2022-16a. Ontwerpbestemmingsplan Abdijstraat 2 Kapelle
Tekst van het document
bestemmingsplan
Abdijstraat 2 Kapelle Kapelle
DATUM IMRO IDN
12-01-2022 NL.IMRO.0678.kapbiezHZ015-OW01
PROJECT PROJECTLEIDER
J.A. van Broekhoven
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
44003037.20210780
AUTEUR STATUS
ontwerp
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoudsopgave
Toelichting
6
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging plangebied
7
1.3
Geldend bestemmingsplan
8
1.4
Opzet van de toelichting
9
Hoofdstuk 2
Projectbeschrijving
10
2.1
Huidige situatie plangebied en directe omgeving
10
2.2
Beoogde ontwikkeling
11
Hoofdstuk 3
Beleidskader
15
3.1
Rijksbeleid
15
3.2
Provinciaal beleid
17
3.3
Regionaal beleid
18
3.4
Gemeentelijk beleid
20
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
23
4.1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
23
4.2
Watertoets
23
4.3
Ecologie
24
4.4
Cultuurhistorie en archeologie
29
4.5
Bodem- en grondwaterkwaliteit
32
4.6
Verkeer en parkeren
33
4.7
Bedrijven en milieuhinder
37
4.8
Geluid
39
4.9
Luchtkwaliteit
41
4.10
Externe veiligheid
43
4.11
Duurzaamheid
46
4.12
Kabels en leidingen
47
Toelichting op de juridische regeling
48
5.1
Wettelijk kader
48
5.2
Opzet van de bestemmingsregeling
48
5.3
Gehanteerde bestemmingen
49
Hoofdstuk 5
3/343
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
50
6.1
Economische uitvoerbaarheid
50
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
50
Bijlagen toelichting
51
Bijlage 1
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
53
Bijlage 2
Watertoets
79
Bijlage 3
Quickscan flora en fauna
83
Bijlage 4
Memo stikstofberekening
115
Bijlage 5
AERIUS berekening
127
Bijlage 6
AERIUS berekening gecumuleerd
133
Bijlage 7
Archeologisch onderzoek
145
Bijlage 8
Eindrapport verkennend bodemonderzoek
181
Bijlage 9
Onderzoek wegverkeerslawaai
271
Bijlage 10
Rekenresultaten Industrielawaai
303
Bijlage 11
Rekenresultaten cumulatie geluid
307
Regels Hoofdstuk 1
309 Inleidende regels
310
Artikel 1
Begrippen
310
Artikel 2
Wijze van meten
314
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
315
Artikel 3
Recreatie - Volkstuin
315
Artikel 4
Wonen
316
Artikel 5
Woongebied
319
Artikel 6
Waarde - Archeologie - 1
322
Algemene regels
325
Artikel 7
Algemene afwijkingsregels
325
Artikel 8
Algemene bouwregels
326
Artikel 9
Algemene aanduidingsregels
327
Artikel 10
Algemene gebruiksregels
328
Hoofdstuk 3
4/343
Artikel 11
Algemene procedureregels
329
Artikel 12
Algemene wijzigingsregels
330
Artikel 13
Anti-dubbeltelregel
331
Artikel 14
Overige regels
332
Overgangs- en slotregels
333
Artikel 15
Overgangsrecht
333
Artikel 16
Slotregel
334
Hoofdstuk 4
Bijlagen regels Bijlage 1
5/343
337 Beeldkwaliteitsplan seniorenhofje Abdijstraat, Biezelinge
339
Toelichting
6/343
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Abdijstraat in Biezelinge is 'De Fruitschuur' gevestigd. De aanwezige winkel is reeds sinds zomer 2021 niet meer als zodanig in bedrijf. De initiatiefnemers willen op deze locatie de voormalige winkel transformeren tot een woning met bed & breakfast en lunchroom. Op het restant van het kavel worden 10 seniorenwoningen gerealiseerd. Het gaat om de locatie die kadastraal bekend staat als KPL01-E-3385. Daarnaast heeft de eigenaar van de woning op Ganshoekweg 13 het voornemen een deel van het aan de zuidzijde van zijn woning grenzende perceel (KPL01-E-3384) bij zijn tuin te betrekken en hier een bijgebouw te bouwen. In het geldende bestemmingsplan 'Kapelle - Biezelinge' heeft de locatie de bestemmingen 'Detailhandel' en 'Agrarisch'. De beoogde ontwikkeling past niet binnen deze bestemming. Om de gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken is met de gemeente Kapelle overeengekomen een nieuw bestemmingsplan op te stellen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt in het zuiden van Biezelinge in de gemeente Kapelle. De locatie ligt tussen de Abdijstraat, de Ganshoekweg en de Schotwegje. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan de kern van Biezelinge waar woningen aanwezig zijn. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan agrarische percelen waar het voornemen bestaat detailhandel te realiseren. De oostgrens van het plangebied wordt gevormd door de Abdijstraat. Aan de andere zijde van de Abdijstraat staat een rij woningen die grenst aan het industrieterrein Smokkelhoek. De ligging van het plangebied is op figuur 1.1 weergegeven.
7/343
Figuur 1.1 Ligging plangebied Biezelinge (Bron: Google Maps)
1.3
Geldend bestemmingsplan
Het geldende bestemmingsplan ter plaats van het plangebied is het op 9 februari 2010 vastgestelde bestemmingsplan 'Kapelle - Biezelinge'. Het plangebied heeft hierin de bestemming 'Detailhandel' en de bestemming 'Agrarisch'. Daarnaast geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 1'. Gronden met de bestemming 'Detailhandel' zijn bestemd voor detailhandel en dienstverlening, wonen in een woning de de bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen en water. Op het perceel ligt een bouwvlak waar de maximale goothoogte 4 meter bedraagt. De gronden met de bestemming 'Agrarisch' zijn bestemd voor grondgebonden bedrijven, wonen in een bedrijfswoning, aan de bestemming ondergeschikte extensieve dagrecreatie met bijbehorende recreatieve fiets-, wandel- en ruiterpaden en de daarbij behorende voorzieningen. En bij de bestemming 'Agrarisch' behorende voorzieningen, zoals groen, sloten en watergangen, laad- en losvoorzieningen, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. In het oostelijk deel van het plangebied is binnen de bestemming Agrarisch een bouwvlak aanwezig, waarbij een maximale goothoogte van 4 meter geldt. Gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 1' zijn tevens bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.
8/343
Tenslotte ligt het hele plangebied in de gebiedsaanduiding 'geluidszone - industrie' die afkomstig is van industrieterrein 'Smokkelhoek'. Met betrekking tot de 'geluidszone - industrie' geldt dat binnen deze zone geen nieuwe geluidsgevoelige objecten toegestaan zijn.
Figuur 1.2 Aanduiding plangebied in geldend bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijke Plannen)
1.4
Opzet van de toelichting
De opzet van de plan toelichting is als volgt. In hoofdstuk 2 worden de huidige en beoogde situatie van het plangebied beschreven; In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader; In hoofdstuk 4 zijn de resultaten vermeld van de toetsing aan milieu- en overige aspecten; Hoofdstuk 5 bevat de juridische planbeschrijving; Hoofdstuk 6 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
9/343
Hoofdstuk 2
2.1
Projectbeschrijving
Huidige situatie plangebied en directe omgeving
Het plangebied ligt aan de rand van de kern Biezelinge, tussen woningen, agrarische grond en bedrijventerrein Smokkelhoek en heeft een oppervlakte van ongeveer 6.000 m2. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door de Abdijstraat en aan de westzijde door de Ganshoekweg en Schotwegje. De gronden zijn kadastraal bekend als KPL01-E-3385 en (deels) KPL01-E-3384. De Fruitschuur was een verkooppunt waar een breed assortiment groenten, aardappelen en fruit werd verkocht. Verder was er ook een ruime sortering aan diervoeding en dierbenodigdheden aanwezig. Aan de westkant zijn een tweetal volkstuintjes aanwezig. De gronden tussen de volkstuintjes en de bebouwing behorende bij de 'Fruitschuur' zijn deels ingericht als boomgaard en deels verhard, op de verharding is een afdak aanwezig. De gronden langs de Abdijstraat zijn bestemd als 'Detailhandel', 'Wonen', 'Tuin' en 'Agrarisch' waardoor een gevarieerd straatbeeld is ontstaan. Grenzend aan de Abdijstraat zijn met name woningen aanwezig. Dit zijn vooral vrijstaande woningen of twee onder één kap woningen. Ten zuiden van het plangebied is een boomgaard aanwezig. Op deze gronden zijn plannen om detailhandel te realiseren. Aan de oostzijde van de Abdijstraat ligt bedrijventerrein Smokkelhoek. Dit bedrijventerrein is ontwikkeld voor lokale en regionale bedrijvigheid.
Het betreft hier bedrijven die zijn verplaatst vanuit de kernen Kapelle en Biezelinge. De reguliere woningen, detailhandel, industrie en agrarische grond maken dit gebied tot een multifunctioneel gebied. Op circa 400 meter ten noorden van het plangebied loopt het treinspoor tussen Vlissingen en Roosendaal. Op circa 500 meter ten zuiden van het plangebied loopt de provinciale weg N289 en de rijksweg A58.
10/343
Figuur 2.1 Luchtfoto plangebied (Bron: Luchtfoto 2020 Kadaster Nederland)
2.2
Beoogde ontwikkeling
Abdijstraat 2 Aan de westzijde van het perceel aan de Abdijstraat 2 zullen 10 seniorenwoningen worden gebouwd. De woning en de schuur blijven gehandhaafd. Hierin zal naast de bestaande woning een Bed & Breakfast en lunchroom komen. Om dit te kunnen realiseren worden de overige opstallen gesloopt (zie figuur 2.2). Het initiatief van de B&B, lunchroom en seniorenwoningen vormt een totaalconcept. In de vorm van een kleinschalige lunchroom willen initiatiefnemers een ontmoetingslocatie tussen bewoners en de omgeving creëren. Daarbij worden twee gastenkamers gecreëerd (de B&B), waarin onder andere familie of ander bezoek van de senioren kunnen overnachten. Deze gastenkamers kunnen ook door anderen gehuurd worden. De 10 seniorenwoningen zijn opgedeeld in twee volumes. Aan de noordzijde van het plangebied worden 4 woningen gebouwd en westzijde worden 6 woningen gebouwd. De 4 woningen aan de noordzijde zijn éénlaagse woningen met twee slaapkamers, een woonkamer/keuken en een badkamer. De woningen zijn circa 8,5 meter breed en hebben een diepte van circa 10 meter. De bouw- en goothoogte bedragen circa 5,5 meter en 3 meter. De woningen hebben in de bestaande schuur ieder een eigen berging. De 6 woningen aan de oostzijde zijn tweelaagse woningen. De begane grond bestaat uit met een slaapkamer, een woonkamer/keuken en een badkamer. Het daglicht treedt via dakvenster de woonkamer/keuken en
11/343
slaapkamer binnen. Op de eerste verdieping is ruimte voor nog een slaapkamer en badkamer. De woningen zijn circa 7 meter breed en hebben een diepte van circa 11 meter. De bouw- en goothoogte bedragen circa 7 meter en 3,5 meter. Aan de achterzijde hebben de 6 woningen ieder een eigen berging en is een gemeenschappelijk erf aanwezig. Aan de zuidzijde van het plangebied zijn 19 parkeerplaatsen beschikbaar. De stedenbouwkundige opzet bestaat uit een heldere blokstructuur en qua volume aansluit bij de gebouwen in de nabije omgeving. De initiatiefnemers gaan in de te handhaven woning wonen. Grenzend aan de Abdijstraat hebben de initiatiefnemers de beschikking over een privé tuin. De te handhaven schuur wordt heringericht als lunchroom (circa 100 m2 bvo) met een B&B op de eerste verdieping. Aan de voorzijde van de lunchroom wordt een terras gerealiseerd. De bewoners van de te handhaven woning hebben de beschikking over een privé parkeerplaats waar ruimte is voor zowel de eigen parkeerbehoefte als die van de gasten van de B&B. Voor de bewoners is aan de noordkant van het plangebied een opstelplaats voor ondergrondse vuilcontainers aangelegd. Het plangebied zal een groene uitstraling hebben waarbij een moestuin en meerdere fruitbomen op de locatie sieren. Om het plangebied wordt een groene haag aangelegd.
Aan de noordkant van het plangebied is een in- en uitgang aangelegd voor voetgangers en fietsers. Aan de zuidkant moet een in- en uitrit voor het autoverkeer. Via deze zijde zijn de parkeerplaatsen bereikbaar.
Figuur 2.2 De te slopen en te handhaven bebouwing (Bron: Kort Geytenbeek Architecten)
12/343
Figuur 2.3 De beoogde situatie (Bron: Kort Geytenbeek Architecten)
Figuur 2.4 Artist impression (Bron: Kort Geytenbeek Architecten) Ganshoekweg 13 Aan de westzijde van het plangebied (zie figuur 2.5) wordt een schuur gebouwd. De schuur is circa 9 meter breed en 13 meter lang en is bedoeld voor privé gebruik. De schuur heeft een nokhoogte van 5 meter en een goothoogte van circa 2,9 meter.
13/343
Figuur 2.5 De te realiseren schuur (Bron: Kadaster, bewerkt)
Figuur 2.6 Schetsontwerp beoogde schuur (bron: Jeanette Hoogesteger architect)
14/343
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Aan de hand van een toekomstperspectief 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is.
Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten; dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.
Voor dit project relevante nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving.
15/343
Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Keuzes De belangrijkste keuzes zijn: Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit. Ruimte voor overgang naar een circulaire economie. Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden. Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de fysieke leefomgeving. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. Toetsing en conclusie Het planvoornemen is op nationaal niveau dermate kleinschalig dat het geen invloed heeft op de nationale belangen. Het beleid inzake het mogelijk maken van tien seniorenwoningen wordt dan ook neergelegd bij de decentrale overheden.
De Nationale Omgevingsvisie wordt gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau en heeft geen directe belangen die geborgd moeten worden ten aanzien van het plangebied en de beoogde ontwikkeling. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent een aantal nationale belangen zoals genoemd in de NOVI. Dit initiatief raakt geen rijksbelangen uit het Barro. 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening en de ladder voor duurzame ontwikkeling In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, artikel 3.1.6 lid 2) is opgenomen dat bij een ruimtelijk plan, dat een nieuw stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen moet worden. De reden hiervoor is om een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte in Nederland te bevorderen. Een stedelijke ontwikkeling houdt in dat er nieuwe bebouwing wordt toegevoegd aan de huidige bebouwing. De ladder bestaat uit twee stappen: de eerste stap bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. De tweede stap omvat, indien de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Toetsing en conclusie De ladderonderbouwing is op basis van jurisprudentie pas nodig vanaf 12 woningen.
Voorliggende ontwikkeling voorziet in 10 woningen. De ontwikkeling is van dusdanig kleinschalige omvang (10 extra woningen) dat geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Bovendien is de ontwikkeling gelegen in het stedelijk gebied. Een uitgebreide onderbouwing van de ladder is niet noodzakelijk. Het voornemen is het toestaan van tien extra woningen die grotendeels binnen de bestaande bouwvlakken worden gerealiseerd. Daarnaast is op basis van de Agenda 'Woningmarktafspraken De Bevelanden 2020 - 2030' in Kapelle behoefte aan woningen in centrum
16/343
dorpse en stedelijk woonmilieus. De ontwikkeling sluit dan ook aan bij de behoefte. Het beleid geformuleerd in het Bro vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsplan Zeeland 2018 Inzet van beleid Het Omgevingsplan Zeeland 2018 bevat de hoofdlijnen van het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan heeft betrekking op de onderwerpen economie, ruimte, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. Het Omgevingsplan 2018 bevat slechts beperkt nieuw beleid ten opzichte van het Omgevingsplan 2012-2018. Het Omgevingsplan Zeeland 2018 beoogt naast een concrete invulling voor de vier grote strategische opgaven (duurzame en concurrerende economie, klimaatbestendige en neutrale samenleving, waardevolle leefomgeving en toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfsomgeving) ook een eerste aanzet te geven voor de lange termijn strategische doelen. De verantwoordelijkheid voor het ruimtelijk beleid wordt primair bij de samenwerkende gemeenten gelegd. De provincie beperkt zich tot het bevorderen van de regionale samenwerking en het bewaken van een aantal eigen belangen. Toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfsomgeving Stedenbeleid In Zeeland is er sprake van een trek naar de steden en neemt de totale behoefte aan extra woningen in Zeeland de komende tien jaar geleidelijk af naar nul. Door de aanvullende woningbouw te concentreren in stedelijk gebied wordt niet alleen gebouwd waar de markt om vraagt, maar wordt ook het draagvlak voor voorzieningen in de directe omgeving behouden.
Daarnaast zal het nodig blijven om de woningbouw in dorpen te faciliteren, dit zal dan primair via herstructurering, inbreiding binnen de bestaande kern, vervangende nieuwbouw en het verleggen van bestaande plannen naar nieuwe kansrijke locaties moeten gebeuren. Bij woningbouw staan de ruimtelijke doelen van bundeling en zorgvuldig ruimtegebruik hoog op de agenda. Het is van provinciaal belang dat Zeeuwse steden de sociaaleconomische motor blijven van de provincie. Wonen Door vergrijzing en ontgroening neemt het aantal gezinnen af en (oudere) alleenstaande huishoudens juist toe. Hierdoor neemt de behoefte aan woningen nabij voorzieningen in steden en centrumkernen toe. Woningbouwprojecten hebben een gemeentegrensoverschrijdende impact. Het omgevingsplan benadrukt dan ook het belang van regionale woningmarktafspraken. De regionale woningmarktafspraken zijn bedoeld om regionaal woningbouwbeleid vast te stellen en dienen als onderbouwing van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Toetsing Het planvoornemen is een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied, op korte afstand van voorzieningen. De gemeente Kapelle is onderdeel van de regio Bevelanden. De woningmarktafspraken van deze regio zijn in de Agenda Wonen in De Bevelanden 2020 opgenomen. Hierin is aangegeven dat er in Kapelle meer behoefte is aan centrum dorpse woningen.
Vanuit de markt is mede door de vergrijzing een toenemende vraag naar levensloopbestendige woningen. Daarmee voldoet de ontwikkeling van 10 extra woningen in een behoefte.
17/343
Conclusie De ontwikkeling is in overeenstemming met het Omgevingsplan 2018. 3.2.2 Provinciale Omgevingsverordening Provincie Zeeland 2018 Een aantal onderwerpen uit het Omgevingsplan is juridisch vertaald in de Provinciale Omgevings verordening 2018. Voor woningbouw zijn in de omgevingsverordening alleen regels opgenomen voor kleinschalige woningbouw in het buitengebied. Verder zijn er algemene regels opgenomen die betrekking (kunnen) hebben op zowel het buitengebied als het bestaand stedelijk gebied. Een beperkt aantal regels heeft vooral betrekking op stedelijke functies. Van gemeenten wordt een bijdrage verwacht aan de uitvoering van de beleidsdoelen. Verder streeft de provincie naar realisering van beleidsdoelen met de inzet van andere instrumenten. Daartoe wordt verwezen naar de inhoud van het Omgevingsplan. Toetsing en conclusie In de Verordening Ruimte zijn geen specifieke regels opgenomen over de ontwikkeling van seniorenwoningen of de locatie.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regionale Woningmarktafspraken De regio De Bevelanden heeft regionale woningmarktafspraken opgesteld en opgenomen in de 'Woningmarktafspraken De Bevelanden 2020 - 2030' (mei 2020). In dit document zijn de volgende uitgangspunten opgenomen: Algemeen Niet méér bouwen dan de behoefte; Uitsluitend producten die echt iets toevoegen; goede producten op goede plekken; Lokaal maatwerk, aansluiten bij DNA van de plek; Flexibiliteit in de plannen; Onderling bespreken en afstemmen aan de voorkant. Ruimtelijk Hoge dichtheid in de kernen, lage in het landschap; In principe binnen de kernen, bij voorzieningen; Inbreiden voor uitbreiden; Vooral focus op kleine huishoudens in stad en dragende kernen; Inzetten op “mooie woondorpen”. Programmatisch Duurzaam, extra energiebesparende maatregelen; Levensloop- en toekomstbestendig; Aandacht voor groen en water;
18/343
Omvang voorraad sociale huurwoningen gelijk; Extra middenhuurwoningen; Meer hoogwaardige grondgebonden nultreden en semipermanente woningen. Vanuit het afsprakenkader wordt ingezet op: 1. Realistische woningbouwproductie met ambitie. Binnen het programma wordt ruimte gecreëerd om in te kunnen spelen op de behoefte uit de markt. 2. De juiste kwaliteit, Product Markt Combinaties en woonmilieus. Er wordt gestreefd naar een optimale match tussen vraag en aanbod. Toetsing en conclusie Met de bouw van de seniorenwoningen wordt voorzien in de bouw van woningen voor kleine huishoudens en daarmee in de invulling van een actuele woningbehoefte. De ontwikkeling sluit daarmee aan op de regionale woningmarktafspraken. 3.3.2
Regionale woonvisie
Met de Regionale Woonvisie De Bevelanden 2019 - 2023 beogen de vijf Bevelandse gemeenten inzicht te geven in de gezamenlijke missie en ambities van de regiogemeenten op het gebied van het wonen (oktober 2019). De visie is een parapluvisie voor verdere uitwerking in lokaal beleid. De Regionale Woonvisie bevat de volgende missie: 'Wij willen een aantrekkelijke regio zijn waar men graag woont, met een regionaal passend, duurzaam en toekomstbestendig woningaanbod'. Vanuit deze missie zijn de volgende vijf ambities geformuleerd: 1. De Bevelanden zet in op een duurzame en toekomstbestendige woningvoorraad. De Bevelanden heeft forse ambities op het gebied van duurzaamheid. In de woningvoorraad kan nog veel energie bespaard worden. 2. De Bevelanden voor iedereen. De regio De Bevelanden wil een complete regio zijn, met een passend woningaanbod voor jong en oud, rijk en arm, kleine en grote huishoudens, met en zonder ondersteuning, permanent en tijdelijk. 3. De Bevelanden zet alleen in op nieuwbouw die echt iets toevoegt. De Bevelanden streeft naar evenwicht in vraag en aanbod op de woningmarkt. De verwachte huishoudensgroei is de belangrijkste onderlegger voor het regionale woningbouwprogramma. 4. De Bevelanden benut het bestaande. De Bevelanden streeft naar een toekomstbestendige woningvoorraad.
Dit betekent continu investeren in onderhoud, aanpasbaarheid en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Naast de focus op vastgoed zal er ook aandacht moeten zijn voor de aanpak van sociale problematiek en de kwaliteit van de openbare ruimte. 5. De Bevelanden zorgt. Regio De Bevelanden wil een zorgzame regio zijn, waar vraag en aanbod naar wonen met zorg in balans zijn, ook voor de meest kwetsbare groepen. Hierbij ziet de regio kansen voor innovatieve vormen van wonen met zorg die de diversiteit aan woonmilieus voor regionale woningmarkt als geheel zullen vergroten.
19/343
Toetsing en conclusie De ontwikkeling van de seniorenwoningen is naar aanleiding van de marktvraag. Waar voorheen het doel was levensloopbestendige- en gezinswoningen te realiseren worden nu seniorenwoningen gebouwd. Dit is in overleg met gemeente gebeurt omdat is gebleken dat hier meer behoefte aan is. De ontwikkeling geeft daarmee invulling aan het beleid uit de Woonvisie.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Gemeente Kapelle Structuurvisie 2012-2030 De gemeente Kapelle heeft de Structuurvisie 2012-2030 opgesteld. Met de Structuurvisie geeft de gemeente richting aan de gewenste toekomst van de gemeente. Behoud en versterking van de kernkwaliteiten staat voorop: een uitstekend woon- en leefklimaat; een prima voorzieningenniveau; voldoende werk in de gemeente; aantrekkelijk voor recreatie.
20/343
Figuur 3.1 Uitsnede structuurvisie gemeente Kapelle (Bron: Structuurvisie Kapelle 2012 - 2030) Net als in andere gemeenten in Zeeland speelt vergrijzing een rol. Vanuit de eigen woningbehoefte komt er meer vraag naar woningen voor ruime eenpersoonshuishoudens. De belangrijkste opgave uit de structuurvisie is het aanpassen van de huidige woningvoorraad zodat ouderen langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Toetsing en conclusie In figuur 3.1 is te zien dat het plangebied en de omgeving is aangeduid voor behoud en versterking woon- en leefklimaat kernen. De ontwikkeling deels een herontwikkeling van een bestaande (bedrijfs)woning maar ook nieuwbouw van seniorenwoningen. Het gevolg hiervan is een aanpassing in de huidige woningvoorraad zodat ouderen langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Zodoende sluit de ontwikkeling aan bij de doelen uit de structuurvisie. 3.4.2 Woonvisie gemeente Kapelle 2017+ In mei 2017 heeft de gemeente Kapelle een nieuwe woonvisie vastgesteld. In deze woonvisie benoemd de gemeente Kapelle belangrijke kansen en uitdaging die zij zien voor de Kapelse woningmarkt en ambities en koers op lange termijn. De woonvisie sluit aan bij de ambities zoals neergelegd in de Structuurvisie: behouden en versterken van wat Kapelle definieert, namelijk een aantrekkelijke woon- en leefomgeving.
De uitvoeringsagenda bevat de prioriteitenstelling, te voeren beleid en instrumenten die de gemeente voorstelt voor de komende vijf jaar en een doorkijk naar tien jaar. Naast het realiseren van kleinschalige nieuwbouw om op korte termijn aan de woningvraag te voldoen, richt het zich op verbetering van de bestaande woningvoorraad op de langere termijn.
21/343
Toetsing en conclusie De kleinschalige nieuwbouw voldoet op langere termijn aan het uitbreiden van de woningvoorraad en sluit kwalitatief gezien ook aan op de woningvoorraad. De ontwikkeling sluit aan bij de doelen uit de woonvisie. 3.4.3 Strategisch Kompas In het Strategisch Kompas van de gemeente Kapelle is de ambitie opgenomen dat het woningaanbod woonruimte biedt voor ‘iedereen’, waarbij het kenmerk van de gemeente is dat je er dorps woont in het groen. Door te streven naar een aantrekkelijk woonklimaat voor zowel jonge gezinnen als ouderen kiest de gemeente voor een actieve sturing op een evenwichtige bevolkingsopbouw met bijpassende woningen, verspreid over de kernen. Toetsing en conclusie Onderliggende ontwikkeling betreft een herstructurering om seniorenwoningen mogelijk te maken. De ontwikkeling sluit dan ook aan bij de kwalitatieve vraag naar woningen voor ouderen.
22/343
Hoofdstuk 4
4.1
Omgevingsaspecten
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing is als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Onderzoek In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op; een oppervlakte van 100 hectare of meer, of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de ontwikkeling van 10 woningen, B&B en lunchroom. De ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Alhoewel de beoogde ontwikkeling onder de drempelwaarde blijft is middels een m.e.r.-beoordelingsnotitie onderzocht of sprake is van belangrijke nadelige milieueffecten. De m.e.r.-beoordelingsnotitie is opgenomen in bijlage 1. Het bevoegd gezag dient op basis hiervan een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is.
4.2
Watertoets
Toetsingskader Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Scheldestromen, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Ten behoeve van de beoogde ontwikkelingen is het
23/343
aanmeldformulier van het waterschap voor de watertoets ingevuld (zie bijlage 2). Dit aanmeldformulier wordt voorgelegd aan het waterschap. Toetsing en conclusie Uit het aanmeldformulier blijkt dat er geen belangrijke aandachtspunten voor de waterhuishouding zijn.
4.3
Ecologie
Toetsingskader Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht tot één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Wnb en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt beschermd door de Wro. Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Soortenbescherming In het Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen:
24/343
soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldoen moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden.
De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bij de voorbereiding van de ruimtelijke onderbouwing moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. Uitwerking Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zeeland In de provincie Zeeland worden in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage IV bij deze verordening. Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, meerkikker, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos , wezel en woelrat. Onderzoek Gebiedsbescherming Natura 2000/Natuurbeschermingswet Het plangebied maakt geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura-2000. De afstand tot Natura 2000-gebieden bedraagt circa 1.400 meter. Dit betreft het Natura 2000-gebied 'Westerschelde & Seaftinghe'.
Op circa 1.800 meter bevindt zich het Natura 2000-gebied 'Yerseke en Kapelse Moer' (zie figuur 4.1). Gelet op deze afstand zal nieuwbouw van 10 woningen geen effect hebben op dit gebied. De gevolgen voor verzuring en vermesting zijn niet op voorhand uit te sluiten daarom is onderzoek uitgevoerd naar de stikstofdepositie. De memo met uitgangspunten en uitkomst is opgenomen in bijlage 4. Uit berekeningen voor de gebruiksfase blijkt dat er geen sprake is van stikstofdeposities die hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j op Natura 2000-gebied (zie bijlagen 5 en 6).
25/343
Figuur 4.1 Ligging van de planlocatie (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (Bron: Provincie Zeeland) Natuurnetwerk Zeeland Het plangebied ligt niet in een gebied dat begrensd is in het kader van het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ). Het meest dichtstbijzijnde gebied wat deel uitmaakt van het NNZ ligt op ongeveer 350 meter. Dit is het gebied 'Weeltje bij Biezelinge'. Op circa 450 meter bevindt zich het NNZ gebied 'Smokkelhoek'. De geplande activiteit ligt op geruime afstand van beide gebieden. De bouw en het gebruik van de woningen hebben vanwege de afstand en de ligging geen negatief effect op de natuurwaarden van de gebieden die zijn begrensd in het kader van Natuurnetwerk Zeeland.
26/343
Figuur 4.2 Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzicht van Natuurnetwerk Zeeland (Bron: Provincie Zeeland) Soortenbescherming Voor de ontwikkeling is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 3. De conclusies van deze quickscan worden hierna kort weergegeven: Vleermuizen
27/343
In de te transformeren en/of te slopen opstallen bevinden zich geen openingen waar gebouwbewonende vleermuissoorten gebruik van kunnen maken. Er is tevens geen sprake van een belangrijke functie van het plangebied als vliegroute en/of foerageergebied voor vleermuizen. Vanuit de Wet natuurbescherming bestaan er, op de zorgplicht na, geen verdere verplichtingen ten aanzien van deze soortgroep. Aanvullend onderzoek en/of een ontheffing zijn niet nodig. Vogels met een vaste verblijfplaats Tijdens het veldonderzoek zijn geen nesten of andere sporen van vogelsoorten met een vaste verblijfplaats of andere broedvogelsoorten aangetroffen in het plangebied. De aanwezige bebouwing is niet geschikt als vaste rust- en/of verblijfplaats voor de Huismus en de Gierzwaluw. Het kan daarom met voldoende zekerheid worden uitgesloten dat de voorgenomen plannen leiden tot verstoring en/of vernietiging van vaste nest- en rustplaatsen van deze soorten. Vanuit de Wet natuurbescherming bestaan er, op de zorgplicht na, geen verdere verplichtingen ten aanzien van deze soortgroep. Aanvullend onderzoek en/of een ontheffing zijn niet nodig. Grondgebonden zoogdieren De te slopen opstallen beschikt niet over openingen waar marterachtigen of andere grondgebonden zoogdieren gebruik van zouden kunnen maken.
Het kan daarom met voldoende zekerheid worden uitgesloten dat de voorgenomen plannen leiden tot verstoring of vernietiging van vaste verblijf- of rustplaatsen van soorten uit deze groep. Vanuit de Wet natuurbescherming bestaan er, op de zorgplicht na, geen verplichtingen. Aanvullend en/of een ontheffing zijn niet nodig. Conclusie Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het meest dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft 'Westerschelde & Seaftinghe' op circa 1.400 meter. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (figuur 4.2). Op circa 350 meter van de ontwikkeling is natuurgebied 'Weeltje bij Biezelinge' aanwezig die behoort tot het Natuurnetwerk Zeeland. Verder ligt het gebied niet binnen een waterwin-, grondwaterbeschermings- of milieubeschermingsgebied. De ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op beschermde gebieden. De Wnb en het beleid van de Provincie Zeeland staan de ontwikkeling niet in de weg. Uit AERIUS berekening voor de gebruiksfase blijkt dat er geen sprake is van relevante stikstofdepositie (hoger dan 0,00 mol/ha/j) in de omliggende Natura 2000-gebieden. Soortenbescherming De voorgenomen ontwikkeling is naar verwachting niet in strijd met het onderdeel soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming.
De initiatiefnemer dient zich te houden aan de zorgplicht uit artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming die geldt voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde). De Wnb en het beleid van de Provincie Zeeland staan de ontwikkeling niet in de weg.
28/343
4.4
Cultuurhistorie en archeologie
4.4.1 Cultuurhistorie Bij cultuurhistorische waarden aangaande gebouw erfgoed gaat het over de positieve waardering van bouwsporen, objecten, patronen, structuren die zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. In veel gevallen bepalen deze cultuurhistorische waarden de identiteit van een plek of gebied en bieden ze aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen. Deze cultuurhistorische elementen kan men niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar wel onderdeel van de manier waarop we ons land beleven, inrichten en gebruiken. Onderzoek De cultuurhistorische waardevolle objecten zijn door de provincie aangegeven op de cultuurhistorische waardenkaart. Op de uitsnede in figuur 4.3 is te zien dat er op het perceel van Abdijstraat 2 een bouwhistorisch object aanwezig is, namelijk een historische boerderij. Deze historische boerderij bestaat uit een woonhuis en schuur uit circa 1920-1940, met twee moderne schuren en een schuurtje uit dezelfde periode. Het geheel is gelegen op een verstoord erf, die volledig is toegespitst op de huidige bedrijfsactiviteiten: fruit-, planten- en diervoederverkoop. Er is een eigentijdse tuin, boomgaard, toegangshek, toegangspalen en dit alles is omgeven door een afrastering.
Het dak van het woonhuis loopt door in het dak van de schuur, heeft een golvende noklijn evenwijdig aan de weg en gedeeltelijk donkere pannen. De gevels van het woonhuis zijn van baksteen met gevelankers, een gevelsteen, oorspronkelijke gevelindeling en een brede witte plint. De aangrenzende schuur heeft houten gepotdekselde gevels met een zwarte deeldeur en een moderne pui die toegang geeft tot de winkel. In de omliggende omgeving bevinden zich op ruime afstand nog een historische boerderij, rijksmonument en meerdere gebouwen die op de gemeentelijke monumentenlijst staan. e ontwikkeling heeft geen invloed op deze cultuurhistorische waardevolle objecten.
29/343
Figuur 4.3 Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart, in rood Abdijstraat 2 (Bron: Provincie Zeeland) Conclusie Aan de feitelijke bebouwing van de woning zal niet veranderen waardoor er geen invloed is op de cultuurhistorische waarde. De schuur kent weinig cultuurhistorisch waarde meer aangezien de schuur in de loop der jaren meerdere malen is verbouwd tot verkooppunt van fruit-, planten- en diervoeder. De transitie van de schuur tot lunchroom met een B&B op de verdieping, zal leiden tot minimale aanpassingen van de bestaande schuur. Aan de feitelijke bebouwing van de schuur zal weinig veranderen. 4.4.2 Archeologie Toetsingskader Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) zijn behoud en beheer van het bodemarchief integraal verankerd in de ruimtelijke werkprocessen van de gemeenten. Bij de vaststelling van een ruimtelijk plan moet met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten rekening worden gehouden.
In het belang van de archeologische monumentenzorg kan bij een ruimtelijk plan door het bevoegd gezag (in dit geval de gemeente) worden bepaald dat de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen of voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport dient te overleggen, waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende is vastgesteld. Op basis hiervan zijn vier verschillende archeologische verwachtingszones onderscheiden. De archeologische verwachtingszones zijn in het bestemmingsplan 'Kapelle - Biezelinge' vertaald naar twee archeologische dubbelbestemmingen. In de bouwregels van deze bestemmingen is bepaald dat er ten behoeve van de andere,
30/343
voor deze gronden geldende bestemming(en) mag worden gebouwd mits de betrokken archeologische waarden door de voorgenomen bouwactiviteiten niet worden geschaad. Hiervoor zal de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een archeologisch onderzoeksrapport moeten overleggen en is instemming van de archeologische deskundige vereist. Ook voor het uitvoeren van werkzaamheden die het bodemprofiel kunnen aantasten, is een vergunning met onderzoek en advies nodig. De dubbelbestemmingen verschillen van elkaar op het punt van de oppervlakte die is vrijgesteld van onderzoek. Toetsing In het bestemmingsplan 'Kapelle - Biezelinge' is voor het gehele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie - 1' opgenomen. In deze bestemming is bepaald dat archeologisch onderzoek en advies niet nodig zijn indien de oppervlakte van de bodemverstoring niet meer dan 100 m2 bedraagt of als het gaat om een bodemverstoring die niet dieper reikt dan 30 cm. De beoogde ontwikkeling overschrijd beide normen. Hierdoor is een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Op 28 juli 2021 is een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd door ADC ArcheologieProjecten. Het onderzoek is toegevoegd in bijlage 7. Het volgende is geconcludeerd: "In de ondergrond van het plangebied is een klei- en zandpakket aanwezig (Laagpakket van Wormer, Formatie van Naaldwijk).
Waarschijnlijk is in het (noord)oosten van het plangebied een kreekgeul actief geweest. In het westen van het plangebied is een laag kwelderklei op wadafzettingen aanwezig. De afzettingen van het Laagpakket van Wormer worden afgedekt door een rietveenpakket. Dit pakket gaat scherp naar boven toe over in een tweede klei- en zandpakket (Laagpakket van Walcheren, Formatie van Naaldwijk). In het oosten van het plangebied is een zandpakket aanwezig, afgedekt door een pakket zandige klei. Het betreft hier ene pakket kreekgeulafzettingen. In het noordwesten van het plangebied gaat dit pakket naar boven toe over in een laag uiterst siltige klei; kreekoeverafzettingen. De top van het bodemprofiel wordt gevormd door een dik humeus pakket zwak zandige klei, afgedekt door een 5 tot 50 cm dikke laag straatzand. De top van het veenpakket is geërodeerd door de vorming van de kreekgeul van het Laagpakket van Walcheren. De top van het Laagpakket van Walcheren is tot een variërende diepte van 75 tot 210 cm –mv omgewerkt. Waarschijnlijk komt dit door het gebruik van het plangebied als boerenerf in de 19e en 20e eeuw. In de ondergrond van het plangebied, in de top van het Laagpakket van Wormer, kunnen nog archeologische waarden uit het Neolithicum aanwezig zijn.
De top van het veenpakket en het Laagpakket van Walcheren zijn niet intact en daarom worden op deze niveaus geen archeologische waarden verwacht. De top van het Laagpakket van Wormer ligt op 350 tot 470 cm –mv (2,66 tot 4,14 m – NAP). In het humeuze pakket in de bovengrond zijn baksteenfragmenten gevonden. Deze fragmenten zijn waarschijnlijk in het plangebied terecht gekomen als gevolg van het landgebruik van de 19e en de 20e eeuw, boomgaard en later als boerenerf. De baksteenfragmenten worden daarom niet als archeologische indicatoren beschouwd. Op basis van het booronderzoek kan de hoge archeologische verwachtingswaarde voor het niveau van het Laagpakket van Wormer gehandhaafd blijven en voor de archeologische niveaus van de top van het Hollandveen en de top van het Laagpakket van Walcheren bijgesteld worden naar een lage archeologische verwachtingswaarde. De eventuele archeologische waarden in de top van het Laagpakket van Wormer worden niet bedreigd, behalve door heiwerkzaamheden. De heiwerkzaamheden hebben waarschijnlijk een gering effect
31/343
op eventuele archeologische waarden. Als een beperkt heipalenplan gehanteerd wordt, waarbij 5% of minder van het gebied verstoord zal worden, zal een eventuele archeologische vindplaats in de ondergrond toch goed bewaard blijven. Het plangebied is voldoende onderzocht. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht." Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Deze melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Kapelle. Conclusie Het aspect archeologie staat de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg. Wel dient rekening gehouden te worden met de conclusies uit het hiervoor genoemde rapport en een bouwplan conform dit advies gemaakt worden dan wel met nader onderzoek aangetoond worden dat de archeologische waarden in het plangebied die kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld en in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. Er wordt een archeologische dubbelbestemming opgenomen om dit te borgen.
4.5
Bodem- en grondwaterkwaliteit
Toetsingskader Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Ten behoeve van ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Toetsing Op 16 juni 2021 is verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is toegevoegd in bijlage 8. Het volgende is geconcludeerd: "De op de onderzoekslocatie geconstateerde verhoogde gehalten in de grond en het grondwater geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader onderzoek.
In geval van het nuttig herbestemmen van uitkomende grond kan alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit (partijkeuring op grond) nodig zijn. Dit is afhankelijk van onder andere - maar niet uitsluitendde afzetlocatie, de partijomvang, de aangetroffen gehalten en de bodemvreemde bijmengingen. Er dient ook
32/343
rekening mee gehouden te worden gehouden dat in de bovengrond tot 0,5 m-mv OCB aanwezig zijn. De afzetmogelijkheden in buurgemeenten op basis van hun Nota's bodembeheer kunnen hierdoor beperkt worden. De eventuele noodzaak tot verdere keuring en mogelijkheden hiervoor kunnen in overleg met bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit (veelal de ontvangende gemeente) en/of een milieuadviesbureau worden bepaald. Op de onderzoekslocatie zijn lagen met meer dan 50% bodemvreemd materiaal aanwezig. Deze lagen zijn niet bemonsterd of geanalyseerd als grond omdat ze niet onder het beleid van de Wet bodembescherming vallen. Bodemvreemde lagen of bijmengingen kunnen stoffen bevatten die, bij vermenging met grond, een bodemverontreiniging kunnen veroorzaken of reeds hebben veroorzaakt. Vermenging met (bijvoorbeeld onder-, boven- en naastgelegen) grond dient daarom voorkomen te worden. " Conclusie Indien wordt voldaan aan de bovengenoemde aanbevelingen is de bodem geschikt voor de beoogde functie 'Wonen'.
4.6
Verkeer en parkeren
Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen plannen. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. De gemeente Kapelle heeft geen parkeerbeleid en daarom wordt de parkeerbehoefte berekend op basis van parkeerkencijfers uit de meest actuele CROW-publicatie (publicatie 381). Op basis van kencijfers uit deze publicatie wordt tevens de verkeersgeneratie berekend. Voor het juiste kencijfer/parkeernorm wordt een ligging in de rest bebouwde kom gehanteerd, de gemeente Kapelle wordt op basis van adressendichtheid getypeerd als weinig stedelijk gebied (CBS). Verder wordt uitgegaan van het gemiddelde binnen de bandbreedte van het kencijfer/de parkeernorm 4.6.1 Ontsluiting Gemotoriseerd verkeer De planontwikkeling ligt op een perceel wat als verkooppunt van groenten, aardappelen en fruit in gebruik is aan de Abdijstraat in het zuidoosten van Biezelinge. Vlakbij ligt bedrijventerrein Smokkelhoek. De Abdijstraat is een erftoegangsweg waar een maximum snelheid van 30 km/uur geldt.
De Abdijstraat gaat in Noordelijke richting over in de Juffertjeswegje en Noordstraat via de spoorwegovergang naar Kapelle. Dit zijn beide erftoegangswegen waar een maximumsnelheid van 3 0km/uur geldt. In Zuidelijke richting gaat de Abdijstraat over in de Smokkelhoekweg richting de N289. De Smokkelhoekweg is een erftoegangsweg met een uitstraling van een gebiedsontsluitingsweg waar een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. De N289 is provinciale weg en een belangrijke gebiedsontsluitingsweg (80km/uur) om de rijksweg A58 en de kernen Schore en Hansweert te bereiken. De bereikbaarheid van het plangebied voor gemotoriseerd verkeer is goed. Langzaam verkeer Fietsverkeer deelt op de Abdijstraat, Juffertjeswegje en de Noordsraat de rijbaan met het gemotoriseerde
33/343
verkeer. Langs de Smokkelhoekweg ligt een vrijliggend fietspad in twee richtingen. Langs het gebied van de beoogde ontwikkeling is geen voetpad aanwezig maar een parkeerstrook, het voetpad wordt paralel aan deze ontwikkeling aangelegd. Openbaar vervoer Op enkele meters afstand van het plangebied bevindt zich de dichtstbijzijnde bushalte Biezelinge, Hoofdstraat. Vanuit deze bushalte rijdt er om het uur een bus naar bushalte Wemeldinge, Dorpsplein. 4.6.2 Parkeren Parkeerbehoefte De parkeerbehoefte van de ontwikkeling is berekend met kencijfers van het CROW-publicatie 381 en opgenomen in tabel 4.6.1. Voor seniorenwoningen zijn geen kencijfers bekend. De seniorenwoningen zijn vergelijkbaar met een serviceflat. Het parkeerkencijfer betreft 1,2 pp (aandeel bezoekers 0,3 pp). Voor de lunchroom wordt aangesloten bij de kengetallen voor café/bar/cafétaria uit CROW-publicatie 381. Een lunchroom is vooral voor kort bezoek en heeft met name lokale bezoekers en dus vergelijkbaar met een cafetaria. Daarnaast is ook de keuken vergelijkbaar met een cafetaria en niet met bijvoorbeeld een restaurant. De parkeerbehoefte bij deze functie is in sterke mate afhankelijk van het aantal zitplaatsen en van het autogebruik van de bezoekers. Het aantal zitplaatsen van de beoogde lunchroom is 18 waarvan 14 voor de lunch en 4 voor een leestafel.
Naar verwachting is de leestafel vooral bedoeld voor de senioren die in de bijbehorende woningen wonen. Dit is en klein aantal vergeleken met het aantal stoelen in een standaard lunchroom. Gezien het hiervoor gesteld en het feit dat de lunchroom voor zowel bewoners als bezoekers van de B&B een belangrijke rol zal spelen, zal de parkeernorm voor de lunchroom lager zijn dan de 6 per 100 m² die de CROW publicatie aan geeft. Voor de B&B wordt, gezien de kleine schaal, niet uitgegaan van kengetallen (5,2 per 10 kamers) maar uitgegaan van één parkeerplaats per kamer. Tabel 4.6.1 Parkeerbehoefte (normatief) planologische mogelijkheden Functie CROW aantal Norm functietype Seniorenwoning serviceflat 10 1,2 pp (aandeel bezoekers 0,3 pp) per woning B&B 2 kamers 1 per kamer Lunchroom cafe/bar/cafetaria 100 m² 6 per 100 m² Woning koop, huis, 1 1,9-2,4 pp woning vrijstaand (aandeel bezoekers 0,3 pp) Totaal
34/343
Parkeerbehoefte 12 pp
2 6 2
22 pp
Dubbelgebruik Verschillende functies hebben op andere tijden een maatgevende parkeerbehoefte. Bij een ontwikkeling waarbij verschillende functies (in dit geval woningen een lunchroom en een B&B) gebruik maken van dezelfde parkeervoorziening, is op bepaalde momenten van de dag dubbelgebruik mogelijk. Dit is alleen mogelijk als het maatgevende dagdeel waarop de parkeerbehoefte het grootst is, niet voor verschillende functies samenvalt. Omdat een van de twee beoogde parkeerplaatsen voor de woning op privé terrein gerealiseerd wordt komen deze in aanmerking voor dubbelgebruik, wordt deze buiten beschouwing gelaten bij de hierop volgende berekening van de aanwezigheidspercentages. Voor dubbelgebruik hanteert het CROW aanwezigheidspercentages, waarmee de parkeerbehoefte voor de verschillende functies op verschillende dagdelen kan worden bekeken. Voor hotels biedt het CROW geen aanwezigheidspercentages. De aanwezigheid zal redelijk vergelijkbaar zijn bij woningen, met name in de avond en de nacht. Daarom zijn hiervoor dezelfde aanwezigheidspercentages als bij de functie 'wonen' gebruikt. Voor de werkdagochtend en werkdagmiddag is uitgegaan van een hoger percentage, daar de bewoners niet langer werkzaam zijn. Tabel 4.6.2 toont de aanwezigheidspercentages voor de verschillende functies, de bijbehorende parkeerbehoefte en maatgevende parkeerbehoefte bij dubbelgebruik.
Hierbij is uitgegaan van de planologisch maximale mogelijkheden. Tabel 4.6.2 aanwezigheidspercentages werkdago werkdagm werkdagav koop Functie chtend iddag ond avond Woningen 80% 80% 90% 80% senioren Vrijstaande 50% 50% 90% 100% woning Lunchroom 5% 100% 0% 0% B&B 50% 20% 100% 100% Voor de ontwikkeling Woningen 10 senioren Vrijstaande 1 woning Lunchroom 0 B&B 2 Maatgevende 13 parkeerbehoefte
werkdagn zaterdagmi zaterdag acht ddag avond 100% 60% 80%
zondagmi ddag 70%
80%
60%
80%
70%
0% 100%
100% 60%
0% 80%
100% 70%
10
11
10
12
7
10
8
1
1
1
1
1
1
1
6 0 17
0 2 14
0 2 13
0 2 15
6 2 16
0 2 13
6 2 17
Zoals is af te lezen uit bovenstaande tabel, is de werkdagmiddag en zondagmiddag zijn de maatgevende momenten bij dubbelgebruik. De parkeerbehoefte is dan 17 parkeerplaatsen. Daarbij komt de 1 parkeerplaats van de woning die op privé terrein gerealiseerd worden. In totaal is de parkeerbehoefte 18 parkeerplaatsen. Parkeeraanbod
35/343
Op het eigen terrein worden 20 parkeerplaatsen gerealiseerd. 19 plaatsen worden aan de zuidzijde van het perceel gerealiseerd. De overige parkeerplaats voor de eigen woning, wordt bij de woning mogelijk gemaakt. Zie hiervoor figuur 4.4. Daarmee wordt in de behoefte voorzien. Gezien het aantal tafels een stuk lager is dan in een standaard lunchroom en het feit dat de lunchroom voor zowel bewoners als bezoekers van de B&B een belangrijke rol zal spelen, zal de parkeerbehoefte voor de lunchroom lager zijn dan de 6 per 100 m² die de CROW publicatie aan geeft. En zal de werkelijke parkeerbehoefte naar verwachting lager zijn de 18 parkeerplaatsen.
Figuur 4.4 De beoogde parkeerplaatsen (Bron: Kort Geytenbeek architecten) 4.6.3 Verkeersgeneratie en -afwikkeling Huidige situatie In de huidige situatie ligt op het plangebied fruitteeltbedrijf De Fruitschuur B.V. Dit is een verkooppunt van groenten, aardappelen en fruit. Het bruto vloeroppervlak van het fruitteeltbedrijf is circa 200 m2. De De Fruitschuur B.V. valt in de categorie buurtsuper. In tabel 4.6.2 is de berekening verkeersgeneratie oude situatie uitgerekend. Tabel 4.6.2 Berekening verkeersgeneratie oude situatie functie programma Kencijfer CROW buurtsuper