht met betrekking tot afvalvolume, scheidingsdoelstellingen en kosten.
3.4.1
Afvalvolume
In 2018 is in Zeeland 265.000 ton huishoudelijk afval ingezameld (bron CBS2 ) ofwel 693 kilogram per inwoner per jaar (kg/inw./jaar). Dit is 201 kg/inw./jaar hoger dan het gemiddelde in Nederland (492 kg/inw./jaar2). Van de 265.000 ton is 87.000 ton restafval (77.000 fijn en 10.000 ton grof). Dit betekent een hoeveelheid restafval van 227 kg/inw./jaar. In Nederland is het gemiddelde in 2018 202 kg restafval/inw./jaar. 2
https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/83558NED/table?ts=1589234731080
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
17
Projectgerelateerd
De prestaties laten zien dat in Zeeland 41% meer huishoudelijk afval wordt ingezameld. Mogelijke oorzaak is dat het afval aangeleverd door bedrijven, niet afvalstoffenheffing betalende toeristen en bezoekers uit omliggende gemeenten incl. Belgen en Brabanders het volume significant vergroten. Wordt alleen naar de milieustraten gekeken, dan rapporteert ZRD dat in 2018 via de milieustraten in totaal 109.250 ton afval werd ingezameld en dat komt overeen met 285 kg/inw./jaar oftewel 41% van de totale hoeveelheid huishoudelijk afval. Ook deze hoeveelheid is significant hoger dan het gemiddelde in Nederland (134 kg/inw./jaar3). Dit verklaart een groot deel van het verschil in de totale huishoudelijke afvalstroom (151 van de 201 kg/inw./jaar). Analyseren we het grof huishoudelijk afval nader, dan zien we dat er in Zeeland vooral veel puin, grond, hout en groenafval worden ingezameld. Deze stromen verklaren een groot gedeelte van het verschil. De hoeveelheid restafval op een milieustraat is 10.920 ton per jaar ofwel 28,5 kg/inw./jaar. Dit is meer dan het gemiddelde per jaar in Nederland (20 kg/inw./jaar3). Tabel 7. Inzamelresultaten Zeeland vergeleken met Nederland (2018) Type afval
Eenheid
Zeeland
Nederland
Verschil
Huishoudelijk afval
kg/inw./jaar
693
492
201
Grof huishoudelijk afval
kg/inw./jaar
285
134
151
Puin, grond, hout en groen
kg/inw./jaar
218
103
115
Restafval (brandbaar en niet brandbaar)
kg/inw./jaar
28
20
8
Ongescheiden afval (restafval (brandbaar en niet brandbaar) +grof huishoudelijk afval)
kg/inw./jaar
42
-
-
3.4.2
VANG doelstelling
Het Algemeen Bestuur van O.L.A.Z. heeft op 22 februari 2018 unaniem besloten de VANG-doelstellingen te onderschrijven en vast te stellen dat de O.L.A.Z. gemeenten streven naar 75% recycling van huishoudelijk afval in 2020 met verdere groei daarna. Omgerekend betekent dit dat de O.L.A.Z. gemeenten zich conformeren aan een ambitie om te komen tot maximaal 100 kg restafval per inwoner per jaar in 2020 en 30 kg restafval per inwoner per jaar in 2025. De VANG doelstellingen worden niet gehaald. Evaluatie van de doelstellingen levert op dat van de 693 kg/inw die per jaar in Zeeland wordt ingezameld, er 200 kg/inw/jaar als fijn restafval wordt ingezameld. Er is er ook over Zeeland gemiddeld 42 kg/inw/jaar niet gescheiden ingezameld grof huishoudelijk afval. Dit zorgt voor een 242 kg restafval per inwoner per jaar en een scheidingspercentage van 65%. Om de prestatie van de milieustraat te evalueren is de restafval doelstelling door RHDHV vertaald naar milieustraten en bedraagt ongeveer 8,2 kg/inw./jaar (zie tekst box vertaling VANG doelstellingen naar milieustraat).Op basis van de afvalhoeveelheden wordt geconcludeerd dat op de milieustraat 28 kg brandbaar en niet brandbaar restafval wordt ingezameld. Wordt daar grof huishoudelijk afval bij op geteld dan wordt dit 42 kg/inw./jaar.
Dus 42 kg wordt per jaar ongescheiden ingezameld en daarmee 85% van het grof huishoudelijk afval wordt gescheiden ingezameld.
3
Benchmark Huishoudelijk Afval, Analyse peiljaar 2018
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
18
Projectgerelateerd
De prestaties laten zien dat in Zeeland de scheidingsdoelstellingen en de voor milieustraten vertaalde VANG doelstelling met betrekking tot restafval niet worden gehaald. Tekstbox: vertaling VANG doelstellingen naar milieustraat. Voor dit project heeft RHDHV de VANG doelstelling van 2025 voor ogen: 30 kg restafval/inw./jaar en ten minste 75% scheiding. De 30 kg/inw./jaar omvat zowel voor grof- als fijnafval. Om de doelstelling voor te verdelen over fijn- en grof huishoudelijk afval wordt gekeken naar de gemiddelde productie in Nederland. In Nederland werd in 2018 gemiddeld 492 kg/Inw./jaar huishoudelijk afval ingezameld en 134 kg/inw./jaar grof huishoudelijk afval. Indien uitgegaan wordt van een verdeling tussen fijn- en grof huishoudelijk afval op basis van deze gegevens dan kan de doelstelling van 30 kg/inw./jaar naar de milieustraten worden vertaald en geldt een doelstelling van 8,2 kg/inw./jaar grof huishoudelijk restafval. Omdat afval wordt aangeleverd op een milieustraat, kan er controle plaatsvinden van het afval dat aan de restafvalcontainer wordt aangeboden. Om deze reden moet er zelfs naar een lagere hoeveelheid grof huishoudelijk restafval worden gestreefd.
3.4.3
Kosten
In 2018 bedroegen de jaarlijkse kosten voor het beheer van de milieustraten in Zeeland 7.057.460 euro. Dit is 18,42 euro per inwoner en betreft personeelskosten, managementkosten, inzamelmiddelen, afschrijvingen en transport en verwerking van afvalstromen. Om de kosten te vergelijken met de benchmark 2018 resultaten moeten deze kosten worden gecorrigeerd. De benchmark rapporteert namelijk alleen personeelskosten, inzamelmiddelen en afschrijvingskosten en zijn dus exclusief transport en verwerkingskosten. De kosten in Zeeland zonder transport en verwerkingskosten bedragen tussen 2,70 en 3,35 miljoen euro, respectievelijk 7,06 en 8,06 euro per inwoner. De bandbreedte wordt veroorzaakt door de overhead, een kostenpost die niet in de benchmark is genoemd. Volgens de benchmark varieerde de kosten voor milieustraten per stedelijkheidsklasse tussen de 5,9 en 8,2 euro per inwoner en gemiddeld 7,3 euro per huishouden per jaar4. De kosten voor Zeeland zijn dus in lijn met het gemiddelde in Nederland. Gezien het lage aantal inwoners per milieustraat en de hoeveelheid afval die wordt gemanaged, is dit een goede prestatie.
4
Benchmark 2018 rapport kosten op huishoud niveau. In Nederland bedraagt in 2018 het gemiddelde huishouden uit 2,19 inwoners
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
19
Projectgerelateerd
4
Toekomstige milieustraten: Scenario 3
De opdracht bestaat uit het uitwerken van Scenario 3. Dit hoofdstuk beschrijft eerst Scenario 3. Omdat de beschrijving niet alles vastlegt, worden verdere aannamen toegelicht.
4.1
Beschrijving Scenario 3
Om in te spelen op de milieustraten van de toekomst heeft O.L.A.Z een scenario met 3 type milieustraten gedefinieerd dat goed is voor de komende 20 jaar. Ten eerste is dit de compleet plus milieustraat bestaande uit een combinatie van milieustraten en kringloopactiviteiten gecombineerd met opleiding en eventueel andere activiteiten. Deze worden gepland bij de gemeenten met de meeste bevolking. Naast deze circulaire ambachtscentra worden complete milieustraten gepland om de bevolking zo goed mogelijk te bedienen. Deze ontvangen minimaal de 18 stromen die genoemd zijn in het activiteitenbesluit. Voor de kleinere gemeenten zijn basisvoorzieningen gepland. Dit leidt tot de volgende voorzieningenniveaus: Tabel 8. Indicatie van type milieustraten en waar ze gepland zijn Type milieustraat
Locatie
Afvalstromen
Compleet-niveau plus (>35.000 inwoners) milieustraat gecombineerd met kringloopactiviteiten, en/of circulaire ambachtscentra met ruimte voor educatie.
Goes (al dan niet gecombineerd met omliggende gemeenten), Terneuzen, Middelburg/Vlissingen (Combineren van de voorziening in Vlissingen en Middelburg is hierbij een onderzoeksoptie).
Een volledig pakket met ten minste alle 18 wettelijk verplichte fracties.
Compleet-niveau (25.000 tot 35.000 inwoners)
Hulst, Tholen, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis en Veere.
Een volledig pakket met ten minste alle 18 wettelijk verplichte fracties.
Borsele, Kapelle en NoordBeveland.
Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, EPS, grof tuinafval, harde kunststoffen, metalen, papier en karton, textiel, verpakkingsglas, PMD, frituurvet, incontinentiemateriaal/luiers, KCA, gasontladingslampen
Basisniveau (tot ca. 25.000 inwoners) “dicht bij huis” afvalstromen”
De complete milieustraat kenmerkt zich door een locatie waar burgers komen om zich van het afval te ontdoen. Kenmerken van een complete variant zijn voldoende inzamelmiddelen voor grondstoffen, voldoende personeel om de burger te begeleiden om de grondstoffen in de juiste bakken te brengen en een goede beleving door geringe wachttijd, goede indicatie waar grondstoffen zijn en goede bereikbaarheid op de locatie. De complete variant bestaat uit een bordes (perron of goot) met daaraan containers, inloop- en kleine containers op of naast perron, KCA depot en een klein kantoor. Op basis van de beschrijving is te concluderen dat de milieustraten in het compleet niveau en compleet niveau plus gelijk zijn. Aan het compleet niveau plus zijn enkel kringloopactiviteiten toegevoegd. De volgende tabel bevat een SWOT analyse van het scenario.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
20
Projectgerelateerd
Tabel 9. SWOT-analyse Scenario 3 Sterke punten:
Zwakke punten:
▪ ▪
Geïntegreerde aanpak
▪ ▪
Geen uniforme milieustraten
▪
Beter toezicht zal restafval op complete milieustraten doen dalen.
▪
Ook voor het basisniveau is veel personele inzet vereist.
De geplande ambachtscentra zullen recycling doen toenemen en het tonnage restafval doen dalen.
Deel inwoners op afstand van complete milieustraten of circulaire ambachtscentra.
Kansen:
Bedreigingen:
▪
▪
De ontwikkeling van CE kan leiden tot afname van de hoeveelheid afval
4.2
Programma van eisen milieustraat
4.2.1
Minimale randvoorwaarden
Het is de vraag of het afvalbeleid voor milieustraten het de komende 20 jaar toelaat om een deel van de gemeentes als een basis milieustraat uit te voeren.
Om te komen tot een meer circulaire en toekomstgerichte milieustraat in het O.L.A.Z. verzorgingsgebied zijn de volgende randvoorwaarden als uitgangspunt gehanteerd: ◼
O.L.A.Z. wenst te voldoen aan wet- en regelgeving;
◼
O.L.A.Z. wenst afvalscheiding naar een nog hoger niveau te brengen en te voldoen aan de ambities zoals geformuleerd in het Rijksbrede programma Circulaire Economie;
◼
O.L.A.Z. wenst de locaties zo in te richten dat veiligheid redelijkerwijs zo goed mogelijk geborgd is, hetgeen zich vertaalt in:
Wachtrijen zoveel mogelijk op eigen terrein;
Zo min mogelijk overlappend en kruisend verkeer op de milieustraat;
Vermindering agressie op het terrein-> duidelijke en meer controleerbare regelgeving.
O.L.A.Z. wenst rekening te houden met een fasering in de tijd: niet alles of alle milieustraten kunnen tegelijkertijd worden aangepakt; Om een evaluatie te maken van toekomstige milieustraten worden eisen en wensen geformuleerd waar de straten aan dienen te voldoen of naar moeten streven. ◼
4.2.2
Toegangsbeleid
Op dit moment is er geen structurele toegangscontrole en is er een snelle doorloop en zijn er lage controle kosten. Nadeel is dat meer afval wordt ontvangen door oneigenlijk gebruik en er extra transport en verwerkingskosten worden gemaakt. Introduceren van een structurele toegangscontrole maakt het mogelijk om: 1. controle uit te voeren op oneigenlijk gebruik milieustraat door bedrijven, toeristen en inwoners niet Zeeuwse gemeenten. 2. te registreren hoe vaak iemand komt en wat ze brengen en dit eventueel te koppelen aan financiering. 3. de verplichte registratie in te voeren voor bijvoorbeeld het aanleveren van autobanden, asbest en KGA door bedrijven. 4. de doorstroming te reguleren. Er is een optimum in de relatie tussen aantal bezoekers op de locatie en de doorstroomsnelheid en daarmee capaciteit van de milieustraat.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
21
Projectgerelateerd
In het werkgroepoverleg is aangegeven dat toegangscontrole een vereiste is voor de toekomstige ontwikkelingen en wel om twee redenen. Allereerst zijn milieustraten er voor betalers van afvalstoffenheffing, de Statuten van de ZRD sluiten het ontvangen van bedrijfsafval ook uit. De introductie van toegangscontrole zorgt dat oneigenlijk gebruik wordt voorkomen of sterk gereduceerd. Daarnaast kunnen door middel van toegangscontrole financiële instrumenten worden ingezet. Financiële instrumenten lijken toch een belangrijk stuurinstrument binnen de afvalsector om de bezoeken te reguleren en de afvalscheiding te bevorderen. Eenmaal gekozen voor een toegangscontrole kunnen ook andere zaken worden gekoppeld aan de controle. In een later stadium moet worden meegenomen wat er geregistreerd mag worden aan persoonsgegevens als er geen diftarsysteem achter zit (AVG). Het introduceren van een toegangscontrole in combinatie met beperkte toegang of betalingen kan ertoe leiden dat het zwerfafval toeneemt. Met dit gedrag dient rekening te worden gehouden. Door het inzetten van aanvullende instrumenten, zoals gerichte communicatie (al dan niet met afvalcoaches), monitoring en handhaving is het ontwijkgedrag hiermee in veel gevallen te voorkomen of tot een aanvaardbaar niveau te beperken.
Uit diverse gemeentelijke onderzoeken blijkt dan ook dat er geen sprake is van significantie hoeveelheden afvaldumping in (vaak de kleinere of minder stedelijke) diftar gemeenten. Binnen VANG loopt momenteel een onderzoek om de ervaringen landelijk beter te kwantificeren. Zie verder de publicatie “Handreiking DIFTAR – Afvalscheiding loont”, NVRD, 2020. Voorkeur geautomatiseerd toegangscontrole Er zijn verschillende mogelijkheden om toegangscontrole uit te voeren. Bezoekers kunnen bijvoorbeeld zelf met een pasje de slagboom openen of dat gebeurt automatisch op basis van registratie van hun kenteken. De toegang kan ook worden gecombineerd met een doseersysteem dat registreert hoe vaak een slagboom wordt geopend. Als het ingestelde maximum aantal auto’s op de milieustraat is, gaat de slagboom bij een volgende bezoeker nog niet open. Ook zijn er handmatige controles mogelijk aan de poort of combinatie automatische systemen met handmatige controle. De keuze op welke wijze de toegangscontrole plaatsvindt is onder andere afhankelijk van het gewenste service niveau. Bij een hoog service niveau aan de poort hoort een beperkte wachttijd en een hoge doorloopsnelheid. Om de kosten te besparen op een toegangssysteem is er de voorkeur om geautomatiseerde slagbomen te introduceren met een pasjessysteem.
In de nabije toekomst moet er echter ook ondersteuning aan de poort plaatsvinden die visuele controle uitvoert van de gebrachte grondstoffen. Voorkeur beperken aantal bezoeken. Om oneigenlijk gebruik van de passen tegen te gaan en om de druk op een milieustraat te reduceren, heeft het de voorkeur om het aantal bezoeken per huishouden te beperken. Voorkeur beperken hoeveelheid afval per bezoek Het voorgestelde controlesysteem werkt op basis van een beperkt aantal vrije bezoeken. Om oneigenlijk gebruik verder terug te dringen wordt ook de hoeveelheid afval per bezoek beperkt. Indien het aantal bezoeken op is, moet men betalen volgens een gekozen grondslag. Voorkeur tariefdifferentiatie op basis van bezoek of volume. Invoeren van gratis en betaalde stromen is een methode om ontdoener een prikkel te geven om beter te scheiden en ongewenst afval en restafval te voorkomen. Er zijn verschillende vormen van tariefdifferentiatie. Als basis kan dienen type afvalstroom, bezoek, volume, gewicht of een combinatie. De belangrijkste keuze is of wel of geen gewicht als basis voor de tarieven wordt gekozen. Het vaststellen van geleverd gewicht neemt veel logistieke ruimte in beslag om in en uit te wegen en bij een beperkt oppervlak van de locatie gaat dit ten koste van service. Om deze reden en de flexibiliteit is er een voorkeur voor tarieven te baseren op bezoek en/of volumeschatting.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
22
Projectgerelateerd
Eisen aan opstelruimte Invoeren van een toegangscontrole houdt ook in dat er opstelruimte moet worden gecreëerd. Een controle kan discussie opleveren en daarmee kunnen de auto’s die na hem komen een file vormen. De opstelruimte moet in de piekperiode 10 minuten kunnen opvangen. De opstelruimte mag niet in de route worden opgenomen die ontdoeners nodig hebben om het afval kwijt te raken. Burgers op de locatie moeten overal heen kunnen. Zonder opnieuw in de rij te moeten aansluiten.
4.2.3
Aantal bezoeken per jaar
Het aantal bezoeken per jaar kan worden afgeleid aan de hand van de hoeveelheid huishoudens/woningen en de bezoekersfrequentie per huishouden. De milieustraat van de toekomst moet geschikt zijn voor het jaar 2050 en de bewoners/huishoudens die er dan zijn. Uit evaluatie van CBS en Primos blijkt dat de bevolking iets afneemt tot 2050. Gezien de kleine verschillen over een lange periode, wordt in het ontwerp uitgegaan van een constante hoeveelheid inwoners en woningen over de gehele periode. Tabel 10. Statistische data bevolking en huishoudens in Zeeland 2020
2050
% toename
Bevolking
383.600
383.100
-0,13
Huishoudens
175.900
179.300
1,93
Bevolking
383.530
362.590
-5,46
Huishoudens
176.030
170.850
-2,94
CBS
Primos
Er is geen gedetailleerde data bekend hoeveel bezoeken de bewoners/huishoudens aan de milieustraat brengen. Verwacht wordt dat elk huishouden tussen de 3 en maximaal 5 bezoeken per jaar afval brengt. In de toekomst kan door beleid worden getracht de bezoekersfrequentie per huishouden naar beneden bij te stellen door maatregelen te introduceren als minimumtarief of beperkt aantal vrije bezoeken aan de milieustraat. In dit onderzoek wordt aangenomen dat het aantal bezoeken per woning gemiddeld 4 bezoeken per jaar bedraagt. In totaal worden dus 746.000 bezoeken aan de milieustraat verwacht.
4.2.4
Verdeling bezoekers over locaties
In totaal wordt geschat dat er jaarlijks 746.000 bezoeken worden gebracht aan de 13 milieustraten. Voor het ontwerp van de milieustraten dienen aannamen te worden gemaakt om te komen tot de bezoekersfrequentie per milieustraat. Verdeling bezoekers over de locaties Door het invoeren van basis milieustraten in Borsele, Noord-Beveland en Kapelle en Compleet plus milieustraten in Middelburg/Vlissingen, Terneuzen en Goes wordt verwacht dat de bezoekers zich anders gaan verdelen over de milieustraten. Op de basis faciliteiten worden minder bezoekers verwacht doordat niet alle afvalstromen afgezet kunnen worden en op de compleet plus variant wordt een toename verwacht door de aantrekkingskracht van een circulair ambachtscentra.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
23
Projectgerelateerd
Op voorhand is het moeilijk in te schatten hoe de verdeling zal verlopen. In dit onderzoek wordt rekening gehouden dat het verzorgingsgebied van de basis milieustraten 2 maal per jaar naar de eigen faciliteit gaan en 2 maal per jaar naar Goes. Voor Kapelle en Borsele is dit voor de hand liggend en dit is gedeeltelijk terecht voor Noord-Beveland. Van de complete milieustraten wordt verwacht dat deze tussen de 3 en 4 maal per jaar naar de eigen faciliteit gaat en de rest naar het dichtstbijzijnde circulair ambachtscentrum. Voor het ontwerp wordt ervan uitgegaan dat het verzorgingsgebied 4 maal per jaar naar de eigen milieustraat gaat en dat het verzorgingsgebied van een complete milieustraat 1 maal per jaar naar het dichtstbijzijnde Circulair ambachtscentrum gaat. Op basis van deze aannamen wordt voor het ontwerp gekomen tot de volgende bezoekersfrequenties van de straten: Tabel 11. Voorstel ontwerpbezoekersaantallen per milieustraat Milieustraat