2022-56a. D22.276252 Toelichting op de verordening en de uitvoering kwijtschelding gemeentelijke belastingen K
Tekst van het document
Toelichting op de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Kapelle 1 Algemeen 1.1 Wet- en regelgeving gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid 1.1.1 Vindplaatsen wet- en regelgeving Bij de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen zijn de volgende wettelijke bepalingen en regelingen van toepassing: - artikel 26 van de Invorderingswet 1990; - hoofdstuk I en II van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990; - artikel 255 van de Gemeentewet; - Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden. 1.1.2 Mogelijkheden kwijtscheldingsbeleid vanuit gemeente of waterschap Artikel 255 van de Gemeentewet regelt de mogelijkheid voor gemeenten om kwijtschelding van belastingen te verlenen. Artikel 144 van de Waterschapswet regelt dit voor waterschappen. Het verlenen van kwijtschelding is geen verplichting maar een bevoegdheid. De Invorderingswet 1990 zegt namelijk dat gehele of gedeeltelijke kwijtschelding kan worden verleend aan een belastingplichtige die zijn belastingaanslag of een deel daarvan niet anders dan met buitengewoon bezwaar kan betalen. Hoofdregel bij het verlenen van kwijtschelding is dat gemeenten de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 (hierna: Uitvoeringsregeling) volgen. Als de gemeente of het waterschap met betrekking tot een belasting niets regelt, geldt deze ministeriële regeling automatisch ook voor deze belasting.
De Uitvoeringsregeling stelt onder andere regels over de vaststelling van het vermogen, de uitgaven en het netto-besteedbare inkomen van de belastingschuldige, de wijze waarop kwijtschelding wordt verleend en de omstandigheden die aan het verlenen van kwijtschelding in de weg kunnen staan. Bij de berekeningsgrondslag is de rijksregeling uniform voorgeschreven. Afwijkingen waarbij vermogensbestanddelen, inkomsten of uitgaven niet of maar beperkt worden meegenomen in de vermogens- of inkomenstoets, zijn niet toegestaan. 1.1.3 Strakkere of ruimere kwijtschelding Op bepaalde onderwerpen mag een gemeenteraad of het algemeen bestuur van een waterschap een strakkere of ruimere afweging maken voor de beoordeling rond kwijtschelding. Het gaat om zes zogeheten ‘beleidskeuzes’. Deze kunt u vinden onder 2.2 van deze toelichting. In de conceptverordening worden deze zes beleidskeuzes uitgewerkt. 1.1.4 Afwijken van de Uitvoeringsregeling gebeurt bij raadsbesluit De raad dan wel het algemeen bestuur van het waterschap bepaalt of en zo ja, van welke belasting(en) kwijtschelding wordt verleend. Het raadsbesluit dan wel het besluit van het algemeen bestuur van het waterschap dat de kwijtschelding regelt, is vormvrij.
Naast een afzonderlijke verordening kan de raad dan wel het algemeen bestuur van het waterschap de afwijkende kwijtscheldingsregels ook in de betreffende belastingverordening opnemen. De afwijkende regels hebben dan alleen betrekking op de in die verordening geregelde gemeentelijke dan wel waterschapsbelasting. Als de raad dan wel het algemeen bestuur van het waterschap kwijtschelding voor één of meer
belastingen mogelijk heeft gemaakt, dan is het de invorderingsambtenaar van de gemeente dan wel het waterschap die de kwijtschelding vervolgens verleent bij voor administratief beroep vatbare beschikking. 1.1.5 Wanneer wordt geen kwijtschelding verleend Een belastingschuldige komt voor kwijtschelding in aanmerking als hij geen vermogen en geen betalingscapaciteit heeft. Los van de vraag of belastingschuldige al dan niet over voldoende vermogen of betalingscapaciteit beschikt, kunnen zich omstandigheden voordoen waardoor geen kwijtschelding wordt verleend. Een inhoudelijke beoordeling van het kwijtscheldingsverzoek blijft dan achterwege. De uitzonderingssituaties moeten bij elke aanvraag om kwijtschelding in de beoordeling worden betrokken. Deze bijzondere omstandigheden waardoor geen kwijtschelding wordt verleend, zijn opgesomd in artikel 8 van de Uitvoeringsregeling. 2 Uitvoering kwijtschelding Sabewa 2.1 Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking SaBeWa Zeeland Bij de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking SaBeWa Zeeland (GR) hebben de colleges van acht Zeeuwse gemeenten – Terneuzen, Sluis, Hulst, Tholen, Reimerswaal, Goes, Kapelle en Borsele – en het dagelijks bestuur van het Waterschap Scheldestromen de belangenbehartiging op het gebied van onder meer invordering van gemeentelijke belastingen gedelegeerd aan Sabewa Zeeland.
Kwijtschelding is een onderdeel van invordering (artikel 4). De gemeenteraden van deze gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap hebben hiervoor toestemming gegeven, conform de Wet gemeenschappelijke regelingen. Daarmee heeft Sabewa Zeeland o.a. de bevoegdheid verkregen om kwijtscheldingsverzoeken te behandelen. Voor de vijf overige Zeeuwse gemeenten – Middelburg, Vlissingen, Veere, Schouwen-Duiveland en Noord-Beveland – behandelt Sabewa Zeeland eveneens kwijtscheldingsverzoeken. In totaal behandelt Sabewa Zeeland circa 11.000 kwijtscheldingsverzoeken per jaar. Dit zijn zowel verzoeken in het kader van kwijtschelding vooraf als kwijtschelding achteraf. Uit het voorgaande volgt dat Sabewa Zeeland belast is met het uitvoering van taken op het gebied van kwijtschelding ten aanzien van alle inwoners van Zeeland. Burgers die in één van de gemeenten wonen die deelnemen aan de GR (deelnemers) ontvangen jaarlijks een combi-aanslag: een gecombineerde aanslag met gemeentelijke belastingen en waterschapsbelastingen.
Burgers die in één van de gemeenten wonen die niet deelnemen aan de GR (niet-deelnemers) ontvangen jaarlijks een aanslag waterschapsbelastingen van Sabewa Zeeland en een aanslag gemeentelijke belastingen van hun eigen gemeente (Noord-Beveland) dan wel van de Samenwerking Belastingen Walcheren en Schouwen-Duiveland (Middelburg, Vlissingen, Veere en Schouwen-Duiveland). 2.2 Beleidskeuzes op grond van de wet In algemene zin is het dagelijks bestuur van Sabewa Zeeland bevoegd tot het vaststellen van beleidsregels met betrekking tot invordering (artikel 18, lid 9).1 Ten aanzien van een aantal onderwerpen heeft de wetgever echter voorgeschreven dat de gemeenteraden en het algemeen bestuur van het waterschap bevoegd zijn om hierop te beslissen. Het gaat om de volgende zes beleidskeuzes: 1. Wel, geen of gedeeltelijke kwijtschelding 1 Voor de niet-deelnemers ligt dit anders: daar zijn de colleges bevoegd tot het vaststellen van beleidsregels met betrekking
tot invordering. Een wijziging in het kwijtscheldingsbeleid van Sabewa Zeeland betekent voor die gemeenten dat daarvoor aparte collegebesluiten nodig zijn.
2. 3. 4. 5. 6.
Kosten van bestaan Kosten van bestaan pensioengerechtigden Kosten kinderopvang Kwijtschelding privéschulden ondernemers Verruiming vermogensnorm
Daarnaast is het op basis van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden mogelijk om te kiezen voor toepassing van de verordening met terugwerkende kracht, namelijk per 1 januari 2022. De voorliggende verordening heeft betrekking op deze zes keuzes, die onder 3. worden toegelicht. 2.3 Veertien verschillende overheden, veertien verschillende kwijtscheldingsverordeningen? Zoals hiervoor toegelicht is het aan de gemeenteraden en het algemeen bestuur van het waterschap om een aantal beleidskeuzes te maken op het gebied van kwijtschelding. Deze hebben uiteraard enkel betrekking op de bewoners van hun eigen gemeente / gebied. Dat betekent dat Sabewa Zeeland, als uitvoeringsorganisatie, mogelijk te maken kan krijgen met 14 verschillende soorten kwijtscheldingsverordeningen. Als het gaat om de keuze voor de belastingsoorten waarvoor kwijtschelding wel, niet of gedeeltelijk mogelijk is (beleidskeuze 1), levert dat in de uitvoering geen problemen op. Voor de overige vijf beleidskeuzes ligt dat gecompliceerder. Hieronder twee (fictieve) voorbeelden om deze complicaties te illustreren. Voorbeeld 1 Meneer Y is alleenstaand en woont in Terneuzen. Hij ontvangt jaarlijks een combi-aanslag van Sabewa Zeeland met de gemeentelijke belastingen en waterschapsbelastingen. Meneer Y dient een verzoek om kwijtschelding in.
Dan blijkt dat de gemeenteraad van de gemeente Terneuzen heeft gekozen voor een kwijtscheldingsnorm van 95% van de participatiewetnorm, terwijl het algemeen bestuur van Waterschap Scheldestromen een kwijtscheldingsnorm van 100% heeft vastgesteld. Daarnaast heeft de gemeenteraad van Terneuzen een verhoogde vermogensnorm van 40% van de maximaal toegestane € 2000,- vastgesteld, terwijl het algemeen bestuur van Waterschap Scheldestromen de hoogste toegestane verhoogde vermogensnorm voor een alleenstaande heeft vastgesteld, namelijk 70% van de maximaal toegestane € 2000,-. Dat betekent in het geval van meneer Y dat hij wel recht heeft op kwijtschelding van zijn waterschapsbelastingen, maar niet van de gemeentelijke belastingen.
Voorbeeld 2 Mevrouw X woont met haar partner in Middelburg en ontvangt zodoende jaarlijks een aanslag van Sabewa voor de waterschapsbelastingen en een aanslag van de Samenwerking Belastingen Walcheren en Schouwen-Duiveland voor de gemeentelijke belastingen. Mevrouw X denkt dat zij in aanmerking komt voor kwijtschelding en dient één verzoek in voor beide aanslagen – zoals zij gewend is te doen. Het algemeen bestuur van het Waterschap Scheldestromen en de gemeenteraad van de gemeente Veere hebben echter bij verordening verschillende kwijtscheldingsregels vastgesteld: zo is de verhoogde vermogensnorm door de gemeente vastgesteld op € 2000,-, terwijl het waterschap deze heeft vastgesteld op € 1000,-. Voor mevrouw X betekent dit dat zij mogelijk wel recht heeft op kwijtschelding van haar gemeentelijke belastingen maar niet van haar waterschapsbelastingen.
2.3.1 Complicaties uitvoering De in de voorbeelden geschetste situaties zouden voor de uitvoering door Sabewa Zeeland betekenen dat de verzoeken van meneer Y gesplist zou moeten worden beoordeeld voor het gedeelte van zijn combi-aanslag voor de waterschapsbelastingen en voor het gedeelte voor de gemeentelijke belastingen. Als ontvanger van twee aanslagen zou mevrouw X ofwel twee aparte verzoeken moet indienen, ofwel, net als meneer Y, één verzoek dat eveneens gesplitst beoordeeld zou moeten worden. Beide scenario’s zijn onwenselijk.
Een gesplitste beoordeling vergt een aanzienlijke aanpassing in het ICT-landschap van Sabewa Zeeland en zou onvermijdelijk extra kosten met zich brengen. Er zou een nieuwe module ontwikkeld en geïmplementeerd moeten worden door de ICT-leverancier van Sabewa Zeeland. Vanuit financieel oogpunt zou dit betekenen dat een P.M. post moet worden opgenomen in de begroting; het is op dit moment onduidelijk hoeveel de ontwikkeling en implementatie van een dergelijke module kost. Bovendien is Sabewa Zeeland voor de daadwerkelijke ontwikkeling en implementatie afhankelijk van tijdsplanning van de leverancier. Daarnaast zouden de kosten voor de behandeling van het kwijtscheldingsverzoek toenemen, omdat er twee beoordelingen op basis van twee verschillende normkaders zouden moeten plaatsvinden. 2.3.2 Burgervriendelijkheid Wat de hierboven genoemde voorbeelden ook tonen, is dat een burger mogelijk met twee normkaders te maken krijgt met als gevolg dat deze burger voor sommige belastingsoorten wel en sommige geen recht heeft op kwijtschelding. Dit is niet uit te leggen aan een burger. Het is dan ook te voorzien dat een dergelijke situatie tot veel vragen en klachten leidt. Dat zal extra inzet vragen van de capaciteit van Sabewa Zeeland en daarmee tot een kostenverzwaring.
2.3.3 Keuze voor terugwerkende kracht Er kan door de gemeenteraden en/of het algemeen bestuur van het waterschap voor gekozen worden om de voorliggende verordening met terugwerkende kracht in werking te laten treden. Dit zou echter zeer onwenselijke gevolgen hebben voor de praktijk, met name bij een verhoogde vermogensnorm. In de eerste plaats zou dat namelijk betekenen dat alle verzoeken in het kader van de kwijtschelding achteraf die in 2022 zijn afgewezen of gedeeltelijk zijn toegekend, opnieuw beoordeeld moeten worden via een herziening: het is namelijk systeemtechnisch niet mogelijk op dit moment alleen die afwijzingen en gedeeltelijke toekenningen te selecteren waar vermogen een rol speelde. Deze verzoeken – 1.447 in 2022 tot dusver2 – zouden handmatig opnieuw beoordeeld moeten worden. Dat betekent dat een extra belasting op de werkzaamheden van Sabewa Zeeland. Niet alleen dient in kaart te worden gebracht om welke verzoekers het gaat, ook dienen de zaken heropend te worden en volledig opnieuw beoordeeld te worden. Dit zou aanzienlijke kosten met zich brengen (zie onder 2.4). Voor de beoordeling van een verzoek moet op basis van de wet uit worden gegaan van het moment van indiening. Met andere woorden de op dat moment geldende normbedragen en de financiële situatie ten tijde van de indiening.
Dat betekent dat de beoordeling met terugwerkende kracht van een verzoek om kwijtschelding niet gebundeld kan worden met een eventueel verzoek om kwijtschelding voor de aanslag van 2023. De beoordelingsmomenten wijken immers af. De beoordeling van kwijtscheldingsverzoeken met terugwerkende kracht zou extra personele inzet vereisen. Dat kan in de eerste plaats via externe inhuur. Dat brengt extra kosten met zich en is afhankelijk van de beschikbaarheid van arbeidskrachten. Daarnaast kan dat door middel van het verschuiven van de interne capaciteit. Omdat de periode waarin deze verzoeken beoordeeld zouden moeten worden samen valt met de drukste periode van het jaar voor Sabewa Zeeland – namelijk gelijktijdig met de aanslagvervaardiging – bestaat het risico dat dit ten koste gaat van het primaire proces. Een andere optie is het aantrekken van een extra arbeidskracht. Dit leidt echter tot extra formatie binnen de bestaande arbeidscapaciteit – en daarmee extra kosten. Bovendien vergt de inzet van een extra kracht inwerktijd. De keuze voor terugwerkende kracht brengt bovendien een extra werkproces met zich mee, dat niet te voorzien was en dat ook op korte termijn te complex is in combinatie met de toepassing van 2 Zie 2.4.3 voor meer informatie.
andere (ruimere) normen, de verwachte toename van kwijtscheldingsverzoeken als gevolg daarvan en de verwachte toename van kwijtscheldingsverzoeken gezien de energie- en armoedecrisis. Dat bij elkaar genomen maakt dat de uitvoerbaarheid in de knel komt. Op het moment dat Sabewa Zeeland deze opdracht krijgt, ondanks de genoemde bezwaren, dan betekent dit dat er geschoven zal moeten worden met de capaciteit en dat de kwaliteit van de kerntaken in het nauw kan komen. Daarnaast is de keuze voor terugwerkende kracht onwenselijk vanuit het oogpunt van rechtsgelijkheid. Er zullen ongetwijfeld burgers zijn die in 2022 hebben afgezien van het indienen van een verzoek om kwijtschelding, in de tussentijd wellicht hun aanslag toch hebben betaald en daardoor geen verzoek meer kunnen indienen. Tot slot geldt ook hiervoor weer de mogelijke complicatie dat het algemeen bestuur van het waterschap en de gemeenteraad van een of meerdere gemeenten hierin een afwijkende beslissing nemen. Ook dan zou zich het probleem van gesplitste beoordelingen voordoen, waarvan op dit moment niet in te schatten is hoeveel extra kosten dit met zich brengt op ICT-gebied.
2.4 Kosten 2.4.1 Verwachtingen bij verschillen in kwijtscheldingsverordeningen Zoals hierboven aangegeven, is het voor de uitvoering van de kwijtschelding problematisch als Sabewa Zeeland met inhoudelijk verschillende kwijtscheldingsverordeningen te maken krijgt. Het kan er namelijk toe leiden dat verzoeken gesplitst behandeld moeten worden, op basis van verschillende normenstelsels. Met het huidige ICT-pakket van Sabewa Zeeland is dit momenteel niet mogelijk. De aanschaf van een software-tool waarbinnen dit wel mogelijk zou zijn, vergt een extra financiële investering die voor rekening van de deelnemers en niet-deelnemers komt. Hoe hoog deze kosten precies zijn, is niet bekend. Elementen die hierbij een rol spelen zijn de ontwikkeling van een nieuwe module, de implementatie daarvan en de doorlooptijd. Daarnaast vergt een gesplitste behandeling ook een dubbele beoordeling. Eén verzoek zou namelijk leiden tot twee zaken. Dat betekent onder meer dubbele administratieve lasten, dubbele beoordelingskosten en dubbele coördinatiekosten en kosten voor klachtbehandeling. De totale kosten per verzoek bedragen €72,16, zowel voor waterschap als gemeentelijke belastingen. Door een gesplitste behandeling is er voor een belastingplichtige sprake van twee verzoeken. Dat is dus bovenop de kosten die op dit moment al betaald worden vanuit de deelnemende en nietdeelnemende organisaties.
2.4.2 Verwachtingen bij een verruimde vermogensnorm De onder 2.2 genoemde beleidskeuzes hebben uiteraard gevolgen voor het totaalbedrag aan kwijtscheldingen. Omdat Sabewa Zeeland beleidskeuzes 2 tot en met 5 ook nu al in de meest ruime zin toepast, heeft een even ruime vaststelling door de gemeenteraden en het algemeen bestuur van het waterschap geen gevolgen wat betreft deze keuzes. Beleidskeuze 6 is daarentegen nieuw. Het blijkt lastig om een inschatting te maken wat dit betekent voor het totaalbedrag aan kwijtschelding of het aantal aanvragers, omdat ook elementen buiten deze beleidskeuze een rol kunnen spelen in een toename van het totaalbedrag. Denk hierbij meer aanvragen als gevolg van bijvoorbeeld de energie- en armoedecrisis. De verwachting is dat het aantal kwijtscheldingsverzoeken volgend jaar zal toenemen als gevolg van de huidige maatschappelijke ontwikkelingen. Dit kan op zichzelf al mogelijk extra capaciteit en kosten met zich brengen. Ook kan op voorhand niet exact in kaart gebracht worden hoeveel burgers, die afgelopen jaar zijn afgewezen op vermogen, met een verruimde vermogensnorm wel in aanmerking zouden komen voor kwijtschelding. Binnen deze groep zijn namelijk ook burgers die ook met een maximale verruiming van de vermogensnorm niet in aanmerking komen voor kwijtschelding – bijvoorbeeld omdat er
sprake is van een eigen woning met overwaarde of spaargeld dat (ruim) boven het verruimde bedrag komt. Los daarvan kan wel het volgende worden gezegd. Verschillende organisaties hebben getracht een analyse op te stellen van de gegevens van voorgaande jaren met in het achterhoofd de maximale verruiming van vermogensnorm. De gemeente Rotterdam heeft berekend dat +/- 50% van de huidige afgewezen kwijtscheldingsverzoeken op banksaldo een toegekend kwijtscheldingsverzoek zou worden. Op het totaal van alle kwijtscheldingsverzoeken in Rotterdam zou dat +/- 3% extra toegekende kwijtscheldingsverzoeken betekenen. Toegepast op de kwijtscheldingscijfers – kwijtschelding achteraf3, volledige en gedeeltelijke toekenning – van Sabewa Zeeland betekent dit het volgende: Organisatie
Totaal aantal toegekende kwijtscheldingsverzoeken 2021
Goes Kapelle Reimerswaal Tholen Borsele Hulst Sluis Terneuzen Middelburg Vlissingen Schouwen-Duiveland Veere Noord-Beveland Waterschap
303 56 98 130 83 126 137 376 544 662 163 55 45 2778
Verwachting totaal aantal toegekende kwijtscheldingsverzoeken bij maximale verruiming (3%) 312 58 101 134 85 130 141 387 560 682 168 57 46 2861
Daarnaast heeft belastingsamenwerking Cocensus geanalyseerd met welk percentage het totaalbedrag aan kwijtschelding zou toenemen bij keuze voor de maximale verruiming van vermogensnorm. Dat blijkt +/- 7%. Ook hier de opmerking dat bij de analyse uitgegaan van de gehele groep burgers die is afgewezen op vermogen, ongeacht de mate waarin dit speelde. Toegepast op de kwijtscheldingscijfers van Sabewa Zeeland betekent dit het volgende: Organisatie
Totaalbedrag kwijtschelding 2021
Goes Kapelle Reimerswaal Tholen Borsele Hulst
201.919 47.139 107.756 120.845 70.489 186.885
Verwachting totaalbedrag bij maximale verruiming (7%) 216.053 50.439 115.299 129.304 75.423 199.967
3 Een verruiming van de vermogensnorm heeft geen invloed op de cijfers van de kwijtschelding vooraf, aangezien
Stichting Inlichtingenbureau geen rekening houdt met lokaal beleid en dus uitgaat van de strengere, landelijke normen.
Sluis Terneuzen Waterschap
171.955 329.372 1.648.436
183.992 352.428 1.763.827
Sabewa Zeeland heeft geen inzicht in de totale kwijtscheldingsbedrag van niet-deelnemende gemeenten. 2.4.3 Verwachtingen bij keuze voor terugwerkende kracht Mocht een gemeente of het waterschap ondanks de in 2.3.3 genoemde bezwaren kiezen voor terugwerkende kracht, dan brengt dit extra uitvoeringskosten met zich, die niet voorzien zijn in de normale werkzaamheden. Dat betekent dat de kosten hiervoor apart in rekening gebracht zullen moeten worden bij de betreffende organisatie. Sabewa Zeeland heeft een berekening gemaakt van de kosten van een behandeling van een verzoekschrift. Hierin zijn onder meer de beoordelingskosten, de administratiekosten, de coördinatie en klachtbehandeling rond kwijtscheldingsverzoeken en de kosten voor klantcontact meegenomen. De kosten per verzoek bedragen € 72,16. Het is niet mogelijk op voorhand in kaart te brengen op welke afwijzingsgrond de tot nu toe afgewezen verzoeken in het kader van de kwijtschelding achteraf berusten. Het huidige softwarepakket van Sabewa Zeeland voorziet daar namelijk niet in. Dat betekent dat alle afgewezen en gedeeltelijk toegekende verzoeken in het kader van de kwijtschelding achteraf in 2022 handmatig zullen moeten worden doorgelopen en worden beoordeeld. Voor de groep burgers die inmiddels niet meer woonachtig zijn in Zeeland, geldt dat uitgezocht zou moeten worden.
Ter illustratie staat hieronder een tabel met kwijtscheldingscijfers van de afgewezen en gedeeltelijke toegekende verzoeken in 2021 – een volledig afgerond jaar – per organisatie. In totaal zijn in 2021 4580 kwijtscheldingsverzoeken achteraf ingediend. Daarvan zijn in totaal 1371 verzoeken afgewezen en gedeeltelijk toegekend. Organisatie
Goes Kapelle Reimerswaal Tholen Borsele Hulst Sluis Terneuzen Middelburg Vlissingen Schouwen-Duiveland Veere Noord-Beveland Waterschap Vertrokken burgers 4
Totaal afgewezen en gedeeltelijk toegekende kwijtscheldingsverzoeken 2021 141 25 49 73 34 72 73 156 231 315 63 13 25 1371 101
Totale kosten bij terugwerkende kracht per deelnemer 10.175 1.815 3.536 5.268 2.453 5.196 5.268 11.257 16.669 22.730 4.546 938 1.804 98.931 7.288 4
€72,16 per verzoek per deelnemer geldt alleen bij een gesplitste beoordeling. Als alle deelnemers kiezen voor terugwerkende kracht en een gelijk normenstelstel dan is de helft van de kosten voor de deelnemers en de helft van de kosten voor de niet-deelnemers.
In 2022 zijn tot nu toe 4694 kwijtscheldingsverzoeken achteraf ingediend. De beoordeling is echter nog niet volledig afgerond. Van de 4694 verzoeken is gemiddeld 94,78% reeds beoordeeld. Van dit aantal zijn 1447 verzoeken afgewezen of gedeeltelijk toegekend. Nog niet alle verzoeken zijn dus beoordeeld. Wat wel al zichtbaar is, is dat in 2022 meer verzoeken achteraf zijn ingediend en dat nu al meer daarvan zijn afgewezen en gedeeltelijke toegekend dan in 2021. De kosten op basis van de cijfers van 2022, zullen dus hoger liggen dan de cijfers in bovenstaande tabel laat zien. Deze kosten staan los van extra kosten voor personele inzet zoals genoemd in 2.3.3. Het spreekt voor zich dat deze kosten enkel gedragen worden door die deelnemende en niet-deelnemende organisaties die kiezen voor toepassing van de verruimde vermogensnorm met terugwerkende kracht.
2.5 Samenvattend, wat zijn mogelijke uitvoeringsproblemen Bij een keuze voor toepassing van de verordening met terugwerkende kracht doen zich de volgende mogelijke uitvoeringsproblemen voor: • Het kan mogelijk ten koste gaan van de kwaliteit van beoordeling van de kwijtscheldingsverzoeken in het lopende jaar en ook de afhandeling hiervan binnen de overeengekomen termijnen kan niet meer gegarandeerd worden; • Het kan mogelijk ten koste gaan van de primaire processen binnen Sabewa Zeeland en daarmee dus ook ten koste van de kwaliteit van de aanslagoplegging; • Het kan zorgen voor rechtsongelijkheid omdat de situatie van burgers die geen kwijtscheldingsverzoek over 2022 hebben ingediend niet opnieuw wordt beoordeeld. Bij verschillen tussen de kwijtscheldingsverordeningen van de deelnemers en niet-deelnemers doen zich de volgende mogelijke uitvoeringsproblemen voor: • De kwaliteit en snelheid van het kwijtscheldingsproces kan niet meer gegarandeerd worden; • Het kan mogelijk ten koste gaan van de primaire processen binnen Sabewa Zeeland en daarmee dus ook ten koste van de kwaliteit van de aanslagoplegging; • Het gaat ten koste van de burgervriendelijkheid.
2.6 Advies Om bovengenoemde complicaties voor de uitvoering door Sabewa Zeeland (en de daarmee gepaarde hogere kosten voor de deelnemers en niet-deelnemers) én voor de burger te voorkomen, worden de gemeenteraden en het algemeen bestuur van het waterschap nadrukkelijk geadviseerd om zoveel mogelijk gelijkluidende kwijtscheldingsverordeningen vast te stellen en niet te kiezen voor terugwerkende kracht. Om die reden krijgen alle Zeeuwse gemeenteraden en het algemeen bestuur van het waterschap een gelijkluidende conceptverordening voorgelegd, waarbij steeds uit is gegaan van de ruimst mogelijk interpretatie van de beleidskeuzes. 3 Artikelgewijze toelichting Artikel 1 Reikwijdte kwijtschelding De gemeenteraad dan wel het algemeen bestuur van het waterschap heeft de bevoegdheid vast te stellen voor welke belastingsoorten mogelijk is. Doorgaans doet de gemeenteraad het algemeen bestuur van het waterschap dat jaarlijks bij de vaststelling van de belastingverordeningen. Als de gemeenteraad het algemeen bestuur van het waterschap niks vaststelt over kwijtschelding bij een bepaalde belastingsoort, dan geldt de hoofdregel dat (volledige) kwijtschelding mogelijk is.
Het advies is om in de voorliggende verordening geen specificering op te nemen ten aanzien van belastingsoorten waarvoor kwijtschelding wel, niet of slechts gedeeltelijk mogelijk is, maar om dit jaarlijks mee te nemen bij de vaststelling van de belastingverordeningen. Op die manier wordt voorkomen dat de voorliggende kwijtscheldingsverordening achterhaald is op het moment dat er voor gekozen wordt om voor een bepaalde belastingsoort toch kwijtschelding mogelijk te maken – of juist andersom. Daarmee zou een verwijzing naar de belastingverordeningen volstaan, zoals reeds in het voorgestelde artikel 1 is vermeld. Artikel 2 Berekeningswijze kosten van bestaan Eerste lid De Uitvoeringsregeling stelt de kosten van bestaan op 90% van de bijstandsnorm. Op grond van artikel 255, vierde lid, van de Gemeentewet hebben gemeenten echter de mogelijkheid om dit percentage hoger vast te stellen. Voor waterschappen staat dit in artikel 144, vierde lid, van de Waterschapswet. Aan een hoger percentage zijn wel grenzen gesteld. Gemeenten en waterschappen mogen het percentage voor de kosten van bestaan vaststellen op maximaal 100% van de bijstandsnorm. Dit percentage is niet verplicht en kan per belastingsoort verschillen. Als de raad of het algemeen bestuur van het waterschap een hoger percentage heeft vastgesteld dan geldt dit percentage voor alle belastingschuldigen.
Sabewa Zeeland gaat bij de beoordeling van kwijtscheldingsverzoeken op dit moment uit van een norm van 100%. Tweede lid Voor pensioengerechtigden bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet kan de raad dan wel het algemeen bestuur van het waterschap bepalen dat bij de berekening van de kosten van bestaan in plaats van de bijstandsnorm het netto-ouderdomspensioen in aanmerking wordt genomen. Het tweede lid voorziet daarin. Hierbij geldt hetzelfde percentage als in het eerste lid. Deze maatregel voorkomt dat pensioengerechtigden minder aanspraak kunnen maken op kwijtschelding van gemeentelijke en/of waterschapsbelastingen. Sabewa Zeeland gaat bij de beoordeling van kwijtscheldingsverzoeken op dit moment uit van het netto-ouderdomspensioen.
Artikel 3 Netto kosten kinderopvang Eigen bijdrage kinderopvang Gemeenten en waterschappen mogen bij het verlenen van kwijtschelding rekening houden met de kosten van kinderopvang. Op grond van artikel 28, derde lid, van de Uitvoeringsregeling kan de gemeente dan el het waterschap - als de raad dan wel het algemeen bestuur van het waterschap daartoe besluit - bij het bepalen van het netto-besteedbare inkomen voor de kwijtschelding rekening houden met de netto-kosten van kinderopvang. De netto-kosten worden dan aangemerkt als uitgaven als bedoeld in artikel 15 van de Uitvoeringsregeling. Sabewa Zeeland gaat bij de beoordeling van kwijtscheldingsverzoeken op dit moment uit van de netto-kosten van kinderopvang. Netto-kosten Het gaat om de kosten die huishoudens voor kinderopvang moeten maken, na aftrek van ontvangen kinderopvangtoeslag. Als het huishouden een tegemoetkoming in de te betalen kosten van kinderopvang van de gemeente dan wel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) ontvangt, gaat het om de kosten van kinderopvang na aftrek van deze tegemoetkomingen.
Voor de berekening van de kosten van kinderopvang mag maximaal worden gerekend met de maximum-uurprijs zoals vermeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang. De maximale uurprijzen worden jaarlijks geïndexeerd. Artikel 4 Extra toegestane financiële middelen In artikel 12, tweede lid, onderdeel d, van de Uitvoeringsregeling is geregeld welk bedrag aan financiële middelen bij het verlenen van kwijtschelding niet tot de bezittingen wordt gerekend. In afwijking van artikel 12, tweede lid, onderdeel d, van de Uitvoeringsregeling kan de raad dan wel het algemeen bestuur van het waterschap besluiten dat het bedrag aan financiële middelen dat niet wordt meegeteld bij de berekening van het vermogen, op een hoger bedrag wordt vastgesteld. De maximale verhoging is afhankelijk van de leefsituatie van de belastingschuldige: - voor echtgenoten bedraagt de maximale verhoging € 2.000, - voor een alleenstaande bedraagt de verhoging 75 procent van de verhoging die voor echtgenoten is gekozen, en - voor een alleenstaande ouder bedraagt de verhoging 90 procent van de verhoging die voor echtgenoten is gekozen. Als gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om het totale bedrag aan financiële middelen te verhogen, geldt die verhoging voor alle belastingschuldigen met dien verstande dat de verhoging per leefsituatie verschilt.
Artikel 5 Kwijtschelding aan ondernemers Privé belastingschulden Natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefenen kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van hun privé belastingschulden. Voorwaarde is dat de raad dan wel het algemeen bestuur van het waterschap de kwijtschelding voor deze groep heeft opengesteld. In de praktijk gaat het om rioolheffing en afvalstoffenheffing. De voorwaarden waaronder kwijtschelding aan een ondernemer wordt verleend, zijn gelijk aan de voorwaarden die voor natuurlijke personen/niet-ondernemers gelden. Dat wil zeggen dat van dezelfde betalingscapaciteit en van hetzelfde vermogen wordt uitgegaan. Op het moment dat een ondernemer om kwijtschelding verzoekt, is het netto besteedbare inkomen doorgaans nog niet in te schatten. Dit kan worden opgelost door de belanghebbende van wie vermoedt wordt dat hij voor kwijtschelding in aanmerking komt, te vragen te zijner tijd een inkomensverklaring van de Belastingdienst over de betrokken periode te overleggen aan de hand waarvan dan definitief op het kwijtscheldingsverzoek kan worden beslist. In de tijd die ligt tussen indiening en beslissing kan uitstel van betaling verleend worden. In de praktijk kan er ruime tijd zijn gelegen tussen het moment waarop een ondernemer om kwijtschelding verzoekt en het moment waarop het netto besteedbare is in te schatten.
Belastingschuldigen die hun onderneming in een rechtspersoon (B.V. of N.V.) hebben ondergebracht, zijn in loondienst van hun onderneming. Zij oefenen dus geen bedrijf of zelfstandig beroep uit. Als de vermogens- en inkomenstoets dat toelaten, kunnen ook deze belastingschuldigen als natuurlijk persoon/niet-ondernemer in aanmerking komen voor kwijtschelding van hun privé belastingschulden. Sabewa Zeeland houdt bij de beoordeling van kwijtscheldingsverzoeken op dit moment ook al rekening met privé schulden van ondernemers.
Zakelijke belastingschulden Voor zakelijke belastingschulden komen ondernemers uitsluitend voor kwijtschelding in aanmerking als de kwijtschelding wordt verleend in het kader van een akkoord met alle schuldeisers en er geen redelijke mogelijkheid aanwezig is om een derde aansprakelijk te stellen. Deze omstandigheid zal zich over het algemeen alleen voordoen bij een schuldsanering in het kader van uitstel van betaling bij een (naderend) faillissement. Daarom kan als hoofdregel gelden dat ondernemers voor zakelijke belastingschulden niet in aanmerking komen voor kwijtschelding. Als reden hiervoor wordt wel aangedragen dat kwijtschelding voor ondernemers als een verkapte overheidssubsidie kan worden gezien die de concurrentiepositie verstoort. Artikel 6 Inwerkingtreding De verordening is een algemeen verbindend voorschrift en moet dus worden bekendgemaakt voordat zij in werking kan treden (artikel 8 Bekendmakingswet). Bekendmaking vindt plaats door plaatsing van de integrale tekst van het besluit tot vaststelling of wijziging van de verordening in het elektronisch gemeenteblad. Op grond van artikel 10, tweede lid, van de Bekendmakingswet treedt het bekendgemaakte besluit in werking met ingang van de achtste dag na de dag van de bekendmaking, tenzij in het besluit een ander tijdstip is aangegeven (vroeger of later).
Artikel 7 Citeertitel Voor een toelichting wordt verwezen naar de Modelverordeningen gemeentelijke belastingen (algemene toelichting) - Citeertitel.