CConstaterende datKapelle
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-19b. Programmabegroting 2023

Raadsvergadering 31 mei 2022, gemeente KapelleBij agendapunt: Programmabegroting 2023-2026 Veiligheidsregio Zeeland19.731 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

VRZ totaal 1.974.931 3.015.803 2.080.287 875.852 3.433.978 958.023 1.649.546 3.131.247 2.621.558 4.623.287 2.059.056 2.195.306 3.336.554 31.955.427

25

1.1.5 Onvoorzien Wat gaat het kosten: programmabudget ? Begroting: 2023

Begroting: 2024

Begroting: 2025

Begroting: 2026

50.000 50.000 50.000 50.000 0 50.000

50.000 50.000 50.000 50.000 0 50.000

50.000 50.000 50.000 50.000 0 50.000

50.000 50.000 50.000 50.000 0 50.000

INC Lasten 380 Overige goederen en diensten Totaal Lasten Totaal INC Totaal Saldo van baten en lasten Totaal Mutaties reserves Eindtotaal INC= Incidenteel; STR= Structureel

Toelichting De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven. Voor de risico’s die VRZ loopt wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

26

Deel 1.2: De paragrafen 1.2.1 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Afschrijvingstermijnen en vervanging VRZ houdt bij aanschaf van kapitaalgoederen rekening met het eventueel vervangen van de kapitaalgoederen op termijn (vervangingsschema), zodat dit bij vervanging (over het algemeen) niet leidt tot hogere, onvoorziene lasten. De kapitaalgoederen worden lineair afgeschreven. De (maximale) afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de ‘Financiële verordening’ van VRZ en in de uitgangspunten voor de begroting. Het is moeilijk om vooraf de exacte technische levensduur van een kapitaalgoed te voorspellen, zeker wanneer dit een langere periode dan 10 jaar bedraagt. Wanneer er na verloop van tijd dusdanige correctieve werkzaamheden moeten worden uitgevoerd die niet meer in relatie staan tot de restwaarde moet er vroegtijdig worden afgestoten en vervangen. Omgekeerd kan het ook voorkomen dat er vervangen zou moeten worden terwijl de maximale technische levensduur nog niet is bereikt en er geen noemenswaardige problemen zijn. In deze situaties kan de vervanging worden uitgesteld en vooruit worden geschoven. De komende jaren komt er een piek aan te vervangen (brandweer)voertuigen en -materiaal aan. Het niet doen van deze vervangingen leidt tot vermindering van de operationaliteit en de slagkracht van Brandweer Zeeland.

Voor het investeringsplan 2022 t/m 2026 wordt verwezen naar bijlage 2.3.4. Het investeringsplan is gebaseerd op het huidige beleid. Binnen dit beleid is 1 op 1 vervanging voorzien, gebaseerd op de vastgestelde maximale afschrijvingstermijnen om zo de operationele sterkte op peil te houden. Vervolgens is gekeken of de technische levensduur van activa langer kan zijn dan de economische levensduur en of daarmee investeringen kunnen worden doorgeschoven. Vervolgens is het plan doorgelopen op de haalbaarheid van de planning. Voor sommige activa wordt momenteel gewerkt aan nieuw beleid en daarnaast kunnen beleidsontwikkelingen binnen de brandweer gevolgen hebben voor dit vervangingsplan. Aanpassing/besluitvorming over het huidige beleid gaat echter vooraf aan aanpassing van het vervangingsplan. Bij een aanbesteding van bijvoorbeeld nieuwe tankautospuiten zal er daarom aandacht zijn voor flexibiliteit in de afname van het aantal voertuigen. Er is een onderscheid tussen investeringen met economisch nut en maatschappelijk nut. Alle investeringen van VRZ zijn van economisch nut. Op het investeringsplan staan alleen vervangingsinvesteringen en geen uitbreidingsinvesteringen. Oplopende kapitaallasten voor vervangingsinvesteringen De kapitaallasten zullen daarmee oplopen. De verwachting is dat de kapitaallasten zich in de toekomst om en nabij de € 5,5 mln.

zullen stabiliseren (prijsniveau 2022 en een rekenrente van 2% voor de financieringsbehoefte). Bij de overdracht van budget voor de regionale brandweer aan de Veiligheidsregio in 2013 is rekening gehouden met een niveau van € 4,2 mln. aan kapitaallasten. Hierop zijn in het verleden bezuinigingen gerealiseerd in de vorm van een lagere marktrente (2%), verlenging van afschrijvingstermijnen en de invoer van restwaarden op voertuigen. Vervolgens is het budget in de begroting 2020 voor het eerst weer verhoogd, gedekt door een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Het kapitaallastenniveau in de meerjarenbegroting bedraagt vanaf toen ca. € 3,7 mln.

27

€ 6.000.000

Jaarrekening 2021 € 5.500.000

Jaarrekening 2020 € 5.000.000

Jaarrekening 2019

Begroting 2022 Begroting 2023

€ 4.500.000

€ 4.000.000

€ 3.500.000

€ 3.000.000

2022 en 2023 (verwacht) € 2.500.000

€ 2.000.000

De kapitaallasten lopen op door: Afschaffing BTW-compensatiefonds (+21%) sinds 2014 De aanschafkosten van de meeste bestaande activa, waarover nu wordt afgeschreven, zijn tot en met 2013 exclusief BTW opgenomen. Met ingang van 2014 is het BTW-compensatiefonds voor Veiligheidsregio’s afgeschaft. Het effect van de afschaffing van het BTW-compensatiefonds op de afschrijvingslasten is destijds berekend op circa € 100.000 per jaar, waarvoor onvoldoende compensatie van het Rijk is ontvangen. De compensatie van het Rijk was alleen voldoende voor het verhogen van de exploitatiebudgetten voor de BTW-component. Als al het (brandweer)materiaal en materieel inclusief BTW is geactiveerd, zal dit effect niet meer optreden. Het totale effect op de kapitaallasten is berekend op ongeveer € 1 mln. Vervangingsachterstand en inflatie (over een groot aantal jaren) VRZ heeft momenteel relatief veel oude voertuigen in gebruik met lage of geen boekwaarden. De huidige afschrijvingen zijn daardoor ook laag. Door vervanging gaan de afschrijvingen dan omhoog, waarbij de prijs voor bijvoorbeeld een nieuwe tankautospuit nu aanzienlijk hoger is dan de prijs van 20 jaar geleden toen de oude voertuigen zijn geactiveerd.

Materieel grootschalig brandweeroptreden Vanuit het rijk is het materieel voor rampenbestrijding in 2013 ‘aan het veld’ geschonken, in eerste instantie aan het IFV als landelijke ondersteuningsorganisatie. De Veiligheidsregio’s hebben vervolgens het huidig materieel van het IFV gekregen. Dit bestaat bij VRZ onder andere uit 6 dompelpompen/watertransportsystemen en 2 commando-containers. Vervanging wordt, afhankelijk van de maximale technische levensduur, verwacht in de periode 2023 t/m 2026. Onderhoud (brandweer)materieel en - materiaal VRZ werkt voor onderhoud met drie servicecentra, gepositioneerd in Terneuzen (kazerne Koegors), Middelburg (kazerne Stromenweg) en Borssele (kazerne Quistenburg). De servicecentra voeren beheertaken uit op het gebied van grote en kleine voertuigen, bepakkingen, ademlucht, bluskleding

28

etc. Daarnaast wordt een aantal beheertaken centraal uitgevoerd, zoals niet-repressieve kleding, verbindingsmiddelen etc. Deze centrale taken zijn binnen één van de servicecentra’s gepositioneerd. Onderhoudskosten voertuigen en materiaal (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel)

Onderhoud materieel en -materiaal Implementatie onderhoudssoftware MTL Investeringsplan Werkplaatsinrichting servicecentra Ademluchttestbanken Totaal

Realisatie 2021 1.154.994 32.364

Begroting 2022 na 1e wijziging 1.055.860

24.617 194.231 1.408.877

32.656

Programma begroting 2023 1.170.500

1.088.516

1.170.500

Er is in 2021 (net als in 2018 , 2019 en 2020) meer onderhoud uitgevoerd. Dit hangt samen met de ouderdom van de activa. Deze nadelen zijn in de jaarrekeningen als incidenteel gekwalificeerd, omdat het investeringsplan voorziet in de vervanging van veel activa. In 2022 en 2023 worden lagere afschrijvingslasten verwacht dan begroot. Het verschil wordt incidenteel ingezet om het onderhoudsbudget voor brandweermaterieel en -materiaal te verhogen. Onderhoud kantoren VRZ (Middelburg, Goes, Borssele, Terneuzen) VRZ is sinds januari 2017 eigenaar van het kantoor Segeerssingel 10 te Middelburg. Hierin was tot medio 2020 ook de Meldkamer Zeeland gehuisvest. In het kader van het onderzoek naar de samenwerking tussen VRZ, GGD en RUD is voortgang op het huisvestingdossier tijdelijk ‘on hold’ gezet. Zodra er meer duidelijkheid is omtrent samenwerking wordt dit dossier met urgentie opgepakt. Dit betekent ook dat investeringen in het gebouw minimaal zijn en er voornamelijk curatief onderhoud wordt gepleegd. Medio 2020 is de Meldkamer Zeeland-Brabant gehuisvest in Bergen op Zoom. Een vleugel van de Segeerssingel 10 staat sindsdien leeg. In de reserve Meldkamer is een bedrag van € 135.000 gereserveerd om deze vleugel te verbouwen. Er is in 2021 een bedrag van € 51.219 geïnvesteerd in de klimaatinstallatie.

Het gebouw plus de verbouwingskosten worden in 25 jaar afgeschreven zonder rekening te houden met een restwaarde. Uiteindelijk resteert de waarde van de grond op de balans. In de begroting 2023 is voor regulier onderhoud een totaalbedrag van € 77.900 opgenomen. Onderhoudskosten kantoren VRZ (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel)

Gebruikers- en eigenaarsonderhoud Segeerssingel 10 Middelburg Kantoormeubilair Aanpassing Segeerssingel 10, vml. GMZ Investeringsplan 2 Aanpassing Segeerssingel 10 Totaal

2

Realisatie 2021 42.644

Begroting 2022 na 1e wijziging 76.400

Programma begroting 2023 77.900

6.287 135.000 51.219 100.150

48.000 124.400

605.880 818.780

Investeringen in de huisvesting volgen op besluitvorming op het onderzoek naar de samenwerking VRZ, GGD, RUD.

29

Naast de Segeerssingel 10 te Middelburg bevinden zich o.a. op de kazernes Middelburg Stromenweg, Goes Oranjeweg, Borssele Quistenburg en Terneuzen Koegors kantoren van VRZ. Ook op een aantal kleinere posten zijn werkruimtes beschikbaar. Onderhoud en vervanging brandweerposten Het eigendom van de brandweerposten en het beheer daarvan is in 2013 niet aan VRZ overgedragen. Voor alle brandweerposten is een verdeling van de verantwoordelijkheid voor het onderhoud afgesproken. Het Algemeen Bestuur heeft hiervoor in 2013 een zogenaamde demarcatielijst vastgesteld. Hierbij geldt dat het (gebruikers)onderhoud van de in de demarcatielijst onder de kolom “VRZ” opgenomen zaken voor rekening komt van VRZ. De kosten voor onderdelen die wortel- en nagelvast zijn, zijn voor rekening van de gemeenten. De kosten voor de losse inventaris zijn voor rekening van VRZ. De bestaande inventaris is in 2013 ‘om-niet’ overgedragen aan VRZ. Voor de vervanging is dus geen financiële ruimte overgedragen. Hiervoor is € 25.000 per jaar voorzien (op het investeringsplan). Afschrijving zal plaatsvinden in 10 jaar. In de Notitie Huisvesting brandweerposten, die op 1 maart 2018 in het AB is vastgesteld, zijn de uitgangspunten voor oprichting en vervanging vastgesteld. Een nieuwe brandweerpost heeft minimaal twee uitrukdeuren of verlengde diepte.

Indien (een) extra deur(en) of verlengde diepte noodzakelijk is/zijn voor regionaal materieel van de basis brandweerzorg, dan zijn de kosten voor: a) individuele gemeente, bij een gelijke situatie; b) alle gemeenten, indien meer uitrukdeur(en) gewenst zijn dan in de huidige situatie; c) als er sprake is van frictiekosten vindt hierover overleg plaats tussen partijen. Onderhoudskosten brandweerposten(exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel)

Gebruikersonderhoud brandweerposten Eigenaarsonderhoud Stadsgewest Vlissingen-Middelburg3 Frictiekosten nieuwe kazerne Heinkenszand Frictiekosten nieuwe kazerne Goes-West Investeringsplan Energiebesparende maatregelen Vervanging inventaris brandweerposten Inventaris kazerne Rilland Inventaris kazerne Kloosterzande Inventaris nieuwe kazerne Zierikzee Inventaris nieuwe kazerne Goes-West Inventaris nieuwe kazerne Heinkenszand Totaal

Realisatie 2021 211.246 70.675

Begroting 2022 na 1e wijziging 126.600 72.000

Programma begroting 2023 129.000 73.400 32.500 65.000

26.198 14.663

12.800 25.000

25.000

60.000

322.782

296.400

75.000 65.000 60.000 524.900

3

Na onderzoek is gebleken dat de Stadsgewestelijke Brandweer Middelburg-Vlissingen (SGB) abusievelijk het volledige onderhoudsbudget, bedoeld voor zowel het eigenaarsonderhoud en het gebruikersonderhoud, heeft overgedragen aan VRZ. Afgesproken is dat voor het eigenaarsonderhoud jaarlijks tot een bedrag van € 68.000 in rekening gebracht mag worden bij VRZ. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.

30

1.2.2 Paragraaf Bedrijfsvoering Speerpunten voor bedrijfsvoering in 2023 In lijn met het meerjarenbeleidsplan 2022-2025 van de VRZ ligt de focus ligt voor Bedrijfsvoering in 2023 op de volgende speerpunten: - Menselijk kapitaal is belangrijkste succesfactor van de organisatie. - Een informatiegestuurde organisatie zorgt voor inzicht in prestaties en data gedreven beslissingen. - Duurzaamheid op het gebied van inkoop en huisvesting. - Werken in netwerken In deze paragraaf zullen de speerpunten voor bedrijfsvoering verder toegelicht worden. Daarnaast wordt er stilgestaan bij de impact van Covid-19 op de bedrijfsvoering van de VRZ, wordt er stilgestaan bij een belangrijke ontwikkeling op het gebied van samenwerking met de GGD en de RUD en wordt een rechtmatigheidsverantwoording geleverd. Impact van Covid-19 op de VRZ Het jaar 2021 stond voor een belangrijk deel in het teken van Corona en ook de start van 2022 wordt hierdoor gedomineerd. De bedrijfscontinuïteit, maar ook de ondersteuning door veel medewerkers binnen bedrijfsvoering met een functie in de crisisorganisatie, bepaalt in belangrijke mate ons handelen. Samenwerking GGD, RUD en VRZ Medio 2021 is de verkenning naar de mogelijkheid voor samenwerking tussen GGD, RUD en VRZ afgerond.

Een van de uit te werken sporen in 2022 na besluitvorming over de mogelijke samenwerkingsopties betreft samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering Personeelsbeleid Het menselijk kapitaal managen betekent onder meer het ontwikkelen en introduceren van Strategische Personeelsplanning (SPP). Ons kennisintensieve en specialistische werk vraagt dat we meerjarig vooruitkijken om ook in de toekomst te kunnen blijven voorzien in de invulling van functies bij de brandweer en crisisbeheersing, met name voor de operationele hoofdstructuur. Ook andere functies zullen in het licht van de toenemende krapte op de arbeidsmarkt met steeds meer inspanning ingevuld moeten worden. Onze vrijwilligers vormen een belangrijk onderdeel van onze organisatie. Daarom wordt momenteel gewerkt aan een visie op vrijwilligheid. Met de introductie van een ERP-systeem per 1 januari 2021 is een goede aanloop genomen voor het werken aan een digitale organisatie. Het biedt onder meer betere mogelijkheden om de stuurinformatie op operationeel en het personeelsgebied te verbeteren. Informatievoorziening en automatisering De digitale transitie is mondiaal in volle gang. VRZ heeft in haar meerjarenbeleidsplan de route uitgezet naar (meer) data- en informatie gestuurd werken. Om hier invulling aan te geven is het noodzakelijk dat de hiervoor benodigde systemen, competenties en kennis verworven gaan worden.

Informatiegestuurd werken zal resulteren in een kwaliteitsverbetering in de besluitvorming op alle gebieden. De transitie naar een informatie gedreven organisatie zal de komende jaren een forse inspanning vragen. In 2022 wordt onderzoek gedaan hoe deze ontwikkeling het beste vormgegeven kan worden. Tevens wordt onderzocht welke impact deze ontwikkeling heeft op ICT-infrastructuur, beheer, -ontwikkeling en -ondersteuning. De uitwerking hiervan zal in 2023 plaatsvinden.

31

Met de digitale transitie nemen ook de risico’s met betrekking tot de informatievoorziening toe. Cyberaanvallen zijn aan de orde van de dag en de bescherming van bedrijfsinformatie en privacy wordt steeds belangrijker. Een digitale verstoring kan impact hebben op het functioneren van de Veiligheidsregio zelf. Er kan bijvoorbeeld essentiële informatie verloren gaan, of in de primaire processen kan functie uitval optreden. Om dit te ondervangen zijn een goede cyberveiligheid en cyberweerbaarheid essentieel. De komende jaren geeft Veiligheidsregio Zeeland verder invulling aan de implementatie van de Baseline Informatiebeveiliging Overheden (BIG)/ISO27001. Dit vraagt VRZ de komende tijd een set aan maatregelen te implementeren op zowel technisch als organisatorisch gebied. Naast weerbaarheid op het gebied van informatiebeveiliging en continuïteit is ook privacy een belangrijk thema voor de komende jaren. De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) vraagt VRZ om informatiestromen in beeld te brengen, te classificeren en passende maatregelen te nemen als het gaat om de bescherming van persoonsgegevens. Beide ontwikkelingen gaan gepaard met extra financiële inspanningen. Met het Bestuur zal in de komende periode over de ambities en consequenties verder overleg worden gevoerd. In het jaar 2022 wordt besloten welk document-managementsysteem past bij de ambities van VRZ.

Doorontwikkeling en verandering van systemen levert een constante uitdaging op ten aanzien van de implementatietrajecten en de kosten van licenties laten steevast een stijgende trend zien. Duurzaamheid Mondiaal staan we voor de grote opgave om de komende jaren te verduurzamen en om gelijkheid te bevorderen. Niet alleen nationaal zijn daarvoor afspraken gemaakt. Nederland heeft zich ook gecommitteerd aan VN-doelen op sociaal, economisch en ecologisch terrein: de Sustainable Development Goals (SDG’s ofwel Duurzame Ontwikkelingsdoelen). De SDG’s zijn het leidende mondiale kader voor duurzame ontwikkeling tot 2030. Het jaar 2023 zal bij VRZ in het teken staan van het gezamenlijk verkennen en definiëren van de duurzaamheidsdoelen, mede als afgeleide van de Provinciale Energie Strategie. De uitwerking van de gekozen SDG’s zal in goed overleg met het bestuur plaatsvinden. Naast de wettelijke eisen die gelden voor ons lokaal verlengd Bestuur zal ook de ambitie van het Bestuur leidend zijn voor deze ontwikkeling. Netwerken De VRZ bevindt zich in een omgeving waarin afstemming en coördinatie met ketenpartners en andere organisaties van wezenlijk belang is. Vanuit een samenwerkende overheid zullen steeds meer koppelingen gelegd worden naar andere organisaties en data omgevingen. VRZ zal hiervoor de voorwaarden moeten creëren en de noodzakelijk stappen moeten ondernemen.

Netwerken in een complexe bestuurlijke omgeving is eveneens van belang, o.a. om voorbereid te zijn vanuit onze operationele processen. Maar bijvoorbeeld ook om vroegtijdig betrokken te zijn bij nieuwe wetgevingstrajecten Deze voorwaardelijke naar buiten gerichte houding vraagt om afstemming en participatie in landelijke, (inter)regionale -en grensoverschrijdende netwerken. Rechtmatigheidsverantwoording Al enige tijd wordt er een wetswijziging voorbereid waardoor het Dagelijks Bestuur een rechtmatigheidsverklaring dient op te stellen over het rechtmatig handelen van de organisatie. Rechtmatig handelen is handelen conform wet- en regelgeving. Deze verklaring wordt nu opgesteld door de accountant op basis van zijn jaarlijkse controle. Deze interne oordeelsvorming stelt nadere eisen aan de het stelsel van interne beheersing. De organisatie heeft reeds in 2021 een start gemaakt om dit op het juiste niveau te brengen. Bij de voorbereiding wordt samengewerkt met de Zeeuwse Gemeenten en andere gemeenschappelijke regelingen. Naar verwachting zal 2022 het eerste jaar worden waarin deze verklaring zal worden opgesteld.

32

1.2.3 Paragraaf Financiering Inleiding De paragraaf financiering is samen met het treasurystatuut voorgeschreven in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido). De wet is per 1 januari 2001 in werking getreden. Algemeen Het streven naar de optimale financiering van de gemeentelijke inkomsten en uitgaven (op korte en lange termijn) noemen we treasury-functie. Om deze functie goed uit te voeren, kijken we naar de liquiditeitsontwikkeling van de gemeente en de renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt in Nederland. De treasury-functie voeren wij uit binnen de normen van de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording), de Wet FIDO(Wet Financiering Decentrale Overheden), de Wet HOF (Wet Houdbare Overheids Financiën) en het Treasurystatuut. Doelstelling Het treasurybeleid van de VRZ is gericht op de ondersteuning van de uitvoerende werkzaamheden en heeft een risicomijdend en voorzichtig karakter.

Uitgangspunten zijn: • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden; • De risico’s die aan de financiële transacties zijn verbonden zoveel mogelijk te beheersen en beperken; het betreft het renterisico’s, koersrisico’s en het debiteuren-/crediteurenrisico; • De rentelasten van de leningen zoveel mogelijk beperken; • Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. Uitzettingen In 2013 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF). Deze wet bepaalt onder meer dat Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Daarmee worden de tekorten van gemeenten of provincies door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort, dat volgens de EU-regels niet meer dan 3% mag bedragen (zie 2.3.2 Geprognosticeerd EMU-saldo). Het (eventuele) positieve saldo op de bank wordt dagelijks afgeroomd door het Ministerie van Financiën in het kader van ‘het schatkistbankieren’. Het wetsvoorstel verplicht alle decentrale overheden, dus ook VRZ, om hun overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist.

Een decentrale overheid behoudt, op basis van de wet Fido, de mogelijkheid om leningen te verstrekken en uitzettingen te verrichten uit hoofde van de publieke taak. Deelname aan schatkistbankieren verandert daar niets aan. Financiering Bij financiering gaat het om de vraag hoe we aan financiële en liquide middelen komen (door het aangaan van geldleningen). Om vooral de financieringsrisico’s te beperken staan in de WET FIDO twee instrumenten: de kasgeldlimiet en de rente risiconorm. In de Wet HOF zijn de bepalingen opgenomen die betrekking hebben op het beleggen van overtollige financieringsmiddelen bij de Schatkist, het zogenaamde schatkistbankieren. Dit zijn de drie indicatoren voor het treasury-beleid.

33

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een instrument om de renterisico’s op de netto vlottende schuld te beheersen en bedraagt voor gemeenschappelijke regelingen 8,2% van het begrotingstotaal. Voor VRZ bedraagt de limiet: Berekening kasgeldlimiet Omvang van de begroting op 1 januari 2023 Kasgeldlimiet in procenten van de omvang Kasgeldlimiet in bedrag Opgenomen (kasgeld)leningen < 1 jaar Ruimte

2023 € 38.750.877 8,20% € 3.177.572 €0 € 3.177.572

Het positieve saldo zal naar verwachting de komende jaren ingelopen worden door aflossingen op de langlopende schuld, een toename van de activa, een afname van de vooruit ontvangen subsidies en een afname van de reserves. Renterisico op langlopende schuld Evenals bij de korte schuld is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van VRZ als gevolg van renteschommelingen bij lange financiering een belangrijk uitgangspunt. Om de effecten van deze schommelingen te beheersen is in de wet Fido de renterisiconorm opgenomen. Deze heeft het doel renterisico's op de vaste schuld te beheersen door het aanbrengen van een spreiding in de looptijden van de leningenportefeuille. Door onze langlopende financiering te realiseren binnen de kaders van de renterisiconorm wordt het renterisico van de langlopende schuld op verantwoorde wijze beheerst. Leningenportefeuille

Leningnummer 40.110.820 40.110.839 40.111.707 40.110.883 40.110.882 Totaal Gemiddeld in 2023

Hoofdsom 3.100.000 4.000.000 20.000.000 2.000.000 2.000.000

Leningenportefeuille Looptijd Opnamedatum 25 20-1-2017 15 15-9-2017 17 14-2-2018 15 2-1-2019 15 2-1-2020

Aflossing/jaar 124.000 266.667 1.176.471 133.333 133.333 1.833.804

Rente 1,30% 1,07% 1,22% 1,45% 1,67% 1,26%

Renterisico op de leningenportefeuille Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal Percentage regeling Renterisiconorm

2023 € 38.750.877 20% € 7.750.175

2024 € 38.629.087 20% € 7.725.817

2025 € 38.973.043 20% € 7.794.609

2026 € 39.335.688 20% € 7.867.138

Renteherziening op vaste schuld o/g Aflossingen Renterisico Renterisiconorm Ruimte onder renterisiconorm Overschrijding renterisiconorm

2023 €0 € 1.883.804 € 1.883.804 € 7.750.175 € 5.866.371 €0

2024 €0 € 1.883.804 € 1.883.804 € 7.725.817 € 5.842.013 €0

2025 €0 € 1.883.804 € 1.883.804 € 7.794.609 € 5.910.805 €0

2026 €0 € 1.883.804 € 1.883.804 € 7.867.138 € 5.983.334 €0

34

Financieringsbehoefte en ontwikkeling rentelasten 2022

2023

2024

2025

2026

Liquide middelen 1/1

13.078.457

8.784.056

1.845.129

712.705

712.705

Investeringsplan Afschrijvingen

-2.713.435 3.337.003

-7.909.825 3.232.502

-10.666.545 3.474.341

-7.358.685 3.935.797

-7.142.635 4.285.342

Mutatie Eigen vermogen Mutatie Overl. passiva met spec. bestedingsdoel

-1.994.700 -1.089.465

-427.800 0

-90.700 0

-49.800 0

-16.600 0

Aflossingen

-1.833.804

-1.833.804

-1.833.804

-1.833.804

-1.833.804

Liquide middelen 31/12

8.784.056

1.845.129

-7.271.579

-4.593.787

-3.994.992

Financieringsbehoefte

0

0

7.984.284

5.306.492

4.707.697

8.784.056

1.845.129

712.705

712.705

712.705

0 0 303.800 303.800

0 0 280.800 280.800

0 79.843 257.700 337.543

0 212.751 234.800 447.551

0 312.892 211.900 524.792

Totaal *) Rente (kort) over financieringsbehoefte Rente (lang) over financieringsbehoefte Rente over lopende leningen Totaal

Voor een toelichting wordt verwezen naar paragraaf 2.3.1 waarin een prognose is opgenomen van de balans 2022 t/m 2026. Renteschema 2023: a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering b. De externe rentebasten over de korte en lange financiering Saldo rentelasten en rentebaten

-/-

€ € €

280.800 280.800

c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moeten worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

-/-

€

-

-/-

€

-

+/+

€

-

d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

+/+ +/+

€ € €

280.800

e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

-/-

€

280.800

€

-

f.

Renteresultaat op het taakveld Treasury

35

1.2.4 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Risicomanagement is een onderdeel van goed bestuur (Good Governance) en een belangrijk middel om de continuïteit van de organisatie te waarborgen. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 19 december 2013 is de ‘Notitie Risicomanagement en weerstandsvermogen’ vastgesteld. De notitie is ook in 2023 nog steeds actueel. In deze notitie worden de termen risico’s, weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen als volgt gedefinieerd: • •

Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate VRZ in staat is om omvangrijke tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid aanzienlijk moet worden aangepast. Risico’s moeten in dit verband worden gezien als reële, maar niet altijd te meten, bedreigingen die, ook nadat alles in het werk gesteld is om het optreden ervan te voorkomen, of de gevolgen ervan te verminderen, kunnen leiden tot uitgaven die niet begroot zijn.

Naast de interne behoefte om risico’s in beeld te hebben en te beheersen is er ook vanuit het Rijk wetgeving opgelegd omtrent risico’s. In het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) wordt in artikelen 9 en 26 gesteld dat in ieder geval in de begroting en de jaarrekening een paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt opgenomen. In deze paragraaf worden ten minste opgenomen: • • •

een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; een inventarisatie van de risico's; het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's.

Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is in artikel 11 BBV omschreven als “de middelen en mogelijkheden waarover een organisatie beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken”. Volgens de ‘Notitie weerstandsvermogen en risicomanagement’ wordt de beschikbare weerstandscapaciteit bepaald aan de hand van de post onvoorzien, de algemene reserve en het onbestemde deel van de bestemmingsreserves. Voor de beoordeling van een dergelijke ratio kan gebruik worden gemaakt van de onderstaande waarderingstabel, welke door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit van Twente is samengesteld. Waarrdering weerstandcapaciteit Waarderingscijfer Betekenis x≥ 2,0 A Uitstekend 1,4 ≤ x < 2,0 B Ruim Voldoende 1,0 ≤ x < 1,4 C Voldoende 0,8 ≤ x < 1,0 D Matig 0,6 ≤ x < 0,8 E Onvoldoende x < 0,6 F Ruim onvoldoende Op basis van de jaarrekening 2021 heeft de algemene reserve van VRZ eind 2021 een saldo van € 1.841.733. De jaarrekening 2021 is ten tijde van het opstellen van deze begroting nog niet gereed. De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor

36

onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt daarmee begin 2023 naar verwachting: • • •

Algemene reserve Onttrekking begroting 2022 Post onvoorzien Totaal

€ 1.841.733 -/- € 511.003 € 50.000 € 1.335.730

Benodigde weerstandscapaciteit Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen moet de beschikbare weerstandscapaciteit afgezet worden tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De risico’s die VRZ loopt zijn bepalend voor de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit. Om de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen is het noodzakelijk de risico’s te voorzien van een kwantificering van zowel kans als financiële gevolgen. Door de maximale gevolgen van de individuele risico’s bij elkaar op te tellen ontstaat een te negatief oordeel over het weerstandsvermogen. Immers, het is vrijwel zeker dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd voor zullen doen. Daarnaast zal niet ieder risico zich daadwerkelijk in de maximale omvang voordoen. Een aantal risico’s is qua omvang en waarschijnlijkheid niet in te schatten. Risico’s

01

02

03

04

05

In de begroting 2023 is uitgegaan van een loonkostenstijging van 3,1 %. De VZG norm wordt vergoed via de gemeentelijke bijdragen. De werkelijke loonkostenstijging, als gevolg van de onderhandelingen voor de cao vanaf 2023 of een wijziging in de pensioenpremies, kan hiervan afwijken. Een nadelig verschil nacalculatorisch van 1% over € 23,7 mln. is meegenomen als risico. Het vergroten van de beschikbaarheid van vrijwilligers vormt een belangrijk aandachtspunt de komende jaren. Het risico op uitstroom van brandweervrijwilligers mede als gevolg van vergrijzing, groter dan de instroom, brengt extra kosten voor wervingscampagnes en opleidingen mee om de posten op sterkte te houden. Impact is gebaseerd op de inkoop van een extra opleiding Manschap A voor 12 manschappen ( € 165.000). In de praktijk kunnen dit ook individuele (dag)opleidingen zijn. Uitval (bijv. door ziekte) in die gevallen waarin slechts één persoon bepaalde werkzaamheden verricht met als gevolg tijdelijke inhuur. De toenemende aanscherping van regelgeving rondom P-fas houdende middelen kan mogelijk leiden tot het verder buiten gebruik stellen van (P-fas houdend) blusschuim. Er zal nog worden bezien of het buiten gebruik stellen van dit schuim (deels) moet leiden tot vervanging. Het meerjarig investeringsplan is opgesteld in prijzen 2022. Door de prijsstijgingen van o.a.

grondstoffen, halfgeleiders, chips, halffabricaten en energie die momenteel aan de orde zijn, is het mogelijk dat de geraamde investeringsbudgetten niet voldoende zullen blijken te zijn. Deze prijsstijgingen worden veroorzaakt door marktverstoringen. We ontvangen

Kans op optreden in 2023

Impact 2023 (€)

70%

237.000

Benodigde weerstandscapaciteit 2023 (€) 166.000

90%

165.000

150.000

50%

200.000

100.000

50%

200.000

100.000

90%

70.000

63.000

37

06

07 08 09

10

11

12

13

14

15

16

tevens signalen van producenten dat levertijden hierdoor flink oplopen. Deze ontwikkelingen kunnen de uitvoering van het investeringsplan in de volle breedte raken. De toekomstige kapitaallasten kunnen hierdoor verder oplopen dan nu berekend. In 2023 is het effect van een prijsstijging van ca. 20% over het investeringsplan 2022 berekend als risico. Werkgevers in de sector Overheid en Onderwijs zijn verplicht eigenrisicodrager voor de Werkloosheidswet (WW). Als eigenrisicodrager voor de WW betaalt VRZ de kosten van de WW-uitkering, als (ex)-werknemers werkloos worden Ransomware of andere externe aanval op ICT infrastructuur met financiële schade tot gevolg Risico op hogere kosten vrijwilligers indien meerdere grote incidenten in een jaar voorkomen Risico op juridische procedures, onder andere bij aanbestedingstrajecten en arbeidsgeschillen en geschillen bij toepassing van overige wetgeving Langdurige gripsituatie i.v.m.

bijzondere (langdurige) rampen en crisis met extra kosten tot gevolg zoals bijvoorbeeld Covid-19 in 2020/2021 Niet in kunnen vullen van vacatures op de krappe arbeidsmarkt voor diverse functies en daarvoor duurdere inhuur Risico op een lagere rijksbijdrage (BDUR) als gevolg van ontwikkelingen in de verdeelmaatstaven in Nederland in relatie tot Zeeland en/of een lagere loon- en prijscompensatie dan geraamd VRZ wordt per 2022 of 2023 eigen risicodrager bij ongevallen. Op dit moment hebben alle veiligheidsregio’s nog een ongevallenverzekering. Voorgaande komt onder meer voort uit de marktwerking bij verzekeringsmaatschappijen. De mate waarin het eigenrisicodragerschap vorm gaat krijgen, wordt nog bepaald. Er is de afgelopen jaren (in 2018, 2019, 2020, 2021) sprake van hogere onderhoudskosten van brandweermaterieel en materiaal dan begroot. Dit hangt samen met de ouderdom van de activa. Dit nadeel wordt elk jaar nog als incidenteel beschouwd, omdat het investeringsplan voorziet in de vervanging van veel activa. In de begroting 2023 is het budget tijdelijk verhoogd, waardoor risico en impact lager worden ingeschat dan op basis van de periode 2018 t/m 2021 zou worden verwacht. Stijging brandstofprijzen, tekorten chips en andere zaken. Impact is gekwantificeerd op basis van een prijsstijging van ca. 25% brandstofkosten en schatting van € 50.000 overig.

Bij het opstellen van deze begroting is er sprake van hoge prijzen, die vooralsnog als tijdelijk worden beschouwd. Alleen de VZG-richtlijn is toegepast. Stijging energieprijzen. Impact is gekwantificeerd op basis van een prijsstijging van ca. 25%. Bij het opstellen van deze begroting is er sprake van hoge prijzen, die vooralsnog als tijdelijk worden beschouwd. Alleen de VZG-richtlijn is toegepast.

50%

100.000

50.000

10%

500.000

50.000

25%

175.000

44.000

20%

400.000

80.000

10%

400.000

40.000

20%

200.000

40.000

50%

50.000

25.000

25%

100.000

25.000

25%

100.000

25.000

70%

130.000

91.000

70%

125.000

107.000

38

17 18

19 20 21

22

23 24

25

26

Risico dat de feitelijke kosten van de exploitatie van de Meldkamer Zeeland-Brabant hoger zijn dan begroot. Claims agv wetgeving zoals de AVG De bewaker van de avg is de autoriteit persoonsgegevens en deze heeft de mogelijkheid om boetes op te leggen (tot ca. 4% jaaromzet) Risico op een hogere bijdrage van VRZ aan het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) Claim volgens het niet (goed/volledig) uitvoeren van de Wet Poortwachter Overschrijding van de belastingvrije ruimte WKR met als risico loonheffing verschuldigd zijn over het bedrag van de overschrijding. De ruimte is inmiddels gebudgetteerd; het risico is daarom verlaagd naar 10% De voertuigenverzekering is voor de oudere (brandweer) teruggebracht naar een WA-dekking voertuigen (>15 jr. voor zware voertuigen en >8 jr voor dienstvoertuigen). Dit brengt het risico met zich mee dat in geval van een ongeval, waarbij een ouder voertuig is betrokken, met schuld VRZ, restwaarden moeten worden afgeboekt zonder dat er een verzekeringsvergoeding tegenover staat Rentestijging financieringsbehoefte Risico dat de bijdrage van NV Westerscheldetunnel (tunneltraining) na 2024 niet meer wordt ontvangen. Er is een overeenkosmt afgesloten tot 2024.

WNRA: In het aangeboden rapport ‘De juridische kaders voor maximaal behoud van brandweervrijwilligheid in Nederland’ concluderen de juristen Boogaard, Cuyvers en Verburg dat het Nederlandse stelsel van vrijwillige brandweer grotendeels kan worden gehandhaafd. En dat het goed verdedigbaar is dat taakdifferentiatie niet vereist wordt door Europees recht. Dit geldt onder de voorwaarden dat de rechtspositie van brandweervrijwilligers expliciet gebaseerd wordt op het concept van vrijwilligheid en het contrast tussen vrijwillige brandweer en beroeps wordt verscherpt. De aanleg en onderhoud van primaire bluswatervoorzieningen is de verantwoordelijkheid van gemeenten. Bij niet voldoende aanwezigheid van primaire bluswatervoorzieningen loopt VRZ operationeel risico en daardoor imagoschade en/ of claims van derden Totaal

50%

30.000

15.000

10%

100.000

10.000

25%

40.000

10.000

10%

75.000

7.500

10%

50.000

5.000

10%

50.000

5.000

Nvt in 2023 Nvt in 2023

Nvt in 2023 Nvt in 2023

Nvt in 2023

Nvt in 2023

Nvt in 2023

Nvt in 2023

Niet in te schatten

Niet in te schatten

Niet in te schatten

3.497.000

1.208.500

Nvt in 2023

Beoordeling weerstandsvermogen Op basis van de stand van de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit kan de ratio weerstandsvermogen ultimo 2023 worden bepaald: Beschikbare weerstandscapaciteit Deze uitkomst wordt gepresenteerd in de vorm van een ratio: Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de financieel berekende risico’s in de begroting 2023 is de ratio weerstandsvermogen: Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

€ 1.335.730 € 1.208.500

= 1,11

39

Op basis van de gehanteerde normeringsystematiek door VRZ wordt het weerstandsvermogen van VRZ in de begroting 2023 respectievelijk als “voldoende” geclassificeerd. Indien risico’s daadwerkelijk cumulatief optreden, kan dit mogelijk wel leiden tot een negatief resultaat. In de Notitie risicomanagement en weerstandsvermogen is een maximum bepaald aan het aan te houden weerstandsvermogen. Conform de VZG-richtlijn is hierin opgenomen artikel 25: “Veiligheidsregio Zeeland vormt een reserve ten laste van de gemeentelijke bijdragen aan de uitvoeringskosten tot maximaal 5% van de jaaromzet, inclusief de bijdrage van de deelnemers.” Dat betekent voor 2023 een maximale reserve van 5 % van € 38.750.877 = € 1.937.544. Verloop van de kengetallen Begroting 2023 Kengetallen: Netto schuldquote (NSQ) NSQ gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

2021 Jaarrekening 55,63% 55,63% 11,43% 0 Nvt Nvt

2022 Begroting (na wijz) 59,89% 59,89% 7,08% 0 Nvt Nvt

Begroting 2023-2026 2023 2024 2025 2026 Begroting Meerjarenraming Meerjarenraming Meerjarenraming 70,40% 89,19% 96,77% 103,10% 70,40% 89,19% 96,77% 103,10% 6,20% 4,93% 4,39% 4,06% 0 0 0 0 Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt

De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin VRZ in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. De solvabiliteitsratio neemt naar verwachting af. Het financiële kengetal "structurele exploitatieruimte" geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de organisatie in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. VRZ beschikt in de begroting en meerjarenraming niet over structurele exploitatieruimte. Verwezen wordt naar paragraaf 2.3.1 ‘’Prognose begin- en eindbalans 2022 t/m 2026’ voor meer toelichting op het verloop van de kengetallen.

1.2.5 Paragraaf Verbonden partijen Verbonden partijen zijn in het Besluit ‘Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten’ gedefinieerd als: privaat- of publiekrechtelijke organen, waarin de provincie of gemeente c.q. de gemeenschappelijke regeling een bestuurlijk en financieel belang heeft. VRZ kent geen verbonden partijen.

40

Hoofdstuk 2: Financiële begroting en meerjarenraming

41

Deel 2.1: Uitgangspunten voor de begroting Loon- en prijscompensatie Voor de compensatie van de loon- en prijsontwikkeling in 2023 via de gemeentelijke bijdrage is de VZG-richtlijn van 2,7% gehanteerd. Rekening houdend met 2/3 loonkosten en 1/3 materiële kosten is door de VZG een te hanteren loon- en prijsbijstelling bepaald.

VZG-richtlijn 2023

Loonbijstelling

Prijsbijstelling

3,1 %

1,9 %

Gewogen gemiddelde loon- en prijsbijstelling 2,7 %

In de begroting 2023 is rekening gehouden met de toekenning van loon-en prijscompensatie in de BDUR, die naar verwachting in 2022 en 2023 zullen worden uitgekeerd. Deze zijn nu nog niet bekend. Voor zowel 2022 als 2023 is een bedrag geraamd van € 75.000, samen € 150.000. Loonkosten Uitgangspunt voor de ramingen van de loonkosten zijn de geldende CAR-UWO-tabellen per 1 oktober 2020 en de werkgeverspremies per 1 januari 2022, verhoogd met de afgesproken loonstijging in de CAO 2021-2022 (3,9%) en de VZG-richtlijn 2023 (3,1%). De nieuwe cao vanaf 2023 is nog niet bekend. Er ontstaat dus op een later moment pas duidelijkheid over de werkelijke loonkostenontwikkeling in 2023. Het Individueel Keuzebudget (IKB) is een budget in geld dat elke medewerker maandelijks flexibel kan inzetten voor door hem gekozen doelen. Het IKB bedraagt 17,05%: dat is de optelsom van 6,75% eindejaarsuitkering, 8% vakantietoeslag, 1,5% levensloopbijdrage en 0,8% aan (omgerekend) bovenwettelijk verlof. Formatieplaatsen zijn begroot tegen de werkelijk te verwachten salarislasten, waarbij rekening is gehouden met de normale doorgroei ‘in het salarisgebouw’ en de doorgroei naar uitloopschalen (na 5 jaar beloning in het maximum van de functieschaal). Vacatures zijn begroot op trede 6 van de functieschaal. Inflatie Voor de prijsontwikkeling in 2023 is rekening gehouden met 1,9 % conform de VZG-richtlijn.

Meerjarenraming De meerjarenraming 2023 t/m 2025 is opgesteld in ‘constante prijzen 2023’. Dat wil zeggen, er is voor zowel de lasten als de baten (o.a. gemeentelijke bijdrage en Brede Doeluitkering Rampenbestrijding) geen rekening gehouden met loon- en prijsbijstellingen vanaf 2024. Kapitaallasten De afschrijvingslasten van de activa in de begroting 2023 zijn gebaseerd op de staat van activa eind 2021 en het investeringsplan 2022 t/m 2026. De (maximale) afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de ‘Financiële verordening’ van VRZ. a. b. c. d.

maximaal 40 jaar: nieuwbouw bedrijfsgebouwen; maximaal 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop bedrijfsgebouwen, groot gereedschap; maximaal 20 jaar: liften, haakarmvoertuigen, dompelpompunits, hoogwerkers na revisie, (haakarm)containers, hulpverleningsvoertuigen; maximaal 17 jaar: tankautospuiten, bepakking tankautospuiten;

42

e.

f.

g.

h. i. j. k. l. m.

maximaal 15 jaar: dakbedekking, luchtbehandelingsinstallaties, cv-installaties, elektrische installaties (gebouwen), motorspuitaanhangers, tankwagens, inrichting, productiemachines en/of apparatuur, ademluchtcilinders, reddingsvaartuigen, redvoertuigen (hoogwerkers en autoladders); maximaal 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, verbindingen, overige elektrische installaties, kantoormeubilair, nieuwbouw tijdelijke bedrijfsgebouwen, groot onderhoud bedrijfsgebouwen, kozijnen, netwerkbekabeling, glasvezelverbinding, verlichtingsvoorzieningen, hydraulische redmiddelen, ademluchtvulstation, klim en hijsmiddelen, valbeveiliging, personen- en materiaalbussen, aanhangwagens, (test) ademluchtapparatuur, kleding jeugdbrandweer, bluspakken, gaspakken, chemiepakken, zaagkleding, redvesten, survivalsuits, kettingzagen, aggregaten; maximaal 8 jaar: duikapparatuur/materiaal, hefmiddelen, mobiele dataterminals, explosiemeters, CO-meetapparatuur, explosiemeetapparatuur, stralingsmeetapparatuur, handlampen oplaadbaar, vluchtmaskers; maximaal 7 jaar: personenauto’s, warmtebeeldcamera’s, portofoons/mobilofoons, airbaghoezen; maximaal 6 jaar: automatiseringsapparatuur t.b.v. de gemeenschappelijke meldcentrale; maximaal 5 jaar: lichte motorvoertuigen, software, alarmontvangers/pagers, blushelmen, -laarzen en -handschoenen, paxtassen/AED’s; maximaal 4 jaar: apparatuur t.b.v.

kantoorautomatisering; maximaal 2 jaar: (mobiele) telefoons niet: gronden en terreinen.

In het eerste jaar na ingebruikname van een actief (1e jaar van afschrijving) wordt 100% van de afschrijving berekend. Bij het berekenen van de afschrijvingen wordt rekening gehouden met een reële restwaarde. In de praktijk gebeurt dit dat alleen bij voertuigen. Voor het aantrekken van nieuwe langlopende financiering is rekening gehouden met een rente van 2%. Het percentage is gelijk aan het percentage uit de begroting 2022. Voor de omvang van de financieringsbehoefte wordt verwezen naar de paragraaf financiering. Voor kortlopende financiering is rekening gehouden met een rente van 0%. Vennootschapsbelasting Met ingang van 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (hierna: Vpb). De activiteiten zijn onderworpen aan de Vpb, indien en voor zover zij een onderneming drijven. Een (cluster van) activiteit (en) vormt een onderneming voor de Vpb wanneer aan de volgende drie cumulatieve criteria wordt voldaan. 1. er is sprake van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid, en; 2. er is sprake van deelname aan het economisch verkeer, en; 3. er wordt winst beoogd (het winstoogmerk wordt geacht reeds aanwezig te zijn indien structureel overschotten worden behaald of als incidenteel overschotten worden behaald en in concurrentie wordt getreden).

In 2017 is met de Belastingdienst overeengekomen dat VRZ geen activiteiten uitvoert die vpb-plichtig zijn. Jaarlijks beoordeelt VRZ intern of dit nog steeds het geval is. Onvoorzien De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven. 43

Deel 2.2: Overzicht van baten en lasten en de toelichting 2.2.1 Totaaloverzicht per programma, inclusief meerjarenraming

Saldo van baten en lasten Lasten 1 Programma Toekomstbestendige brandweerzorg 2 Programma Voorbereide crisisorganisatie 3 Overhead en bedrijfsvoering 4 Algemene dekkingsmiddelen 5 Onvoorzien Baten 1 Programma Toekomstbestendige brandweerzorg 2 Programma Voorbereide crisisorganisatie 3 Overhead / bedrijfsvoering 4 Algemene dekkingsmiddelen 5 Onvoorzien Mutaties Reserves Eindtotaal

Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2022 2023 2024 2025 525.400 290.900 50.200 16.200 38.750.877 38.629.087 38.973.043 39.335.688 25.770.623 25.652.672 25.926.181 26.301.387 3.980.263 4.030.731 4.040.146 4.010.857 9.139.991 9.085.684 9.146.716 9.163.444 -190.000 -190.000 -190.000 -190.000 50.000 50.000 50.000 50.000 -38.225.477 -38.338.187 -38.922.843 -39.319.488 -545.700 -545.700 -560.700 -545.700 -17.700 -18.200 -18.800 -18.800 0 0 0 0 -37.662.077 -37.774.287 -38.343.343 --38.754.988 0 0 0 0 -525.400 -290.900 -50.200 -16.200 0

0

0

0

2.2.2 Totaaloverzicht op economische categorie, inclusief meerjarenraming

Saldo van baten en lasten Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 442 Kapitaaloverdrachten - gemeenten 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden Mutaties reserves Baten 710 Mutaties reserves Eindtotaal

Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2023 2024 2025 2026 525.400 290.900 50.200 16.200 38.750.877 38.629.087 38.973.043 39.335.688 23.634.900 23.694.400 23.753.800 23.713.595 150.900 150.900 150.900 150.900 266.100 266.100 66.100 66.100 9.963.291 9.616.862 9.541.762 9.537.067 720.500 718.500 714.500 710.500 410.800 410.800 410.800 410.800 97.500 0 0 0 280.800 331.700 436.400 513.400 3.226.086 3.439.825 3.898.781 4.233.326 -38.225.477 -38.338.187 -38.922.843 -39.319.488 -17.700 -18.200 -18.800 -18.800 -269.700 -269.700 -284.700 -269.700 -6.799.561 -6.799.561 -6.799.561 -6.799.561 -30.862.516 -30.974.726 -31.543.782 -31.955.427 -276.000 -276.000 -276.000 -276.000 -525.400 -290.900 -50.200 -16.200 -525.400 -290.900 -50.200 -16.200 -525.400 -290.900 -50.200 -16.200 0 0 0 0

44

2.2.3 Specificatie per programma naar economische categorie, inclusief meerjarenraming

Saldo van baten en lasten 1 Programma Toekomstbestendige brandweerzorg Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 442 Kapitaaloverdrachten - gemeenten 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 2 Programma Voorbereide crisisorganisatie Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 3 Overhead / bedrijfsvoering Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen 4 Algemene dekkingsmiddelen Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 380 Overige goederen en diensten Baten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 5 Onvoorzien Lasten 380 Overige goederen en diensten Mutaties Reserves 1 Programma Toekomstbestendige brandweerzorg Baten 710 Mutaties reserves

Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2023 2024 2025 2026 525.400 290.900 50.200 16.200 25.224.923 25.106.972 25.365.481 25.755.687 14.772.800 14.773.200 14.772.600 14.755.695 141.500 141.500 141.500 141.500 200.000 200.000 0 0 6.433.841 6.239.412 6.159.312 6.159.617 720.500 718.500 714.500 710.500 206.600 206.600 206.600 206.600 97.500 0 0 0 250.600 295.900 389.300 458.000 2.947.282 3.077.560 3.542.369 3.869.475 -269.700 -276.000 3.962.563

-269.700 -276.000 4.012.531

-284.700 -276.000 4.021.346

-269.700 -276.000 3.992.057

2.954.400 61.100 773.000 167.300 800 23.663

2.968.800 61.100 761.000 167.300 1.000 71.531

2.983.800 61.100 761.000 167.300 1.300 65.646

2.948.100 61.100 761.000 167.300 1.500 71.857

-17.700 9.139.991

-18.200 9.085.684

-18.800 9.146.716

-18.800 9.163.444

6.047.700 6.092.400 6.137.400 6.149.800 9.400 9.400 9.400 9.400 5.000 5.000 5.000 5.000 2.756.450 2.616.450 2.621.450 2.616.450 36.900 36.900 36.900 36.900 29.400 34.800 45.800 53.900 255.141 290.734 290.766 291.994 -37.852.077 -37.964.287 -38.533.343 -38.944.988 -140.000 -50.000

-140.000 -50.000

-140.000 -50.000

-140.000 -50.000

-6.799.561 -6.799.561 -6.799.561 -6.799.561 -30.862.516 -30.974.726 -31.543.782 -31.955.427 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 -525.400 -390.400

50.000 -290.900 -290.900

50.000 -50.200 -50.200

50.000 -16.200 -16.200

-390.400

-290.900

-50.200

-16.200

45

3 Overhead / bedrijfsvoering Baten 710 Mutaties reserves Eindtotaal

Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2023 2024 2025 2026 -135.000 0 0 0 -135.000

0

0

0

0

0

0

0

2.2.4 Overzicht met vergelijkende cijfers uit de concept-jaarrekening 2021 en de begroting 2022 Jaarrekening: 2021 *) Saldo van baten en lasten Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 442 Kapitaaloverdrachten - gemeenten 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 437 Inkomensoverdrachten - Europese Unie 438 Inkomensoverdrachten - overige instellingen en personen Mutaties Reserves Lasten 710 Mutaties reserves Baten 710 Mutaties reserves

-364.514 36.571.788 21.451.878 147.326 979.302 8.911.864 638.407 752.492 0 327.142 3.363.376 -36.936.302 -252.410 -433.972 -6.978.707 -29.065.650 0 -178.331 -27.232 0 -390.498 154.000 154.000 -544.498 -544.498

Eindtotaal -755.012 *) De jaarrekening 2021 van VRZ is nog niet vastgesteld. Deze cijfers kunnen nog wijzigen

Begroting: 2022

Begroting: 2023

675.103 525.400 37.082.827 38.750.877 22.412.800 23.634.900 150.400 150.900 266.500 266.100 9.409.026 9.963.291 736.020 720.500 404.000 410.800 0 97.500 303.800 280.800 3.400.101 3.226.086 -36.407.724 -38.225.477 -15.700 -17.700 -272.300 -269.700 -6.608.972 -6.799.561 -29.162.152 --30.862.516 -98.600 0 -250.000 -276.000 0 0 0 0 -675.103 -525.400 0 0 0 0 -675.103 -525.400 -675.103 -525.400 0

0

Er is geen overzicht opgenomen met vergelijkende cijfers per programma omdat de programmaindeling is gewijzigd ten opzichte van die in de jaarrekening 2021 en de begroting 2022.

46

2.2.5 Incidentele lasten per programma Het overzicht incidentele lasten en baten geeft inzicht in de mate waarin er sprake is van structureel evenwicht of een reëel sluitende begroting. Dit houdt in dat structurele lasten zijn gedekt door structurele baten. Incidentele lasten mogen worden gedekt door incidentele baten, waaronder onttrekkingen aan de reserves. Het gaat hier om een indicatie van de incidentele baten en lasten.

Saldo van baten en lasten 1 Programma Toekomstbestendige brandweerzorg Lasten 110 Salarissen en sociale lasten *) 351 Ingeleend personeel *) 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen *) 442 Kapitaaloverdrachten – gemeenten *) Baten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 2 Programma Voorbereide crisisorganisatie Lasten 380 Overige goederen en diensten 3 Overhead / bedrijfsvoering Lasten 380 Overige goederen en diensten *) 5 Algemene dekkingsmiddelen Baten 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 5 Onvoorzien Lasten 380 Overige goederen en diensten Mutaties Reserves *) 1 Programma Toekomstbestendige brandweerzorg Baten 710 Mutaties reserves 3 Overhead / bedrijfsvoering Baten 710 Mutaties reserves Eindtotaal

Begroting: Begroting: Begroting: Begroting: 2023 2024 2025 2026 487.200 55.700 -185.000 -219.000 503.200 206.700 -34.000 -68.000 66.700 200.000 197.000 17.000 97.500

66.700 200.000 0 15.000 0

30.000 0 0 11.000 0

0 0 0 7.000 0

-75.000 12.000

-75.000 0

-75.000 0

-75.000 0

12.000 135.000

0 0

0 0

0 0

135.000 -12.000

0 0

0 0

0 0

-12.000 50.000

0 50.000

0 50.000

0 50.000

50.000 -516.200 -381.200

50.000 -281.700 -281.700

50.000 -41.000 -41.000

50.000 -7.000 -7.000

-381.200 -135.000

-281.700 0

-41.000 0

-7.000 0

-135.000

0

0

0

172.000

-25.000

-25.000

-25.000

*) In paragraaf 2.3.3 Verwachte stand en verloop van de reserves is een toelichting opgenomen op de projecten die ten laste van de reserves worden uitgevoerd.

In bovenstaand overzicht is er in 2023 sprake van structureel evenwicht. Tegenover als incidenteel aangemerkte baten staan voldoende als incidenteel aangemerkte lasten (m.a.w. structurele lasten zijn hoger dan de structurele baten). Hieronder wordt een toelichting gegeven op deze cijfers: Onderhoud Er is in 2021 (net als in 2018 , 2019 en 2020) meer onderhoud uitgevoerd. Dit hangt samen met de ouderdom van de activa. Deze nadelen zijn in de jaarrekeningen als incidenteel gekwalificeerd, omdat het investeringsplan voorziet in de vervanging van veel activa. In 2022 en 2023 worden lagere afschrijvingslasten verwacht dan begroot. Het verschil van € 197.000 wordt in 2023 incidenteel ingezet om het onderhoudsbudget voor brandweermaterieel en -materiaal te verhogen.

47

Meerjarige tijdelijke geldstromen Meerjarige tijdelijke geldstromen waarvan de eindigheid vastligt vanwege een toekenningsbesluit worden beschouwd als incidentele baten, ook als de geldstroom (nog) langer is dan 3 jaar. Het betreft in 2023 alleen de bijdrage van de NV Westerscheldetunnel voor de tunneltraining (€ 75.000). Deze bijdrage is opgenomen in de risicoparagraaf. Indien deze bijdrage wordt beëindigd is VRZ genoodzaakt de activiteiten die met deze middelen worden uitgevoerd stop te zetten en/of ombuigingen te realiseren. Opleidingen piket Algemeen commandant bevolkingszorg Het Algemeen Bestuur heeft ingestemd met het instellen van één hard piket voor de functie Algemeen commandant Bevolkingszorg bij GRIP 2 (4-5 personen en het instellen van één hard piket voor de functie Algemeen commandant-Bevolkingszorg vanaf GRIP 3 (4-5 personen). Voor opleidingen is incidenteel € 12.000 begroot. Deze kosten worden doorberekend in de gemeentelijke bijdrage bevolkingszorg. Onvoorzien De post onvoorzien van € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven.

48

Deel 2.3: Uiteenzetting financiële positie 2.3.1 Prognose begin- en eindbalans 2022 t/m 2026 Activa Omschrijving Activa

Eind 2021

Eind 2022

Eind 2023

Eind 2024

Eind 2025

Eind 2026

Vaste activa Materiële vaste activa Investeringsplan Afschrijvingen

24.757.480 24.133.912 28.811.235 36.003.439 39.426.327 42.283.620 0 2.713.435 7.909.825 10.666.545 7.358.685 7.142.635 0 -3.337.003 -3.232.502 -3.474.341 -3.935.797 -4.285.342

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar Schatkistbankieren Verwachte mutatie

841.964 841.964 841.964 841.964 11.862.559 11.862.559 7.568.158 629.231 0 -4.294.401 -6.938.927 -1.132.424

841.964 -503.193 0

841.964 -503.193 0

Overige overlopende activa

352.687

352.687

352.687

352.687

352.687

352.687

Liquide middelen

21.247

21.247

21.247

21.247

21.247

21.247

13.078.457

8.784.056

1.845.129

712.705

712.705

712.705

Totaal vlottende activa

37.835.937 32.917.968 30.656.364 36.716.144 40.139.032 42.996.325

49

Passiva Omschrijving Passiva

Eind 2021

Eind 2022

Eind 2023

Eind 2024

Eind 2025

1.841.733 1.713.217

1.788.242 527.020

1.588.242 299.220

1.588.242 208.520

1.588.242 158.720

4.309.962

2.315.262

1.887.462

1.796.762

1.746.962

0

0

0

0

0

Vaste passiva Eigen Vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve Gerealiseerd resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten Subtotaal eigen vermogen Voorzieningen

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Financieringsbehoefte

755.012

25.607.922 23.774.118 21.940.314 20.106.510 26.256.990 0 0 0 7.984.284 5.306.492 25.607.922 23.774.118 21.940.314 28.090.794 31.563.482

Totaal vaste passiva Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan Overlopende passiva met een specifiek bestedingsdoel Overige overlopende passiva

29.917.884 26.089.380 23.827.776 29.887.556 33.310.444

6.759.638

6.759.638

6.759.638

6.759.638

6.759.638

1.089.465 68.950

0 68.950

0 68.950

0 68.950

0 68.950

Totaal vlottende passiva

7.918.053

6.828.588

6.828.588

6.828.588

6.828.588

Totaal passiva

37.835.937 32.917.968 30.656.364 36.716.144 40.139.032

Toelichting De komende jaren is er sprake van een fors investeringsprogramma. Hiervoor wordt verwezen naar bijlage 2.3.4. De boekwaarde van de activa stijgt daardoor van € 24,8 mln. eind 2021 naar circa € 42 mln. in 2026. De lange termijnschulden van VRZ nemen mede hierdoor toe van € 25,6 mln. eind 2021 naar circa € 33 mln. in 2026. De stijging van de lange termijn schulden is geringer dan de stijging van de boekwaarde van de activa, vooral omdat er eind 2021 nog ruim € 11,8 mln. beschikbaar is (schatkistbankieren). Voor de stand en het verloop van de reserves wordt verwezen naar paragraaf 2.3.3.

50

2.3.2 Geprognosticeerde EMU-saldo Omschrijving

2022 x € 1000,-

2023 x € 1000,-

2024 x € 1000,-

2025 x € 1000,-

2026 x € 1000,-

Volgens gewijzigde begroting 2022

Volgens begroting 2023

Volgens meerjarenraming in begroting 2023

Volgens meerjarenraming in begroting 2023

Volgens meerjarenraming in begroting 2023

1.

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

-1.186

-525

-291

-50

-16

2.

Mutatie (im)materiële vaste activa

-623

4.677

7.192

3.423

2.857

3.

Mutatie voorzieningen

4.

Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)

5.

Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa -563

-5.202

-7.483

-3.473

-2.873

Berekend EMU-saldo

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11531181/1