CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-38a. BKK dijkversterking definitieve versie BKK dijkversterking definitieve versie 1

Raadsvergadering 27 september 2022, gemeente KapelleBij agendapunt: Vaststellen Bodemkwaliteitskaart dijkversterking Hansweert21.651 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

MARMOS bodemmanagement

INHOUDSOPGAVE 1.

Inleiding

1

2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9

Wettelijk kader Besluit bodemkwaliteit en Regeling bodemkwaliteit Het onderscheid tussen landbodem en waterbodem, c.q. tussen grond en baggerspecie De generieke toepassingsnormen uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit Het vaststellen van gebiedsspecifiek beleid Richtlijn bodemkwaliteitskaarten De nota’s bodembeheer van de gemeente Kapelle en de gemeente Reimerswaal Handelingskader voor PFAS versie december 2021 Regionale bodemkwaliteitskaart PFAS Bevelanden en Tholen Overgangsrecht Omgevingswet

5 5 5 7 9 10 11 13 15 15

3. 3.1 3.2

De dijkversterking Hansweert De noodzaak tot dijkversterking Voorgenomen aanpak van de dijkversterking

17 17 17

4. 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5 4.2 4.2.1 4.2.2

Bodemkwaliteitskaart Gegevens uit bodemonderzoeken In 2020 en 2021 uitgevoerde bodemonderzoeken PFAS NEN5740-parameters Bestrijdingsmiddelen (OCB’s) Chloride Zones bodemkwaliteitskaart Hansweert PFAS NEN5740-parameters

21 21 21 25 28 28 29 29 29 31

5. 5.1 5.2 5.3 5.4

Lokale maximale waarden (LMW) Grondstromenmatrix Lokale maximale waarden PFAS Lokale maximale waarden voor de NEN5740-parameters Verantwoording van de LMW op basis van risico’s

34 34 35 37 37

Literatuur

BKK dijkversterking Hansweert

41

MARMOS bodemmanagement

BIJLAGEN Bijlage 1: Bijlage 2A: Bijlage 2B: Bijlage 3A: Bijlage 3B: Bijlage 3C: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7:

Begrenzing bodemkwaliteitskaart Statistische kengetallen zone PFAS dijk langs Westerschelde en aangrenzende landbodem Statistische kengetallen zone PFAS kanaalzone en slibdepot Statistische kengetallen (NEN5740-stoffen + chloride) zone dijklichaam langs Westerschelde Statistische kengetallen (NEN5740-stoffen + chloride) zone dijklichaam kanaalzone Statistische kengetallen (NEN5740-stoffen) zone voormalig slibdepot Bodemkwaliteitskaart PFAS Bodemkwaliteitskaart NEN5740-stoffen Toepassingskaart Grondstromenmatrix

BKK dijkversterking Hansweert

MARMOS bodemmanagement

1

INLEIDING

Aanleiding: verhoogde PFAS-gehalten bij dijkversterking Hansweert Sinds 2017 gelden nieuwe landelijke normen voor waterveiligheid. De waterkering bij Hansweert voldoet niet aan deze nieuwe eisen. Daarom wordt hier in de komende jaren een dijkversterking uitgevoerd in het kader van het nationale Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP), met de projectcode PRJ1013H. De dijkversterking Hansweert betreft een dijktraject van ruim 5 kilometer dat deels in de gemeente Kapelle en deels in de gemeente Reimerswaal ligt. Aan de westkant begint de dijkversterking bij de Willem Annapolder, circa 500 meter ten zuidwesten van de dijkopgang van de Langeweg (ongeveer ter hoogte van de strekdam). Aan de oostkant loopt de dijkversterking tot aan het sluizencomplex in Hansweert. Bij de dijkversterking wordt de huidige kleibedekking ontgraven om de zandkern van de dijk te vergroten (verhogen). De meeste klei is civieltechnisch geschikt (voldoende erosiebestendig) om vervolgens weer opnieuw te worden toegepast als kleibedekking. Bij het toepassen van grond gelden verder milieu-hygiënische normen en regels, op grond van het Besluit bodemkwaliteit en de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit.

Zowel de gemeente Kapelle als de gemeente Reimerswaal hebben in 2012 al gemeentelijke bodemkwaliteitskaarten en nota’s bodembeheer vastgesteld, voor de stoffen uit het standaardpakket uit NEN5740 en een aantal bestrijdingsmiddelen (DDT). Voor PFAS is in 2020 een regionale bodemkwaliteitskaart voor de Bevelanden en Tholen gemaakt, inclusief lokale normen voor PFAS. Bij de voorbereidende onderzoeken ten behoeve van de dijkversterking zijn over het hele dijktraject verhoogde gehalten PFAS aangetroffen, zowel in de dijk zelf als in de landbodem direct langs de dijk. De PFAS-gehalten in en langs de dijk voldoen niet aan de waarden die zijn vastgelegd in de regionale bodemkwaliteitskaart. Deze verhoogde PFAS-gehalten vormen de aanleiding om ten behoeve van de dijkversterking voorliggende projectspecifieke bodemkwaliteitskaart op te stellen, inclusief lokale normen voor PFAS (lokale maximale waarden, LMW). Zonder voorliggende bodemkwaliteitskaart zou civieltechnisch geschikte klei moeten worden afgevoerd en zou meer nieuwe klei naar het gebied moeten worden aangevoerd, met meer overlast en milieubelasting door transportbewegingen. Daarnaast wordt met deze bodemkwaliteitskaart op onderzoekskosten bespaard, omdat niet voor elke partij klei een afzonderlijke partijkeuring hoeft te worden uitgevoerd om deze een paar honderd meter verderop op vergelijkbare wijze weer toe te passen.

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

1/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

Begrenzing bodemkwaliteitskaart dijkversterking Hansweert De begrenzing van het projectgebied waarop deze bodemkwaliteitskaart betrekking heeft is weergegeven in bijlage 1. Naast de dijkversterking zelf is ook een aangrenzend (sport)park in het dorp Hansweert opgenomen in het projectgebied omdat daar (mogelijk) herinrichting plaatsvindt in samenhang met de werkzaamheden voor de dijkversterking. Dit gebied wordt in het project aangeduid als de parkzone. Verder is het voormalig slibdepot aan de zuidkant van Hansweert meegenomen in deze bodemkwaliteitskaart.

Zones bodemkwaliteitskaart Hansweert in aanvulling op zones uit gemeentelijke bodemkwaliteitskaarten PFAS In het hele projectgebied van de dijkversterking zijn gehalten PFOS gemeten die hoger zijn dan de toepassingswaarden voor wonen en industrie uit het Handelingskader voor PFAS (versie december 2021 en eerdere versies van het tijdelijk handelingskader voor PFAS). Op basis van de gemeten gehalten is het projectgebied voor PFAS onderverdeeld in 2 zones (zie kaart in bijlage 4): Zone PFAS dijk langs Westerschelde en aangrenzende landbodem Zone PFAS kanaalzone en slibdepot In beide zones is het gemiddelde gehalte PFOS hoger dan de toepassingswaarden voor wonen en industrie uit het Handelingskader. De gehalten PFAS zijn het hoogst in het gedeelte langs de Westerschelde, zowel in het dijklichaam als in de aangrenzende landbodem. De hoogst gemeten waarde voor PFOS uit de in 2020 en 2021 uitgevoerde bodemonderzoeken bedraagt hier 56 µg/kgds. Verder zijn de gehalten PFOA in de zone ‘dijk langs Westerschelde en aangrenzende landbodem’ gemiddeld hoger dan de landelijke Achtergrondwaarden.

NEN5740-stoffen Verder bevat deze bodemkwaliteitskaart 3 zones voor de stoffen uit het standaard stoffenpakket uit NEN5740, in aanvulling op de zones uit de in 2012 vastgestelde gemeentelijke bodemkwaliteitskaarten (zie kaart in bijlage 5): dijklichaam langs Westerschelde (kwaliteitsklasse Wonen) dijklichaam kanaalzone (kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde) voormalig slibdepot (kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde)

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

2/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

Lokale maximale waarden In de grondstromenmatrix (bijkage 7) is weergegeven tussen welke gebieden grondverzet mogelijk is op basis van de bodemkwaliteitskaart.

PFAS Om grondverzet binnen het projectgebied mogelijk te maken worden voor PFAS de volgende lokale maximale waarden (LMW) vastgesteld: zone onderdeel som PFOS Som PFOA overige PFAS Dijk langs Westerschelde toekomstig dijklichaam (*) 36 µg/kgds 10 µg/kgds 1,4 µg/kgds en aangrenzende landparkzone, incl. steunberm 15 µg/kgds 7 µg/kgds 1,4 µg/kgds bodem overig achterland 36 µg/kgds 10 µg/kgds 1,4 µg/kgds Kanaalzone en slibdepot hele zone 15 µg/kgds 7 µg/kgds 1,4 µg/kgds (*) met uitzondering van de steunberm (vanaf de rand van de toekomstige weg) ter hoogte van de parkzone. Deze LMW gelden voor het hele projectgebied zoals weergegeven in bijlage 1: voor het dijklichaam; voor overig grondverzet tot een diepte van maximaal 1 m-mv. Deze LMW gelden nadrukkelijk alleen voor grondverzet binnen het projectgebied en niet voor zand en klei dat van elders wordt aangevoerd.

NEN5740-stoffen Voor de NEN5740-parameters worden als LMW vastgesteld de Maximale waarden voor wonen uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. Deze LMW gelden voor het hele projectgebied zoals weergegeven in bijlage 1: voor het dijklichaam; voor overig grondverzet tot een diepte van maximaal 2 m-mv. Deze LMW gelden voor grondverzet binnen het projectgebied en voor grond die van elders binnen dezelfde gemeente wordt aangevoerd.

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

3/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

Bestuurlijke vaststelling De bodemkwaliteitskaart en de LMW moeten bestuurlijk worden vastgesteld door de overheden die bevoegd gezag zijn voor het Besluit bodemkwaliteit: gemeente Kapelle; gemeente Reimerswaal; Rijkswaterstaat (voor de buitenzijde van de dijk) Het vaststellen van de LMW geldt in de terminologie van het Besluit bodemkwaliteit als gebiedsspecifiek beleid. Voor het vaststellen van gebiedsspecifiek beleid dient men de openbare voorbereidingsprocedure conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht te volgen (o.a. 6 weken ter inzage leggen voor inspraak). Het ontwerp heeft ter inzage gelegen in de volgende periode: 9 maart t/m 19 april 2022 (gemeente Kapelle en gemeente Reimerswaal) 24 maart t/m 4 mei 2022 (Rijkswaterstaat) In deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

4/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

2

WETTELIJK KADER

2.1

Besluit bodemkwaliteit en Regeling bodemkwaliteit

Het Besluit bodemkwaliteit (lit. 1) en de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit (lit. 2) zijn in 2008 in werking getreden. Deze vormen het wettelijke kader voor hergebruik van bouwstoffen, grond en baggerspecie. Het Besluit bodemkwaliteit kent verschillende normen voor toepassingen van grond en bagger op de landbodem en toepassingen in oppervlaktewaterlichamen. De verschillende normen per stof zijn opgenomen in Bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. Juridisch ligt de grens tussen landbodem en waterbodem op de buitenkruin van de dijk. Hierdoor zijn bij de dijkversterking zowel de gemeenten Reimerswaal en Kapelle als Rijkswaterstaat bevoegd gezag voor het Besluit bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit bevat de mogelijkheid om op grond van de lokale situatie gebiedsspecifiek beleid vast te stellen, in afwijking van de generieke normen uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. Zowel de gemeente Kapelle als de gemeente Reimerswaal hebben in hun nota’s bodembeheer gebiedsspecifiek beleid opgenomen voor bestrijdingsmiddelen (o.a. DDT) en voor de stoffen uit het standaardpakket van NEN5740. Voor PFAS zijn nog geen normen vastgelegd in landelijke regelgeving, zodat het lokale bevoegd gezag hier zelf invulling aan moet geven (in het kader van de zorgplicht).

Dit hoofdstuk bevat achtereenvolgens een toelichting op: de juridische grens tussen land- en waterbodem en tussen grond en baggerspecie (paragraaf 2.2); de generieke normen uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit (paragraaf 2.3); het vaststellen van gebiedsspecifiek beleid (paragraaf 2.4); de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (paragraaf 2.5); de nota’s bodembeheer van de gemeente Kapelle en van de gemeente Reimerswaal (paragraaf 2.6); het landelijke Handelingskader voor PFAS (paragraaf 2.7); de regionale bodemkwaliteitskaart PFAS Bevelanden en Tholen Paragraaf 2.8); overgangsrecht Omgevingswet.

2.2

Het onderscheid tussen landbodem en waterbodem, c.q. tussen grond en baggerspecie

Waterbeheerder bevoegd gezag bij toepassingen in oppervlaktewaterlichamen Op grond van artikel 3 van het Besluit bodemkwaliteit is voor toepassingen van grond en bagger in oppervlaktewaterlichamen de beheerder het bevoegd gezag. Bijlage II van de Waterregeling (lit. 3) bevat kaarten met de begrenzing van de oppervlaktewaterlichamen waar het Rijk de waterkwaliteitsbeheerder is en in het verlengde daarvan het bevoegd gezag is voor het Besluit bodemkwaliteit. Verder vermeldt de Waterregeling dat bij de Noordzee de grens van het oppervlaktewaterlichaam wordt gevormd door de

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

5/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

buitenkruinlijn van de primaire waterkering1. In kaartblad 087 van voornoemde bijlage van de Waterregeling is de grens voor het beheer van de waterkwaliteit ter plaatse van de dijkversterking Hansweert ingetekend op de huidige buitenkruinlijn. NB. Tijdens de werkzaamheden verschuift de buitenkruinlijn landinwaarts. De begrenzing van het oppervlaktewaterlichaam van de Westerschelde wordt pas na afronding van de dijkversterking aangepast. Met andere woorden: het is een statische grens die niet mee schuift gedurende de werkzaamheden.

Voormalig slibdepot aan de zuidkant van Hansweert: droger oevergebied, gemeente bevoegd gezag Het voormalige slibdepot aan de zuidkant van Hansweert is in voornoemd kaartblad aangemerkt als ‘droger oevergebied’. Voor drogere oevergebieden is in principe de gemeente het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit (Bbk). Een toelichting op de website van Bodem+ vermeldt hierover: In het hele Bbk moet

de term oppervlaktewaterlichaam in het licht van artikel 6.2 lid 3 Waterwet worden gelezen: de term oppervlaktewaterlichaam omvat uitsluitend de bodem en oever van dat lichaam en niet de drogere oevergebieden. Deze drogere oevergebieden worden voor de toepassing van het Bbk namelijk beschouwd als zijnde landbodem, omdat deze gebieden niet vaak onder water staan. Op grond van artikel 3.1 of 3.2 Waterwet aangewezen zogenaamde “drogere oevergebieden” binnen oppervlaktewaterlichamen is dus niet de waterbeheerder bevoegd gezag Bbk, maar B&W van de betrokken gemeenten.

Artikel 3.4 van de Waterregeling vermeldt: de duinvoet, of wanneer geen duinvoet aanwezig is de buitenkruinlijn van de primaire waterkering. 1

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

6/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

NB. Bij de invoering van de Omgevingswet komen de drogere oevergebieden te vervallen. Ook in bijlage III van de Omgevingsregeling (lit. 4) valt het voormalig slibdepot buiten het oppervlaktelichaam waarvoor het Rijk verantwoordelijk is voor het beheer van de waterkwaliteit.

Buitenzijde dijk: juridisch onderdeel van het oppervlaktewaterlichaam, dus baggerspecie De buitenzijde van de dijk is tot de kruin van de dijk onderdeel van de oppervlaktewaterlichamen Westerschelde en Kanaal door Zuid-Beveland. Juridisch wordt de buitenzijde van de dijk daarom niet als landbodem maar waterbodem aangemerkt. Klei die uit de buitenzijde van de dijk wordt ontgraven valt volgens het Besluit bodemkwaliteit onder de definitie van baggerspecie, met bijbehorende regels en normen. Klei uit de rest van de dijk valt juridisch onder de noemer grond. In dit geval wordt onder baggerspecie dus juridisch niet hetzelfde verstaan als wat in het normale spraakgebruik gebruikelijk is. In het normale spraakgebruik wordt baggerspecie gezien als materiaal dat is gesedimenteerd in oppervlaktewater.

2.3

De generieke toepassingsnormen uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit

Zoals hiervoor al opgemerkt bevat bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit verschillende normen voor toepassingen van grond of bagger op de landbodem en in oppervlaktewater. In deze paragraaf wordt alleen ingegaan op de normen die van belang zijn bij de dijkversterking Hansweert.

Normen voor toepassingen op de landbodem In de Regeling bodemkwaliteit zijn de landelijke Achtergrondwaarden vastgelegd. Deze gelden als toetsingskader om te bepalen of grond “schoon” is. Wettelijk gezien mogen geen strengere normen worden gesteld dan de Achtergrondwaarden. Het Besluit bodemkwaliteit relateert het beleid voor het toepassen van grond en bagger aan zowel de functie als de kwaliteit van de ontvangende bodem. Daartoe zijn de bodemfunctieklassen ‘Wonen’ en ‘Industrie’ geïntroduceerd. Daarnaast zijn er bodemkwaliteitsklassen ‘Wonen’ en ‘Industrie’ met bijbehorende maximale waarden. Dit wordt geïllustreerd in figuur 1 op de volgende pagina. Voor toepassingen op de landbodem gelden derhalve de volgende normen: Achtergrondwaarde (AW) Maximale waarden voor wonen (MaxWONEN) Maximale waarden voor industrie (MaxINDUSTRIE) Voor de meeste stoffen is MaxINDUSTRIE gelijk aan de interventiewaarde. Met name voor veel organische verbindingen waaronder minerale olie, PCB’s en diverse bestrijdingsmiddelen is Max INDUSTRIE lager dan de interventiewaarde. In de Regeling bodemkwaliteit zijn voor de Achtergrondwaarden en de ‘Maximale waarden voor wonen’ (MaxWONEN) toetsingsregels opgenomen, waarbij een beperkt aantal stoffen in geringe mate de norm mag overschrijden (zie paragraaf 2.2 in de beide gemeentelijke nota’s bodembeheer voor verdere toelichting).

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

7/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

Indeling in bodemkwaliteitsklassen:

In het Besluit bodemkwaliteit zijn generieke regels opgenomen, waarbij de normen voor het op de landbodem toepassen van grond en bagger afhankelijk zijn van zowel de kwaliteit als de functie van de ontvangende bodem. De strengste is daarbij (in het generieke beleid) maatgevend: Bodemkwaliteitsklasse Bodemfunctieklasse ontvangende bodem ontvangende bodem Achtergrondwaarde Overig Achtergrondwaarde Wonen Achtergrondwaarde Industrie Wonen Overig Wonen Wonen Wonen Industrie Industrie Overig Industrie Wonen Industrie Industrie

Generieke toepassingseis Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde MaxWONEN MaxWONEN Achtergrondwaarde MaxWONEN MaxINDUSTRIE

NB. Voor het verspreiden van baggerspecie op aan dezelfde watergang grenzende percelen geldt een apart normenkader. Hierbij wordt niet getoetst aan de bodemkwaliteitsklasse of bodemfunctieklasse van de ontvangende bodem.

Normen voor toepassingen in oppervlaktewater Voor toepassingen aan de buitenzijde van de dijk gelden de normen voor toepassingen in oppervlaktewater. Bij toepassingen in oppervlaktewater wordt onderscheid gemaakt tussen kwaliteitsklasse A en kwaliteitsklasse B. Daarbij wordt geen rekening gehouden met de functie van de ontvangende bodem.

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

8/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

Bodemkwaliteitsklasse ontvangende bodem Klasse A Klasse B

Generieke toepassingseis Klasse A Klasse B

Voor een aantal stoffen is de Maximale waarde kwaliteitsklasse B hoger dan de Maximale waarde voor industrie die bij toepassingen op de landbodem wordt gehanteerd. Bij die stoffen geldt voor het toepassen van grond in oppervlaktewater MaxINDUSTRIE in plaats van de Maximale waarde kwaliteitsklasse B.

2.4

Het vaststellen van gebiedsspecifiek beleid

Binnen bepaalde grenzen en randvoorwaarden mogen gemeenten besluiten om af te wijken van het ‘generieke beleid’ en voor een deel van hun grondgebied een strenger of juist minder streng beleid voeren. De gemeenteraad stelt dan ‘Lokale Maximale Waarden’ (LMW) vast. In dat geval spreekt het Besluit bodemkwaliteit van ‘gebiedsspecifiek beleid’. Hetzelfde geldt voor waterbeheerders die voor (een deel van) hun beheergebied gebiedsspecifiek beleid kunnen vaststellen. Voor rijkswateren wordt gebiedsspecifiek beleid vastgesteld door de Minister. Uitgangspunt is hierbij dat tenminste sprake moet zijn van standstill op gebiedsniveau. Standstill op gebiedsniveau houdt in dat verhoogde LMW alleen gelden voor grond en bagger die afkomstig is uit het eigen bodembeheergebied. Meerdere bestuursorganen kunnen gezamenlijk één bodembeheergebied vormen. Het gebiedsspecifiek beleid moet worden onderbouwd op basis van o.a. de milieu-hygiënische risico’s. Verder is bij gebiedsspecifiek beleid een bodemkwaliteitskaart verplicht.

Voorwaarden voor gebiedsspecifiek beleid Een besluit om gebiedsspecifiek beleid te voeren bevat volgens artikel 47 van het Besluit bodemkwaliteit: Een bodemkwaliteitskaart (inclusief begrenzing van het bodembeheergebied en de kwaliteit van de bodem) en een kaart met de functies van de bodem; De Lokale maximale waarden (LMW); Een motivering aan de hand van de LMW in relatie tot de kwaliteit van de bodem, de maatschappelijke noodzaak van die waarden en een beschrijving van de gevolgen voor de bodemkwaliteit in het beheergebied. Laatstgenoemde beschrijving vindt in het algemeen plaats met behulp van de risicotoolbox. Overige voorwaarden: Er wordt uitgegaan van standstill op het niveau van een bodembeheergebied. Met andere woorden: in de Nota bodembeheer wordt het herkomstgebied van grond en bagger vastgelegd waarvoor de LMW gelden. Het Besluit bodemkwaliteit definieert een bodembeheergebied als: een aaneengesloten door het bestuursorgaan afgebakend deel van de oppervlakte van een of meer gemeenten of het

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

9/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

-

beheergebied van één of meer waterbeheerders. Hogere LMW dan de generieke toepassingsnormen gelden dus alleen voor grond en bagger die afkomstig is uit het herkomstgebied dat is vastgesteld als bodembeheergebied; Hogere LMW dan de Maximale waarden voor industrie, respectievelijk de Maximale waarden voor klasse B voor het toepassen van baggerspecie in oppervlaktewater, zijn alleen toegestaan onder de volgende voorwaarden: - de LMW komen overeen met de al in het bodembeheergebied aanwezige kwaliteit van de bodem als gevolg van diffuse verontreiniging - de LMW overschrijden niet de waarden waarbij sprake is van een spoedeisende verontreiniging; Het besluit om gebiedsspecifiek beleid te voeren wordt voorbereid conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en staat open voor beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Binnen 10 jaar wordt overwogen of het besluit tot gebiedsspecifiek beleid aanpassing behoeft.

2.5

Richtlijn bodemkwaliteitskaarten

-

-

Bodemkwaliteitskaarten dienen te worden opgesteld conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (lit. 5) en bijlage M van de Regeling bodemkwaliteit. Bijlage M van de Regeling bodemkwaliteit vormt vooral een samenvatting van hetgeen uitgebreider is beschreven in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Bijlage M bevat voor het opstellen van de kaart geen aanvullende voorschriften die niet zijn opgenomen in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten beschrijft het opstellen van een bodemkwaliteitskaart aan de hand van acht procesmatige stappen: 1. definitiefase, programma van eisen 2. identificatie van onderscheidende kenmerken 3. voorbewerken beschikbare informatie 4. indelen beheergebied in deelgebieden 5. evaluatie gebiedsindeling op basis van beschikbare informatie 6. verzamelen van aanvullende informatie 7. karakteriseren van de bodemkwaliteit per bodemkwaliteitszone 8. resultaten weergeven in (water)bodemkwaliteitskaart Over de status van deze acht stappen schrijft de Richtlijn, dat het in de praktijk niet noodzakelijk is om het stappenplan één op één te volgen maar dat het wel noodzakelijk is dat de elementen hiervan terugkomen in de eigen werkwijze. In de Regeling bodemkwaliteit is vastgelegd, dat in een bodemkwaliteitskaart tenminste de stoffen worden opgenomen uit het standaardpakket uit de NEN5740 (lit. 6).

Dit geldt voor zowel bodemkwaliteitskaarten van de landbodem als van de waterbodem (hoewel NEN5740 een norm is die alleen betrekking heeft op bodemonderzoek van de landbodem).

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

10/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

De algemene werkwijze bij het opstellen van een bodemkwaliteitskaart komt op het volgende neer: In een bodemkwaliteitskaart wordt een gebied ingedeeld in één of meer zones met een milieuhygiënisch vergelijkbare algemene bodemkwaliteit. Gebieden met eenzelfde historie hebben in het algemeen een vergelijkbare diffuse bodemkwaliteit. Dit betekent dat de indeling in zones gebeurt op basis van algemene historische gegevens (onderscheidende kenmerken) zoals bodemopbouw, (voormalig) landgebruik en ouderdom van woonwijken en bedrijfsterreinen. Vervolgens worden de analyseresultaten van binnen de zones uitgevoerde bodemonderzoeken geanalyseerd. Per zone worden verschillende statistische kengetallen berekend voor verschillende stoffen. Op basis van deze berekeningen en het ruimtelijke patroon van de waarnemingen wordt de zone-indeling getoetst en zo nodig bijgesteld. Er wordt gekeken welke analyseresultaten niet representatief zijn voor de algemene zonekwaliteit, zodat deze gegevens als uitbijters buiten de dataset van de zoneringsberekeningen worden gelaten. De uiteindelijke indeling in zones is dus een combinatie van historische informatie en statistische bewerkingen. Volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten worden de zones geclassificeerd op basis van het rekenkundig gemiddelde.

2.6

De nota’s bodembeheer van de gemeente Kapelle en de gemeente Reimerswaal

Zowel de gemeente Kapelle als de gemeente Reimerswaal beschikken al over een gemeentelijke bodemkwaliteitskaart en een gemeentelijke nota bodembeheer (lit. 7 t/m 10). Deze zijn vastgesteld door de gemeenteraad op 14 februari 2012 (Kapelle) respectievelijk 18 december 2012 (Reimerswaal). In beide gemeenten bevat de bodemkwaliteitskaart: een zone-indeling op basis van de parameters uit het NEN5740-stoffenpakket, gebaseerd op de bebouwingsgeschiedenis; voor de bestrijdingsmiddelen DDD, DDE, DDT en drins een zone-indeling gebaseerd op boomgaardperiodes. Binnen het projectgebied van de dijkversterking Hansweert bevatten de gemeentelijke bodemkwaliteitskaarten de volgende zones: Zonenaam Kwaliteitsklasse bovengrond Kwaliteitsklasse bovengrond NEN-5740-parameters Bestrijdingsmiddelen Gemeente Kapelle (lit. 7) A: Buitengebied en wijken vanaf 1980 Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde A: Buitengebied en wijken vanaf 1980 Achtergrondwaarde Voldoet niet aan klasse + boomgaard in 1936+1980 industrie A: Buitengebied en wijken vanaf 1980 Achtergrondwaarde Klasse industrie + overige boomgaardperiodes t/m 1980 Gemeente Reimerswaal (lit. 8) A: Buitengebied en recente bebouwing Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde B: Vooroorlogse kernen Klasse industrie Achtergrondwaarde C: Naoorlogse bebouwing tot 1985 Klasse Wonen Achtergrondwaarde Niet gezoneerd n.v.t. n.v.t.

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

11/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

Bovenstaande tabel vermeldt de kwaliteitsklasse van de bovengrond (het dieptetraject 0-0,5 m-mv). De ondergrond heeft een vergelijkbare of betere kwaliteit. Opgemerkt wordt, dat de voormalige boomgaarden in 2002 zijn ingetekend op basis van papieren topografische kaarten. Wanneer diep ingezoomd wordt is de begrenzing van de voormalige boomgaarden niet op de meter nauwkeurig. De jaartallen in de zonenamen hebben betrekking op de jaren van verkenning van de topografische kaarten waarop de inventarisatie van de oude boomgaarden gebaseerd is.

Gemeentelijke bodemkwaliteitskaarten 2012 A Buitengebied en recente bebouwing (Reimerswaal) A: Buitengebied en wijken vanaf 1980 (Kapelle) A: Buitengebied en wijken vanaf 1980+boomgaard in 1936 EN 1960 (Kapelle) A: Buitengebied en wijken vanaf 1980+overige boomgaardperiodes t/m 1980 (Kapelle B Vooroorlogse kernen (Reimerswaal) C Naoorlogse bebouwing tot 1985 (Reimerswaal) niet gezoneerd (Reimerswaal)

LMW Nota bodembeheer Kapelle 2012 Paragraaf 4.5 van de nota bodembeheer van de gemeente Kapelle (lit. 9) bevat Lokale maximale waarden (LMW) voor DDD, DDE en DDT. Binnen een deel van het projectgebied van de dijkversterking Hansweert gelden de volgende LMW 2: DDD: MaxWONEN (0,84 mg/kgds) DDE: 0,75 mg/kgds DDT: 0,65 mg/kgds Deze LMW gelden alleen voor grond en bagger afkomstig uit de gemeente Kapelle. 2

De vermelde gehalten betreffen de waarden voor standaardbodem (organische stof=10%)

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

12/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

Voor de NEN5740-parameters gelden in het projectgebied de Achtergrondwaarden als toepassingsnorm.

LMW Nota bodembeheer Reimerswaal 2012 In de nota bodembeheer van de gemeente Reimerswaal (lit. 10) zijn de toepassingsnormen gekoppeld aan de bodemfunctieklasse uit de bodemfunctiekaart. Het grootste deel van het projectgebied van de dijkversterking is ingedeeld in bodemfunctie wonen. De huidige zeedijk, het voormalig slibdepot aan de zuidkant van Hansweert en het noordelijke deel van de kanaalzone zijn ingedeeld in de bodemfunctie overig. Voor grond en bagger afkomstig uit de gemeente Reimerswaal gelden in het gedeelte met functie wonen de volgende LMW3: NEN5740-parameters (aangevuld met chroom en arseen): MaxWONEN DDD: MaxWONEN (0,84 mg/kgds) DDE: 0,75 mg/kgds DDT: 0,65 mg/kgds Drins (som): 0,064 mg/kgds Ten oosten van de Boomdijk is de toepassingsnorm op basis van het generieke beleid ook MaxWONEN en geldt voor de NEN5740-parameters de toepassingsnorm MaxWONEN ook voor grond en bagger afkomstig van buiten de gemeente Reimerswaal. In het gedeelte met bodemfunctie overig geldt binnen het projectgebied – waaronder het huidige dijklichaam – voor alle stoffen als toepassingsnorm de Achtergrondwaarde, ongeacht herkomst.

2.7

Handelingskader voor PFAS versie december 2021

Op 8 juli 2019 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat een Kamerbrief verstuurd met het ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ (lit. 11), gevolgd door geactualiseerde versies d.d. 29 november 2019 (lit. 12) en 2 juli 2020 (lit. 13). Op 13 december heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat een nieuwe versie van het Handelingskader PFAS4 aan de Tweede Kamer toegezonden (lit. 14). PFAS (poly- en prefluoralkylstoffen) zijn door de mens geproduceerde stoffen die niet van nature voorkomen. PFAS zijn persistent: ze breken niet vanzelf af maar blijven in het milieu aanwezig. Ze zijn in veel consumentenproducten gebruikt en als gevolg atmosferische depositie worden ze op grote schaal in geringe concentraties in de bodem teruggevonden. Volgens het tijdelijk handelingskader moeten initiatiefnemers, tot duidelijk is of er onbelaste gebieden in Nederland zijn, in het kader van de zorgplicht het gehalte aan PFAS meten in te verzetten grond en baggerspecie, die uit land- en waterbodem wordt ontgraven. 3 4

De vermelde gehalten betreffen de waarden voor standaardbodem (organische stof=10%) Zonder voorvoegsel ‘tijdelijk’ of ‘definitief’

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

13/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

PFAS is een stofgroep die uit ruim 6000 stoffen bestaat. Op de website van Rijkswaterstaat-Bodem+ is een advieslijst d.d. 12 juli 2019 gepubliceerd met 30 (28 waarvan 2 lineair en vertakt) te meten PFAS. GenX is niet opgenomen in de advieslijst van te meten PFAS, maar onderaan de advieslijst is vermeld dat men GenX alleen bij verdenking hoeft te meten. Eind juni 2020 heeft het RIVM het onderzoek naar de landelijke achtergrondwaarden van PFAS in de Nederlandse bodem afgerond (lit. 15). Deze zijn als definitieve achtergrondwaarden opgenomen in een nieuwe versie van het tijdelijk handelingskader PFAS (lit. 13), dat op 3 juli 2020 door de Staatssecretaris voor Infrastructuur en Waterstaat is toegezonden aan de Tweede Kamer. Deze definitieve landelijke achtergrondwaarden zijn als volgt: PFOA (som lineair + vertakt): 1,9 μg/kgds PFOS (som lineair + vertakt): 1,4 μg/kgds De overige PFAS zijn in het onderzoek van het RIVM zelden boven de detectiegrens aangetoond. In het Handelingskader voor PFAS is opgenomen dat voornoemde achtergrondwaarde van PFOS (1,4 μg/kgds) ook als toepassingswaarde geldt voor de overige PFAS. Voor de bodemkwaliteits- en bodemfunctieklassen wonen en industrie vermeldt het Handelingskader de volgende toepassingswaarden (ook wel aangeduid als de 3/7/3 waarden): voor alle individuele PFAS: 3 μg/kgds.

met uitzondering van PFOA voor PFOA: 7 μg/kgds Aanvankelijk was in het tijdelijk handelingskader5 opgenomen, dat deze 3/7/3 waarden gelden voor toepassingen op de landbodem boven grondwaterniveau (tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld bij gebieden met een hoge grondwaterstand). In versie december 2021 van het Handelingskader is het onderscheid boven en onder grondwaterniveau niet meer opgenomen. Voor het overige bevat het Handelingskader van december 2021 – ten opzichte van de voorgaande versie d.d. 2 juli 2020 - geen inhoudelijke wijzigingen die relevant kunnen zijn voor de dijkversterking Hansweert. Voor toepassingen in oppervlaktewater vermeldt de laatste versie van het Handelingskader voor PFAS de volgende toepassingswaarden: baggerspecie toepassen in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam: toepasbaar, wel meten en

toetsen op uitschieters -

grond toepassen in waterbouwkundige constructies in Rijkswater: PFOS: 3,7 μg/kgds, overige PFAS: 0,8 μg/kgds

Verder bevat het Handelingskader voorlopige toepassingswaarden voor een aantal andere situaties die voor de dijkversterking Hansweert niet relevant zijn. Het Handelingskader voor PFAS en de hierin opgenomen toepassingswaarden waaronder de voorlopige achtergrondwaarden hebben echter nog niet de formele status van regelgeving. Dit is pas het geval na opname van deze voorlopige achtergrondwaarden en overige toetsingswaarden in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit en bekendmaking hiervan in de Staatscourant. 5

Alle versies van het tijdelijk handelingskader t/m de versie van 2 juli 2020.

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

14/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

Op basis van de versie uit december 2021 van het Handelingkader voor PFAS wordt het traject van deze wettelijk verankering gestart.

2.8

Regionale bodemkwaliteitskaart PFAS Bevelanden en Tholen

In 2020 hebben de gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal en Tholen een regionale bodemkwaliteitskaart voor PFAS gemaakt (lit. 16), inclusief het vastleggen van regionaal gehanteerde toepassingsnormen voor PFAS (zie overzichtstabel in bijlage 11 van voornoemd rapport). Deze normstelling is een combinatie van de toepassingswaarden uit het tijdelijk handelingskader voor PFAS d.d. 2 juli 2020 en de beleidskeuzes uit de eerder vastgestelde gemeentelijke nota’s bodembeheer. De regionaal gehanteerde toepassingswaarden zijn afhankelijk gesteld van: de bodemfunctieklasse; het herkomstgebied; de diepte waarop de grond wordt toegepast. Normaliter wordt gebiedsspecifiek beleid op grond van het Besluit bodemkwaliteit vastgesteld door de gemeenteraad, waarbij een openbare voorbereidingsprocedure wordt gevolgd. In december 2019 is echter in het Besluit bodemkwaliteit voor het vaststellen van gebiedsspeciifiek beleid voor PFAS een tijdelijke uitzondering opgenomen, inhoudende dat het college van burgemeester en wethouders in plaats van de gemeenteraad dit mag vaststellen en dat er geen openbare voorbereidingsprocedure nodig is. Inmiddels is deze uitzondering niet meer van kracht. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Kapelle heeft de bodemkwaliteitskaart voor de stofgroep PFAS vastgesteld. In de gemeente Reimerswaal is deze nog niet vastgesteld.

2.9

Overgangsrecht Omgevingswet

Vooralsnog treedt de Omgevingswet op 1 januari 2023 in werking. Onder de Omgevingswet worden alle gemeentelijke regels over de leefomgeving opgenomen in één omgevingsplan. Elke gemeente beschikt bij het in werking treden van de Omgevingswet over een omgevingsplan. Dit omgevingsplan komt van rechtswege tot stand. Het omgevingsplan dat van rechtswege ontstaat bestaat direct bij aanvang uit een tijdelijk deel en een nieuw deel. Volgens artikel 22.1 van de Omgevingswet komen diverse bestaande regels - waaronder gebiedsspecifiek beleid uit nota’s bodembeheer - op grond van overgangsrecht automatisch in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Ook reeds vastgestelde bodemkwaliteitskaarten vallen onder dit overgangsrecht. Er is nog geen formele einddatum voor dit overgangsrecht vastgelegd. De Memorie van toelichting bij de Invoeringswet Omgevingswet (lit. 17) vermeldt het voornemen om het overgangsrecht voor het tijdelijk deel van het omgevingsplan te laten duren tot 1 januari 2029. Op dit moment hebben bodemkwaliteitskaarten volgens een wijziging van de Regeling bodemkwaliteit d.d. 1 januari 2016 een geldigheid van maximaal 5 jaar.

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

15/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

Het overgangsrecht voor het gedeelte waarvoor Rijkswaterstaat het bevoegd gezag is, geldt voor een periode van twee jaar. In artikel 22.1 van de Omgevingswet is dit als volgt verwoord6:

Een besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat tot vaststelling van voorschriften over het toepassen van grond of baggerspecie in oppervlaktewater als bedoeld in artikel 6.6, tweede lid, van de Waterwet geldt gedurende twee jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet als een besluit tot het stellen van maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet.

Dit overgangsrecht is toegevoegd aan artikel 22.1 van de Omgevingswet via een wijziging van de Aanvullingswet bodem die opgenomen is in de Aanvullingswet geluid. 6

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

16/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

3

DIJKVERSTERKING HANSWEERT

3.1

De noodzaak tot dijkversterking

De waterkering bij Hansweert is bij de laatste beoordelingen op hoogwaterveiligheid afgekeurd. In eerste instantie op binnenwaartse stabiliteit en deels op de kwaliteit van de dijkbekleding aan de buitenzijde. Na toepassing van een nieuwe normering, die rekening houdt met zwaardere stormen, blijkt er ook sprake van een aanzienlijk kruinhoogtetekort. De waterkering zal versterkt worden over een lengte van 5.150 m tussen de dijkpalen met de nummers 244,5 en 296, inclusief de aansluiting richting het sluizencomplex van Hansweert en de steenbekleding rond het slibdepot. De voorgenomen dijkversterking is opgenomen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) van het Rijk als het project HWBP Zuid-Beveland West en wordt verder aangeduid als dijkversterking Hansweert. Doel van de dijkversterking is om een waterveilige, toekomstbestendige en goed beheersbare waterkering te realiseren die voldoet aan de nieuwe normering.

3.2

Voorgenomen aanpak van de dijkversterking

De dijkversterking wordt in 2 hoofdfases uitgevoerd, om de overlast voor bewoners en bedrijven in het gebied te beperken en de dorpskern van Hansweert altijd bereikbaar te houden Hieronder wordt de fasering beschreven ten tijde van het opstellen van voorliggend document.

Fase 1: dijk langs de Westerschelde De eerste fase betreft de versterking van de dijk langs de Westerschelde, in het landelijk gebied en de dorpskern Hansweert. Dit dijktraject wordt 2 à 2,5 meter verhoogd en aan de binnenzijde verbreed. Om de stabiliteit van de dijk te vergroten krijgt de dijk aan de binnenzijde een 20 à 30 meter brede teen (binnenberm) van zand, afgedekt met klei. Een uitzondering hierop is het meest oostelijke deel in Hansweert (ten oosten van de Nieuwstraat). Vanwege de bestaande bebouwing is hier aan zowel de binnen- als buitenzijde geen ruimte om de dijk te verbreden. Dit deel van de zeewering wordt verhoogd met een betonnen wand in een grondlichaam, bovenop de bestaande dijk, zodat de huidige bebouwing aan de Veerweg en de bedrijfslocatie Van der Straaten niet hoeven te wijken voor de dijkversterking. De dijk heeft een zandkern met daarboven een kleibedekking die aan bepaalde eisen moet voldoen qua erosiebestendigheid. Vanuit civieltechnisch oogpunt wordt bij de dijkversterking onderscheid gemaakt in de volgende soorten grond: teelaarde; zand; klei van erosieklasse 1 (de strengste erosieklasse); klei van erosieklasse 2; grond allerlei aard (GAA): alle overige grond die niet in bovenstaande categorieën valt.

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

17/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

Schematische weergave van de dijkversterking langs de Westerschelde geel = zandkern bruin = kleideklaag grijs = nieuw aan te leggen weg

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

18/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

Om de dijk te verhogen wordt de zandkern vergroot. Daarvoor wordt eerst de bestaande bedekking met teelaarde en klei afgegraven. Na het aanbrengen van een laag nieuw zand op het binnentalud van de dijk en als binnenberm van de dijk moet deze weer worden afgedekt met klei en teelaarde. Deze klei moet voldoen aan erosieklasse 2. Aan de buitenzijde van de dijk ligt een fietspad annex onderhoudspad op het bovenste deel van het talud. Dit pad vormt de grens van de werkzaamheden. Onder het fietspad is de dijk al bekleed met betonzuilen. Aan de buitenzijde krijgt de dijk ook boven het fietspad een bekleding van betonzuilen, tot aan de buitenkruin van de dijk. Door de verhoging van de dijk komt deze buitenkruin enkele meters landinwaarts te liggen. Aan de buitenzijde is onder de betonzuilen een laag klei met erosieklasse 2 voorgeschreven.

Fase 2: Kanaalzone Langs het Kanaal door Zuid-Beveland is een beduidend geringere ophoging aan de binnenkant van de dijk voorzien. Deze dijk ligt meer beschut en heeft minder golfoploop, zodat hier een lagere kruinhoogte nodig is. De kruin van de dijk wordt circa 1 meter opgehoogd. Hier worden geen betonzuilen gebruikt, maar wordt een laag klei met erosieklasse 1 aangebracht.

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

19/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

Voormalig slibdepot Het voormalig slibdepot aan de zuidkant van Hansweert krijgt een buitendijkse verzwaring, door de buitenteen te overlagen.

Aanvoer en hergebruik van grond Voor de dijkversterking zijn grote hoeveelheden zand en klei benodigd. Tijdens de werkzaamheden wordt ook veel klei en teelaarde ontgraven. Het streven is om deze vrijkomende grond zoveel mogelijk opnieuw toe te passen binnen het werk. Logistiek kan dat niet op exact dezelfde plek, maar wordt de grond een stukje verderop toegepast. Met andere woorden, het valt niet onder het begrip ‘tijdelijke uitname’. Gaandeweg de werkzaamheden wordt op de ene plek de oude kleibedekking van de dijk ontgraven en mits geschikt – even verderop weer toegepast waar het nieuwe zandlichaam al is aangebracht. Uiteraard geldt daarbij: hoe korter de transportafstanden hoe lager de kosten en hoe minder de overlast. Het heeft daarbij de voorkeur om vrijkomende grond direct op een andere plek toe te passen, zonder tussendepots. De uitvoering is in de praktijk van veel factoren afhankelijk, zodat het voor kan komen dat grond in een tijdelijk depot wordt opgeslagen en/of over grotere afstanden binnen het werk wordt verplaatst. Veel vrijkomende klei voldoet aan erosieklasse 2 en kan dus civieltechnisch gezien goed worden hergebruikt. De benodigde klei met erosieklasse 1 en zand moeten van elders worden aangevoerd, omdat deze binnen het werk niet vrijkomen. Verder is netto meer erosieklasse 2 klei benodigd dan er uit de huidige dijk vrijkomt.

In onderstaande tabel staan de in oktober 2021 geraamde hoeveelheden vrijkomende en benodigde grond: Materiaal Vrijkomend Verwerken in werk Bijleveren Teelaarde 58.432 m3 36.966 m3 Grond van allerlei aard 84.820 m3 73.490 m3 Slootgrond 17.920 m3 Klei erosieklasse 2 47.513 m3 47.513 m3 133.610 m3 Klei erosieklasse 1 36.306 m3 Zand 515.844 m3

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

20/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

4

BODEMKWALITEITSKAART

Dit hoofdstuk bevat eerst een inventarisatie van de in 2020 en 2021 uitgevoerde bodemonderzoeken in het gebied (paragraaf 4.1). Vervolgens wordt de indeling in zones voor enerzijds PFAS en anderzijds de stoffen uit het NEN5740-pakket beschreven in paragraaf 4.2.

4.1

Gegevens uit bodemonderzoeken

4.1.1

In 2020 en 2021 uitgevoerde bodemonderzoeken

Ter voorbereiding van de dijkversterking heeft het adviesbureau ATKB in 2020 en 2021 een aantal milieu-hygiënische bodemonderzoeken uitgevoerd. ATKB heeft voor deze onderzoeken de kenmerken 20201036/Rap01 t/m 20201036/Rap08b gebruikt. Onderstaande tabel bevat een overzicht van deze rapporten, met vermelding welke rapporten relevante gegevens bevatten voor de bodemkwaliteitskaart. De volledige titels van de rapporten zijn opgenomen in de literatuurlijst achterin voorliggend rapport (lit. 18 t/m 26). De hieronder vermelde rapporten bevatten in een aantal gevallen informatie over eerder binnen het gebied uitgevoerde bodemonderzoeken.

Kenmerk rapport 20201036/Rap01 20201036/Rap02

20201036/Rap03 20201036/Rap04

20201036/Rap05

Relevantie voor bodemkwaliteitskaart Historisch onderzoek volgens NEN5717 en 5725. Bevat geen analyseresultaten. Onderzoek voormalig slibdepot. Bevat 9 geanalyseerde mengmonsters van de bovengrond, allen geanalyseerd op PFAS en het C2-pakket7 uit NEN5720 (lit. 27) Waterbodemonderzoek van een aantal binnendijkse watergangen, niet relevant voor bodemkwaliteitskaart Bevat relevante gegevens voor bodemkwaliteitskaart. Onderzoek van het dijklichaam. Aan de buitenzijde (formeel aangemerkt als waterbodem, zie paragraaf 2.2) zijn 40 grond(meng)monsters geanalyseerd op het C2-pakket uit NEN5720 + chloride en 37 monsters geanalyseerd op PFAS. Aan de binnenzijde zijn 24 grond(meng)monsters geanalyseerd op het NEN5740-pakket en 25 monsters geanalyseerd op PFAS. Onderzoek van een aantal deellocaties: Dijkopgang Lange Geer (bruikbaar voor bodemkwaliteitskaart) Dijkopgang Langeweg (bruikbaar voor bodemkwaliteitskaart) 12 perceelaansluitingen (dammen): gegevens NEN5740-parameters niet bruikbaar (want niet representatief). 5 PFAS-analyses wel bruikbaar (onverhard, grond aan maaiveld, al

lit. 18 19

20 21

22

Het C2-pakket uit NEN5720 bestaat uit de stoffen uit het standaardpakket van NEN5740, aangevuld met arseen, chroom en een aantal organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB’s) 7

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

21/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

20201036/Rap06

20201036/Rap07

20201036/Rap08a

20201036/Rap08b

of niet met bodemvreemde bijmengingen) omdat het bij PFAS primair om atmosferische depositie draait. Overige monsters met soms verhoogde PFAS-gehalten niet bruikbaar (onder verharding of laagje grond boven verhardingslaag) kruispunt Boomdijk – Eendracht/Kanaaldijk (geplande rotonde): valt buiten het gebied van de bodemkwaliteitskaart. Bevat relevante gegevens voor bodemkwaliteitskaart. Onderzoek van wegbermen en achterland direct langs de dijk, in zowel kanaalzone als langs de Westerschelde. Verder enkele monsters geanalyseerd op OCB’s ter plaatse van voormalige boomgaarden. Onderzoek van voornamelijk verhardings- en funderingsmateriaal van wegen. Ook enkele grondmonsters onder wegfundering onderzocht. Bevat geen PFAS-analyses. Rapport niet meegerekend in bodemkwaliteitskaart. Onderzoek van 2 deellocaties: Kaai (achterland noordelijk deel kanaalzone, 3 bovengrondmonsters geanalyseerd op PFAS) Aansluiting Kanaalweg op N289 (ligt buiten gebied van bodemkwaliteitskaart) Verhardings- en funderingsonderzoek. Rapport bevat geen grondanalyses.

23

24

25

26

Verder is aan de noordkant van het voormalig slibdepot een bodemonderzoek beschikbaar dat in 2020 is uitgevoerd door het adviesbureau SMA (lit. 28). Dit rapport bevat 7 PFAS-analyses, waarvan 4 van de bovengrond.

Voormalige stortplaatsen In de directe nabijheid van de zeedijk langs de Westerschelde liggen 3 voormalige stortplaatsen: stortplaats Smokkelhoek (westelijk van de dijkopgang Langeweg); stortplaats Boomdijk; stortplaats Burkunkstraat. De stortplaatsen Boomdijk en Burkunkstraat liggen in de parkzone binnen het gebied van deze bodemkwaliteitskaart. De stortplaats Smokkkelhoek ligt aan de rand van het projectgebied van de dijkversterking Hansweert. Op deze locaties zijn in 2020 bodemonderzoeken uitgevoerd (lit. 29 t/m 31), waarbij op elke locatie een grondmonster van de afdeklaag tevens geanalyseerd is op PFAS. Tevens is op elk van deze locaties het grondwater in één peilbuis tevens onderzocht op PFAS. Op alle drie de locaties zijn in het grondwater enkele PFAS boven de detectiegrens aangetoond, tot maximaal 0,5 µg/l PFOA-lineair ter plaatse van de stortplaats Boomdijk. Op deze locaties is in de volgende periodes huishoudelijk afval, bouw- en sloopafval en bedrijfsafval gestort (lit. 29 t/m 31): stortplaats Smokkelhoek: 1949-1973 stortplaats Boomdijk: 1937-1943 stortplaats Burkunkstraat: 1937-1943

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

22/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

De stortplaats Smokkelhoek is duidelijk als verhoging in het terrein zichtbaar doordat er circa 2002 een laag grond op aangebracht is. Deze stortplaats valt buiten de grens van de te versterken dijk en wordt in voorliggend rapport verder buiten beschouwing gelaten. De ter plaatse van de twee andere stortplaatsen gemeten PFAS-gehalten hebben overigens geen relatie met de stortplaats an sich. Ze zijn veroorzaakt door atmosferische depositie na sluiting van de stortplaatsen en/of waren al aanwezig in later aangebrachte afdeklagen. Deze PFAS-gegevens kunnen daarmee wel relevant zijn voor deze bodemkwaliteitskaart, om deze atmosferische depositie in kaart te brengen. Bij de stortplaats Burkunkstraat is in maart 2010 middels een BUS-sanering een leeflaag aangebracht ter verdikking van een eerder aangebrachte leeflaag. In het grondmengmonster van de leeflaag is een gehalte van 28 µg/kgds gemeten. Het valt niet te bepalen in hoeverre de PFOS al in de grond aanwezig was bij het aanbrengen van de leeflaag en hoeveel PFOS nadien door depositie in de bodem is terechtgekomen. Bij de stortplaats Boomdijk is de ouderdom van de (onvolledige) leeflaag niet bekend. Het oudste bodemonderzoek op deze locatie is uit 1994 en de leeflaag is tenminste voor dat jaar aangebracht. In de 2 grondanalyses van deze leeflaag zijn gehalten PFOS gemeten van 18 µg/kgds en 56 µg/kgds.

Aanvullend bodemonderzoek in parkzone, december 2021 In december 2021 is aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd om meer inzicht te verkrijgen in de PFASgehalten in de parkzone in Hansweert, om na te gaan: in hoeverre in de rest van de parkzone dezelfde PFAS-gehalten voorkomen als ter plaatse van de voormalige stortplaatsen; of de PFAS-gehalten direct aan het maaiveld afwijken van de PFAS-gehalten zoals die worden gemeten in het dieptetraject 0-0,5 m-mv zoals dat normaliter in bodemonderzoeken als bovengrond wordt onderzocht; in hoeverre de gehalten afnemen met de afstand van de dijk. Op de volgende pagina zijn de meetwaarden uit het aanvullend bodemonderzoek van december 2021 op een luchtfoto weergegeven. De meetwaarden uit dit aanvullend onderzoek zijn duidelijk lager dan de gehalten die eerder ter plekke van de voormalige stortplaatsen zijn aangetoond. De monsters direct aan het maaiveld zijn genomen, omdat de belasting met PFAS via de lucht van boven komt. Qua risico’s tijdens sport en recreatie vindt het contact met de verontreiniging primair aan het maaiveld plaats. Uit het onderzoek komt geen structureel verschil naar voren in PFAS-gehalten direct aan het maaiveld versus de gehalten die in het dieptetraject 0-0,5 m-mv worden gemeten. Ter hoogte van het voetbalveld is een raai met 6 boorpunten onderzocht met een onderlinge afstand van 75 meter.

Deze raai ligt gedeeltelijk buiten het gebied waarop deze bodemkwaliteitskaart betrekking heeft.

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

23/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

Resultaten aanvullend bodemonderzoek december 2021: Labels links van de boorpunten (in rood): som PFOS in µg/kgds Labels rechts van de boorpunten (in blauw): som PFOA in µg/kgds Op enkele plaatsen is naast het dieptetraject 0-0,5 m-mv tevens een monster aan het maaiveld genomen. In dat geval zijn de meetwaarden als volgt weergegeven: gehalte aan met maaiveld / gehalte in het dieptetraject 0-0,5 m-mv.

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

24/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

4.1.2

PFAS

In het hele werkgebied van de dijkversterking komen in de bodem verhoogde gehalten PFAS voor. Gehalten PFAS boven de toepassingswaarden voor wonen en industrie uit het Handelingskader voor PFAS zijn gemeten in zowel de binnen- als buitenzijde van het dijklichaam, alsmede in de strook landbodem direct langs de dijk. In aanvulling op de ‘gewone’ atmosferische depositie worden deze verhoogde gehalten met name veroorzaakt door een proces dat bekend staat als seaspray. Fijne druppeltjes komen in de lucht, bijvoorbeeld als gevolg van turbulentie door golfslag. Deze druppeltjes nemen de verontreiniging – in dit geval PFAS – met zich mee en slaan langs de kust neer op het landoppervlak.

Ruimtelijk onderscheid in gehalten PFOS en PFOA Hieronder is eerst bekeken in hoeverre binnen het projectgebied onderscheid kan worden gemaakt in gedeelten met hogere en lagere gehalten PFOS en PFOA. Met uitzondering van PFHxS zijn voor de overige onderzochte PFAS nooit gehalten boven 1,4 µg/kgds gemeten. In de interpretatie ligt het accent op de gegevens van de bovengrond (0-0,5 m-mv), aangezien de gehalten in de bovengrond verreweg het hoogst zijn. Geografisch zijn de volgende delen onderscheiden: dijk langs de Westerschelde kanaalzone voormalig slibdepot Daarbinnen is onderscheid gemaakt tussen: de buitenzijde van de dijk (het buitentalud dat formeel aangemerkt wordt als waterbodem, zie paragraaf 2.2) de binnenzijde van de dijk de wegbermen de rest van de strook landbodem onderlangs de dijk (aangeduid als het achterland, in aansluiting op de woordkeus uit lit. 23) Het geografisch onderscheid is in eerste instantie gemaakt op basis van het kaartbeeld van de gemeten gehalten. Qua historie hebben de kanaalzone en het voormalig slibdepot een andere ontwikkeling doorgemaakt dan de dijk langs de Westerschelde. In het gedeelte langs de Westerschelde hebben dijkverzwaringen plaatsgevonden in 1956 en 1963. Ten westen van de Boomdijk is de laatste dijkversterking uitgevoerd in de jaren 1978-1980 (lit. 32).

Het Kanaal door Zuid-Beveland is bij Hansweert midden jaren 90 verbreed en verlegd. De oude monding van het Kanaal door Zuid-Beveland inclusief het oude sluizencomplex is destijds gedempt en opgehoogd. Het voormalig slibdepot aan de zuidkant is eveneens midden jaren 90 opgehoogd.

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

25/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

Bovengrond PFOS (som lineair+vertakt, in µg/kgds) Deelgebied Onderdeel langs Westerschelde buitenzijde dijk langs Westerschelde binnenzijde dijk langs Westerschelde wegbermen langs Westerschelde achterland kanaalzone buitenzijde dijk kanaalzone binnenzijde dijk kanaalzone wegbermen kanaalzone achterland vm. slibdepot

Aantal 6 7 9 31 6 6 5 6 13

Minimum 9,1 3,0 1,4 2,0 0,7 1,6 2,3 1,2 1,0

Maximum 36 12 26 56 6,3 5,9 4,1 15 14

Gemiddelde 22,2 5,9 10,0 9,1 2,6 2,6 3,2 8,4 5,4

PFOA (som lineair+vertakt, in µg/kgds) Deelgebied Onderdeel langs Westerschelde buitenzijde dijk langs Westerschelde binnenzijde dijk langs Westerschelde wegbermen langs Westerschelde achterland kanaalzone buitenzijde dijk kanaalzone binnenzijde dijk kanaalzone wegbermen kanaalzone achterland vm. slibdepot

Aantal 6 7 9 31 6 6 5 6 13

Minimum 5,0 1,8 0,9 0,6 0,6 1,1 1,6 0,5 0,4

Maximum 9,5 4,4 5,2 4,7 2,9 3,7 2,2 2,6 3,0

Gemiddelde 7,4 3,1 2,6 2,6 1,6 1,9 1,8 1,2 1,5

Uit bovenstaande tabellen blijkt het volgende: de hoogste gehalten PFOS en PFOA zijn gemeten in het gedeelte langs de Westerschelde. In het dijklichaam langs de Westerschelde zijn de gehalten PFOS en PFOA beduidend hoger dan in de dijk langs het Kanaal door Zuid-Beveland; langs de Westerschelde zijn de gehalten PFOS en PFOA in het buitentalud duidelijk hoger dan in het binnentalud van de dijk; in de kanaalzone is er geen verschil tussen de gehalten in de buitenzijde en de binnenzijde van de dijk; de gehalten in de wegbermen wijken niet af van de gehalten in het direct aangrenzende achterland; de gehalten in het voormalige slibdepot zijn vergelijkbaar met de gehalten in de kanaalzone.

De twee hoogste meetwaarden PFOS in het achterland langs de Westerschelde zijn gemeten in de afdeklagen van de voormalige stortplaatsen Boomdijk en Burkunkstraat. Ook de gegevens van deze stortplaatsen zijn meegenomen in bovenstaande tabellen. Normaliter worden dergelijke locaties niet meegerekend in een bodemkwaliteitskaart. De PFAS-gegevens van deze locaties kunnen in dit geval mogelijk wel worden meegerekend, omdat de PFAS geen verband houdt met deze stortplaatsen. Het betreft vooroorlogse stortplaatsen uit een periode toen PFAS nog niet uitgevonden waren.

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

26/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

Ondergrond In het dijklichaam is ook een aantal monsters dieper dan 0,5 m-mv geanalyseerd op PFAS. De gehalten PFAS zijn in de ondergrond beduidend lager dan in de bovenste halve meter. Een deel van de monsters voldoet aan de landelijke achtergrondwaarden, maar in de dijk langs de Westerschelde zijn ook dieper dan 0,5 m-mv gehalten boven de toepassingswaarden voor wonen en industrie gemeten. PFOS (som lineair+vertakt, in µg/kgds) Deelgebied Onderdeel langs Westerschelde buitenzijde dijk klei langs Westerschelde binnenzijde dijk klei kanaalzone buitenzijde dijk klei kanaalzone binnenzijde dijk klei langs Westerschelde buitenzijde dijk zandkern kanaalzone buitenzijde dijk zandkern kanaalzone binnenzijde dijk zandkern vm. slibdepot

PFOA (som lineair+vertakt, in µg/kgds) Deelgebied Onderdeel langs Westerschelde buitenzijde dijk klei langs Westerschelde binnenzijde dijk klei kanaalzone buitenzijde dijk klei kanaalzone binnenzijde dijk klei langs Westerschelde buitenzijde dijk zandkern kanaalzone buitenzijde dijk zandkern kanaalzone binnenzijde dijk zandkern vm. slibdepot

Aantal 10

Minimum 1,3

Maximum 15

7

0,6

5,5

2,4

7

0,5

2,6

1,5

3

1,4

1,9

1,7

4

0,8

9,2

3,1

4

0,4

0,9

0,5

2

0,6

0,8

0,7

1

0,8

0,8

0,8

Minimum 2,2

Maximum 9,6

7

0,6

2,0

1,1

7

0,3

1,3

0,9

3

0,9

1,2

1,1

4

1,0

5,8

2,8

4

0,1

0,4

0,3

2

0,2

0,4

0,3

1

0,6

0,6

0,6

Aantal 10

Gemiddelde 5,3

Gemiddelde 5,6

In bovenstaande tabellen zijn alleen monsters tot een diepte van 2 m-mv opgenomen. In het voormalig slibdepot zijn ook 2 diepere monsters geanalyseerd op PFAS. De gehalten in deze diepere monsters zijn weer wat lager dan het monster van 0,4-1,0 m-mv uit het voormalig slibdepot.

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

27/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

FBSA De grondanalyses op PFAS zijn tot de zomer van 2021 steeds geanalyseerd op de 30 PFAS uit de advieslijst van Rijkswaterstaat Bodem+ d.d. 12 juli 2019. In de zomer van 2021 kwam aan het licht dat het bedrijf 3M in Zwijndrecht bij Antwerpen FBSA (voluit Perfluorobutaansulfonamide) op de Schelde loosde. FBSA is niet opgenomen in de advieslijst van Bodem+ d.d. 12 juli 2019 en er waren dus nog geen meetgegevens van FBSA in de bodem van het projectgebied beschikbaar. Het grondwater van de drie voormalige stortplaatsen is wel geanalyseerd op FBSA, waarbij geen FBSA boven de detectiegrens van 0,2 µg/l is aangetoond. De grondmonsters uit het aanvullend onderzoek in december 2021 zijn geanalyseerd op 36 PFAS waaronder FBSA. In geen van deze monsters is FBSA boven de detectiegrens aangetoond. FBSA is een precursor van PFBS, oftewel FBSA wordt omgezet naar PFBS. De dataset van voorliggende bodemkwaliteitskaart bevat 1 monster waarin een gehalte PFBS van 0,1 µg/kgds is aangetoond. Bij alle overige monsters uit de dataset is geen gehalte PFBS boven de detectiegrens aangetoond. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat FBSA bij de dijkversterking Hansweert verder geen aparte aandacht behoeft.

4.1.3

NEN5740-parameters

Voor de NEN5740-parameters wordt in principe uitgegaan van de bestaande gemeentelijke bodemkwaliteitskaarten. Het dijklichaam heeft mogelijk een andere kwaliteit dan de kwaliteit die is vastgelegd in de gemeentelijke bodemkwaliteitskaarten. Daarnaast valt het buitentalud van de dijk buiten de gemeentelijke bodemkwaliteitskaarten, omdat Rijkswaterstaat voor dit deel van de dijk het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit is. Het dijklichaam wordt daarom afzonderlijk gezoneerd op basis van de data uit lit. 21. Het voormalig slibdepot is nu niet gezoneerd in de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart van Reimerswaal. Voor dit gebied zijn voor de NEN5740-stoffen 12 analyses van de bovengrond beschikbaar uit lit. 19 en 28. Op basis daarvan is dit gebied aanvullend gezoneerd.

4.1.4

Bestrijdingsmiddelen (OCB’s)

Aan de buitenzijde van de dijk zijn 40 grond(meng)monsters tevens geanalyseerd op een aantal organochloor-bestrijdingsmiddelen (OCB’s). In het algemeen zijn geen gehalten boven de detectiegrens gemeten. Verder zijn in het slibdepot 9 bovengrondmonsters geanalyseerd op OCB’s. Er zijn vrijwel nooit gehalten boven de detectiegrens aangetoond, met uitzondering van enkele meetwaarden DDT die de Achtergrondwaarde niet overschrijden.

BKK dijkversterking Hansweert (PRJ1013H)

28/42

22 juni 2022

MARMOS bodemmanagement

4.1.5

Chloride

De 40 grond(mengmonsters uit het buitentalud van de dijk zijn tevens geanalyseerd op chloride. De maximaal gemeten waarde voor chloride bedraagt 40 mg/kgds.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11831872/1